Voorgesteld 9 juni 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat belangrijke onderdelen van de tijdelijke wet in de praktijk nauwelijks zijn gebruikt en dat daardoor een onvolledig beeld van de werking van die wet bestaat;
overwegende dat de diensten de werking van de tijdelijke wet in de praktijk monitoren en dat met de uitkomsten daarvan rekening gehouden gaat worden in het wetgevingsproces tot herziening van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;
verzoekt de regering na overleg met de diensten en de toezichthouders de Kamer halfjaarlijks te informeren over de opgedane ervaringen met de tijdelijke wet en de samenhang daarvan met de herziening van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten,
en gaat over tot de orde van de dag.
Kathmann