Het bericht 'Politie tussen watermeloenen en Islamic Relief op halal-huishoudbeurs: ’Het is imagobuilding’' |
|
Annabel Nanninga (JA21) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Politie tussen watermeloenen en Islamic Relief op halal-huishoudbeurs: «Het is imagobuilding»»?1
Heeft u kennisgenomen van de banner waarop de politie in uniforme dienstkleding wordt aangekondigd als «PARTNERSHIP ANNOUNCEMENT», geplaatst in een ontwerp dat duidelijk is vormgegeven in de kleuren en iconografie van de watermeloen, internationaal gebruikt als pro-Gaza-symbool?
Klopt het dat de politie een grote, officieel ingerichte wervingsstand had op het Halal Village Festival, inclusief politiebanner met agenten, geplaatst te midden van uitgesproken activistische symboliek zoals watermeloenen (veelal gebruikt als signaal van anti-Israëlisch protest), en direct naast de omstreden organisatie Islamic Relief?
Is deze vormgeving vooraf afgestemd, goedgekeurd of besproken met de politieleiding? Zo ja, welke overwegingen zijn gemaakt om dit beeldmateriaal te accorderen?
Erkent u dat deze afbeelding waarin de politie wordt gepresenteerd als activist voor de anti-Israëlbeweging de de neutraliteit en geloofwaardigheid van de politie schaadt? Zo nee, waarom niet?
Aangezien de politie stelt dat de afbeelding waarmee het evenement de politie als «partner» aankondigde, zonder toestemming van de politie is bewerkt; kunt u toelichten op welk moment dit de politie bekend werd, en welke acties zijn ondernomen richting de organisatoren van het Halal Village Festival?
Klopt het dat Islamic Relief Nederland een prominente partner was van het Halal Village Festival, en dat deze organisatie in Duitsland is aangemerkt als verlengstuk van de Moslimbroederschap, en in de Verenigde Arabische Emiraten zelfs op de terreurlijst staat?
Herinnert u zich dat toenmalig Minister Kaag in 2021, na overleg met de veiligheidsdiensten, de subsidierelatie met Islamic Relief heeft beëindigd vanwege zorgen over banden met extremistische netwerken? Acht u het dan gepast dat de politie zich op een evenement presenteert pal naast deze organisatie?
Deelt u de zorg dat de politie met haar aanwezigheid op deze beurs de indruk wekt indirect legitimiteit te verlenen aan Islamic Relief, een organisatie waar het kabinet eerder bewust afstand van nam? Zo nee, waarom niet?
Vindt u het wenselijk dat politiemedewerkers, zichtbaar in uniform en met het politielogo, deelnemen aan een beurs waar een organisatie staat die door diverse landen en veiligheidsinstanties in verband is gebracht met de Moslimbroederschap? Past dat volgens u binnen het integriteits- en neutraliteitskader van de politie?
Hoe beoordeelt u al het bovenstaande in het licht van de aangenomen motie Michon-Derkzen c.s. waarin de regering wordt verzocht ervoor te zorgen dat de gedragscode lifestyle-neutraliteit (Kamerstuk 29 628, nr. 1284) in alle facetten wordt nageleefd?
Hoe beoordeelt u het werven van politiepersoneel op basis van religie, namelijk op een beurs met religieus oogmerk? Ziet u zelf ook het verschil tussen doelgroepwerving en werving op religieuze gronden?
Wat vindt u ervan dat een journalist die vragen stelde over de neutraliteit van de politie binnen enkele minuten werd geconfronteerd met leden van de organisatie, beveiliging en een verzoek om de zaal te verlaten? Ziet u het risico dat de politie door haar aanwezigheid op zo’n evenement wordt betrokken in situaties waarin kritische journalistiek feitelijk wordt verhinderd?2
Kan u toezeggen dat de politie nooit meer aanwezig zal zijn op deze beurs?
De berichtgeving over de verwijdering van portretten van oud-ministers uit het ministerie van OCW en het kunstbeleid voor rijkskantoren |
|
Annabel Nanninga (JA21) |
|
Moes |
|
|
|
|
Kloppen de berichten dat de (oudste) portretten van voormalige bewindspersonen die de hal van het Ministerie van OCW opluisteren worden verwijderd en plaatsmaken voor nieuwe kunst?1
Over een aantal jaar verhuist het Ministerie van OCW naar een nieuw pand met minder ruimte voor een galerijwand in de ontvangsthal. Bovendien wordt de collectie schilderijen van oud-bewindspersonen steeds groter: alleen al acht bewindspersonen in de laatste twee jaar. Ik ben geïnformeerd dat dit de aanleiding was om na te denken over de toekomstbestendigheid van de galerij.
Om alvast te anticiperen op de nieuwe omgang met de portrettencollectie en de ontvangsthal in de nieuwbouw is op een van de huidige wanden nieuwe kunst geëxposeerd.
Dit leidde tot Kamervragen en een WOO-verzoek over of overwegingen van diversiteit en inclusie bij het besluit om een deel van de huidige wand leeg te maken een rol speelden. Bij het toekomstbestendig maken van de groeiende collectie portretten heeft dit geen rol gespeeld. Bij de inrichting van de hernieuwde wand is ambtelijk ruim voor mijn aantreden de opdracht verstrekt om in de nieuwe, hedendaagse kunst de verbinding met het terrein van OCW en de samenleving te laten zien onder de noemer van inclusie.
Klopt het dat daarmee de volledigheid van de chronologie van de opvolging van bewindspersonen wordt doorbroken?
Het klopt dat alle portretten na de verhuizing niet meer tegelijkertijd op de oude manier getoond kunnen worden. De collectie met de oorspronkelijke portretten zal op mijn verzoek na de verhuizing prominent te zien zijn in de huisvesting van OCW. De collectie wordt aanvullend ook digitaal in samenhang chronologisch gepresenteerd.
Klopt het bericht in de Telegraaf dat een aantal van de oudste portretten vervolgens alleen nog zichtbaar zijn op een foto maar de kunstwerken zelf in een depot verdwijnen?
De oorspronkelijke portretten zullen op mijn verzoek na de verhuizing prominent te zien zijn in de huisvesting van het Ministerie van OCW.
Klopt het dat ook het portret van bijvoorbeeld voormalig Minister Victor Henri Rutgers, die een belangrijke rol speelde in het Verzet en slachtoffer was van het naziregime, wordt verwijderd?
Het portret van voormalig Minister Rutgers hing aan de eerste wand die is aangepast anticiperend op de nieuwe omgang met de portrettengalerij en de ontvangsthal in de nieuwbouw, zie het antwoord op vraag 1.
Waarom wordt dit gedaan en wat vindt u ervan?
Ik vind het jammer dat de portretten niet meer allemaal op de oude manier tentoongesteld kunnen worden in het nieuwe pand, maar heb er begrip voor dat er een andere vorm moet worden gevonden voor de groeiende collectie. Ik ben van mening dat het niet goed is als de portretten niet meer allemaal tentoongesteld zouden kunnen worden. De collectie met de oorspronkelijke portretten zal daarom op mijn verzoek na de verhuizing in de huisvesting van OCW prominent te zien zijn. Zie verder het antwoord op vraag 1.
Deelt u de mening dat het juist waardevol en wenselijk is om oud-bewindspersonen op deze manier te eren en de geschiedenis van het departement recht te doen? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 5.
Klopt het dat deze herinrichting is uitgevoerd als onderdeel van een project tegen discriminatie en racisme en op welke manier volgt daaruit dat deze portretten weg zouden moeten? Vindt u de aanwezigheid van portretten van oud-bewindspersonen op de een of andere manier in strijd met doelstellingen van inclusie en diversiteit? Zo ja, hoe dan?
Nee het klopt niet dat de aanwezigheid van portretten van oud-bewindspersonen in strijd is met doelstellingen van diversiteit en inclusie. Voor de inrichting van de leeggemaakte wand in het huidige pand, heeft het ministerie een opdracht verstrekt aan FMH Kunstadvies. De opdracht is begeleid door het programma tegen discriminatie en racisme.
Klopt het dat deze wijzigingen zijn uitgevoerd na inbreng en advies van FMH Kunstadvies, de organisatie die het interdepartementale kunstbeleid uitvoert, het kunstadvies verzorgt en verantwoordelijk is voor de kunstinrichting van rijkskantoren in heel Nederland?
Dat klopt.
Welke ideologische aannames en overtuigingen liggen aan dit initiatief ten grondslag en op welke manier zijn die vastgesteld?
Het afwisselen van de tentoonstellingen van (delen van) een collectie is geen ideologisch statement.
Zijn er andere plannen om ook in andere Rijkskantoren de kunstinrichting te wijzigen op grond van vergelijkbare ideologische overwegingen, waarbij opnieuw de geschiedenis plaats zou moeten maken? Graag een toelichting.
Nee. OCW is betrokken bij het rijksbrede kunstbeleid, maar niet bij de kunstinrichting van andere Rijkskantoren.
Het bericht dat de Chinese overheid de namen van enkele medewerkers van inlichtingendiensten AIVD en MIVD heeft gepubliceerd |
|
Tom van der Lee (GL) |
|
Vincent Karremans (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Nieuwe escalatie in Nexperia-vete: China publiceert namen Nederlandse spionnen» van 9 december jl. in de Volkskrant?1
Kunt u bevestigen dat er namen van AIVD- en MIVD-medewerkers bekend zijn gemaakt op een Chinese nieuwswebsite in Hongarije?
Onderschrijft u het feit dat deze actie vanuit China het gevolg is van uw handelen op het Nexperia-dossier?
Onderschrijft u het feit dat het opschorten van de maatregelen jegens Nexperia als «blijk van goede wil» tegenover China dus mogelijk niet genoeg is geweest om de situatie te de-escaleren?
Heeft u, diplomatiek of anderszins, gereageerd op deze Chinese provocatie?
Heeft u al zicht op een reis naar China om de diplomatieke banden te herstellen? Zo ja, wanneer gaat deze reis plaatsvinden en wat zal uw inzet zijn? Zo niet, waarom niet?
Hoe wapent u zich tegen mogelijke verdere vijandige acties vanuit China?
Wat doet u om hybride dreigingen zoals deze tegen te gaan?
Heeft u het idee dat het kabinet voldoende is geëquipeerd om te reageren op dit soort dreigingen waarbij diplomatieke, economische en militaire acties in elkaar overlopen? Zo ja, waar blijkt dit uit? Zo niet, wat is er aanvullend nodig?
De toename van incidenten op de buslijnen van en naar Ter Apel en de beslissing om een gratis pendeldienst in te zetten tussen het azc in Ter Apel en station Emmen. |
|
Peter van Duijvenvoorde (FVD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) , Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Kunt u bevestigen dat er een pendelbus speciaal voor asielzoekers rijdt tussen het asielzoekerscentrum (azc) in Ter Apel en station Emmen, georganiseerd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de gemeenten Westerwolde en Emmen en gefinancierd door het Ministerie van Asiel en Migratie?
Bent u ervan op de hoogte dat er een stijging is te zien in zowel het aantal incidenten als de ernst ervan op buslijn 73 (Emmen–Ter Apel) en 74 (Emmen–Stadskanaal)?
Kunt u bevestigen dat zowel buschauffeurs als reizigers zich onveilig voelen op genoemde trajecten, zoals eerder ook door FNV Streekvervoer in een brandbrief is gemeld?
Kunt u een overzicht geven van alle incidenten op deze buslijnen in de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst naar: aard van de incidenten, ernst van de incidenten, herkomst van de daders en de afhandeling – inclusief vervolging en opgelegde sancties?
Acht u het wenselijk dat de Rijksoverheid faciliteert dat asielzoekers – van wie een deel aantoonbaar voor ernstige veiligheidsproblemen zorgt – vrijelijk worden vervoerd van het azc in Ter Apel naar Emmen?
Vindt u het niet een fundamenteel problematische ontwikkeling dat de overheid een aparte gratis buslijn opzet, omdat een deel van de asielzoekers zich niet aan basale betalings- en gedragsnormen houdt, waardoor feitelijk niet de overtreders zich aanpassen aan de norm maar de norm aan de overtreders?
Bent u het eens met de stelling dat het onwenselijk is dat asielzoekers die nog geen verblijfsvergunning hebben, zich nog in hun procedure bevinden en volgens vervoerders en vakbonden voor veiligheidsproblemen zorgen, door de overheid gefaciliteerd vrij kunnen reizen naar Emmen, waar dit tot veiligheidsrisico’s leidt?
Indien u dit wel wenselijk acht, kunt u uitvoerig toelichten waarom u het noodzakelijk vindt om dit vervoer te faciliteren, ondanks de veiligheidsproblemen die dit ten gevolge heeft voor Emmen?
Bent u ermee bekend dat – ondanks de inzet van de pendelbus – de incidenten op de reguliere buslijnen blijven toenemen en dat deze maatregel geen structurele verbetering oplevert voor de veiligheid?
Bent u voornemens om aanvullende maatregelen te nemen om de veiligheid van buschauffeurs en reizigers op de reguliere buslijnen te waarborgen?
Indien het antwoord op vraag 9 bevestigend luidt, welke maatregelen zult u dan nemen?
Indien het antwoord op vraag 9 ontkennend luidt, waarom kiest u ervoor om geen aanvullende maatregelen te nemen?
Bent u het eens met de stelling dat er een veiligheidsrisico ontstaat, omdat asielzoekers zonder verblijfsvergunning, die zich nog in hun procedure bevinden en van wie de overheid onvoldoende weet wie zij zijn, vrij in Nederland kunnen rondreizen, waardoor het ontbreken van betrouwbare identiteitskennis direct bijdraagt aan de veiligheidsrisico’s?
Het bericht ‘AFM: Schade door oplichting met beleggingstrucs tien keer hoger dan gedacht’ |
|
Wendy van Eijk-Nagel (VVD) |
|
Eelco Heinen (minister financiën, minister economische zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport «Van piramide tot ijsberg: de onzichtbare omvang van beleggingsfraude in Nederland» naar aanleiding van een door de Autoriteit Financiële Markten uitgevoerd onderzoek?
Ja.
Deelt u de mening dat beleggingsfraude hard aangepakt dient te worden, zeker als het maatschappelijk wenselijk is dat er steeds meer mensen gaan beleggen zodat de Nederlandse en Europese concurrentiepositie worden verstevigd? Zo nee, waarom niet?
Ja. Beleggingsfraude kan aanzienlijke financiële en emotionele schade veroorzaken bij slachtoffers en ondermijnt het vertrouwen in de financiële markten. Wij onderschrijven dat dit zorgelijk is en vinden dat beleggingsfraude hard moet worden aangepakt. Ook omdat het – zowel op individueel als maatschappelijk niveau – wenselijk is dat Nederlandse huishoudens, die voldoende financiële buffers hebben en waar het past binnen hun risicoprofiel en -bereidheid, verantwoord meer gaan beleggen.
Wat is uw reactie op bovengenoemd rapport? Onderschrijft u de schatting in het rapport dat de omvang van beleggingsfraude mogelijk wel tien keer hoger is dan aanvankelijk gedacht?
Wij waarderen het dat de AFM met dit rapport aandacht vestigt op beleggingsfraude. Het rapport laat duidelijk zien dat beleggingsfraude in Nederland nog veel omvangrijker is dan gedacht. Het is van belang om beleggingsfraude aan te pakken en wij vinden het dan ook positief dat de AFM voorstellen doet om de aanpak van beleggingsfraude te verbeteren. De schatting dat de daadwerkelijke schade mogelijk tien keer hoger ligt dan aanvankelijk gedacht, is afkomstig uit het rapport. Het betreft een ruwe schatting van de AFM op basis van de geregistreerde omvang van beleggingsfraude in Nederland, een verwacht geregistreerd schadebedrag op basis van een internationale vergelijking en een correctie van dit bedrag voor de meldingsbereidheid van mensen. Wij kunnen de werkwijze en de daaruitvolgende schatting van de AFM goed volgen, maar het blijft een schatting en het is niet mogelijk om de omvang exact te bepalen.
Wat zijn volgens u momenteel de grootste problemen in het voorkomen van beleggingsfraude?
Volgens het rapport zijn er meerdere knelpunten die het voorkomen van beleggingsfraude bemoeilijken. Beleggingsfraude en nieuwe modus operandi ontwikkelen zich snel door toenemende digitalisering en internationalisering. Via socialemediaplatformen komen beleggers vaak voor het eerst in contact met fraudeurs. Ze worden verleid met hoge rendementen en bekende personen die vertrouwen creëren en de belegging aanprijzen in nepadvertenties. De AFM wijst dan ook op de verantwoordelijkheid van socialemediaplatformen en andere poortwachters in het voorkomen dat hun diensten worden misbruikt voor malafide doeleinden. Verder constateert de AFM dat de meldingsbereidheid onder slachtoffers laag is, onder meer vanwege gevoelens van schaamte en gebrek aan vertrouwen in het nut van melden. Daarnaast noemt het rapport dat er geen centrale en uniforme registratie is, waardoor meldingen versnipperd zijn over verschillende instanties en het totale beeld van het probleem onvoldoende duidelijk blijft. Beide factoren belemmeren gericht preventief en repressief handelen van instanties, terwijl dit beleggingsfraude deels zou kunnen voorkomen. Wij onderschrijven de knelpunten die de AFM in haar rapport beschrijft. Daarnaast benadrukken wij dat het van belang is dat beleggers- voordat zij een belegging doen -controleren of zij dat doen bij een instelling die daarvoor de vereiste vergunning(en) heeft.
Wat zijn volgens u momenteel de grootste problemen die repressief handelen tegen beleggingsfraude in de weg staan?
De belangrijkste knelpunten bij de voorkoming van beleggingsfraude (zoals hierboven genoemd) gelden ook als problemen die repressiein de weg staan. Daarnaast geldt voor repressief handelen specifiek dat het internationale en digitale karakter van beleggingsfraude het moeilijk maakt daders te traceren en te vervolgen.
Deelt u de mening dat de integratie van de huidige diverse meldpunten tot één meldpunt voor beleggingsfraude verstandig is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid zich hiervoor in te spannen en op welke termijn zou dit dan gereed kunnen zijn?
Op dit moment kunnen wij niet beoordelen of de integratie van de huidige diverse meldpunten tot één centraal meldpunt voor beleggingsfraude verstandig en (juridisch) mogelijk is. De AFM heeft in het rapport opgeroepen tot overleg met ketenpartners en opsporingsdiensten over dit onderwerp om te onderzoeken of deze wens breder gedeeld wordt en, zo ja, hoe hier invulling aan gegeven kan worden. De AFM heeft ons laten weten hiertoe graag het initiatief te nemen. Wij ondersteunen dit initiatief van de AFM. Mede gezien de oproep van de AFM, zien wij op dit moment geen rol voor ons weggelegd in die gesprekken. Wel zullen wij bezien, indien nodig en mogelijk, welke ondersteuning te geven is aan eventuele vervolgstappen die hieruit voortvloeien.
Overweegt u aanvullende maatregelen tegen beleggingsfraude? Zo nee, waarom niet? Zo ja, aan welke maatregelen denkt u?
Binnen de publiek-private samenwerking voor de integrale aanpak van online fraude werken verschillende publieke en private partijen samen, waaronder de Ministeries van Financiën, van Economische Zaken en van Justitie en Veiligheid, OM, politie, toezichthouders, financiële instellingen en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en consumentenorganisaties om uiteenlopende vormen van fraude te voorkomen, te signaleren en te bestrijden. Voor online beleggingsfraude zijn in 2025 met experts technische barrières en interventies ontwikkeld om online beleggingsfraude te voorkomen.1 Wij willen bezien of het naar aanleiding van voornoemde verkenning noodzakelijk is om aanvullende maatregelen te nemen tegen (online) beleggingsfraude. Daarbij zullen wij met de betrokken partijen optrekken.
Het voorkomen van antisemitische verstoringen van de Chanoekaviering in Amsterdam |
|
Annelotte Lammers (PVV), Maikel Boon (PVV) |
|
Rijkaart |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van de aangekondigde tegendemonstraties rondom de Chanoekaviering met voorzanger Shai Abramson op zondag 14 december 2025 bij het Koninklijk Concertgebouw in Amsterdam, waarbij antisemitische groepen oproepen tot acties die gericht zijn op het verstoren van deze Joodse viering?1, 2, 3
Deelt u de opvatting dat antisemitische groeperingen niet mogen verhinderen dat deze Joodse viering op waardige en veilige wijze kan plaatsvinden?
Deelt u de zorgen van steeds meer Joodse Nederlanders die vrezen dat zij niet langer zonder risico een religieus-cultureel evenement kunnen bijwonen vanwege antisemitische demonstraties? Bent u bovendien bekend met de open brief van mevrouw Lia Flesschedrager, die een indringend voorbeeld schetst van deze angst doordat haar 88-jarige vader met vasculaire dementie en haar 87-jarige moeder mogelijk niet veilig de Joodse viering kunnen bereiken?4
Bent u bereid om, in overleg met de burgemeester van Amsterdam, alle noodzakelijke maatregelen te treffen om de veiligheid van bezoekers te garanderen en daarbij tevens te bespreken of het afkondigen van een noodverordening wenselijk is om antisemitische verstoringen te voorkomen, mede gezien eerdere antisemitische incidenten bij Joodse evenementen, zoals bij de opening van het Nationaal Holocaustmuseum?
Kunt u deze vragen met spoed beantwoorden en wel uiterlijk vóór zondag 14 december 2025?
De uitvoering van de motie Dijk c.s. over één periodieke tandartscontrole per jaar vanuit het basispakket vergoeden |
|
Jimmy Dijk , Sarah Dobbe |
|
Bruijn |
|
Wat is uw reactie op het bericht «Lager inkomen of opleiding? Grotere kans op kiespijn en kunstgebit»?1
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) monitort de mondgezondheid in Nederland en ziet dat de meeste Nederlanders (73% in 2023) hun mondgezondheid als goed ervaren, maar er zijn verschillen tussen sociaaleconomische groepen, waarbij lagere groepen het minder goed ervaren.2 De (financiële) toegankelijkheid van de mondzorg en het belang van preventieve mondzorg, zoals twee keer per dag poetsen met fluor, verdienen daarom aandacht.
Hoe kijkt u naar het feit dat één op de vijf mensen met een laag inkomen de tandarts mijdt vanwege de kosten?
We zien helaas dat circa 640.000 Nederlanders om financiële redenen niet regelmatig naar de tandarts gaan. Dit is natuurlijk onwenselijk, omdat dit kan leiden tot mondziekten en grotere problemen met de gezondheid. Ik merk op dat de financiële redenen vaak samengaan met andere redenen om de mondzorg te mijden (en dat het vaak begint met goede preventieve mondzorg). Het is daarom belangrijk dat een volgend kabinet de problematiek integraal bekijkt, waaronder de financiële toegankelijkheid van de mondzorg, en daarin keuzes maakt.
Deelt u de mening dat het een bizarre situatie is dat mondzorg nog steeds wordt behandeld als een luxeproduct, door het niet uit de basisverzekering te financieren, terwijl het enorm belangrijk is voor de mondgezondheid, de bredere gezondheid, de arbeidsparticipatie en het welzijn van mensen?
Ik deel noch de mening dat mondzorg «een luxeproduct» is, noch dat de mondzorg zo behandeld wordt. Ik ben wel van mening dat we moeten voorkomen dat we grote kostbare en minder gerichte maatregelen, zoals pakketmaatregelen, om de problemen bij een relatief kleine groep op te lossen. De gehele mondzorg in het basispakket heeft gevolgen voor de betaalbaarheid van de zorg en de zorgpremie, terwijl het gewenste effect «minder ongewenste zorgmijding», maar beperkt wordt behaald. Ik heb uw Kamer daarom op 10 december een brief gestuurd met daarin mogelijke gerichtere maatregelen3 ter overweging aan het volgende kabinet.
Zo ja, bent u bereid om mondzorg voortaan uit de basisverzekering te vergoeden? Zo nee, waarom hecht u zo weinig belang aan het belang van goede mondzorg voor iedereen?
Ik begrijp de vraag vanuit uw Kamer om meer mondzorg vanuit het basispakket te vergoeden. Ook ik hecht er veel waarde aan dat mensen in Nederland een goede mondgezondheid hebben. Het uitbreiden van het pakket met meer mondzorg is echter, zoals ik hierboven heb genoemd, een grote maatregel. Het Zorginstituut Nederland (hierna: Zorginstituut) is daarom gevraagd om te adviseren over een passende aanspraak op mondzorg. Uw Kamer is eerder geïnformeerd over de fases en de tijdlijnen van dit adviestraject.4 , 5
Daarnaast heb ik, mede gezien de roep om de aanspraak op mondzorg uit te breiden, aan het Zorginstituut gevraagd om versneld te toetsen of mondzorg voor volwassenen in beginsel voldoet aan de wettelijke criteria van de Zvw, een zogenaamde principiële toets. Ik heb uw Kamer hierover geïnformeerd in mijn brief van dd. 10 december 2025. Het Zorginstituut heeft geconcludeerd dat op preventie gerichte mondzorg in principe niet voldoet aan het ingangscriterium van de Zvw. De op behandeling gerichte mondzorg voldoet in principe wel aan het ingangscriterium van de Zvw. Dit betekent niet dat het Zorginstituut nu al adviseert om op behandeling gerichte mondzorg in het pakket op te nemen. Om te bepalen welke mondzorg eventueel passend is voor het pakket weegt het Zorginstituut namelijk naast de wettelijke criteria ook de maatschappelijke pakketcriteria mee. Bovendien is besluitvorming over het uitbreiden van het pakket aan een volgend kabinet.
Hoe staat het inmiddels met de uitvoering van met een zeer brede meerderheid aangenomen motie Dijk c.s., die de regering verzocht «om één periodieke controle per jaar vanuit het basispakket te vergoeden, en de kosten te dekken door actieve fraudebestrijding in de zorg en door zo spoedig mogelijk nieuwe medisch specialisten alleen nog in loondienst te nemen»?2
Ik heb in mijn brief van dd. 10 december 2025 toegelicht hoe ik de motie Dijk c.s. heb afgedaan. De voorgestelde dekking om (nieuwe) medisch specialisten in loondienst te brengen, is zeer onzeker vanwege de benodigde wetgeving die ingrijpt in eigendom. Deze is moeilijk te onderbouwen en moeilijk uitvoerbaar. Daarbij is er al een opdracht om op de beloning van medisch specialisten 150 miljoen te besparen.7Deze maatregel hangt daar mee samen. Bovendien heeft het Zorginstituut geconcludeerd dat de op preventie gerichte mondzorg zonder medische indicatie in principe niet voldoet aan het ingangscriterium van de Zvw. Opname in het basispakket van de periodieke controle is dan ook vooralsnog niet aan de orde. Tot slot blijkt uit onderzoek dat circa 40% van de mensen na een tandartscontrole nog aanvullende (curatieve) mondzorg nodig hebben.8
Eén periodieke controle vergoeden vanuit het basispakket biedt daarom geen (volledige) oplossing voor de mensen die om financiële redenen de tandarts vermijden.
Waarom schreef u in antwoord op feitelijke vragen over deze motie dat het «aan het nieuwe kabinet [is] om te bezien of opname in het basispakket wenselijk is en hoe deze extra uitgaven financieel gedekt worden»?3 Waarom voert u dit besluit van een ruime Kamermeerderheid niet gewoon uit, aangezien deze motie heel duidelijk was over de opdracht en de financiële dekking daarvan?
In bovengenoemde brief aan uw Kamer heb ik toegelicht waarom ik de motie heb afgedaan. Ik zal dat normaals kort toelichten: De voorgestelde dekking om (nieuwe) medisch specialisten in loondienst te brengen, is zeer onzeker vanwege de benodigde wetgeving die ingrijpt in eigendom. Deze is moeilijk te onderbouwen en moeilijk uitvoerbaar. Daarbij is er al een opdracht om op de beloning van medisch specialisten 150 miljoen te besparen. Deze maatregel hangt daar mee samen. Bovendien heeft het Zorginstituut geconcludeerd dat de op preventie gerichte mondzorg zonder medische indicatie in principe niet voldoet aan het ingangscriterium van de Zvw. Opname in het basispakket van de periodieke controle is dan ook vooralsnog niet aan de orde. Tot slot blijkt uit onderzoek dat circa 40% van de mensen na een tandartscontrole nog aanvullende (curatieve) mondzorg nodig hebben. Eén periodieke controle vergoeden vanuit het basispakket biedt daarom geen (volledige) oplossing voor de mensen die om financiële redenen de tandarts vermijden.
Herinnert u zich de uitspraak van Minister-President Schoof tijdens de algemene beschouwingen «U heeft gelijk: die motie is aangenomen en heeft daarmee ook een duidelijk signaal afgegeven. We zullen de motie ter hand nemen – dat is logisch – en het op zo’n manier aanpakken dat het volgende kabinet alle bouwstenen heeft om hiermee verder te gaan. Op die manier hoop ik iets van beweging te krijgen.»? Is het kabinet inmiddels wel bereid om te erkennen dat de Kamer niet demissionair is en aangenomen moties niet kunnen worden overlaten aan het volgende kabinet?
Ja, dat herinner ik mij. Ik heb dan ook, zoals de Minister-President aangaf, de motie serieus in overweging genomen. Het was om bovengenoemde redenen niet haalbaar om de motie uit te voeren. Dit neemt niet weg dat ik het signaal dat er mensen zijn die om financiële redenen de tandarts mijden serieus neem. Ik zet mij nog steeds in om voor deze groep mensen tot een oplossing te komen.
Bent u bereid om deze vragen één voor één en voor de begrotingsbehandeling VWS te beantwoorden?
Ja.
Nicotinesticks |
|
Lisa Vliegenthart (GroenLinks-PvdA) |
|
Judith Tielen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met nicotinesticks zonder tabak, zoals de Levia-sticks van Philip Morris en de Veo-sticks van British American Tobacco die sinds 2024 op de Nederlandse markt zijn verschenen?
Bent u bekend met de recente kennisnotitie van het RIVM1 waarin wordt geconcludeerd dat deze nicotinesticks de advieswaarden voor maximale nicotine-emissie tot wel 25 keer overschrijden, en daarmee potentieel ernstige gezondheidsrisico’s opleveren?
Wat is uw reactie op dit rapport van het RIVM?
Deelt u de zorg dat deze producten, mede door het gebruik van smaakstoffen, extra aantrekkelijk zijn voor jongeren en niet-rokers, en daarmee kunnen bijdragen aan een nicotineverslaving onder de jeugd?
Kunt u toelichten hoe de overheid momenteel de jeugd en andere kwetsbare groepen beschermt tegen de risico’s van deze nicotinesticks, mede in het licht van het feit dat vapes met smaakjes inmiddels wél verboden zijn?
Vallen nicotinesticks zonder tabak op dit moment volledig onder de Tabaks- en rookwarenwet? Zo ja, welke concrete producteisen en handhavingsinstrumenten gelden er op dit moment voor deze producten? Zo nee, wat zijn dan de handhavingsmogelijkheden voor?
Kunt u aangeven welke aanvullende maatregelen u bereid bent te nemen om te voorkomen dat nicotinesticks verder aan populariteit winnen, in het bijzonder onder jongeren?
Op welke wijze wordt de inhoud en impact van de RIVM-kennisnotitie over nicotinesticks door de overheid gecommuniceerd richting de tabaksindustrie en richting verkopers?
Bent u bekend met de marketing van tabaksfabrikanten die deze sticks verkopen als een minder schadelijke optie voor roken?
Hoe voorkomt de overheid dat de tabaksindustrie via het zogenaamde «harm-reduction»-narratief het tabaksontmoedigingsbeleid vertraagt of ondermijnt?
Kunt u uiteenzetten hoe Nederland zich op dit moment verhoudt tot de Europese wetgeving omtrent nicotineproducten zonder tabak, en welke ruimte er is voor nationale aanscherping van regels?
Waarom worden verhitte nicotineproducten zonder tabak op dit moment nog steeds anders behandeld dan reguliere sigaretten en shag als het gaat om accijns, verkooppunten en verpakkingsvoorschriften?
Bent u bereid om nicotinesticks volledig gelijk te stellen aan sigaretten en shag in de regelgeving, zodat voor deze producten dezelfde restricties gelden ten aanzien van accijns, verpakkingen, verkooppunten en reclame? Zo nee, waarom niet?
Waarom zijn nicotinesticks op dit moment aanzienlijk goedkoper dan reguliere tabaksproducten, en acht u dit prijsverschil wenselijk gezien het grote risico op instroom van jonge gebruikers?
Deelt u de opvatting dat producten waarvan het RIVM vaststelt dat zij de gezondheidskundige advieswaarden voor nicotine-emissie fors overschrijden, in feite als onveilig moeten worden beschouwd? Zo ja, waarom zijn deze producten dan nog steeds niet van de markt gehaald?
Hoe reflecteert u op de opkomst van vapes in Nederland?
Ziet u paralellen tussen de opkomst van vapes en de opkomst van nicotinesticks?
Welke lessen trekt u uit de opkomst van vapes en kan u toepassen op de opkomst van nicotinesticks?
De deelname van de politie aan het Halal Village Festival |
|
Geert Wilders (PVV), Marjolein Faber (PVV) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Politie tussen watermeloenen en omstreden Islamic Relief op «halal-huishoudbeurs»: «Het is imagobuilding»»?1
Was u op de hoogte van deze deelname van de politie?
Bent u het eens met de stelling dat dit festival een pro-Palestijnse activistische lading heeft daar waar het festival werd gedecoreerd met Palestijnse vlagen, watermeloenen, hét symbool van de Palestijnse strijd, en de leus «from the river to the sea», waarover de Kamer via een aangenomen motie, de regering heeft verzocht om deze uitdrukking als een oproep tot geweld te beschouwen? Zo nee, waarom niet?
Op het festival werd kleding te koop aangeboden van het merk «Ready to Resist» met als slogan «Join the fight»; gezien in de context van geweld: is dit niet een oproep tot geweld?
Kunt u uitleggen waarom de politie wel tijd heeft om naar deze halal-huishoudbeurs te gaan terwijl tegelijkertijd de politie te weinig capaciteit heeft om de kerntaken uit te voeren? Zijn de kerntaken ondergeschikt aan de halal-huishoudbeurs?
Bent u ervan op de hoogte van het feit dat een voormalig bewindspersoon, na overleg met de veiligheidsdiensten, de rijkssubsidie aan Islamic Relief heeft gestopt?
Bent u ervan op de hoogte dat in Duitsland die organisatie is aangeduid als verlengstuk van de Moslimbroederschap?
Bent u ervan op de hoogte dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst in het onderzoek naar de Moslimbroederschap in Nederland geconstateerd heeft dat de activiteiten van de beweging op de lange termijn een risico zouden kunnen vormen voor de democratische rechtsorde in Nederland?
Bent u het ermee eens dat Islamic Relief een terroristische organisatie is?
Is het bemensen van een politiestand pontificaal naast de organisatie Islamic Relief niet een uiting van acceptatie van deze terroristische organisatie? Zo nee, waarom niet?
Is het niet van de zotte dat de politie personeel gaat werven op een festival met een pro-Palestijnse activistische sfeer, waar oproep tot geweld plaatsvindt en dat terwijl het antisemitisme toeneemt? Zo nee, waarom niet?
Waarom is de politie partner in dit festival? Zijn er kosten verbonden aan het partnerschap? En hoeveel heeft de politie bijgedragen in totaal aan dit festival?
Hoe kan de politie een partnerschap aangaan met een festival waar óók de terroristische organisatie Islamic Relief een belangrijke partner is? Of is dit een onderdeel van «imagobuilding»?
In hoeverre kan je nog spreken dat de politie neutraal is en dient deelname aan dit soort evenementen niet per direct te stoppen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om de politie de opdracht te geven om per direct met deelname aan dergelijke activiteiten te stoppen? Zo nee, waarom niet?
Het bericht 'Rijkswaterstaat en ProRail slaan alarm: 'Achterstand onderhoud meer dan 50 miljard’' |
|
Björn Schutz (VVD), Peter de Groot (VVD) |
|
Tieman , Thierry Aartsen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht van RTL Nieuws waarin ProRail en Rijkswaterstaat waarschuwen dat de onderhoudsopgave zo groot is dat «het land op slot dreigt te gaan»?1
Kunt u uiteenzetten hoe de achterstanden in het onderhoud van wegen, bruggen, waterwegen, spoor zijn verdeeld en hoe deze in de tijd zijn ontstaan?
Is er een lijst van de top-10 projecten die vanwege de technische staat binnen vijf jaar moeten zijn uitgevoerd?
Hebben Rijkswaterstaat en ProRail het onderhoudsareaal volledig in zicht of zijn er nog ontbrekende gegevens en data waardoor het tekort verder kan oplopen?
Zijn er onderhoudsprojecten ontstaan door technisch falen in operatie of gebruik van infrastructuur? Welke projecten zijn dit?
Welke problemen gaan de huidige onderhoudsachterstanden vormen die niet alleen een financiële uitdaging zijn, maar vooral te maken hebben met capaciteit, planning en samenwerking binnen de keten?
Welke concrete proces- en planningsverbeteringen zijn de afgelopen jaren doorgevoerd om onderhoud efficiënter te organiseren zonder dat daar extra financiële middelen voor nodig waren?
Welke aanvullende optimalisaties kunnen op korte termijn worden ingevoerd om de achterstanden sneller terug te dringen?
Welke maatregelen neemt u om ondanks de schaarste aan technisch personeel meer werk in dezelfde tijd te kunnen uitvoeren?
Hoe wordt geprioriteerd welke trajecten of objecten het eerst worden aangepakt binnen de bestaande middelen, en welke criteria worden daarbij gehanteerd?
Welke digitale of innovatieve onderhoudsmethoden kunnen volgens u helpen om de achterstanden sneller in te lopen zonder meer geld?
Bent u bereid de Kamer periodiek te informeren over de voortgang bij het verkorten van doorlooptijden en het wegwerken van achterstanden, met nadruk op procesverbeteringen en efficiencywinst?
Hoe gaat u de extra hinder meer inclusief managen voor de omgevingen, regionale economieën en ondernemers?
Is het denkbaar dat projecten meer integraal in plaats van op zichzelf worden beschouwd qua planning in de jaarkalender, en meer structureel in lijn met belangen van stakeholders?
Deelt u de mening dat als mitigerende maatregelen in natura ontoereikend zijn om de onevenredigheid van nadeel voor bepaalde sectoren te voorkomen, en overlastsituaties over een langere periode een meer structureel karakter krijgen, bijvoorbeeld door opvolgende projecten op hetzelfde traject, een andere compensatiestelsel wenselijk is dan de vigerende nadeelcompensatieregeling(en), die vooral bedoeld zijn voor incidenteel nadeel?
Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan de behandeling van de begroting?
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Het NGO Monitor-rapport |
|
Gidi Markuszower (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
Aukje de Vries (VVD) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van het NGO Monitor-rapport (hierna: rapport)1, waaruit blijkt dat de internationaal en nationaal geïndiceerde Palestijns-Islamitische terreurgroep Hamas vóór 7 oktober een uitgebreid systeem heeft opgebouwd om humanitaire organisaties te controleren, te infiltreren en te manipuleren, inhoudende dat vertrouwelingen bij met EU-geld gefinancierde ngo’s in Gaza op sleutelposities (bijvoorbeeld bestuursvoorzitter, directeur, onderdirecteur, etc.) werden gestationeerd?2
Hoeveel geld heeft Nederland vanaf 2015 via de BHO-begroting of via ODA-gelden op andere begrotingen overgemaakt naar de in het rapport bij naam genoemde organisaties? Graag een gedetailleerde specificatie, uitgesplitst naar jaar en organisatie.
Hoeveel geld heeft Nederland vanaf 2015 via de BHO-begroting of via ODA-gelden op andere begrotingen overgemaakt naar de Palestijns-Arabische bevolking, de Palestijnse Gebieden, de Palestijnse autoriteit, de Westoever en/of Gaza en NGO’s actief in de Palestijnse Gebieden? Graag een gedetailleerde specificatie, uitgesplitst naar jaar en organisatie.
Hoeveel geld heeft Nederland, na wijziging van de begrotingsstaat samenhangende met de najaarsnota, in totaal begroot aan uitgaven en verplichtingen, zowel voor wat betreft de BHO-begroting alsmede de ODA-gelden op andere begrotingen, voor de Palestijns-Arabische bevolking, de Palestijnse gebieden, de Palestijnse autoriteit, de Westoever en/of Gaza? Graag een totaal, gespecificeerd en gedetailleerd overzicht.
Wat is het Nederlandse aandeel, via de BHO-begroting of via ODA-gelden op andere begrotingen, in deze mede door de EU-gefinancierde en door Hamas geïnfiltreerde NGO’s?
In hoeverre zijn er signalen bij u bekend dat de betrokken NGO’s op de hoogte waren van het feit dat zij werden gecontroleerd en/of geïnfiltreerd dan wel op andere wijze dienstig waren aan de terreuractiviteiten van Hamas?
Bent u bereid om een strafrechtelijke onderzoek naar de betrokken NGO’s te entameren? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om de betrokken NGO’s, nu zij in Gaza dusdanig onder controle blijken te staan van Hamas, als terroristische organisatie aan te merken en op grond van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek te verbieden? Zo nee, waarom niet?
Welke maatregelen heeft dit kabinet inmiddels genomen om te voorkomen dat met Nederlands belastinggeld een terreurorganisatie als Hamas via de EU wordt gesteund? Welke maatregelen heeft dit kabinet genomen om er voor zorg te dragen dat de EU hiermee stopt?
Is dit kabinet voornemens om de aan de betrokken NGO’s overgemaakte gelden terug te vorderen en deze organisaties uit te sluiten voor toekomstige subsidies? Zo nee, waarom niet?
Zorgwekkende toename van kinderobesitas |
|
Renilde Huizenga (D66), Marijke Synhaeve (D66) |
|
Judith Tielen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel uit het AD «Jong kind met ernstig overgewicht «wordt gemiddeld maar 39 jaar oud»: artsen slaan alarm om groeiende groep» van 9 december?1 En bent u bekend met het Panteia-rapport «Monitor Kindermarketing»2, waarin wordt gesteld dat kinderen nog steeds veelvuldig worden blootgesteld aan marketing voor ongezond eten?
Herkent u de signalen van kinderartsen over de alarmerende stijging van overgewicht en (ernstige) obesitas bij kinderen (0–18 jaar)? Erkent u de ernstige gezondheidsrisico’s hiervan, zoals leververvetting en diabetes type 2?
Hoe kijkt u naar de observatie dat de omgeving kinderen zo ziek maakt dat er de afgelopen vier jaar vijf keer zo vaak is ingegrepen met gewichtsverminderende of eetlustremmende medicatie?
Hoe kijkt u naar de cijfers uit het persbericht dat van de € 1,6 miljard die voedselbedrijven jaarlijks besteden aan reclame in totaal 80% gaat naar reclame voor ongezonde producten? Deelt u de zorg dat kindermarketing voor ongezond voedsel toeneemt, zowel in de online als de fysieke omgeving van kinderen?
Wat is uw reactie op het signaal dat kinderartsen in grote steden (Amsterdam, Rotterdam en Den Bosch) een forse toename van patiënten en een verdubbeling van de wachtlijsten zien? Deelt u de zorg dat de zorgcapaciteit voor deze kwetsbare groep onder druk staat?
Hoe geeft u invulling aan de zorgplicht van de overheid om de kindergezondheid te beschermen? Welke stappen zet u om actiever in te grijpen via wetgeving, bijvoorbeeld door gezonde voeding relatief goedkoper te maken of kindermarketing voor ongezonde voeding en dranken te verbieden?
Bent u bereid het advies in het Panteia-rapport over te nemen om de definitie van marketing «gericht op kinderen» in de regelgeving te verbreden? Erkent u dat de huidige definitie te veel ontsnappingsmogelijkheden biedt, waardoor kinderen in de praktijk alsnog worden blootgesteld aan marketing voor ongezonde voeding?
Vindt u het niet onwenselijk dat de invoering van een wettelijk verbod op kindermarketing voor ongezonde voeding keer op keer vertraging oploopt? Zo ja, kunt u aangeven wanneer het wetsvoorstel naar de Kamer wordt gestuurd?
Welke inzet pleegt u om tot Europese afspraken te komen gericht op het verbieden van kindermarketing voor ongezonde voeding en dranken, zowel in de online als de fysieke omgeving van kinderen?
Hoe gaat u gehoor geven aan de dringende oproep van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) tot een «stevig preventiebeleid»? Welke concrete maatregelen neemt u om de omgeving van het kind gezonder te maken?
Deelt u de mening dat naast gezond eten ook sporten en bewegen belangrijk is om overgewicht te voorkomen en fysiek en mentaal sterker te worden? Welke aanvullende maatregelen op het gebied van sporten en bewegen liggen voor naar aanleiding van deze zorgwekkende berichtgeving?
Kunt u deze vragen voorafgaand aan een eerstvolgende debat kinderobesitas dan wel het WGO Jeugd beantwoorden?
De overstap van de Belastingdienst naar Microsoft |
|
Barbara Kathmann (PvdA), Laurens Dassen (Volt), Sarah El Boujdaini (D66) |
|
van Marum , Heijnen |
|
|
|
|
Bent u nog steeds van mening dat de overstap van de Belastingdienst naar Microsoft1 slechts is voorzien van «een zeer magere onderbouwing»?2
Staat u nog steeds achter uw stelling dat de Belastingdienst niet heeft onderbouwd dat er geen Europese alternatieven voor Microsoft zouden zijn?
Voldoet de onderbouwing voor de overstap van de Belastingdienst aan het geldende cloudbeleid?3 Kunt u hard maken dat tijdig aan alle eisen is voldaan?
Heeft de Belastingdienst, door zich in 2021 te committeren aan de overstap naar Microsoft, het onmogelijk gemaakt om alsnog af te wijken van dit besluit en tijdig een Europees alternatief te implementeren?
Deelt u de mening dat, gezien (geo)politieke ontwikkelingen en de duidelijke wens van de Kamer om de digitale autonomie van Nederland te bevorderen, de overstap van de Belastingdienst naar Microsoft alsnog heroverwogen dient te worden?
Bent u op de hoogte van het rapport van de Cyber Safety Review Board uit 2024 over de beveiliging van Microsoft, waaruit blijkt dat het bedrijf de cyberveiligheid structureel niet op orde heeft?4, 5 Hoe beoordeelt u het argument dat Microsoft de beste beveiliging biedt in het licht van de conclusies uit dit rapport?
Bent u bereid om, in samenwerking met de Belastingdienst, duidelijk te maken welke aanvullende middelen, expertise of capaciteit nodig zijn om alsnog af te zien van de overstap naar Microsoft en zo snel mogelijk een Europees alternatief te realiseren?
Welke «workarounds» worden nu gebruikt door ambtenaren in hun digitale werkomgeving? Bent u bereid om te onderzoeken of deze belemmeringen weg te nemen zijn zonder de overstap naar Microsoft te maken?
Waarom zijn de CIO Rijk en de overige IT-dienstverleners van het Rijk «pas in een zeer laat stadium» betrokken in het proces van de Belastingdienst? Wanneer is dit gebeurd, en waarom pas op dat zeer late moment?6
Deelt u de mening dat de Belastingdienst in 2021, door uit te gaan van Microsoft 365 en Windows 11 als «gouden standaard,» geen gedegen verkenning heeft gedaan van Europese alternatieven?
Deelt u de mening dat de scenario’s van de Belastingdienst, zoals die in de (beslis)nota van 28 juni 2025 zijn beschreven,7 onvolledig zijn omdat ze in de basis uitgaan van een werkomgeving die is ingericht voor Microsoft?
Wanneer heeft de Belastingdienst precies besloten om deze scenario’s uit te werken? Welke specifieke «(geo)politieke en maatschappelijke ontwikkelingen» gaven hier aanleiding toe?8
Acht u de keuze van de Belastingdienst om voor de werkomgeving over te stappen naar Microsoft inmiddels onafhankelijk en voldoende onderbouwd?
In het geval u de mening deelt van de indieners dat er geen degelijke onafhankelijke verkenning is uitgevoerd naar Europese alternatieven, kunt u er op toezien dat deze alsnog op korte termijn wordt uitgevoerd met als doel om een alternatieve Europese route voor de cloudmigratie van de Belastingdienst te schetsen?
Waarop baseert de Belastingdienst de aanname dat de onderzochte scenario’s «naar verwachting binnen het aangepaste cloudbeleid passen dat momenteel door BZK wordt herzien»?9 Kunt u duidelijk uitleggen waar dit uit blijkt, aangezien dit beleid nog niet is vastgesteld en er sindsdien ook Kamermoties10 zijn aangenomen om de eisen voor soevereiniteit verder aan te scherpen?
Kunt u per scenario, uitgewerkt door de Belastingdienst, een realistische schatting maken van de aanvullende kosten die hier bij gemoeid zouden zijn? Welk scenario acht u vanuit het soevereiniteitsbelang het meest geschikt?
Wat bedoelt u met uw antwoord dat «de Belastingdienst de ontwikkelingen van Europese en soevereine alternatieven [volgt]» en «[actief] kijkt naar de mogelijkheden van soevereine en of Europese cloudoplossingen»? Zijn er afspraken gemaakt over wat dit concreet betekent en welke verwachtingen heeft u precies van de Belastingdienst?11, 12
Waarom «volgt» de Belastingdienst enkel de ontwikkeling van een soeverein alternatief als MijnBureau, in plaats van dat zij dit met overtuiging afneemt? Ziet u mogelijkheden voor een schaalbare pilot binnen de Belastingdienst om een soeverein alternatief voor Microsoft op de werkvloer uit te proberen?
Deelt u de mening dat meer departementen en uitvoerders MijnBureau moeten afnemen om het project levensvatbaar te maken en waardevolle inzichten op te doen voor soevereine werkplekken?
Welke aanvullende afspraken zijn met Microsoft gemaakt om de risico’s in het voorkeursscenario van de Belastingdienst «zo beheersbaar mogelijk» te maken?13 Beaamt de CIO Rijk dat de risico’s zo veel als mogelijk zijn beheerst?
Acht u het acceptabel dat het mailverkeer van de Belastingdienst, waarin fiscale informatie en informatie over «rulings» wordt gecommuniceerd, straks afhankelijk wordt van Microsoft?14
Acht u het acceptabel dat het mailverkeer van de Belastingdienst onder Amerikaanse surveillancewetgeving zoals de CLOUD Act, sectie 702 van de Foreign Intelligence Surveillance Act (FISA), en Executive Order 12333 komt te vallen? Hoe verhoudt dit zich tot de fiscale geheimhoudingsplicht?15
Deelt u de mening dat het rapport uit 2022 van GreenbergTraurig, waarin wordt gesteld dat het risico dat de VS gebruik maakt van de CLOUD Act klein is, achterhaald is door de geopolitieke ontwikkelingen nu ook de AIVD en de MIVD minder informatie met de Amerikanen delen?16
Beschikt Microsoft in het geval er «double key encryption» wordt toegepast over een sleutel naar deze data? Zo ja, hoe is het versleutelen van data dan een geschikte mitigerende maatregel?
Klopt het dat de exitstrategie, waarin binnen negen maanden data uit de Microsoft-cloudomgeving wordt gehaald, «met hulp van Microsoft» wordt uitgevoerd?17 Is de exitstrategie om wég te komen van Microsoft daardoor niet ook afhankelijk geworden van Microsoft?
Kunt u de garantie van Microsoft, dat zij zich tegen alle vormen van politieke druk vanuit de VS zullen verzetten, hard maken? Welke concrete afspraken zijn hierover gemaakt? Kunt u bijpassende documentatie met de Kamer delen?
Zijn er nog meer nota’s of notities met betrekking tot de overstap naar Microsoft die gebruikt zijn om de afweging te maken, maar nog niet gedeeld zijn met de Kamer? Kunt u deze alsnog openbaar maken?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden en toezeggen dat u, tot deze beantwoord zijn, zich ten volste in zal spannen om een Europees alternatief voor de kantoorautomatisering van de Belastingdienst alsnog mogelijk te maken?
Anti-verstikkers/-verslikkers |
|
Mirjam Bikker (CU) |
|
Judith Tielen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met anti-verstikkers/-verslikkers zoals ChokeBuddy en LifeVac1 en de waarschuwing van de Food- and Drug Administration (FDA) om dit soort instrumenten niet te gebruiken voordat de gevestigde methodes als de Heimlichgreep zijn toegepast?
Zijn LifeVac en ChokeBuddy veilig te gebruiken?
Wat is de beste manier van handelen als iemand zich verslikt?
Waar zijn de claims op gebaseerd dat ze MHRA, FDA-geregistreerd en CE-gemarkeerd (LifeVac) en CE-gecertificeerd en medisch goedgekeurd (ChokeBuddy) zijn?
Wat is het CE-certificaat van Sungo Global/Sungo Europe B.V. op de website van ChokeBuddy waard?2 Is dit bedrijf bevoegd om veiligheidscertificaten uit te geven?
Bent u ermee bekend dat de FDA actief dit soort producten uit de markt aan het halen is en import van niet-geautoriseerde anti-verstikkers tegenhoudt?
Wat is uw reactie op de onveilige anti-verstikkers/-verslikkers en de manier waarop de schijn wordt gewekt dat ze een erkend medisch hulpmiddel zijn?
Wilt u de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) onderzoek laten doen naar de veiligheid van anti-verstikkers/-verslikkers?
Welke stappen gaat u zetten om ervoor te zorgen dat onveilige anti-verstikkers/-verslikkers niet verspreid worden? Bent u eventueel bereid deze instrumenten van de markt te halen?
Welke maatregelen gaat u nemen tegen de bedrijven die deze anti-verstikkers/-verslikkers verkopen en ten onrechte claimen dat ze veilig zijn?
Het bericht dat steeds meer tbs’ers wachten op plek in een kliniek en hiervoor schadevergoeding ontvangen |
|
Shanna Schilder (PVV) |
|
Arno Rutte (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Steeds meer tbs’ers wachten op plek in kliniek en krijgen schadevergoeding» van de NOS van 6 december 2025?1
Ja.
Hoe lang blijft u nog vasthouden aan het falende tbs-stelsel dat inmiddels structureel vastgelopen is, terwijl de samenleving wél opdraait voor de fors oplopende kosten, wachttijden, capaciteitstekorten en bureaucratische chaos? Erkent u dat dit stelsel niet meer te verdedigen is en dat we het gewoon moeten afschaffen?
Nee, deze mening deel ik niet. Het behandelen van ter beschikking gestelden in een hoog beveiligde kliniek draagt bij aan een veilige samenleving. Na een tbs-behandeling ligt de zeer ernstige recidive laag, op 3% na twee jaar en op 9% na tien jaar (tbs-gestelden uitgestroomd met voorwaardelijke beëindiging tussen 2008 en 2021).2 Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) heeft dit onderzocht. Het afschaffen van tbs zou leiden tot meer recidive omdat deze groep justitiabelen dan onbehandeld vrij komt na een gevangenisstraf, met mogelijk nieuwe strafbare feiten met nieuwe slachtoffers tot gevolg. Kortom, ik sta achter het tbs-stelsel en wil het juist versterken zodat het ook op de lange termijn goed blijft functioneren (zie mijn antwoord op vraag 6).
Bent u bereid te onderzoeken op welke wijze de huidige krankzinnige schadevergoedingen aan tbs-veroordeelden, die bij het grote publiek volstrekt onbegrijpelijk zijn, in zijn geheel kunnen worden afgeschaft?
Nee. Het betalen van een passantenvergoeding is verplicht volgens jurisprudentie van de Hoge Raad en van het Europese Hof van de Rechten van de Mens. Het Europese Hof stelt dat de wachttijd voor plaatsing in een tbs-kliniek niet te lang mag zijn, omdat het een serieuze uitholling zou zijn van het recht op vrijheid (artikel 5, eerste lid van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens). Op basis van deze uitspraak heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het verblijf in een gevangenis langer dan vier maanden in afwachting van plaatsing in een tbs-kliniek, onrechtmatig is. De norm van vier maanden is daarna bij wet bepaald in artikel 6.3. Wet Forensische Zorg. Indien plaatsing binnen vier maanden niet lukt, kan de tbs-gestelde aanspraak maken op een passantenvergoeding. De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming stelt de hoogte van de vergoeding vast.3
Deelt u de mening dat het tijd wordt te erkennen dat het onhoudbaar is dat daders zich kunnen onttrekken aan een gewone gevangenisstraf door een beroep op ontoerekeningsvatbaarheid en dat het hoog tijd is om deze schulduitsluitingsgrond af te schaffen zodat ook deze daders simpelweg worden gestraft in plaats van te worden beloond met een tbs-maatregel?
Nee, deze mening deel ik niet. De tbs-maatregel is een combinatie van straf en zorg voor daders met complexe problematiek, die door de rechter geheel of gedeeltelijk ontoerekeningsvatbaar worden verklaard. Met de tbs-maatregel onttrekken daders zich niet aan een gewone gevangenisstraf, maar kunnen zij intensief voor hun stoornis worden behandeld. Bovendien hebben rechters de mogelijkheid om een combinatievonnis op te leggen, waarbij een gevangenisstraf en een tbs-maatregel worden gecombineerd.
Deelt u de mening dat de tbs-maatregel in de praktijk is verworden tot een strategisch instrument van tbs-advocaten, dat wordt ingezet wanneer vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging niet binnen bereik ligt en dat dit strategisch gebruik ertoe bijdraagt dat rechters de tbs-maatregel steeds vaker opleggen?
Nee, deze mening deel ik niet. Ik heb veel vertrouwen in het vermogen van rechters om zich eigenstandig een oordeel te vormen, op basis van objectieve deskundigenadviezen van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) over een mogelijke ernstige stoornis of gebrekkige ontwikkeling bij de verdachte.
Wat bent u op korte termijn van plan om te voorkomen dat de kosten fors blijven oplopen?
De huidige situatie waarin ruim 260 tbs-gestelden in een gevangenis wachten op een plek in een tbs kliniek en een passantenvergoeding ontvangen is onwenselijk. Het aantal passanten is het afgelopen jaar toegenomen, evenals de wachttijd. Hierdoor is ook de hoogte van de schadevergoedingen gestegen omdat passanten langer moeten wachten op een plek in een tbs kliniek. Voor de veiligheid van de samenleving en een goede behandeling is het van belang dat tbs-gestelden tijdig in een tbs kliniek worden geplaatst.
Hiermee worden rechterlijke uitspraken adequaat uitgevoerd, en kunnen tbs-gestelden zo snel mogelijk worden behandeld.
Om de capaciteitsdruk binnen de tbs het hoofd te bieden, wordt de komende jaren ingezet op uitbreiden van circa 200 extra plekken op het hoogste beveiligingsniveau. Hiervoor zijn de benodigde middelen gereserveerd.4 De realisatie van deze uitbreidingen is wel afhankelijk van onder meer vergunningen, maatschappelijk draagvlak, en voldoende personeel. Daarnaast zet ik in op het verbeteren van de doorstroom zodat dat tbs-gestelden niet langer dan nodig op de hoog beveiligde plekken verblijven. Ondanks deze inspanningen zal de capaciteitsdruk in de tbs niet op korte termijn worden opgelost.
Achterstallig onderhoud van onze kritieke infrastructuur. |
|
Peter van Duijvenvoorde (FVD) |
|
Tieman |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel in het Algemeen Dagblad waaruit blijkt – op basis van informatie van Rijkswaterstaat en ProRail – dat er sprake is van circa 54 miljard euro aan achterstallig onderhoud aan onder meer bruggen, wegen, tunnels, sluizen en spoorlijnen?1
Onderschrijft u de analyse dat de huidige onderhoudsachterstand is opgelopen tot circa 54 miljard euro?
Kunt u inzichtelijk maken welke objecten – zoals bruggen, tunnels, sluizen, sporen, wegen – momenteel in een staat verkeren die acuut of middellang onderhoud vereist, inclusief veiligheidsrisico, resterende levensduur en kostenraming?
Kunt u dit overzicht zo spoedig mogelijk opstellen en delen met de Tweede Kamer?
Welke oorzaken hebben volgens u ertoe geleid dat onderhoud jarenlang onvoldoende is uitgevoerd?
Gelet op het feit dat deze week bekend is geworden dat er – vanwege financiële meevallers bij verschillende ministeries – circa 700 miljoen euro extra wordt overgemaakt aan Oekraïne: acht u het dan niet verstandiger om dit belastinggeld in te zetten voor het wegwerken van het achterstallig onderhoud aan de Nederlandse infrastructuur, zodat Nederlands belastinggeld direct ten goede komt aan Nederland?
Deelt u de mening dat de overheid de komende jaren minder royaal om dient te gaan met belastinggeld bij uitgaven die niet direct het Nederlands belang dienen – zoals diversiteitssubsidies en ontwikkelingshulp – om zo financiële ruimte te creëren voor het dichten van de onderhoudsachterstand?
Het bericht dat de NAVO een Israëlisch defensiebedrijf in de ban doet vanwege een smeergeldzaak |
|
Stephan van Baarle (DENK) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «NAVO doet Israëlisch defensiebedrijf in de ban vanwege smeergeldzaak»?1
Klopt het dat het Israëlische defensiebedrijf Elbit Systems sinds 31 juli niet meer mee mag doen met aanbestedingsprocedures van de NAVO vanwege mogelijke corruptie?
Klopt het ook dat de lopende samenwerkingen tussen de NAVO en het Israëlische bedrijf zijn stilgelegd?
Klopt het dat het gaat om ernstige beschuldigingen waaruit blijkt dat Elbit zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan strafbare praktijken, waaronder onregelmatigheden bij de toekenning van contracten?
Op welk precies moment was de Nederlandse overheid op de hoogte van beschuldigingen dan wel vraagtekens aan het adres van Elbit inzake mogelijke corruptie?
Wat heeft de Nederlandse overheid gedaan met deze informatie?
Heeft u deze informatie onderzocht en meegewogen in het inkoopbeleid? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u de strekking en de uitkomsten van het onderzoek delen en aangeven hoe u dit meeweegt?
Hoe beoordeelt u deze informatie in relatie tot uw beleid en uw inkoopkader?
Op welk moment was de Nederlandse overheid op de hoogte van de opschorting van onderdelen van de relatie met Elbit door de NAVO?
Heeft de Nederlandse overheid deze opschorting laten meewegen in het beleid en in het bijzonder in het inkoopbeleid? Zo neen, waarom niet?
Zijn er aankopen gedaan door Nederland bij Elbit nadat de Nederlandse overheid informatie had over mogelijke verdenkingen omtrent corruptie? Zo ja, welke en hoe kunt u dit verantwoorden?
Acht u het inkopen bij een defensiebedrijf dat verwikkeld is in een corruptieschandaal verantwoord?
Bent u zich ervan bewust dat door het inkopen bij Elbit Nederlands belastinggeld terecht kan komen in de zakken van corruptieplegers?
Bent u zich ervan bewust dat de beschuldigingen over corruptie bovenop het feit komen dat Elbit, samen met andere Israëlische defensiebedrijven, hun wapentuig in de praktijk test op Palestijnen en hiermee schuldig zijn aan oorlogsmisdaden?
Bent u bereid om alle samenwerking met en inkopen bij Elbit te stoppen? Zo nee, waarom niet?
Het besluit om de no-flyzone rond Schiphol te verkleinen |
|
Shanna Schilder (PVV), Nicole Moinat (PVV) |
|
Foort van Oosten (VVD), Tieman |
|
|
|
|
Bent u zich bewust van recente incidenten rond Schiphol door (vermeende) drones, bijvoorbeeld meldingen in de buurt van de Polderbaan, waardoor banen tijdelijk werden gesloten?1, 2
Hoe weegt u dergelijke incidenten mee bij uw besluit tot versoepeling van de dronezone, mede met het oog op veiligheid van passagiers, bemanning en vitale luchthavenprocessen?3
Is er vóór het besluit om de no-flyzone rond Schiphol te verkleinen een onafhankelijke veiligheidsanalyse is uitgevoerd? Zo ja, wat was de uitkomst? Zo nee, waarom wordt er versoepeld zonder gedegen veiligheidsbeoordeling, helemaal omdat experts waaronder piloten, politie en Openbaar Ministerie (OM) daar grote zorgen uitspreken met betrekking tot de luchtvaartveiligheid?
Hoe garandeert u dat handhaving en toezicht toereikend zijn als de no-flyzone wordt teruggebracht van circa 15 km naar circa 5 km? Is het niet zo dat deze versoepeling leidt tot een wildgroei van dronevluchten (al dan niet legaal), wat de werklast bij politie, OM en luchtverkeersleiding fors vergroot, zoals ook door betrokken diensten wordt gevreesd?
Zijn er met het OM afspraken gemaakt over prioritering en vervolging van overtredingen van droneregels rondom Schiphol, nu handhavingsinstanties een toename in werkdruk vrezen? Zo ja, wat houden deze afspraken in?
Is het uw bedoeling om na invoering van het nieuwe droneregime een evaluatiemoment in te bouwen, waarin onder meer gekeken wordt naar naleving, ongevallen of bijna-ongevallen, handhavingsdruk en effect op luchtvaartveiligheid? Zo ja, kunt u aangeven wanneer dit evaluatiemoment plaatsvindt? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid te onderzoeken hoe andere Europese landen omgaan met dronebeperkingen rondom grote luchthavens en daarbij in kaart te brengen welke veiligheidsnormen en handhavingsinstructies worden toegepast?
Het artikel 'Kabinet trekt toch 700 miljoen euro extra uit voor Oekraïne' |
|
Henk Vermeer (BBB) |
|
Eelco Heinen (minister financiën, minister economische zaken) (VVD), Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Het kabinet gebruikt 700 miljoen aan onderuitputting in de begroting voor extra steun aan Oekraïne, is deze gang van zaken niet in strijd met de begrotingsregels, aangezien onderuitputting niet gebruikt mag worden voor nieuw beleid?1
Het kabinet kan besluiten om de onderuitputting anders aan te wenden. In dit geval gebruikt het kabinet de onderuitputting ten behoeve van steun aan Oekraïne en zet daarmee een eerste stap in de opvolging aan de motie van de Kamer. Het aanwenden van de onderuitputting betekent wel dat deze onderuitputting niet beschikbaar is voor het invullen van de in=uittaakstelling, waardoor in de toekomst eerder tegenvallers kunnen ontstaan.
Hoe verhoudt het toch vrijmaken van extra geld zich tot de stellingname van het kabinet tegen de motie Klaver cs. waar de Minister-President nog duidelijk was in zijn boodschap dat er geen onmiddellijke ruimte was voor extra steun aan Oekraïne? (Kamerstuk 36 045, nr. 243)
Het kabinet ziet de noodzaak voor onverminderde steun aan Oekraïne en kijkt daarbij wat Oekraïne nodig heeft en wat Nederland kan bieden. Het kabinet erkent de wens van de Kamer om op korte termijn extra militaire steun te leveren en heeft daartoe bezien wat er mogelijk is. Met het aanwenden van onderuitputting zet het kabinet een eerste stap in de opvolging aan de motie van de Kamer. Het kabinet beziet vervolgens in het begin van het nieuwe jaar hoe verdere opvolging aan de motie gegeven kan worden.
Kunt u een actueel overzicht geven van alle bilaterale steun (giften) van Nederland aan Oekraïne tot nu toe, waarbij inzichtelijk is gemaakt wanneer welk bedrag is geschonken en voor welk doel (militair/civiel)?
Sinds de Russische invasie in Oekraïne in 2022 is er tot aan Miljoenennota 2026 13,4 miljard euro via Defensie2, 3,4 miljard euro via BZ/BHO en 442 miljoen euro via Financiën aan steun voor Oekraïne toegezegd. 3,4 miljard euro aan militair- en niet-militaire steun valt in 2026. Daarnaast is er 700 miljoen euro vrijgemaakt in 2025 in reactie op de Tweede Kamermotie voor aanvullende militaire Oekraïnesteun3. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de totale internationale steun door Nederland. De tabel is inclusief de additionele 700 miljoen euro in 2025.
De militaire steun ziet met name op munitieleveringen en wapensystemen zoals F-16 toestellen, tanks en luchtverdediging. Met de niet-militaire steun draagt het kabinet onder andere bij aan acute noodhulp, herstel van (energie-)infrastructuur, huizen en drinkwatervoorzieningen.
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Militaire steun2
171
965
2.482
5.522
2.563
965
597
145
40
Niet-militaire steun (incl. macro-financiële bijstand)
457
546
807
772
856
445
9
4
5
Bedragen t/m 2024 volgen uit Financieel Jaarverslag Rijk. Bedragen 2025–2030 volgen uit de Oekraïne bijlage bij Miljoenennota 2026 en zijn geactualiseerd voor de nota van wijziging bij Najaarsnota 2025.
De getoonde reeks voor militaire steun wijkt enigszins af t.o.v. de laatste update Kamerbrief leveringen aan Oekraïne. Waar de Kamerbrief kijkt naar leveringen uit eigen voorraad, ziet deze reeks op netto-kasuitgaven in de begroting. De bedragen aan militaire steun in de tabel hebben vanaf 2028 volledig betrekking op compensatie voor in het verleden geleverd materieel uit eigen voorraad. Door deze compensatie kan dit materieel worden vervangen ten bate van de eigen krijgsmacht.
Kunt u een actueel overzicht geven van bilaterale steun in de vorm van leningen aan Oekraïne tot nu toe, waarbij inzichtelijk is gemaakt wanneer welk bedrag is verstrekt en voor welk doel?
Nederland heeft in 2022 één specifieke bilaterale lening van 200 miljoen euro aan Oekraïne, verstrekt via een kredietlijn van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Deze lening was bedoeld als begrotingssteun aan Oekraïne om de dagelijkse uitgaven te financieren en de economie draaiende te houden.4
Kunt u een actueel overzicht geven van de bilaterale steun tot nu toe van alle andere Europese lidstaten in de vorm van leningen én giften aan Oekraïne?
Volgens de meest recente beschikbare cijfers van de Europese Commissie hebben de Europese Commissie en EU-lidstaten in totaal tot en met 2025 circa 170 miljard euro steun geleverd aan Oekraïne (waaronder 66 miljard euro in militaire steun en 100,6 miljard euro in niet-militaire steun). Deze cijfers zijn mogelijk niet volledig. Het aandeel van lidstaten in de steun van de Europese Commissie wordt over het algemeen bepaald aan de hand van de bni-sleutel, maar deze verschilt ieder jaar. Daarom is het lastig om de totale steun terug te voeren op individuele lidstaten.
Elke lidstaat maakt individuele afwegingen over de omvang van de steun evenals de mate waarin publieke informatie over deze steun verstrekt wordt. Het kabinet doet daarom geen uitspraken over de steun verleend door andere lidstaten.
Kunt u een actueel overzicht geven van steun in Europees verband uitgesplitst in giften, leningen en garanties waarbij tevens inzichtelijk is gemaakt wat het Nederlandse aandeel is per categorie?
Via verschillende instrumenten heeft de EU steun geleverd aan Oekraïne. Hieronder worden de verschillende steunpakketten uiteengezet:
Naast hierboven genoemde niet-militaire steun is er in EU-verband ook militaire steun verstrekt aan Oekraïne. Volgens de Europese Commissie is er door de EU en lidstaten 66 miljard euro aan militaire steun geleverd, waaronder 6,1 miljard euro onder de Europese vredesfaciliteit (EPF) en 362 miljoen euro voor de EU Military Assistance Mission in support of Ukraine (EUMAM). Vanuit het Ministerie van Buitenlandse Zaken is in de periode 2023 tot en met 2025 171,5 miljoen euro bijgedragen aan het EPF voor Oekraïne. Hieruit wordt ook het niet-operationele deel van EUMAM betaald. Vanuit het Ministerie van Defensie is circa 35 miljoen euro uitgegeven tot en met 1 april 2025 aan het operationele deel van EUMAM. Zoals aangegeven in de recent verstuurde Kamerbrief5 komt het grootste deel van het EPF nog niet tot besteding door een veto van Hongarije.
Wat heeft de opvang van Oekraïners in Nederland tot nu toe gekost per jaar voor de nationale overheid, inclusief kosten voor zorg, onderwijs en sociale zekerheid? Kunt u deze kosten uitsplitsen per genoemde categorie?
Een overzicht van de gerealiseerde geoormerkte uitgaven voor Oekraïense ontheemden van voorgaande jaren zijn terug te vinden in het Financieel Jaarverslag Rijk van het desbetreffende jaar. In deze overzichten wordt voor 2024, 2023 en 2022 het onderscheid gemaakt tussen opvang ontheemden, zorg en onderwijs.
2022
2023
2024
Opvang ontheemden
1.079
3.436
2.598
Zorg
54
170
223
Onderwijs
200
222
75
Wat heeft de opvang van Oekraïners tot nu toe gekost per jaar voor decentrale overheden, inclusief kosten voor zorg, onderwijs en sociale zekerheid? Kunt u deze kosten uitsplitsen per genoemde categorie?
Zie antwoord op vraag 7.
Het verder uitsplitsen van de kosten voor de opvang tussen nationale overheid en de decentrale overheden is niet mogelijk. Daarbij zijn de kosten van de nationale overheid vaak een vergoeding aan decentrale overheden voor de gemaakte kosten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de opvang van ontheemden. Zo maken de veiligheidsregio’s onder andere kosten voor de eerste opvang en maken gemeenten kosten voor de gemeentelijke opvang (GOO) en de particuliere opvang (POO). Voor zover beschikbaar worden de gemaakte kosten per begroting gepresenteerd in de departementale jaarverslagen.
Is Nederlandse steun in welke vorm dan ook betrokken bij het onlangs gemelde corruptieschandaal in Oekraïne of eerder betrokken geweest bij corruptie in Oekraïne op welk niveau dan ook?
Op dit moment zijn er geen indicaties dat met Nederlandse steun malversaties zouden hebben plaatsgevonden. Nederland heeft geen bijdrages gedaan aan het Oekraïense staatsenergiebedrijf Energoatom. Het grootste deel van de Nederlandse energiesteun aan Oekraïne loopt via internationale instellingen, zoals de Wereldbank en de EBRD. Deze banken hebben langjarige ervaring met het verlenen van steun en hebben sterke controlemechanismen om corruptie te voorkomen. Nederland ondersteunt Oekraïne actief bij het versterken van anti-corruptie-instanties, zowel bilateraal als in Europees verband.
Welke garanties heeft het kabinet dat Nederlandse steun doelmatig wordt besteed?
De Nederlandse procedures en auditing regels zien toe op de rechtmatige en doelmatige besteding van de beschikbaar gestelde middelen voor steun aan Oekraïne.
Het toetsen van militaire doelmatigheid vindt plaats aan de voorkant, waarbij de behoefte vanuit Oekraïne (centraal gecoördineerd door NATO Security Assistance and Training for Ukraine (NSATU)) al dan niet wordt gekoppeld aan het aanbod. Dit kan commercieel of eigen voorraad betreffen. De informatie over doelmatigheid van het militair vermogen komt terug via NSATU en Oekraïne.
Welke controlemechanismen heeft de Nederlandse regering tot haar beschikking om na te gaan of Nederlandse steun voldoende doelmatig wordt besteed?
Directe aanschaf in Oekraïne gebeurt op basis van het Nederlandse model. De Nederlandse procedure omvat een gegronde controle van elk bedrijf door de Audit Dienst Rijk (ADR). Deze regels en procedures nemen tijd in beslag en vereisen toegang tot informatie over bijvoorbeeld de prijsopbouw en winstmarges van de voorgenomen verwerving. Dit Government to Business-model zorgt ervoor dat er geen tussenkomst is van overheidsfunctionarissen bij de totstandkoming van contracten. Bij het Nederlandse model van directe samenwerking met de Oekraïense industrie, is Nederland zelf verantwoordelijk voor het uitonderhandelen en overeenkomen van een contract met een Oekraïense leverancier. Er zijn ook samenwerkingsovereenkomsten met NATO-trusted partners waarbij het partnerland de verwerving doet; Nederland vertrouwt in dat geval op de procedures van bondgenoten.
De Nederlandse niet-militaire steun loopt voor het grootste deel via de internationale financiële instellingen, zoals de Wereldbank en de EBRD. Deze banken hebben ervaring met steunprogramma’s in Oekraïne en passen audit- en controlemechanismen toe om corruptie zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast loopt een deel van de Nederlandse bijdragen via de EU en VN-organisaties, die alle bijdragen toetsen op risico’s rondom fraude en corruptie. In geval van bilaterale steunprogramma’s wordt gewerkt met Nederlandse uitvoerende organisaties met een bewezen track record. Bij nieuwe bijdragen doorlopen uitvoerende organisaties een integriteitsanalyse en is er op reguliere basis contact over de stand van zaken m.b.t. hun werkzaamheden in Oekraïne.
Kunt u deze vragen vóór het plenaire debat over de Europese top van 18 en 19 december beantwoorden?
Ja.
De vogelgriep |
|
Laura Bromet (GL) |
|
Femke Wiersma (minister landbouw, visserij, voedselzekerheid en natuur) (BBB) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het NRC-artikel van 26 november 2025, waarin wordt beschreven dat er in Europa nog nooit eerder zoveel wilde vogels besmet waren met vogelgriep?1
Ja.
Kunt u uiteenzetten hoeveel pluimvee Nederland heeft en wat de precieze pluimveedichtheid is? Kunt u daarbij aangeven hoe zich dit verhoudt tot andere landen met een grote pluimveesector, zowel binnen als buiten Europa?
Er zijn in Nederland 2.154 locaties geregistreerd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) met een actief Uniek Bedrijfsnummer (UBN) voor gevogelte. In totaal staan daar 82.432.396 dieren geregistreerd (peildatum 1 november 2025). Bij deze cijfers zijn zowel commerciële als niet-commerciële houders inbegrepen. Bij deze cijfers is het goed om te realiseren dat een actief UBN niet automatisch betekent dat er ook daadwerkelijk dieren worden gehouden. Een UBN kan om meerdere redenen langere tijd leeg staan.
In vergelijking met veel andere landen heeft Nederland een relatief hoge pluimveedichtheid.
Acht u het verantwoord dat pluimvee in hoge dichtheden wordt gehouden, wetende dat dit het risico vergroot op het ontstaan en de verspreiding van hoog-pathogene vogelgriepvirussen?
Uit onderzoek blijkt dat in gebieden met een hoge bedrijfsdichtheid een verhoogd risico is op tussenbedrijfstransmissie. Het vorige kabinet heeft in het Intensiveringsplan preventie vogelgriep het streven opgenomen naar een verbod op nieuwvestiging van pluimveebedrijven in pluimveedichte gebieden en waterrijke gebieden, en een verbod op uitbreiding van pluimveebedrijven in deze gebieden te verkennen. Ik laat momenteel een impactanalyse uitvoeren naar deze structuurmaatregelen. Experts van Wageningen Social Economic Research (WSER) onderzoeken de economische impact op de pluimveesector. Andere experts, onder leiding van het RIVM, samen met Wageningen Bioveterinary Research (WBVR), zullen vervolgens een inschatting maken van de verwachte impact van deze maatregelen op de volks- en diergezondheid. Ik heb de totale impactanalyse nodig om tot een zorgvuldige besluitvorming te kunnen komen. Daarbij is het uitgangspunt dat maatregelen geschikt, noodzakelijk en proportioneel zijn. Ik verwacht dat de impactanalyse in het eerste kwartaal van 2026 gereed is.
Wat zijn de concrete vervolgstappen die u overweegt te nemen gezien deze risicovolle situatie? Is het inkrimpen van de pluimveesector een maatregel die u overweegt te treffen?
Zie het antwoord op vraag 4.
Worden er met andere landen gesprekken gevoerd over het wereldwijd inkrimpen van de pluimveesector?
Landen bepalen zelf hun landbouwbeleid. Er zijn internationale organisaties die zich met diergezondheid, voedselzekerheid, en One Health bezighouden. Zo is er bijvoorbeeld de Wereldorganisatie voor diergezondheid (WOAH) die werkt aan het verbeteren van de gezondheid en het welzijn van dieren wereldwijd. WOAH, en daarmee alle aangesloten landen, streeft naar internationale solidariteit bij de beheersing van diergezondheidsrisico's, en werkt grensoverschrijdend aan het bevorderen van een «One Health»-aanpak. De Food and Agriculture Organisation (FAO) heeft als doel voedselzekerheid voor iedereen te bereiken en ervoor te zorgen dat mensen toegang hebben tot voldoende hoogwaardig voedsel. Bij FAO en WOAH wordt dus gestreefd naar een duurzame veehouderij, maar landen zijn vrij daar zelf hun eigen beleid in te maken.
Deelt u de mening dat het bevorderlijk is om het aantal pluimveebedrijven in waterrijke gebieden sterk te verminderen, gezien het feit dat veel pluimveebedrijven in waterrijke gebieden staan, waar veel watervogels leven die het hoog-pathogene virus meedragen?
Uit onderzoek blijkt dat in waterrijke gebieden een verhoogd risico is op insleep van vogelgriep op commerciële pluimveebedrijven vanuit besmette wilde vogels. Overigens doen de huidige uitbraken zich in meerdere provincies voor, ook in gebieden met een lage pluimveedichtheid en gebieden die niet als waterrijk worden beschouwd. In het antwoord op vraag 3 heb ik aangegeven dat het vorige kabinet in het Intensiveringsplan preventie vogelgriep een streven naar een verbod op nieuwvestiging en een verkenning naar een verbod op uitbreiding van pluimveebedrijven in zowel waterrijke gebieden als pluimveedichte gebieden heeft opgenomen. In het antwoord op vraag 3 heb ik geschetst hoe uitvoering wordt gegeven aan het proces rondom de structuurmaatregelen.
Gezien het feit dat in voorgaande jaren grote populaties wilde vogels gedecimeerd zijn door hoog-pathogene vogelgriepvarianten en virusexperts aangeven dat het subtype dat nu in allerlei varianten rondwaart niet meer uit te roeien is bij wilde vogels, hoe wilt u voorkomen dat er nieuwe subtypen in de pluimveehouderij ontstaan waarbij dit eveneens gebeurt?
De afgelopen jaren is het virus van eigenschappen veranderd. Waren het eerst vooral laagpathogene varianten die voorkwamen in de wilde vogels, nu zien we ook de hoogpathogene variant. Opmerkelijk genoeg zijn veel wilde vogels die nu besmet zijn, niet ziek geworden van deze variant. Het virus gedraagt zich dus erg onvoorspelbaar. Dit soort virussen muteert snel, maar het onderliggend mechanisme is niet bekend. Pluimveehouders en houders van andere vogelsoorten zetten zich in om hun dieren te vrijwaren van infectie. Helaas vinden er desondanks uitbraken plaats, niet alleen in Nederland maar ook in heel veel andere landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Polen, Spanje en België, en veel landen in Azië. In Nederland, en in andere EU-lidstaten worden besmette locaties zo snel mogelijk geruimd. Op die manier wordt voorkomen dat pluimvee op andere locaties worden besmet. Daarmee wordt ook de kans op mutaties verkleind. Nieuwe mutaties kunnen echter overal ontstaan, niet alleen in Nederland.
Acht u de eerder aangekondigde maatregelen (Kamerstuk 28 807, nr. 310 en Kamerstuk 28 807, nr. 311) nog steeds voldoende, gezien de recente ontwikkelingen?
Naar aanleiding van de uitbrakenreeks in de periode 2021–2023 heeft het vorige kabinet het Intensiveringsplan preventie vogelgriep opgesteld met een pakket maatregelen ter preventie van vogelgriepbesmettingen, ten behoeve van de volks- en diergezondheid. Een groot deel van deze maatregelen is uitgevoerd, maar een aantal maatregelen bijvoorbeeld op het gebied van vaccinatie van pluimvee en de structuurmaatregelen kennen een langere doorlooptijd.
Het verloop van de vogelgriepvirusbesmettingen vertoont in Nederland jaarlijks schommelingen in verspreiding en ernst. Dit jaar is helaas een sterke toename in het aantal uitbraken te zien, waaronder een groot aantal besmettingen bij wilde vogels. Ook in andere landen in Europa is er een sterke toename te zien. Het virus wordt ook verspreid tussen wilde vogels en dat maakt het handelingsperspectief bij die besmettingen beperkt. Bij uitbraken op pluimveelocaties is vrijwel nooit bekend hoe het virus in de stal is binnengekomen. We weten wel dat bioveiligheidsmaatregelen, zoals hygiënemaatregelen, goede afdichting van stallen en beheersing van knaagdieren, de kans op het binnenkrijgen van virus verkleint. Ik roep pluimveehouders opnieuw op om de bioveiligheidsmaatregelen zo goed mogelijk na te leven. Dit is de belangrijkste maatregel die houders kunnen nemen om de kans op een uitbraak te verkleinen. Ik blijf werken aan de uitwerking van de maatregelen uit het intensiveringsplan en blijf de situatie nauwgezet monitoren. Helaas zie ik geen aanvullende maatregelen bovenop de daarin genoemde acties op het gebied van humane gezondheid, wilde dieren en gehouden dieren.
Erkent u dat veel vogelpopulaties in een slechte staat van instandhouding zijn, ook vogelsoorten die gevoelig zijn voor vogelgriep? Deelt u de mening dat, boven op de huidige inspanningen, extra inspanningen nodig zijn om de effecten van de vogelgriep op deze soorten op te vangen? Bent u van plan om deze kwetsbare vogelpopulaties verdere bescherming te bieden? Zo ja, hoe?
Mijn voorganger heeft in 2023 door Sovon onderzoek laten uitvoeren naar de impact van vogelgriepuitbraken op populaties van wilde vogels, en welke mogelijkheden er zijn om deze uitbraken te voorkomen, of zo snel mogelijk te beheersen. Dit onderzoek is met uw Kamer gedeeld (Kamerstuk 36 200-XIV, nr. 120). Het onderzoeksrapport geeft een beeld van wat er bekend is over de impact van HPAI op populaties van wilde vogels in Nederland. Ook geeft het specifiek zicht op voor welke soorten er aanwijzingen zijn van verhoogde sterfte door vogelgriep, en welke vogelsoorten eigenschappen hebben die de soort kwetsbaar maken voor vogelgriep. In aanvulling op dit rapport is in 2024 een vervolgrapport opgesteld dat een nadere duiding geeft door te analyseren welke gevolgen een eventueel optredende vogelgriepsterfte kan hebben voor de landelijke staat van instandhouding van deze soorten2.
In lijn met de aanbevelingen uit de rapporten heeft mijn voorganger ingezet op het centreren van meldingen van dode vogels via een landelijke «vogelgriep app», en is er een leidraad opgesteld voor het opruimen van dode vogels (Kamerstuk 28 807, nr. 279). Een andere aanbeveling gaat in op het creëren van robuuste natuurgebieden, waarbij gedacht kan worden aan het creëren van rustgebieden, om de verspreiding van het virus te beperken. Deze en andere aanbevelingen zijn gedeeld met experts, terreinbeherende organisaties, faunabeheereenheden en provincies en meegenomen in de ontwikkeling van de aanpak van vogelgriep. De ontwikkeling van vogelgriep in wilde vogels wordt nauw gemonitord en zodra de situatie om aanvullende inzet vraagt zal ik in afstemming met betrokken organisaties nagaan hoe ik of de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) daaraan kan bijdragen. Het streven naar robuuste natuurgebieden maakt nadrukkelijk onderdeel deel uit van het beleid van de Staatssecretaris van LVVN.
Gezien het feit dat u in uw Kamerbrief van 1 december 2025 (Kamerstuk 28 807, nr. 311) spreekt over een verhoging van het risiconiveau voor mensen die voor hun werk met besmette dieren in aanraking komen, welke maatregelen, behalve monitoring, bent u bereid te nemen om dit risiconiveau niet verder te verhogen?
De duiding van het risico voor mensen die vanwege hun werkzaamheden in contact komen met besmette vogels is door de experts verhoogd van laag-gemiddeld naar gemiddeld. Deze multidisciplinaire expertgroep komt minstens twee keer per jaar samen om het risico van hoogpathogene vogelgriep (HPAI) te beoordelen. Zij geven als verklaring voor deze verhoging van het risico dat door het hoge aantal besmettingen bij wilde vogels en bij pluimveehouderijen, de kans op blootstelling voor mensen die voor hun werk met (mogelijk) besmette dieren in aanraking komen nu hoger is dan eerder. Medewerkers die betrokken zijn bij de ruimingen krijgen een opleiding, goede instructies, persoonlijke beschermingsmiddelen en zijn gevaccineerd tegen de humane griepvariant. Bovendien is er tamiflu beschikbaar dat door de arbodienst wordt verzorgd. Hiermee wordt de kans op een humane besmetting verkleind.
Pluimveehouders kennen de risico’s ook, ze weten dat hun pluimvee besmet kan raken met vogelgriepvirus. Omdat ze een verdenking snel melden is in het algemeen het aantal besmette vogels nog klein, wat het risico laag houdt. De belangrijkste maatregel om humane infecties te voorkomen is het zo snel mogelijk elimineren van een besmettingshaard, vooral besmette pluimveebedrijven. Dat doet de NVWA uiterst snel en efficiënt, mede door het snelle melden door de pluimveehouder. Door bioveiligheidsmaatregelen strikt na te leven kan de kans op meer besmettingen van pluimvee worden verkleind.
Andere professionals zoals jagers en terreinbeheerders zijn geïnformeerd over de risico’s van vooral subklinisch besmette vogels. Ook zij kunnen met persoonlijke beschermingsmiddelen de kans dat ze besmet raken verkleinen. Voor zover bekend zijn er geen medewerkers, jagers of andere professionals besmet geraakt door hun werkzaamheden of activiteiten.
Daarnaast worden mensen die in nauw contact komen met vogels geadviseerd (jagers, medewerkers van de dierenambulance of anderen die dode wilde vogels ruimen) of verplicht (ruimingsploegen, specialistenteams) persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) te gebruiken.
De verwachting van deskundigen is dat de prevalentie in wilde vogels de komende tijd afneemt, wat verder bijdraagt aan de vermindering van het risico’s voor mensen. Dit zijn de maatregelen die ik neem, en kan nemen om het risico voor professionals niet verder te laten oplopen.
Ziet u in dat overdraagbaarheid naar de mens een potentieel nieuwe pandemie kan betekenen? In hoeverre heeft u maatregelen voorbereid om dit te voorkomen?
Virussen worden soms van dier op mens overgedragen. Als zo’n virus muteert, overdraagbaar wordt van mens op mens en mensen hebben geen weerstand tegen zo’n nieuwe variant dan kan dit, net zoals bij SARS-CoV-2, een pandemie veroorzaken. Dit zou volgens de experts ook bij vogelgriep kunnen gebeuren. Om de risico’s op een nieuwe pandemie te beperken is het beleidsprogramma pandemische paraatheid opgezet. Onderdeel daarvan is het Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid (Kenmerk 2022D29 658, 6 juli 2022) dat tot doel heeft risico’s op het ontstaan en de verspreiding van zoönosen in de toekomst verder te verkleinen en voorbereid te zijn op een eventuele uitbraak. De bezuinigingen op de maatregelen pandemische paraatheid waarvan het Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid onderdeel uitmaakt, betekent dat de maatregelen op termijn moeten worden afgebouwd. Om dat te voorkomen maakt de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zich, evenals zijn voorganger, hard voor het vinden van alternatieve middelen. Met betrekking tot vogelgriep werken we vanuit beide ministeries daarnaast nauw samen binnen het «Intensiveringsplan preventie vogelgriep» (Kamerstuk 28 807, nr. 291, 6 juli 2023) om de risico’s zoveel mogelijk te beperken ten behoeve van de volksgezondheid en de gezondheid van wilde en gehouden dieren.
Kunt u deze vragen separaat beantwoorden?
Ja.