Kamerstuk 28684-226

Verslag van een algemeen overleg

Naar een veiliger samenleving


28 684
Naar een veiliger samenleving

28 642
Sociale veiligheid openbaar vervoer

nr. 226
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 20 mei 2009

De vaste commissies voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1, Justitie2, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer3 en Verkeer en Waterstaat4 hebben op 21 april 2009 overleg gevoerd met minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, minister Hirsch Ballin van Justitie en staatssecretaris Huizinga-Heringa van Verkeer en Waterstaat over:

– de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 18 december 2008 over de voortgangsrapportage Veilige Publieke Taak juni–november 2008 (28 684, nr. 191);

– de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 29 december 2008 met de reactie op het artikel Binnenlands Bestuur over overlast tijdens de jaarwisseling (31 700 VII, nr. 57);

– de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 3 februari 2009 over de evaluatie jaarwisseling 2008–2009 (31 700 VII, nr. 59);

– de brief van de staatssecretaris van Justitie d.d. 19 februari 2009 met beleidsreactie onderzoeken Bont en Blauw en Evaluatie strafvorderingsrichtlijn inzake kwalificerende slachtoffers (2 bijlagen NEB) (28 684, nr. 204);

– de brief van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat d.d. 5 maart 2009 over noodcommunicatie in het stads- en streekvervoer (28 642, nr. 40);

– de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 24 maart 2009 over agressie tegen buschauffeurs (28 642, nr. 41);

– de brief van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat d.d. 2 april 2009met een afschrift van de brief over geweld tegen ov-personeel die naar de provincies en stadsregio’s is verstuurd (28 642, nr. 42);

– de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 20 april met een reactie op de opmerkingen van de hoofdcommissaris van politie in Amsterdam, de heer Welten, in het televisieprogramma Pauw en Witteman van 6 april 2009 (28 684, nr. 223);

– de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 16 april 2009 met nadere informatie over geweld in het openbaar vervoer (28 642, nr. 43).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

Voorzitter: Griffith Griffier: Van Leiden

De voorzitter: Ik geef mevrouw Verdonk toestemming om aan dit algemeen overleg deel te nemen.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

Mevrouw De Pater-van der Meer (CDA): Afkoelen of aangifte? Dat is de slagzin die afgelopen maandag 6 april werd gelanceerd tijdens de landelijke manifestatie over agressie tegen publieke ambtsdragers. Beledigingen, agressief gedrag en soms geweld; vier van de tien medewerkers in een publieke functie hebben er helaas regelmatig mee te maken. De manifestatie was een duidelijk signaal. Zowel de werknemers, de werkgevers als politici accepteren hufterig gedrag niet langer. Het aantal incidenten gericht tegen publieke ambtsdragers is onacceptabel hoog. Wij pikken het niet langer dat mensen die hun werk met veel inzet voor de publieke zaak verrichten en ervoor zorgen dat onze samenleving leefbaar blijft, op een onheuse en agressieve wijze worden behandeld door mensen met te korte lontjes. Op het bijbehorende actieaffiche wordt een agressieve burger aangesproken om een bepaalde mate van afkoeling te accepteren. Dat is uitstekend gekozen.

Wij spreken vandaag over de bejegening van publieke ambtsdragers, maar omgangsvormen in het onderlinge verkeer tussen burgers zijn sowieso een punt van toenemende zorg voor het CDA. Vorige week bij de voorbereiding van dit overleg stond Radio 4 aan en Maartje van Weegen opende haar radioprogramma met het volgende incident. Tijdens de ochtendspits had een klein meisje op de fiets voorrang en zij nam voorrang. De automobilist die voor haar moest stoppen, stak zijn middelvinger op. Welk beeld straalt deze automobilist uit? Wat voor beeld moet dit meisje, dat terecht de op school geleerde regels van voorrang te baat nam, hebben van hoe wij ons tegenover elkaar gedragen? Deze onderlinge gedragsnormen zien wij ook terug in de SIRE-campagne. Ik denk dat de meesten van ons veel vormen herkennen.

Waar agressie en geweld lonen, faalt de publieke taak en daarmee het functioneren van de rechtsstaat, zoals de minister terecht aangeeft. Harde woorden zijn niet genoeg. Helaas moeten wij constateren dat de publieke verontwaardiging binnen de samenleving hufterig gedrag niet heeft doen afnemen, want de cijfers tonen dat aan. Ik wil bekijken of de maatregelen die tijdens vorige overleggen aan de orde zijn geweest, voldoende effect sorteren.

Het programma Veilige Publieke Taak heeft als doel het aantal voorvallen van agressie en geweld met 15% te verminderen. Wat ons betreft en dat hebben wij al eerder gezegd, is dat percentage niet ambitieus genoeg. De minister geeft aan dat diverse sectoren met verschillende prioriteit registratiesystemen implementeren. Waardoor ontstaat dit verschil in prioriteit? Geldt dit ook voor de nazorg die vanuit organisaties aan medewerkers wordt geboden, zoals aangifte doen, het verhalen van schade, een reactie aan de dader geven en begeleiding van slachtoffers? Heeft de minister de indruk dat werkgevers op dit moment voldoende aandacht en prioriteit geven aan nazorg en wordt dit vertaald naar voldoende maatregelen in de praktijk?

Naast nieuwe maatregelen zou het CDA graag geïnformeerd worden over de effectiviteit van de reeds genomen maatregelen. In hoeveel gevallen die voor de rechter komen, wordt een dubbele strafmaat geëist door de officier van justitie en in hoeveel gevallen wordt een dubbele strafmaat daadwerkelijk door de rechter opgelegd? Wij zijn een groot voorstander van het principe dat de dader opdraait voor de kosten van de materiële en psychische schade bij het slachtoffer. Hoe vaak wordt op dit moment schade van het slachtoffer verhaald bij de dader? Gaat het dan alleen om materiële schade of kent de rechter ook een schadevergoeding toe voor berokkend leed? Kan de minister een schatting geven van de verhouding tussen het aantal toekenningen van schadevergoeding wegens agressie en moedwillige vernielingen via strafrechtelijke of civielrechtelijke rechtsgang? In hoeveel gevallen gaat de rechter ertoe over om schade die moedwillig is berokkend door minderjarige kinderen, te verhalen op de ouders? Het CDA is van mening dat de procedure voor het verhalen van schade in de praktijk voor het slachtoffer zo kort en efficiënt mogelijk moet zijn. Er dient dus geen ruimte te zijn voor uitstel en rekken van het proces door de dader dan wel zijn verzekeraar, bijvoorbeeld op grond van een verzekeringseis. Het getouwtrek over hoe de schadevergoeding uiteindelijk tot stand komt, moet tussen dader en verzekeraar plaatsvinden en niet ten koste gaan van de slachtoffers.

Kan de minister aangeven wat tot nu toe de resultaten zijn van de pilots met camera’s op ambulances? Voldoen deze proeven aan de verwachtingen en dragen de camera’s bij aan het gevoel van of de feitelijke veiligheid van het ambulancepersoneel?

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Voorzitter. Ik hoor mevrouw De Pater-van der Meer zeggen dat van kinderen die moedwillig mensen mishandelen of delicten plegen, de ouders moeten worden aangesproken. Dat vind ik een goed idee want ik heb dit een aantal maanden geleden al voorgesteld. Is mevrouw De Pater-van der Meer voorstander van het intrekken van de kinderbijslag en deze te gebruiken voor het heropvoeden van jongeren?

Mevrouw De Pater-van der Meer (CDA): Het aansprakelijk stellen van ouders wanneer kinderen moedwillig schade toebrengen, is al een en ander maal door mijn collega Çörüz te berde gebracht. Wij denken dat het beter werkt om rechtstreeks de schade te verhalen in plaats van door bijvoorbeeld kinderbijslag in te houden.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Hoe wil het CDA de schade rechtstreeks verhalen?

Mevrouw De Pater-van der Meer (CDA): Als de jongen zelf geen inkomen heeft, dan op de ouders. Wij hebben hier in het verleden al een aantal voorstellen voor gedaan. Dat kan op allerlei manieren, wellicht door beslag te leggen op uitkeringen of lonen. De kinderbijslag is een apart onderdeel van het totale inkomen. Het gaat erom dat de ouders financieel bijdragen.

De heer Van Raak (SP): Slachtoffer zijn van agressie is al erg genoeg. Het is nogal een opgave als je zelf de schade moet gaan verhalen. Wij pleiten ervoor om dat de werkgever of overheid te laten doen. Is mevrouw De Pater-van der Meer het daarmee eens? Het is belangrijk dat wij de schade voorschieten, zodat mensen niet hoeven te wachten. Wil mevrouw De Pater-van der Meer deze verantwoordelijkheid nemen?

Mevrouw De Pater-van der Meer (CDA): Ik heb al gevraagd hoe vaak de schade civielrechtelijk dan wel strafrechtelijk verhaald wordt. Ik zou het onderscheid tussen strafrechtelijk of civielrechtelijk nog wel willen maken.

De heer Van Raak (SP): Dat is een interessante opmerking, maar geen antwoord. Is het CDA bereid om een arm om die mensen te slaan en de schade voor die mensen te verhalen en zoveel mogelijk voor te schieten? Die principiële keuze staat los van het antwoord van de regering.

Mevrouw De Pater-van der Meer (CDA): Voorzitter. De principiële keuze kan ik pas maken als ik antwoord heb ontvangen op mijn vragen.

Agressie en geweld in het openbaar vervoer (OV) zijn de laatste tijd veelvuldig aan de orde, maar ook het optreden van de openbaar vervoerders en het tienpuntenplan van de FNV. Geven de bewindspersonen dit plan een goede kans van slagen? Zijn zij van mening dat op deze wijze de betrokkenheid van alle partijen ervoor kan zorgen dat de alertheid en aangiftebereidheid toenemen?

Mevrouw Kuiken (PvdA): Voorzitter. Het lijkt erop dat de beschavingsbuffer in Nederland steeds meer ontbreekt, want schelden, slaan en urineren lijken bijna gewoon geworden. Maandelijks wordt er duizend keer aangifte gedaan van geweld tegen mensen met een publieke taak. Dagelijks worden 35 politieagenten, brandweerlieden, medewerkers van de sociale dienst, ambulancepersoneel, busvervoerders en NS-personeel slachtoffer en dat is dan enkel het percentage dat aangifte doet. Een op de vijf dienstverleners heeft minimaal een keer per maand te maken met geweld. De schade bedraagt jaarlijks miljarden. Het is belangrijk dat wij hier stevig en grondig op doorpakken.

Hoe doet men dat en hoe heeft het zo ver kunnen komen? Als het gaat om geweld en agressie zijn er drie mogelijkheden: straffen, prikkels om alcohol en drugs tegen te gaan en een mentaliteitsverandering. Het laatste is wat de PvdA betreft een belangrijke opgave. Het lijkt wel of er nu te veel prinsjes en prinsesjes zijn die het woord nee niet kennen. Ikke, ikke en de rest kan stikken en hele korte lontjes. Ik constateer dat niet alleen bij jongeren, maar ook bij volwassenen. Hoe is dit in andere landen? Waarom is dit in landen als Scandinavië, België en Duitsland veel minder? Waarom doet dit fenomeen zich vooral voor in Nederland? Als wij dat weten, dan kunnen wij een verandering in de mentaliteit teweeg brengen. Gedeeltelijk heeft het te maken met opvoeding en gedeeltelijk met elkaar aanspreken op gedrag en opvoedingsondersteuning. Het lijkt mij zinvol om een principiële discussie te voeren over hoe wij die mentaliteit kunnen veranderen.

Waarom kost het zoveel moeite om de werkgevers ervan te doordringen dat de aanpak van geweld nodig is? Wie kan mij uitleggen waarom busvervoerders bepaalde voorzieningen treffen, terwijl de NS weer andere maatregelen neemt? Jeugdzorg heeft nog helemaal geen aanpak. Waarom worden heel veel sociale diensten nu pas langzaam wakker? Inmiddels hebben wij een aantal maatregelen genomen, zoals vliegende teams, extra toezicht, opleiding en training, het verhalen van schade, cameratoezicht, een openbaar vervoersverbod, supersnelrecht, altijd aangifte doen, anoniem aangifte doen, registratie van incidenten, et cetera. Hoever zijn wij hiermee en waarom is er geen integraal beleid voor alle werkgevers samen? Kunnen wij werkgevers die hun verantwoordelijkheid niet nemen om op basis van de Arbowet hun werknemers te beschermen, financieel aansprakelijk stellen, bestraffen en beboeten omdat zij niet opkomen voor de belangen van hun werknemers? Zij zijn verantwoordelijk voor een veilige fysieke werkplek, zodat de werknemer geen last krijgt van nek- en rugklachten, maar dat geldt ook voor de bescherming tegen geweld door andere mensen. In dat verband wil ik vragen hoe het met de veiligheid zit als onderdeel van de aanbesteding. Aanbestedingen an sich zijn niet noodzakelijk slecht. Wie betaalt bepaalt, maar dan moeten wij dat ook wel bepalen. Wij moeten goede veiligheidsvoorschriften in aanbestedingen mogelijk maken. Ik vraag aan de staatssecretaris of het goed is om zoals dat bij security is gedaan, ook safety uit de aanbesteding te halen. Dan weten wij zeker dat de veiligheid een goede plek krijgt in het aanbestedingsproces.

De heer Van Raak (SP): Sinds 2007 is het niet meer verplicht voor vervoerders om geld dat zij krijgen voor sociale veiligheid, daar ook echt voor te gebruiken. Dit geldt wordt massaal voor iets anders gebruikt. Dat is een gevolg van de aanbesteding, de liberalisering en de vermarkting. Uit een onderzoek van FNV Bondgenoten blijkt dat maar liefst 50% van de agressie-incidenten in het OV plaatsvindt vanwege vertragingen. Vieze en kapotte bussen nodigen ook niet uit tot gezelligheid. Mag ik de PvdA vragen wanneer wij ophouden met de aanbestedingen? Misschien moet de liberalisering van het OV worden teruggedraaid zodat er meer aan agressiebestrijding kan worden gedaan?

Mevrouw Kuiken (PvdA): Dat is een goede vraag. Ik ben geen absoluut aanhanger van de markt, maar ook niet van de overheid, want de overheid heeft het op andere vlakken zoals de jeugdzorg, ook niet goed geregeld. Misschien kunnen wij van de markt nog veel leren. Ook in ziekenhuizen zijn de geweldsprotocollen nog lang niet op orde. Het heeft niet zozeer met de aanbesteding te maken, maar de veiligheid moet goed geborgd zijn door de overheid door dit verplicht op te nemen in de aanbesteding of dit stukje specifiek achter te laten in de Wet personenvervoer.

De NS heeft nog nooit zo’n goede dienstregeling gehad, terwijl zij inmiddels geprivatiseerd zijn. Wij moeten niet alleen de markt de schuld geven, want ook de overheid functioneert niet altijd goed. Nu moeten wij ervoor zorgen dat de markt en overheid samen doen wat nodig is. Uw zorgen zijn mijn zorgen, maar uw oplossingen zijn niet altijd die van mij.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Bij de politie praten wij niet over marktwerking. Zij moeten moeilijk werk doen in moeilijke omstandigheden, waarin zij teveel over hun kant moeten laten gaan en niet gesteund worden door hun leidinggevenden. Ook de bezetting is bij veel politiekorpsen maar 70% en de minister doet er te weinig voor om de bezetting op 100% te krijgen. Bent u het met mij eens?

Mevrouw Kuiken (PvdA): De percentages die mevrouw Verdonk noemt, kloppen niet. De eerste vraag begreep ik niet helemaal.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Bij de politie praten wij niet over marktwerking, maar over ambtenaren die voor het moeilijke werk waarin zij bedreigd en mishandeld worden, geen steun krijgen van hun leidinggevenden. Is de PvdA het met mij eens dat het veel politieagenten aan deze steun ontbreekt? De bezetting van politiekorpsen is vaak 70 tot 80%, dus dat betekent een onderbezetting van 20% tot 30%, waardoor veel agenten meer diensten moeten draaien of alleen moeten lopen op een bepaalde post of patrouille in plaats van met zijn tweeën. Ik vind dat zij hierin niet voldoende gesteund worden door de minister.

Mevrouw Kuiken (PvdA): Het is waar dat niet alle politieagenten aangifte doen bij geweld. Het is ook waar dat zij niet altijd gesteund worden door de korpsleiding en dat de schade niet altijd door de werkgevers wordt verhaald, zoals de PvdA dat wel graag ziet. Ik ben geen voorstander van een groot overheidsfonds, maar ik vind wel dat grote bedrijven in staat moeten zijn om het proces van aangifte en schade verhalen voor hun werknemers uit te voeren en dat geldt wat mij betreft ook voor de politie. Wij zijn goed op weg om de politie beter te helpen door de invoering van supersnelrecht en beter passende straffen, zodat de politieagenten niet gefrustreerd worden wanneer zij iemand oppakken die een paar uur later weer vrij op straat rondloopt. Ik vind het kwalijk dat u in een belangrijk overleg met cijfers strooit die niet kloppen, maar laten wij dat bewaren voor het volgende algemeen overleg waarin over de politie wordt gesproken.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik noem cijfers uit de praktijk. Als deze niet kloppen, dan hoor ik graag de juiste cijfers.

Mevrouw Kuiken (PvdA): Die kunt u lezen in de stukken, maar dan moet u deze wel lezen.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Of mevrouw Kuiken komt met andere cijfers of zij moet toelichten waarom haar cijfers wel kloppen en die van mij niet en waar zij die vandaan heeft gehaald.

Mevrouw Kuiken (PvdA): Voorzitter. Ik ga vaak mee op werkbezoek bij de politie en ik constateer zeker dat er een vacaturedruk is en ziekteverzuim. Wij moeten niet gaan goochelen met allerlei cijfers, want het gaat over de bejegening van deze mensen en hoe wij hen het beste kunnen helpen. Binnenkort hebben wij een algemeen overleg over de politie. Dan zullen wij hier nadrukkelijk bij stilstaan.

Hoever gaan wij met het verlenen van diensten en het in gevaar brengen van medewerkers? Hoe vaak mag iemand stennis schoppen bij de sociale dienst voordat er wordt ingegrepen? Hoe vaak mag iemand geweld plegen in het ziekenhuis? Hoe vaak mag iemand een buschauffeur in elkaar slaan voordat hij niet alleen een verbod krijgt om in de bus te stappen, maar ook in de trein? Het is belangrijk om daar goed naar te kijken en daar consequent op in te zetten. Je kunt mensen helaas geen zorg ontzeggen, maar als mensen instrumenteel moedwillig geweld gebruiken omdat dat loont, dan moeten deze mensen verplicht kunnen worden tot het volgen van re-integratietrajecten of gedragswijzigingstrajecten. Wij hebben hierover gesproken bij de Wet voetbalvandalisme en ernstige overlast. In hoeverre kan een gedragsbeïnvloedend traject worden afgedwongen bij herhaaldelijk geweld?

De heer Van Raak (SP): In Limburg probeerde onlangs iemand een politieagent te wurgen. Dat is poging tot doodslag. De man werd voorgeleid, maar hij mocht naar huis. Op het plaatselijk politiebureau heerst nu de gedachte dat er wel wordt gesproken over de veiligheid, maar dat er niets gebeurt. Agressie tegen politieagenten moeten wij niet pikken, ook niet tegen onze ambtenaren, brandweerlieden, buschauffeurs of ambulancepersoneel. Wie onze mensen slaat, krijgt een flink pak slaag terug, een hoge straf, een snelle veroordeling en een gepeperde rekening. Dat is de bedoeling, maar gebeurt dat ook? Worden mensen die agressie plegen, direct voorgeleid? Worden, zoals afgesproken, intussen hogere straffen geëist en zijn wij al zover dat daders de schade daadwerkelijk moeten vergoeden? Zo nee, wanneer is het dan zover?

Ik zie dat deze ministers agressie tegen onze mensen zeer serieus nemen. Zij experimenteren met snelrecht, het verhalen van schade wordt eenvoudiger en de regering gaat serieus werk maken van het SP-voorstel voor een asobevel, dat moet voorkomen dat mensen ergens overlast bezorgen. De SP vroeg eerder al om meer mogelijkheden voor het verhalen van schade en het doen van anoniem aangifte. Ik ben blij dat de ministers hier gehoor aan hebben gegeven, maar het is belangrijk dat de regering en de volksvertegenwoordigers samen normen opstellen en dat geldt ook voor de werkgevers. De SP wil dat slachtoffers van geweld niet zelf hun recht moeten gaan halen. Werkgevers moeten een arm om deze mensen slaan en hen alle lasten uit handen nemen. Doen werkgevers nu altijd aangifte? Volgens mij niet. Kan dit altijd anoniem als mensen dat willen? Zorgen werkgevers ervoor dat de schade daadwerkelijk wordt verhaald? Doen zij dat voor hun mensen? Is de minister bereid slachtoffers een voorschot te geven op de schadevergoeding, zodat zij hier niet op hoeven te wachten totdat alle procedures doorlopen zijn?

Er worden allerlei maatregelen aangekondigd om agressie te voorkomen, bijvoorbeeld camera’s op bussen en ambulances. Als het helpt ben ik daar heel gelukkig mee, maar alleen met het ophangen van camera’s zijn wij er niet. Mensen die door het lint gaan, laten zich niet tegenhouden door camera’s, zeker niet als er ook drank en drugs in het spel zijn. Veiligheid is in de eerste plaats mensenwerk. Alleen al bij Connexion zijn vorig jaar meer dan vierhonderd chauffeurs mishandeld of bedreigd. De conducteur is verdwenen, want er is bezuinigd op veiligheidsmensen en interne communicatie en ook op de schoonmaak en het onderhoud. In een vieze en bekladde bus voelen mensen zich niet veilig.

Het doet mij goed dat de regering mensen in het OV nog steeds ziet als publieke ambtsdragers. Wij hebben de zaak verkocht, maar gelukkig gaat het volgens de ministers nog steeds om publieke mensen. De vermarkting heeft veel kwaad gedaan en de veiligheid in de bus is wegbezuinigd. Sinds 2007 is er geen verplichting meer om het geld dat vervoerders krijgen voor sociale veiligheid, ook daadwerkelijk hieraan te besteden. Veel vervoerders besteden dit aan iets anders.

Mijn collega Emile Roemer is ziek geworden en ik vervang hem in dit overleg. Hij heeft namens de SP een aanvalsplan met elf punten opgesteld voor een veiliger openbaar vervoer. Graag wil ik dit rapport aanbieden1 aan de bewindspersonen. Het zijn elf concrete voorstellen om agressie in het openbaar vervoer bij de wortel aan te pakken. Wij hebben het Offensief voor veiligheid in het OV genoemd. De conducteur moet terugkomen op de tram, metro en trein. Er moet een betere ondersteuning van het personeel op de nachtbus en de nachttrein komen. Buschauffeurs moeten onderling met elkaar kunnen communiceren terwijl zij op de bus rijden. Personeel moet direct inspraak hebben op de dienstregeling, want zij zijn de experts van de straat en weten welke dienstregeling haalbaar is. Uit recent onderzoek van FNV Bondgenoten blijkt dat 50% van de agressie-incidenten in het OV plaatsvindt wanneer sprake is van vertraging. Verder willen wij een alarmknop in de bus die camera’s live doorschakelt naar de meldcentrale en een alarmknop in elke treincoupé, waarmee direct contact kan worden gelegd met de conducteur. Wij willen dat vervoerders namens het personeel aangifte doen en schade verhalen. Dit zijn een aantal punten, maar er staan er nog meer in. Ik zou graag een uitgebreide reactie van de ministers op dit plan ontvangen. Zo niet vandaag, dan later schriftelijk.

Veiligheid is bovenal mensenwerk, maar de politie moet 100 mln. bezuinigen. Deze bezuinigingen leiden tot fors minder agenten. De minister zegt dat dat niet zo is, maar het is wel zo. Een regering die spreekt over veiligheid maar niet bereid is te investeren in de politie, verliest haar geloofwaardigheid. Zijn de bezuinigingen ondertussen van tafel?

«NS-medewerkers Almere slachtoffer mishandeling», «Man uit Heerlen slaat en bedreigt ambulancepersoneel», «Eindhovenaar bedreigt ambtenaar met de dood». Zomaar wat krantenkoppen, het zijn er heel veel. Het gaat niet goed met ons en dit kan de tijdgeest genoemd worden. Mensen hebben steeds minder respect voor de publieke zaak, voor dat wat van ons allemaal is. Mensen gedragen zich niet als verantwoorde burgers, maar als verwende consumenten. Zij eisen van alles, maar dragen weinig bij. Waar komt deze tijdgeest vandaan? Heeft de politiek daar ook een bijdrage aan geleverd? Ons gedrag is mede afhankelijk van de omstandigheden waarin wij leven en die omstandigheden zijn de afgelopen vijfentwintig jaar ingrijpend veranderd. Gemeenschapszin en solidariteit lijken verdacht en eigen belang en competitie worden verheerlijkt.

Politici bepalen niet de geest van de tijd, maar geven daar wel kleur aan. Regeringen hebben zich steeds minder aangetrokken van en minder betrokken getoond bij wat van ons allemaal is. Als de regering publieke diensten vermarkt en de publieke zaak in de uitverkoop doet, is het dan vreemd dat mensen zich minder betrokken voelen bij wat van ons allemaal is? Deelt de minister onze zorg dat de politiek van meer markt en meer eigen verantwoordelijkheid heeft bijgedragen aan de verharding van de samenleving? Deelt de minister mijn opvatting dat wij nu het egoïsme oogsten, dat wij eerder gezaaid hebben?

Mevrouw Verdonk (Verdonk): In de stukken zag ik de evaluatie van de jaarwisseling van 2008–2009. Er is mij een beeld bijgebleven van brandende scholen, veel geweld, alle verloven bij de politie ingetrokken en veel vechtpartijen. In de brief van 3 februari van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) staat dat deze jaarwisseling rustiger is verlopen dan de jaarwisseling van 2007–2008. De beschikbare cijfers illustreren dit beeld. Dit is een positieve ontwikkeling. Het aantal aanhoudingen is gestegen. Dan wordt verwezen naar een paar staatjes over de meldingen. In 2007–2008 waren er tijdens de jaarwisseling 22 433 meldingen en in 2008–2009 waren dat er 22 325. Dat scheelt 108 meldingen en dat is een half procent. Het is inderdaad veel beter gedaan tijdens de afgelopen jaarwisseling dan het jaar ervoor! Op pagina 1 stond vermeld dat «De beschikbare cijfers illustreren dit positieve beeld.» Op pagina 4 onderaan lees ik: «Zoals hiervoor vermeld is een verantwoorde vergelijking met de jaarwisseling 2007–2008 niet mogelijk.» Ik hoor graag een toelichting van de minister. Welke pagina is juist, 1 of 4?

In tabel 1 staat verder vermeld dat er in 2007–2008 3600 aangiften zijn gedaan en nu 2600. In het algemeen wordt slechts van een kwart van alle zaken aangifte gedaan. Klopt dat? Dat zou betekenen dat het werkelijke cijfer vier keer zo hoog ligt.

Ik las verder dat door de politie 638 zaken die aan de jaarwisseling gerelateerd zijn, zijn aangebracht bij het Openbaar Ministerie (OM). Dat is afgezet tegen het aantal van 2600 nog geen 25%. Waarom is dit aantal zo laag?

Er wordt veel gesproken over snelrecht. Tijdens de jaarwisseling werden slechts 94 zaken afgedaan via het snelrecht. Er werden 41 van de in totaal 71 aangehouden personen in verzekering gesteld naar aanleiding van geweld tegen personen in een publieke functie en dat is net iets meer dan de helft. In totaal waren er 229 incidenten. Het is een grote getallenbrij en het gaat nergens over. Er wordt gedaan alsof het tijdens de afgelopen jaarwisseling veel beter is gegaan dan de jaren ervoor. Bij dit kabinet onderken ik altijd deze houding bij dit soort onderwerpen. Er bestaat geen enkel gevoel van urgentie en alle problemen worden van tafel geveegd: «Er is niets aan de hand, het viel wel mee, het ging beter dan in 2007.» Graag op alle punten een toelichting door de minister van BZK.

Twee maanden geleden stond geweld tegen personen met een openbare functie nog op de voorpagina van de krant, maar tegenwoordig staat het in een klein berichtje op pagina 5. Trots op Nederland wil dat iedereen die geweld pleegt tegen een persoon in een publieke functie, meteen een administratieve boete opgelegd krijgt van € 10 000. Met dat geld wordt de schadevergoeding betaald aan het slachtoffer. Dat geld moet wel worden geïnd en men moet niet met het excuus komen dat je van een kale kip niet kunt plukken, want iedereen heeft twee handen en iedereen kan werken en dat moet ook, eventueel in een werkkamp.

Bij het OV moeten er zo snel mogelijk noodknoppen komen in de bussen. In de grote steden moeten actieteams rondrijden, die als er op de knop gedrukt wordt, de melding kunnen opvolgen en hulp kunnen verlenen. Op het platteland moet de conducteur terugkomen op de tram en de bus, zodat er twee mensen in de bus aanwezig zijn. Ik hoor het niemand noemen, maar wij weten allemaal dat veel van dit geweld en zeker in de grote steden, wordt gepleegd door groepen Marokkaanse jongens. Ik heb het hier nog niet gehoord, maar ik hoor dit van elke politieagent en zelfs van de buschauffeur in Veenendaal. Iedereen kent de grootste daders van dit soort geweld, maar ik hoor hier niemand over spreken. Wij kunnen wel camera’s ophangen in bussen en treinen, maar wij maken ons belachelijk als wij het goed vinden dat deze Marokkaanse jongens de capuchon over hun hoofd trekken om onherkenbaar te zijn. Ik wil deze keer graag een serieuze reactie krijgen van de minister van Justitie op dit voorstel.

Dit kabinet heeft geen enkel gevoel van urgentie. Je moet je niet voorstellen dat je werknemer bent in een openbare functie die met dit geweld te maken heeft en afhankelijk is van maatregelen van dit kabinet. Het is een nachtmerrie.

De heer Heemelaar (GroenLinks): Voorzitter. De toename van geweld tegen publieke ambtsdragers is ook voor GroenLinks onacceptabel. Ik was op 30 maart samen met de heer Roemer van de SP en mevrouw Roefs van de PvdA bij een congres van FNV Bondgenoten en toen hebben wij uitgebreid verslag gekregen van de buschauffeurs die een inventarisatie hadden gedaan van het geweld en van de dadergroepen. Dat beeld was totaal anders dan wat mevrouw Verdonk naar voren brengt, want het is een gevarieerd en diffuus beeld van leeftijden, kleuren en andere variëteiten. Het beeld dat de buschauffeurs naar voren brachten over de toename van de sociale onveiligheid was zeer gevarieerd.

Ik waardeer het juist dat er heel veel gedaan wordt door de regering. Dat congres was op 30 maart en op 6 april heeft de FNV landelijk alarm geslagen. Binnen een week was er volgens mij heel veel media-aandacht voor allerlei bijeenkomsten waar burgemeesters en ministers verklaarden dat zij dit niet accepteren. Vervolgens is er al een bijeenkomst geweest van de Taskforce waar zowel de ministers van BZK en Justitie en de staatssecretaris aan deelnemen. Er gebeurt al veel, maar de vraag is of de goede dingen gebeuren.

Voor GroenLinks is het van het grootste belang dat er meer sociale controle komt. Wij ondersteunen de voorstellen om meer controleurs in de bus en trein in te zetten. Er kunnen camera’s opgehangen worden, maar het is veel belangrijker dat je de monitor laat bekijken en dat mensen iets met de data doen. De pakkans moet vergroot worden en ook dat is mensenwerk. Als er ergens iets gebeurt, moet er snel actie worden ondernomen door politie en justitie. Dat kan beter.

De aanbesteding geeft problemen over het inzetten van dit geld voor maatregelen gericht op de sociale veiligheid. Tijdens de bijeenkomst met de vakbond werd duidelijk dat er met het systeem van publieke aanbesteding altijd een keuze gemaakt moet worden. Als er eisen worden gesteld aan de veiligheid en het investeren in personeel, dan gaat dit ten koste van de rechtspositie van de chauffeurs of van andere zaken. Is de regering met ons van mening dat de veiligheid apart moeten worden gefinancierd vanuit de centrale overheid? Zo niet, dan gebeurt het te weinig of onvoldoende.

Het zou goed zijn als in het hele land crisisteams klaar staan met minstens twee medewerkers van een busbedrijf of van de NS. De ene buschauffeur zorgt voor opvang van de chauffeur die mishandeld is en gaat met hem naar de politie om aangifte te doen. De tweede medewerker van het crisisteam neemt de besturing van de bus over. Wij denken dat dit een goede structurele ingreep zou zijn, omdat het nog te vaak voorkomt dat chauffeurs nadat zij geïntimideerd of mishandeld zijn, door moeten rijden met alle kwalijke gevolgen van dien en dat zij ook nog eens een keer een schuldgevoel aangepraat krijgen en onder druk gezet worden door reizigers die op tijd op hun werk willen zijn.

De landelijke coördinator geweld in het openbaar vervoer was aanwezig bij die bijeenkomst van FNV Bondgenoten. Ik heb daar naar voren gebracht dat het nu al mogelijk is om anoniem aangifte te doen van geweld tegen publieke ambtsdragers, maar de meerderheid van de buschauffeurs en de politieagenten weten dit nog niet. Dit moet echt bekend gemaakt worden, want mensen zijn bang voor represailles tegen henzelf of hun gezin.

Voorzitter: Leerdam

Mevrouw Griffith (VVD): Voorzitter. Agressie en geweld tegen onze helpers is onacceptabel. Slaan, schoppen, bespugen, beledigen en bedreigen van onze helpers is niet normaal. Het probleem is dat burgers die agressie en geweld plegen, onze helpers niet als zodanig zien en respecteren. Het valt mij op dat geweldplegers niet alleen maar jongeren zijn, maar vaak ook volwassenen en volwassen mannen. Volwassen mannen zouden het goede voorbeeld moeten geven, maar dat gebeurt dus niet. In de krant kun je lezen dat een 33-jarige Delftenaar met de politie op de vuist gaat, omdat een 43-jarige man uit Oss zijn sigaret in het gezicht van een politieagent schiet of dat een 20-jarige man en 50-jarige man uit Wassenaar agressief gedrag vertonen bij hun aanhouding. Dan gaat het over volwassenen. Ik vraag aan de minister van Justitie of het OM bij de strafeis extra rekening houdt met de leeftijd van de daders. Wij zien graag dat de leeftijd van de daders die geweld plegen tegen mensen met een publieke functie, als een strafverzwarende eis zou gelden.

Ik ben niet gelukkig als ik de krant lees en naar het journaal kijk. Ik zie toenemende aandacht in de media. Hier zou men blij mee moeten zijn, omdat men ervan uit kan gaan dat de acceptatie vermindert door de maatschappelijke verontwaardiging en bewustwording. Dat is een goede zaak. Alle inspanningen en de inzet van het kabinet, de werkgevers, de politie en het OM vind ik echter onvoldoende in de media en bij de beeldvorming terug. Waarom komt dit onvoldoende naar buiten? Mijn fractie vindt dat de positieve bijdrage van het kabinet ook weerspiegeld zou moeten worden in de media. Hoe wil de minister van Justitie bereiken dat het positieve beeld van alle inspanningen goed in de media naar voren komt?

De keerzijde van deze media-aandacht is dat het gevoel ontstaat dat het aantal incidenten toeneemt. Ik lees hier verschillende berichten over. Werkgevers zeggen zelf dat bij het OV geen sprake is van toename, maar meten is weten. Dit dossier kenmerkt zich door een gebrekkige registratie van geweldsincidenten tegen dienstverleners, zowel bij het stads- en streekvervoer als bij ambulancepersoneel, politie en brandweer. Er is een gebrekkige registratie en dat vindt mijn fractie zorgelijk. Wij hebben geen goed inzicht in de omvang, oorzaken en oplossingen. Politie, gemeenten en vervoersbedrijven wisselen geen informatie met elkaar uit. Wij vinden dat er op regionaal niveau wel informatie uitgewisseld moet worden. In het verleden heb ik aan de vorige minister van BZK een voorstel gedaan om een zwartboek aan te leggen van alle daders die zich schuldig maken aan geweld en agressie. Hoe staat het hiermee?

Er zijn een hoop maatregelen genomen en er zijn duidelijke normen geformuleerd. De aangifte wordt gestimuleerd en de politie doet extra inspanningen. Er is een dubbele strafeis, een openbaarvervoersverbod, een verbod op uitkeringen aan degenen die zich asociaal gedragen bij de sociale dienst, lik op stuk en snelrecht. De overheid heeft een stimuleringsregeling in het leven geroepen De minister heeft ons een overzicht verstrekt van de gehonoreerde aanvragen. Ik zie een onevenwichtigheid bij het aantal gehonoreerde aanvragen. Amsterdam is goed vertegenwoordigd als het gaat over het CWI en het GVB. Andere gemeenten met overlast zoals Almere, Rotterdam, Den Haag en Arnhem ontbreken. Kan de minister van BZK dit verklaren? Dit is ook van belang omdat uit cijfers van de KLPD blijkt dat de meeste incidenten van geweld tegen werknemers met een publieke functie voorkomen in de regio Rotterdam-Rijnmond, Holland-Midden en Friesland. Waarom bestaat deze onevenwichtigheid? Het valt mij op dat bij de gehonoreerde gelden op basis van de stimuleringsregeling geen enkel politiekorps een verzoek heeft ingediend. Heeft de minister daar een verklaring voor? Ik ben ook benieuwd naar de evaluatie van de bestedingen en de effecten van de verstrekte bijdragen. Kan de minister iets zeggen over het tijdpad en de beoogde effecten?

Wij hebben twee rapporten ontvangen, een onderzoek naar de Polaris-richtlijn en het rapport Bont en Blauw. Ik denk dat je goed gekwalificeerd moet zijn om de rapporten te kunnen lezen. De uitkomsten vind ik zorgelijk. De bekendheid bij het OM van de interne Polaris-richtlijn is gebrekkig. Uniformiteit van geweldsprotocollen bij de politie in de uitvoeringspraktijk ontbreekt. Er is gebrek aan informatie in strafdossiers. Zo ontbreekt het requisitoir en de registratie. De officier van justitie leeft het transactiebedrag niet na dat voortvloeit uit het BOS-systeem. Vindt het kabinet dat het OM zich moet houden aan de 100% verhoging, de dubbele strafeis en dat de officier van justitie daar niet van kan afwijken?

Ik stel prijs op een vervolg van het onderzoek. In 2006 heeft de Kamer om dit onderzoek gevraagd en dat ligt nu in 2009 voor. Ik vraag nu al om een vervolg van het onderzoek om te zien of alle aanbevelingen uit deze rapporten daadwerkelijk worden nageleefd. Worden deze meegenomen in de halfjaarlijkse voortgangsrapportage? Hierin wil ik ook graag de tien punten uit het plan van FNV Bondgenoten terugzien.

Ik wil graag van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat horen hoe de colleges van Gedeputeerde Staten (GS) en de dagelijkse bestuurders van de stadsregio’s gereageerd hebben op haar brief met het verzoek om actief betrokken te worden bij dit onderwerp.

Ik verzoek de minister te bewerkstelligen dat het rapport van de Commissie overlast jaarwisseling over ernstige overlast en voetbalvandalisme dat wij in de Kamer hebben besproken, zo snel mogelijk naar de Eerste Kamer wordt gestuurd.

De heer Heemelaar (GroenLinks): Wat vindt de VVD van de financiering van het tienpuntenplan van de FNV? Er is veel geld nodig om alle maatregelen uit te voeren. Vindt u dat de werkgevers dat moeten betalen of dat de landelijke en regionale overheden hieraan moeten bijdragen?

Mevrouw Griffith (VVD): De aanpak van geweld en agressie tegen hulpverleners is niet een of/of, maar een en/en verhaal. Zowel de werkgever, de burger als de overheid is ervoor verantwoordelijk. Ik sprak over een stimuleringsregeling met financiële overheidsmiddelen waarvoor alle instanties een aanvraag kunnen indienen. Ik wil de FNV vragen een goed uitgewerkt plan in te dienen bij de minister van BZK. Ik begrijp dat er een Taskforce in het leven is geroepen waarbij alle betrokken organisaties inclusief de FNV met elkaar overleggen over de aanpak van deze problematiek. Het geld is beschikbaar, maar zij moeten weten bij welk loket zij hun aanvraag kunnen indienen.

Voor het terugdringen van geweld tegen dienstverleners zijn meerdere personen verantwoordelijk. Er moet een multidisciplinaire aanpak komen. Burgers zijn zelf verantwoordelijk voor het hufterige gedrag en moeten daar zwaar voor gestraft worden, maar ook werkgevers hebben een verantwoordelijkheid bij het trainen van medewerkers, adequate werkomstandigheden, begeleiding bij het aangiftetraject en de nazorg. Ook de overheid heeft een verantwoordelijkheid. De minister van BZK heeft de regie en dient een en ander te coördineren en te faciliteren en waar mogelijk, de resultaten effectief te communiceren.

De heer Brinkman (PVV): Voorzitter. Om het geweld tegen buschauffeurs, kaartcontroleurs, ambulancepersoneel, parkeercontroleurs en politie goed te kunnen begrijpen heb ik er behoefte aan de visie van de PVV over de oorzaken uiteen te zetten. Ik ben van mening dat de politiek de hand in eigen boezem moet steken. Wat verwacht je van een mondige maatschappij die ziet dat de overheid en de politiek niet optreden bij diverse misdrijven en overtredingen van de wet? Ik noem maar het drugsgedoogbeleid, het niet optreden bij kraakacties en de zeer slappe straffen. Het bestaan van tientallen klachtencommissies die, wanneer de overheid wel optreedt, graag bereid zijn diezelfde overheid op de vingers te tikken omdat er sprake is van buitenproportioneel optreden. Het legaliseren en generaal pardonneren van tienduizenden illegalen die dit land al jaren geleden hadden moeten verlaten, maar toch gewoon een verblijfsvergunning krijgen. Het binnenhalen van honderdduizenden allochtonen die een afkeer hebben van de Nederlandse waarden en normen, en waarvan velen niet van plan zijn zich hieraan te houden. De politie als handhaver bij uitstek is door klachtencommissies en politici en bestuurders met slappe knieën noodgedwongen verworden tot een sociologisch debatclubje waarvan burgers menen dat hier op elk moment van de dag de discussie mee kan worden aangegaan zonder de beleefdheidsvormen in acht te nemen. Excuus, maar dat moest er even uit.

Wat moet er gedaan worden? De voorstellen van de minister zijn werkelijk beschamend. Dit had elke willekeurige burger in een kroeg tijdens het klaverjassen kunnen bedenken. Is dit na al het geweld tegen publieke ambtsdragers het enige wat het kabinet kan bedenken? Een ov-contactfunctionaris, een toekomstige Taskforce Veiliger Openbaar vervoer, beter administreren, weer meer overlegorganen en weer meer vergaderen.

Ik wil drie zaken bespreken: de straffen, de politie als voorbeeldfunctie en ten slotte een suggestie van de overheid voor alle publieke ambtsdragers.

Wij hadden toch afgesproken dat verdachten van geweld tegen publieke ambtsdragers zwaarder zouden worden gestraft? In de brief van de minister van 19 februari lees ik dat de verhoogde richtlijn niet tot 100% verhoging van de strafeis heeft geleid. Hiervoor bestaan drie redenen, maar kan de minister mij verzekeren dat de drie genoemde redenen aan het eind van het jaar de wereld uit zijn? De derde genoemde reden maakt deel uit van mijn visie op de oorzaken, namelijk dat de rechter bij strafoplegging rekening houdt met andere aspecten, zoals de houding van de verdachte ter zitting. Werkelijk ongelooflijk. Een ambulancebroeder heeft een klap op zijn gezicht gekregen, maar omdat je ter zitting weer met twee woorden spreekt en een schone broek met een colbertje draagt, krijg je minder straf. Daarom moeten wij snel wat doen aan de D66-kliek van slappe rechters. Is ditzelfde ook gebeurd met het meerdere keren uitschelden van de politie door een 20-jarige B.S.? Nadat hij hiervoor werd aangehouden, heeft dezelfde persoon de agent een kopstoot gegeven. Die man heeft ook nog een auto vernield, maar werd daar niet voor veroordeeld. Die gozer kreeg een taakstraf van 75 uur en moest de agent € 250 smartengeld betalen. Dit is één voorbeeld van werkelijk tientallen voorbeelden van het afgelopen jaar. Dit is precies wat de overheid laat liggen. Ik wil van de minister de harde toezegging dat er dubbele straffen geëist worden bij mondeling en fysiek geweld tegen publieke ambtsdragers. Hoe gaat zij dit doen en hoe hard kunnen wij de afspraak maken? Kunnen wij halfjaarlijks op de hoogte worden gehouden van de voortgang? Kunnen wij afspreken dat bij fysiek geweld waarbij letsel is ontstaan, nooit meer een taakstraf of geldboete wordt geëist, maar altijd een gevangenisstraf wordt opgelegd? Het is bekend dat mijn collega De Roon met een wetsvoorstel voor minimumstraffen komt, waarbij de minimumstrafeis vele malen hoger zal zijn. Het zou mooi zijn als wij elkaar hierin kunnen vinden en de minister mij dit zou kunnen toezeggen.

Ik kom bij de drie punten. De politie als voorbeeldfunctie. Het respect begint op straat en daar heeft de politie een voorbeeldfunctie. Als aan de burger geen respect meer wordt gevraagd voor een politieagent, dan is de volgende stap heel gemakkelijk en heeft men ook geen respect meer voor kaartjes- of parkeercontroleurs. Als de politie bepaalde zaken door de vingers ziet of moet zien omdat rechters of bazen dat vinden, dan is het pleit al half verloren. Bij het vorige voorbeeld is het uitstekend dat de politieman uit Woerden besloot de verdachte aan te houden voor belediging. Ik heb dat in het verleden meerdere malen gedaan en tien jaar geleden keek mijn baas daar vreemd van op. Dat is namelijk de basis. Schelden doet geen pijn, maar is wel een eerste aanzet tot aantasting van het gezag van de politie. Daarom moet altijd worden opgetreden bij belediging, ook al betekent dat een mogelijke escalatie. De politie moet niet over zich heen laten lopen en koste wat kost proberen het gezag op straat te herstellen. Bij beledigingen dient aanhouding te volgen en justitie moet altijd tot vervolging overgaan.

Mevrouw De Pater-van der Meer (CDA): Voorzitter. De heer Brinkman begon met een kwalificatie over de politie als korps. Wat is volgens hem de goede voorbeeldfunctie van politieambtenaren? Hij zei dat schelden geen pijn doet, maar dat zou hij eens aan mensen moeten vragen die in hun jeugd jarenlang door schelden vernederd zijn. Wat is het goede voorbeeld dat de heer Brinkman mist in het optreden van de politie, waarmee wij in een klap verlost zijn van geweld tegen politiefunctionarissen?

De heer Brinkman (PVV): Ik heb gezegd dat schelden geen pijn doet, maar dat het wel een eerste aanzet is voor aantasting van het gezag van de politie. De politie moet wel degelijk attent zijn op beledigen en schelden. Dat zijn wij volgens mij met elkaar eens. Daarnaast heb ik gezegd dat ook al is het een klein vergrijp voor de politie, dit het gezag wel aantast en reden is om altijd op te treden. Dat is iets anders dan de normale beleidslijn die op dit moment door de politie gehanteerd wordt. Er wordt eerst een afweging gemaakt of optreden een escalatie teweeg brengt. Als die kans bestaat, dan zal bijna altijd besloten worden om niet door te pakken. Ik vind dat ook bij mogelijke escalatie de politie altijd moet doorpakken. Het gezag op straat moet hersteld worden en dat kan alleen maar als ook deze kleine dingen worden aangepakt. Het is het begin van het eind.

Mevrouw De Pater-van der Meer (CDA): Ik denk dat de heer Brinkman en ik het eens zijn over het leed dat berokkend wordt met stelselmatig schelden. Ik vraag aan u of er op dit moment een tekortkoming bestaat bij adequaat optreden of zijn er andere mechanismen waardoor hufterig gedrag onvoldoende gecorrigeerd wordt?

De heer Brinkman (PVV): Ik heb al verteld dat ik tien jaar geleden met verdachten die mij of mijn collega’s beledigd hadden, het bureau binnenkwam en dat werd door de bazen niet altijd in dank afgenomen, want het was druk en de cellen zaten vol. Tot vandaag bestaat er nog geen beleid voor aanhouding na belediging. Ik kan een paar voorbeelden geven van het plegen van zware misdrijven waar de politie uiteindelijk ook niets aan doet, zoals zeer recent bij rellen in Amsterdam waar auto’s in brand zijn gestoken en een politiebureau is belaagd. Er is bewust door de leiding besloten om niet op te treden met de ME tegen de vijftig tot zestig Marokkaanse daders, omdat er waarschijnlijk een betoging zou volgen en men bang was voor Parijse rellen. In het traject van de-escaleren gaat men al veel verder, want men gaat ook bij zware misdrijven niet tot aanhouding over. De burger en de beginnende straatterrorist zien dat en voelen zich machtig. Daarna is het gemakkelijk om een kaartcontroleur in de tram de huid vol te schelden.

De politie die hard optreedt en duidelijke grenzen stelt, krijgt een grote hoeveelheid klachten aan zijn broek. De klachtencultuur is uit zijn voegen gegroeid en is bijna een industrie geworden. Klachtencommissies worden te pas en te onpas uit de grond gestampt en veel mensen hebben hiermee een leuke bijverdienste. Ik wil afspreken dat één klacht in behandeling wordt genomen en daarna niet meer. Er moet samenhang zijn tussen commissies zodat zij op de hoogte zijn van mensen die over hetzelfde incident een klacht hebben ingediend. Als iemand klaagt en de klacht wordt ongegrond verklaard, dan moet die persoon geen strafrechtelijke procedure meer kunnen starten. Wat vindt de minister hiervan? Is zij het met ons eens dat een klacht die wordt ingediend, binnen zes weken moet zijn afgehandeld?

De politie heeft een voorbeeldfunctie, maar heeft het in vergelijking met andere publieke ambtsdragers vaak wel gemakkelijker. Men loopt niet alleen op straat, er zijn goede verbindingsmiddelen en men is goed bewapend. Dit in tegenstelling tot andere publieke ambtsdragers. Het bewapenen van publieke ambtsdragers is geen bevredigende oplossing, want dit vormt vaak een belemmering voor het goed uitoefenen van de functie. Ook zijn de functionarissen niet getraind. Bij controleurs in het OV ben ik wel een voorstander van meer bewapening, maar moet dat door de mensen zelf worden aangegeven. Hoe denkt de minister over het uitrusten van controleurs met handboeien, pepperspray en wapenstok? Als men daarom vraagt, dan moeten wij daar niet moeilijk over doen.

Wij kennen bij elke politieregio een geweldsprotocol. Dit geweldsprotocol bestaat echter niet voor publieke ambtsdragers. De PVV is van mening dat dit geweldsprotocol er moet komen en dat de overheid hierbij het voortouw moet nemen.

De PVV is van mening dat de politie een prio 2-kwalificatie moet geven aan assistentieverzoeken bij meldingen over bejegening van publieke ambtsdragers. Dat betekent dat zij er met zwaailicht en sirene naar toe moeten rijden. Bij een dergelijke overtreding dient er altijd aanhouding te volgen.

Daders van fysiek en verbaal geweld tegen publieke ambtsdragers moeten harder gestraft worden. Geen taakstraffen of boetes, maar gevangenisstraf. Deze daders moeten het ook financieel voelen. € 250 smartengeld voor de dader van de mishandeling is een lachertje, dus dat moet tien keer zoveel zijn. Bedragen van smartengeld voor publieke ambtsdragers, niet zijnde politie, moeten nog veel hoger liggen, wat mij betreft zelfs twintig keer zoveel. Zij hebben het namelijk vaak moeilijker. Kunnen wij afspreken om bij fysiek geweld tegen de politie een bedrag van minimaal € 2500 af te spreken en € 5000 voor publieke ambtsdragers als smartengeld? Ziet de minister mogelijkheden voor een fonds waarmee de overheid het smartengeld kan voorschieten?

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik heb om € 10 000 gevraagd.

De heer Brinkman (PVV): Ik sluit mij aan bij dit voorstel.

Antwoord van de bewindslieden

Minister Ter Horst: Voorzitter. Ik dank voor de complimenten voor de inzet van het kabinet en de constructieve bijdragen van een aantal Kamerleden.

Mevrouw De Pater-van der Meer heeft gesproken over de doelstelling van het kabinet om het aantal incidenten van agressie tegen werknemers met een publieke taak met 15% te verminderen van 66 naar 51%. In 2007 is een analyse gemaakt van de incidenten. Bij ongeveer 15% is sprake van zaken die redelijk gemakkelijk gewijzigd kunnen worden, zoals zaken in de organisatie, werkomstandigheden of die samenhangen met individuele factoren en procedures. Het moet daarom in ieder geval mogelijk zijn het percentage met 15 te verminderen, maar wij zijn pas blij als dat percentage is teruggebracht naar nul ondanks het feit dat wij verwachten dat dat niet realiseerbaar zal zijn. Ik weet niet of wij deze 15% kunnen realiseren. In de loop van het jaar doen wij een monitor en kunnen wij zien of het percentage daadwerkelijk is gezakt.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik citeer de minister dat het gaat om 15% van «zaken die redelijk gemakkelijk te wijzigen zijn.» Dan kan er toch een nieuwe reële ambitie gesteld worden die minimaal het dubbele is?

Minister Ter Horst: Misschien is het verstandig te kijken naar waar wij in september staan als de monitor wordt opgesteld. Dan weten wij of dat percentage daadwerkelijk verlaagd is. Indien op dat moment al een vermindering van 15% gerealiseerd is, dan zullen wij uiteraard de doelstelling bijstellen want er is geen reden om onze activiteiten aan het einde van het jaar te stoppen. Dit project loopt in ieder geval door tijdens de kabinetsperiode tot 2011. Wij gaan door met de doelstelling van nul incidenten.

Mevrouw Kuiken heeft gevraagd naar de omstandigheden in andere landen. Het beeld dat wij van andere Europese landen hebben zoals het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, is dat ook daar de agressie aan het toenemen is. Wij praten in Europees verband met andere landen over deze problematiek om van elkaar te leren.

De heer Hemelaar heeft voorgesteld om een landelijke aanpak te realiseren en niet per sector. Dat proberen wij als kabinet op te volgen. Er is een folder uitgegeven waarin alle werkgevers met werknemers met een publieke taak verzocht worden om acht maatregelen te nemen. Op de eerste plaats moet er een norm zijn binnen de sector voor wat acceptabel is, op de tweede plaats moeten de werknemers incidenten altijd melden bij hun werkgever, op de derde plaats moeten incidenten van agressie en geweld door de werkgever altijd worden geregistreerd, op de vierde plaats moeten werknemers een training krijgen in het voorkomen, beperken of afhandelen van agressie en geweld, in de vijfde plaats moet de werkgever altijd binnen 48 uur een reactie geven aan de dader, in de zesde plaats moet schade zoveel mogelijk wordt verhaald op de dader, in de zevende plaats moet de werkgever altijd aangifte doen bij bedreiging of fysiek geweld en in de achtste plaats moet aan slachtoffers altijd nazorg worden verleend. Dat zijn de acht punten die werkgevers moeten opvolgen. Daarnaast hebben wij met de politie afgesproken dat bij aangifte altijd proces-verbaal wordt opgemaakt. Met het OM is afgesproken dat er een dubbele strafeis geldt. Dat is het totale pakket dat wij inzetten tegen agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak.

De heer Van Raak (SP): In september wordt duidelijk of agressie altijd wordt voorgeleid, altijd hogere straffen worden geëist en altijd aan schadevergoeding wordt gewerkt. De minister noemt acht punten voor de werkgever. Dat is veel, maar tien is mooier. Waarom is aan de acht punten niet toegevoegd dat de werkgever zijn arm om het slachtoffer slaat en dat hij de schade gaat verhalen? De overheid kan de schade voorschieten zodat mensen niet lang hoeven te wachten.

Minister Ter Horst: Voorzitter. Ik kom uitgebreid terug op het schadeverhaal.

Wij willen ervoor zorgen dat er landelijk een cao veiligheid komt. Dat is een voorbeeld van een landelijke in plaats van een sectorale aanpak.

Ik kom bij het tienpuntenplan van de FNV. Wij hebben afgesproken om samen te werken met de FNV om deze tien punten te realiseren. Gedeeltelijk ligt de oplossing bij de werkgevers, zoals bij de opvang en nazorg. Wij zullen de FNV helpen om te zorgen dat de werkgevers daarop actie nemen.

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat zal zich inzetten voor veilige en overzichtelijke eindpunten en stations.

Mevrouw Kuiken heeft gezegd dat het belangrijk is dat de werkgevers deze kwestie moeten aanpakken. Dat doen wij via de acht punten. Door gesprekken met werkgevers zijn wij bezig met een cultuurverandering. Werkgevers, maar ook werknemers moeten zich realiseren dat agressie en geweld geen normaal onderdeel uitmaken van het dagelijkse werk. Toen ik een week minister was, heb ik een aantal mensen gesproken in Rotterdam die geconfronteerd werden met agressie en geweld. Van deze mensen hoorde ik dat het elke dag raak is. Wij moeten terug naar het uitgangspunt dat werknemers het niet meer accepteren. Onze wet- en regelgeving maken het mogelijk dat mensen hun werk niet meer hoeven uit te voeren in deze omstandigheden. Deze mogelijkheid bestaat en mensen moeten hier gebruik van maken. Dit jaar volgt een gesprek met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de beschermingsplicht van werkgevers. Deze plicht wordt in de Arbowet vastgelegd. Er ligt een modelaanpak klaar voor werkgevers, de arbocatalogus, waarin de plichten vermeld staan. Wij ondersteunen de ABVAKABO FNV bij het tot stand komen van de cao Veiligheid.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): De minister van BZK is werkgever van de politie. Bedoelt de minister dat als men op het werk te veel rottigheid meemaakt, de politieagent zijn werk kan neerleggen?

Minister Ter Horst: Wij praten vaak over werknemers met een publieke taak waarmee de politie gelijk wordt gesteld, maar er bestaat een essentieel verschil omdat de politie het geweldsmonopolie heeft. In artikel 29 van de Arbowet is opgenomen dat een werknemer bevoegd is om bij ernstig gevaar de dienstverlening te staken. Voor de politie geldt dat zij in dergelijke omstandigheden daadwerkelijk kan optreden, maar dat geldt niet voor bijvoorbeeld een werknemer van de Sociale Dienst. Deze werknemers kunnen ophouden met hun dienstverlening. Hetzelfde geldt voor artsen die mogen weigeren om zorg te verlenen aan een patiënt die geweld gebruikt. Dat is ook door de Rechtbank Den Haag in een uitspraak vastgesteld. Dat is een belangrijke bescherming van onze werknemers.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): De minister weet toch goed dat als de politie alleen maar naar zijn pistool kijkt, hij vijf rapporten moet opmaken en bij zes bazen op het matje moet komen. Het geweldsmonopolie heeft toch geen betekenis meer? Ik ken politieagenten die elke dag beledigd en bespuugd worden. Het geweldsmonopolie heeft hierbij geen enkele betekenis. De minister geeft hiermee als werkgever van de politie een brevet van onvermogen af.

Minister Ter Horst: Mevrouw Verdonk laat drie redeneringen door elkaar lopen. Ook bij de politie moet het geweld verminderen en daarom is de politie ook in dit project opgenomen. De politie heeft net als andere werkgevers de mogelijkheid om daar iets aan te doen. De Arbowet maakt het mogelijk dat de werknemer de dienstverlening staakt, maar ik vind dat de politie een andere positie heeft dan andere werknemers met een publieke taak, omdat zij het geweldsmonopolie heeft. De politie maakt wel degelijk onderdeel uit van het project, want het geweld tegen de politie nemen wij ook serieus.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Dat betekent dat de politieagent zijn werkzaamheden niet kan stoppen.

Minister Ter Horst: Als een politieagent in onveilige omstandigheden verkeert en hij kan niet direct beschikken over versterking, dan kan de politieagent zich terugtrekken, want hij moet voor zijn eigen veiligheid opkomen. In de Arbowet gaat het over het staken van de dienstverlening en dat is iets anders.

De heer Brinkman (PVV): Waarom zou de politieagent zich terugtrekken? Hij heeft toch een pistool? Als hij dat trekt, dan luisteren ze wel. De minister geeft zelf het belang aan van optreden door de politie, maar anderzijds worden voor de politie ongelooflijke barrières opgeworpen bij gebruik van het pistool. Waarom wordt het geweldsmonopolie niet gewoon geregeld en zichtbaar gemaakt?

Minister Ter Horst: Er kunnen verschillende opvattingen zijn over het geweldsmonopolie, maar dat is niet het onderwerp van dit algemeen overleg. Ik ben altijd bereid om daar met de commissie over te spreken.

Mevrouw De Pater-van der Meer heeft gevraagd waarom er niet één registratiesysteem bestaat en iedere sector een eigen systeem hanteert. De ene sector is verder met het ontwikkeltraject dan de andere sector en zij verschillen van elkaar in grootte en aard van het werk. Ik vind het belangrijk dat alle organisaties tot registratie overgaan. Als wij één registratiesysteem verplicht stellen, zal dat weer twee jaar gaan duren en dat duurt te lang. Met de gemeenten hebben wij afgesproken om tot een eensluidend registratiesysteem te komen en dat is een grote stap. Als dit systeem afwijkt van dat van de politie, dan is dat niet doorslaggevend. De systemen bieden de mogelijkheid van een totaaltelling, welke informatie wij vervolgens weer aan de Kamer kunnen voorleggen.

Mevrouw De Pater-van der Meer (CDA): Het moet mogelijk zijn dat iedereen het eigen registratiesysteem handhaaft, als de aansluiting tussen de verschillende registratiesystemen maar niet ontbreekt.

Minister Ter Horst: Bij dit registratiesysteem is het niet noodzakelijk dat een organisatie op de hoogte moet zijn van de registratie van een andere organisatie. Soms is dat wel noodzakelijk, zoals bij het elektronische kinddossier. Hier is het belangrijk dat er geregistreerd wordt en dat wij als Rijk tot een totaaltelling kunnen komen, zodat duidelijk wordt hoe vaak bepaalde incidenten voorkomen.

Mevrouw De Pater-van der Meer (CDA): Kunnen wij dan zien of een en dezelfde persoon op verschillende plaatsen steeds dezelfde soort rottigheid uithaalt?

Minister Ter Horst: Ik krijg geen lijsten met namen binnen van mensen die zich misdragen. Hierbij speelt het privacybeginsel.

Mevrouw De Pater-van der Meer heeft gevraagd naar het verschil in prioriteit en snelheid bij de nazorg. Wij eisen van alle werkgevers dat zij nazorg verlenen. Dat betekent niet dat alle werkgevers dat geregeld hebben. Als voorbeeld neem ik de Sociale Dienst. Het aantal pandontzeggingen voor misdragingen bij de Sociale Dienst neemt toe. In 2007 was dat 20,5% en in 2008 36,4%. Het aantal mensen dat gesommeerd wordt om het pand te verlaten, neemt toe. Ook het doen van aangifte is gestegen van 4,7% naar 11%. Dit zijn voorbeelden van actieve actie van de Sociale Dienst in hun eigen panden tegen mensen die zich agressief gedragen.

Er bestaat een divers beeld bij het verhalen van schade door organisaties. Kleine organisaties hebben daar meer moeite mee dan grote. De NS en de politie doen dat standaard. Voor kleine organisaties richten wij een kennis- en expertisecentrum op voor hulp bij het verhalen van schade.

De jeugdzorg investeert in de aanpak van agressie en geweld door het overnemen van de acht aanbevelingen. Zij doen mee met een pilot over aangiftebereidheid en zij nemen deel aan de meting over aard en omvang.

Mevrouw Kuiken heeft gevraagd of organisaties die hun verantwoordelijkheid niet nemen voor de veiligheid van hun werknemers, aansprakelijk gesteld kunnen worden voor nalatigheid. De Arbodienst schrijft dwingend een aantal maatregelen voor om de werknemers te beschermen tegen onveilige werkomstandigheden. Als de werkgever hier aantoonbaar niet aan voldoet, kan de werknemer hem hierop aanspreken. Het Burgerlijk Wetboek biedt hiervoor mogelijkheden. De Arbeidsinspectie kan de werkgever een boete opleggen en erop toezien dat de maatregelen alsnog worden getroffen.

Mevrouw De Pater-van der Meer heeft gevraagd naar de pilot met camera’s op ambulances. Op dit moment doen er vier regio’s aan mee: Den Haag, Rotterdam, het UMCG Drenthe en het Verenigd Ziekenvervoer in Amsterdam. Er is een prepilot geweest in Den Haag en het UMCG Drenthe. De kwaliteit van de beelden was onvoldoende. Er is een nieuw technisch systeem ontwikkeld door publiek-private samenwerking, waardoor de kwaliteit van de beelden significant is verbeterd. De verwachting is dat de ambulances in de vier genoemde regio’s in mei worden uitgerust met camera’s. De pilotperiode is verkort tot oktober 2009. Wij kunnen de Kamer in het najaar van 2009 informeren over de resultaten van deze pilot.

Er is gevraagd naar de stimuleringsregeling. In 2008 kan iedere werkgever een beroep doen op deze regeling. Werkgevers uit diverse regio’s hebben hieraan deelgenomen, zoals uit Rotterdam, Haarlem, Groningen en Apeldoorn.

Mevrouw Griffith heeft gevraagd naar de effectiviteit van de stimuleringsregeling. Eind 2009 zullen de deelresultaten van de in 2008 toegekende projecten bekend zijn. De best practice en opgedane kennis worden verspreid onder de werkgevers. De resultaten worden meegenomen in de voortgangsrapportage in december 2009.

Er is gevraagd hoe vaak schade wordt verhaald van het slachtoffer op de dader.

Mevrouw Griffith (VVD): De minister coördineert de aanpak. Ik ga ervan uit dat als er een onevenwichtigheid is bij het aanmelden, de minister dit signaleert en er iets aan doet. Wat doet de minister eraan om tot een evenwichtige verdeling te komen? Waarom heeft tot nu toe geen enkel politiekorps een aanvraag ingediend?

Minister Ter Horst: Misschien hebben zij geld genoeg om dit aan te pakken. Als er een onbalans is tussen problematiek en de aanvraag van gelden uit de stimuleringsregeling, dan wijzen wij de betreffende instanties op de mogelijkheid van deze regeling. De stimuleringsregeling wordt bekend gemaakt en wij wijzen werkgevers erop.

De heer Van Raak (SP): Voorzitter. Ik vind het een rare opvatting van besturen. Als er een regeling is ingesteld, moet ervoor gezorgd worden dat iedereen hier gebruik van maakt. Waarom wordt dit niet bij de politie benadrukt?

Minister Ter Horst: Uiteraard is het zo dat wij de stimuleringsregeling onder de aandacht brengen van alle organisaties. Dat spreekt voor zich.

De heer Van Raak (SP): Als mensen er geen gebruik van maken en wij vinden dat dat wel moet gebeuren, dan moet er overlegd worden over het belang van deze regelingen.

Minister Ter Horst: Als er een stimuleringsregeling is en er wordt geen gebruik van gemaakt, dan brengen wij deze regeling onder de aandacht van de betreffende instanties. Het kan ook zo zijn dat aanvragen voor de stimuleringsregeling niet worden gehonoreerd, omdat de aanvrager niet aan de eisen voldoet.

Er is gevraagd hoe vaak materiële en immateriële schade worden verhaald op de dader. Wij hebben op dit moment geen overzicht van het aantal gevallen waarin dat gebeurt. Er is een beperkt aantal organisaties dat een centrale registratie bijhoudt. Ik kan als voorbeeld noemen de politie Hollands Midden. Zij zijn al zes jaar bezig met het verhalen van schade op daders van agressie en geweld. Het gaat in totaal over € 570 000 schade. Hiervan heeft de rechter € 520 000 toegewezen en de daders veroordeeld tot betaling hiervan. Het korps heeft hiervan € 470 000 ontvangen voor materiële en immateriële schade.

Er is ook gevraagd naar afspraken over het vergoeden van de geleden schade door organisaties aan hun werknemers en het verhalen daarvan op de daders. Als schade op de daders verhaald kan worden, dan is het niet altijd gewenst dat de werkgevers de schade al vergoeden aan de werknemers, want dan kan men zich niet meer voegen in het strafproces en dat kan nadelig zijn. De werkgever kan de schade wel voorschieten en dat gebeurt ook. Wij stimuleren de werkgevers om dat te doen.

Er is gevraagd naar gedragsinterventie. Dit is een onderwerp voor de minister van Justitie.

Mevrouw Kuiken heeft gevraagd naar gedragsverandering. Er loopt een aantal projecten om tot gedragsverandering te komen bij jongeren, zoals bij Connexion waar overlastgevende jongeren moeten samenwerken en meelopen met controleurs en toezichthouders zodat er wederzijds begrip ontstaat en bewustwording bij de jongeren. In de meeste gevallen van geweld is het niet aan de orde, maar als jongeren overlast veroorzaken waar geen straf voor kan worden opgelegd, worden projecten van deze aard aangeboden. Als bepaald gedrag bestraft moet worden, dan gebeurt dat ook.

De heer Brinkman (PVV): Hoeveel jongeren zijn hierbij betrokken? Wat is het gevolg geweest van dit soort projecten? Er zijn er honderden van. De resultaten van deze projecten zijn nihil en het is weggegooid geld.

Minister Ter Horst: Ik weet dat de heer Brinkman geen enkel vertrouwen heeft in deze projecten. Zodra wij de cijfers over het aantal jongeren en de gevolgen van deze aanpak beschikbaar hebben, zullen wij deze aan de Kamer voorleggen.

Mevrouw Verdonk heeft gevraagd of er gekort kan worden op de kinderbijslag. Dat kan niet, maar als iemand zich herhaaldelijk misdraagt bijvoorbeeld in het pand van de Sociale Dienst, kan er gekort worden op de uitkering.

Mevrouw Verdonk heeft gevraagd naar de cijfers en de geringe terugloop bij het aantal meldingen. Het aantal aangiften is sterk gedaald van 3600 naar 2600. Daaruit kan men concluderen dat het aantal ernstige gevallen met een derde is verminderd. Dat kan een positief teken zijn. Het aantal aanhoudingen is gestegen van 800 naar 1100. Tijdens oud en nieuw wordt geen agressie meer geaccepteerd en er zal meteen worden aangehouden. Wij kunnen nu moeilijk een vergelijking maken met het jaar daarvoor. Wij hebben afgesproken dat het registratiesysteem dat gehanteerd is tijdens de jaarwisseling van 2008–2009, ook volgend jaar wordt gehanteerd. Dat betekent dat wij volgend jaar een goede landelijke vergelijking kunnen maken tussen meldingen, incidenten, aangifte en aanhouding.

Mevrouw Verdonk: (Verdonk): Mag ik de minister vragen dat, op het moment dat volgend jaar de cijfers in dezelfde verhouding liggen als vorig jaar en dit jaar bij de jaarwisseling, de teneur van de brief dan niet is dat het allemaal beter is gegaan en dat er een positieve ontwikkeling is? De minister moet dan met een reëel beeld komen van wat er gebeurd is.

Minister Ter Horst: Wij proberen de zaak niet positiever voor te stellen dan deze is. Wij hebben politie, brandweer en andere hulpverleners geraadpleegd. Zij vonden dat het een rustiger oud en nieuw is geweest dan het jaar ervoor. Ik ben het ermee eens dat de cijfers het belangrijkste zijn. Volgend jaar zullen wij dit weer meten.

Mevrouw Verdonk heeft gevraagd naar het aantal zaken dat bij het OM is aangebracht. Het aantal bij het OM aangebrachte zaken was 638, het aantal aangiften was vier keer zo hoog. Het verschil is te vinden in het aantal politiesepots, de dader was niet altijd bekend, het bewijs was niet altijd voldoende en meer mensen doen aangifte van dezelfde zaak. Dat zijn de redenen voor het verschil tussen het aantal aangebrachte zaken en het aantal aangiften.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): In driekwart van de gevallen is dus sprake geweest van sepot. Vindt de minister dat normaal?

Minister Ter Horst: Deze vraag over de strafrechtelijke handhaving verwijs ik door naar de minister van Justitie.

Mevrouw Griffith heeft gevraagd naar het wetsvoorstel voor maatregelen ter bestrijding van voetbalvandalisme en ernstige overlast. Dit voorstel is van belang om deze problematiek op te lossen. Het ligt op dit moment bij de Eerste Kamer. Wij streven naar inwerkingtreding in het najaar, zodat dit van toepassing kan zijn voor oud en nieuw dit jaar.

Ik kom bij de vragen van de heer Brinkman. De heer Brinkman begint zijn betoog met de opmerking dat de maatregelen die de regering neemt, beschamend zijn en dat stimuleert mij niet om enthousiast te reageren op zijn inbreng. Als ministers en staatssecretaris zijn wij ook onderdeel van de openbare sector en het openbaar bestuur. Ik vind dat ik van een Kamerlid mag verwachten dat hij met respect spreekt tegen de regering. Iemand die zijn betoog zonder onderbouwing begint met het woord beschamend, stimuleert mij niet zijn vragen te beantwoorden. Als hij bereid is om zijn woorden terug te nemen, zal ik in tweede termijn zijn vragen beantwoorden.

De heer Brinkman (PVV): Ik ben mijn betoog begonnen met uit te leggen wat in onze beleving de oorzaken zijn van het huidige geweldsgebeuren. Ik heb aangegeven waarom ik het beleid van de minister in dit geval beschamend vindt. Als de minister zo weinig respect heeft en mijn vragen niet wil beantwoorden, dan laat ik dat over aan de minister. Mijn achterban zal niet echt teleurgesteld zijn in deze minister.

Minister Hirsch Ballin: Voorzitter. Het is in mijn ogen buitengewoon belangrijk voor de aanpak van de problematiek dat de inspanningen van mijn collega’s en van mij op elkaar zijn afgestemd. De werkgevers en de vervoersector maken zich druk over deze problemen, maar er wordt te weinig aandacht besteed aan de manier waarop een bestraffing kan inhaken op het preventie- en ontmoedigingsbeleid. Dat zeg ik anticiperend op het antwoord van collega Huizinga over de inspanningen in de vervoersector voor het versterken van de veiligheid en het gevoel van veiligheid bij personeel en passagiers. Wij proberen met deze op elkaar afgestemde maatregelen tot de best mogelijke resultaten te komen.

Ik bedank voor de intense belangstelling die blijkt uit de vragen en opmerkingen. Wij zijn het erover eens dat geweld tegen overheidspersoneel niet getolereerd mag worden. Van het pakket maatregelen inclusief wat er gebeurt in strafvorderlijke zin na hopelijk meer aangiften en meer vervolging, is een aantal punten al benoemd door mijn collega. Op 19 februari heeft de Kamer de resultaten van de onderzoeken Bont en Blauw en de evaluatie van de richtlijn kwalificerende slachtoffers ontvangen. Deze onderzoeken tonen aan dat er daadwerkelijk vorderingen zijn op dit terrein bij de strafrechtelijke aanpak van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak. Zij krijgen in de meeste gevallen een zwaardere straf dan in andere gevallen van geweld in het openbaar. Gemiddeld wordt twee maal zo vaak voorlopige hechtenis opgelegd en er wordt vaker gedagvaard. Wanneer hulpverleners moeten optreden en last hebben van geweld, wordt dat door de rechtsorde extra sterk en zwaar afgekeurd. Als men kijkt naar de hoogte van de straf, dan behoort een verdere verhoging tot de doelstellingen van het OM. Er moet maatwerk zijn in de concrete strafzaak, maar de algemene lijn is dat er een zwaardere strafeis en strafoplegging zal zijn in dit soort gevallen.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): De brief van 19 februari gaat over Bont en Blauw. Hierbij staat vermeld dat in drie van de tien zaken een transactie wordt opgelegd. Ook staat vermeld dat tweederde van de zaken wordt voorgelegd aan de rechter, waar in het merendeel taakstraf of vrijheidsstraf wordt geëist. In hoeveel gevallen gaat het om taakstraffen en in hoeveel gevallen om vrijheidsstraf?

Minister Hirsch Ballin: Wij hebben de Kamer op 19 februari het rapport toegezonden. De omvang van het onderzoek is hierin opgenomen. Op een aantal punten worden geaggregeerde resultaten vermeld, totaaltellingen, overzichten of gemiddelden. Dat geldt ook voor de hoogte van de strafeis waar 76% verhoging is aangegeven. Deze informatie is beschikbaar en is aan de Kamer toegestuurd.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): De minister begint zijn betoog met een verdubbeling van de strafeis. Hij kan geen antwoord geven op de verdeling tussen taakstraffen en vrijheidsstraffen. Waar is dan het gevoel van urgentie?

Minister Hirsch Ballin: Daar kom ik in tweede termijn op terug.

Mevrouw Griffith (VVD): Wij moeten afspraken nakomen. Als geweld en agressie altijd vervolgd worden, is het frustrerend wanneer je in de krant leest dat belagers van ambulancepersoneel in vrijheid worden gesteld. Als wij afspreken dat het OM een dubbele strafeis vraagt, dan moet dat ook gebeuren, maar uit het rapport blijkt dat dat niet gebeurt. Leden van het OM weten wel dat er een richtlijn bestaat, maar ze kennen de inhoud niet. In het rapport staat heel nadrukkelijk vermeld dat ook al spreken wij een dubbele strafeis af, het OM dat niet opvolgt. Ik heb nog steeds niet duidelijk van de minister van Justitie gehoord dat daadwerkelijk een dubbele strafeis zal worden opgelegd zoals aan de Kamer is toegezegd. Daar zit een grote discrepantie. Kan dit meegenomen worden in het volgende onderzoek dat ik heb gevraagd?

Minister Hirsch Ballin: Mevrouw Griffith geeft de toezegging niet goed weer. Geen enkele minister van Justitie kan toezeggen dat er een dubbele straf wordt opgelegd. Ik heb toegezegd en dat wordt ook uitgevoerd, dat het OM een richtlijn hanteert die een dubbele strafeis inhoudt. Op bladzijde 5 van de eerdergenoemde brief staat vermeld dat in de onderzochte zaken de officier van justitie gemiddeld 76% eist van de door BOS geadviseerde eis of transacties. Een verhoging hiervan heb ik vorige week besproken met het College van procureurs-generaal. Als de Kamer vraagt om dat in elk geval zonder uitzondering toe te passen, dan moet mevrouw Griffith zich aansluiten bij het betoog van de heer Brinkman over het vastleggen van minimumstraffen. Dan kan de rechter niet anders doen. Als dat niet wordt gedaan, dan moet mevrouw Griffith het aan de rechter overlaten of de eis van het OM in het concrete geval wordt gevolgd of niet. Het kan zijn dat men daar in een aantal gevallen onder blijft of overheen gaat. Een gemiddelde van 76% kan worden bepaald door wat boven en onder de honderd zit.

Mevrouw Griffith (VVD): Ik heb niet gevraagd om een minimumstraf. Ik vraag de minister zich te houden aan datgene dat aan de Kamer is toegezegd. Als in het rapport nadrukkelijk staat dat het OM zich niet houdt aan de richtlijn en dat de eisen een kwart lager zijn dan het BOS-systeem aangeeft, dan wil ik daar een verklaring voor hebben. Dat zegt het onderzoek nadrukkelijk. Het OM beslist zelf om een kwart lager te gaan zitten, ook al geeft het systeem aan dat er een dubbele strafeis moet worden gevraagd. Ik pleit niet voor minimumstraffen.

Minister Hirsch Ballin: Ik kan niet garanderen dat 100%-verhoging wordt opgelegd door de rechter. Ik heb vorige week al gezegd dat het mijn opvatting is dat het percentage moet worden verhoogd, want 76% is niet voldoende. Dat heb ik besproken met het College van procureurs-generaal en wij zullen de Kamer informeren over de resultaten.

De heer Van Raak (SP): Wanneer gaat dat gebeuren?

Minister Hirsch Ballin: Ik zal ervoor zorgen dat uiterlijk voor de behandeling van de justitiebegroting voor volgend jaar de Kamer inzicht krijgt in de verdere vorderingen op dit terrein.

Er zijn aanvullende maatregelen aangekondigd om de monitoring van het registreren van de strafeis door het OM mogelijk te maken. Ik heb een afspraak gemaakt met het College van procureurs-generaal over het monitoren van de uitvoering van de richtlijn. Er worden speciale contactpersonen bij politiekorpsen en het OM aangesteld voor geweld tegen werknemers met publieke taken.

De aanwijzing van de taakstraf van het OM is per 1 januari 2009 aangepast. Vooruitlopend op de wetswijziging wordt nu geen taakstraf meer opgelegd bij ernstige geweldsdelicten. Voor het verhalen van schade is een normkader door het OM ontwikkeld voor materiële en immateriële schade waarbij kan worden aangesloten voor een vergoeding van de schade van werknemers met een publieke taak.

De toepassing van snelrecht levert een belangrijke bijdrage aan snelle en herkenbare forse bestraffing van plegers van geweld tegen publieke werknemers. In mijn brief van 10 oktober 2008 heb ik gezegd dat in geval van geweld tegen publieke werknemers waar mogelijk en geïndiceerd qua aard van de zaken, supersnelrecht wordt toegepast. Wij hebben daarvoor een menukaart supersnelrecht opgesteld. Deze geldt sinds eind vorig jaar als richtsnoer voor alle parketten bij de toepassing van supersnelrecht. Alle rechtbanken hebben een voorziening voor gewoon snelrecht en voor supersnelrecht bij verstoring van de openbare orde, zoals bij de jaarwisseling of bij voetbalwedstrijden. In de Polaris-richtlijn is een tijdelijke verhoging opgenomen voor specifieke factoren tijdens de jaarwisseling en ernstig geweld tegen personen en goederen tijdens evenementen.

Ik concludeer dat er een positieve ontwikkeling is. Het eindpunt gekomen van wat wij nastreven is nog niet bereikt. Ik zal de Kamer op de hoogte houden door gebruik te maken van de monitoring van de resultaten van het OM.

Er wordt rekening gehouden met de leeftijd van de dader. Dat is één van de aspecten waarmee rekening moet worden gehouden. Ik zal dit punt voor zover nodig betrekken in mijn eerdere toezegging.

De heer Brinkman heeft gevraagd of de houding van de verdachte op de zitting van belang is. Daarop kan ik bevestigend antwoorden.

Mevrouw Verdonk heeft het punt van de capuchons naar voren gebracht. Over dit onderwerp hebben wij vorige week al gesproken en ik heb toen gewezen op het voldoen aan de wetgeving over de identificatieplicht, maar ook op het punt van vrijheid ten aanzien van kleding. Deze staat wat ons betreft voorop. Verder heb ik gesproken over de bevoegdheid van degenen die het beheer hebben over ruimten, om te verlangen dat men zich ontdoet van bepaalde kledingstukken wanneer dat bijvoorbeeld voor het gebruik van camera’s problemen oplevert.

Handboeien en wapenstokken bij ov-bedrijven. Op aanvraag van het bedrijf kan aan werknemers van het bedrijf de status van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa) worden toegekend, dat de mogelijkheid geeft om bepaalde geweldsbevoegdheden uit te oefenen.

De heer Hemelaar heeft gevraagd naar het beter bekendmaken van de mogelijkheden van anonieme of een beperkt anonieme vorm van aangifte. Dat heeft de aandacht en aan de bekendmaking zullen wij gevolg geven.

Mevrouw De Pater-van der Meer heeft gevraagd naar het verhalen van schade. Wij hebben hier geen cijfers van, maar wij weten wel dat in 2008 15 000 schadevergoedingsmaatregelen zijn afgedaan door het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) en in bijna 80% van de zaken is er geïnd. Nadere cijfers worden verwerkt in de jaarrapportages van het CJIB.

Er is op dit moment alleen een civielrechtelijke mogelijkheid om schade te verhalen op de ouders. Bij de Eerste Kamer is een wetsvoorstel aanhangig. Er zijn tot op heden geen cijfers beschikbaar over de verhouding tussen het aantal toekenningen wegens agressie en de civielrechtelijke rechtsgang.

De gedragsinterventie is bij strafoplegging inderdaad mogelijk, bijvoorbeeld in het kader van de gedragsbeïnvloedende maatregel.

De heer Brinkman heeft gevraagd naar de bedragen van smartengeld en schade. Er bestaan geen vaste forfaitaire bedragen op dit terrein. In het wetsvoorstel is wel in het kader van de versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces een inningsvoorziening getroffen. Hiervan wordt op dit moment de geleidelijke invoering voorbereid.

Staatssecretaris Huizinga-Heringa: Voorzitter. Ik ben net als de Kamer buitengewoon bezorgd over agressie en geweld, want dat mogen wij niet tolereren. De kwaliteit van het OV wordt bepaald door de mensen die er werken. De mensen die in het OV werken moeten zich veilig kunnen voelen.

Uit de cijfers over de veiligheid van reizigers en personeel in de jaarlijkse verantwoordingsrapportage die binnenkort naar de Kamer komt, blijkt dat het personeel in 2008 net als in 2006 de eigen veiligheid hetzelfde waardeert, namelijk met 6,3. Er is een stijging van 4% bij de medewerkers die met incidenten te maken hebben. Dat betekent 69% in 2008 tegenover 65% in 2006. De incidenten die wij in de kranten lezen, zijn zichtbaar in de cijfers. Reizigers waarderen het gevoel van veiligheid in het openbaar vervoer goed, namelijk met een 7,9 in 2008 tegenover 7,8 in 2007. Die cijfers liggen ruim boven het streefcijfer van 7,5. Dat heeft waarschijnlijk ook te maken met forse investeringen in de sociale veiligheid. De Rijksbijdragen voor de aanpak van de sociale veiligheid zijn vanaf 2001 verhoogd van 24 naar 51 mln. per jaar. Sinds 2005 is dat bedrag onderdeel van de BDU.

Dankzij de ervaringen van het aanvalsplan sociale veiligheid weten wij dat een gecoördineerde aanpak waarbij alle partijen samenwerken, de beste resultaten oplevert. Ik steun van harte de Taskforce Veiliger Openbaar vervoer waarin afspraken worden gemaakt met de sector. Daarin zullen ook de tien punten van de FNV aan de orde komen. Een goede scholing van personeel, melding van incidenten voor de opvolging en vervolging van daders is allemaal nodig. Vervoerders en opdrachtgevers, politie en justitie moeten samen optrekken om de veiligheid te vergroten. De samenwerking blijkt de sleutel tot succes. Vooruitlopend op de Taskforce is bij de politie per 1 maart een veiligheidscoördinator stads- en streekvervoer aangesteld. Ik draag daar ook financieel aan bij.

Mevrouw Griffith heeft gevraagd hoe GS en de stadsregio’s hebben gereageerd op mijn brief waarin ik hen oproep paal en perk te stellen aan de agressie in het verkeer. Zij nemen deel aan de Taskforce Veiliger Openbaar vervoer waarin zij hun verantwoordelijkheid nemen. Dit onderwerp wordt ook geagendeerd voor het Nationaal Mobiliteitsberaad. Ook daar spreken wij regelmatig over dit onderwerp.

Mevrouw De Pater-van der Meer vraagt of het tienpuntenplan van de FNV kans van slagen heeft en of er een grotere alertheid en aangiftebereidheid komt. Dit plan biedt een goede aanknoping voor de Taskforce. Daarom zal het daar opgepakt worden door te bekijken welke maatregelen zinvol zijn. De aangiftebereidheid wordt met de werkgevers en de ov-coördinator van de politie versterkt.

De heer Hemelaar heeft gevraagd of de sociale veiligheid apart op Rijksniveau gefinancierd zou moeten worden. Voor een goed OV is kennis van de lokale markt nodig. Daarom is het regionale OV gedecentraliseerd. De decentrale overheden zetten de rijksmiddelen in die zij via de BDU krijgen, ook voor de sociale veiligheid. Zij zetten daarnaast ook hun eigen middelen in. Het is geen oplossing om deze middelen terug te halen, want zij zetten ook hun eigen middelen in. Het totaal moet de goede oplossing bieden. Het is belangrijk dat decentrale overheden van elkaar leren en met elkaar en met politie en justitie samenwerken. Daar is de Taskforce van groot belang. Daarom is het belangrijk dat de decentrale overheden aan de Taskforce deelnemen, want zij zijn de concessieverlener en maken uiteindelijk de afspraken.

De heer Van Raak heeft een elfpuntenplan gemaakt. Ik stel voor om ook dit plan te betrekken in de Taskforce om te bekijken in hoeverre deze punten kunnen worden uitgewerkt. De uitkomsten daarvan zullen aan de Kamer gemeld worden.

Mevrouw Kuiken, de heer Hemelaar en de heer Van Raak hebben voorgesteld om sociale veiligheid uit te sluiten van aanbesteding. Sociale veiligheid moet goed geregeld worden en hierbij zijn drie partijen van belang: de lokale bestuurders, de vervoerders en politie en justitie. De lokale situatie vereist specifiek maatwerk en is het juist van belang om dat per concessie goed te regelen. Het Kenniscentrum verkeer en vervoer geeft lokale bestuurders ondersteuning bij de concessieverlening en geeft hen adviezen juist op het terrein van de sociale veiligheid. Ik heb vorige week de Merwede-Lingelijn bezocht, waar de streekvervoerders samen met de politie en met de bestuurders buitengewoon goede maatregelen genomen hebben op het gebied van de sociale veiligheid. Het kan wel, als men elkaar opzoekt en goed samenwerkt.

De heer Van Raak vraagt of de marktwerking een rol speelt bij het geweld in het OV. De sociale veiligheid zoals gevoeld door de reizigers, is hoog, maar uit de totale klantenbarometer blijkt dat de klantenwaardering voor het OV de laatste jaren stabiel rond de 7 ligt. Het afgelopen jaar is deze gestegen naar 7,2. Bij de openbare aanbesteding van ov-concessies is het belangrijk om te blijven leren van goede en slechte voorbeelden. Wij kunnen niet zeggen dat het met het ingaan van de marktwerking opeens slecht gesteld is met de veiligheid in het OV. Er worden wel meer incidenten gemeld en daarom denk ik dat wij op de goede weg zijn met deze Taskforce. Het is niet zo dat door het terugdraaien van de marktwerking en de aanbesteding de problemen zullen verdwijnen.

De voorzitter: Een groot aantal aanwezigen dient vanaf 19.45 uur aanwezig te zijn bij het plenaire debat. Wij laten het daarom bij deze eerste termijn. Ik noem de toezeggingen op. In de procedurevergadering wordt bepaald hoe het vervolg van dit plaatsvindt en welke openstaande vragen nog beantwoord moeten worden.

De minister van BZK heeft toegezegd dat de Kamer in het najaar een brief zal ontvangen met de resultaten van de monitoring van de maatregelen.

In de volgende voortgangsrapportage in december van het programma Veilige Publieke Taak wordt ingegaan op de resultaten van de stimuleringsmaatregelen.

De Kamer ontvangt cijfers over het project van Connexion ten aanzien van gedragsverandering.

De minister van Justitie heeft toegezegd dat er voor de begrotingsbehandeling van Justitie dit najaar een brief naar de Kamer wordt gestuurd over de inzet bij de dubbele strafeis, mede naar aanleiding van het overleg met de procureurs-generaal. De resultaten van de monitoring zullen aan de Kamer worden toegestuurd.

De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat heeft toegezegd dat de resultaten van het overleg Taskforce inclusief het tienpuntenplan van de FNV en de elf punten van de SP naar de Kamer worden gestuurd.

Mevrouw De Pater-van der Meer (CDA): Voorzitter. De vergadering wordt nu na de eerste termijn geschorst. Ik hecht er aan dat ik een tweede termijn krijg voordat deze toezeggingen naar de Kamer komen, anders is er geen tweede termijn en beginnen wij het debat opnieuw. Ik wil graag concluderen naar aanleiding van de eerste termijn.

De voorzitter: Daarom heb ik voorgesteld dat u in de eerstkomende procedurevergadering gaat spreken over de tweede termijn. De toezeggingen zullen niet voor donderdag gestalte krijgen.

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Leerdam

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie.

De Pater-van der Meer

De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Koopmans

De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat.

Jager

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Van Leiden


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van Beek (VVD), Halsema (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), De Pater-van der Meer (CDA), Van Bochove (CDA), Gerkens (SP), Sterk (CDA), Leerdam (PvdA), voorzitter, De Krom (VVD), ondervoorzitter, Griffith (VVD), Boelhouwer (PvdA), Irrgang (SP), Kalma (PvdA), Schinkelshoek (CDA), Van der Burg (VVD), Brinkman (PVV), Pechtold (D66), Van Raak (SP), Thieme (PvdD), Kuiken (PvdA), Leijten (SP), Heijnen (PvdA), Bilder (CDA) en Anker (ChristenUnie).

Plv. leden: Teeven (VVD), Heemelaar (GroenLinks), Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), Smilde (CDA), Polderman (SP), Spies (CDA), Wolbert (PvdA), Aptroot (VVD), Zijlstra (VVD), Vermeij (PvdA), Van Gerven (SP), Heerts (PvdA), Çörüz (CDA), Remkes (VVD), De Roon (PVV), Van der Ham (D66), Van Bommel (SP), Ouwehand (PvdD), Timmer (PvdA), De Wit (SP), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Van Haersma Buma (CDA), Cramer (ChristenUnie) en Knops (CDA).

XNoot
2

Samenstelling:

Leden: Van de Camp (CDA), De Wit (SP), Van der Staaij (SGP), Arib (PvdA), ondervoorzitter, De Pater-van der Meer (CDA), voorzitter, Çörüz (CDA), Joldersma (CDA), Gerkens (SP), Van Velzen (SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), De Krom (VVD), Timmer (PvdA), Griffith (VVD), Teeven (VVD), Verdonk (Verdonk), De Roon (PVV), Pechtold (D66), Heerts (PvdA), Thieme (PvdD), Kuiken (PvdA), Roemer (SP), Bouwmeester (PvdA), Van Toorenburg (CDA), Anker (ChristenUnie) en Heemelaar (GroenLinks).

Plv. leden: Sterk (CDA), Langkamp (SP), Van der Vlies (SGP), Smeets (PvdA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Jager (CDA), Jonker (CDA), Roemer (SP), Van Raak (SP), Jan de Vries (CDA), Weekers (VVD), Dijsselbloem (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Van Miltenburg (VVD), Zijlstra (VVD), Fritsma (PVV), Koşer Kaya (D66), Gill’ard (PvdA), Ouwehand (PvdD), Spekman (PvdA), Karabulut (SP), Bouchibti (PvdA), Van Haersma Buma (CDA), Slob (ChristenUnie) en Halsema (GroenLinks).

XNoot
3

Samenstelling:

Leden: Vendrik (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Snijder-Hazelhoff (VVD), Mastwijk (CDA), Jager (CDA), voorzitter, Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Van der Ham (D66), Nicolaï (VVD), Haverkamp (CDA), Aptroot (VVD), Samsom (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Roefs (PvdA), Jansen (SP), Cramer (ChristenUnie), Roemer (SP), Koppejan (CDA), Linhard(PvdA), Madlener (PVV), Ten Broeke (VVD), ondervoorzitter, Ouwehand (PvdD), Polderman (SP), Tang (PvdA) en De Rouwe (CDA).

Plv. leden: Halsema (GroenLinks), Van der Vlies (SGP), Boekestijn (VVD), Bilder (CDA), Atsma (CDA), Van Bommel (SP), Koşer Kaya (D66), Neppérus (VVD), Sterk (CDA), De Krom (VVD), Vermeij (PvdA), Jacobi (PvdA), Besselink (PvdA), Anker (ChristenUnie), Van Leeuwen (SP), Knops (CDA), Depla (PvdA), Agema (PVV), Verdonk (Verdonk), Thieme (PvdD), Lempens (SP), Waalkens (PvdA) en Van Heugten (CDA).

XNoot
4

Samenstelling:

Leden: Van Gent (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Poppe (SP), Snijder-Hazelhoff (VVD), ondervoorzitter, Depla (PvdA), Van Bochove (CDA), Koopmans (CDA), voorzitter, Spies (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Vietsch (CDA), Aptroot (VVD), Samsom (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Roefs (PvdA), Neppérus (VVD), Van Leeuwen (SP), Jansen (SP), Van der Burg (VVD), Van Heugten (CDA), Linhard(PvdA), Madlener (PVV), Ouwehand (PvdD), Bilder (CDA) en Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie).

Plv. leden: Vendrik (GroenLinks), Van der Vlies (SGP), Polderman (SP), Remkes (VVD), Jacobi (PvdA), Koppejan (CDA), Ormel (CDA), Koşer Kaya (D66), Leijten (SP), Schreijer-Pierik (CDA), De Krom (VVD), Vermeij (PvdA), Waalkens (PvdA), Vos (PvdA), Zijlstra (VVD), Langkamp (SP), Gerkens (SP), Van Beek (VVD), Schermers (CDA), Besselink (PvdA), Agema (PVV), Thieme (PvdD), Sterk (CDA) en Ortega-Martijn (ChristenUnie).

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.