Kamerstuk 31706-20

Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten

Dossier: Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten

Gepubliceerd: 19 november 2008
Indiener(s):
Onderwerpen: belasting financiƫn organisatie en beleid zorg en gezondheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31706-20.html
ID: 31706-20

31 706
Regeling van een tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten)

nr. 20
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 19 november 2008

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 4, vierde lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

d. op welke datum gegevens als bedoeld in het tweede lid uiterlijk worden verstrekt aan het CAK.

B

Na artikel 4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4a

1. Onze Minister is bevoegd zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet en indicatieorganen als bedoeld in artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens artikel 4, tweede lid en vierde lid, onderdelen a en d, een aanwijzing te geven.

2. Indien een zorgverzekeraar als bedoeld in het eerste lid niet binnen vier weken aan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, voldoet, is Onze Minister bevoegd een last onder dwangsom op te leggen.

3. Indien indicatieorganen als bedoeld in het eerste lid niet binnen vier weken voldoen aan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister noodzakelijke maatregelen treffen. Onze Minister stelt beide kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis van deze door hem getroffen maatregelen.

Toelichting

Algemeen

Tijdens de eerste termijn van de behandeling van de Tweede Kamer van de voorgestelde Regeling van een tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten) werd door meerdere leden van de Tweede Kamer gevraagd naar de mogelijkheid een adequate uitvoering van de in het wetsvoorstel opgenomen tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten af te dwingen.

Ten aanzien van het CAK is het reeds mogelijk op grond van artikel 3, vijfde lid, van het wetsvoorstel beleidsregels te stellen. Indien het CAK zijn taak ernstig verwaarloost, kan de Minister van VWS op grond van artikel 3, zesde lid, van het wetsvoorstel noodzakelijke voorzieningen treffen.

Met deze nota van wijziging komen wij tegemoet aan de zorgen van de Tweede Kamer, door de bevoegdheid tot het geven van een aanwijzing aan zorgverzekeraars en het Centraal indicatieorgaan (CIZ) neer te leggen bij de Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS). Tevens wordt geregeld dat indien deze aanwijzing niet wordt opgevolgd er een last onder dwangsom kan worden opgelegd aan zorgverzekeraars. Voor het CIZ wordt voorgesteld dat indien het CIZ na een aanwijzing van de Minister van VWS nog steeds in gebreke blijft, de Minister maatregelen kan treffen.

A

Met deze wijziging wordt door middel van de toevoeging van een onderdeel aan artikel 4 van het wetsvoorstel geregeld dat bij ministeriële regeling de uiterste datum wordt bepaald waarop de zorgverzekeraars en het CIZ de benodigde gegevens aanleveren aan het CAK. Het in regelgeving vastleggen van deze datum creëert duidelijkheid voor de betrokken partijen.

B

Artikel 4a

– eerste lid

Het in dit onderdeel opgenomen artikel 4a geeft de Minister van VWS de bevoegdheid aanwijzingen te geven aan zorgverzekeraars en het CIZ, indien deze instanties niet op deugdelijke wijze uitvoering geven aan hetgeen in artikel 4, tweede lid of vierde lid, onderdelen a en d, van het wetsvoorstel is bepaald. Deze aanwijzigingsbevoegdheid kan bijvoorbeeld worden gebruikt indien blijkt dat zorgverzekeraars niet op juiste wijze de hulpmiddelengegevens aanleveren die het CAK nodig heeft om te bepalen of een verzekerde recht heeft op een tegemoetkoming. Ook zou het kunnen worden ingezet als het CIZ bijvoorbeeld te laat is met het aanleveren van de benodigde gegevens over de AWBZ indicaties.

– tweede lid

In het voorgestelde tweede lid wordt bepaald, dat wanneer een zorgverzekeraar een door de Minister van VWS op grond van het eerste lid gegeven aanwijzing niet tijdig opvolgt, een last onder dwangsom kan worden opgelegd. Een last onder dwangsom kan worden ingezet om een overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding of herhaling van de overtreding in de toekomst te vermijden. Het gaat hier om een op herstel gerichte sanctie. Een voorbeeld van een last onder dwangsom is dat voor elke dag of week dat de zorgverzekeraar in overtreding is een bepaald bedrag betaald dient te worden. Algemene bepalingen over een last onder dwangsom zijn opgenomen in de huidige afdeling 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht en in de nieuwe afdeling 5.3.2 van het wetvoorstel tot Aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht, Kamerstukken I 2006/07, 29 702 A) dat naar het kabinet hoopt op afzienbare termijn in werking zal kunnen treden. Deze bepalingen zijn ook hier van toepassing.

– derde lid

In het derde lid wordt voorgesteld dat indien het CIZ na een aanwijzing van de Minister van VWS nog steeds in gebreke blijft, de Minister maatregelen kan treffen. Aangezien het CIZ nog niet als zelfstandig bestuursorgaan bij wet is ingesteld en daarmee de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing wordt, wordt de bevoegdheid tot het geven van een aanwijzing in dit wetsvoorstel geregeld. Dit is ook op deze wijze geregeld voor het CAK in artikel 3, zesde lid, van het wetvoorstel. Hierbij moet gedacht worden aan concrete opdrachten voor de herinrichting van een automatiseringssysteem. Anders dan bij zorgverzekeraars wordt niet voorgesteld de Minister van VWS de bevoegdheid te geven aan het CIZ een last onder dwangsom op te leggen. De reden hiervoor is dat het CIZ een bestuursorgaan is dat voor het uitvoeren van indicaties op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt gefinancierd uit de begroting van VWS.

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Financiën,

J. Bussemaker