Voorgesteld 9 april 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het onderwijs veelvuldig sprake is van tijdelijke urenuitbreiding die structureel van aard is;
overwegende dat dit leidt tot onzekerheid voor docenten en het risico vergroot dat zij het onderwijs verlaten, terwijl het juist gestimuleerd zou moeten worden dat personeel behouden blijft en meer uren werkt;
verzoekt de regering te onderzoeken of en hoe de ketenbepaling kan worden toegepast op urenuitbreiding, zodat deze na herhaling een structureel karakter krijgen, en de Kamer hierover voor het einde van het jaar 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Patijn
Neijenhuis