De capaciteit vreemdelingendetentie |
|
Ulysse Ellian (VVD), Queeny Rajkowski (VVD) |
|
Ingrid Coenradie (PVV), Marjolein Faber (minister asiel en migratie) (PVV) |
|
|
|
|
Op welke wijze is uitvoering gegeven aan de in het kabinet gemaakte afspraken van oktober jl. dat 50 tot 100 extra plekken voor vreemdelingenbewaring worden gerealiseerd?1
Samen met de Dienst Justitiële Inrichtingen (hierna: DJI) hebben we gesprekken gevoerd op welke wijze invulling gegeven kan worden aan de afspraak om tot 50 tot 100 extra plekken vreemdelingenbewaring te komen. We hebben besloten om per 1 augustus 2025 90 plekken voor vreemdelingenbewaring te realiseren op het Justitieel Complex Schiphol (hierna: JCS).
Op welke locaties (Detentiecentrum Rotterdam, Justitieel Complex Schiphol, Justitieel Complex Zeist) was deze celcapaciteit voorzien en klopt het dat 45 plekken al gerealiseerd zijn in Justitieel Complex Schiphol?
Zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 1 zullen er 90 plekken worden gerealiseerd op JCS. Op dit moment zijn er 282 plekken op JCS gealloceerd voor de tenuitvoerlegging van grensdetentie ex artikel 6 Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw). Dit betreft 192 vaste plekken en 90 plekken buffercapaciteit in het geval van hoge instroommomenten. In normale omstandigheden wordt de buffercapaciteit niet benut. Dit is nu het geval. Daarom is besloten om de leegstaande afdeling voor de buffercapaciteit te benutten voor vreemdelingenbewaring. De buffercapaciteit ten behoeve van de uitvoering van de grensprocedure wordt op alternatieve wijze door DJI gecreëerd nabij luchthaven Schiphol.
In eerste instantie was voorzien om per 1 mei 2025 45 plekken in gebruik te nemen voor vreemdelingenbewaring en per 1 augustus 2025 de overige 45 plekken. In het licht van de problematiek met het gevangeniswezen, is besloten om drie maanden extra de tijd te nemen om te voorkomen dat strafrechtelijke capaciteit uit de sterkte moet worden gehaald. Per 1 augustus 2025 komen 45 plekken en per 1 november 2025 volgen nog eens 45 plekken.
Hoeveel extra capaciteit voor vreemdelingenbewaring is er noodzakelijk om uitvoering te geven aan de voorgenomen asielmaatregelen van het kabinet?
Op basis van onder meer de reeds geïntensiveerde inzet op vertrekprocedures door Dienst Terugkeer en Vertrek (hierna: DTenV) is via het Prognose Model Justitiële ketens (hierna: PMJ) vastgesteld dat in 2025 136 plekken nodig zijn voor vreemdelingenbewaring ex artikel 59 Vw. In samenspraak met DJI wordt in 2025 bezien op welke wijze de overige 46 plekken kunnen worden gerealiseerd.
Is de extra capaciteit voor vreemdelingenbewaring ten koste gegaan van de reguliere capaciteit van het gevangeniswezen? Zo ja, hoe zouden die tekorten dan opgevangen worden? Zo nee, hoe zijn deze extra cellen dan gerealiseerd?
De 90 extra plekken voor vreemdelingenbewaring worden zoals aangegeven ingericht op twee leegstaande afdelingen die nu als buffer dienen voor grensdetentie en zullen op 1 augustus 2025 worden opgeleverd. Per 1 mei 2025 worden zoals aangegeven de 45 plekken in JCS tijdelijk beschikbaar gesteld voor het gevangeniswezen. DJI zet zich in om het benodigde extra personeel hiervoor beschikbaar te krijgen. Mocht dit onvoldoende lukken, bestaat het risico dat in DC Schiphol een deel van de strafrechtelijke capaciteit tijdelijk buiten gebruik moet worden gezet totdat er voldoende personeel beschikbaar is. Personeel kan immers maar één keer worden ingezet.
Op welke wijze is rekening gehouden met het grote capaciteitstekort in het gevangeniswezen bij het creëren van capaciteit voor vreemdelingenbewaring?
Zoals aangegeven wordt jaarlijks door middel van het PMJ traject de algehele bewaringscapaciteit bij DJI vastgesteld. Dit wordt door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (hierna: WODC) uitgevoerd. In samenspraak met DJI is bezien op welke wijze het best invulling gegeven kan worden aan de afspraken van het kabinet, rekening houdend met de opgaven waar DJI voor staat. Het kabinet streeft naar een structurele oplossing met een goede balans tussen de benodigde capaciteit voor de uitvoering van de opgaven binnen de migratieketen en de strafrechtketen. Voor de oplossing op JCS is rekening gehouden met het capaciteitstekort door leegstaande cellen te gebruiken op een locatie waar personele bezetting te realiseren is met een beperkte impact op de capaciteit in het gevangeniswezen. Zoals hierboven aangegeven is DJI hierbij wel afhankelijk van het tijdig werven van het benodigde personeel.
Wat is uw reactie op het bericht in NRC «omstreden plan om gevangenen eerder vrij te laten alweer van de baan: ministerie regelt extra cellen op Schiphol»?2
Zie antwoord op vraag 1 en 2.
Hoeveel extra cellen voor het reguliere gevangeniswezen kunnen er in Justitieel Complex Schiphol en Detentiecentrum Rotterdam gerealiseerd worden?
Voor de periode van 1 mei tot augustus 2025 worden 45 extra plekken beschikbaar gesteld voor het gevangeniswezen op Justitieel Complex Schiphol.
Hoeveel extra cellen voor vreemdelingenbewaring kunnen er in Justitieel Complex Schiphol en Detentiecentrum Rotterdam gerealiseerd worden?
Zie de beantwoording van vragen 1 en 2.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en uiterlijk vóór de regeling van werkzaamheden van dinsdag 11 februari 2025 beantwoorden?
We zorgen ervoor dat de beantwoording zo spoedig mogelijk aan uw Kamer gestuurd worden.
Adviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State naar de media zijn gelekt |
|
Kati Piri (PvdA) |
|
Marjolein Faber (minister asiel en migratie) (PVV), Judith Uitermark (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (NSC), David van Weel (minister justitie en veiligheid) (VVD), Dick Schoof (minister-president ) (INDEP) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het feit dat de adviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State naar de media zijn gelekt?1
Ik heb ervan kennisgenomen dat in de media berichten zijn verschenen over de veronderstelde strekking van de adviezen.
Klopt het dat het zeer uitzonderlijk is dat adviezen van de Afdeling advisering uitlekken voordat ze formeel openbaar worden gemaakt? Zo nee, welke voorbeelden kent u?
Blijkens het artikel zouden er (mondelinge) mededelingen zijn gedaan over het dictum en onderdelen van het advies. Dat is voor zover mij bekend niet gebruikelijk.
Klopt het dat alleen het betrokken ministerie c.q. de betrokken ministeries de stukken van de Afdeling advisering heeft/hebben ontvangen?
Dat is mij niet bekend. Mij is bekend dat de beide adviezen op donderdag 6 februari door de Afdeling advisering van de Raad van State aan het Ministerie van Asiel en Migratie zijn verstuurd. Vervolgens zijn zij door de Afdeling advisering conform de wettelijke plicht daartoe openbaar gemaakt, zoals gebruikelijk door publicatie op de website van de Raad van State. Dat gebeurde op maandag 10 februari 2025.
Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk en strafbaar is dat adviezen van de Afdeling advisering uitlekken? Zo nee, waarom niet?
Ik vind het onwenselijk wanneer mededelingen worden gedaan over adviezen van de Raad van State, voordat deze openbaar zijn gemaakt door de Raad van State. Het is niet aan mij te kwalificeren of in een dergelijk geval sprake is van strafbaar handelen.
Gaat u aangifte doen van het lekken van deze stukken? Zo nee, waarom niet?
Nee. Daarvoor heb ik thans onvoldoende aanknopingspunten.
Kunt u deze vragen één voor één en uiterlijk 13 februari beantwoorden?
Dit is ondanks de inspanningen helaas niet gelukt.
Het Israëlische plan om inwoners van Gaza te laten emigreren naar o.a. Westerse landen |
|
Gideon van Meijeren (FVD) |
|
Marjolein Faber (minister asiel en migratie) (PVV) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat de Israëlische overheid een plan voorbereidt om inwoners van Gaza die dat willen, te laten vertrekken naar andere landen?1
Ja.
Ik ga niet in op de gevolgen van een speculatief plan. Uw vragen heb ik – waar mogelijk – daarom in algemene zin beantwoord.
Erkent u dat Gazanen die op de vlucht zijn voor oorlog of geweld, het meest gebaat zijn bij opvang in de eigen regio?
Opvang in de regio heeft altijd de voorkeur van het Nederlandse kabinet. Dit om de instroom in Nederland te beperken en ervoor te zorgen dat mensen makkelijker terug kunnen naar hun eigen land wanneer het daar weer veilig is. De Nederlandse overheid zet dan ook in op versterking van opvang in de regio.
Dit geldt ook voor Gazaanse asielzoekers die Gaza verlaten.
Hoe beoordeelt u de mogelijkheid dat een aanzienlijk deel van de Gazanen zich naar Europa, en mogelijk ook naar Nederland, zal begeven?
Zie het antwoord onder 1.
Welke sociaaleconomische gevolgen verwacht u van een eventuele instroom van Gazanen in Nederland, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting, zorg, onderwijs en sociale voorzieningen?
Het kabinet is van mening dat de huidige toestroom van hoge aantallen asielzoekers en nareizende gezinsleden een te grote druk legt op de voorzieningen, waaronder huisvesting, het onderwijs en de zorg. Het kabinet streeft naar een meer beheersbare situatie en treft daarom maatregelen om de asielinstroom en het aantal nareizigers in Nederland te verlagen. Deze maatregelen zijn aangekondigd in het regeerprogramma2 en nader uitgewerkt in de brief aan uw Kamer van 25 oktober 2024.3
Welke sociaal-culturele gevolgen verwacht u van een eventuele instroom van Gazanen in Nederland, gelet op de culturele verschillen tussen Gaza en Nederland en de reeds bestaande spanningen in ons land tussen verschillende bevolkingsgroepen?
Zie het antwoord op vraag 1.
Deelt u de mening dat koste wat kost voorkomen moet worden dat Nederland wordt geconfronteerd met een instroom van asielzoekers uit Gaza, vanwege de zeer nadelige sociaaleconomische en sociaal-culturele gevolgen voor ons land? Zo nee, waarom niet?
Zie de antwoorden op vraag 1 en vraag 4.
Kunt u bevestigen of ontkennen dat Nederland juridisch verplicht is om inwoners van Gaza die naar Nederland willen komen om hier asiel aan te vragen, toe te laten op ons grondgebied?
Het is afhankelijk van de situatie of Nederland verplicht is om een asielzoeker toegang te verlenen tot Nederland. Wanneer iemand asiel aanvraagt in de lucht- of zeehaven waar iemand Nederland binnenkomt, dan behandelt de IND de aanvraag in de zogeheten grensprocedure. Iemand verblijft dan in een gesloten opvanglocatie in de buurt van luchthaven Schiphol en heeft geen formele toegang tot Nederland, tenzij er een positieve beslissing volgt, of de rechter een beroep op een afwijzende beslissing gegrond verklaart.
Nederland is verder niet verplicht om personen te faciliteren naar Nederland te komen om hier asiel aan te kunnen vragen.
Kunt u bevestigen of ontkennen of Gazanen die in Nederland asiel aanvragen, daar in beginsel recht op hebben?
De IND beoordeelt elke asielaanvraag individueel en aan de hand van het geldende asielbeleid en de actuele informatie over de situatie in een betreffend land.
Voor Gaza geldt dat bij de beoordeling van een asielaanvraag van een (staatloze) Palestijn die stelt onder het mandaat van de UNRWA4 te vallen, de IND altijd eerst toetst aan de uitsluitingsgrond artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag. Wanneer de vreemdeling onder de reikwijdte van artikel 1D valt, is relevant of UNRWA daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden. Zoals gemeld in de Kamerbrief van 26 juni 20245 wordt voor Gaza aangenomen dat dat niet langer zo is. Dit heeft tot gevolg dat aan «UNRWA-Palestijnen» uit Gaza de uitsluitingsgrond artikel 1D niet kan worden tegengeworpen, en dat de vluchtelingenstatus moet worden toegekend. In bijlage bij de genoemde Kamerbrief is meer informatie over artikel 1D te vinden.
Voor de beoordeling van overige asielaanvragen van personen uit Gaza, geldt dat voor Gaza een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn wordt aangenomen.
Vanzelfsprekend is de IND alert op signalen die wijzen op handelingen zoals bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingverdrag of die wijzen op een risico voor de nationale veiligheid.
Bent u bereid om zo spoedig mogelijk een krachtig signaal af te geven dat Nederland onder geen beding bereid is om Gazanen op te vangen? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord onder 1.
Welke maatregelen treft u om te voorkomen dat asielzoekers uit Gaza, via welke route dan ook, naar Nederland kunnen komen?
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 4, treft het kabinet de nodige maatregelen om de instroom van asielzoekers te beperken en om opvang in de regio te stimuleren.
Bent u bereid om er bij uw ambtsgenoten in andere Europese landen op aan te dringen dat zij ook aansturen op opvang van vluchtelingen uit Gaza in de eigen regio, en maatregelen treffen om te voorkomen dat zij in die desbetreffende landen worden opgevangen?
Nederland werkt samen met de EU om vluchtelingenstromen naar Europa te beperken en te beheersen.
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Ja
De komst van omstreden predikers naar de Ramadan Expo in de Jaarbeurs |
|
Bente Becker (VVD), Ingrid Michon (VVD), Queeny Rajkowski (VVD) |
|
Marjolein Faber (minister asiel en migratie) (PVV), David van Weel (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichten dat op de Ramadan Expo, 22-23 februari in de Jaarbeurs Utrecht drie omstreden buitenlandse predikers zijn uitgenodigd, waaronder Ali Hammuda, Mohammed Hijab en Abu Bakr Zoud, die in het verleden antisemitische, homofobe en extremistische uitspraken hebben gedaan?
Ja.
Klopt het dat Stichting Dawah Groep samen met Moslim Jongeren Almere, de Hadiethshop en Stichting Rizq de organisatoren zijn van dit evenement? Heeft u zicht op de activiteiten van deze organisaties en hun banden met extremistische netwerken?
Volgens berichtgeving van de Stichting Dawah groep zijn de organisatoren van de Ramadan Expo in de Jaarbeurs de Stichting Dawah-Groep, HadiethShop en MJA.
Organisaties zijn zelf verantwoordelijkheid voor de inhoud van hun activiteiten en kunnen deze vrijelijk organiseren binnen de daarvoor bestaande wet- en regelgeving. In beginsel vindt er dan ook geen toezicht plaats op organisaties tenzij er daartoe aanleiding is, bijvoorbeeld bij overtreding van de wet.
Welke juridische mogelijkheden heeft u om deze predikers uit Nederland te weren of, indien ze al op Nederlands grondgebied zijn, hen uit te zetten?
Voor alle vreemdelingen geldt dat, als zij naar Nederland willen komen, zij moeten voldoen aan de toegangsvoorwaarden, ongeacht of personen visumplichtig zijn of niet. Hierin speelt de Schengengrenscode een belangrijke rol. Zo kunnen visum- of grensautoriteiten vreemdelingen weren als zij niet voldoen aan de eisen voor doel, duur of middelen ten aanzien van hun bezoek aan Nederland. Lidstaten kunnen vreemdelingen ook weigeren als zij een dreiging vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid van Nederland. Indien de vreemdeling een bedreiging voor de openbare orde of nationale veiligheid vormt is het mogelijk om de betrokkene ongewenst te verklaren en/of te signaleren in het Schengeninformatiesysteem (SIS III). De toegangsvoorwaarden gelden ook in de periode dat vreemdelingen op Nederlands grondgebied verblijven. Indien zij hier niet meer aan voldoen, dienen zij Nederland te verlaten. Als zij weigeren om Nederland zelfstandig te verlaten, kan het gevolg zijn dat zij gedwongen worden uitgezet.
Kunt u aangeven of de drie predikers een visum hebben aangevraagd of reeds hebben verkregen voor hun komst naar Nederland? Bent u bereid deze personen een visum te weigeren?
Het kabinet is er alles aan gelegen om personen die naar Nederland komen om hier extremistisch gedachtegoed te verspreiden, te weren. De vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Hierin mag het ook best schuren, maar wel binnen de democratische waarden die we met elkaar hebben afgesproken. De drie sprekers die zijn uitgenodigd voor het evenement hebben in het verleden verwerpelijke uitspraken gedaan, waaronder over homoseksualiteit, geslachtsgemeenschap met minderjarigen en het bagatelliseren en vergoelijken van daden van terrorisme. Dit kan bijdragen aan een klimaat van haat, vijandigheid en het vergoelijken van geweld, waar in Nederland geen plek voor is. Dit heeft ertoe geleid dat de Minister van Asiel en Migratie, in samenspraak met de Minister van Justitie en Veiligheid, op 19 februari 2025 besloten heeft om de drie sprekers uit Nederland te weren door hen te signaleren in het Schengeninformatiesysteem. Hiermee is tevens invulling gegeven aan de motie van de leden Eerdmans (JA21) en Rajkowski (VVD).1 Op 20 februari 2025 heeft de voorzieningenrechter deze besluiten geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar, met als gevolg dat de signaleringen in het Schengeninformatiesysteem verwijderd zijn en personen Nederland in kunnen reizen.
Gelet op de verwerpelijke uitspraken van deze omstreden sprekers, die bij kunnen dragen aan een klimaat van haat en vijandigheid, is het teleurstellend dat deze sprekers naar Nederland hebben kunnen afreizen en een podium hebben gekregen. Voor haatzaaien en het vergoelijken van geweld is in Nederland geen plek. Het lokaal bevoegd gezag heeft aangegeven uiteraard alert te zijn op ongeregeldheden rondom het evenement. Indien blijkt dat er mogelijk strafbare uitlatingen zijn gedaan, kan het Openbaar Ministerie besluiten om hen te vervolgen.
Bent u bereid te bezien of genoemde predikers door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ongewenst kunnen worden verklaard?
Zie antwoord vraag 4.
Deelt u de mening dat de uitspraken van deze predikers een werkelijke, actuele en ernstige bedreiging kunnen vormen voor de openbare orde en nationale veiligheid?
Zie antwoord vraag 4.
Bent u het ermee eens dat het totaal onacceptabel is als haatpredikers als Ali Hammuda, Mohammed Hijab en Abu Bakr Zoud de mogelijkheid krijgen om naar Nederland te komen om te spreken op een groot publiek evenement? Kunt u uw antwoord toelichten?
Zie antwoord vraag 4.
Wat kan de gemeente Utrecht doen om te voorkomen dat extremistische predikers op een publiek evenement in een gemeentelijke instelling als de Jaarbeurs een platform krijgen?
Ik heb kennisgenomen van de brief van burgemeester en wethouders van Utrecht welke zij aan de gemeenteraad hebben gestuurd over de samenwerking met de Stichting Dawah Groep. Ik deel de zorgen die zij daarin uiten. Het is verwerpelijk dat omstreden sprekers herhaaldelijk een podium wordt geboden. De burgemeester is verantwoordelijk voor handhaving van de openbare orde en zal binnen de lokale driehoek in dat kader een beoordeling maken. Het vooraf verbieden is alleen mogelijk als sprake is van een concrete en ernstige bedreiging van de openbare orde. Het lokaal bestuur maakt daarin een eigen afweging.
De gemeente Utrecht heeft in oktober 2024 de samenwerking met Stichting Dawah Groep beëindigd wegens herhaalde uitnodigingen van omstreden sprekers; bent u het ermee eens dat deze stichting zich herhaaldelijk niet houdt aan de gemaakte afspraken en hoe kan hiertegen worden opgetreden?
Zie antwoord vraag 8.
Welke juridische en bestuurlijke maatregelen kunnen worden genomen tegen organisaties zoals Stichting Dawah Groep die herhaaldelijk extremistische sprekers uitnodigen, ondanks waarschuwingen van de overheid en de gemeente?
Zie antwoord vraag 8.
Wat doet u om te voorkomen dat anti-integratieve en haatzaaiende boodschappen worden verspreid via religieuze evenementen? Bent u bereid de regels rondom visumverstrekking voor dit soort sprekers aan te scherpen?
De EU-regelgeving rondom kort verblijf visumverlening biedt nu reeds alle ruimte om visumaanvragen af te wijzen als een aanvrager wordt beschouwd als een bedreiging van de openbare orde of binnenlandse veiligheid van EU-landen. In het kader van visumverlening wordt interdepartementaal nauw samengewerkt om te achterhalen of voorgenomen activiteiten van visumplichtige sprekers een bedreiging van de openbare orde of binnenlandse veiligheid met zich meebrengen.
Kunt u garanderen dat de veiligheid en openbare orde in Utrecht gewaarborgd blijven tijdens dit evenement en dat er geen sprake zal zijn van haatzaaiende toespraken? Kunt u garanderen dat er wordt ingegrepen en het evenement wordt beëindigd zodra er haatzaaiende toespraken plaatsvinden?
Het lokaal bestuur is verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en maakt daarin een eigen afweging. Zij hebben aangegeven uiteraard alert te zijn op ongeregeldheden rondom het evenement. Het Openbaar Ministerie kan, indien blijkt dat er mogelijk strafbare uitlatingen zijn gedaan, besluiten om sprekers te vervolgen die dergelijke boodschappen uiten.
Kunt u deze vragen zo snel mogelijk beantwoorden, in ieder geval voor aanvang van het evenement?
De vragen zijn binnen de reguliere termijn zo spoedig mogelijk beantwoord.
Bent u bekend met de uitspraak van het Europese Hof van Justitie waarin wordt gesteld dat de Nederlandse overheid statushouders niet mag beboeten wanneer ze niet op tijd slagen voor hun inburgeringsexamen?1
Het arrest is mij bekend.1
Welke consequenties verbindt u aan deze uitspraak?
Het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof) heeft uitspraak gedaan over onderdelen van de inburgering van asielstatushouders. Het is nu aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) om uitspraak te doen in onderhavige rechtszaak. Deze uitspraak gaat helpen bij de duiding van het Hof-arrest; ik wacht de uitspraak af.
In afwachting van de uitspraak van de Afdeling zag mijn ambtsvoorganger zich genoodzaakt in de uitvoering geen onomkeerbare besluiten te nemen. Uit voorzorg houdt DUO besluiten over de oplegging van boetes bij verwijtbare termijnoverschrijding tot nader order aan voor asielstatushouders die inburgeringsplichtig zijn onder de Wi2013 en de Wi2021. Voor asielstatushouders onder de Wi2013 houdt DUO tevens besluiten aan over de terugbetaling van de lening bij verwijtbare overschrijding van de inburgeringstermijn (dit is bij de Wi2021 niet aan de orde aangezien asielstatushouders een kosteloos inburgeringsaanbod van de gemeente krijgen).
Ik ga de (extra) mogelijkheden in kaart brengen voor prikkels om de inburgering te voltooien. Inburgeren is immers belangrijk en niet vrijblijvend.
Kunt u een overzicht geven van de boetemomenten in de Wet inburgering 2013 en de Wet inburgering 2021? Klopt het dat deze momenten als gevolg van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie uit de wetten moeten worden gehaald? Zo ja, op welk termijn bent u voornemens dit te doen? Zo nee, waarom niet?
Bijlage 1 bevat het gevraagde overzicht van boetemomenten voor beide wetten.
Nadat de Afdeling uitspraak heeft gedaan, zal ik mij beraden op wat er structureel nodig is.
Kunt u aangeven hoeveel statushouders een boete hebben gehad of de lening terug hebben moeten betalen onder de wet inburgering 2013 en onder de Wet inburgering 2021, omdat zij niet tijdig voldeden aan de inburgeringeis? Wat betekent de uitspraak voor deze mensen?
Uit opgave van DUO blijkt dat onder de Wet inburgering 2013 (hierna: Wi2013) sinds de inwerkintreding per 1 januari 2013 in totaal 4.025 asielstatushouders een of meerdere boetes hebben gekregen (peildatum 1 februari 2025). Dat is circa 3,5% van het totaal aantal asielstatushouders onder de Wi2013.
Uit cijfers van DUO blijkt dat onder de Wi2013 afgerond 2.100 asielstatushouders de sociale lening definitief (naar draagkracht) dienen terug te betalen (peildatum 1 februari 2025). Aan in totaal ruim 120.000 asielstatushouders onder de Wi2013 is een sociale lening toegekend.
DUO heeft nog nauwelijks boetes hoeven opleggen aan inburgeringsplichtigen onder de Wet inburgering 2021 (hierna: Wi2021), aangezien op dit moment de inburgeringstermijn slechts voor een gering aantal inburgeraars kortgeleden is verlopen. Uit de Statistiek Wet Inburgering (SWI) 2024 van het CBS blijkt dat gemeenten in de praktijk in een beperkt aantal gevallen boetes opleggen vanwege verwijtbaar niet meewerken aan de inburgering (<300).
Klopt het dat in afwachting van deze uitspraak in de zomer van 2024 is besloten de boetes en de terugbetaling van leningen op te schorten? Zo ja, is bekend wat het effect daarvan is geweest om de inburgeringsaantallen?
Ja, het klopt dat is besloten om de invordering van leningen en boetes voor besluiten die op of na 15 maart 2023 zijn genomen, te pauzeren. Daar is uw Kamer met de Uitvoeringbrief inburgering van december 2023 over geïnformeerd.2 Het effect van deze maatregel op de inburgeringsaantallen is niet geïsoleerd te bepalen en derhalve niet bekend.
Klopt het dat Nederland een van weinige landen is waarbij inburgeraars worden beboet als zij niet voldoen aan de inburgeringseisen? Kunt u aangeven door middel van welke (positieve) maatregelen andere Europese landen statushouders stimuleren om aan de inburgeringeis te voldoen?
Nederland is niet het enige land waar inburgeraars kunnen worden beboet als zij niet voldoen aan de inburgeringseisen. Naast Nederland hebben in ieder geval ook België, Oostenrijk en Tsjechië geregeld dat er een mogelijkheid bestaat tot het opleggen van boetes bij onvoldoende deelname aan taalcursussen (in welke mate zij dat ook daadwerkelijk doen, is mij niet bekend).3 Andere landen, waaronder Duitsland, hebben in hun wetgeving andere maatregelen opgenomen, zoals een korting op de uitkering. Het Duitse stelsel bevat naast sancties ook positieve prikkels. Zo kunnen asielstatushouders die taalniveau C1 na drie jaar behalen eerder in aanmerking komen voor een permanente verblijfsvergunning.
Kunt u aangegeven op welke wijze statushouders kunnen aantonen dat zij al geïntegreerd zijn en dus vrijgesteld moeten worden van het verplichte examen?
Asielstatushouders kunnen momenteel op verschillende manieren aantonen dat zij al geïntegreerd zijn.
Een statushouder hoeft niet in te burgeren wanneer hij aantoonbaar voldoende ingeburgerd is. De eisen daarvoor zijn dat een persoon minimaal tien jaar in Nederland verblijft, minimaal vijf jaar betaald werk of vrijwilligerswerk heeft verricht, en uit een gesprek met DUO blijkt dat de persoon spreekvaardigheid en luistervaardigheid op het niveau van het inburgeringsexamen beheerst. Tot aan 1 maart zijn er circa tachtig gesprekken gevoerd en zijn vijf personen op deze grond ontheven van de inburgeringsplicht.
Daarnaast hoeft een persoon niet in te burgeren wanneer hij vrijgesteld wordt van de inburgeringsplicht op grond van een diploma of een ander document waaruit blijkt dat hij de vaardigheden en kennis heeft op minimaal het vereiste niveau van de inburgeringsplicht. DUO geeft aan dat onder de Wi2013 aan circa 3% van de inburgeraars een vrijstelling op deze grond is verleend.
Kunt u nader toelichten wat u bedoelt met uw reactie op de uitspraak, waarbij u stelt dat «het nog te vroeg» is om conclusies te verbinden aan de uitspraak van het Hof? Klopt het dat de regering eerder is gewezen op de tegenstrijdigheid van de beide wetten inburgering met Europese regelgeving specifiek op dit punt?
Kort na het verschijnen van het arrest van het Hof heeft de toenmalige Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aangegeven dat het nog te vroeg is om hier conclusies aan te verbinden, omdat zij het belangrijk vond dit arrest nauwgezet in zijn totaliteit te bezien en geen overhaaste conclusies te trekken. Bij de duiding had zij de uitspraak willen betrekken die de Afdeling nu zal doen in het onderhavige geding.
De Afdeling heeft op 15 maart 2023 prejudiciële vragen gesteld aan het Hof. Dit heeft de regering opgevat als een signaal dat de Afdeling twijfels heeft over de verenigbaarheid van enkele onderdelen van de Wi2013 met de Europese Kwalificatierichtlijn. Hier is naar gehandeld. Voor asielstatushouders is de invordering van leningen en het innen van boetes voor besluiten die op of na 15 maart 2023 zijn genomen, gepauzeerd (zie ook antwoord op vraag 5).
Herinnert u zich dat er, mede naar aanleiding van de toeslagenaffaire en de hardheden in de Wet inburgering 2013, is besloten om het mogelijk te maken dat een lening bij een verwijtbare termijnoverschrijding (gedeeltelijk) kwijtgescholden konden worden?2 Zo ja, hoe verklaart u dat bij dit bij deze zaak niet is toegepast?
Ja, ik herinner mij dat. Sinds 1 januari 2022 is bij verminderde verwijtbaarheid op aanvraag gedeeltelijke kwijtschelding van de terug te betalen lening mogelijk. Dit is een van de verbeteringen in de Wi2013, waar uw Kamer bij brief van 12 oktober 2021 over is geïnformeerd.5
Ik kan geen uitspraken over individuele gevallen doen. In het algemeen kan ik wel zeggen dat verminderde verwijtbaarheid afhankelijk is van de periode van termijnoverschrijding en het aantal behaalde examenonderdelen binnen de inburgeringstermijn. Een belangrijke voorwaarde is dat de voormalige inburgeraar binnen de (verlengde) inburgeringstermijn grotendeels heeft voldaan aan de vereisten die zijn gesteld aan de inburgeringsplicht. Dit betekent dat hij op het moment van het aflopen van de inburgeringstermijn nog maximaal twee (examen)onderdelen van het inburgeringsexamen hoeft te behalen. Daarnaast worden voorwaarden gesteld aan de termijn waarbinnen alsnog is voldaan aan de inburgeringsplicht. Deze termijn bedraagt zes maanden. Tot slot kan er besloten worden tot gedeeltelijke kwijtschelding op grond van bijzondere individuele omstandigheden of als er sprake is van een onevenredige uitkomst.
De column 'Afgeslacht om die achterlijke reden: Eer' |
|
Claudia van Zanten (BBB), Marieke Wijen-Nas (BBB) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid) (VVD), Marjolein Faber (minister asiel en migratie) (PVV) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de column van Lale Gül in De Telegraaf van zaterdag 1 februari 2025: Afgeslacht om die achterlijke reden: Eer?1
Ja.
Hoe kijkt u aan tegen de gedachtegang en het wereldbeeld van de daders uit het bovenstaande artikel?
Deze gedachtegang en dit wereldbeeld zijn absoluut onacceptabel en passen niet bij de normen en waarden die wij als samenleving met elkaar delen. In Nederland heeft iedere burger het recht op zelfbeschikking: het recht op eigen keuzes en zelfstandigheid. Ook heeft ieder mens het recht op leven, veiligheid, vrijheid, gelijkheid en een menswaardig bestaan, vrij van onderdrukking en geweld. Deze fundamentele rechten vormen de basis voor een rechtvaardige en vreedzame samenleving. Wie deze rechten met geweld of dwang ontneemt, kan dan ook een passende straf verwachten.
Deelt u de mening dat de Nederlandse regering er alles aan dient te doen om denkbeelden zoals deze uit de Nederlandse samenleving te werken? Zo ja, wat kunt en gaat u hieraan doen?
Ja, het kabinet deelt de mening dat een effectieve aanpak van eergerelateerd geweld, waaronder eerwraak, een brede strategie vergt die zich niet alleen richt op repressie, maar ook op de grondoorzaken van deze vorm van geweld.
Daarom neemt het kabinet naast repressieve maatregelen, zoals toepassing van het strafrecht, ook preventieve maatregelen om deze vorm van schadelijke praktijken te voorkomen. Schadelijke praktijken komen met name voor in gesloten patriarchale gemeenschappen met sterk hiërarchische structuren en traditionele rolopvattingen over man en vrouw. Binnen deze gesloten gemeenschappen kan een inperking van het zelfbeschikkingsrecht tot uiting komen in schadelijke praktijken zoals eergerelateerd geweld. Het kabinet zet daarom via emancipatiebeleid, het Meerjarenplan Zelfbeschikking2 en de Actieagenda Integratie en de Open en Vrije Samenleving3 in op een «verandering van binnenuit», onder meer door samen te werken met sleutelpersonen en organisaties uit deze gesloten gemeenschappen4..Zo betreft de Alliantie Verandering van binnenuit een samenwerkingsverband tussen verschillende Christelijke- en migrantenorganisaties, en is het Fonds Zelfbeschikking bij het Oranjefonds ingesteld waaruit onder andere stichting Oy Vey zich inzet voor inclusie van lhbtiq+ Joden in de Joodse gemeenschappen zelf in Nederland en stichting Himilo zich richt op mannen/vaders binnen de Arabischsprekende migranten en vluchtelingen, omdat zij van grote invloed zijn op (het gebrek aan) zelfbeschikking van vrouwen en meisjes.
Ook wordt middels de aanpak van schadelijke praktijken, onderdeel van de bredere aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling, ingezet op vroegtijdige signalering en een goede en snelle samenwerking tussen betrokken organisaties wanneer nodig.
Verder wil ik benadrukken dat wanneer we spreken over femicide, gendergerelateerde moord en doodslag van vrouwen en meisjes, we ook spreken over eerwraak. Geen enkele vrouw of meisje mag slachtoffer worden van moord of doodslag, om welke reden dan ook. Met het plan van aanpak «Stop Femicide!»5 zet het kabinet zich in voor een gerichte aanpak die zowel de oorzaken van dit geweld aanpakt als stevige maatregelen treft om daders te vervolgen. Voor de zomer van 2025 informeren wij uw Kamer over de voortgang van de prioriteiten uit het plan van aanpak «Stop femicide!» en van de bredere aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, inclusief schadelijke praktijken.
Bent u bereid om mogelijkheden te zoeken om het Nederlanderschap in te trekken bij misdaden gepleegd met een eerwraakmotief?
Uit het Europees Verdrag Inzake Nationaliteit (EVN) en de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) volgt dat het Nederlanderschap alleen kan worden ingetrokken als sprake is van misdrijven die zich richten tegen de essentiële belangen van ons land. Het kabinet onderzoekt zoals opgenomen in het regeerprogramma of het mogelijk is om de gronden voor het intrekken van het Nederlanderschap uit te breiden naar andere ernstige misdrijven, binnen de grenzen van het EVN. Intrekking van de Nederlandse nationaliteit is alleen mogelijk bij personen die naast de Nederlandse nog een andere nationaliteit hebben.
De antwoorden op vragen over 'asielopvang in hotels' |
|
Joost Eerdmans (JA21) |
|
Marjolein Faber (minister asiel en migratie) (PVV) |
|
|
|
|
Heeft het college van Vlaardingen gelijk als zij stelt dat uw antwoorden op de eerdere Kamervragen niet op kort verblijf in hotels betrekking hadden?1 en 2
In de beantwoording op de eerdere Kamervragen zijn verschillende situaties uiteengezet. Er is in algemene zin ingegaan op kort en lang verblijf in hotels voor zowel asielzoekers als statushouders.
Klopt de informatie van de burgemeester van Vlaardingen die in een interview na afloop van het debat van 9 januari 2025 met lokale omroep Twee stelde dat de asielzoekers in Vlaardingen als hotelgasten verblijven vanwege het korte verblijf?3
Dat klopt. Het uitgangspunt is dat de asielzoekers een beperkte periode verblijven op deze locatie, waarna ze doorstromen naar een andere COA-locatie.
Klopt het dat een gemeente alleen op basis van de openbare orde en veiligheid asielopvang kan weigeren of zou dit ook op basis van andere gronden/motivering kunnen, zoals kort verblijf in hotels of zelfs zonder opgaaf van redenen?
Vanuit bestuurlijk oogpunt geldt dat het COA er altijd naar streeft om in goed overleg met de gemeente opvang te realiseren. De medewerkers van het COA werken hard om draagvlak te creëren voor opvang, zodat opvang gerealiseerd kan worden in samenspraak met het lokaal bestuur en de lokale gemeenschap.
Voor het opvangen van asielzoekers, ook in hotels, is het van belang of het omgevingsplan voorziet in de mogelijkheid tot langdurige opvang. Als dat niet het geval is, dan kan het COA een vergunning aanvragen bij de gemeente. Zonder passend omgevingsplan of vergunning, zal in beginsel alleen de mogelijkheid bestaan van kortstondig verblijf.
Deelt u de mening van het college van Vlaardingen dat op 20 september 2024 stelde dat «de gemeente hier (lees: het weigeren van asielopvang in een hotel) geen zeggenschap over heeft»?4
Zie antwoord vraag 3.
Mogen er volgens het huidige bestemmingsplan überhaupt 100 asielzoekers worden gehuisvest, aangezien de bestemming horeca is?
Binnen de huidige vergunningssituatie is kort verblijf mogelijk op deze locatie. Er is een grote druk op de opvang van het COA, waardoor het in gebruik nemen van een dergelijke locatie helaas noodzakelijk is. Het COA is door het hele land, en ook in de gemeente Vlaardingen, op zoek naar mogelijkheden om de opvang te verduurzamen, zodat de kosten van een locatie omlaag gaan en de leefbaarheid op en rond een locatie wordt verbeterd.
Bent u bereid de democratische beslissing van de gemeenteraad, die het raadsvoorstel om 100 asielzoekers te huisvesten in een hotel niet heeft aangenomen, alsnog te respecteren en het Vlaardingse bod te vernietigen?
De gemeente heeft de mogelijkheid om via de provinciale regietafel afspraken te maken over de uitruil van verschillende opgaven. Vanuit de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen volgt een opgave voor gemeenten om asielopvang te realiseren. Dit geldt ook voor de gemeente Vlaardingen.
Bent u gezien de maatschappelijke ophef binnen en buiten Vlaardingen, zeker nu zij al 1.000 Oekraïners opvangen, bereid om met spoed, in overleg met het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), een andere vorm van huisvesting voor deze asielzoekers buiten Vlaardingen te zoeken en Vlaardingen te ontzien van de spreidingswet?
Zie antwoord vraag 6.
Zijn er andere gemeenten die net als Vlaardingen tegen de wens van gemeenteraad en/of college gedwongen worden om asielzoekers op te vangen?
Zoals aangeven bij vragen 3 en 4 is het uitgangspunt dat asielopvang alleen gerealiseerd wordt in overeenstemming met het lokaal bestuur.
De bezuiniging op Vluchtelingenwerk |
|
Diederik Boomsma (CDA) |
|
Marjolein Faber (minister asiel en migratie) (PVV) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Minister Faber bezuinigt miljoenen op juridische begeleiding van asielzoekers» en klopt dat bericht?1
Ik heb kennisgenomen van het bericht.
Waarom is dit niet eerst met de Tweede Kamer besproken en aan de Kamer voorgelegd?
Voor 2025 is een bedrag van circa 13 miljoen euro voor VWN beschikbaar op de begroting van AenM, terwijl VWN voor 2025 een subsidie van 34 miljoen euro heeft aangevraagd. In lijn met de systematiek in eerdere jaren, is voor 2025 het volledig beschikbare budget (13 miljoen euro) aan VWN beschikt. Het toekennen van een subsidie binnen de beschikbare financiële kaders vergt geen expliciete goedkeuring van de Kamer.
In voorgaande jaren was de aanvraag van VWN ook hoger dan het beschikbare bedrag op de begroting en is ook het volledig beschikbare budget aan VWN (11,6 miljoen in 2023 en 12,4 miljoen in 2024) beschikt. In 2023 en 2024 is later een aanvullend subsidiebedrag toegekend doordat bij de voorjaarsnotabesluitvorming extra middelen voor VWN beschikbaar zijn gesteld. Zo is in 2024 in aanvulling op de 12,4 miljoen euro voor VWN op mijn begroting een aanvullende subsidie verstrekt bij de voorjaarsnota van 10 miljoen euro en een loonprijsbijstelling van 0,6 miljoen euro. waardoor in totaal ca. 23 miljoen euro subsidie aan VWN is toegekend.
Het structurele beschikbare budget voor VWN is al enige jaren gelijk, afgezien van de verhogingen als gevolg van loon- en prijsbijstellingen. In 2024 was dit 12,4 mln. en in 2025 is dit 13 miljoen euro geworden door de loonbijstelling van ca. 6 ton.
Omdat Rijksbreed bezuinigingen zijn ingezet heb ik voor 2025 kritisch gekeken naar de hoogte van het subsidiebedrag voor VWN. Ik heb naar aanleiding hiervan besloten om VWN dit jaar geen aanvullend bedrag bovenop het reeds beschikbare bedrag van circa 13 miljoen euro toe te kennen. In 2024 zijn op ambtelijk niveau meerdere gesprekken met VWN gevoerd over het beschikbare budget op de begroting van AenM voor 2025. VWN is in een besluit van 21 mei 2024 geïnformeerd dat het beschikbare financiële kader vanaf 2025 terugvalt naar 12.366.000 miljoen euro. Op 19 december jl. is VWN formeel per subsidiebeschikking geïnformeerd over het te ontvangen bedrag voor 2025 van maximaal circa 13 miljoen euro.
Wanneer is het besluit genomen en wanneer is Vluchtelingenwerk geïnformeerd over dit besluit?
Zie antwoord vraag 2.
Wat is de onderbouwing van het besluit om de subsidie aan Vluchtelingenwerk zo sterk in te korten?
Zie antwoord vraag 2.
Wat zijn de verwachte gevolgen van dat besluit?
Welke andere organisatie zou de taken die tot dusverre werden uitgevoerd door Vluchtelingenwerk met die subsidie dan gaan uitvoeren of is daar geen zicht op?
Klopt het dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft aangegeven dat dit grote gevolgen heeft voor de druk op de asielketen en ook extra druk legt op die organisatie?
Klopt het dat de IND taken moet overnemen van Vluchtelingenwerk? Zo ja, is de uitvoerbaarheid daarvan bekeken?
Is er een plan om de taken die nu worden uitgevoerd door Vluchtelingenwerk over te laten nemen door IND, COA en/of andere organisaties? Zo ja, kunt u dat plan aan de Tweede Kamer sturen? Zo nee, waarom niet?
Waarom is niet gekozen voor een overgangsperiode?
Kunt u deze vragen één-voor-één, uiterlijk 24 uur vóór aanvang van het commissiedebat over vreemdelingen- en asielbeleid van 5 februari a.s. beantwoorden?
Dit is helaas niet gelukt.
De acuut dreigende uitzetting van Oeigoeren in Thailand |
|
Isa Kahraman (NSC), Jan Paternotte (D66), Tom van der Lee (GL), Christine Teunissen (PvdD), Eric van der Burg (VVD), Don Ceder (CU), Derk Boswijk (CDA) |
|
Caspar Veldkamp (minister sociale zaken en werkgelegenheid) (NSC), Marjolein Faber (minister asiel en migratie) (PVV) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht ««Hell on earth»: Deportation looms for Uyghurs held in Thailand»?1
Ja.
Bent u bekend met de berichten over de acuut dreigende uitzetting van 48 in Thailand vastgehouden Oeigoeren naar China?
Ja.
Bent u het eens dat deze dreigende uitlevering in strijd is met het internationaal onderschreven principe van non-refoulement, gezien het bijzonder grote risico op ernstige mensenrechtenschendingen bij terugkeer naar China?
Ja.
Hoe beoordeelt u op dit moment de mensenrechtensituatie in Xinjiang, in het bijzonder voor de Oeigoerse gemeenschap, en welke specifieke risico’s zouden deze mannen bij terugkeer lopen?
De negatieve trend in de mensenrechtensituatie in China blijft reden geven tot zorg. De druk op de rechten van etnische minderheden neemt verder toe en de situatie van de Oeigoeren blijft in het bijzonder zorgelijk. De uitgebreide surveillance infrastructuur in Xinjiang maakt vergaande controle op activiteiten en reisbewegingen van Oeigoeren mogelijk. Waarschuwingen vanuit het maatschappelijk middenveld en VN-experts richtten zich in de afgelopen jaren onder meer op grootschalige arbitraire detentie, dwangarbeid, beperkingen op de vrijheden van beweging, meningsuiting en religie, het recht op privacy en reproductieve rechten. De groep loopt bij gedwongen terugkeer een reëel risico op foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing, zoals recent bevestigd door VN experts.2
Nederland dringt bij de Chinese autoriteiten aan op de implementatie van de aanbevelingen van het rapport van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten uit 20223, dat sprak van mogelijke internationale misdaden, in het bijzonder misdaden tegen de menselijkheid. Het beleid en het juridische kader dat hieraan ten grondslag ligt is nog altijd van kracht, bevestigde het kantoor van de VN Hoge Commissaris in augustus 20244. In het rapport roept de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten de internationale gemeenschap op om Oeigoeren en andere moslimminderheden niet gedwongen terug te sturen naar China. De situatie in Xinjiang is onlangs door Nederland nog aan de orde gesteld tijdens het bezoek van de Chinese vicepremier DING aan Nederland.
Heeft Nederland reeds diplomatiek contact gezocht met de Thaise autoriteiten om de uitzetting te voorkomen, en hen actief herinnerd aan hun verplichtingen onder het internationaal recht? Zo nee, bent u bereid dit op de kortst mogelijke termijn te doen?
Nederland heeft op verschillende manieren, zowel mondeling als schriftelijk en zowel bilateraal als in EU-verband de dringende oproep aan de Thaise autoriteiten gedaan om de 48 Oeigoeren niet uit te leveren, de detentie te beëindigen en – als voorgaande niet gebeurt – de leefomstandigheden voor de groep te verbeteren en UNHCR toegang te geven tot de gevangenen. Daarbij is nadrukkelijk verzocht het principe van non-refoulement te respecteren vanwege de serieuze risico’s bij terugkeer naar China.
Bent u zo nodig bereid binnen de Europese Unie en met andere landen met een actieve mensenrechtenagenda te pleiten voor een gezamenlijke aanpak om uitzetting van Oeigoeren naar China te voorkomen, bijvoorbeeld door opvangmogelijkheden in derde landen te bespreken?
Nederland staat in nauw contact met EU- en andere gelijkgezinde landen en UNHCR over alle mogelijke acties die de situatie van deze groep kunnen verbeteren. In dit kader houdt Nederland ook vinger aan de pols of landen bereid zijn om personen uit deze groep asiel te verlenen. Er zijn nog geen signalen van landen die dit aan Thailand hebben aangeboden en waarmee de Thaise overheid heeft ingestemd. Het kabinet blijft de ontwikkelingen nauwgezet volgen en de Thaise autoriteiten waar nodig aanspreken.
Waar het Nederland betreft gaat het Ministerie van Asiel en Migratie over hervestiging van mensen die toebehoren aan het jaarlijkse nationale quotum voor UNHCR-vluchtelingen.
Wilt u, gezien de acute dreiging van uitzetting en de ernstige risico’s voor deze Oeigoeren, deze vragen beantwoorden voor het debat over de informele Europese Raad op 29 januari?
De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.
Het bericht 'Syriërs krijgen 900 euro contant bij terugkeer' |
|
Anne-Marijke Podt (D66) |
|
Marjolein Faber (minister asiel en migratie) (PVV) |
|
|
|
|
Waarom kiest u ervoor vrijwillige terugkeer te stimuleren, terwijl er nog geen nieuw ambtsbericht is over Syrië?1
Er is geen sprake van nieuw beleid. De Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) is sinds de machtsovername in Syrië meermaals benaderd door Syriërs in Nederland over de mogelijkheden om vrijwillig terug te keren naar Syrië en of ze daarbij – net als voorheen – ondersteuning kunnen krijgen. Indien Syriërs vrijwillig willen terugkeren naar Syrië en daar hulp bij nodig hebben dan kan de DTenV hierbij ondersteunen.
Waarom heeft u de Kamer niet geïnformeerd over dit besluit met financiële gevolgen?
Er is geen sprake van nieuw beleid. Iedereen die vrijwillig wil terugkeren naar zijn of haar land van herkomst kan daarvoor, onder voorwaarden, ondersteuning krijgen vanuit de Nederlandse overheid. Hiervoor wordt het kader gehanteerd zoals beschreven in mijn brief van 26 september 20242. Bij het ontbreken van een dienstverlening in Syrië is het momenteel nog niet mogelijk om herintegratieondersteuning, ter waarde van € 2.000, in natura aan te bieden in Syrië zelf. Daarom heeft het kabinet ervoor gekozen om het bedrag (€ 200 + € 615) naar boven af te ronden, i.c. € 900. Deze ondersteuning maakt deel uit van het reguliere terugkeerbeleid. De middelen hiervoor zijn opgenomen in de Rijksbegroting onder begrotingsartikel 37.3.
Deelt u de mening dat het «wijzen op de risico’s» en het laten ondertekenen van een verklaring volstrekt onvoldoende is en dat het kabinet zichzelf tegenspreekt als ze enerzijds in het reisadvies zegt «wat uw situatie ook is, reis niet naar Syrië» en anderzijds aan terugkeerpromotie doet?
Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 1, heeft de DTenV sinds de machtsovername in Syrië meerdere verzoeken gekregen van Syriërs die vrijwillig willen terugkeren naar Syrië en die daar ondersteuning bij wensen. Voor diegene die zich bij de DTenV melden wijzen de regievoerders van de DTenV vanzelfsprekend ook op de risico’s die daaraan verbonden kunnen zijn maar ook op de eventuele gevolgen die dat meebrengt voor het verblijfsrecht. Uiteindelijk is het aan de betrokkene zelf of hij of zij wil terugkeren naar Syrië. Wanneer daar eventueel ondersteuning bij nodig is dan kan deze worden geboden. Er is geenszins sprake van enige vorm van dwang.
Kunt u de verklaring die Syriërs wordt gevraagd te tekenen delen met de Kamer? Zo nee, waarom niet?
De verklaring die Syriërs moeten ondertekenen is niet anders dan de verklaring die al lange tijd wordt gebruikt bij de vrijwillige terugkeren van andere personen die willen terugkeren naar hun land van herkomst en daarbij ondersteuning willen van de Nederlandse overheid. Deze verklaring is te vinden op de website van de IND: https://ind.nl/nl/einde-van-uw-verblijf-in-nederland/nederland-verlaten#nederland-vrijwillig-verlaten. De verklaring is in negen talen beschikbaar.
Op basis van welke (precieze) wet- of regelgeving kan u besluiten dat «terugkeer naar Nederland niet mogelijk» is?
In de Vreemdelingenwet 2000, Vreemdelingenbesluit en Vreemdelingencirculaire staat opgenomen wat de voorwaarden zijn voor toelating in Nederland zijn. Dit is niet terug te voeren op een enkel artikel(lid).
Wat gebeurt er op het moment dat iemand toch terug naar Nederland komt en (opnieuw) asiel aanvraagt?
Wanneer iemand in Nederland asiel aanvraagt dan zal deze aanvraag op de eigen merites worden beoordeeld. Als er redenen zijn om bescherming te krijgen dan zal deze worden geboden. Daarbij zal het feit dat iemand is teruggekeerd naar het land van herkomst worden meegewogen.
Kunt u zich voorstellen dat oproepen, zoals die op uw X-account van 21 januari, die komen vanuit een bewindspersoon leiden tot veel onrust onder de Syrische gemeenschap in Nederland, omdat u het opnieuw hebt over gedwongen terugkeer terwijl dat helemaal niet aan de hand is?
In mijn bericht op X geef ik aan dat een herbeoordeling van asielaanvragen zal plaatsvinden, indien het beleid op basis van het aanstaande ambtsbericht Syrië daarvoor aanleiding geeft. Wanneer er geen recht meer op verblijf is zullen betrokkenen moeten terugkeren. Op dit moment is er een actief besluit- en vertrekmoratorium. Van gedwongen terugkeer is momenteel geen sprake.
Bent u bereid in de toekomst uw woorden zorgvuldiger te kiezen, meer passend bij uw verantwoordelijkheid die zich ook uitstrekt tot mensen die asiel hebben aangevraagd en die in een onzekere situatie zitten?
Ik ben van mening dat ik mijn woorden zorgvuldig heb gekozen.
Kunt u zich voorstellen dat het helpt om het op termijn juist makkelijker te maken voor Syriërs met een verblijfsvergunning om heen en weer te reizen tussen Nederland en Syrië, omdat het zo waarschijnlijker is dat zij kunnen bijdragen aan de wederopbouw van Syrië?
Binnen het Kabinet wordt gezamenlijk gekeken hoe Syrië het best kan worden ondersteund. Migratie maakt daar ook deel van uit.
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Ik heb de vragen één voor één beantwoord.
Het mogelijk ontstaan van een financieel gat voor statushouders |
|
Kati Piri (PvdA) |
|
Marjolein Faber (minister asiel en migratie) (PVV) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat er een financieel gat dreigt voor statushouders nu het COA geen toeslagen meer voor hen aanvraagt?1
Ja.
Klopt het dat het aanvragen van toeslagen voor statushouders een gemeentelijke taak is zoals het COA aangeeft? Zo nee, wiens verantwoordelijk is het aanvragen van toeslagen voor statushouders?
Het aanvragen van toeslagen voor statushouders is wettelijk niet geregeld. Statushouders zijn zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van hun toeslagen.
Kunt u aangeven wanneer het COA contact heeft opgenomen met uw ministerie of andere betrokken ministeries over het voornemen om te stoppen met de toeslagenhulp voor statushouders? Kunt u aangeven welke stappen u hierna heeft ondernomen en met wie u contact hierover heeft opgenomen?
Vanwege systeemwijzigingen bij de Dienst Toeslagen in mei 2023 bleek het COA eind 2023 niet langer in staat de diensten die werden gebonden vanuit het Toeslagenservicepunt (TSP) uit te voeren. Derhalve heeft het COA op 14 december 2023 per brief aan JenV, en in afschrift aan SZW en de VNG aangegeven per 1 januari 2025 te stoppen met het toeslagenservicepunt.
Als reactie op het besluit van het COA om te stoppen met het Toeslagenservicepunt (TSP) en naar aanleiding van de motie-Kathmann, heeft het Ministerie van SZW in samenwerking met COA en JenV gesprekken gestart met VNG, Divosa en andere betrokken met als doel te verkennen hoe statushouders het beste ondersteund kunnen worden bij het bereiken van financiële zelfstandigheid. Het aanvragen van toeslagen maakt daar onderdeel van uit. Hoewel het van belang is dat statushouders hierin ondersteund worden gezien hun kwetsbare positie, blijven zij uiteindelijk altijd zelf verantwoordelijk voor de aanvraag van een toeslag.
Divosa heeft een handreiking voor gemeenten ontwikkeld. Deze handreiking richt zich op het financieel ontzorgen van statushouders, met specifieke aandacht voor het aanvragen van huurtoeslag. Daarnaast heeft de VNG op haar online platform VNG Fora een artikel geplaatst, waarin gemeenten ervaringen en inzichten kunnen delen over de knelpunten en best practices rondom het aanvragen van huurtoeslag en zorgtoeslag voor statushouders. Dit biedt gemeenten de mogelijkheid om van elkaar te leren en gezamenlijke oplossingen te ontwikkelen.
Klopt het dat u geen contact heeft opgenomen met gemeenten over het besluit van het COA om te stoppen met de toeslagenhulp voor statushouders? Zo nee, wanneer heeft u contact opgenomen met de gemeenten over het besluit van het COA om te stoppen met toeslagenhulp voor statushouders?
De Ministeries van JenV en SZW hebben niet rechtstreeks contact opgenomen met individuele gemeenten. De VNG en Divosa zijn betrokken geweest in de gesprekken over de gevolgen van de beëindiging van het toeslagenservicepunt. Daarmee is overleg geweest met de gemeentelijke koepels.
Kunt u aangeven welke (financiële) ondersteuning het COA kreeg voor het aanbieden van toeslagenhulp voor statushouders?
Het toeslagenservicepunt van het COA werd tussen 2017 en 2024 gefinancierd door de Ministeries van Justitie en Veiligheid / Asiel en Migratie. Vanaf 2020 werd de financiering geïntegreerd in de kostprijs van het COA. Per 2025 is deze post uit de kostprijs gehaald, omdat de begeleiding bij het aanvragen van toeslagen is stopgezet.
Bent u voornemens gemeenten financieel te ondersteunen bij het aanbieden van toeslagenhulp voor statushouders? Zo nee, welke gevolgen voorziet u voor gemeenten en statushouders die hun toeslagen niet kunnen aanvragen?
Gemeenten kunnen budgetten uit de Wet inburgering inzetten om hulp te bieden bij het aanvragen van toeslagen. Daarnaast zijn er alternatieve ondersteuningsmogelijkheden.
De Dienst Toeslagen biedt op haar website een zoekfunctie waarmee statushouders het dichtstbijzijnde servicepunt kunnen vinden, zoals een balie van de Belastingdienst, een gemeentelijk steunpunt of een onafhankelijk servicepunt. Toeslagen kunnen zelfstandig worden aangevraagd. Hulp bij het aanvragen van toeslagen blijft beschikbaar via andere dienstverlening. Statushouders zijn en blijven echter zelf verantwoordelijk voor het tijdig aanvragen van hun toeslagen. De website van het COA informeert dat huurtoeslag en zorgtoeslag zelf aangevraagd dienen te worden.
Hoe bent u voornemens te voorkomen dat statushouders die vanaf 1 januari 2025 worden geplaatst bij gemeenten tussen wal en schip vallen en welke ondersteuning krijgt deze groep statushouders?
Zie antwoord vraag 6.
Kunt u aangeven bij welke toeslagen statushouders hulp krijgen bij het aanvragen? Wat zijn de consequenties voor deze statushouders en is inzichtelijk te maken hoeveel statushouders huurachterstanden zullen oplopen of onvoldoende toegang tot zorg kunnen krijgen door deze toeslagen niet (tijdig) te ontvangen?
Er zijn verschillende plekken in Nederland waar statushouders ondersteuning kunnen krijgen voor het aanvragen van toeslagen, zoals zorg- of huurtoeslag.
Als een toeslag niet tijdig wordt aangevraagd, kan dit leiden tot een schuld door een betalingsachterstand. Gemeenten gaan verschillend om met deze situatie. In sommige gevallen kan er een lening worden verstrekt of wordt er schuldhulpverlening aangeboden. De toegang tot zorg blijft wettelijk gegarandeerd, ook bij een betalingsachterstand. Als de achterstand echter langer dan zes maanden duurt, kan de zorgverzekeraar de aanvullende verzekering stopzetten.
Er zijn geen landelijke cijfers beschikbaar over het aantal statushouders dat betalingsachterstanden oploopt door vertraging bij het verkrijgen van toeslagen. Sinds de zomer van 2023 was het voor het COA niet meer mogelijk om zorgtoeslag voor statushouders aan te vragen. Tot nu toe zijn er geen signalen dat er een toename is in het aantal aanvragen voor schuldhulp door deze situatie.
Bent u bekend met de berichten «Perroncontroles «overlasttrein» Zwolle – Emmen komen niet terug» en «Staatssecretaris: snel oplossing voor mogelijk overslaan treinstation Maarheeze»?1 2
Ja.
Deelt u de mening dat intimidatie, agressie en geweld onacceptabel zijn en dat hier hard tegen moet worden opgetreden zodat treinreizigers veilig kunnen reizen en treinpersoneel veilig zijn werk kan doen?
Die mening deel ik, het OV moet veilig zijn voor reizigers en personeel.
Op welke trajecten is met name last van overlastgevende asielzoekers? Om welk type incidenten gaat het dan? Kunt u dit cijfermatig weergeven? Zo nee, waarom niet?
NS en Arriva ervaren de situaties op de trajecten Eindhoven – Weert en Zwolle – Emmen en op de stations Emmen en Maarheeze in zekere zin als uniek als een gevolg van de nabijgelegen aanmeldlocaties in Ter Apel en Budel. Voor een overzicht van het aantal en type incidenten verwijs ik naar de brief van de Staatssecretaris van IenW van 23 januari jl. waar inzicht wordt gegeven in de situatie op station Maarheeze3. Door vervoerders en ProRail worden maatregelen genomen op basis van algemene incidentdata, om zo het OV veilig te kunnen houden voor de reizigers en het personeel.
Deelt u de mening dat het feit dat overlastgevende asielzoekers die treinen of stations onveilig maken, geen reden mag zijn om treinen op bepaalde trajecten niet in te zetten of om treinen bepaalde stations niet meer aan te laten doen?
Ja, die mening deel ik. Aangaande de situatie in Maarheeze verwijs ik naar de brief die de Staatssecretaris van IenW daarover op 23 januari jl. naar de Kamer heeft verstuurd.
Hoe legt u uit aan de reizigers op de trajecten Meppel-Zwolle en Weert-Eindhoven dat zij moeten reizen in een onveilige situatie met een hoger risico op incidenten dan gemiddeld?
Ik ben van mening dat alle betrokken partijen zich maximaal moeten inzetten voor de veiligheid van de reizigers. Vervoerders en ProRail zetten reeds waar mogelijk extra maatregelen in om ook in deze regio’s de reiservaring en de veiligheid van personeel en reizigers te verbeteren. Daarbij wordt in beide gebieden meer dan de gebruikelijke hoeveelheid professionele beveiliging ingezet. Vervoerders geven aan dat deze aanpak leidt tot een situatie die beheersbaar is.
Hoe beoordeelt u het feit dat controles op perrons niet zouden werken, maar het aantal incidenten wel flink gestegen is?
Het beeld dat controles op perrons niet werken deel ik niet. Bij Maarheeze heeft deze maatregel (in combinatie met het toezicht op de trein) een positief effect, zoals toegelicht in de brief die de Staatssecretaris van IenW op 23 januari jl. heeft gestuurd.
Per locatie wordt gekeken naar de maatregel met het grootste mogelijke effect, waarbij het beschikbare personeel uiteraard maar één keer kan ingezet kan worden. Arriva heeft op het traject Zwolle – Emmen in overleg met de concessieverlener besloten dat, gelet op het gegeven dat de perroncontroles veel capaciteit kosten, maar te weinig effect hadden op het tegengaan van zwartrijden of overlast, de perroncontroles stop te zetten. Zo probeerde men controles te vermijden door over het spoor te lopen. Daarnaast werden er kaartjes gekocht voor de eerstvolgende halte om door de controle te kunnen, maar vervolgens het hele traject bleven zitten.
Omdat perroncontroles niet het gewenste effect hadden, zet Arriva momenteel in plaats daarvan extra service en veiligheidsmedewerkers in op de trein. Ook zet Arriva op de lijn Zwolle – Emmen standaard twee stewards per trein in. Hierdoor wordt in principe elke reiziger op de Vechtdallijn gecontroleerd, wat een positief effect heeft op het veiligheidsgevoel van reizigers en medewerkers. Daarnaast kan Arriva aanvullend medewerkers service en veiligheid inzetten die daar waar dat nodig als «vliegende brigades» worden ingezet. Ook dit heeft geresulteerd in een verbeterd veiligheidsgevoel onder reizigers en personeel.
Arriva geeft aan dat het treinpersoneel op de Vechtdallijnen tevreden is over de aanwezigheid van extra veiligheidsmedewerkers op de treinen. De cijfers laten zien dat het aantal aangiftewaardige incidenten tegen personeel (60% t.o.v. 2022) door de extra inzet van service en veiligheid-medewerkers is afgenomen. Voor nadere cijfers over de treindienst Zwolle – Emmen verwijs ik uw Kamer door naar de brief van de voormalig Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 25 juni jl.4
Al het controlerend personeel van Arriva draagt een bodycam en is boa-bevoegd. Vanuit NS en Arriva zijn de ervaringen met het gebruik van de bodycam zodanig dat zij menen dat het gebruik ervan helpt bij de analyse van incidenten en dat er een preventieve werking van uitgaat. Daarnaast zijn sommige stations en alle Arriva-treinen voorzien van camera’s.
Welke stappen onderneemt u om het veiligheidsgevoel van reizigers op deze trajecten, en op de stations op deze trajecten, te vergroten?
Bij de spoorverbindingen en stations in de buurt van de aanmeldlocaties in Ter Apel en Budel zijn door vervoerders extra maatregelen genomen om incidenten en overlast te voorkomen. Zoals gezegd zetten NS en Arriva op verschillende plaatsen extra medewerkers en toezichthouders in. Daarbij bieden het Ministerie van Asiel en Migratie en de verantwoordelijke concessieverlener op de lijn Emmen – Zwolle een subsidie voor de extra inzet van medewerkers service en veiligheid.
Op station Maarheeze en op NS-treinen is cameratoezicht aanwezig en dragen medewerkers service en veiligheid van NS bodycams. Ook voert NS op Maarheeze een 100% ingangscontrole waardoor veel overlast en incidenten worden voorkomen. Voor de kosten van deze extra inzet is NS voor 2023 achteraf gecompenseerd. Tijdens het tweeminutendebat Spoor van 23 januari jl. is door de Staatssecretaris van IenW toegezegd NS met € 2,3 miljoen te compenseren voor de extra beveiliging rondom station Maarheeze in het afgelopen jaar.
Zowel Arriva als NS geven aan dat de situatie op beide locaties beheersbaar is. Dit beeld wordt ondersteund door het algemene oordeel van de reizigers in de landelijke Stationsbelevingsmonitor, waarbij Zwolle, Emmen (en tussenliggende stations) en Maarheeze een 6,5 of hoger scoren als algemeen oordeel van de reiziger. Alleen Maarheeze scoort een onvoldoende op sociale veiligheid en komt daardoor in aanmerking voor extra maatregelen, zoals is toegelicht in de brief van 23 januari jl.
De Ministeries van IenW en AenM hebben in gezamenlijkheid met vervoerders en het COA tevens aan enkele preventieve maatregelen gewerkt. Zo is de voorlichting aan asielzoekers over de werking van het OV verbeterd en kunnen alle asielzoekers sinds begin 2024 met een nieuw betaalmiddel wat op alle COA-locaties is geïmplementeerd reizen in het OV. Vervoerders geven aan dat de ervaringen hiermee positief zijn.
Welke preventieve en repressieve maatregelen worden op deze trajecten getroffen om overlast en overtredingen te voorkomen en overlastgevers aan te pakken en hoe effectief zijn die?
Zie antwoord vraag 7.
Welke maatregelen treft u tegen overlastgevers die zich door toegangscontroles niet laten weerhouden en over de hekken klimmen en alsnog de trein in stappen?
Op dit moment staan er op station Maarheeze vijf beveiligers, die houden ook toezicht op het hekwerk en de eventuele omlooproute aan het einde van het perron. Op het moment dat er iemand wordt gezien die over het hekwerk geklommen is, wordt deze naar de uitgang van het station begeleid om daar een vervoersbewijs te kopen of in te checken. NS laat weten dat met het huidige aantal beveiligers het ook mogelijk is om te surveilleren. Daarnaast is gekozen voor een hoger hekwerk waardoor het moeilijker is geworden om over de hekken heen te klimmen. In de gevallen dat dit wel gebeurt, heeft de beveiliging door het hogere hekwerk langer de tijd om te interveniëren. Daarnaast zijn op de trein dagelijks vier OV-boa’s aanwezig om te zorgen voor een veilige en prettige reis. NS geeft aan dat er goed contact is tussen de beveiligers en het personeel op de trein zodat waar benodigd kan worden ingezet op het laten uitstappen van personen uit de trein (die eerder bijvoorbeeld over hekken geklommen zijn) en waar nodig kan worden doorgepakt door middel van het oproepen van politie.
Kunt u de garantie geven dat de problemen op station Maarheeze zo spoedig mogelijk, en uiterlijk 1 maart 2025, worden opgelost? Zo nee, waarom niet?
De huidige situatie op station Maarheeze is volgens NS beheersbaar, zie ook de brief op dit onderwerp van 23 januari jl. Het is van belang dat er een structurele oplossing wordt gevonden zodat de extra beveiliging op het station kan worden afgeschaald. Hier voeren de Ministeries van AenM, JenV, IenW, de gemeente, politie en vervoerders momenteel het gesprek over. Omdat verschillende partijen hierin afhankelijk van elkaar zijn, kan geen garantie worden gegeven dat de problemen op een bepaalde datum zijn opgelost.
Wordt de identiteit vastgesteld van de overlastgevers op de trajecten Meppel-Zwolle en Weert-Eindhoven, mede gelet op het feit dat overlastgevende asielzoekers vaak nog niet zijn geregistreerd of geen rijbewijs hebben? Zo ja, op welke manier en hoe wordt dit geregistreerd? Zo nee, waarom niet?
OV-boa’s schrijven combibonnen uit aan overtreders bij overlast. Daarvoor leggen zij de identiteit inclusief geboorteplaats/land van de verdachte vast met het doel om deze gegevens naar het CJIB te sturen. Vervoerders zelf houden geen registratie bij van de nationaliteit van overtreders en hebben geen inzage in de verblijfsrechtelijke status van deze personen. Dit is namelijk niet toegestaan. De overtreding wordt door vervoerders wel geregistreerd, zodat aan de hand van incidentendata maatregelen genomen kunnen worden en eventueel extra handhaving kan worden ingezet.
Voor het identificeren van een overlastgevende asielzoeker moet OV-personeel veelal een beroep doen op de politie, zij hebben namelijk geen toegang tot de basisvoorziening vreemdelingen (BVV). Op dit moment is de toegang tot de BVV voorbehouden aan bestuursorganen met een wettelijke taak in het kader van de vreemdelingenwet die hier uitvoering aan geven (dus de migratieketenpartners, AVIM en de Koninklijke Marechaussee). Over de toegang voor boa’s tot de BVV worden momenteel verkennende gesprekken gevoerd tussen AenM, als eigenaar van de wetgeving omtrent dit register, en JenV. Het is voor de uitvoering van de taken van de boa van belang dat de boa over informatie beschikt en ook, voor zover mogelijk, toegang verkrijgt tot de daarvoor benodigde systemen.
Deelt u de mening dat er gehandhaafd moet worden richting asielzoekers die overlast veroorzaken, zwartrijden of ander onwenselijk gedrag vertonen? Zo nee, waarom niet?
Ik vind dat alle vormen van overlast en zwartrijden in het OV – ongeacht wie hiervoor verantwoordelijk is – aangepakt moet worden. De Ministeries van AenM, J&V en IenW, het COA, OM en vervoerders voeren met elkaar het gesprek over het verbeteren van de mogelijkheden voor dossieropbouw en gegevensdeling, zodat effectiever gehandhaafd kan worden op asielzoekers die overlast veroorzaken in het OV.
Hoe vaak wordt er bij het constateren van overtredingen een boete opgelegd, dan wel uitstel van betaling aangeboden, en in hoeveel van deze gevallen wordt er daadwerkelijk geïnd?
In 2023 zijn er door NS in totaal 283.450 uitstel van betalingen (UvB’s) uitgeschreven. In 2024 waren dit er 352.969. In 2023 zijn er door Arriva in totaal 35908 UvB’s uitgeschreven. In 2024 waren dit er 53542. Het inningspercentage is bedrijfsvertrouwelijke informatie en kan voor beide bedrijven niet worden gedeeld. Wel kan aangegeven worden dat het voor vervoerders niet in alle gevallen lukt om de boetes te innen. Over de uitdagingen bij het vaststellen van de identiteit wordt in de beantwoording van vraag 15 ingegaan.
Hoe hoog is het bedrag uitstel van betaling op beide trajecten?
De hoogte van het bedrag van een UvB is opgebouwd uit de kosten voor een normaal treinkaartje plus een wettelijke verhoging van 50 euro. Daarbij komt 15 euro aan administratiekosten.
Hoe vaak worden er reisverboden opgelegd? Gebeurt dit in alle mogelijke gevallen? Zo nee, waarom niet?
In 2023 zijn in totaal 193 actieve reisverboden door NS opgelegd. In 2024 waren dit er 265. In 2023 zijn door Arriva in totaal 262 reisverboden opgelegd. In 2024 waren dit er 258.
NS en Arriva geven aan in alle mogelijke gevallen een reisverbod op te leggen, waarbij zij zich moeten houden aan de richtlijn van het OM die voorschrijft in welke gevallen een verbod mag worden opgelegd. Voor dossieropbouw en het opleggen van een OV-verbod is het essentieel dat vervoerders de identiteit van de overlastgever vaststellen. In dat kader hebben OV-boa’s toegang tot de basisregistratiepersonen en wordt gewerkt aan de zelfstandige toegang tot het rijbewijzenregister. Systemen als het rijbewijzenregister worden door politie, indien er geen minder ingrijpende manier voorhanden is, geraadpleegd voor het vaststellen van de identiteit van staande gehouden personen. In geval de boa niet zelfstandig de identiteit van een staande gehouden persoon kan vaststellen, wordt een beroep gedaan op ondersteuning door de politie.
Deelt u de mening dat mensen die geen kaartje hebben niet eindeloos uitstel van betaling kunnen krijgen, maar uiteindelijk een reisverbod zouden moeten worden opgelegd dan wel bij overtreding daarvan lik op stuk beleid wordt toegepast? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe vaak komt dit voor?
Die mening deel ik en het opleggen van reisverboden aan notoire zwartrijders behoort dan ook tot de bestaande veiligheidsinstrumenten van vervoerders. Het OM heeft daarbij een richtlijn opgesteld die voorschrijft dat iemand met 25 UvB’s 1 tot 2 maanden reisverbod krijgt. Deze richtlijn loopt op tot 6 maanden reisverbod bij 75 UvB’s5.
Deelt u de mening dat wanneer deze mensen zichzelf niet kunnen identificeren, dit meteen opgepakt moet worden door deze mensen te registreren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u dat regelen?
Wanneer een overlastgever in het OV zich niet aannemelijk kan identificeren richting OV-personeel kan er een beroep worden gedaan op politie-ondersteuning en kan dit worden geregistreerd.
Wilt u deze vragen beantwoorden voor het commissiedebat over Vreemdelingen- en asielbeleid op 5 februari 2025? Zo nee, waarom niet?
Dit is helaas niet gelukt.
Bent u bekend met de berichten: «Plotse daling van aantal kenniswerkers, iets minder nieuwe aanvragen voor asiel» en «Wachtende asielzoekers ontvangen astronomisch bedrag aan dwangsommen: «Schaf dit af»»?1 2
Ja.
Hoe verklaart u de stijging van het totale bedrag dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan dwangsommen aan asielaanvragers heeft moeten uitkeren van elf miljoen euro in 2023 naar 36,8 miljoen euro in 2024?
Bij asiel- en nareis aanvragen heeft de IND al jaren te kampen met oplopende voorraden. Zelfs met de huidige instroomcijfers is het niet mogelijk om de opgelopen voorraden in te lopen. Mede hierom heeft de IND een meerjarenambitie om vanaf 2025 jaarlijks de productie te verhogen en om te voorkomen dat de voorraden verder oplopen.
Concreet betekent dit dat de IND (1) de komende periode in gaat zetten op slimmer werken, inzet (2) op het decompliceren van de behandeling van aanvragen en (3) zet de IND beperkt in op extra personeel waar nodig.
Tot november 2022 was de «Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND» nog van toepassing. Sinds 27 september 2022 geldt voor asiel een verlengde beslistermijn van in totaal 15 maanden. Waar rechtbanken deze verlenging eerst in overwegende mate rechtsgeldig achtte, is dat met het verloop van de jaren afgenomen en zijn er steeds meer rechtbanken die de verlenging van de beslistermijn niet langer accepteren waardoor een ingebrekestelling sneller geldig is en een dwangsom sneller kan worden opgelegd. In 2022 zijn er daardoor verhoudingsgewijs minder ingebrekestellingen ingediend dan een jaar later. Zo bedroeg het aantal ingebrekestellingen in 2023 27.450, terwijl deze in 2024 verder opliep naar 29.840. De toename van het aantal ingediende ingebrekestellingen leidt tot meer dwangsommen.
In hoeveel asielaanvragen heeft het opstarten van een gerechtelijke dwangsomprocedure of het indienen van een ingebrekestelling daadwerkelijk geleid tot een snellere beslissing?
Deze vraag is gelet op het grote aantal ingebrekestellingen niet te beantwoorden. De IND beslist op basis van het fifo-principe3. Een toenemend aantal ingebrekestellingen zou een continue herprioritering vergen binnen de logistieke processen van de IND. Dit wordt niet gedaan omdat dit een ontwrichtend effect heeft op de IND. Door het grote aantal ingebrekestellingen is het bovendien niet meer mogelijk om in alle uitspraken op de daaropvolgende beroepen niet tijdig beslissen uitvoering aan de rechterlijke uitspraak te geven. De IND probeert, waar mogelijk, rekening te houden met schrijnende zaken.
Klopt het dat asielzoekers die een dwangsom ontvangen soms moeten meebetalen aan de opvang? Van welke factoren hangt het af of een asielzoeker daadwerkelijk moet meebetalen?
Het klopt dat asielzoekers die een dwangsom ontvangen in beginsel moeten meebetalen aan de kosten van de opvang. Hiervoor geldt dat de dwangsom hoger moet zijn dan de vermogensgrens voortkomend uit de Participatiewet. In 2025 is dit respectievelijk € 7.575 voor alleenstaanden en € 15.540 voor meerpersoonshuishoudens. Wanneer de dwangsom lager is dan de vermogensgrens wordt geen bijdrage geïnd. Ook kan niet te worden geïnd wanneer een asielzoeker met onbekende bestemming is vertrokken, uitgestroomd is naar een gemeente (gemeente doet vermogenstoets voor uitkering) of dat binnen drie maanden zal doen, of wanneer de asielzoeker al een eigen bijdrage betaalt. Voor meer achtergrond verwijs ik graag naar brief 19 637, nr. 3298 die uw kamer op 4 oktober 2024 ontving.
Klopt het dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) niet automatisch op de hoogte wordt gesteld wanneer een asielzoeker een dwangsom ontvangt, maar dat de asielzoeker deze zelf moet melden? Zo ja, hoe vaak is er in de afgelopen jaren gemeld en waarom gebeurt dit niet automatisch?
Bij uit te keren dwangsommen boven de eenpersoonsvermogensgrens wordt het COA actief door de IND geïnformeerd. Het COA heeft geen zicht op het vermogen van haar bewoners. Wanneer een dwangsom lager is dan de vermogensgrens, maar het totale vermogen van de asielzoeker tot boven de vermogensgrens brengt is dit voor het COA niet te achterhalen. In het kader van privacywetgeving zou dit ook niet mogelijk zijn. Het COA is hier dus afhankelijk van de bereidheid van bewoners om zelf melding te maken.
Welk percentage van het totaal verstrekte bedrag aan dwangsommen is uiteindelijk aan het COA overgemaakt om mee te betalen aan de opvang? Om welk totaalbedrag gaat het?
In 2024 is in het kader van de regeling eigen bijdrage asielzoekers (reba)
€ 184.370 ontvangen. Afgezet tegenover de € 36,8 mln. die uitgekeerd is als dwangsom levert dat een percentage van 0,5% op als bijdrage aan de opvang. In 2023 is een bedrag van € 125.812 ontvangen. Afgezet tegenover het totaalbedrag aan uitgekeerde dwangsommen van € 11,3 mln. levert dat 1,1% als bijdrage voor de opvang op.
Bent u het met de stelling eens dat een asielzoeker die de maximale dwangsom ontvangt altijd moet meebetalen aan de opvang? Zo ja, welke maatregelen bent u van plan te nemen om hiervoor te zorgen? Zo nee, waarom niet?
Ik ben het er mee eens dat uitgekeerde dwangsommen waar mogelijk moeten worden geïnd als bijdrage voor de opvang. Het COA en de IND onderzoeken samen of een snellere gegevensdeling tussen de organisaties leidt tot meer terugvorderingsbeschikkingen. Over de uitkomsten van dat onderzoek wordt uw Kamer op korte termijn separaat geïnformeerd.
Bent u het met de stelling eens dat naast de bestuurlijke dwangsom in vreemdelingenzaken ook de gerechtelijke dwangsom afgeschaft moet worden? Zo ja, wanneer bent u van plan een wetsvoorstel dat dit regelt naar de Kamer te sturen? Zo nee, waarom niet?
Conform de brief van de Minister President van 25 oktober 2024 aan de Tweede Kamer inzake «Nadere afspraken ten aanzien van de uitvoering van hoofdstuk 2 van het Hoofdlijnenakkoord 2024–2028 van PVV, VVD, NSC en BBB» is de inzet van het kabinet erop gericht om de rechterlijke dwangsom in vreemdelingrechtelijke procedures af te schaffen. Momenteel wordt onderzocht hoe dat juridisch onderbouwd kan worden met inachtneming van de jurisprudentie van de Afdeling hierover. De rechterlijk dwangsom functioneert feitelijk niet als effectief rechtsmiddel doordat het niet leidt tot dat waar het de rechtzoekende om gaat: een beslissing op korte termijn. Dit is in meer sectoren het geval. Het kabinet onderzoekt daarom onder welke condities het alsnog mogelijk is deze rechterlijke dwangsom niet te betalen waar dat feitelijk geen effectief rechtsmiddel is.
Hoe verklaart u een stijging van het aantal gerechtelijke procedures tegen de IND van 60.760 in 2023 naar 8.320 in 2024?
Voor zover uw Kamer doelt op de IND jaarcijfers 2024, kan worden opgemerkt dat het aantal gerechtelijke procedures omtrent verblijf in 2024 met ongeveer 30.000 is toegenomen. Deze toename wordt door een groot deel veroorzaakt door het aantal Beroepen Niet Tijdig Beslissen (hierna BNTB’s). In 2023 ging het nog om een aantal van circa 25.000 BNTB’s, terwijl dit aantal in 2024 steeg tot circa 50.000.
Hoeveel kosten heeft de IND in 2024 gemaakt om de gerechtelijke procedures te kunnen voeren? Hoe verhoudt dit bedrag zich tot 2023? Hoeveel fte. heeft de IND moeten inzetten om de gerechtelijke procedures in 2024 te kunnen voeren?
De directie Juridische Zaken (JZ) van de IND heeft als belangrijkste taak het voeren van gerechtelijke procedures. In 2024 had JZ een kostenpost van
€ 52,7 miljoen. In het jaar daarvoor ging het om een kostenpost van € 47,2 miljoen. De gemiddelde personele bezetting bij directie JZ bedroeg in 2024 incl. administratieve ondersteuning, staf en management 368 fte. In 2023 was dit gemiddeld 360 fte.
Welke maatregelen bent u van plan te nemen om ervoor te zorgen dat de IND zich weer vooral kan richten op het nemen van beslissingen op aanvragen, in plaats van op het voeren van gerechtelijke procedures over dwangsommen of afwijzingen van asielaanvragen?
De inzet van het kabinet is erop gericht om met een breed pakket aan maatregelen het asielstelsel te hervormen en de asielinstroom te beperken.
De voornemens van dit kabinet op het terrein van asielmigratie zijn stevig en de wetsvoorstellen zijn daar een uitdrukking van. Dat laat onverlet dat ik op dit moment de adviezen van de Raad van State bestudeer. Daartoe wordt zo spoedig mogelijk het nader rapport opgesteld, gericht op bespreking daarvan in de Ministerraad op korte termijn.
Na bespreking hiervan in het kabinet zal het nader rapport zo spoedig mogelijk met de wetsvoorstellen aan uw Kamer worden aangeboden. Daarnaast krijgt door het wetsvoorstel verlenging beslistermijnen in asiel- en nareiszaken, dat op 11 maart 2025 is aangenomen door de Eerste Kamer, de IND meer ruimte om te beslissen en is het mogelijk dat er daardoor minder beroepen tijdig beslissen zullen worden ingediend.
Diverse cijfers omtrent asiel |
|
Queeny Rajkowski (VVD) |
|
Marjolein Faber (minister asiel en migratie) (PVV) |
|
|
|
|
Hoeveel asielaanvragen zijn er in 2024 in Nederland gedaan?
In 2024 zijn er in totaal ca. 45.640 asielaanvragen gedaan. Hiervan waren ca. 32.180 eerste asielaanvragen, ca. 11.880 nareis aanvragen en ca. 1.590 herhaalde aanvragen. Daarnaast zijn in 2024 ca. 760 asielzoekers overgenomen van andere landen, waarvan ca. 570 middels klassieke hervestiging en ca. 190 asielzoekers middels één-op-één hervestiging uit Turkije.
Hoeveel statushouders en afgewezen asielzoekers verlieten de opvang en waar gingen zij naartoe (verplaatsing andere opvang, doorstroom naar reguliere woning of hebben ze Nederland verlaten)?
In 2024 hebben in totaal ca. 44.280 personen COA-opvang verlaten, waarvan ca. 30.210 vergunninghouders en ca. 14.060 asielzoekers. In 2024 was huisvesting in een gemeente de voornaamste reden van uitstroom dat door COA is geregistreerd. Dit betrof 68% van het vertrek uit de COA-opvang. Overplaatsing naar een andere opvangvorm (zoals Nidos) en overplaatsing naar vreemdelingenbewaring en strafrechtelijke detentie betrof in beide gevallen 2% van de vertrekredenen die het COA registreerde.
Wat betreft vertrek zijn de cijfers van de DTenV in beginsel leidend. In 2024 hebben ca. 3.240 vreemdelingen Nederland zelfstandig verlaten, waren er ca. 2.750 gedwongen vertrekken en waren er ca. 5.740 zelfstandige vertrekken zonder toezicht.
Hoeveel statushouders verblijven op dit moment in de opvang? Hoe verhoudt dit getal zich tot het aantal asielzoekers dat op dit moment op locaties van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) verblijft en klopt het dat het aantal statushouders ten opzichte van asielzoekers toeneemt vanwege stagnerende doorstroom? Zo nee, waarom niet?
Op 20 januari 2025 verbleven ca. 72.680 personen bij het COA, waarvan ca. 53.800 asielzoekers en ca. 18.870 statushouders. Ter vergelijking, vorig jaar verbleven er op 22 januari 2024 ca. 63.560 personen bij het COA, waarvan ca. 49.540 asielzoekers en ca. 16.020 vergunninghouders. Het aandeel statushouders in COA-opvang is in een jaar tijd dus licht toegenomen van 24% naar 26%.
Hoeveel statushouders en hoeveel asielzoekers verblijven op dit moment op noodopvanglocaties van het COA? Hoe verhouden deze getallen zich tot het aantal statushouders en asielzoekers dat op een reguliere COA-locatie verblijft?
Op 27 januari 2025 verbleven ca. 30.490 personen in noodopvang van het COA, waarvan ca. 21.460 asielzoekers en ca. 9.040 statushouders. In reguliere COA-opvang verbleven op dezelfde dag ca. 34.920 personen, waarvan ca. 27.140 asielzoekers en ca. 7.780 statushouders. Dit laat zien dat het aandeel vergunninghouders in de noodopvang van het COA groter is dan het aandeel vergunninghouders in reguliere opvang.
Naast de voorgenoemde opvangvormen in beheer van het COA, worden ook personen opgevangen in tijdelijke gemeentelijke opvang (TGO): een vorm van noodopvang beheerd door gemeenten. Het gaat hier om ca. 4.970 personen, waarvan ca. 4.300 asielzoekers en ca. 670 vergunninghouders. Tot slot wordt ook gebruik gemaakt van noodopvang op niet-COA locaties, zoals hotels en vakantieparken. In deze opvangvorm verbleven op 27 januari 2025 ca. 2.320 personen, waarvan ca. 960 asielzoekers en ca. 1.370 statushouders.
Wat is de verwachte ontwikkeling van het aantal asielzoekers dat verblijft op de COA-locaties in 2025, 2026, 2027 en 2028?
De verwachte ontwikkelingen van het aantal asielzoekers en aantal statushouders dat verblijft op de COA-locaties kunnen worden geschetst op basis van de uitkomsten van de Meerjaren Productie Prognose 2024-II, die eerder met uw Kamer is gedeeld.
De verwachting is dat er eind 2025 ca. 106.700 asielzoekers door het COA zullen worden opgevangen. Voor eind 2026 verwacht men een bezetting van ca. 135.800 asielzoekers en voor eind 2027 ca. 166.000 asielzoekers.
Wat betreft de ontwikkelingen van het aantal statushouders wordt verwacht dat er op 1 januari 2026 ongeveer 1 op de 2 COA-bewoners statushouder is. Hierbij is bij de totstandkoming van de MPP 2024-II rekening gehouden met een hogere instroom statushouders (o.a. vanwege de instroom van nareizigers) en een achterblijvende uitstroom naar gemeenten. Daardoor neemt in de verwachting van de MPP 2024-II het aantal statushouders in de opvang toe.
Bovenstaande verwachte ontwikkelingen zijn gebaseerd op het medio scenario van de MPP, 2024-II tot het met gegevens van het eerste half jaar van 20024. De maatregelen uit het regeerakkoord zijn niet meegenomen in de MPP 2024-II evenals de recente trendmatige ontwikkelingen van de afgelopen maanden.
Wat is de verwachte ontwikkeling van het aantal statushouders dat verblijft op de COA-locaties in 2025, 2026, 2027 en 2028?
Zie antwoord vraag 5.
Hoeveel doorstroomlocaties zijn er op dit moment in Nederland? Hoe worden deze locaties op dit moment gefinancierd en op welke manier wordt er gewerkt aan integratie?
Er zijn op dit moment 16 doorstroomlocaties in Nederland. De financiering van de huidige doorstroomlocaties geschiedt vanuit het COA kader op de AenM begroting. Statushouders kunnen tijdens hun verblijf in een doorstroomlocatie al starten met werken en inburgeren.
Wanneer zal het pakket dat ziet op het realiseren van doorstroomlocaties zoals genoemd in de brief van de Minister-President van 25 oktober 2024 naar de Kamer worden gestuurd?1
Het Ministerie van Asiel en Migratie en het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zijn met de VNG, AEDES en medeoverheden in gesprek over de doorontwikkeling van doorstroomlocaties. Deze gesprekken zijn naar verwachting in februari afgerond. In navolging op de motie van de leden Podt en Bontenbal2 streef ik ernaar om uw Kamer hier in februari nader over te informeren.
Wat is de verwachte ontwikkeling van het aantal doorstroomlocaties in 2025, 2026, 2027 en 2028?
Momenteel verblijven er 17.960 statushouders in de COA-opvang. Het is de ambitie om voor een deel van de statushouders in de COA-opvang een oplossing te vinden in de vorm van een doorstroomlocatie. Het precieze aantal doorstroomlocaties en het aantal statushouders die mogelijk op deze locaties gehuisvest kunnen worden hangt af van de grootte van de locaties die in gebruik worden genomen en de bereidheid van gemeenten om in doorstroomlocaties te voorzien en is op voorhand moeilijk te voorspellen.
Hoeveel statushouders zullen naar verwachting op de doorstroomlocaties in 2025, 2026, 2027 en 2028 gehuisvest kunnen worden?
Zie antwoord vraag 9.
Wat zijn de verwachte kosten van het realiseren van voldoende doorstroomlocaties in 2025, 2026, 2027 en 2028?
De financiering van de doorstroomlocaties is onderdeel van de nadere uitwerking van de doorstroomlocaties. Indien hiervoor extra aanvullende middelen benodigd zijn dan zal besluitvorming hierover onderdeel zijn van de politieke besluitvorming op passende momenten in aansluiting op de begrotingscyclus.
Welke consequenties zal de realisatie van doorstroomlocaties voor statushouders hebben voor het aantal COA-locaties (zowel reguliere opvang als noodopvang) dat nodig is om asielzoekers en statushouders op te vangen?
De druk op de asielopvang is groot. Een van de oorzaken hiervan is het onvoldoende uitstromen van statushouders uit de asielopvang naar gemeentelijke huisvesting. Hierdoor is het noodzakelijk om doorstroomlocaties in te richten. De consequenties van de realisatie van doorstroomlocaties voor het aantal COA-locaties zijn op voorhand moeilijk te voorspellen. Ideaal bezien leidt het huisvesten van statushouders in doorstroomlocaties tot een dergelijke uitstroom uit de COA-opvang dat minder (nood)opvang nodig is. Dit hangt ook af van de bereidheid van gemeenten om gebruik te maken van de bekostigingsregeling die in de maak is en waar vanuit het Rijk een bijdrage wordt geleverd om een doorstroomlocatie in te richten. Daarnaast is ook de toekomstige instroom van asielzoekers hierop van invloed.
Wat zijn de totale kosten voor noodopvang en de kosten per asielzoeker of statushouder die COA op dit moment maakt? Hoe verhouden die kosten zich tot reguliere opvangplekken?
De locatie-gebonden kosten voor een reguliere opvangplek lagen in de eerste 7 maanden van 2024 op gemiddeld 23.300 euro per plek. De locatie-gebonden kosten voor noodopvang lagen op 55.700 euro per plek. Over dezelfde maanden werd een totaal van 1.076 mld euro aan kosten voor noodopvang en tijdelijke gemeentelijke opvang gerealiseerd. Dit stond tegenover een totaal bedrag van 449 miljoen euro voor reguliere opvang.
Op welke uitstroom van statushouders uit COA-locaties zet u in om de besparingen uit het Hoofdlijnenakkoord te realiseren?
Totdat de Huisvestingswet 2014 is gewijzigd en de taakstelling als onderdeel van de wet is afgeschaft blijft het huidige stelsel van kracht. De taakstelling voor het eerste half jaar van 2025 is vastgesteld op 17.700. De achterstand op 1 januari 2025 betreft circa 12.100 te huisvesten statushouders. Deze achterstand komt bovenop de taakstelling voor de eerste helft van 2025. De totale opgave voor 2025-I bedraagt hierdoor circa 29.800 te huisvesten statushouders.
Bent u het met de stelling eens dat naast het omlaag brengen van de instroom van asielzoekers, ook de doorstroom en uitstroom van statushouders prioriteit moeten hebben? Zo ja, wat gaat u hieraan in Q1 2025 al doen? Zo nee, waarom niet en hoe denkt u de opvang dan betaalbaar en uitvoerbaar te houden?
Ja. Op de korte termijn ziet het Kabinet zich genoodzaakt om maatregelen te nemen om het COA te ontlasten. In de brief van de Minister-President (dd. 25 oktober jl.) is onder meer aangekondigd om uitstroom te bevorderen, middels het inrichten van voorzieningen voor statushouders. Voor de korte termijn kiest het kabinet ervoor een aantal regelingen te treffen, te weten een incidenteel bedrag voor gemeenten en verdere realisatie van doorstroomlocaties/opstartwoningen voor de huisvesting van statushouders. Om de grote druk op de COA-opvang op korte termijn te verlichten zet ik in op het zoveel mogelijk faciliteren van een versnelde uitstroom van statushouders naar gemeenten onder het huidige stelsel. Voor meer informatie verwijs ik naar de Kamerbrief van 14 februari jl.3
Hoe gaat u ervoor zorgen dat doorstroom nog dit kwartaal op gang gaat komen? Worden er gesprekken gevoerd door Ministers van Asiel en Migratie en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met decentrale overheden? Zo ja, welke locaties zijn er in beeld en welke financiële afspraken worden er gemaakt? Zo nee, waarom niet?
Er is een tweetal voorstellen uitgewerkt om op korte termijn zoveel mogelijk statushouders uit te laten stromen naar gemeenten en tevens kosten besparen. Concreet betreft dit: (1) een eenmalig bedrag voor gemeenten voor het overnemen van statushouders van het COA en (2) een doorontwikkeling van de doorstroomlocaties in de vorm van een specifieke regeling met aangepaste voorwaarden voor gemeenten. Hierover zijn/worden gesprekken gevoerd met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Voor meer informatie verwijs ik naar de Kamerbrief van 14 februari jl.4
Bent u bekend met het artikel «Hoe één broker tientallen miljoenen verdiende aan asielopvang in hotels» en de gestelde vraag van lid Rajkowski tijdens het gesprek van de vaste commissie voor Asiel en Migratie met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) op 5 december 2024 en bent u het met de stelling eens dat het wenselijk is dat de kosten voor tijdelijke- en noodopvang worden gedrukt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u hieraan doen en op welke termijn?2
Ja, ik ben bekend met dit artikel. Ook de vraag van het lid Rajkowski is mij bekend. Het is van groot belang dat de kosten voor tijdelijke- en noodopvang zo snel mogelijk worden teruggebracht. Instroombeperkende maatregelen maken dat deze tijdelijke, dure modaliteiten uitgefaseerd kunnen worden. Voor de aangehouden gemeentelijke opvangcapaciteit wordt in nauwe samenwerking met het COA en gemeenten gewerkt aan een duurzame en goedkopere bekostigingssystematiek.
Het bericht 'Tieners veroordeeld voor groepsverkrachting dakloze vrouw in Helmond' |
|
Claudia van Zanten (BBB) |
|
Marjolein Faber (minister asiel en migratie) (PVV) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht van de NOS «Tieners veroordeeld voor groepsverkrachting dakloze vrouw in Helmond»?1
Ja.
Deelt u de mening dat strafbare feiten zoals deze dienen te leiden tot intrekking of stopzetting van de asielaanvraag?
Ik ben van mening dat als er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf, dit in beginsel zou moeten leiden tot afwijzing van de asielaanvraag of intrekking van de vergunning. Ik heb uw Kamer bij brief van 18 december 20242 ingelicht over een aanscherping van het beleid hierin. Of dit daadwerkelijk kan hangt uiteindelijk af van de individuele beoordeling van de zaken en de vraag of aan alle overige voorwaarden voor intrekking of afwijzing wordt voldaan.
Hoe gaat u uitvoering geven aan de aangenomen motie van het lid Van Zanten waarin de regering wordt verzocht strengere kaders te ontwikkelen om asielvergunningen eerder te weigeren of in te trekken wanneer er een onherroepelijke gevangenisstraf is opgelegd?2
Ook over de uitvoering van deze motie is uw Kamer geïnformeerd in bovengenoemde brief van 18 december 2024.
Kunt u toelichten welk straflengte van toepassing dient te zijn om asielvergunningen eerder te weigeren of in te trekken?
Zoals aangegeven in mijn brief van 18 december 2024, heb ik besloten om, bij de beoordeling of een asielvergunning moet worden geweigerd of ingetrokken wegens een strafrechtelijke veroordeling, niet langer een minimum te stellen aan de strafoplegging. Dat betekent dat de beoordeling of er sprake is van een ernstig misdrijf of een bijzonder ernstig misdrijf nog sterker dan voorheen een afweging zal worden van de individuele merites van de zaak. Hierbij zullen onder andere moeten worden meegewogen het delict, de aard van de strafbedreiging, de strafmaat en de daadwerkelijk opgelegde straf. De ondergrens van de glijdende schaal van artikel 3.86 van het Vreemdelingenbesluit 2000 blijft wel van toepassing als het gaat om niet verlengen of intrekken van een asielvergunning.
Kunt u daarbij ook toelichten op welke termijn hier uitvoering aan gegeven gaat worden?
Ik wil hier vanzelfsprekend zo spoedig mogelijk mee aan de slag. Daarom heb ik aangekondigd dat ik de beleidsregels hiervoor binnen twee weken wil wijzigen.4 Inmiddels zijn de wijzigingen van de Vreemdelingencirculaire 2000 doorgevoerd. Deze zijn op 30 januari 2025 gepubliceerd in de Staatscourant.5
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het eerstvolgende commissiedebat over vreemdelingen- en asielbeleid op 5 februari 2025?
Ja.
De meest recente cijfers over de asielinstroom en asielketen |
|
Henri Bontenbal (CDA) |
|
Marjolein Faber (minister asiel en migratie) (PVV) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Aantal asielaanvragen daalde vorig jaar flink» in Trouw d.d. 6 januari 2025?1
Ja.
Kunt u de meest recente cijfers geven over het jaar 2024 (inclusief december) van de instroom van asielzoekers in Nederland en dat afzetten tegen de afgelopen 10 jaar?
In 2024 zijn 32.180 eerste asielaanvragen ingediend. In de tabel vindt u een overzicht van het aantal eerste asielaanvragen per jaar, voor de periode 2014 tot en met 2024.
Jaar
Aantal eerste asielaanvragen (IND)
2014
21.810
2015
43.090
2016
18.170
2017
14.720
2018
20.350
2019
22.530
2020
13.670
2021
24.690
2022
35.540
2023
38.380
2024
32.180
Kunt u deze cijfers ook afzetten tegen de ontwikkeling van de instroomcijfers in andere landen om ons heen?
In onderstaande tabel treft u een overzicht van het aantal ingediende eerste asielaanvragen in de EU-27, Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Oostenrijk en Zweden, in de periode 2014 tot en met 2024.
EU-27
NED
BEL
DUI
FRA
DEN
OOS
ZWE
530.970
21.780
14.130
173.070
58.845
14.565
25.700
75.090
1.217.185
43.035
39.065
441.900
70.570
20.855
85.520
156.195
1.167.075
19.285
14.290
722.365
76.790
6.070
39.905
22.385
620.465
16.090
14.055
198.310
91.965
3.140
22.470
22.225
564.905
20.465
18.160
161.930
126.580
3.495
11.610
18.685
629.230
22.540
23.140
142.510
138.290
2.645
11.010
20.805
415.475
13.720
12.930
102.580
81.735
1.435
13.415
11.800
536.270
24.755
19.605
148.235
103.810
2.015
37.830
9.055
874.035
35.530
32.140
217.775
137.605
4.505
109.800
13.210
1.049.950
38.370
29.305
329.120
145.210
2.380
56.160
8.960
n.n.b.
31.925
33.050
229.695
132.825
n.n.b.
21.810
6.560
Kunt u een overzicht geven van de instroomcijfers in de Europese Unie (EU)?
Zie antwoord vraag 3.
Klopt het dat de dalende instroomcijfers in Nederland een gevolg zijn van de daling van de instroom in de gehele EU en dat daarom een lagere instroom in Nederland verklaard kan worden uit de dalende instroomcijfers van de EU?
De daling van het aantal asielaanvragen in Nederland kan zeker samenhangen met de daling van het aantal asielaanvragen in Europa. Hierbij wordt aangetekend dat ongeveer een derde van de eerste asielaanvragen in Nederland wordt gedaan door Syrische vreemdelingen, waardoor specifieke ontwikkelingen voor die groep sterker in Nederland doorwerken dan in de EU+ als geheel.
Klopt het dat Nederland in 2024 iets populairder lijkt als asielbestemming dan andere Europese landen, zoals Trouw schrijft?
Het aantal asielaanvragen in Nederland per hoofd van de bevolking ligt nog altijd onder het EU+ gemiddelde. Dat neemt niet weg dat verschillende Europese landen worden doorkruist voordat de asielzoeker Nederland bereikt. De inzet van het kabinet is erop gericht om met een breed pakket aan maatregelen het asielstelsel te hervormen en de instroom te beperken.
Kunt u een overzicht geven van de doorlooptijden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van de verschillende stromen zoals deze zich de afgelopen maanden hebben ontwikkeld (in de periode vanaf 2020)?
Om goed een weergave te geven van hoe de doorlooptijden bij de IND zich de afgelopen periode hebben ontwikkeld is in onderstaande tabellen voor de asielsporen spoor 1 (Dublinprocedure), spoor 2 (veilig land van herkomst of internationale bescherming), eerste aanvragen spoor 4 (waaronder o.a. algemene asielprocedure (AA) en verlengde asielprocedure (VA)) en nareiszaken een overzicht gemaakt van de gemiddelde doorlooptijd van 2020 tot en met 2024. In de tweede tabel is de gemiddelde doorlooptijd van de tweede helft van 2024 opgenomen voor bovengenoemde asielsporen.
In spoor 2 worden naast aanvragen van personen uit een veilig land van herkomst ook aanvragen van een vreemdeling die reeds elders in de EU bescherming heeft behandeld. Met name de laatste categorie heeft soms een beduidend langere doorlooptijd, omdat vaak onderzoek moet worden uitgezet bij andere EU-landen. Gelet op het geringe aantal zaken in spoor 2, hebben deze zaken een groot effect op de gemiddelde doorlooptijd. Asielaanvragen van spoor 2 worden op de locaties Ter Apel en Budel echter zo snel mogelijk behandeld en beslist waardoor de doorlooptijd van deze groep aanzienlijk korter is dan 14 weken.
Asiel – spoor 1
14
14
26
23
18
Asiel – spoor 2
7
7
10
12
14
Asiel – spoor 4
47
48
32
50
61
MVV nareis
34
30
34
47
70
Asiel – spoor 1
20
22
19
20
19
17
Asiel – spoor 2
11
19
11
12
8
9
Asiel – spoor 4
59
66
62
64
63
64
MVV nareis
76
74
71
72
72
70
Klopt het dat de doorlooptijd voor de algemene asielprocedure is opgelopen naar 68 weken (eerste en tweede verhoor)?2 Klopt het dat in eerdere updates (in te zien via https://web.archive.org) van deze pagina de volgende doorlooptijden werden vermeld: Datum van update website IND Aantal weken wachten voor het twee gesprek (nader gehoor) in algemene asielprocedure 30 december 2024 68 weken 15 augustus 2024 67 weken 14 mei 2024 67 weken 8 juni 2023 54 weken 12 januari 2023 36 weken?
De doorlooptijd omvat de periode van start aanvraag totdat hierop is beslist. Op IND.nl wordt richting de aanvrager gecommuniceerd over de verwachtte tijd van start aanvraag tot het genoemde gehoor. De wachttijd tot en met het tweede gehoor is opgelopen naar 67 weken.
Het aantal weken wachten voor het nader gehoor in de algemene asielprocedure herken ik, met de kanttekening dat volgens de gegevens van de IND de huidige wachttijd 67 weken is en op 14 juli 2024 de wachttijd 67 weken was.
Bent u bereid de doorlooptijden voor de Tweede Kamer overzichtelijk te presenteren, zoals eerder gebeurde (zie o.a. https://web.archive.org/web/20230402053212/https://ind.nl/nl/na-uw-aanvraag/doorlooptijden-asielaanvraag)?
Het deel van de website waar u naar refereert is voor de aanvragers. Om beter inzicht te geven hoe lang de aanvrager moet wachten is dit gecorrigeerd naar de wachttijden. Zoals u is toegezegd publiceert de IND de doorlooptijden sinds het najaar 2024 samen met de tertaalcijfers op eigen website.
Hoe gaat u ervoor zorgen dat de doorlooptijden bij de IND de komende tijd wél verbeteren?
Zoals bij u bekend kampt de IND al jaren met oplopende voorraden bij asiel- en nareisaanvragen. Dit komt omdat de instroom hoger is dan wat de IND aan kan. Onbeperkt in omvang groeien om voorraden terug te dringen en binnen de beslistermijnen te beslissen is onhoudbaar en biedt geen soelaas. De IND werkt daarom al een geruime tijd hard om in te lopen op de voorraad en zal dit de komende jaren ook blijven doen. Hiervoor heeft de IND een meerjarenaanpak wat ook de komende jaren zal leiden tot een productiviteitsstijging. Dat gebeurt langs drie lijnen, te weten 1. vermindering complexiteit; 2. slimmer werken; en 3. beperkt meer personeel aantrekken.
Klopt het dat het terugsturen naar het land van herkomst van afgewezen asielzoekers het afgelopen jaar en de afgelopen maanden niet substantieel is verbeterd, gekeken naar de cijfers «ketenbreed vertrek» in de laatste rapportage van het ministerie «Kerncijfers asiel en migratie november 2024», pagina 6?3 Hoe gaat u ervoor zorgen dat deze cijfers de komende maanden wel verbeteren?
Vreemdelingen die niet in Nederland mogen zijn, moeten Nederland verlaten. Waar het kan gebeurt dit vrijwillig, waar nodig gedwongen. Het vertrek van afgewezen asielzoekers vindt plaats door tussenkomst van DTenV. Er zijn in 2024 5.990 vreemdelingen aantoonbaar vertrokken uit de caseload van DTenV. Dat is 4% hoger dan in 2023. Ook vond in 2024 vaker vertrek plaats naar het land van herkomst dan in 2023. Dat neemt niet weg dat het kabinet serieus werk maakt van het verhogen van het vertrekcijfer. Zo wordt met behulp van brede partnerschappen continu gewerkt aan het verbeteren van de terugkeersamenwerking met derde landen. Landen die onvoldoende meewerken kunnen bijvoorbeeld te maken krijgen met beperkende maatregelen op het gebied van het verkrijgen van visa. Daarnaast wordt in Europa -mede op aandringen van Nederland- gewerkt aan de herziening van de Terugkeerrichtlijn om zo de terugkeerprocedure efficiënter en effectiever te maken. Nationaal werkt het kabinet hard aan het ondersteunen van vreemdelingen die vrijwillig wensen te vertrekken en -wanneer de overheid gedwongen vertrek ter hand moet nemen- het uitbreiden van de capaciteit van vreemdelingenbewaring.
Klopt het dat in het overzicht van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) op diens website over het aantal bewoners in hun opvanglocaties vermeld wordt dat het aantal asielzoekers gegroeid is van ca. 47.000 in december 2023 naar ca. 53.000 in december 2024? Klopt het dat het aantal statushouders in opvanglocaties van het COA gegroeid is naar meer dan 19.400 in december 2024 en deze groep dus inmiddels 27% van de bedden bij het COA bezet houdt, terwijl deze statushouders daar niet thuis horen, maar in gemeenten moeten worden ondergebracht?4
De genoemde aantallen worden door mij herkend.
Klopt het dat als alle statushouders die nu door het COA worden gehuisvest, in gemeenten zouden zijn ondergebracht, het COA niet meer op zoek zou hoeven gaan naar nieuwe opvanglocaties in gemeenten?
Op dit moment is de bezetting bij het COA bijna 100%. Er verblijven 72.658 personen, waarvan 18.880 statushouders in de opvang (coa website). Als alle statushouders uit de opvang zouden zijn, geeft dit ruimte, maar het betekent niet dat COA kan stoppen met zoeken naar (nieuwe) opvanglocaties. Twee derde van de COA locaties bestaat uit tijdelijke noodopvang. Idealiter komen hiervoor reguliere opvangplekken in de plaats tegen lagere kosten.
Kunt u aangeven wat het effect is geweest van de val van het regime van Assad voor de instroomcijfers van Syriërs naar Nederland, aangezien een derde van de asielzoekers in november uit Syrië kwam en het regime begin december ten val kwam en dat zichtbaar zou moeten zijn in de instroomcijfers voor december? Is het lage weekcijfer van 500 voor de asielinstroom in week 52 en het cijfer van 600 in de eerste week van 2025 daarvoor een eerste indicatie?5
In de tabel hieronder staan de eerste asielaanvragen van Syriërs over de periode van januari 2014 tot en met februari 2025. Het is nog te vroeg om uitspraken te doen over het effect van de val van het regime van Assad op de Syrische asielinstroom in Nederland.
Hoe gaat u ervoor zorgen dat de kansen die een lagere instroom van asielzoekers biedt om de asielketen op orde te brengen, ook zullen worden benut? Hoe gaat u ervoor zorgen dat de doorlooptijden van aanvragen van asielzoekers substantieel worden versneld, statushouders sneller uit COA-locaties vertrekken en meer uitgewezen asielzoekers worden teruggestuurd naar het land van herkomst?
De voornemens van dit kabinet op het terrein van asielmigratie zijn stevig en de wetsvoorstellen zijn daar een uitdrukking van. Dat laat onverlet dat ik op dit moment de adviezen van de Raad van State bestudeer. Daartoe wordt zo spoedig mogelijk het nader rapport opgesteld, gericht op bespreking daarvan in de Ministerraad op korte termijn.
Na bespreking hiervan in het kabinet zal het nader rapport zo spoedig mogelijk met de wetsvoorstellen aan uw Kamer worden aangeboden.
Het bericht dat een broker miljoenen aan belastinggeld verdiende door de financiering van asielbedden in hotels |
|
Michiel van Nispen (SP) |
|
Marjolein Faber (minister asiel en migratie) (PVV) |
|
|
|
|
Herinnert u zich eerdere Kamervragen van het lid Van Nispen (SP) over frauderende tussenpersonen die rijk worden van de verhuur van asielhotelkamers?1
Ja.
Kunt u reflecteren op recente berichtgeving van het FD over een casus waarin tussenpersoon LCHD met torenhoge marges op de hotelkamers ongeveer 1 ton per dag verdiende?2
Zoals aangegeven bij de beantwoording van de vragen van 1 juli 20243 zal ik vooruitlopend op de uitkomsten van het onderzoek van het Openbaar Ministerie en de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst geen verdere uitspraken doen over deze zaak. Verder geldt in algemene zin dat het COA bij het afsluiten van nieuwe contracten met hotels zoveel mogelijk werkt zonder de inzet van externe tussenpartijen. De dienstverlening van het LCHD is reeds beëindigd.
Vindt u dit op enige wijze verantwoorde uitgaven die worden gefinancierd door de belastingbetaler?
De afgelopen jaren is er door o.a. de hoge instroom en de stagnerende uitstroom een groot en aanhoudend tekort aan asielopvangplekken. Dit leidde er vaak toe dat er op het laatste moment werd uitgeweken naar kostbare oplossingen voor de huisvesting van asielzoekers en statushouders. Ik vind deze uitgaven veel te hoog. Daarom streef ik ernaar om de duurste vormen van opvang, zoals in hotels en op cruiseschepen, zo snel mogelijk af te bouwen.
Hoe kunt u uitleggen dat er jarenlang met deze tussenpersoon is gehandeld die zowel commissies als hoge marges op hotelkamers kon opstrijken?
Zie antwoord vraag 2.
Hoe is dit in lijn met de werkafspraak met het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) dat tussenpersonen worden vermeden bij het aangaan van contracten?
Zoals eerder vermeld in de beantwoording van de vragen van 1 juli jl. en 11 november, is het inzetten van hotelkamers arbeidsintensief en vereist het een ander netwerk en expertise dan momenteel bij het COA beschikbaar is. Om deze reden werd in het verleden gekozen voor het inschakelen van een partij die gespecialiseerd is in tijdelijke huisvesting, die zich richt op het opvragen, contracteren en voortdurend monitoren van beschikbare hotelcapaciteit en wijzigingen in het gebruik. Bij het afsluiten van nieuwe hotelcontracten wordt nu in principe zonder externe partijen gewerkt.
Op welke wijze bent u van plan de duurste vormen van noodopvang in hotels en cruiseschepen zo snel mogelijk af te bouwen?
Het COA werkt hard om de reguliere capaciteit van opvangplekken uit te breiden. Zodra er voldoende reguliere opvangplekken zijn, kunnen de duurste opvangvormen worden afgeschaald. Daarnaast verblijven er momenteel bijna 18.000 statushouders in de asielopvang en dit aantal zal naar verwachting groeien. Ik werk, samen met gemeenten, eraan om o.a. doorstroomlocaties voor statushouders in te richten zodat deze groep niet meer in de COA opvang hoeft te verblijven.
Beseft u zich dat deze situatie is ontstaan door een tekort aan structurele opvang en hoe gaat u ervoor zorgen dat dit tekort zo snel mogelijk wordt verholpen?
Zolang de instroom te hoog is en de statushouders niet kunnen doorstromen door het enorme tekort aan woningen blijft het tekort aan opvang.
Wat betekent het voornemen van u als antwoord op eerder genoemde Kamervragen, «bij het afsluiten van nieuwe contracten met hotels wordt momenteel zoveel mogelijk gewerkt zonder de inzet van externe partijen», aangezien het altijd mogelijk is om contracten af te sluiten zonder externe partij?
Alle hotels die nu in gebruik zijn en die in het verleden gecontracteerd zijn via een bemiddelingsconstruct worden nu rechtstreeks door het COA benaderd om indien noodzakelijk een nieuw contract aan te gaan. Tegelijkertijd valt de inzet van externe partijen, in algemene zin, niet uit te sluiten. Bijvoorbeeld voor juridische of planologische dienstverlening maakt het COA gebruik van externe expertise. Ook reageren bij aanbestedingen soms consortia waarbij diensten door verschillende partijen worden aangeboden.
Klopt het dat de beloofde samenwerking met LCHD per 1 januari 2025 ook officieel is gestopt door het COA?
Ja.
Kunt u de terechte vraag van advocaat en hoogleraar Marcel Ruygvoorn beantwoorden waarom überhaupt is gekozen voor een juridische constructie, waarbij een partij fors kan verdienen en geen verplichting heeft om asielzoekers te plaatsen?
Ik verwijs hierbij graag naar het antwoord op vraag 5.
Bent u bereid de Autoriteit Consument & Markt (ACM) te wijzen op deze kwestie zodat bezien kan worden wat de mogelijkheden zijn te handelen? Zijn er volgens u ook mogelijk strafbare feiten gepleegd?
Uit het artikel maak ik op dat de ACM reeds gewezen is op deze kwestie. Voorts verwijs ik naar het antwoord op de vragen 2 en 5.
Welke mogelijkheden ziet u zelf nog voor vervolgonderzoek? Worden ook de mogelijkheden onderzocht om geld terug te vorderen van LCHD?
Indien er sprake is van strafbare of onrechtmatige gedragingen zal het COA hier opvolging aan geven en bezien of het opportuun is om geld terug te vorderen. Hiervoor moet het onderzoek van de FIOD en het OM worden afgewacht.
Hoe gaat u voorkomen dat er in de toekomst nog deals worden gemaakt met tussenpersonen bij contracten?
Ik verwijs naar de beantwoording van vraag 8.
Hulp bij toeslagen voor statushouders |
|
Nicolien van Vroonhoven-Kok (CDA), Diederik Boomsma (CDA) |
|
Marjolein Faber (minister asiel en migratie) (PVV), Judith Uitermark (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (NSC) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel ««Financieel gat» dreigt voor statushouders nu COA geen toeslagen meer voor hen aanvraagt»?1
Ja.
Kunt u beschrijven hoe het proces van overdracht van de taak om statushouders te ondersteunen bij de aanvraag van huurtoeslag is overgegaan van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) naar de gemeenten?
Vanwege systeemwijzigingen bij de Dienst Toeslagen in mei 2023 bleek het COA eind 2023 niet langer in staat de diensten die werden gebonden vanuit het Toeslagenservicepunt (TSP) uit te voeren. Derhalve heeft het COA op 14 december 2023 per brief aan JenV, en in afschrift aan SZW en de VNG aangegeven per 1 januari 2025 te stoppen met het toeslagenservicepunt.
Na het besluit van het COA om te stoppen met het Toeslagenservicepunt (TSP) en naar aanleiding van de motie-Kathmann, heeft het Ministerie van SZW in samenwerking met COA en JenV gesprekken gestart met VNG, Divosa en andere betrokkenen. Het doel van deze gesprekken is om te verkennen hoe statushouders het beste ondersteund kunnen worden bij het bereiken van financiële zelfstandigheid.
Divosa heeft een handreiking voor gemeenten ontwikkeld. Deze handreiking richt zich op het financieel ontzorgen van statushouders, met specifieke aandacht voor het aanvragen van huurtoeslag. Daarnaast heeft de VNG op haar online platform VNG Fora een artikel geplaatst, waarin gemeenten ervaringen en inzichten kunnen delen over de knelpunten en best practices rondom het aanvragen van huurtoeslag en zorgtoeslag voor statushouders. Dit biedt gemeenten de mogelijkheid om van elkaar te leren en gezamenlijke oplossingen te ontwikkelen.
Kunt u de briefwisselingen tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)/gemeenten en het COA/ministerie over dit onderwerp aan de Kamer doen toekomen?
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 2 heeft het COA eind 2023 per brief aan JenV, SZW en VNG geïnformeerd per 1 januari 2025 te stoppen met het TSP. Op 17 december 2024 heeft het COA vervolgens na overleg met de beide ministeries een brief gestuurd naar de VNG en VluchtelingenWerk Nederland om hen te informeren over de voortkomende beëindiging van het toeslagenservicepunt. Beide brieven zullen in afschrift aan uw Kamer worden gezonden.
Is dit proces zorgvuldig verlopen?
In de antwoorden op vraag 2 en 3 is het proces beschreven. Daarbij merk ik graag op dat er ook nu nog ondersteuning is bij het aanvragen van toeslagen. Op verschillende andere plekken in Nederland bevinden zich servicepunten waar mensen ondersteuning kunnen krijgen bij de aanvraag van toeslagen. De Dienst Toeslagen heeft servicepunten verspreid over het land die toegankelijk zijn voor iedereen die hulp nodig heeft bij het aanvragen van toeslagen. Ook zijn er gemeenten die gebruik maken van gemeentelijke assistentie voor het aanvragen van huurtoeslag. Daarnaast wordt deze taak in enkele gemeenten uitbesteed aan VluchtelingenWerk Nederland.
Bent u bekend met de website van het COA waarop staat: «Aanvragen huurtoeslag en zorgtoeslag. De huurtoeslag en zorgtoeslag ontvang je via de Nederlandse belastingdienst. Het COA helpt je om je huurtoeslag aan te vragen. Neem hiervoor contact op met je contactpersoon van het COA.»?2
Ja, de tekst is inmiddels aangepast op de website voor bewoners van het COA. Er is nu duidelijk aangegeven dat huurtoeslag en zorgtoeslag zelf aangevraagd dienen te worden.
Is er overeenstemming en duidelijkheid bij de overheid zelf wie statushouders ondersteunt vanaf januari? Zo ja, wie is dat en hoe wordt dat gecommuniceerd?
Ja. De overheid heeft verschillende loketten waar een statushouder kan worden geholpen met de aanvraag van toeslagen. Uiteindelijk blijft de statushouder zelf verantwoordelijk voor de eigen toeslagen. Hulp bij het aanvragen van toeslagen is geen wettelijke taak, maar statushouders worden wel ondersteund door gemeenten. Zij hebben budget om inburgeringsplichtige statushouders te begeleiden in hun financiële zelfredzaamheid, te ondersteunen bij het inregelen van basisvoorzieningen en hen verder wegwijs te maken in Nederland.
Daarnaast kunnen statushouders hulp krijgen via gemeentelijke steunpunten en de balies van de Belastingdienst. Ook zijn er meerdere toeslagenservicepunten verspreid over het land waar mensen met vragen over toeslagen terecht kunnen.
Naar welke wijziging bij de Dienst Toeslagen verwijst het COA waardoor het ingewikkelder is geworden om toeslagen aan te vragen en hoeveel extra tijd kost het per persoon daardoor om de aanvragen te doen?
Het gaat om twee wijzigingen. De eerste wijziging ziet op de zorgtoeslag.
Voorheen kon het TSP van het COA zorgtoeslag aanvragen vóórdat de zorgverzekering van een statushouder was goedgekeurd. Dit zorgde ervoor dat statushouders bij uitstroom naar de gemeente direct recht hadden op zorgtoeslag. In mei 2023 werd een technische koppeling met VeCoZo (Veilige Communicatie voor in de Zorg) ingevoerd om hoge terugvorderingen te voorkomen. Door deze koppeling kan de zorgverzekerdheid direct bij een aanvraag zorgtoeslag worden gecontroleerd, wat heeft geleid tot een aanzienlijke verbetering voor het overgrote deel van de aanvragers van zorgtoeslag: zij krijgen sneller hun zorgtoeslag en het risico op terugvorderingen is verkleind. Het kende echter een nadelig effect voor statushouders: vanwege de controle op zorgverzekerdheid konden verzekering en toeslag niet tegelijk aangevraagd worden. Hierdoor kon het COA statushouders niet meer ondersteunen bij de zorgtoeslagaanvraag.
Naar aanleiding van dit signaal heeft Dienst Toeslagen samen met de BRP-straat in Ter Apel een werkwijze ingevoerd waarin voor de zorgtoeslag een schriftelijke aanvraagprocedure is geïntroduceerd. In de BRP-straat kunnen statushouders een aanvraagformulier (laten) invullen, dat automatisch wordt geactiveerd. Wanneer de zorgverzekerdheid van de aanvrager vervolgens is bevestigd, wordt de lopende zorgtoeslagaanvraag geaccepteerd en kan Dienst Toeslagen alsnog direct overgaan tot uitbetaling.
De tweede wijziging vond plaats bij de aanvraag van de huurtoeslag waarbij in het aanvraagsysteem wordt gevraagd om het BSN van de partner. Deze vraag heeft gevolgen voor het recht op het kindgebonden budget. Veel partners van statushouders hebben echter op dat moment nog geen BSN omdat vele nog in het buitenland verblijven. Het is belangrijk dat deze partner tijdig wordt doorgegeven, omdat dit van invloed is op de hoogte van de toeslag (bijvoorbeeld omdat anders Alleenstaande Ouder-kop wordt toegekend). Dienst Toeslagen heeft naar aanleiding van dit signaal het aanvraagsysteem aangepast, zodat burgers en dienstverleners een aanvraag kunnen indienen waarin zij aangeven dat er weliswaar een partner is, maar dat deze (nog) geen BSN heeft en dit ook niet kan aanvragen. Deze procedure is ingewikkelder dan wanneer de partner wel een BSN heeft. Het kabinet werkt momenteel aan een wetsvoorstel om onder andere asielstatushouders met een huwelijkspartner die niet in Nederland is ingeschreven, voor de toeslagen als alleenstaand te beschouwen.
Kunt u deze vragen een voor een en binnen een week beantwoorden?
Vanwege de benodigde afstemming is het niet mogelijk gebleken om de vragen binnen een week te beantwoorden.
De uitzichtloze situatie voor de stateloze Igor en Galina die al 17 jaar in Nederland wonen |
|
Michiel van Nispen (SP) |
|
Marjolein Faber (minister asiel en migratie) (PVV) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de situatie van Igor en Galina die al 17 jaar stateloos in Nederland verblijven?1
Ja.
Bent u bekend met de uitspraak van de Raad van State van april 2024 waaruit blijkt dat hun aanvraag voor een verblijfsvergunning jarenlang onterecht is afgewezen?
Ja. Ik ben bekend met de uitspraak van 5 februari 2024 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) met kenmerk 202300113/1/V3. Uit de uitspraak blijkt niet dat de verblijfsvergunning jarenlang onterecht is afgewezen. De Afdeling concludeert dat de IND in de zaak die voorlag bij de Afdeling de beslissing op het bezwaarschrift onvoldoende heeft gemotiveerd en heeft de IND opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.
De bestreden beslissing is derhalve vernietigd en dus moest een nieuwe beslissing worden genomen op de aanvragen van het echtpaar. De Afdeling heeft geen termijn genoemd waarbinnen de IND die beslissing moest nemen. Dat er enige tijd is verstreken sinds de uitspraak heeft te maken met een hoorzitting en het nader onderzoek naar de veiligheidssituatie in Oekraïne dat in de zaak verricht is. Dat onderzoek is nu afgerond. Daarom is er inmiddels een beslissing genomen.
Ik ga echter niet in op dit individuele geval, conform de afspraken hierover met uw Kamer.
Ik wijs er, wellicht ten overvloede, op dat staatloosheid op zichzelf geen grond vormt voor een verblijfsvergunning. Ook staatloze personen moeten om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning voldoen aan de voorwaarden van hetzij asiel, hetzij regulier verblijf. Daarbij kent Nederland een zogenoemd buitenschuldbeleid voor vreemdelingen die buiten hun schuld niet kunnen terugkeren naar het land waar zij vandaan komen (B8/4 Vc). Het volledig meewerken aan terugkeer is hiervoor evenwel een voorwaarde. In het betreffende beleidskader wordt staatloosheid meegewogen als complicerende factor voor terugkeer.
Hoewel ik niet ten volle over de achtergronden van deze zaak kan communiceren, hecht ik er aan op te merken dat dit gezin meerdere verblijfsrechtelijke procedures heeft gevolgd die zorgvuldig zijn beoordeeld en meermaals de rechterlijke toets hebben doorstaan.
Vindt u het ook zeer pijnlijk om te horen dat de psychische toestand er na zoveel jaar heel slecht aan toe is?
Zie antwoord vraag 2.
Hoe kan het gebeuren dat er 8 maanden later nog niets gebeurd is voor deze mensen juist omdat in deze situatie een verblijfsvergunning zo lang onterecht is afgewezen?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de mening dat deze mensen jarenlang door Nederland op inhumane wijze zijn behandeld?
Zie antwoord vraag 2.
Waarom worden zaken niet met prioriteit behandeld als uit uitspraken van in dit geval de Raad van State blijkt dat er jarenlang ten onrechte geen verblijfsvergunning is gegeven?
Zie antwoord vraag 2.
Hoe gaat u ervoor zorgen dat er snel door de IND naar deze casus zal worden gekeken? Op welke wijze gaat u ervoor zorgen dat er snel een oplossing komt voor Igor en Galina?
Inmiddels is er een nieuwe beslissing genomen op het bezwaarschrift.
Kunt u aangeven hoeveel meer mensen er in een soortgelijke positie zitten?
Het is mij niet geheel duidelijk wat met een soortgelijke positie is bedoeld. Immers de Raad van State heeft niet met vraagsteller geconcludeerd dat er ten onrechte geen verblijf was verleend. Het komt uiteraard vaker voor dat de Raad van State concludeert tot een motiveringsgebrek en de IND opdraagt een nieuwe beslissing te nemen.
Het bericht 'Openbare agenda's van bewindslieden geven te weinig inzicht in hun lobbywerk' |
|
Joost Sneller (D66), Anne-Marijke Podt (D66) |
|
Marjolein Faber (minister asiel en migratie) (PVV) |
|
|
|
|
Bent u het ermee eens dat het accuraat en transparant openstellen van uw agenda van groot belang is, omdat het voor mensen in Nederland inzicht geeft in uw activiteiten als Minister en omdat het laat zien op welke wijze uw werk wordt beïnvloed door de mensen met wie u (niet) spreekt?1
Ja
Klopt uw online agenda wat betreft afspraken met externen in de weken sinds uw aantreden als Minister? Zo nee, waarom niet?
Ja, bij het opstellen van de openbare agenda worden altijd de uitvoeringsrichtlijnen Openbare Agenda bewindslieden gehanteerd. Er was sprake van enkele omissies in de agenda, die zijn reeds hersteld.
Waarom ontbreekt de agenda van de weken 29, 30, 31, 44 en 48?
De agenda van de weken 29, 30, 31, 44 en 48 staan online. Het ministerie streeft ernaar om de agenda zo snel mogelijk na de betreffende week te publiceren. In voornoemde gevallen is sprake van vertraagde plaatsing.
Klopt het dat er in de weken 49, 45, 36 en 34 geen enkele afspraak buiten het departement of de Tweede Kamer of met een persoon of organisatie buiten uw eigen organisatie was? Zo nee, waarom staan deze niet in de agenda?
Nee, dat klopt niet. Het ministerie streeft ernaar om de agenda zo snel mogelijk na de betreffende week te publiceren. In voornoemde gevallen is sprake van vertraagde plaatsing. De missende afspraken zijn reeds toegevoegd.
Klopt het dat u de afgelopen tijd, ondanks de druk op Ter Apel, slechts zes burgemeesters persoonlijk hebt gesproken (afgezien van een burgemeestersbijeenkomst in Putten)? Zo nee, waarom staat dit niet in de openbare agenda? Zo ja, waarom heeft u in de beantwoording van Kamervragen en in debatten steeds geen antwoord gegeven op de vraag hoeveel burgemeesters u heeft gesproken?
Dat klopt niet, de afgelopen maanden hebben er meerdere gesprekken met verschillende burgemeesters plaatsgevonden. Daarnaast zijn er natuurlijk ook gesprekken met burgemeesters in bestuurlijke overleggen.
Klopt het dat u geen kennismaking of ander gesprek heeft gehad met de volgende uitvoeringsorganisaties, ketenpartners en adviesorganen die van belang zijn voor migratie, asiel, opvang en terugkeer (graag individueel beantwoorden)? Zo nee, waarom staat dit niet in uw agenda en kunt u aangeven op welk moment dit gesprek wel heeft plaatsgevonden? Zo ja, waarom heeft u hen (nog) niet gesproken, bent u bereid dit op korte termijn te doen?
Kennismaking heeft op 18/11 plaatsgevonden.
Meerdere werkbezoeken/momenten waarop ik gesproken heb met het IOM (bijvoorbeeld werkbezoek aan Polen 2/10/24 en Bilateraal gesprek met de directeur-generaal van het IOM 29/1/2025).
Meerdere werkbezoeken/momenten waarop ik gesproken heb met Nidos (bijvoorbeeld werkbezoek op AMV-locatie 3/2/25).
Er heeft geen kennismaking plaatsgevonden.
Kennismaking heeft op 18/11 plaatsgevonden.
Er heeft geen kennismaking plaatsgevonden.
Meerdere werkbezoeken/momenten waarop ik gesproken heb met UNHCR (bijvoorbeeld werkbezoek aan Polen 2/10/24 en kennismaking 20/1/25).