Gewijzigde motie van het lid Van Haga c.s. over financiële compensatie voor militairen aan wie op het moment van verhoging van de AOW-leeftijd al functioneel leeftijdsontslag is verleend (t.v.v 35570-X-31)
(Dossier 35570-X)
Gewijzigde motie van het lid Van Haga c.s. over financiële compensatie voor militairen aan wie op het moment van verhoging van de AOW-leeftijd al functioneel leeftijdsontslag is verleend (t.v.v 35570-X-31)
Motie (gewijzigd/nader)
begroting
financiën
Nr. 62
GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID VAN HAGA C.S. ...
Motie van het lid Van Haga c.s. over financiële compensatie voor militairen aan wie op het moment van verhoging van de AOW-leeftijd al functioneel leeftijdsontslag is verleend
(Dossier 35570-X)
Motie van het lid Van Haga c.s. over financiële compensatie voor militairen aan wie op het moment van verhoging van de AOW-leeftijd al functioneel leeftijdsontslag is verleend
Motie
begroting
financiën
Nr. 31
MOTIE VAN HET LID VAN HAGA C.S.
...
Motie van het lid Hiddema over de invoering van het legaliteitsbeginsel
(Dossier 34775-VI)
Motie van het lid Hiddema over de invoering van het legaliteitsbeginsel
Motie
begroting
financiën
Nr. 77
MOTIE VAN HET LID HIDDEMA
Voorgesteld 30 november 2017
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterend dat al jarenlang uit onderzoek blijkt dat het met de opsporingspercentages
slecht is gesteld en de burgers ontevreden lijken over de geringe mate waarin aan
hun vervolgingswensen gevolg wordt gegeven en dat een onverklaarbaar aantal aangiftes
niet belandt bij de strafrechter;
overwegende dat aan deze frustrerende «verdwijning» van zaken in het traject politie
richting OM richting rechter wellicht de oorzaak ten grondslag ligt dat het OM van
een verplichting tot vervolging is vrijgesteld ingevolge het hier te lande geldende
opportuniteitsbeginsel;
overwegende dat vanwege deze onverplichtheid bij het OM wellicht een niet overijverige
politiefunctionaris, met de verwerking van aangiftes belast, zich niet bezwaard voelt
deze in een lade uit het zicht van zijn superieuren te onttrekken en verder ongemoeid
te laten onder het motto «wat boven mij toch niemand deert, is voor mij alle moeite
niet weert»;
overwegende dat tegen dit al jaren gesignaleerde probleem de introductie van het legaliteitsbeginsel
hulp kan bieden; het OM is dan tot vervolging verplicht;
constaterende voorts dat de kritische burger/aangever steeds vaker in verzet komt
tegen een OM-sepot en via de artikel 12 Sv. beklagprocedure alsnog vervolging wenst
af te dwingen bij het gerechtshof;
constaterende ook dat de toename van deze procedures de hoven zwaar is gaan belasten
en de van regeringswege bepleitte doorlooptijden aanzienlijk zijn gaan verlengen (de
procedure aangifte naar een sepot naar een beklag 12 Sv., een eventuele vervolgingsbeschikking
bij het hof, terugverwijzing naar de rechtbank, berechting in eerste aanleg; zomaar
vier jaar);
overwegende dat door de introductie van het legaliteitsbeginsel de burger meer genoegdoening
wordt geboden en zijn proces (zonder omwegen) bij de geëigende rechter wordt aangebracht;
verzoekt de regering, te doen onderzoeken, door bijvoorbeeld het WODC, in hoeverre
de invoering van het legaliteitsbeginsel kan bijdragen aan een snellere rechtspleging,
aan de aangiftebereidheid van de burger en aan de ontlasting van de gerechtshoven,
en gaat over tot de orde van de dag.
...
Motie van het lid Hiddema over verdubbelen van de strafmaat voor haatzaaien
(Dossier 34775-VI)
Motie van het lid Hiddema over verdubbelen van de strafmaat voor haatzaaien
Motie
begroting
financiën
Nr. 78
MOTIE VAN HET LID HIDDEMA
Voorgesteld 30 november 2017
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering de strafmaat voor haatzaaien wil verdubbelen (artikel
137d Sr) van één naar twee jaar;
constaterende ook dat rechters in geval van de veroordeling op basis van dit artikel
tot heden bij de strafoplegging nog nimmer de thans geldende maximale gevangenisstraf
van één jaar hebben toegepast en veelal de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen;
constaterende eveneens dat vanuit de rechtspleging nimmer enig geluid is vernomen
waaruit de behoefte zou kunnen blijken aan een hogere maximumstraf;
overwegende dat van regeringswege met de beoogde strafoplegging een «signaalfunctie»
wordt beoogd (in het regeerakkoord staat: haatzaaien is een ernstig feit);
overwegende dat met de redactie van de huidige delictsomschrijving en strafdreiging
deze opvatting genoegzaam tot uitdrukking wordt gebracht en dus de voorgestelde gewijzigde
wet als symboolwetgeving door het leven zou moeten gaan;
overwegende dat een krachteloos wetsartikel als voorgesteld de geloofwaardigheid van
wetshandhaving zal aantasten en ongewenst mag heten;
overwegende voorts dat thans een lid van dit parlement zijn onschuld bepleit in de
tegen hem lopende haatzaaizaak;
overwegende dat het door de regering thans gewenste signaal de indruk zou kunnen oproepen
dat daarmee ook wordt beoogd te bewerkstelligen dat bij een eventuele veroordeling
van dit Kamerlid de rechters bij de strafoplegging zullen anticiperen op deze aangekondigde
strafverhoging;
overwegende derhalve dat te voorzien valt dat de in het vooruitzicht gestelde wetswijziging,
niet zal bijdragen aan enige verandering van de op te leggen straffen en deze wijziging
bij het publiek als een rancuneus signaal tegen een politicus zal worden ontvangen;
verzoekt de regering, de voorgestelde verdubbeling van de strafmaat bij 137d achterwege
te laten,
en gaat over tot de orde van de dag.
...
Motie van het lid Hiddema over bewerkstelligen dat de imam met toepassing van artikel 127 Wet RO strafrechtelijk zal worden vervolgd
(Dossier 34775-VI)
Motie van het lid Hiddema over bewerkstelligen dat de imam met toepassing van artikel 127 Wet RO strafrechtelijk zal worden vervolgd
Motie
begroting
financiën
Nr. 111
MOTIE VAN HET LID HIDDEMA
Voorgesteld 27 juni 2018
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Minister zich heeft geconformeerd aan het oordeel van het OM
dat de heer Fawaz Jneid niet strafrechtelijk kan worden vervolgd vanwege zijn haatuitingen
tegen burgemeester Aboutaleb;
constaterende dat gemeld oordeel van het OM niet is gestoeld op een feitelijk juiste
en volledige weergave van de context waarin deze uitingen zijn gedaan, immers:
• onbeschouwd blijven eerdere om dood en pijniging van medemensen smekende oproepen
van de imam;
• de imam heeft zich wel degelijk schuldig gemaakt aan het aanzetten tot haat tegen
meer dan één persoon;
• de extra gevaarzetting van zijn uitspraken vanwege zijn naar religieus geweld neigende
volgelingen is niet meegewogen;
• minst genomen kan van een impliciete oproep tot het plegen van geweld of andere strafbare
feiten zeker sprake zijn als een religieuze autoriteit een moslimbestuursfunctionaris
beschuldigt van afvalligheid en het voeren van jihad tegen moslims;
overwegende dat bij een juiste toetsing van de kansen op een trefzekere vervolging
van imam Fawaz Jneid 137 WvSr de Minister zeker soelaas kan bieden, waarvoor ik u
een uitvoerige juridische onderbouwing heb doen toekomen;
verzoekt de Minister, te bewerkstelligen dat imam Fawaz Jneid met toepassing van artikel
127 Wet RO strafrechtelijk zal worden vervolgd,
en gaat over tot de orde van de dag.
...
Motie van het lid Van Oosten c.s. over geen verjaring van straffen
(Dossier 34775-VI)
Motie van het lid Van Oosten c.s. over geen verjaring van straffen
Motie
begroting
financiën
Nr. 50
MOTIE VAN HET LID VAN OOSTEN C.S.
...
Motie van het lid Hiddema over ontzegging van de rijbevoegdheid aan criminele leden van motorcyclegangs
(Dossier 34775-VI)
Motie van het lid Hiddema over ontzegging van de rijbevoegdheid aan criminele leden van motorcyclegangs
Motie
begroting
financiën
Nr. 80
MOTIE VAN HET LID HIDDEMA
Voorgesteld 30 november 2017
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering streeft naar een verbod op outlaw motorcyclegangs;
constaterende dat de daartoe geëigende en gevoerde procedures tot op heden geen verboden
als gewenst hebben opgeleverd;
overwegende dat het, ook in het geval van een wel door de rechter opgelegd verbod,
de leden niet aan mogelijkheden zal ontbreken om dan in een ander clubverband wederom
clubactiviteiten te ontplooien;
constaterende met de regering dat vele leden van motorgangs inmiddels zijn veroordeeld
voor veelal overtredingen van de Opiumwet, de Wet wapens en munitie en geweldsmisdrijven,
maar dat hun clubs steeds ontkomen aan een verbod vanwege de moeilijk te bewijzen
aanklacht dat de werkzaamheden van de club in strijd zijn met de openbare orde;
constaterende dat veroordeelde motorgangleden hun delicten veelal plegen met medeclubleden,
dat er onderlinge solidariteit is en dat er een gedeelde fascinatie is voor de uiterlijke
verschijning en het bezit van een machine van niet bescheiden omvang, die bepalend
is voor de statuur van ieder lid binnen de club;
overwegende dat een clublid met een opgelegd rijverbod van substantiële duur zijn
status en waarde binnen de club subiet zal verliezen;
constaterende, derhalve, dat in geval van een rechterlijk vonnis, waarbij een clublid
wordt veroordeeld vanwege een «machodelict» (WWM, drugs, zwaar geweld, et cetera)
en waarbij de rechter tot de vaststelling kan geraken dat de mentale gesteldheid van
de dader ten tijde van het delict terug is te voeren tot zijn gebleken ontvankelijkheid
voor niet-wetsgetrouwe impulsen binnen de club, dit vonnis ten bate van voorkoming
van recidive vergezeld moet kunnen gaan van de bijkomende straf van ontzegging van
de rijbevoegdheid;
overwegende dat langs deze weg recidivebeperkend wordt opgetreden jegens veroordeelden
en hun gangs van criminele leden worden ontdaan;
verzoekt de regering, binnen zes maanden met een voorstel te komen dat rechters in
staat stelt bij een veroordelend vonnis vanwege enig geweldsdelict en/of een delict
ingevolge de WWM en/of de Opiumwet als bijkomende straf de bevoegdheid tot het besturen
van motorrijtuigen aan een veroordeelde te ontzeggen voor een substantiële duur in
die gevallen waarin is vastgesteld dat een veroordeelde ten tijde van het plegen van
een dezer delicten mentale inspiratie heeft opgedaan in zijn motorclubmilieu,
en gaat over tot de orde van de dag.
...
Motie van het lid Bisschop c.s. over de wettelijk gegarandeerde wijkagenten
(Dossier 34775-VI)
Motie van het lid Bisschop c.s. over de wettelijk gegarandeerde wijkagenten
Motie
begroting
financiën
Nr. 72
MOTIE VAN HET LID BISSCHOP C.S.
...
Motie van het lid Hiddema over het aanzetten tot gewelddadig optreden strafbaar stellen
(Dossier 34775-VI)
Motie van het lid Hiddema over het aanzetten tot gewelddadig optreden strafbaar stellen
Motie
begroting
financiën
Nr. 79
MOTIE VAN HET LID HIDDEMA
Voorgesteld 30 november 2017
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Forum voor Democratie, als partij van de liefde, toch moet erkennen
dat ook discriminatie en haat deel uitmaken van de bij de mens nu eenmaal aangeboren
humeuren en temperamenten;
ook overwegende dat geen enkele strafdreiging bij machte kan zijn menselijke gevoelens
te modelleren naar de voorkeuren van een wetgever;
constaterende dat de begrenzing van het vrije woord ingevolge artikel 137d Sr in zijn
huidige vorm waar het betreft het aanzetten tot discriminatie en haat, leidt tot eindeloze
maatschappelijke discussies waarmee aan de verdraagzaamheid tussen burgers afbreuk
wordt gedaan en velen zich schuw aan het debat onttrekken uit vrees als «racist» te
worden bestempeld;
constaterende ook dat nog nauwelijks de waarachtig door haat en discriminatie geprangde
burger soelaas krijgt geboden door een veroordelend vonnis;
het artikel in zijn huidige vorm is verworden tot een toevluchtsoord voor beroepsactivisten
en querulanten, waarbij blijkens hun misbaar de gang naar de rechter slechts dient
om de eigen morele voortreffelijkheid te etaleren;
verzoekt de regering, voor 1 januari 2018 met een voorstel te komen om de tekst van
artikel 137d Sr aan te passen in dier voege dat louter het aanzetten tot gewelddadig
optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, et cetera wordt strafbaar
gesteld,
en gaat over tot de orde van de dag.
...