Stemming

Amendement van het lid Diederik van Dijk over een onderscheid tussen embryo's en embryoachtige entiteiten

20,8 %
76,4 %


FVD

FVD

GroenLinks-PvdA

GroenLinks-PvdA

PVV

D66

DENK

CDA

CDA

PVV

SGP

JA21

PVV

PVV

SGP

50PLUS

VVD

PVV

VVD

Volt

GroenLinks-PvdA

VVD

D66

D66

D66

CDA

D66

PVV

CDA

JA21

GroenLinks-PvdA

VVD

FVD

VVD

VVD

PvdD

D66

PvdD

D66

50PLUS

GroenLinks-PvdA

CDA

FVD

GroenLinks-PvdA

GroenLinks-PvdA

PVV

VVD

JA21

CDA

PVV

D66

VVD

D66

Groep Markuszower

VVD

CDA

Groep Markuszower

VVD

D66

CDA

CDA

D66

GroenLinks-PvdA

CDA

D66

PVV

VVD

D66

VVD

CDA

Groep Markuszower

PVV

D66

PVV

GroenLinks-PvdA

CDA

VVD

GroenLinks-PvdA

GroenLinks-PvdA

VVD

D66

GroenLinks-PvdA

VVD

D66

D66

CDA

Groep Markuszower

GroenLinks-PvdA

BBB

FVD

D66

CDA

CU

PVV

D66

VVD

PVV

CU

D66

D66

JA21

D66

FVD

CDA

SP

PVV

GroenLinks-PvdA

VVD

Groep Markuszower

SGP

JA21

PVV

GroenLinks-PvdA

VVD

GroenLinks-PvdA

PVV

CDA

PVV

GroenLinks-PvdA

GroenLinks-PvdA

DENK

BBB

Groep Markuszower

VVD

PvdD

D66

JA21

VVD

D66

PVV

PVV

Groep Markuszower

SP

BBB

VVD

SP

D66

DENK

D66

CDA

JA21

GroenLinks-PvdA

VVD

JA21

CU

GroenLinks-PvdA

FVD

CDA

JA21


Nr. 13 AMENDEMENT VAN HET LID DIEDERIK VAN DIJK

Ontvangen 15 april 2026

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

De met artikel I, onderdeel A, subonderdeel 4, voorgestelde begripsbepaling wordt als volgt gewijzigd:

1. de onderdeelsaanduiding «a.» vervalt.

2. «; of» aan het slot van onderdeel a (oud) wordt vervangen door een punt.

3. onderdeel b vervalt.

II

Aan artikel I, onderdeel A, wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

  • 5. In de alfabetische volgorde wordt een begripsbepaling ingevoegd, luidende:

    embryoachtige entiteit:

    entiteit met een menselijk nucleair genoom, waarvan redelijkerwijs verwacht kan worden dat, als ontwikkeling tot en met de gastrulatie zou plaatsvinden, dezelfde essentiële functies voor doorgaande ontwikkeling ontstaan als bij een embryo en die het resultaat is van:

    • a. het samensmelten van een of meer in vitro geproduceerde geslachtscellen met een of meer in het menselijk lichaam geproduceerde geslachtscellen;

    • b. het samensmelten van in vitro geproduceerde geslachtscellen;

    • c. het samenbrengen van pluripotente stamcellen;

    • d. celkerntransplantatie; of

    • e. een andere wijze van tot stand brengen.

III

Na onderdeel A wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Aa

Na artikel 1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1a

Bepalingen met betrekking tot embryo’s zijn van overeenkomstige toepassing op embryoachtige entiteiten, tenzij anders is bepaald.

IV

In het met artikel I, onderdeel B, subonderdeel 4, voorgestelde vierde lid wordt «embryo’s» vervangen door «embryoachtige entiteiten» en wordt «dergelijke embryo’s» vervangen door «dergelijke embryoachtige entiteiten».

V

In het met artikel I, onderdeel H, voorgestelde derde lid wordt «embryo’s» vervangen door «embryoachtige entiteiten».

VI

In artikel I, onderdeel I, wordt «waarmee de betreffende embryo’s tot stand worden gebracht» vervangen door «waarmee de betreffende embryoachtige entiteiten tot stand worden gebracht».

VII

Artikel I, onderdeel O, wordt als volgt gewijzigd:

1. In het met subonderdeel 2 voorgestelde onderdeel e, subonderdeel 1°, wordt «embryo, dat» vervangen door «embryoachtige entiteit, die».

2. In het met subonderdeel 3 voorgestelde tweede lid wordt «embryo dat» vervangen door «embryoachtige entiteit die».

Toelichting

Het wetsvoorstel wijzigt de definitie van een embryo zodat ook entiteiten die niet het resultaat zijn van het samensmelten van een in het menselijk lichaam ontstane eicel en zaadcel, maar wel dezelfde essentiële functies voor doorgaande ontwikkeling hebben ook onder de definitie komen te vallen.

De indiener is van mening dat, los van de vraag of het moreel wenselijk is om entiteiten te ontwikkelen die op het oog niet te onderscheiden zijn van menselijke embryo’s, er een fundamenteel ethisch onderscheid blijft bestaan tussen een embryo en dergelijke embryomodellen. Door embryo’s en embryoachtige entiteiten op definitieniveau gelijk te schakelen, wordt door de wetgever onvoldoende recht gedaan aan de unieke waarde van menselijk leven dat op een natuurlijke wijze is ontstaan.

Om dit onderscheid te markeren, stelt de indiener daarom een definitiesplitsing voor. Het begrip «embryo» krijgt een aparte definitieomschrijving en er wordt een nieuw begrip toegevoegd, namelijk «embryoachtige entiteiten». Onder dit nieuwe begrip volgt de door het wetsvoorstel voorgestelde opsomming van mogelijke ontstaanswijzen van dergelijke entiteiten. Hiermee biedt de wetgever een juridische verankering van het ethische onderscheid tussen embryo en embryoachtige entiteiten.

D. van Dijk


Amendement van het lid Diederik van Dijk over een onderscheid tussen embryo's en embryoachtige entiteiten

2026-04-15
Dossier: 36677
Indiener(s): Diederik van Dijk (SGP)
Onderwerpen: ethiek organisatie en beleid zorg en gezondheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36677-13.html