Het bericht dat de grootste dronebouwer van Oekraïne geen zaken doet met Nederland, door 'te veel bureaucratie’ |
|
Tamara ten Hove (PVV) |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Grootste dronebouwer van Oekraïne komt niet naar Nederland, «te veel bureaucratie»?1
Ja.
Welke concrete regelgeving of procedures vormden volgens u de grootste knelpunten voor Fire Point om een productielijn in Nederland op te zetten en hoe werkt u eraan om deze knelpunten in de toekomst te voorkomen?
Zowel het Ministerie van Defensie als het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat waren niet op de hoogte van de interesse van deze droneproducent om productie te verplaatsen naar Nederland. Er hebben dan ook geen gesprekken plaatsgevonden met de betreffende producent over mogelijke vestiging in Nederland. Om deze reden is er niet in kaart gebracht welke Nederlandse of Europese regels of vergunningsplichten belemmerend zouden zijn voor de betreffende producent.
Om te leren van Oekraïense innovaties zet het kabinet in op het versterken van de industriesamenwerking met Oekraïne. Nederland neemt actief deel aan het initiatief Build With Ukraine, waarmee coproductie met Oekraïense bedrijven in Nederland mogelijk gemaakt wordt. Dit creëert een win-win-win: de productiecapaciteit van bewezen effectieve systemen voor Oekraïne wordt vergroot, de Nederlandse industrie wordt opgeschaald en we krijgen toegang tot innovaties van het slagveld. Op 10 oktober jl. heeft Nederland hierover een Memorandum van Overeenstemming (MoU) getekend met Oekraïne. Op 16 april jl. is een belangrijke volgende stap gezet – VDL heeft een licentieovereenkomst getekend met het Oekraïense GreentechHarvest voor de productie van twee typen drones in Born. Dit is het eerste coproductieproject tussen Nederland en Oekraïne. We zoeken actief naar volgende projecten waarin de kracht van de Oekraïense en Nederlandse defensie-industrie elkaar kunnen versterken. Indien Oekraïense bedrijven zoals Fire Point de ambitie hebben om in Nederland te produceren staat het kabinet open om de mogelijkheden te verkennen, bijvoorbeeld door het betrekken van Nederlandse bedrijven en bestaande productiefaciliteiten.
Heeft Defensie na het besluit van Fire Point nog contact opgenomen met het bedrijf, en zo ja, welke concrete acties zijn ondernomen om alsnog (delen van) de productie naar Nederland te halen of een alternatieve samenwerking te realiseren?
Ja. Defensie heeft Fire Point uitgenodigd voor een gesprek naar aanleiding van de berichtgeving. Dit gesprek heeft nog niet plaatsgevonden.
Hoe verhoudt de Nederlandse bureaucratische doorlooptijd zich tot die in Denemarken, waar Fire Point wél een fabriek voor raketbrandstof gaat bouwen, en welke lessen trekt het kabinet hieruit voor het Nederlandse vestigingsklimaat voor defensiebedrijven?
De Nederlandse insteek van Build With Ukraine is de productie van Oekraïense systemen door Nederlandse bedrijven en in bestaande productiefaciliteiten, in plaats van de vestiging van Oekraïense bedrijven op Nederlands grondgebied, zoals bij Denemarken het geval is. Dit maakt in onze situatie productie sneller mogelijk gezien de grote druk op de fysieke leefomgeving.
Het kabinet deelt de ambitie om innovatie en opschaling te versnellen. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat zet hiervoor in op twee sporen: vermindering van regeldruk en verbetering van het vestigingsklimaat. Het Deense voorbeeld van versnelde defensieprojecten neemt het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat mee in de afwegingen. Echter, Nederland heeft een eigen juridisch en bestuurlijk kader, waarin we moeten zoeken naar praktische oplossingen die passen bij onze context. In nauw overleg met collega’s van de betrokken ministeries worden knelpunten in kaart gebracht en waar mogelijk opgelost. De Kamer wordt tijdig geïnformeerd over de voortgang en eventuele beleidswijzigingen.
Hoeveel Oekraïense of andere buitenlandse defensiebedrijven hebben de afgelopen twee jaar interesse getoond in vestiging of productie in Nederland en bij hoeveel van deze bedrijven is dit niet doorgegaan vanwege bureaucratie?
Nederland wil de industriesamenwerking met Oekraïne versterken om te leren van Oekraïense innovaties. Dit gebeurt niet alleen via coproductie. Het Ministerie van Defensie en EZK hebben, o.a. in samenwerking met de brancheorganisatie Nederlandse Industrie voor Defensie & Veiligheid (NIDV), verschillende handelsmissies naar Oekraïne georganiseerd met Nederlandse defensie bedrijven. Hieruit is een groot aantal samenwerkingsverbanden ontstaan tussen Nederlandse en Oekraïense bedrijven die verschillende vormen en intensiteiten kennen. Dit gaat van de levering, ontwikkeling en productie van systemen tot het gezamenlijk innoveren, moderniseren en onderhouden van systemen. Bedrijven willen zelf niet altijd over deze samenwerking in de openbaarheid treden en de contacten zijn soms alleen van bedrijf tot bedrijf in verband met commerciële vertrouwelijkheid. Het is dan ook onmogelijk te zeggen hoeveel bedrijven dit exact betreft, en of regelgeving een struikelblok heeft gevormd. Wel kunnen we bevestigen dat er met meerdere bedrijven en samenwerkingsverbanden gesprekken worden gevoerd over mogelijke productie in Nederland.
Wat zijn de ambities van het kabinet betreffende langeafstandswapens en hoe wilt u dit realiseren als een fabriek op Nederlands grondgebied niet lukt?
De krijgsmacht moet in staat zijn om te vechten en te winnen. Daarom wil Defensie beschikken over de capaciteit om moeilijk bereikbare militaire doelen van een tegenstander op grote afstand uit te schakelen. Voorbeelden hiervan zijn vijandelijke luchtverdedigings- en vuursteunsystemen, logistieke opslaglocaties en hoofdkwartieren. Deze wapens kunnen al in de eerste fase van een conflict essentiële capaciteiten van de tegenstander uitschakelen en leveren een belangrijke bijdrage aan de versterking van de gezamenlijke afschrikking en de verdediging. Daarom zet Defensie in op de versterking van deze capaciteit door de aanschaf van verschillende typen langeafstandsbewapening, de aanvulling van de inzetvoorraden munitie en het versterken van de Nederlandse en Europese productiecapaciteit.
Hiervoor maakt Defensie waar mogelijk gebruik van vraagbundeling met partnerlanden of verwerving via de NATO Supply and Procurement Agency (NSPA). Daarnaast worden via het Foreign Military Sales (FMS) proces verschillende kapitale munitie-artikelen verworven waarvoor op korte en middellange termijn geen Europese alternatieven beschikbaar zijn. De verkenning van coproductie van kapitale munitie loopt momenteel nog.
Indien antwoorden op één of meer vragen vertrouwelijk zijn, is het dan mogelijk om vertrouwelijk gebrieft te worden?
Dit is niet aan de orde.
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het commissiedebat Materieel van 3 juni 2026?
Ja.
Het bericht dat de NAVO-troepen niet voorbereid zijn op de toekomst van oorlogsvoering |
|
Tamara ten Hove (PVV) |
|
Ruben Brekelmans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel in The Wall Street Journal getiteld «NATO Has Seen the Future and Is Unprepared», waarin op basis van een simulatie van drone-oorlogsvoering wordt geconcludeerd dat de NAVO onvoldoende lessen heeft getrokken uit de oorlog in Oekraïne?1
Ja.
Bent u van mening dat de Nederlandse troepen voldoende getraind en uitgerust zijn om een grote confrontatie effectief aan te gaan?
Bij opleiding en training van Nederlandse militairen wordt de realiteit zo goed mogelijk benaderd. Defensie past haar opleidings- en trainingsconcepten daarbij continu aan op basis van actuele ontwikkelingen, waarbij onder meer aandacht is voor het vergroten van technologische en digitale vaardigheden en het versterken van de inzetbaarheid van personeel in een snel veranderende operationele omgeving.
Beschikt de Nederlandse krijgsmacht op grote schaal over kamikaze-FPV-drones die niet alleen geschikt zijn voor surveillance, maar ook voor directe aanvallen, zoals deze worden ingezet door zowel Russische als Oekraïense strijdkrachten?
Defensie volgt de ontwikkelingen rond de inzet van onbemenste systemen in Oekraïne nauwgezet en doet daar haar voordeel mee bij de inrichting van de krijgsmacht en de wijze waarop de krijgsmacht optreedt. Zo breidt de Koninklijke Landmacht uit met honderden dronefuncties binnen de gevechtseenheden. Op 1 april werd dit officieel bekend gemaakt op de Drone dag in Oirschot. Daarnaast werkt Defensie nauw samen met Nederlandse bedrijven en kennisorganisaties. Defensie beproeft de procedures rondom het veilige en effectieve gebruik van bewapende onbemenste systemen en de bescherming daartegen. Om operationele en veiligheidsredenen doet Defensie geen openbare uitspraak over de aanschaf van specifieke typen systemen.
Beschikt de Nederlandse krijgsmacht over drones met fiber-optische verbindingen, zoals die in de oorlog tussen Rusland en Oekraïne worden gebruikt?
Zie antwoord vraag 3.
Welke samenwerkingsverbanden bestaan er met Oekraïne dan wel andere NAVO-partnerlanden om geavanceerde technologieën, zoals fiber-optische drones en FPV-kamikazedrones, te integreren in de Nederlandse krijgsmacht en wat is de concrete planning en tijdlijn voor deze integratie?
Nederland monitort en integreert de geleerde lessen uit Oekraïne. Voor de integratie van geavanceerde technologieën, zoals drones, werkt Nederland nauw samen met Oekraïne en NAVO-partners. Nederland neemt deel aan de drone capability coalition binnen de Ukraine Defence Contact Group. Dit samenwerkingsverband is opgericht om Oekraïne uit te rusten met drones en tegelijkertijd de defensie-industrie van Oekraïne en partnerlanden te versterken. Inmiddels zijn meer dan 20 partnerlanden aangesloten bij het initiatief. Dit bevordert de interoperabiliteit, innovatie en kennisdeling tussen partners. Daarnaast hebben Nederland en Oekraïne ter versterking van de industrie in december 2025 een overeenkomst ondertekend voor de gezamenlijke productie van systemen.
In NAVO-verband worden lessen uit de oorlog in Oekraïne via het JATEC (Joint Analysis, Training and Education Centre) gedeeld. Binnen dit centrum worden operationele ervaringen geanalyseerd en vertaald naar concrete toepassingen voor NAVO-bondgenoten, zoals aangepaste doctrine, vernieuwde trainingsprogramma’s en gerichte capaciteitsontwikkeling.
In EU-verband is Nederland co-lead nation voor de Priority Capability Area (PCA) Drones en counter-drone systemen, waar Oekraïne als deelnemer aan de Coordination Group bijeenkomsten actief bij betrokken is.
De ontwikkelingen rondom geavanceerde technologieën gaan snel. De implementatie en integratie van deze systemen in het materieel van de krijgsmacht vormen daarom een continu en adaptief proces, waarbij steeds wordt ingespeeld op nieuwe operationele inzichten en technologische vooruitgang.
Op welke wijze wordt de opleiding en training van Nederlandse militairen aangepast aan de realiteit van moderne drone-oorlogsvoering, inclusief electronic warfare en jamming-technieken, teneinde te voorkomen dat Nederlandse eenheden in een reëel conflict op grote schaal worden uitgeschakeld, zoals gesimuleerd in recente NAVO-oefeningen?
Bij opleiding en training van Nederlandse militairen wordt de realiteit zo goed mogelijk benaderd. Op welke wijze we dit doen communiceren we niet openbaar om ons personeel te beschermen. Defensie past haar opleidings- en trainingsconcepten daarbij continu aan op basis van actuele kennis en ontwikkelingen, waarbij onder meer aandacht is voor het vergroten van technologische en digitale vaardigheden en het versterken van de inzetbaarheid van personeel in een snel veranderende operationele omgeving.
Over de specifieke knelpunten bij het oefenen met drones, inclusief bijbehorende respons vanuit defensie, bent u reeds geïnformeerd met de Kamerbrief van 23 maart jl.
Welke concrete maatregelen treft u om te waarborgen dat Nederland en de NAVO wel voorbereid zijn en standhouden in een scenario dat geschetst is tijdens de oefening Hedgehog 2025 in Estland?
Zie antwoord vraag 6. In aanvulling daarop investeren we in modern materieel en passen we onze processen en procedures voortdurend aan. Daarnaast wordt ingezet op het versterken van het lerend vermogen van de organisatie, waarbij lessen uit actuele conflicten en oefeningen worden vertaald naar aanpassingen in opleiding, doctrine, training en personeelsbeleid.
Klopt het dat de gemeente Lochem omwonenden en ondernemers rond het geplande asielzoekerscentrum (azc) € 1.000 wil geven om hun «gevoel van veiligheid en leefbaarheid» te vergroten?1
Het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) van de gemeente Lochem heeft een conceptsubsidieregeling voorgesteld waarop omwonenden en ondernemers tot medio maart kunnen reageren. Er is nog geen definitief besluit genomen, op basis van inspraak bepaalt het college de definitieve regeling. Het voorstel voor de financiële tegemoetkoming voor omwonenden is een regeling van de gemeente waarbij het Ministerie van Justitie en Veiligheid niet betrokken is.
Bent u het eens met de stelling dat veiligheid geen taak is van burgers, maar van de overheid en dus de verantwoordelijkheid van de burgemeester?
De burgemeester is verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde, het Openbaar Ministerie voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. De burgemeester en het OM voeren daarover binnen de lokale driehoek overleg met de politie.
Erkent u dat dit voorstel een impliciete erkenning is dat de komst van het azc grote veiligheidsrisico’s met zich meebrengt die de gemeente schijnbaar niet onder controle heeft? Zo nee, waarom niet?
Het voorstel betreft een autonome, lokale keuze van het college. De toelichting en motivering van deze lokale subsidieregeling zijn aan de gemeente.
Bent u het eens met de stelling dat dit azc er dan nooit mag komen, omdat de veiligheid van de inwoners op één moet staan?
De veiligheid van inwoners heeft prioriteit en de veiligheidssituatie wordt continu gemonitord en indien nodig wordt direct opgetreden om de veiligheid van bewoners en omwonenden te borgen. Er zijn op dit moment geen incidenten bekend bij de gemeente Lochem met betrekking tot de huidige opvanglocatie voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV’ers) en er is geen aanleiding om van de komst van het azc af te zien.
Bent u bereidt een streep door de komst van dit azc te zetten? Zo nee, bent u bereid om desnoods, in overleg met de Minister van Defensie, militairen in te zetten om de veiligheid van de inwoners te garanderen?
Zoals toegelicht bij het antwoord op vraag 4 is dit niet aan de orde. Er zijn geen incidenten bekend met betrekking tot de huidige opvanglocatie.
Bent u bekend met het bericht «Eerste wijkkliniek die ouderen helpt revalideren is succesvol, maar moet toch stoppen, zorgverleners geschokt: «Complete verrassing»»?1
Ja, ik ben bekend met dit bericht.
Kunt u uitleggen wat deze nieuwe visie inhoudt en waarom deze niet meer past? Zo nee, waarom niet?
Zorgverzekeraars Nederland (ZN) heeft een herijkte visie op het algemene concept wijkkliniek opgesteld op basis van eigen evaluatie en lessen van het leernetwerk acute ouderenzorg. Actiz en Verenso hebben aangegeven niet vooraf betrokken te zijn geweest bij het opstellen van deze visie. Zij hebben ook laten weten het inhoudelijk niet eens te zijn met het voorstel van zorgverzekeraars.
Ik vind het belangrijk dat partijen gezamenlijk tot één gedragen visie komen, gebaseerd op onderzoek en passend bij de landelijke ambitie voor toekomstbestendige ouderenzorg. Actiz, Verenso en ZN hebben zich bereid geuit om zich hiervoor in te spannen. In aanloop naar en tijdens het bekostigingsexperiment revalidatie- en herstelzorg gaan onder andere deze partijen aan de slag met het opstellen van een gezamenlijke visie op de wijkkliniek.
Omdat de visie van ZN niet door alle veldpartijen wordt gedragen, vind ik het niet passend om op de specifieke inhoud vooruit te lopen.
Kunt u toelichten hoe de eerder geboekte resultaten van De Wijkkliniek zoals betere patiëntenzorg, minder spoedeisende hulpbezoek, minder ambulanceritten en minder opnames, ook binnen de nieuwe visie van Zorgverzekeraars Nederland worden gehaald? Zo nee, waarom niet?
ZN geeft aan dat op verschillende punten rekening wordt gehouden met het behalen van de eerder geboekte resultaten van de De WijkKliniek in Amsterdam Zuidoost in hun visie. Een locatie in directe nabijheid van een spoedeisende hulp voorkomt ambulanceritten naar de wijkkliniek. Nauwe samenwerking tussen het ziekenhuis en de zorgaanbieder van de wijkkliniek leidt tot meer kennisuitwisseling en laagdrempelige samenwerking, met het idee om ziekenhuisopnames te voorkomen. Verder is een vaste plek in de buurt van de patiënt bijdragend aan minder verplaatsingen en rust voor ouderen in een kwetsbare situatie.
In de verdere ontwikkeling van de visie van de zorgverzekeraars met onder andere Actiz en Verenso zullen inzichten uit bestaande wijkkliniekproeftuinen, waaronder de behaalde resultaten in Amsterdam Zuidoost, worden meegenomen.
Kunt u aangeven waar de «herstelbedden» vandaan komen en wie eindverantwoordelijk is voor deze «herstelbedden»? Zo nee, waarom niet?
Zorgverzekeraar Zilveren Kruis heeft aangegeven dat er voor de hele regio voldoende capaciteit beschikbaar blijft voor de opvang en zorg van kwetsbare ouderen, ondanks de sluiting van deze wijkkliniek in Amsterdam. Zij hebben hierover contact gehad met betrokken zorgaanbieders, waaronder verpleeg- en verzorgingshuizen, ziekenhuizen, huisartsen en de ambulancedienst.
Zorgverzekeraars zijn, op grond van hun zorgplicht, verantwoordelijk voor tijdige, bereikbare en kwalitatief goede zorg voor hun verzekerden. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ziet hierop toe. De eindverantwoordelijkheid voor de geleverde zorg ligt bij de zorgaanbieders.
Deelt u de mening dat de sluiting van de wijkkliniek (welke zelfs dient als voorbeeld voor een landelijke uitrol in 2026!) niet in het belang van de regio is? Indien nee, waarom niet?
Ik ben van mening dat het zorgconcept wijkkliniek een positieve stap is richting passende zorg. Zorgverzekeraars hebben nog steeds de intentie om het aantal wijkklinieken uit te breiden van vijf naar tien in 2026, ondanks het sluiten van de wijkkliniek in Amsterdam.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 4, blijft er voldoende capaciteit in de regio voor de opvang van kwetsbare ouderen.
Bent u bereid in gesprek te gaan met Zorgverzekeraars Nederland om de sluiting van de Wijkkliniek in Amsterdam-Zuidoost tegen te gaan? Indien nee, waarom niet?
Het past niet bij mijn rol om zorgverzekeraars te verplichten om zorg te contracteren bij specifieke zorgaanbieders. De NZa en ZiNL pakken hier hun systeemverantwoordelijke rol door samen in gesprek te gaan met Cordaan en Zilveren Kruis als respectievelijk zorgaanbieder en zorgverzekeraar, en met het Amsterdam UMC als betrokken partner. Zij onderzoeken gezamenlijk wat er is gebeurd en welke lessen hieruit getrokken kunnen worden.
Ik heb er vertrouwen in dat de informatie die in deze gesprekken wordt opgehaald, zorgverzekeraars en zorgaanbieders behulpzaam is bij de doorontwikkeling van deze zorgvorm. Ook draagt dit bij aan het ontstaan van een gemeenschappelijke visie op wijkkliniekzorg. Uiteraard laat ik mij goed informeren door NZa en ZiNL over de uitkomsten van de gesprekken.
Vanuit mijn verantwoordelijkheid voor de randvoorwaarden zet ik mij in om de noodzakelijke voorwaarden voor het bekostigingsexperiment revalidatie- en herstelzorg mogelijk te maken. Binnen dit experiment kunnen zorgaanbieders en zorgverzekeraars deze zorgvorm verder ontwikkelen, waarbij wordt toegewerkt naar structurele bekostiging.
Het bericht dat de praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg veel minder effectief is dan jarenlang werd aangenomen. |
|
Tamara ten Hove (PVV) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «De ggz-specialist in de huisartsenpraktijk is veel minder nuttig dan gedacht, ziet deze onderzoeker» en van het daarin besproken onderzoek1?
Hoe beoordeelt u de conclusie dat de inzet van de POH-GGZ niet aantoonbaar leidt tot betere mentale gezondheidsuitkomsten op de middellange termijn en evenmin zorgt voor een afname van het gebruik van specialistische ggz-zorg? Deelt u de opvatting dat hiermee een belangrijke beleidsmatige rechtvaardiging voor de grootschalige inzet van POH-GGZ onder druk komt te staan?
Klopt het dat het aantal gebruikers van de POH-GGZ is gestegen van circa 100.000 naar circa 600.000 personen per jaar, terwijl het aantal patiënten in de basis- en specialistische ggz in dezelfde periode ongeveer gelijk is gebleven? Hoe beoordeelt u de conclusie dat de POH-GGZ hierdoor vooral een nieuwe groep zorggebruikers heeft gecreëerd in plaats van de druk op de gespecialiseerde ggz te verlichten?
Hoeveel publieke middelen zijn sinds de invoering van de POH-GGZ besteed aan deze voorziening en hoeveel bedraagt de jaarlijkse uitgave momenteel? Acht u het verantwoord dat jaarlijks honderden miljoenen euro’s worden besteed aan een interventie waarvan de gezondheidswinst volgens dit onderzoek beperkt of afwezig is?
Op basis van welke wetenschappelijke evaluaties heeft het kabinet de afgelopen jaren het beleid rondom de POH-GGZ verder uitgebreid? Kunt u een overzicht geven van onderzoeken waarin daadwerkelijk is aangetoond dat de inzet van POH-GGZ leidt tot kortere wachtlijsten, lagere zorgkosten of betere gezondheidsuitkomsten?
Hoe verklaart u dat de wachttijden in de gespecialiseerde ggz nog altijd ruim boven de Treeknorm liggen, terwijl de POH-GGZ juist werd gepresenteerd als instrument om de druk op de geestelijke gezondheidszorg te verminderen?
Bent u bereid een onafhankelijke evaluatie uit te laten voeren naar de doelmatigheid, effectiviteit en kosten-batenverhouding van de POH-GGZ, inclusief de vraag of middelen effectiever kunnen worden ingezet voor uitbreiding van behandelcapaciteit in de gespecialiseerde ggz? Zo nee, waarom niet?
Welke lessen trekt u uit de mogelijkheid dat jarenlang is geïnvesteerd in een voorziening die volgens recent onderzoek vooral heeft geleid tot extra zorgconsumptie, zonder aantoonbare verbetering van gezondheidsuitkomsten of vermindering van de druk op de gespecialiseerde ggz? Kunt u uw antwoord uitgebreid toelichten?
Het bericht dat de grootste dronebouwer van Oekraïne geen zaken doet met Nederland, door 'te veel bureaucratie’ |
|
Tamara ten Hove (PVV) |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Grootste dronebouwer van Oekraïne komt niet naar Nederland, «te veel bureaucratie»?1
Ja.
Welke concrete regelgeving of procedures vormden volgens u de grootste knelpunten voor Fire Point om een productielijn in Nederland op te zetten en hoe werkt u eraan om deze knelpunten in de toekomst te voorkomen?
Zowel het Ministerie van Defensie als het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat waren niet op de hoogte van de interesse van deze droneproducent om productie te verplaatsen naar Nederland. Er hebben dan ook geen gesprekken plaatsgevonden met de betreffende producent over mogelijke vestiging in Nederland. Om deze reden is er niet in kaart gebracht welke Nederlandse of Europese regels of vergunningsplichten belemmerend zouden zijn voor de betreffende producent.
Om te leren van Oekraïense innovaties zet het kabinet in op het versterken van de industriesamenwerking met Oekraïne. Nederland neemt actief deel aan het initiatief Build With Ukraine, waarmee coproductie met Oekraïense bedrijven in Nederland mogelijk gemaakt wordt. Dit creëert een win-win-win: de productiecapaciteit van bewezen effectieve systemen voor Oekraïne wordt vergroot, de Nederlandse industrie wordt opgeschaald en we krijgen toegang tot innovaties van het slagveld. Op 10 oktober jl. heeft Nederland hierover een Memorandum van Overeenstemming (MoU) getekend met Oekraïne. Op 16 april jl. is een belangrijke volgende stap gezet – VDL heeft een licentieovereenkomst getekend met het Oekraïense GreentechHarvest voor de productie van twee typen drones in Born. Dit is het eerste coproductieproject tussen Nederland en Oekraïne. We zoeken actief naar volgende projecten waarin de kracht van de Oekraïense en Nederlandse defensie-industrie elkaar kunnen versterken. Indien Oekraïense bedrijven zoals Fire Point de ambitie hebben om in Nederland te produceren staat het kabinet open om de mogelijkheden te verkennen, bijvoorbeeld door het betrekken van Nederlandse bedrijven en bestaande productiefaciliteiten.
Heeft Defensie na het besluit van Fire Point nog contact opgenomen met het bedrijf, en zo ja, welke concrete acties zijn ondernomen om alsnog (delen van) de productie naar Nederland te halen of een alternatieve samenwerking te realiseren?
Ja. Defensie heeft Fire Point uitgenodigd voor een gesprek naar aanleiding van de berichtgeving. Dit gesprek heeft nog niet plaatsgevonden.
Hoe verhoudt de Nederlandse bureaucratische doorlooptijd zich tot die in Denemarken, waar Fire Point wél een fabriek voor raketbrandstof gaat bouwen, en welke lessen trekt het kabinet hieruit voor het Nederlandse vestigingsklimaat voor defensiebedrijven?
De Nederlandse insteek van Build With Ukraine is de productie van Oekraïense systemen door Nederlandse bedrijven en in bestaande productiefaciliteiten, in plaats van de vestiging van Oekraïense bedrijven op Nederlands grondgebied, zoals bij Denemarken het geval is. Dit maakt in onze situatie productie sneller mogelijk gezien de grote druk op de fysieke leefomgeving.
Het kabinet deelt de ambitie om innovatie en opschaling te versnellen. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat zet hiervoor in op twee sporen: vermindering van regeldruk en verbetering van het vestigingsklimaat. Het Deense voorbeeld van versnelde defensieprojecten neemt het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat mee in de afwegingen. Echter, Nederland heeft een eigen juridisch en bestuurlijk kader, waarin we moeten zoeken naar praktische oplossingen die passen bij onze context. In nauw overleg met collega’s van de betrokken ministeries worden knelpunten in kaart gebracht en waar mogelijk opgelost. De Kamer wordt tijdig geïnformeerd over de voortgang en eventuele beleidswijzigingen.
Hoeveel Oekraïense of andere buitenlandse defensiebedrijven hebben de afgelopen twee jaar interesse getoond in vestiging of productie in Nederland en bij hoeveel van deze bedrijven is dit niet doorgegaan vanwege bureaucratie?
Nederland wil de industriesamenwerking met Oekraïne versterken om te leren van Oekraïense innovaties. Dit gebeurt niet alleen via coproductie. Het Ministerie van Defensie en EZK hebben, o.a. in samenwerking met de brancheorganisatie Nederlandse Industrie voor Defensie & Veiligheid (NIDV), verschillende handelsmissies naar Oekraïne georganiseerd met Nederlandse defensie bedrijven. Hieruit is een groot aantal samenwerkingsverbanden ontstaan tussen Nederlandse en Oekraïense bedrijven die verschillende vormen en intensiteiten kennen. Dit gaat van de levering, ontwikkeling en productie van systemen tot het gezamenlijk innoveren, moderniseren en onderhouden van systemen. Bedrijven willen zelf niet altijd over deze samenwerking in de openbaarheid treden en de contacten zijn soms alleen van bedrijf tot bedrijf in verband met commerciële vertrouwelijkheid. Het is dan ook onmogelijk te zeggen hoeveel bedrijven dit exact betreft, en of regelgeving een struikelblok heeft gevormd. Wel kunnen we bevestigen dat er met meerdere bedrijven en samenwerkingsverbanden gesprekken worden gevoerd over mogelijke productie in Nederland.
Wat zijn de ambities van het kabinet betreffende langeafstandswapens en hoe wilt u dit realiseren als een fabriek op Nederlands grondgebied niet lukt?
De krijgsmacht moet in staat zijn om te vechten en te winnen. Daarom wil Defensie beschikken over de capaciteit om moeilijk bereikbare militaire doelen van een tegenstander op grote afstand uit te schakelen. Voorbeelden hiervan zijn vijandelijke luchtverdedigings- en vuursteunsystemen, logistieke opslaglocaties en hoofdkwartieren. Deze wapens kunnen al in de eerste fase van een conflict essentiële capaciteiten van de tegenstander uitschakelen en leveren een belangrijke bijdrage aan de versterking van de gezamenlijke afschrikking en de verdediging. Daarom zet Defensie in op de versterking van deze capaciteit door de aanschaf van verschillende typen langeafstandsbewapening, de aanvulling van de inzetvoorraden munitie en het versterken van de Nederlandse en Europese productiecapaciteit.
Hiervoor maakt Defensie waar mogelijk gebruik van vraagbundeling met partnerlanden of verwerving via de NATO Supply and Procurement Agency (NSPA). Daarnaast worden via het Foreign Military Sales (FMS) proces verschillende kapitale munitie-artikelen verworven waarvoor op korte en middellange termijn geen Europese alternatieven beschikbaar zijn. De verkenning van coproductie van kapitale munitie loopt momenteel nog.
Indien antwoorden op één of meer vragen vertrouwelijk zijn, is het dan mogelijk om vertrouwelijk gebrieft te worden?
Dit is niet aan de orde.
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het commissiedebat Materieel van 3 juni 2026?
Ja.
Klopt het dat de gemeente Lochem omwonenden en ondernemers rond het geplande asielzoekerscentrum (azc) € 1.000 wil geven om hun «gevoel van veiligheid en leefbaarheid» te vergroten?1
Het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) van de gemeente Lochem heeft een conceptsubsidieregeling voorgesteld waarop omwonenden en ondernemers tot medio maart kunnen reageren. Er is nog geen definitief besluit genomen, op basis van inspraak bepaalt het college de definitieve regeling. Het voorstel voor de financiële tegemoetkoming voor omwonenden is een regeling van de gemeente waarbij het Ministerie van Justitie en Veiligheid niet betrokken is.
Bent u het eens met de stelling dat veiligheid geen taak is van burgers, maar van de overheid en dus de verantwoordelijkheid van de burgemeester?
De burgemeester is verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde, het Openbaar Ministerie voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. De burgemeester en het OM voeren daarover binnen de lokale driehoek overleg met de politie.
Erkent u dat dit voorstel een impliciete erkenning is dat de komst van het azc grote veiligheidsrisico’s met zich meebrengt die de gemeente schijnbaar niet onder controle heeft? Zo nee, waarom niet?
Het voorstel betreft een autonome, lokale keuze van het college. De toelichting en motivering van deze lokale subsidieregeling zijn aan de gemeente.
Bent u het eens met de stelling dat dit azc er dan nooit mag komen, omdat de veiligheid van de inwoners op één moet staan?
De veiligheid van inwoners heeft prioriteit en de veiligheidssituatie wordt continu gemonitord en indien nodig wordt direct opgetreden om de veiligheid van bewoners en omwonenden te borgen. Er zijn op dit moment geen incidenten bekend bij de gemeente Lochem met betrekking tot de huidige opvanglocatie voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV’ers) en er is geen aanleiding om van de komst van het azc af te zien.
Bent u bereidt een streep door de komst van dit azc te zetten? Zo nee, bent u bereid om desnoods, in overleg met de Minister van Defensie, militairen in te zetten om de veiligheid van de inwoners te garanderen?
Zoals toegelicht bij het antwoord op vraag 4 is dit niet aan de orde. Er zijn geen incidenten bekend met betrekking tot de huidige opvanglocatie.
Het bericht dat de NAVO-troepen niet voorbereid zijn op de toekomst van oorlogsvoering |
|
Tamara ten Hove (PVV) |
|
Ruben Brekelmans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel in The Wall Street Journal getiteld «NATO Has Seen the Future and Is Unprepared», waarin op basis van een simulatie van drone-oorlogsvoering wordt geconcludeerd dat de NAVO onvoldoende lessen heeft getrokken uit de oorlog in Oekraïne?1
Ja.
Bent u van mening dat de Nederlandse troepen voldoende getraind en uitgerust zijn om een grote confrontatie effectief aan te gaan?
Bij opleiding en training van Nederlandse militairen wordt de realiteit zo goed mogelijk benaderd. Defensie past haar opleidings- en trainingsconcepten daarbij continu aan op basis van actuele ontwikkelingen, waarbij onder meer aandacht is voor het vergroten van technologische en digitale vaardigheden en het versterken van de inzetbaarheid van personeel in een snel veranderende operationele omgeving.
Beschikt de Nederlandse krijgsmacht op grote schaal over kamikaze-FPV-drones die niet alleen geschikt zijn voor surveillance, maar ook voor directe aanvallen, zoals deze worden ingezet door zowel Russische als Oekraïense strijdkrachten?
Defensie volgt de ontwikkelingen rond de inzet van onbemenste systemen in Oekraïne nauwgezet en doet daar haar voordeel mee bij de inrichting van de krijgsmacht en de wijze waarop de krijgsmacht optreedt. Zo breidt de Koninklijke Landmacht uit met honderden dronefuncties binnen de gevechtseenheden. Op 1 april werd dit officieel bekend gemaakt op de Drone dag in Oirschot. Daarnaast werkt Defensie nauw samen met Nederlandse bedrijven en kennisorganisaties. Defensie beproeft de procedures rondom het veilige en effectieve gebruik van bewapende onbemenste systemen en de bescherming daartegen. Om operationele en veiligheidsredenen doet Defensie geen openbare uitspraak over de aanschaf van specifieke typen systemen.
Beschikt de Nederlandse krijgsmacht over drones met fiber-optische verbindingen, zoals die in de oorlog tussen Rusland en Oekraïne worden gebruikt?
Zie antwoord vraag 3.
Welke samenwerkingsverbanden bestaan er met Oekraïne dan wel andere NAVO-partnerlanden om geavanceerde technologieën, zoals fiber-optische drones en FPV-kamikazedrones, te integreren in de Nederlandse krijgsmacht en wat is de concrete planning en tijdlijn voor deze integratie?
Nederland monitort en integreert de geleerde lessen uit Oekraïne. Voor de integratie van geavanceerde technologieën, zoals drones, werkt Nederland nauw samen met Oekraïne en NAVO-partners. Nederland neemt deel aan de drone capability coalition binnen de Ukraine Defence Contact Group. Dit samenwerkingsverband is opgericht om Oekraïne uit te rusten met drones en tegelijkertijd de defensie-industrie van Oekraïne en partnerlanden te versterken. Inmiddels zijn meer dan 20 partnerlanden aangesloten bij het initiatief. Dit bevordert de interoperabiliteit, innovatie en kennisdeling tussen partners. Daarnaast hebben Nederland en Oekraïne ter versterking van de industrie in december 2025 een overeenkomst ondertekend voor de gezamenlijke productie van systemen.
In NAVO-verband worden lessen uit de oorlog in Oekraïne via het JATEC (Joint Analysis, Training and Education Centre) gedeeld. Binnen dit centrum worden operationele ervaringen geanalyseerd en vertaald naar concrete toepassingen voor NAVO-bondgenoten, zoals aangepaste doctrine, vernieuwde trainingsprogramma’s en gerichte capaciteitsontwikkeling.
In EU-verband is Nederland co-lead nation voor de Priority Capability Area (PCA) Drones en counter-drone systemen, waar Oekraïne als deelnemer aan de Coordination Group bijeenkomsten actief bij betrokken is.
De ontwikkelingen rondom geavanceerde technologieën gaan snel. De implementatie en integratie van deze systemen in het materieel van de krijgsmacht vormen daarom een continu en adaptief proces, waarbij steeds wordt ingespeeld op nieuwe operationele inzichten en technologische vooruitgang.
Op welke wijze wordt de opleiding en training van Nederlandse militairen aangepast aan de realiteit van moderne drone-oorlogsvoering, inclusief electronic warfare en jamming-technieken, teneinde te voorkomen dat Nederlandse eenheden in een reëel conflict op grote schaal worden uitgeschakeld, zoals gesimuleerd in recente NAVO-oefeningen?
Bij opleiding en training van Nederlandse militairen wordt de realiteit zo goed mogelijk benaderd. Op welke wijze we dit doen communiceren we niet openbaar om ons personeel te beschermen. Defensie past haar opleidings- en trainingsconcepten daarbij continu aan op basis van actuele kennis en ontwikkelingen, waarbij onder meer aandacht is voor het vergroten van technologische en digitale vaardigheden en het versterken van de inzetbaarheid van personeel in een snel veranderende operationele omgeving.
Over de specifieke knelpunten bij het oefenen met drones, inclusief bijbehorende respons vanuit defensie, bent u reeds geïnformeerd met de Kamerbrief van 23 maart jl.
Welke concrete maatregelen treft u om te waarborgen dat Nederland en de NAVO wel voorbereid zijn en standhouden in een scenario dat geschetst is tijdens de oefening Hedgehog 2025 in Estland?
Zie antwoord vraag 6. In aanvulling daarop investeren we in modern materieel en passen we onze processen en procedures voortdurend aan. Daarnaast wordt ingezet op het versterken van het lerend vermogen van de organisatie, waarbij lessen uit actuele conflicten en oefeningen worden vertaald naar aanpassingen in opleiding, doctrine, training en personeelsbeleid.
Bent u bekend met het bericht «Eerste wijkkliniek die ouderen helpt revalideren is succesvol, maar moet toch stoppen, zorgverleners geschokt: «Complete verrassing»»?1
Ja, ik ben bekend met dit bericht.
Kunt u uitleggen wat deze nieuwe visie inhoudt en waarom deze niet meer past? Zo nee, waarom niet?
Zorgverzekeraars Nederland (ZN) heeft een herijkte visie op het algemene concept wijkkliniek opgesteld op basis van eigen evaluatie en lessen van het leernetwerk acute ouderenzorg. Actiz en Verenso hebben aangegeven niet vooraf betrokken te zijn geweest bij het opstellen van deze visie. Zij hebben ook laten weten het inhoudelijk niet eens te zijn met het voorstel van zorgverzekeraars.
Ik vind het belangrijk dat partijen gezamenlijk tot één gedragen visie komen, gebaseerd op onderzoek en passend bij de landelijke ambitie voor toekomstbestendige ouderenzorg. Actiz, Verenso en ZN hebben zich bereid geuit om zich hiervoor in te spannen. In aanloop naar en tijdens het bekostigingsexperiment revalidatie- en herstelzorg gaan onder andere deze partijen aan de slag met het opstellen van een gezamenlijke visie op de wijkkliniek.
Omdat de visie van ZN niet door alle veldpartijen wordt gedragen, vind ik het niet passend om op de specifieke inhoud vooruit te lopen.
Kunt u toelichten hoe de eerder geboekte resultaten van De Wijkkliniek zoals betere patiëntenzorg, minder spoedeisende hulpbezoek, minder ambulanceritten en minder opnames, ook binnen de nieuwe visie van Zorgverzekeraars Nederland worden gehaald? Zo nee, waarom niet?
ZN geeft aan dat op verschillende punten rekening wordt gehouden met het behalen van de eerder geboekte resultaten van de De WijkKliniek in Amsterdam Zuidoost in hun visie. Een locatie in directe nabijheid van een spoedeisende hulp voorkomt ambulanceritten naar de wijkkliniek. Nauwe samenwerking tussen het ziekenhuis en de zorgaanbieder van de wijkkliniek leidt tot meer kennisuitwisseling en laagdrempelige samenwerking, met het idee om ziekenhuisopnames te voorkomen. Verder is een vaste plek in de buurt van de patiënt bijdragend aan minder verplaatsingen en rust voor ouderen in een kwetsbare situatie.
In de verdere ontwikkeling van de visie van de zorgverzekeraars met onder andere Actiz en Verenso zullen inzichten uit bestaande wijkkliniekproeftuinen, waaronder de behaalde resultaten in Amsterdam Zuidoost, worden meegenomen.
Kunt u aangeven waar de «herstelbedden» vandaan komen en wie eindverantwoordelijk is voor deze «herstelbedden»? Zo nee, waarom niet?
Zorgverzekeraar Zilveren Kruis heeft aangegeven dat er voor de hele regio voldoende capaciteit beschikbaar blijft voor de opvang en zorg van kwetsbare ouderen, ondanks de sluiting van deze wijkkliniek in Amsterdam. Zij hebben hierover contact gehad met betrokken zorgaanbieders, waaronder verpleeg- en verzorgingshuizen, ziekenhuizen, huisartsen en de ambulancedienst.
Zorgverzekeraars zijn, op grond van hun zorgplicht, verantwoordelijk voor tijdige, bereikbare en kwalitatief goede zorg voor hun verzekerden. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ziet hierop toe. De eindverantwoordelijkheid voor de geleverde zorg ligt bij de zorgaanbieders.
Deelt u de mening dat de sluiting van de wijkkliniek (welke zelfs dient als voorbeeld voor een landelijke uitrol in 2026!) niet in het belang van de regio is? Indien nee, waarom niet?
Ik ben van mening dat het zorgconcept wijkkliniek een positieve stap is richting passende zorg. Zorgverzekeraars hebben nog steeds de intentie om het aantal wijkklinieken uit te breiden van vijf naar tien in 2026, ondanks het sluiten van de wijkkliniek in Amsterdam.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 4, blijft er voldoende capaciteit in de regio voor de opvang van kwetsbare ouderen.
Bent u bereid in gesprek te gaan met Zorgverzekeraars Nederland om de sluiting van de Wijkkliniek in Amsterdam-Zuidoost tegen te gaan? Indien nee, waarom niet?
Het past niet bij mijn rol om zorgverzekeraars te verplichten om zorg te contracteren bij specifieke zorgaanbieders. De NZa en ZiNL pakken hier hun systeemverantwoordelijke rol door samen in gesprek te gaan met Cordaan en Zilveren Kruis als respectievelijk zorgaanbieder en zorgverzekeraar, en met het Amsterdam UMC als betrokken partner. Zij onderzoeken gezamenlijk wat er is gebeurd en welke lessen hieruit getrokken kunnen worden.
Ik heb er vertrouwen in dat de informatie die in deze gesprekken wordt opgehaald, zorgverzekeraars en zorgaanbieders behulpzaam is bij de doorontwikkeling van deze zorgvorm. Ook draagt dit bij aan het ontstaan van een gemeenschappelijke visie op wijkkliniekzorg. Uiteraard laat ik mij goed informeren door NZa en ZiNL over de uitkomsten van de gesprekken.
Vanuit mijn verantwoordelijkheid voor de randvoorwaarden zet ik mij in om de noodzakelijke voorwaarden voor het bekostigingsexperiment revalidatie- en herstelzorg mogelijk te maken. Binnen dit experiment kunnen zorgaanbieders en zorgverzekeraars deze zorgvorm verder ontwikkelen, waarbij wordt toegewerkt naar structurele bekostiging.