Ontvangen 25 november 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel B, onder 3, wordt in het voorgestelde tweede lid na «artikel 8, eerste tot en met derde lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet».
II
In artikel II, onderdeel B, onder 3, wordt in het voorgestelde tweede lid na «artikel 10, eerste tot en met derde lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet».
III
In artikel II, onderdeel C, onder 3, wordt in het voorgestelde tweede lid na «artikel 10, eerste tot en met derde lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet».
IV
In artikel III, onderdeel B, onder 3, wordt in het voorgestelde tweede lid na «artikel 11, eerste tot en met vierde lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet».
V
In artikel III, onderdeel C, onder 1, wordt in het voorgestelde derde lid na «artikel 11, eerste tot en met vierde lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet».
VI
In artikel III, onderdeel D, onder 1, wordt in het voorgestelde derde lid na «artikel 11, eerste tot en met vierde lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet».
VII
In artikel IV, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 2.13, tweede lid, na «de artikelen 1.4 en 2.2, eerste lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet».
De Afdeling advisering van de Raad van State wijst in haar advies op het risico dat de uitwerking van kerndoelen, in het bijzonder de burgerschapskerndoelen, kan botsen met de godsdienstige, levensbeschouwelijke of pedagogische grondslag van scholen. De Afdeling constateert dat het wetsvoorstel onvoldoende duidelijk maakt hoe ver de uitwerking van kerndoelen bij algemene maatregel van bestuur zal reiken. Zij adviseert daarom expliciet aandacht te besteden aan het evenwicht tussen richtinggevende kaders enerzijds en het waarborgen van pedagogische autonomie anderzijds. Daarnaast benadrukt de Onderwijsraad in zijn recente brief aan de informateur dat het Nederlandse onderwijsbestel is gestoeld op pluriformiteit en dat de vrijheid van onderwijs zorgvuldig moet worden bewaakt. Een te normerende uitwerking van burgerschapskerndoelen kan ertoe leiden dat scholen onvoldoende ruimte behouden om deze doelen te realiseren in overeenstemming met hun eigen identiteit, terwijl artikel 23 Grondwet juist vereist dat binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat ruimte bestaat voor pluriformiteit.
Dit amendement expliciteert daarom dat de uitwerking van kerndoelen met inachtneming van artikel 23 Grondwet moet geschieden en dus dat ruimte moet worden gelaten voor de identiteit van scholen. Daarmee wordt aangesloten bij de adviezen van zowel de Raad van State als de Onderwijsraad en wordt gewaarborgd dat de kerndoelen niet leiden tot onbedoelde inperking van constitutioneel beschermde ruimte voor pluriformiteit in het onderwijs.
Ergin