De uitzending van In het vizier van De Jager over ouderenmishandeling |
|
Maarten Hijink (SP) |
|
Conny Helder (minister zonder portefeuille volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op de uitzending van In het vizier van De Jager over ouderenmishandeling?1
Ik ken de uitzending. Het is duidelijk dat de betreffende cliënt niet op correcte wijze is bejegend, terwijl dat wel zou moeten. En dat is te betreuren.
Wat is uw reactie op het feit dat de klokkenluider die de misstanden binnen de instelling waar zij werkte naar buiten bracht om deze reden is ontslagen, terwijl deze misstanden niet werden beëindigd na interne meldingen?
Ik heb contact gehad met Vilente. Daar blijken enkele nuances. Het is aan de organisatie om een oordeel te geven over het ontslag van deze medewerker. Zij zijn tot dat besluit gekomen na een reeks van ontwikkelingen.
Heeft u zicht op het probleem van ouderenmishandeling binnen instellingen? Zo nee, bent u bereid om dit in kaart te brengen?
Er is eerder onderzoek gegaan naar ouderenmishandeling in zorginstellingen. In 2004 verscheen «Ouderenmishandeling in het verpleeghuis, Ervaringen, kennis en behoeften van verpleeghuisartsen» (Bardelmeijer, Maastricht). Dit onderzoek is weliswaar ouder, maar heeft een inzichtelijke indeling. In augustus 2019 verschenen de resultaten van een landelijke survey, Ouderenmishandeling in intramurale zorginstellingen (Beke en Movisie).
Bent u bereid om zorginstellingen een handreiking te geven over het melden van ouderenmishandeling, aangezien in de uitzending duidelijk wordt dat het niet altijd duidelijk is voor instellingen wat wettelijk gezien moet worden gemeld als het gaat om ouderenmishandeling?
Hiervoor is een handreiking Veilige zorgrelatie beschikbaar (vindplaats www.veiligezorgrelatie.nl). Deze gebruikt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd als richtsnoer.
Er is ook een serious game over ouderenmishandeling, «Wie helpt», om breder kennis te verspreiden, zodat het gesignaleerd kan worden. Het is een interactieve game ontwikkeld door het Mentorschap West-Brabant, Rabobank Zuidwest-Brabant, tanteLouise, en vertegenwoordigers van het National Actieprogramma tegen kindermishandeling & Huiselijk geweld. Iedereen kan de game makkelijk en gratis op z’n telefoon/tablet installeren (app store en google play, developer Goal043 BV).
Aan de hand van filmpjes en vragen ga je door het spel en krijg je inzicht hoe je ouderenmishandeling kunt herkennen en wat je dan kunt doen. Op die manier wordt het bewustzijn rondom dit thema vergroot.
Wat is uw reactie op de berichtgeving in de uitzending dat het voor naasten vaak een zeer lastig traject is om door het doen van aangifte hun recht te halen?
Het doen van aangifte kan in sommige situaties noodzakelijk zijn, maar is niet altijd eenvoudig en leidt bovendien niet altijd tot een bevredigende uitkomst. Het verdient dan ook de voorkeur zo mogelijk eerst andere mogelijkheden uit te nutten, zoals in gesprek gaan met de zorgaanbieder. Dat vergroot de kans op onderling begrip.
Bent u het ermee eens dat het makkelijker moet worden voor zorgverleners om ouderenmishandeling binnen hun eigen instelling te melden? Zo ja, welke stappen gaat u zetten om dit te bereiken?
Ouderenmishandeling door medewerkers moet worden voorkomen en door mantelzorgers en/of familie tijdig worden gesignaleerd. Binnen zorginstellingen moet op een goede manier worden omgegaan met ouderenmishandeling. De organisatie moet daarvoor beleidsmatig aandacht hebben, ook wanneer sprake is van mishandeling door een medewerker.
De »Leidraad Veilige Zorgrelatie» is daarbij een richtsnoer. Daarnaast is een open en lerende cultuur in de organisatie cruciaal. Medewerkers zijn daarbij zelf ook belangrijk om dit onderling bespreekbaar te maken.
Bent u het ermee eens dat het gemakkelijker moet worden voor zorgverleners om misstanden binnen hun eigen zorginstelling te melden bij de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd? Zo ja, welke stappen gaat u zetten om dit te bereiken?
Zorgverleners kunnen mogelijke misstanden altijd melden bij de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd. Bij het meldpunt van de inspectie kunnen zorgaanbieders, zorgprofessionals en/of zorgverleners situaties melden die bijvoorbeeld een ernstige bedreiging vormen voor de veiligheid van cliënten of de zorg.
Op deze manier is het mogelijk voor zorgverleners om (anoniem) melding te maken over hun eigen werkgever of over een collega instelling of zorgverlener. Daarnaast is er de «Leidraad Veilige Zorgrelatie». De IGJ ziet erop toe dat deze leidraad geïmplementeerd én nageleefd wordt. De IGJ gebruikt deze leidraad om te laten zien dat ouderenmishandeling uiteraard sterk wordt afgekeurd en erop toe wordt gezien dat zorgaanbieders ervoor zorgen dat dit niet kan gebeuren bij hun cliënten.
Het uitbuiten van kwetsbare jongeren voor (waarschijnlijk) hogere kijkcijfers |
|
Wybren van Haga (BVNL) |
|
Gunay Uslu (staatssecretaris onderwijs, cultuur en wetenschap) (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het tv-programma Dreamschool?1 en het programma Roddelpraat waaruit blijkt dat kwetsbare jongeren door het programma Dreamschool worden misbruikt, (waarschijnlijk) voor het halen van hogere kijkcijfers?2
Ja, ik ben bekend met de programma’s Dream School en Roddelpraat.
Wat vindt u van het feit dat kwetsbare jongeren voor programmadoeleinden worden misbruikt voor (waarschijnlijk) hogere kijkcijfers en dat er ruzies geforceerd in scene worden gezet? Kunt u een toelichting geven?
Voorop staat dat publieke omroepen zelf vorm en inhoud bepalen van het media-aanbod. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud en de vormgeving van programma's. Ook bevat de Mediawet 2008 geen regels over de omgang met deelnemers aan programma’s van publieke omroepen. Dit laat onverlet dat omroepen en programmamakers opereren in een maatschappelijke context en zich bewust moeten zijn van de impact die hun handelen op het publiek of deelnemers heeft. Zij hebben een verantwoordelijkheid om zorgvuldig om te gaan met mensen die deelnemen aan programma's.
De betreffende publieke omroep NTR en producent No Pictures Please geven aan zich zeer bewust te zijn van de kwetsbaarheid van deze jongeren en geven aan dat er geen sprake is van het in scène zetten van ruzies. De begeleiding rond Dream School bestaat uit een uitgebreide selectieprocedure waarbij psychologen betrokken zijn, begeleiding door dezelfde psychologen en wordt met de deelnemer besproken of er behoefte is aan meer ondersteuning dan wat standaard wordt aangeboden in het nazorgtraject. Wel kunnen deelnemers soms in een afhankelijke positie terechtkomen of gebracht worden. Daar hoort geen misbruik van gemaakt te worden.
Wat vindt u van het feit dat een oud-deelnemer van het programma stelt dat er van de beloofde nazorg richting de kwetsbare jongeren helemaal niets terecht komt? Kunt u een toelichting geven?
Volgens de NTR is de in het YouTube-programma Roddelpraat genoemde deelnemer, een deelnemer uit het tweede seizoen van dit programma in 2018. Door uw Kamer zijn in 2019 mondelinge vragen3 over dit programma gesteld naar aanleiding van vergelijkbare kritiek van de deelnemers. De NTR en de producent hebben zich de kritiek van de deelnemers destijds aangetrokken en heeft de nazorg verder geprofessionaliseerd.4 Ook de betreffende deelnemer is volgens de NTR deze nazorg aangeboden, maar heeft hij er zelf geen gebruik van gemaakt. Volgens de NTR is er voor het nazorgtraject voor deelnemers sindsdien tot tenminste een half jaar na de opnamen een gespecialiseerd bureau beschikbaar dat een actieve rol heeft bij de ondersteuning van de leerlingen in de stappen die zij willen zetten na Dream School, zoals het zoeken en vinden van opleiding of werk. Deze begeleiding wordt zowel telefonisch uitgevoerd als door middel van huisbezoeken en het vergezellen van deelnemers tijdens bijvoorbeeld sollicitatiegesprekken en intakes op opleidingen. Als er meer gespecialiseerde zorg nodig is in het nazorgtraject wordt de deelnemer in samenwerking met de psycholoog, ondersteund bij het vinden van deze hulp in de eigen omgeving.
Wat vindt u van het feit dat minderjarige deelnemers wurgcontracten moeten tekenen, waarin bijvoorbeeld staat dat zij, op straffe van 5.000 euro, niet met de pers mogen praten? Kunt u een toelichting geven?
Tot 2019 tekenden deelnemers van Dream School inderdaad een overeenkomst met daarin een boeteclausule van € 5.000,- voor het praten met de pers. Specifiek voor het programma Dream School zijn er echter geen boetes opgelegd. Deze clausules waren volgens de NTR en de producent vooral bedoeld om deelnemers ervan bewust te maken dat deelname geen vrijblijvende afspraak is. Mede naar aanleiding van de mondelinge vragen van uw Kamer in 2019 worden er volgens de NTR geen boeteclausules meer opgenomen in de overeenkomsten met deelnemers van Dream School vanwege de kwetsbaarheid van de doelgroep.
Welke stappen gaat u ondernemen tegen het programma Dreamschool? Kunt u een toelichting geven?
Naar aanleiding van de reactie van de NTR, zie ik geen aanleiding om nadere stappen te ondernemen.
De bescherming van vangrails voor moderne auto’s |
|
Barry Madlener (PVV) |
|
Mark Harbers (minister infrastructuur en waterstaat) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Help, de moderne auto is te zwaar voor de vangrail»?1
Ja.
Staan er langs het Nederlandse wegennet (Rijks- en provinciale wegen) vangrails die niet meer voldoen aan de meest recente kwaliteitseisen? Zo ja, op hoeveel kilometer vangrail is dit van toepassing?
Op het Rijkswegennet voldoen geleiderails aan de meest recente kwaliteitseisen zoals gesteld in de Europese norm2. Over de kwaliteit van de geleiderails op provinciale wegen heeft Rijkswaterstaat geen informatie beschikbaar. Decentrale wegbeheerders zijn zelf verantwoordelijk voor de controles op de kwaliteitseisen voor geleiderails op hun wegen (het onderliggend wegennet). Voor provinciale wegen gelden echter wel richtlijnen waarin ook naar de kwaliteitseisen wordt verwezen uit de bovengenoemde Europese norm.
Op basis van welke kwaliteitseisen worden vangrails geplaatst, onderhouden en vervangen? En zijn deze kwaliteitseisen onlangs herzien? Zo nee, waarom niet?
De kwaliteitseisen, waaronder het zogenaamde «kerend vermogen» van geleiderails op Rijkswegen is gebaseerd op de Europese norm EN 1317–2. Deze eisen zijn niet onlangs herzien. Deze Europese norm is ongewijzigd sinds 2010.
De geleiderails langs Rijkswegen worden getest door middel van botsproeven met een personenauto van 900 kg én een autobus van 13.000 kg. (cf. de Europese norm2). Dit niveau van kerend vermogen wordt al decennia lang toegepast op de Rijkswegen.
Het AD-artikel beschrijft testen met auto’s in drie gewichtsklassen: 900, 1.300 en 1.500 kg. Aangezien de botsproef voor geleiderail langs rijkswegen met een autobus van 13.000 kg wordt uitgevoerd, is het huidige veiligheidsniveau van de geleiderails ook voldoende voor de steeds zwaarder wordende personenvoertuigen (elektrisch, SUV).
Is de veiligheid van de automobilist die een moderne auto bezit, nog voldoende gewaarborgd met de huidige vangrails?
Ja, zie het antwoord op vraag 3.
Bent u bereid om de kwaliteitseisen van nieuwe vangrails te herzien? Zo nee, waarom niet?
Het Ministerie van IenW ziet op dit moment geen aanleiding om de veiligheidseisen voor nieuwe geleiderails aan te scherpen. Het huidige veiligheidsniveau van de geleiderails op Rijkswegen is ook voldoende voor de steeds zwaarder wordende personenvoertuigen. Zie ook het antwoord op vraag 3.
Maakt u zich zorgen over de kwaliteit van de vangrails langs onze wegen?
Nee, het Ministerie van IenW maakt zich geen zorgen over de kwaliteit van de geleiderails langs de Rijkswegen. Tot op heden zijn er geen situaties bekend waarbij de geleiderails langs Rijkswegen onvoldoende hebben gefunctioneerd bij het keren van de steeds zwaarder wordende personenvoertuigen.
Het bericht ‘Jo kan al maanden niet de deur uit omdat zijn geleidehond is afgepakt’ |
|
Lucille Werner (CDA) |
|
Kuipers |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Jo kan al maanden de deur niet uit omdat zijn geleidehond is afgepakt»?1
Ja.
Kunt u aangeven wie de formele eigenaar van de blindengeleidehond is? Is dat de persoon met een handicap of de opleidingsschool?
Doorgaans is een hondenschool eigenaar van de blindengeleidehond. Gebruikers krijgen daartoe de geleidehond in bruikleen gedurende de periode dat de hond aan het werk is en tekenen daarvoor een bruikleenovereenkomst. Daarbij worden de blindengeleidehonden vergoed door de zorgverzekeraar vanuit de Zorgverzekeringswet.
Zijn er regels als een persoon met een handicap door ziekte of ziekenhuisopname tijdelijk niet meer voor zijn hulphond kan zorgen?
Zoals eerder aangegeven in mijn antwoorden op vragen van het lid-Westerveld2 bestaan er verschillende soorten assistentiehonden. Drie daarvan worden vergoed vanuit het basispakket van de Zorgverzekeringswet (Zvw): de blindengeleidehond voor verzekerden die blind of slechtziend zijn, de signaalhond voor verzekerden die doof zijn en de ADL-hond voor mensen met een ernstige stoornis in het bewegingssysteem (hand en arm). Daarnaast zijn er enkele soorten psychosociale hulphonden die gemeenten (gedeeltelijk) kunnen vergoeden als maatwerkvoorziening op grond van hun beleidsvrijheid binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015).
Hondenscholen die assistentiehonden aanbieden op grond van een vergoeding uit de Zorgverzekeringswet hebben een contract met de zorgverzekeraar. Het ligt aan de individuele zorgverzekeraar en hondenschool wat in het contract is opgenomen over terugname van de hond, of wat er is geregeld qua continuïteit van zorg. Daarnaast kunnen er bepalingen worden opgenomen in de bruikleenovereenkomst tussen de hondenschool en de gebruiker waarin is beschreven in welke gevallen de hond kan worden teruggenomen.
Indien een gebruiker van een assistentiehond die vanuit de Wmo is vergoed om wat voor reden dan ook niet voor de assistentiehond kan zorgen, dient deze of diens vertegenwoordiger daar melding van te maken bij de gemeente. Het ligt aan een eventueel contract tussen gemeente en hondenschool en/of bruikleenovereenkomst tussen de gebruiker en hondenschool wat er vervolgens gaat gebeuren met de assistentiehond in kwestie. Door middel van bijvoorbeeld een keukentafelgesprek kan de gemeente bekijken welke aanvullende voorzieningen kunnen worden verstrekt vanuit de Wmo.
Hondenscholen die zijn aangesloten bij de Assistance Dogs International (ADI) of International Guide Dog Federation (IGDF) zijn verplicht nazorg te leveren. Doorgaans is er een voortraject waarbij de cliënt geholpen wordt om die interventies te doen die noodzakelijk zijn om het welzijn van de hond of het goed functioneren van de combinatie te borgen. Als blijkt dat na een afgesproken tijd de interventies niet helpen, dan wordt de hond – liefst in overleg met de gebruiker – teruggenomen.
Zijn er verschillende regelingen voor verschillende soorten hulphonden?
Zie antwoord vraag 3.
Als de opleidingsschool zich op het standpunt stelt dat de persoon met de beperking niet goed voor zijn hond zorgt of kan zorgen, wordt er dan begeleiding en advies aangeboden hoe dit te verbeteren is?
Zie antwoord vraag 3.
Hoe werkt de klachtenafhandeling bij opleidingsscholen van hulphonden? Hebben opleidingsscholen voor hulphonden eigenstandige klachtenprocedures of een gezamenlijke geschillencommissie?
Hondenscholen die zijn aangesloten bij ADI en IGDF zijn verplicht een geschillenregeling te hebben. Ook de zorgverzekeraar kan in de overeenkomst met de hondenschool afspraken maken over een klachtenregeling. Bij klachten rondom blindengeleidehonden kunnen ook de Oogvereniging en de branchevereniging Blindengeleidehondenscholen Nederland ingeschakeld worden als onafhankelijke partij. Momenteel wordt er een branchevereniging Aanbieders Dier en Zorg opgericht voor dieren in de zorg, waar een onafhankelijke klachtencommissie onderdeel van zal uitmaken. Deze branchevereniging zal naar verwachting eind 2022 van start gaan.
In mijn antwoorden op de eerdergenoemde vragen van het lid-Westerveld van 2 september jl., heb ik aangegeven dat ik een verkenning gestart ben, onder andere met een gespreksronde langs opleiders van assistentiehonden en assistentiehondengebruikers, om te onderzoeken hoe de conformiteitsbeoordeling3 en het toezicht rondom een Europese norm4 voor assistentiehonden kan worden vormgegeven in Nederland. In de afwegingen bij het conformiteitsstelsel zal ik ook de mogelijkheid van een klachtenregeling betrekken. Het gaat dan niet alleen om een klachtenregeling over geschillen met scholen van geleidehondengebruikers, maar voor de hele sector van geaccrediteerde hondenscholen.
Mogelijke fossiele exportsteun Santos Basin Pre-Salt Pole |
|
Lammert van Raan (PvdD) |
|
Marnix van Rij (staatssecretaris financiën) (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de ex-ante publicatie op de website van Atradius Dutch State Business (Atradius DSB) van een nieuw fossiel project, genaamd Santos Basin Pre-Salt Pole – Stage 3?1
Ja.
Klopt het dat de exportkredietverzekering(ekv)-aanvraag een nieuw te bouwen floating production storage and offloading (FPSO) schip betreft, bedoeld om olie en gas te verwerken?
Ja.
Klopt het dat deze FPSO wordt ingezet voor ongeveer 30 jaar en als doel heeft om bij te dragen aan de toename van de olie en gasproductie in Brazilië?
Ja.
Welk Nederlands bedrijf heeft de exportkredietverzekeringsaanvraag ingediend? Welke andere exporteurs zijn bij dit project betrokken?
De uitvoerder van de exportkredietverzekering Atradius Dutch State Business (ADSB) publiceert categorie A-projecten (projecten met potentieel grote gevolgen voor mens en milieu) gedurende minstens 30 dagen voor afgifte van de polis. Ieder die geïnteresseerd is in het gepubliceerde project, kan tijdens deze publicatieperiode de milieu en sociale effectrapportage van het project bekijken en zijn of haar mening over het project kenbaar maken bij ADSB. Bij de ex-ante publicatie wordt geen informatie gegeven over de betrokken exporteurs, financiële instellingen of te de verzekeren waarde, omdat dit in deze fase concurrentiegevoelig is. In het geval van goedkeuring wordt deze informatie openbaar gemaakt bij polisafgifte.
Wat is de te verzekeren waarde?
Zie antwoord vraag 4.
Welke andere (buitenlandse) financiële instellingen, zoals exportkredietverzekeraars en private banken, zijn bij dit project betrokken?
Zie antwoord vraag 4.
Klopt het dat dit project volledig in strijd is met de tijdens de UN Climate Change Conference (COP26) gemaakte afspraken om per eind 2022 te stoppen met exportkredietverzekeringssteun voor fossiele projecten? Waarom wel of niet?
De COP26-verklaring ziet toe op het beëindigen van nieuwe overheidssteun aan de internationale fossiele energiesector per eind 2022. Het kabinet heeft de Kamer op 3 november jl. geïnformeerd hoe het voornemens is invulling te geven aan de COP26-verklaring. Het kabinet heeft hierbij klimaatwetenschappelijke inzichten betrokken (IEA, IPCC). Het kabinet hecht aan een zorgvuldige implementatie van dit beleid. Dat betekent dat er in principe per 1 januari 2023 geen aanvragen meer in behandeling zullen worden genomen, die niet in lijn zijn met de uitwerking van de COP26-verklaring. Dit betekent dat alleen aanvragen die vallen onder de beperkte uitzonderingsgronden zoals door het kabinet geformuleerd in de uitwerking van de COP26-verklaring in behandeling genomen worden. Voor reeds ingediende aanvragen, zoals het Santos Basin Pre-Salt Pole project, geldt dat deze tot uiterlijk eind 2023 kunnen leiden tot een polis. Aanvragen die voor 1 januari 2023 worden ingediend, dienen volledig en van behoorlijk niveau te zijn.
Het kabinet hecht eveneens aan een gelijkwaardig speelveld, en zal daarom de nadere invulling van het beleid van medeondertekenaars nauwlettend volgen. Het voorgenomen beleid zal aangepast worden als de beleidsontwikkeling bij de andere ondertekenaars daar aanleiding toe geeft.
Bent u het eens met de stelling dat het zeer onwenselijk is om voor het einde van 2022 nog dergelijke grote fossiele projecten te verzekeren die tot decennialange uitstoot van enorme hoeveelheden vervuilende emissies leiden? Waarom wel of niet?
Zie antwoord op vraag 7.
Bent u ermee bekend dat de projectdocumenten vermelden dat het project een negatieve impact heeft op de uitstoot van broeikasgassen endat het project zal bijdragen aan een significante toename aan olieproducten en het gebruik van fossiel gasin Brazilië?
Ja.
Erkent u dat dit in strijd is met de laatste wetenschappelijke inzichten, namelijk dat er geen enkele ruimte meer is voor nieuwe fossiele projecten, wanneer we in lijn willen blijven met de 1,5 graden opwarming van de aarde?
Om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden moet de productie en het gebruik van fossiele brandstoffen volgens wetenschappelijke inzichten worden afgebouwd. Met de voorgenomen implementatie van de COP26-verklaring zet het kabinet een belangrijke stap in de Nederlandse inzet om de 1,5°C doelstelling internationaal te bereiken. In de basis komen projecten ten behoeve van nieuwe olie of gasproductie vanaf 1 januari 2023 niet meer in aanmerking komen voor ekv-dekking. Omwille van een zorgvuldige transitie wordt wel een overgangsperiode gehanteerd voor aanvragen die zijn ingediend voor 1 januari 2023. De aanvragen voor 1 januari 2023, die volledig en van behoorlijk niveau zijn, kunnen nog tot uiterlijk 31 december 2023 tot een polis leiden.
Hoe verklaart u dat dit project überhaupt in overweging wordt genomen?
De betreffende aanvraag is begin dit jaar in behandeling genomen en bevindt zich op dit moment in de onderzoeksfase (due diligence). Het project is derhalve nog niet goedgekeurd. De COP26-verklaring ziet toe op de beëindiging van steun aan de fossiele energiesector per eind 2022. Het kabinet heeft de Kamer op 3 november geïnformeerd hoe het voornemens is invulling te geven aan de COP26-verklaring. Het kabinet hecht aan een zorgvuldige implementatie van dit beleid. Projecten zoals deze kennen vaak een lange aanlooptijd, waarbij door bedrijven al middelen geïnvesteerd worden in de fase vóór verkrijging van een opdracht. Een zorgvuldige implementatie betekent dat exporteurs de mogelijkheid krijgen om voor deze reeds gestarte activiteiten voor een gelimiteerde periode een polis te ontvangen. De reeds gedane aanvragen voor 1 januari 2023 kunnen tot uiterlijk eind 2023 leiden tot een polis.
Kunt u aangeven of er in kaart is gebracht hoeveel emissies dit project – gezien de olie en het gas die het zal produceren – zal genereren over de komende decennia? Zo ja, voor hoeveel uitstoot gaat dit project zorgen? Zo nee, bent u bereid om alsnog boven tafel te krijgen hoeveel uitstoot er mede mogelijk gemaakt wordt door deze exportkredietverzekering te verstrekken?
Op dit moment hebben wij nog geen informatie over de hoeveelheid emissies die naar aanleiding van dit project zullen worden uitgestoten. Deze informatie wordt opgevraagd als onderdeel van het onderzoeksfase, die momenteel nog gaande is. Wij rapporteren de emissies van projecten conform internationale afspraken (OESO Common Approaches).
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór de Algemene Financiële Beschouwingen?
Dit is wegens de benodigde afstemming niet mogelijk gebleken.
Het plan van de Europese Commissie om het Mercosur-verdrag geïmplementeerd te krijgen door nationale parlementen te omzeilen |
|
Jasper van Dijk (SP), Christine Teunissen (PvdD), Caroline van der Plas (BBB) |
|
Liesje Schreinemacher (minister zonder portefeuille buitenlandse zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Kunt u bevestigen dat de Europese Commissie met Mercosur-landen onderhandelt over het splitsen van het Mercosur-verdrag in verschillende onderdelen, zodat het handelsdeel niet voorgelegd hoeft te worden aan nationale parlementen? Wat is uw standpunt hierover?1
Nee, dat kan ik niet bevestigen. Zoals aangegeven in mijn brief van 20 oktober jl. over de stand van zaken van de EU-Mercosur onderhandelingen2, en mondeling tijdens het Commissiedebat over de informele RBZ Handel3 en tijdens de behandeling van de Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking4, is na het bereiken van een onderhandelaarsakkoord in 2019 de Europese Commissie in gesprek gegaan met de Mercosur-landen over mogelijke aanvullende afspraken die EU-zorgen over het akkoord moeten wegnemen. Hoewel deze gesprekken doorlopen en er binnen de Commissie wordt gewerkt aan mogelijke voorstellen, zijn er geen nieuwe ontwikkelingen te melden. Het is op dit moment niet duidelijk of en wanneer deze gesprekken tot een uitkomst leiden die de Commissie in staat stelt een mogelijk akkoord met de Mercosur-landen aan de Raad voor te leggen voor besluitvorming. Evenmin is duidelijk in welke vorm (één of meerdere akkoorden) de Commissie het onderhandelingsresultaat in dat geval zal presenteren.
Gezien het feit dat dit verdrag een enorme impact zal hebben op individuele lidstaten, deelt u de mening dat het splitsen van het verdrag de democratische bevoegdheid van nationale parlementen ondermijnt?
Nee, ik deel deze mening niet. De Europese Commissie heeft als onderhandelaar de bevoegdheid (waar nodig gezamenlijk met de Hoge Vertegenwoordiger) om voorstellen te doen aan de Raad over de vorm (één of meerdere akkoorden) waarin het onderhandelingsresultaat wordt voorgelegd voor besluitvorming. Zo ver mij bekend, zijn hierover binnen de Commissie nog geen besluiten genomen. De aard van een akkoord kan pas definitief worden bepaald op basis van de uitonderhandelde tekst, voorafgaand aan ondertekening. Zoals herhaaldelijk door het kabinet aangegeven zal het kabinet pas een standpunt innemen over het akkoord met de Mercosur-landen wanneer de Commissie de benodigde documenten voor besluitvorming aan de Raad heeft aangeboden. Indien een voorstel aan de Raad wordt voorgelegd, zal ik de Kamer hierover informeren, zowel over vorm als inhoud.
Het behoeft geen betoog dat voor de besluitvorming over het verdrag vervolgens de toepasselijke democratische en grondwettelijke procedures dienen te worden doorlopen. Een akkoord dat afspraken bevat zowel op terreinen waar sprake is van EU bevoegdheden als op terreinen waar lidstaten nationale bevoegdheden uitoefenen (een «gemengd akkoord») zal, naast de EU goedkeuringsprocedure, in Nederland ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Staten-Generaal. Een akkoord dat naar de aard «EU-only» is, dat wil zeggen een akkoord waarbij als gevolg van de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en haar lidstaten alleen de EU partij wordt, moet het EU goedkeuringsproces doorlopen. Zoals vastgelegd in het Verdrag van Lissabon betekent dat dat het aan de Raad is om te besluiten over de ondertekening en dat het aan de Raad en het Europees Parlement is om te besluiten tot goedkeuring van het akkoord. Nederland is vertegenwoordigd in de Raad en besluit hier derhalve over mee. Het kabinet legt verantwoording af aan de Kamer over de positie die wordt ingenomen in de Raad.
Herinnert u zich uw antwoorden op schriftelijke vragen van het lid Ouwehand (10 maart 2021) waarin u stelde «naar verwachting zal een associatieakkoord onder de gezamenlijke bevoegdheid van de EU en de lidstaten vallen»2? Waarom lijkt dit te zijn veranderd?
Ik herinner mij de antwoorden waarnaar in de vraag wordt verwezen. Het volledige antwoord waaruit in de vraag wordt geciteerd luidde als volgt:
«De Europese Commissie is gemachtigd om onderhandelingen te voeren over een akkoord met de Mercosur landen op basis van onderhandelingsrichtsnoeren die de Raad heeft vastgesteld. Of de aard van een akkoord gemengd is of EU-only wordt bepaald door de uiteindelijke inhoud van het akkoord. Naar verwachting zal een associatieakkoord onder de gezamenlijke bevoegdheid van de EU en de lidstaten vallen. De Commissie kan als onderhandelaar (waar nodig gezamenlijk met de Hoge Vertegenwoordiger) ook een voorstel doen om het onderhandelingsresultaat in meerdere akkoorden voor te leggen. De aard van een akkoord zal pas definitief kunnen worden bepaald op basis van de uitonderhandelde tekst, voorafgaand aan ondertekening. Op basis van de inhoud doet de Commissie (waar nodig gezamenlijk met de Hoge Vertegenwoordiger) een voorstel. De Raad besluit hier vervolgens over.»
Deze situatie is niet veranderd.
Bent u bereid in de Europese Raad te laten weten dat een splitsing van het Mercosur-verdrag wat Nederland betreft onacceptabel en ondemocratisch is?
Het kabinet zal pas een standpunt innemen over het akkoord met de Mercosur-landen wanneer de Commissie de benodigde documenten voor besluitvorming aan de Raad heeft aangeboden. In het algemeen kan niet gesteld worden dat het splitsen van EU verdragen onaanvaardbaar en ondemocratisch zou zijn.
Klopt het dat Frankrijk er eerder bij de Europese Commissie op heeft aangedrongen dat het verdrag door nationale parlementen moet worden geratificeerd? Is die positie nog steeds hetzelfde? Waarom heeft de Europese Commissie besloten hier geen gehoor aan te geven?
Het is niet aan het kabinet om tekst en uitleg te geven over communicatie tussen de Europese Commissie en een andere lidstaat.
Kunt u een tijdlijn geven van wanneer de Raad zal besluiten of het wel of niet instemt met een splitsing van het Mercosur-verdrag?
De Raad kan pas besluiten over een akkoord met de Mercosur-landen wanneer de Commissie de benodigde documenten voor besluitvorming aan de Raad heeft aangeboden. Zie ook het antwoord op vraag 1 hierboven.
Wat wilt u zeggen tegen Nederlandse boeren die zich terecht zorgen maken over dat het Mercosur-verdrag tot oneerlijke concurrentie voor hen gaat leiden? En wat wilt u zeggen tegen milieuorganisaties die waarschuwen dat het verdrag meer ontbossing tot gevolg zal hebben, en die nu zien dat wanneer lidstaten en nationale parlementen zeer kritisch zijn over een handelsverdrag, de Europese Commissie op zoek gaat naar manieren om die kritische lidstaten en nationale parlementen te omzeilen? Vindt u dat deze opstelling van de Europese Commissie het vertrouwen in de Commissie ten goede komt?
Ik begrijp de zorgen van Nederlandse boeren over de potentiële gevolgen van een toekomstig EU-Mercosur akkoord. Om die reden hebben de universiteit Wageningen en Ecorys, in opdracht van het kabinet en ter uitvoering van de motie Voordewind (CU)6, een onderzoek uitgevoerd om de voor- en nadelen van een toekomstig EU-Mercosur akkoord kwantitatief in kaart te brengen.7 Het onderzoeksrapport laat zien dat een akkoord met de Mercosur-landen leidt tot een bescheiden economische groei voor Nederland. Voor specifieke landbouwsectoren is het beeld wisselend. Het rapport stelt dat voor varkens- en pluimveebedrijven de verwachte inkomensgevolgen positief zijn; voor melkveebedrijven en akkerbouwbedrijven zijn deze nagenoeg nul; terwijl de gemiddelde inkomens voor de vleeskalveren- en vleesveebedrijven lager uitvallen.
En om dezelfde reden zijn maatregelen in het onderhandelaarsakkoord overeengekomen om oneerlijke mededinging en schade voor gevoelige sectoren in de landbouw tegen te gaan. Zo zal de EU voor gevoelige landbouwgoederen uit Mercosur-landen, zoals hoge kwaliteit rundvlees, pluimveeproducten, knoflook, suiker en ethanol, importtarieven en quota behouden.
Met betrekking tot duurzaamheidszorgen, met name over ontbossing, is de Commissie in gesprek met de Mercosur landen om tot aanvullende afspraken te komen. Nederland heeft inbreng geleverd aan de Europese Commissie ten behoeve van deze gesprekken.8 Hoewel deze gesprekken doorlopen en er binnen de Commissie wordt gewerkt aan mogelijke voorstellen, zijn er op dit moment geen ontwikkelingen te melden.
Zoals uiteen gezet in het antwoord op vraag 2 zal het kabinet pas een standpunt innemen over een akkoord met de Mercosur-landen wanneer de Commissie de benodigde documenten voor besluitvorming aan de Raad heeft aangeboden. Daarbij zal een brede afweging worden gemaakt, inclusief het betrekken van de transitie van de Nederlandse landbouw, duurzaamheid, en de verwachte impact van het handelsakkoord op verschillende Nederlandse sectoren waaronder de agrarische sector. De voor de besluitvorming over het verdrag toepasselijke democratische procedures zullen worden doorlopen.
Erkent u dat de brief van 15 lidstaten van 20 juni, waar ook uw handtekening onder staat, waarin de Europese Commissie werd gevraagd vaart te maken met de implementatie van het Mercosur-verdrag, heeft kunnen bijdragen aan het besluit van de Europese Commissie om koste wat het kost dat verdrag af te sluiten, ook als dat het ondermijnen van de democratische bevoegdheid van lidstaten betreft?
Er is geen sprake van een besluit van de Commissie om koste wat het kost een verdrag met de Mercosur-landen te sluiten, zoals uiteen gezet in de antwoorden op vraag 1 en vraag 2. Evenmin is er sprake van het ondermijnen van de democratische bevoegdheid van lidstaten, zoals uiteen gezet in het antwoord op vraag 2.
In de brief van 15 lidstaten van 20 juni jl., gericht aan de Europese Commissie, wordt steun uitgesproken voor een actief EU handelsbeleid. Eén van de elementen in deze brief is een oproep om voortvarender op te treden in het onderhandelen, ondertekenen en in werking laten treden van EU handelsakkoorden. Zoals aangegeven in de begeleidende brief aan uw Kamer9, heb ik daarbij aangetekend – mede in het licht van de door uw Kamer aangenomen motie hierover10 – dat met het ondertekenen van de brief aan de Europese Commissie niet vooruit wordt gelopen op de uiteindelijke Nederlandse positie ten aanzien van een EU-Mercosur akkoord.
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk beantwoorden en in ieder geval voor de begrotingsbehandeling Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking?
De vragen zijn zo snel als mogelijk beantwoord.
Het bericht ‘Opsporing komt in gevaar door disfunctioneren tapkamer politie’ |
|
Roelof Bisschop (SGP) |
|
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de inhoud van het bericht uit de NRC «Opsporing komt in gevaar door disfunctioneren tapkamer politie»?1
Ja, ik heb kennisgenomen van dit bericht. Op 4 oktober jl. heb ik ook een brief aan uw Kamer gestuurd met daarin mijn reactie op dit artikel (Kamerstuk 29628–1124).
Over hetzelfde bericht zijn ook schriftelijke vragen gesteld door de leden Helder en Wilders (PVV) met nummer (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2022–2023, nr. 369) en Simons (BIJ1) met nummer (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2022–2023, nr. 370). De vragen komen gedeeltelijk overeen; ik zal daarom de beantwoording van beide sets vragen gelijktijdig aan uw Kamer doen toekomen.
Wat is uw reactie op die informatie die NRC in de berichtgeving, naar aanleiding van gesprekken met politiefunctionarissen, naar buiten brengt over de problemen met het tapsysteem van de politie?
Ik begrijp de aandacht voor de systemen die onze politie gebruikt en ik erken dat het huidige systeem last heeft van storingen met wisselende impact. Het systeem dateert uit 2011, functioneert op dit moment voldoende maar is wel end-of-life. Daarom wordt het vervangen en wordt er hard gewerkt om een nieuw tapsysteem zo snel en zorgvuldig mogelijk te implementeren. Vanzelfsprekend wordt ook het huidige systeem continu gemonitord op verstoringen in het systeem en de veiligheid ervan.
Hoelang bent u al op de hoogte van het feit dat het tapsysteem van de politie al drie jaar niet werkt? Waarom komt dit nu pas naar buiten?
Het klopt dat het nieuwe tapsysteem voor de politie dat in 2019 is aangeschaft op dit moment nog wordt geïmplementeerd. Het beeld dat het tapsysteem al drie jaar had moeten werken klopt echter niet. In de afgelopen periode is gewerkt aan de voorbereiding van de implementatie van het nieuwe systeem. Deze implementatie, en vervolgens de uitrol, kost tijd, omdat het complexe en gevoelige technologie betreft en de opsporing ondertussen door moet blijven gaan. De implementatie van een nieuw tapsysteem is een grote operatie waarbij het gaat om maatwerk. Systemen van een dergelijke omvang en complexiteit kennen dit soort doorlooptijden. Niet alleen worden alle technische omgevingen ingericht conform state of the art informatiebeveiliging, ook de koppelingen met de providers moeten worden ingericht, het moet voldoen aan de Nederlandse wet- en regelgeving, die bijvoorbeeld een geheimhoudersfilter nodig maakt. Op 1 juli 2019 is uw Kamer per brief over deze voorbereiding geïnformeerd en op 29 mei 2020 over het verwachte tijdpad daarvan.
Mijn departement wordt met regelmaat door de politie geïnformeerd over de voortgang van de invoering van het tapsysteem. De Tweede Kamer is vanaf de start van de aanbesteding geïnformeerd over de werving van het nieuwe tapsysteem. Mijn ambtsvoorganger heeft op 1 juli 20192 de Kamer geïnformeerd over de aanschaf van het nieuwe systeem. Vervolgens is in 20203 gemeld dat vanwege de complexiteit van het gehele project de implementatie tot ten minste 2022 zal duren. In de afgelopen periode is gewerkt aan de voorbereiding van de implementatie van het nieuwe systeem. Totdat dit volledig is geïmplementeerd blijft het huidige systeem operationeel.
Bent u het eens met de stelling dat het zeer laakbaar is dat met het disfunctioneren van het tapsysteem, politiemensen en burgers in gevaar kunnen komen?
De politie laat mij weten dat er geen gevallen bekend zijn waarbij de veiligheid van politiecollega’s of te beschermen personen in het geding is gekomen door storingen in het tapsysteem. Ook laat de politie mij weten dat er geen gevallen bekend zijn waarbij opsporingsonderzoeken schade hebben opgelopen vanwege storingen in het systeem.
Het is goed om te realiseren dat de inzet van het tapsysteem een belangrijk middel in de opsporing is, maar slechts één van de hulpmiddelen in een onderzoek. Bij storing of uitval gebruikt de politie andere middelen of is ze in staat deze in te zetten waardoor de opsporing of de beveiliging gewaarborgd blijven.
Zijn er bij u gevallen bekend waarbij de veiligheid van burgers en/of politiemensen gevaar heeft gelopen wegens het disfunctioneren van het tapsysteem dat ook realtime gesprekken van criminelen afluistert en voertuigen van criminelen volgt?
De politie laat weten aan dat geen van bovenstaande gevallen bekend zijn. Het is daarnaast goed om te realiseren dat het overgrote deel van de tapgesprekken niet live wordt uitgeluisterd, maar op een later moment. Bij grote operaties worden altijd de nodige voorbereidingen getroffen en is de politie nooit afhankelijk van de inzet van één systeem of instrument.
Waarom is niet aan de voorkant, bij de aanbesteding, gecheckt of het mogelijk is om het tapsysteem van Elbit te implementeren in het Nederlandse ICT-en opsporingssysteem van de politie?
Vanzelfsprekend is dit wel nagegaan. Kennis van de ICT van de politie maakt onderdeel uit van het programma van eisen. Vervolgens heeft de politie hiervoor onder meer casuïstiek beoordeeld en een verificatiebezoek bij de leverancier uitgevoerd om zeker te stellen dat de leverancier hier aantoonbaar voldoet. Dat bleek het geval.
Wat waren de voorwaarden waar Elbit aan moest voldoen om leverancier van het tapsysteem voor de Nederlandse politie te worden?
Elbit is naar voren gekomen als de partij met de beste prijs/kwaliteit verhouding na een zorgvuldig doorlopen aanbestedingstraject. Hierbij waren de criteria onder meer functionaliteit, de mogelijkheden voor doorontwikkeling, security-eisen alsook de kosten. Bij de aanbesteding heeft politie de Europese aanbestedingsregels in acht genomen. De Europese aanbestedingsprocedure stond open voor aanbieders gevestigd binnen de lidstaten van de EU en voor aanbieders vallende onder de Government Procurement Agreement (GPA).
Waarom heeft Nederland het Belgische voorbeeld niet gevolgd en is het contract met Elbit opgezegd? Bent u van mening dat een niet werkend systeem alleen maar schade aan kan richten?
Ik heb geen inzicht in en kan geen mededelingen doen over de contracten van andere landen.
Op dit moment maakt de politie gebruik van een tapsysteem dat sinds 2011 draait en inmiddels end-of-life is. Er zijn geregeld storingen van wisselende impact. Dit is een belangrijke reden voor vervanging van dit systeem. Hierover is uw Kamer meermalen geïnformeerd, al vanaf de aanbesteding. Wel functioneert het huidige systeem tot op heden voldoende.
Kunt u aangeven wat er in het contract met Elbit staat over de garanties voor het tapsysteem? Zijn er voorwaarden verbonden aan de invoering? Is het nog mogelijk om het contract te ontbinden?
Ontbinding van het contract is altijd mogelijk, maar er is op dit moment geen aanleiding voor. Een dergelijke stap zou de opsporing in Nederland bovendien voor grote problemen plaatsen, omdat het niet mogelijk is om op korte termijn een nieuw tapsysteem te verwerven en te installeren. Zoals te doen gebruikelijk bevat het contract bepalingen over garantie alsook over de aflevering door Elbit en acceptatie door politie.
Door wie worden de externe technici betaald die al drie jaar lang pogen om het tapsysteem te laten werken? Is in het contract met Elbit bedongen dat deze kosten voor rekening van de leverancier zijn?
Implementatie gebeurt onder regie van een team van de politie waarbij ook externe inhuur wordt ingezet. Deze kosten zijn voor de politie.
Waarom is, in verband met de gevoeligheid van informatie, in de aanbesteding niet de voorkeur gegeven aan het Nederlandse tapsysteem van Fox-IT?
Het systeem Replay van Fox-IT werd vanaf 2003 ontwikkeld en destijds ingezet om IP-data te analyseren op basis van de toenmalige standaard voor de aanlevering van telecomgegevens door aanbieders. Het toenmalige tapsysteem kon dat nog niet. Replay is enkele jaren geleden al operationeel uitgefaseerd omdat telecomaanbieders zijn overgegaan op een andere standaard en deze functionaliteit in het huidige systeem is opgenomen. Voorts is Replay weliswaar in Nederland ontwikkeld, maar inmiddels is de ontwikkeling op deze software gestopt en bovendien al enige tijd onderdeel van een Amerikaanse firma die zich vooral richt op cybersecurity.
Overigens geldt voor de politie dat bij iedere leverancier veiligheid bovenaan staat. Ter borging daarvan zijn in het contract met Elbit onder andere diverse eisen met betrekking tot logging en monitoring vastgelegd. Verder voeren beveiligingsexperts van de politie en externe experts periodiek beveiligingsonderzoeken waaronder testen op kwetsbaarheden uit en is er constante monitoring van ongewenst netwerkverkeer. Hiermee worden kwetsbaarheden en risico’s tijdig in kaart gebracht. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen Nederlandse of buitenlandse leveranciers.
Kunt u aangeven waarom heimelijk, zonder de Tweede Kamer daarover te informeren, gebruik is gemaakt van een niet aanbesteed, aanvullend systeem, dat wel werkt? Waarom is de Tweede Kamer niet geïnformeerd over het gebruik van dit systeem?
In de tijd dat Replay ontwikkeld werd, vanaf 2003, was het niet gebruikelijk dit soort systemen te melden. De politie volgt de reguliere verwervings- en aanbestedingsprocedures en die worden niet standaard gecommuniceerd aan de Tweede Kamer. Sinds 2019 is de politie aangesloten op het stelsel van het Adviescollege ICT-toetsing voor projecten met een ICT-component van meer dan 5 miljoen euro. Via deze toetsing wordt uw Kamer geïnformeerd. Alle andere bijzonderheden meldt de politie via reguliere rapportages. Op basis van de rapportages van politie kan mijn ministerie besluiten de Kamer te informeren, bijvoorbeeld bij hoog risico. Overigens wordt over het algemeen terughoudend omgegaan met het publiek maken van de gebruikte systemen met het oog op veiligheidsrisico’s.
Is het mogelijk om het tapsysteem van het Nederlandse Fox-IT uit te breiden en door te ontwikkelen tot volledig werkend tapsysteem zodat niet meer met twee systemen naast elkaar gewerkt hoeft te worden?
Nee, op dit moment is het Replay IP-tapsysteem niet meer operationeel. De functionaliteit voor de verwerking van IP-data is opgenomen in het huidige tapsysteem. Overigens is Replay weliswaar in Nederland ontwikkeld, maar inmiddels is de ontwikkeling op deze software gestopt en bovendien is al enige tijd onderdeel van een Amerikaanse firma die zich vooral richt op cybersecurity. Voorts wordt de standaard waar dit systeem op werkte door de telecomaanbieders niet meer gebruikt.
Kunt u aangeven waarom het Nederlandse tapsysteem Replay van Fox-IT inmiddels uit de lucht is gehaald?
Replay werd ingezet om IP-data te analyseren op basis van de toenmalige standaard voor de aanlevering van telecomgegevens door aanbieders. Omdat telecomaanbieders zijn overgegaan op een andere standaard en deze functionaliteit in het huidige systeem is opgenomen is Replay uitgefaseerd.
De ontwikkeling op deze software is gestopt en bovendien is Replay al enige tijd onderdeel van een Amerikaanse firma die zich vooral richt op cybersecurity.
Voor cold cases blijft Replay beschikbaar omdat de politie beschikt over een eeuwigdurende licentie.
Hoe gaat u ervoor zorgen dat we over drie maanden niet zonder tapsysteem zitten nu Cognyte aangeeft de stekker uit het sterk verouderde systeem, de enige back-up, te trekken?
De politie heeft mij laten weten dat het huidige tapsysteem end-of-life is, maar nog steeds voldoende functioneert. Met de huidige leverancier is een contract afgesloten voor 2023. De politie monitort haar systemen continu op stabiliteit en veiligheid en eventuele storingen of andere problemen worden direct opgepakt.
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk voor het commissiedebat Politie van 20 oktober, beantwoorden?
Ja.
De oproep “Nederland, stap uit het klimaatonvriendelijke Energiehandvest” en het onderhandelingsresultaat voor de modernisering van het Energy Charter Treaty |
|
Lammert van Raan (PvdD) |
|
Rob Jetten (minister zonder portefeuille economische zaken en klimaat) (D66) |
|
|
|
|
Heeft u de oproep «Nederland, stap uit het klimaatonvriendelijke Energiehandvest» van hoogleraar Europees recht, Christina Eckes gezien?1
Ja.
Waarom is de tekst van het onderhandelingsresultaat niet openbaar?
Voor de openbaarmaking van het onderhandelingsresultaat is de goedkeuring van alle 53 ECT-verdragspartijen nodig.
Kunt u de tekst van het onderhandelingsresultaat met de Kamer delen?
Zoals toegezegd tijdens het tweeminutendebat op 19 oktober jl., zal de tekst van het gemoderniseerde verdrag vertrouwelijk in te zien zijn voor leden van de Tweede Kamer. Zie ook antwoord op 2.
Zo niet, hoe moet de Kamer dan een oordeel vormen over het onderhandelingsresultaat?
Zie antwoord vraag 3.
Is het niet openbaar maken van de tekst in strijd met de transparantie-richtlijnen van de Europese Unie? Zo ja, wat gaan de Europese Commissie en de lidstaten eraan doen om te zorgen dat de tekst toch openbaar wordt, voordat deze wordt goedgekeurd?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u het met ons eens dat het niet openbaar maken van deze tekst voorafgaand aan de besluitvorming in de Europese Raad een goed maatschappelijk en democratisch debat in de weg staat?
Zie antwoord vraag 3.
Kunt u dan in elk geval de «gesloten lijst» van maatregelen die een schending vormen van de investeringsbescherming delen, waar u in uw Kamerbrief van 8 juli 2022 naar verwijst?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u het met de Europese Commissie eens dat het Energy Charter Treaty (ECT) na aanpassing aan het onderhandelingsresultaat niet langer in strijd zal zijn met het klimaatakkoord van Parijs en het doel om opwarming tot 1,5 graden te beperken? Kunt u beargumenteren waarom?
De uiteindelijke beoordeling van het kabinet is dat, hoewel de moderniseringsvoorstellen een verbetering zijn ten opzichte van de huidige ECT, het behaalde resultaat voor Nederland onvoldoende ambitieus is. Voor de volledige appreciatie van het gemoderniseerde ECT wordt verwezen naar Bijlage 1 van Kamerbrief (kenmerk WJZ/ 22518683). (Bijlage bij Kamerstuk 21 501–33, nr. 977.)
Het kabinet is van mening dat het behaalde resultaat onvoldoende recht doet aan de duurzaamheidsdoelstellingen en voor Nederland onvoldoende in lijn is met de Nederlandse en Europese doelen die voortvloeien uit het klimaatakkoord van Parijs. Zo creëert de gemoderniseerde tekst geen nieuwe duurzaamheidsverplichtingen terwijl dit wel de EU inzet was. Het gemoderniseerde ECT herbevestigt enkel bestaande duurzaamheidsverplichtingen, en blijft daarmee achter bij bepalingen in andere verdragen, zoals de Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada en de Europese Unie (CETA). Ook is het zo dat in dit sectorspecifieke verdrag, investeringen in de fossiele sector onder het gemoderniseerde ECT nog steeds worden beschermd. Er is een stap gezet in de goede richting door een flexibiliteitsmechanisme in te voeren, waardoor verdragspartijen er voor kunnen kiezen investeringen in fossiele energie uit te sluiten van investeringsbescherming onder het ECT op hun grondgebied. Vooralsnog hebben de EU, en onder de specifieke voorwaarden het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland, ervoor gekozen van dit mechanisme gebruik te maken. Daarnaast wijkt de geschillenbeslechting ten aanzien van de duurzaamheidsbepalingen af van recente akkoorden die door de EU zijn gesloten. en zijn onvoldoende ambitieus.
Bent u het met het Internationaal Energie Agentschap (IAE) eens dat investeringen in nieuwe projecten voor de winning van olie, gas en kolen in strijd zijn met het klimaatakkoord van Parijs en het doel om opwarming tot 1,5 graden te beperken?
Het Internationaal Energieagentschap (IEA) heeft in verschillende rapporten, inclusief ook de recente World Energy Outlook 20222, aangegeven dat emissieneutraliteit in 2050 (wat in lijn is met het beperken van opwarming van de aarde tot 1,5 graden) in combinatie met energiezekerheid kan worden bereikt zonder (investeringen in) exploratie van nieuwe fossiele energievoorraden. Dit is een feitelijke vaststelling door het IEA op basis van scenario-analyses.
Hoe is het uit te leggen dat een verdrag in lijn is met het klimaatakkoord als dat verdrag nog minstens 10 jaar (plus de tijd die nodig is voor ratificatie, wat in de regel vele jaren duurt) alle fossiele investeringen beschermt tegen allerlei vormen van overheidsingrijpen?
Zoals aangegeven in antwoord 8, is het Kabinet van mening dat het gemoderniseerde ECT niet voldoende in lijn is met de inzet op klimaat- en duurzaamheidsafspraken in investeringsakkoorden. Investeringsbescherming onder de transitieperiode of sunset clausule, die van toepassing is op partijen die uittreden, weerhoudt overheden er niet van in te grijpen ter behoeve van de energietransitie. De verdragspartijen bij het ECT behouden het recht om te reguleren, om beleid te maken en uit te voeren. Overigens geldt de investeringsbescherming ook voor bestaande duurzame energieprojecten.
Bent u het eens met het onderdeel van het onderhandelingsresultaat om de bescherming van investeringen via het ECT uit te breiden naar onder andere biomassa, carbon capture and storage (CCS) en waterstof?
Onder het ECT zijn «investeringen» die binnen de definitie van «een economische activiteit in de energiesector» vallen, beschermd. Carbon utilisation and storage (CUCS) is in het gemoderniseerde ECT toegevoegd aan de definitie van economische activiteit. Het gemoderniseerde ECT sluit bepaalde houtige vormen van biomassa voor alle verdragspartijen uit van bescherming. Daarnaast heeft de EU in het gemoderniseerde ECT een uitzondering gemaakt ten aanzien van CUCS en bepaalde vormen van waterstof.
Dit betekent dat na 15 augustus 2023 nieuwe investeringen in deze economische activiteiten niet langer beschermd worden op het grondgebied van de EU onder het gemoderniseerde ECT. Het gemoderniseerde ECT verduidelijkt daarnaast het recht van overheden om te reguleren in het publiek belang. Het recht dat overheden hebben om maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn in het kader van energie transitie en om klimaatverandering tegen te gaan, wordt nu geëxpliciteerd in het ECT.
Het is overigens niet de inzet om toekomstige rechtszaken volledig te voorkomen. Ook in het Nederlands en Europees recht zijn basisregels voor fatsoenlijk overheidshandelen stevig verankerd. Discriminatoire, willekeurige en oneerlijke behandeling zijn ook onder Nederlands en Europees recht verboden, net als het feit dat ook in die rechtsordes onteigening niet zomaar is toegestaan maar aan voorwaarden is onderworpen.
Hoe is het te verantwoorden dat we daarmee nieuwe risico’s gaan lopen op miljardenclaims van investeerders als uit oogpunt van algemeen belang bepaalde investeringen in zulke energieprojecten onwenselijk zullen blijken?
Zie antwoord vraag 11.
Erkent u dat Spanje heeft opgeroepen om in EU-verband uit het Energy Charter Treaty te stappen, ook al heeft Spanje in uw ogen nog geen officiële positie ingenomen over het onderhandelingsresultaat?
Ja. Spanje heeft reeds officieel aangekondigd om uit het ECT te zullen stappen. De positie van Spanje over de modernisering van het ECT is op het moment van schrijven nog niet duidelijk.
Heeft u de motie van Teunissen, Leijten, Kröger (Kamerstuk 21501–33, nr. 940) geïnterpreteerd als een verzoek om net als Spanje te bepleiten om in EU-verband uit het ECT te stappen?
Tijdens de Energieraad op 27 juni jl. heeft Spanje aangegeven ontevreden te zijn met het onderhandelingsresultaat en heeft Spanje de Europese Commissie en de Juridische Dienst van de Raad opgeroepen om de optie te onderzoeken van een gecoördineerde terugtrekking van de EU uit het ECT. Hierop voortbouwend heeft Nederland de Europese Commissie ged om in deze analyse ook de mee te nemen in hoeverre het onderhandelingsresultaat overeenkomt met het EU-onderhandelingsmandaat. Nederland heeft toen aangekondigd om opzegging van het ECT te willen onderzoeken en heeft Nederland met de Europese like minded collega’s naar het EU-krachtenveld gekeken.
Het kabinet is voornemens het ECT op te zeggen. Daarnaast zal Nederland binnen EU verband – in lijn met de aangenomen motie van het Kamerlid Teunissen van 22 juni jl.3 – zich inzetten voor een gecoördineerde opzegging van het ECT door de EU. Met het besluit om uit het ECT te treden is Nederland in het gezelschap van enkele andere EU-lidstaten, zoals Polen, Frankrijk en Spanje. Italië trad al eerder uit. Ook enkele andere EU-lidstaten staan kritisch tegenover het uiteindelijke moderniseringsvoorstel en zijn nog bezig met de interne besluitvorming over eventuele opzegging. Ik verwijs u verder ook naar de bijgevoegde Kamerbrief (kenmerk WJZ/ 22518683) over het Energy Charter Treaty. (Kamerstuk 21 501–33, nr. 977.)
Heeft u in de Energieraad of anderszins bij EU-collega’s bepleit om gezamenlijk uit het ECT te stappen?
Zie antwoord vraag 14.
Zo nee, waarom stelt u dan dat u in lijn met de motie handelt? Zo ja, wat waren de reacties van uw collega-Ministers?
Zie antwoord vraag 14.
Bent u van plan alsnog gevolg te geven aan de motie door te bepleiten dat de EU en alle EU-lidstaten uit het ECT stappen?
Zie antwoord vraag 14.
Erkent u dat het uitbreiden van investeringsbescherming onder het gemoderniseerde Energiehandvest naar wat nu door de Europese Commissie en het kabinet als hernieuwbare energie wordt gezien, zoals biomassa, de energietransitie kan belemmeren omdat keuzes op een later moment zo niet meer terug te draaien vallen en innovatief energiebeleid zo belemmerd wordt? Zo ja, kunt u dan bevestigen dat u, wanneer u doorgaat met het ondersteunen van de modernisering van het ECT, willens en wetens onze energietransitie in gevaar brengt? Zo nee, kunt dan uitleggen waarom u de kennis van een expert (hoogleraar Christina Eckes) in twijfel trekt?
Zie de appreciatie in de bijgesloten Kamerbrief (kenmerk WJZ/ 22518683) en het antwoord op vragen 8 en 10, 11, 12. (Bijlage bij Kamerstuk 21 501–33, nr. 977.)
Zoals aangegeven maakt de EU uitzonderingen voor CUCS, houtige vormen van biomassa en bepaalde vormen van waterstof. Investeringen in deze vormen van energie worden onder het gemoderniseerde ECT niet langer beschermd na 15 augustus 2023, zoals de Kamerbrief (kenmerk WJZ/ 22518683) beschrijft. (Kamerstuk 21 501–33, nr. 977.)
Nederland treedt uit het ECT en is na de uittreding niet als verdragspartij gebonden aan het gemoderniseerde verdrag. Zoals beschreven in de Kamerbrief is een deel van het gemoderniseerde ECT – na inwerkingtreding of ratificatie daarvan – wel van toepassing op Nederland via de band van de Europese Unie. Het kabinet deelt niet de mening dat de modernisering van het ECT de energietransitie in gevaar zou brengen. Investeringsbescherming, onder het gemoderniseerde of oude ECT, heeft geen invloed op het Nederlandse en EU-energiebeleid. Daarnaast, zoals eerder aangegeven, bevat het gemoderniseerde ECT verbeteringen ten opzichte van het huidige ECT.
Wat verandert de oproep van hoogleraar Christina Eckes om uit het ECT te stappen omdat het ook na modernisering klimaatonvriendelijk is aan uw standpunt?
Zie antwoord vraag 18.
Bent u het met ons eens dat het toelaten van nieuwe leden (zoals Afrikaanse landen) tot het ECT zeer onwenselijk is, aangezien dan nog meer fossiele investeringen beschermd zouden worden en de energietransitie in die landen nog moeilijker en duurder kan maken?
Na opzegging heeft Nederland geen invloed meer op het toetreden van nieuwe partijen bij het ECT. Landen besluiten zelf over het partij worden bij een verdrag, het is niet aan Nederland om zich daar in te mengen. Staten die toetreden tot het gemoderniseerde ECT kunnen er overigens voor kiezen geen investeringsbescherming te bieden onder het ECT aan investeringen in fossiele brandstoffen op hun grondgebied. Het kabinet is wel van mening dat het beter zou zijn als nieuwe partijen zich bij het gemoderniseerde verdrag zouden aansluiten in plaats van bij het huidige ECT.
Hoe gaat u er voor zorgen dat andere handels- en investeringsverdragen waar Nederland partij in is, waaronder de meer dan 70 bilaterale investeringsverdragen, de bescherming van fossiel op korte termijn gaan beëindigen?
Nederland zet in op een actief handels- en investeringsbeleid. Onderdeel daarvan is het afsluiten van nieuwe handels- en investeringsverdragen door de EU. Daarnaast heeft Nederland een eigen netwerk van bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomsten (IBOs). Zoals aangegeven in de Beleidsnotitie Doen waar Nederland goed in is4 zet het kabinet in op het moderniseren en waar mogelijk uitbreiden van dit netwerk van IBOs op basis van de Nederlandse IBO model tekst. Net als bij EU handels- en investeringsverdragen ligt ook bij modernisering van de Nederlandse investeringsbeschermingsverdragen de nadruk op de aspecten duurzaamheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid bij het maken en bevorderen van investeringen. Het besluit om het ECT op te zeggen staat los van de inzet op andere handels- en investeringsverdragen, die – in tegenstelling tot het ECT – naar hun aard sectorneutraal zijn.
Wat zou het ergste zijn wat er kan gebeuren als de Europese Unie uit het ECT stapt en de sunset clause van 20 jaar negeert? Zou dat erger zijn dan de schade aan het klimaat die het gevolg zou zijn van het nog langer beschermen van fossiele investeringen, juist in de komende beslissende jaren?
Nederland houdt zich aan zijn verplichtingen onder internationaal recht. Het is onjuist om te stellen dat het ECT en de sunset clause het onmogelijk maken om effectief klimaatbeleid te voeren. De verdragspartijen bij het ECT behouden het recht om te reguleren, om beleid te maken en uit te voeren. Dat principe geldt ook onder de sunset clausule. Indien overheden zich bij beleidsvoering houden aan de beginselen van behoorlijk bestuur zou een overheid een claim niet hoeven te vrezen. Daar waar een overheid niet zorgvuldig handelt is het niet bezwaarlijk dat investeerders zich kunnen beroepen op bescherming.
Bent u bereid het ECT verdrag te toetsen aan andere verdragen zoals het Verdrag van Parijs, UN Handvest van de rechten van de mens en andere verdragen die in het leven zijn geroepen of mens, dier en natuur beschermen?
Het Kabinet heeft besloten het ECT op te zeggen omdat de modernisering het verdrag niet voldoende in lijn brengt met de Nederlandse inzet op klimaat en duurzaamheidsafspraken. Nu het voornemen tot opzegging is genomen is het volgens het kabinet niet nodig het ECT te toetsen aan andere verdragen.
Het bericht dat één op de vijf Rotterdamse jongeren een wapen heeft of wel eens draagt |
|
Anne Kuik (CDA) |
|
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (minister justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat één op de vijf Rotterdamse jongeren een wapen heeft of wel eens draagt?1
Ja.
Bent u het eens met de stelling dat het on-Nederlands is dat het bezit van wapens en het praten over wapenbezit steeds meer normaliseert onder jongeren? Hoe kan volgens u deze trend van normalisatie worden doorbroken?
Wapenbezit en -gebruik zijn inderdaad niet normaal, dat zijn wij volledig met u eens. Juist daarom zijn we in 2020 gestart met het actieplan Wapens en Jongeren, waarin preventieve, proactieve en repressieve maatregelen opgenomen zijn om de trend te doorbereken. Dat voeren wij uit samen met de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs en in samenwerking met gemeenten, politie en andere mensen en (lokale) organisaties die om jongeren staan.
Er wordt vol ingezet op het beperken van wapenbezit. Zo verkopen veel winkels uit de retailbranche na gesprekken met het Ministerie van Justitie en Veiligheid en gemeenten al vrijwillig geen messen meer aan minderjarigen en wordt gewerkt aan een verbod op de verkoop hiervan aan minderjarigen en het dragen van messen in het openbaar. Vorig jaar is een landelijke wapeninleveractie gehouden, waarbij 3300 wapens zijn ingeleverd. Hiermee laten we duidelijk zien dat het niet normaal is om een mes te hebben of te dragen.
Daarnaast zetten we in op bewustwording onder jongeren van de risico’s van wapenbezit. Lokaal zijn al diverse campagnes gestart, vaak financieel ondersteund door mijn ministerie, die zich richten op jongeren. Verder kunt u denken aan een les van Halt of het Openbaar Ministerie voor de klas. Ook worden jongeren betrokken in de ontwikkeling van campagnes en is er contact met partijen als de Moeder is de sleutel die aandacht vragen voor de impact van de directe omgeving op de jongeren. Er zijn diverse producten ontwikkeld die organisaties helpen in hun aanpak. Deze zijn verzameld in een online toolbox van het Centrum voor Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid. De bedoeling van deze producten is om de jongeren en hun omgeving te bereiken en de normalisering tegen te gaan.
Heeft u zicht op de vraag of deze hoge cijfers van jongeren met een wapen op meerdere plekken in Nederland een trend zijn? Zo ja, hoe zien deze cijfers eruit?
De politie heeft een methodiek ontwikkeld om in Basisvoorziening Handhaving (BVH) te zoeken naar registraties gerelateerd aan steekwapenbezit en -gebruik door jongeren. Daarbij zal altijd wel rekening gehouden moeten worden met een foutmarge: bepaalde registraties zullen worden geselecteerd, terwijl het niet om steekwapenbezit of -gebruik gaat. Met dit voorbehoud kan het volgende worden gemeld.
Cijfers over het eerste half jaar 2022 laten zien dat het aantal minderjarigen of jongvolwassenen dat wordt aangehouden als verdachte van een steekincident binnen de categorie zwaar/fataal geweld, lijkt te stabiliseren. In de eerste zes maanden van dit jaar gaat het om 320 verdachten. Dat is nagenoeg gelijk aan dezelfde periode in voorgaande jaren.
In de leeftijdscategorie 12 tot en met 17 jaar is een zeer lichte daling te zien als het gaat om aangehouden verdachten van steekincidenten binnen de categorie zwaar/fataal geweld. In de eerste helft van dit jaar gaat het om 150 verdachten, tegenover 160 in dezelfde periode in 2021 en 170 in de eerste zes maanden van 2020.
In de categorie 18 tot en met 22 jaar bleef het aantal verdachten binnen de categorie zwaar/fataal geweld gelijk ten opzichte van een jaar eerder: 170. In de eerste helft van 2020 waren er nog 165 verdachten.
Wat vindt u van de uitkomst van het onderzoek van de Erasmus Universiteit, waaruit blijkt dat jongeren zich bewapenen omdat ze zich onveilig voelen of omdat ze worden bedreigd?
Het is zorgelijk dat jongeren zich onveilig of bedreigd voelen of bedreigd worden (zie ook het antwoord op vraag2. Ook is het zorgelijk dat zij dat gevoel willen wegnemen door het dragen van een wapen. Daar wordt de situatie immers alleen maar onveiliger van. Anders dan menig jongere denkt, leidt het dragen van een wapen juist tot een grotere kans dat er wapen gerelateerd geweld plaatsvindt. De drager van een wapen voelt zich zelfverzekerder en is met een wapen op zak minder geneigd een conflict te sussen of uit de weg te gaan.
Wat is er naar uw mening nodig om ervoor te zorgen dat het gevoel van onveiligheid in wijken afneemt? Aan welke concrete maatregelen moeten we denken?
Er zijn verschillende factoren die van invloed zijn op onveiligheidsgevoelens van wijkbewoners. Te denken valt aan persoonlijke factoren, maar ook de criminele, sociale en fysieke omgeving en ten slotte de aanwezigheid van organisaties en professionals die verantwoordelijkheid hebben voor veiligheid in de wijk, spelen hierbij een belangrijke rol.
Op wijkniveau investeren wij in een brede preventieve aanpak van (georganiseerde en ondermijnende) jeugdcriminaliteit. Hierover is uw Kamer op 1 juli jl. geïnformeerd.3 Eerder dit jaar is aan 15 gemeenten gevraagd om in hun meest kwetsbare gebieden een domeinoverstijgende en gebiedsgerichte aanpak neer te zetten. Die bestaat uit het bieden van kansen aan jongeren die kwetsbaar zijn om in de criminaliteit te geraken, maatregelen in de sociale, fysieke en online leefomgeving van de jongeren en het versterken van de gemeente en justitiële partners in de wijk. De aanpak moet voorkomen dat kinderen, jongeren en jongvolwassenen in aanraking komen met criminaliteit of daarin verder doorgroeien. Vanuit de beschikbare middelen vanuit het Coalitieakkoord wordt het aantal gemeenten in de komende jaren nog verder uitgebreid. Uw Kamer zal jaarlijks worden geïnformeerd over de voortgang van deze brede preventieaanpak met een voortgangsbrief voor de zomer.
Herinnert u zich het Actieplan Wapens en Jongeren dat uw voorganger heeft gelanceerd (Kamerstuk 28 684, nr. 637)? Kunt u een update geven over de voortgang van dit actieplan? Welke acties kunt u extra ondernemen om de effectiviteit van dit actieplan te vergroten?
Het actieplan Wapens en Jongeren is ons bekend. De looptijd van het actieplan is nog niet voorbij en we zien aan de incidenten dat het onderwerp helaas nog steeds actueel is. Zie voor de voortgang en tot nog toe uitgevoerde acties het antwoord op vraag 2. De aanpak van deze problematiek is er een van een lange adem. Begin 2023 wordt er een besluit genomen over de voortzetting van de aanpak. Dan is de looptijd van het huidige actieplan voorbij. Op dit moment wordt een evaluatie uitgevoerd van het actieplan Wapens en Jongeren, waarvan we begin 2023 het rapport verwachten. Dan heeft ook de politie de jaarcijfers over 2022 beschikbaar. Al deze informatie moet ons helpen bij het nemen van het besluit over de borging en het vervolg van de aanpak. Uw Kamer zal na dit besluit worden geïnformeerd over de uitvoering van het actieplan en het vervolg van de aanpak.
Wat kunt u doen om ervoor te zorgen dat, ondanks met de vernieuwde wetgeving waarin de verkoop van messen aan minderjarigen is verboden, ouders geen messen aan hun kinderen cadeau kunnen doen?
Het wetsvoorstel waarmee verkoop van messen aan minderjarigen verboden wordt, draagt ook bij aan een normstelling. Het is immers niet normaal dat jongeren in het bezit zijn van een mes en dat wordt met dat voorstel onderstreept.
De komende tijd blijven wij ons samen met de partners inzetten om dit probleem – dat zich breder voordoet dan in Rotterdam – tegen te gaan.
De tbs-capaciteit |
|
Songül Mutluer (PvdA) |
|
Franc Weerwind (minister zonder portefeuille justitie en veiligheid) (D66) |
|
|
|
|
Kent u het artikel «Rechters leggen vaker tbs op sinds moord Anne Faber, ook als verdachten niet meewerken aan onderzoek»?1
Ja, ik heb hiervan kennis genomen.
Is het waar dat het dat aantal tbs-opleggingen in 5 jaar met bijna 60% is toegenomen? Heeft het aantal behandelplekken en personeelssterkte daar gelijke tred mee gehouden? Kunt u dit cijfermatig onderbouwen?
Ja, er is sprake van een toename van 58% in 2021 ten opzichte van 2017 wat betreft het aantal zaken waarin TBS is opgenomen, blijkens onderstaande gegevens van de Raad voor de Rechtspraak in tabel 1.
Totaal
208
253
258
274
328
Voor een goed vergelijk neem ik hieronder de data van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) op, omdat DJI de onherroepelijk geworden opleggingen registreert en de Raad voor de Rechtspraak de oplegging in eerste aanleg. De bij DJI ingeschreven tbs-opleggingen in de afgelopen jaren zijn:
Totaal
201
231
231
268
343
In deze jaren is de gemiddelde capaciteit met ruim 100 plekken gegroeid van 1.396 in 2017 tot 1.490 in 2021. Daar waar de capaciteit is uitgebreid, is ook voldoende personeel beschikbaar om een afdeling te openen. Zonder personeel vindt geen uitbreiding plaats.
Gemiddeld
1.396
1.395
1.329
1.403
1.490
Hoe hoog is de jaarlijkse in- en uitstroom van de tbs-klinieken op dit moment?
Instroom definieer ik hier als het aantal eerste opnames in tbs.
Totaal
117
138
145
159
148
Het aantal tbs-gestelden dat instroomt in de tbs-kliniek, is afhankelijk van het aantal plekken dat vrij komt en daarmee ook van doorstroom naar een lager beveiligde setting en van uitstroom.
Uitstroom definieer ik hier als het aantal tbs-gestelden van wie de tbs met dwangverpleging onherroepelijk is beëindigd in een bepaald jaar. In 2017 is van 210 tbs-gestelden de dwangverpleging onherroepelijk beëindigd en in 2021 124. Deze daling past in de lijn dat ook het aantal keer dat de rechter de tbs met dwangverpleging – mogelijk in vervolg op proefverlof – voorwaardelijk beëindigt in die jaren is gedaald van 140 keer in 2017 en 56 keer in 2021.
Totaal
210
157
155
115
124
Totaal
140
120
75
55
56
Herinnert u zich het rapport van de Inspectie Veiligheid en Justitie «Geen kant meer op kunnen' van twee jaar geleden met als een van de conclusies dat er een gebrek aan personeel is, een hogere tbs-instroom terwijl het aantal behandelplekken niet meegroeide (Kamerstuk 29 452, nr. 239)? Zo ja, wat is er intussen concreet gedaan om deze situatie te verbeteren?
Ja, dit rapport herinner ik mij. Zoals aangegeven in vraag 2 is het aantal behandelplekken de afgelopen jaren gegroeid. Het aantal tbs-gestelden is echter harder gegroeid, gegeven de hogere instroom en de lagere uitstroom. Daarom wachten mensen in een gevangenis op een plek in een tbs-kliniek. Vooral de doorstroom naar vervolgvoorzieningen zorgt voor een verminderde doorstroom in en vanuit de tbs-klinieken.
Om deze groei het hoofd te bieden heb ik de noodzakelijke budgettaire maatregelen genomen. Het budget van de Dienst Justitiële Inrichtingen is in 2021 met 95 miljoen euro en in 2022 met 25 miljoen euro verhoogd om genoeg plekken te kunnen realiseren. Ook is het aantal plekken voor Forensisch Beschermd Wonen fors toegenomen van 1.147 in 2015 tot 2.193 in 2021.
Tevens zijn een aantal ontwikkelingen gestart die bijdragen aan meer grip op de capaciteit op de langere termijn. Zo heeft DJI een nieuwe inkoopstrategie ontwikkeld, waardoor er naar verwachting betere afspraken vastgelegd gaan worden in de contracten. En omdat de nieuwe contracten, die per 1 januari 2024 ingaan, meerjarig gaan gelden bieden we meer zekerheid aan zorgaanbieders. Omdat investeringen lange tijd vergen is die zekerheid belangrijk om te bieden.
Daarnaast wordt gewerkt aan doorontwikkeling van het Informatiesysteem Forensische Zorg (Ifzo) om dit systeem door te ontwikkelen naar een patiëntvolgsysteem. Daarmee krijgen we op termijn meer inzicht in hoe patiënten zich bewegen door de keten en daarmee of sprake is van passende en tijdige zorg. Tenslotte heb ik in de Voortgangsbrief Forensische Zorg van 9 juni jl. aangegeven dat ook een aantal verstrekkende en onconventionele maatregelen zijn verkend, waaronder het plaatsen van tijdelijke bouw voor patiënten. Vooralsnog is het niet mogelijk gebleken om dergelijke maatregelen toe te passen.
Zitten er tbs’ers in de gevangenis omdat er geen plekken beschikbaar zijn in een tbs-kliniek? Zo ja, hoeveel zijn dat er en deelt u de mening dat dit ongewenst is? En wat gaat u hieraan doen?
Op peildatum 5 september 2022 wachten er 118 personen in het gevangeniswezen op een plek in een TBS-kliniek, waarvan 73 in een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC). Zoals ik in mijn brief van 27 september jl. heb aangegeven streef ik er altijd naar om alle terbeschikkinggestelden te plaatsen, maar dat lukt niet altijd.3 Over deze schaarste, en over de inspanningen om deze tegen te gaan, heb ik uw Kamer onder andere in de Voortgangsbrief Forensische zorg van 9 juni jl. geïnformeerd.4
Welke plannen bestaan er om het aantal behandelplekken bij tbs-klinieken te vergroten? Tot hoeveel extra plekken moet dit gaan leiden?
De afgelopen jaren is de capaciteit gegroeid, maar nog niet voldoende. Daarom is DJI voortdurend in contact met de tbs-klinieken om gezamenlijk te zorgen voor verdere uitbreiding van capaciteit de komende jaren, passend bij de behoefte voor de verschillende doelgroepen. De prognose is dat, dankzij aanvullende inspanningen van aanbieders, de capaciteit naar verwachting in 2026 afdoende is om in thans geprognosticeerde capaciteitsbehoefte te voorzien.
Deze realisaties zijn afhankelijk van meerdere factoren, zoals medewerking van het lokaal bestuur, maar ook het vinden van geschikt personeel op de krappe arbeidsmarkt en de beschikbaarheid en kosten van bouwmaterialen.
Wat is er gedaan om het personeelstekort op te lossen? Heeft dit het gewenste resultaat opgeleverd? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo nee, wat gaat u doen om alsnog het benodigd aantal personeelsleden te werven en is daar voldoende budget voor?
Vanuit de Taskforce Forensische zorg 2018 – 2021 is de arbeidsmarktcampagne «Werken in de forensische zorg» gestart. Via de website www.werkeninforensischezorg.nl, verschillende radiocommercials en een magazine over werken in de forensische zorg is het werk in deze belangrijke sector onder de aandacht gebracht. Daarnaast is er een toolkit beschikbaar voor instellingen voor forensische zorg om hen te helpen bij het werven van nieuw personeel. De intensivering van de arbeidsmarktaanpak is inmiddels afgerond, maar gebruik van de toolkit gaat volop door. Net als in de reguliere zorg heeft de forensische zorg te maken met personele krapte. Dit blijft de komende jaren een aandachtspunt.
Daarnaast wordt vanuit DJI en verschillende forensische zorginstellingen gewerkt aan de zichtbaarheid op de arbeidsmarkt in de vorm van wervingscampagnes voor de organisatie in zijn geheel en specifieke functies in het bijzonder. Er is een «werkenbij-site» gelanceerd, om mogelijk geïnteresseerden naartoe te geleiden, gecombineerd met interviews en filmpjes van huidige en nieuwe medewerkers die vertellen over wat hen boeit aan het werk. Er worden bijeenkomsten georganiseerd in klinieken voor geïnteresseerden en men is vertegenwoordigd op diverse beurzen voor (forensische) zorg.
Voor de rijksinstellingen zijn er aan het begin van 2022 aanvullende middelen beschikbaar gesteld in de aanpak van ziekteverzuim, inhuur en het voorfinancieren van nieuw personeel.
Hoewel er wel degelijk resultaten behaald worden met deze inzet, moet ik helaas concluderen dat er ook sprake is van een gespannen arbeidsmarkt. Ik blijf in gesprek met de forensische zorg-sector om te bezien hoe we met het arbeidsmarktvraagstuk kunnen omgaan.
Wat betekent de aanhoudende hoge werkdruk en onveilige werkomgeving voor het functioneren en welzijn van het personeel bij tbs-klinieken? Is er recent een medewerkertevredenheidsonderzoek geweest? Zo ja, wat was de uitkomst van dat onderzoek? Zo nee, kunt u dan zorg dragen dat dit alsnog gebeurt?
Werken in de forensische zorg is mooi maar ook ingewikkeld werk. Ik heb veel respect voor de medewerkers die bijdragen aan de veiligheid van de samenleving in een sector die altijd onder een vergrootglas ligt. In de klinieken is het essentieel dat er sprake is van een veilig leef- en werkklimaat voor zowel de tbs-gestelden als de medewerkers. Een hoge werkdruk is nooit goed, ook niet in tbs-klinieken.
Ten aanzien van medewerkerstevredenheidsonderzoeken binnen de tbs-klinieken is het meest recente onderzoek van de Rijksklinieken eind 2021 uitgevoerd.
Dit onderzoek laat onder meer zien dat men trots is op de inhoud van het vak en hen inspireert en werkplezier geeft.
Daarnaast ervaart men de samenwerking met collega’s als positief, durft men directe collega’s feedback te geven en kan men zichzelf zijn. Ten slotte is men ook positief over het (eigen) vakmanschap en het zichzelf continu bekwamen in het werk. Tegelijkertijd zijn er ook uitdagingen rondom werkdruk en de daarbij behorende herstelbehoefte en vermoeidheid. Dit maakt echter niet dat men het idee heeft overwerk niet te kunnen weigeren of geen vakantie op te kunnen nemen. Dit brede beeld (trots op werk, samenwerking collega’s en ervaren werkdruk) is herkenbaar bij de particuliere tbs-klinieken.
De Rijksklinieken hebben diverse acties ondernomen om opvolging te geven aan dit onderzoek. Op afdelingsniveau zijn uitkomsten meegenomen in een plan van aanpak dan wel in het afdelingsjaarplan: dit komt terug in periodieke gesprekken met directie en komt terug in de aanpak grip op verzuim.
De onderwerpen worden nadrukkelijk meegenomen in de structurele teamontwikkeling en intervisies, waar externe intervisoren en trainers betrokken zijn. Specifiek voor leidinggevenden wordt gezamenlijke intervisie georganiseerd, die zit op het goed vormgeven van duaal het leiderschap, hoe zorg je dat ieder zijn eigen rol en verantwoordelijkheid goed invult. En er is bijvoorbeeld op locatie een klankbordgroep in het leven geroepen die voor medewerkers vinger aan de pols houdt. Periodiek worden er ook interviews gehouden.
Medewerkerstevredenheid is ook een aspect van kwaliteit. Daarom is in het Kwaliteitskader Forensische Zorg ook opgenomen dat de resultaten van medewerkerstevredenheidsonderzoeken in de instelling met de professionals wordt besproken en bijvoorbeeld gebruikt in het kwaliteitsverslag. Het kwaliteitsverslag zal tevens aan de orde komen in de kwaliteitsgesprekken die in de toekomst met de instellingen gevoerd gaan worden.
Wat betekenen de structurele problemen ten aanzien van werkdruk en veiligheid bij tbs-klinieken voor de behandeling van tbs-patiënten? Belemmert dit de resocialisatie van tbs-patiënten? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waar blijkt dat uit en kunt u garanderen dat die behandelingen en resocialisatie er niet onder zal gaan lijden?
Voorop staat dat tbs-klinieken een volwaardige behandeling bieden aan de patiënten. Waar die behandeling aan moet voldoen, is vastgelegd in het Kwaliteitskader forensische zorg en andere kwaliteitsstandaarden. Krapte in de personele bezetting en een hoge werkdruk kunnen een risico vormen om aan de geldende normen ten aanzien van een goede behandeling te voldoen. Dit is wel een continu punt van aandacht in de klinieken. Ook in de contractmanagementgesprekken tussen DJI en zorgaanbieders is dit onderwerp van gesprek. Ook evalueer ik de implementatie van het Kwaliteitskader tussentijds, juist ook om zulke signalen op te kunnen pakken.
Het bericht dat het leegstaande Leeuwarder belastingkantoor alleen kan worden ontwikkeld met steun van het Rijk |
|
Jaco Geurts (CDA), Harry van der Molen (CDA) |
|
Hugo de Jonge (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat er nog altijd geen plan ligt voor het voormalige kantoor van de Belastingdienst in Leeuwarden?1, 2
Ja.
Klopt het dat het gebouw in bezit en beheer is van het Rijksvastgoedbedrijf?
Ja.
Deelt u de mening dat het met de huidige woningnood en de huisvestingproblematiek van statushouders van groot belang is dat er snel een nieuwe bestemming wordt gegeven aan het kantoorpand?
Ja.
Welke obstakels staan een herbestemming in de weg?
De herbestemming van het pand is een uitdaging door de bouwkundige toestand en de slechte staat van de installaties. Daarnaast heeft het pand de status van gemeentelijk monument. De bouwaard van het pand vormt een uitdaging bij een verduurzaming. Deze zaken tezamen zijn van grote invloed op de financiële haalbaarheid van mogelijke transformatieplannen, zo ook bij de transformatie naar een woonfunctie.
Kunt u het Rijksvastgoedbedrijf verzoeken zo snel mogelijk met een concreet plan te komen, zodat het voormalige belastingkantoor een nieuwe functie krijgt?
De gemeente Leeuwarden en het Rijksvastgoedbedrijf zijn in gesprek om te zorgen dat het pand snel een nieuwe functie krijgt. Inzet is in het eerste kwartaal van 2023, op basis van een gezamenlijk haalbaarheidsonderzoek een aanpak voor de herbestemming gereed te hebben.
Voor de omgeving waarin het pand is gelegen, heeft de gemeente thans een functiemix van bedrijvigheid en wonen voor ogen. Binnen deze functiemix is de gezamenlijke inzet van partijen om het voormalige belastingkantoor op een zo kort mogelijke termijn een woonfunctie te geven, mede ingegeven door de ontwikkelingen op de woningmarkt.
Voor herbestemming spelen niet alleen de onder vraag 4 benoemde technische belemmeringen een rol. Het Rijksvastgoedbedrijf is voor de herbestemming deels afhankelijk van de gemeente Leeuwarden als bevoegd gezag.
De gesprekken tussen het Rijksvastgoedbedrijf en de gemeente over de (her)bestemming zijn al langere tijd gaande waarbij meerdere scenario’s zijn besproken (waaronder voortzetting van de kantoorfunctie). Ook zijn de onder vraag 4 benoemde belemmeringen en relatief ontspannen vastgoedmarkt onderwerp van gesprek geweest.
Hoeveel leegstaande gebouwen heeft het Rijksvastgoedbedrijf landelijk in bezit die nog geen nieuwe bestemming hebben?
Op dit momenteel zijn er 23 panden in materieel beheer bij het Rijksvastgoedbedrijf waar het Rijksvastgoedbedrijf ook optreedt als eigenaar. Het gaat om zowel vastgoed in de zogenaamde verkoopportefeuille als vastgoed dat leeg staat in afwachting van renovatie of aanpassing.
Dit is een momentopname door veranderingen in de huisvestingsbehoefte van het Rijk enerzijds en de verschillende stadia waarin afspraken over het pand of het verkoop(voorbereidings)proces zich bevinden inclusief de vraag of er al sprake is van een nieuwe bestemming. Daarnaast spelen vormen van tijdelijk gebruik en maatschappelijke inzet een rol, zoals bij vraag 7 is toegelicht.
Ook zal in veel gevallen de bestemming na verkoop ongewijzigd blijven.
Kan het Rijksvastgoedbedrijf versneld aan de slag gaan met het herbestemmen van leegstaande panden?
In de afgelopen maanden heb ik het Rijksvastgoedbedrijf de opdracht gegeven de maatschappelijke inzet van het vastgoed te versnellen.
Zo stelt het Rijkvastgoedbedrijf haar vastgoed beschikbaar voor de opvang van asielzoekers (via het COA), evacuees (Oekraïners, via de Veiligheidsregio’s) en statushouders. Voor in ieder geval 15 panden geldt dat zij hiervoor zijn ingezet of dat het onderzoek naar de inzetbaarheid voor deze doelen nog loopt. Voor deze 15 panden is een herbestemming op korte termijn niet aan de orde.
In het verlengde van de opvangfunctie werkt het Rijksvastgoedbedrijf daarnaast aan de versnelling van de (tijdelijke) herbestemming van panden die in potentie geschikt zijn voor de huisvesting van doelgroepen (waaronder statushouders). Deze versnellingsaanpak is opgenomen in de brief «besluitvorming opvang asielcrisis» die uw kamer op 26 augustus heeft ontvangen.
Overigens is het staande beleid van het Rijksvastgoedbedrijf om leegstaande panden met een passende en maatschappelijk gewenste (voortgezette of nieuwe) bestemming te verkopen om zo nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. Hierbij wordt gestreefd naar een goede afstemming met de betreffende gemeente. De feitelijke herbestemming ligt echter veelal bij initiatiefnemers (bijvoorbeeld kopers van het Rijksvastgoedbedrijf) en gemeenten.
Vergelijkbaar met het belastingkantoor in Leeuwarden kunnen diverse belemmeringen en lokale omstandigheden een voortvarende herbestemming in de weg staan.
De Chinese investeringen in Nederlandse bedrijven |
|
Pim van Strien (VVD), Ruben Brekelmans (VVD), Queeny Rajkowski (VVD) |
|
Micky Adriaansens (minister economische zaken en klimaat) (VVD), Wopke Hoekstra (viceminister-president , minister buitenlandse zaken) (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Ruim 900 Nederlandse bedrijven in handen van Chinezen: «Risico op spionage»»?1
Ja.
Herkent u de zorgen en signalen uit dit artikel en, zo ja, hoe apprecieert u deze?
Buitenlandse investeringen en internationale samenwerking zijn belangrijke pijlers voor het verdienvermogen van de Nederlandse economie. Het levert een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse innovatiepositie, concurrentievermogen en welvaart. Tegelijkertijd zien we dat heimelijke en niet-heimelijke middelen, waaronder spionage, door statelijke actoren in het economische domein worden ingezet. Hierbij kunnen andere motieven spelen dan strikt financieel-economische, waardoor onder meer onze nationale veiligheidsbelangen kunnen worden geschaad.2 Het kabinet neemt gepaste maatregelen om Nederland weerbaar te maken tegen de dreiging van statelijke actoren. Zo wordt er onder andere gewerkt aan de invoering van de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet Vifo), het Wetsvoorstel uitbreiding strafbaarheid spionage en kennisveiligheidsbeleid. Sinds 2020 is ook de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (Wozt) in werking. Het kabinet zet ook in op meer algemene maatregelen ter versterking van digitale weerbaarheid, zoals in de telecomsector is gedaan middels het Besluit veiligheid en integriteit telecommunicatie en de daaruit volgende beschikkingen en een ministeriële regeling. Daarnaast kijken we nauwlettender naar risicovolle strategische afhankelijkheden, van Rusland, van China en van andere derde landen, en het mitigeren van risico’s voor onze nationale veiligheid die daaruit voortvloeien.
Was de Nederlandse staat al bekend met het feit dat dit aantal Nederlandse bedrijven in Chinese handen is?
De meest recente cijfers (CBS: Nederland Handelsblad 20223) laten zien dat het aantal Chinese multinationals in Nederland tussen 2018 en 2022 met 45 bedrijven afnam naar 510. Een andere bron is het Ultimate Beneficial Owner (UBO) register van de Kamer van Koophandel. Deze informatie is beschikbaar via openbare bronnen.
Bovendien hoeven dergelijke gegevens niet direct iets te zeggen over risico’s voor nationale veiligheid. Afhankelijkheid van derde landen is een gegeven in Nederland. De aanwezigheid van Chinese bedrijven is dat ook en niet per definitie onwenselijk. Het wordt onwenselijk als de aanwezigheid van de buitenlandse partijen onze belangen schaadt, indien de continuïteit van vitale processen, de integriteit en exclusiviteit van informatie en kennis wordt aangetast en/of risicovolle strategische afhankelijkheden ontstaan. Om ons daar weerbaar tegen te maken neemt het kabinet in het kader van het tegengaan van de dreiging tegen statelijke actoren gepaste maatregelen, zoals ook genoemd onder het antwoord op vraag 2.
De rijksoverheid houdt middels de inlichtingen- en veiligheidsdiensten zicht op actuele dreigingen. De diensten hebben onder meer tot wettelijke taak onderzoek te verrichten naar (de inlichtingenactiviteiten van) andere landen. Ook hebben zij tot taak maatregelen ter bescherming van o.a. de nationale veiligheid te bevorderen, waaronder de vitale sectoren. In dat kader onderhouden de diensten nauwe contacten met relevante onderdelen van het Nederlandse bedrijfsleven.
Zo nee, wat is de reden dat dit niet wordt bijgehouden en deelt u de mening dat actueel inzicht in de Chinese aanwezigheid in Nederland van belang is voor de nationale veiligheid, mede gezien de conclusie van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst eerder dit jaar dat China op dit moment de grootste bedreiging voor de economische veiligheid in Nederland is?
Zie antwoord vraag 3.
Hoeveel bedrijven in Nederland hebben een aanmerkelijke Chinese minderheidsaandeelhouder, in de orde van grootte van vijf tot 50 procent van de eigendom? Als hier geen zicht op is, waarom niet?
Het kabinet houdt geen actief overzicht bij van eigendomsstructuren van bedrijven – ook omdat aandelenbelangen continu van eigenaar veranderen – en kan indien nodig gebruikmaken van reeds beschikbare data. Openbare bronnen, zoals het hierboven genoemde CBS, waar aandeelhouderschap van bedrijven wordt bijgehouden hebben meestal enkel data waarbij het aandelenpercentage 50% of hoger is. Er zijn daarnaast ook private partijen die dergelijke aandeelhoudersstructuren bijhouden.
Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat in de haven van Rotterdam meerdere strategische bedrijven in Chinese handen zijn, gezien de vitale functie van de Rotterdamse haven in onze economie en samenleving? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, waarom niet?
Ik ben met u van mening dat het essentieel is dat de Rotterdamse haven haar belangrijke maritiem-logistieke functie voor onze economie onafhankelijk en veilig kan blijven uitoefenen. Het mitigeren van risico’s als gevolg van risicovolle strategische afhankelijkheden en het tegengaan van ongewenste kennisoverdracht is binnen alle vitale processen een aandachtspunt. Een scenario-onderzoek – in opdracht van het interdepartementale Kennisnetwerk China – dat recentelijk is uitgevoerd toont aan dat Chinese actoren reeds zeer invloedrijk zijn in het internationale maritiem-logistieke domein en dat China-gerelateerde goederenstromen een grote rol in de Nederlandse maritiem-logistieke hub-functie spelen. Het zowel behouden van deze prominente hub-functie als het beschermen van strategische bewegingsruimte staat daarmee onder druk. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging tussen economisch belang, open strategische autonomie en nationale veiligheid. Het is daarbij belangrijk om te blijven bezien of het instrumentarium dat voorhanden is om risico’s te voorkomen of te verminderen, afdoende is. Afstemming met onze buurlanden en de Europese Commissie is daarbij tevens essentieel. Het kabinet onderzoekt daarom momenteel – samen met deze partijen – in hoeverre reeds bestaand instrumentarium een antwoord kan bieden en hoe dit, indien nodig, aangepast kan worden.
Welke mogelijkheden biedt de Wet veiligheidstoets, investeringen, fusies en overnames om toezicht te houden op de huidige Nederlandse bedrijven in Chinese handen?
De Wet Vifo is landenneutraal en is gericht op het toetsen van verwervingsactiviteiten, ongeacht waar de investeerder vandaan komt. Dit om onder meer omzeilingsconstructies en afhankelijkheden van anderen te voorkomen. Inwerkingtreding van de wet is voorzien in het eerste kwartaal 2023. Artikel 58 van de wet biedt de tijdelijke mogelijkheid om verwervingsactiviteiten in vitale aanbieders en/of bedrijven die actief zijn op sensitieve technologie, die hebben plaatsgevonden voorafgaand aan de inwerkingtreding, maar na 8 september 2020, alsnog aan een toets te onderwerpen. Dit kan indien er een redelijk vermoeden is ontstaan dat deze verwervingsactiviteiten een risico voor de nationale veiligheid zouden kunnen vormen. De Wet Vifo biedt geen mogelijkheid om toezicht te houden op verwervingsactiviteiten die voor 8 september 2020 hebben plaatsgevonden en/of niet onder het toepassingsbereik van de wet vallen. Het toezicht van de Wet Vifo is uiteraard ook na inwerkingtreding van toepassing op verwervingsactiviteiten in huidige Nederlandse bedrijven die onder het toepassingsbereik vallen. Hierbij zal naar verwachting steeds beter inzicht ontstaan over investeringen uit specifieke landen die onder de wet vallen.
Vindt u dat er momenteel voldoende mogelijkheden zijn om zicht te houden op ongewenste investeringen en overnames en deze tegen te gaan? Als dit niet het geval is, deelt u dan de mening dat dit een lacune in de huidige wetgeving betreft? Zo ja, hoe bent u voornemens deze lacune te dichten? Bijvoorbeeld door de Wet veiligheidstoets, investeringen, fusies en overnames uit te breiden?
Het kabinet beschikt over een uitgebreid stelsel van investeringstoetsingen. Dit stelsel bestaat naast de Wet Vifo ook uit sectorale investeringstoetsen op het gebied van telecommunicatie, gas en elektriciteit. Daarnaast is een sectorspecifiek wetsvoorstel voor de defensie-gerelateerde industrie in voorbereiding. De Wet Vifo fungeert hierin als vangnet voor vitale processen. Daarnaast heeft de Wet Vifo betrekking op bedrijven die actief zijn op het gebied van sensitieve technologie. Momenteel wordt gewerkt aan een algemene maatregel van bestuur om het toepassingsbereik van de Wet Vifo te verfijnen. Deze algemene maatregel van bestuur zal volgens amendement-Van Strien4 worden voorgehangen in uw Kamer.
Daarnaast investeert het kabinet in meer kennisopbouw over investeringen en overnames in Nederland, zoals het onderzoek naar de invloed van Chinese actoren in het internationale maritiem-logistieke domein.
Welke mogelijkheden ziet u om, in het licht van de ontwikkelingen in de de afgelopen tijd, waarbij bepaalde landen evident een kwalijke rol spelen, van een «landenneutraal» beleid richting een meer landenspecifiek en proactief beleid te gaan? Deelt u de mening dat betreffende statelijke dreigingen dermate structureel, grootschalig, vergaand en moeilijk te bestrijden zijn dat de bewijslast moet worden omgekeerd, zodat proactief en schaalbaar gehandeld kan worden? Welke mogelijkheden ziet u om een dergelijk effectief beleid op te tuigen?
De kracht van de Nederlandse economie is haar open karakter, waarbij het principe is dat buitenlandse activiteiten in beginsel welkom zijn. Ook is Nederland een groot voorstander van het op regels gebaseerde multilaterale handelssysteem en de WTO, waar het non-discriminatiebeginsel fundamenteel is. Dit heeft een goede reden: Nederland wil immers ook dat andere landen niet tegen ons discrimineren. Landenneutrale wetgeving respecteert tevens het verbod op discriminatie zoals neergelegd in artikel 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Daarnaast is het van belang dat instrumentarium toepasbaar blijft op veranderende dreigingen en geopolitieke ontwikkelingen en omzeilingsconstructies voorkomen kunnen worden.
Om deze redenen geeft het kabinet de voorkeur aan een landenneutraal wettelijk instrumentarium; maar waar nodig worden binnen die kaders of in de toepassing gerichte(re) maatregelen getroffen om de dreiging van bepaalde statelijke actoren te verminderen, statelijke actoren te ontmoedigen of de weerbaarheid van Nederland te vergroten. Daarvoor is een samenhangende en diverse set aan maatregelen en instrumenten nodig die Nederland in staat stelt zich hiertegen te verweren. In de Kamerbrief tegengaan statelijke dreigingen is nader ingegaan op de aanpak rondom het tegengaan van statelijke dreigingen5. Op korte termijn zal uw Kamer nader worden geïnformeerd over de aanpak van statelijke dreigingen.
Hoeveel van de in het artikel genoemde 900 bedrijven zijn direct actief in of voeren werkzaamheden uit gerelateerd aan de vitale sectoren of sensitieve technologie?
Departementen wijzen onder hun beleidsverantwoordelijkheid organisaties aan als vitale aanbieders wanneer deze partij essentieel is voor de continuïteit en weerbaarheid van een vitaal proces. Hierdoor heeft het kabinet goed zicht op de organisaties binnen de vitale sectoren en worden er passende weerbaarheidsmaatregelen getroffen.
Het kabinet heeft geen alomvattende lijst van bedrijven die direct actief zijn in of werkzaamheden uitvoeren gerelateerd aan sensitieve technologieën. Wel heeft het kabinet zicht op de export van goederen en technologie met een dual-use karakter die voorkomen op de bijlagen van de EU Dual-Use Verordening (EUR2.021/821) naar buiten de Europese Unie. Daarnaast is er ook zicht op de totale export van goederen en technologie die voorkomen op de Gemeenschappelijke EU-Lijst van Militaire Goederen. Relevante bedrijven zijn bekend bij de douane en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Bedrijven hebben, na inwerkingtreding, ook een meldplicht bij het Bureau Toetsing Investeringen in het kader van de Wet Vifo. Daarnaast is er uiteraard veel contact met bedrijven, wat ook bijdraagt aan zicht op deze categorieën bedrijven.
Tegelijkertijd is het voor het kabinet niet mogelijk en vanwege de impact op het vestigings- en ondernemersklimaat ook niet wenselijk om bij ieder bedrijf te komen controleren wat zij precies doen, mits zij zich aan de bestaande wet- en regelgeving houden.
Welke instrumenten heeft de overheid op dit moment om te monitoren of sensitieve kennis en technologie niet via deze 900 bedrijven weglekt naar China? Zijn dat er voldoende? Zo niet, waar ontbreekt het momenteel aan en welke mogelijkheden ziet u om dit te verhelpen?
Het kabinet zet zich actief in om Nederland weerbaar te maken tegen de dreiging vanuit statelijke actoren.6 Hiervoor beschikken we over een breed palet aan instrumenten om ongewenste kennis- en technologieoverdracht tegen te gaan. Naast de al genoemde instrumenten als exportcontrole en investeringstoetsing, zijn dat onder meer de uitbreiding strafbaarstelling spionage, het aanwijzen van vertrouwensposities, maatregelen op veilige inkoop en kennisveiligheidsmaatregelen. Over dit bredere bestuurlijke en juridische instrumentarium is uw Kamer geïnformeerd per brief op 8 juli 2022 (Kamerstuk 32 637 / 30 821, nr. 501).
Hoeveel van deze 900 bedrijven zijn tevens erkend referent bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst?
Zonder uitspraken te doen over de status van de bedrijven op de lijst van RTL en Follow the Money, hebben van de 903 bedrijven op deze lijst, inclusief hun dochters (1.369), 243 bedrijven de erkend referentstatus. Dit is openbare informatie, aangezien alle bedrijven met een erkend referentstatus te vinden zijn in het openbaar register erkende referenten.
De kennismigrantenregeling, en daarbij de erkend referentsystematiek, is in het leven geroepen om de Nederlandse kenniseconomie te stimuleren en hoogopgeleide medewerkers van buiten de EU aan te trekken en te behouden. Alleen bedrijven die de status van erkend referent hebben kunnen vreemdelingen via de kennismigrantenregeling naar Nederland halen. Misbruik wordt zo veel mogelijk voorkomen, onderkend en aangepakt. In dit verband is het nuttig om te benadrukken dat momenteel in een interdepartementaal traject in brede zin wordt onderzocht hoe ongewenste kennis- en technologieoverdracht naar statelijke actoren zich onder meer verhoudt tot het erkend referentschap en hoe mogelijke ongewenste overdracht kan worden tegengegaan. Hierover wordt uw Kamer binnenkort verder geïnformeerd in de Kamerbrief Aanpak statelijke dreigingen en aanbieding dreigingsbeeld statelijke actoren 2.
Hoeveel van deze 900 bedrijven ontvangen tevens staatssteun in eigen land, in directe dan wel in indirecte vorm, door bijvoorbeeld te profiteren van een onevenredig afgeschermde thuismarkt?
Als bedrijven staatssteun ontvangen is er niet zonder meer sprake van oneerlijke concurrentie. Ook binnen de EU ontvangen bedrijven staatssteun. Binnen de EU is staatssteun echter aan strikte regels gebonden om te voorkomen dat het gelijk speelveld verstoord wordt. Als bedrijven uit derde landen subsidie ontvangen hoeven zij zich niet aan de Europese staatssteunregels te houden. Dit kan als gevolg hebben dat zij een sterke positie op de Europese interne markt opbouwen en zelfs de concurrentie kunnen verstoren. Op die manier is het dus mogelijk dat er dan sprake is van oneerlijke concurrentie bij subsidies uit derde landen, maar dit is lastig algemeen te stellen omdat veel afhangt van de specifieke omstandigheden van het geval. Om verstoring van de concurrentie op de interne markt door staatsgesteunde bedrijven uit derde landen tegen te gaan is recent de verordening buitenlandse subsidies aangenomen.
Deelt u de mening dat, als deze bedrijven staatssteun ontvangen, dit een oneerlijke vorm van concurrentie is?
Per wanneer verwacht u dat het mogelijk is om op basis van het instrument buitenlandse subsidies van de Europese Unie maatregelen te nemen om deze oneerlijke situatie recht te trekken? Bent u bereid zich in te zetten voor het zo spoedig mogelijk daadwerkelijk toepassen van dit instrument op Chinese bedrijven die via staatssteun zorgen voor een ongelijk speelveld?
De Verordening buitenlandse subsidies zal het mogelijk maken op te treden indien er op de Europese interne markt overnames worden gedaan waarbij sprake is van verstorende subsidies uit derde landen of als bedrijven die deze subsidies ontvangen inschrijven op aanbestedingen. Daarnaast is het voor de Europese Commissie ook mogelijk om op eigen initiatief alle andere marktsituaties te onderzoeken en een ad hoc-aanmelding te vragen voor kleinere concentraties en openbare aanbestedingen, als zij vermoedt dat er sprake kan zijn van een verstorende buitenlandse subsidie.
Ik ben blij dat de onderhandelingen over dit belangrijke instrument recent zijn afgerond. Wanneer de verordening precies in werking treedt, is nu nog onduidelijk, maar de verwachting is vanaf het derde kwartaal van 2023.
Nederland heeft zich vanaf het begin ingezet voor dit instrument. Nu is het belangrijk dat de Commissie de verordening snel na inwerkingtreding gaat toepassen en waar nodig zal het kabinet dit bij de Commissie onder de aandacht brengen.
Het bericht dat er weer asielzoekers op het terrein voor Ter Apel hebben overnacht |
|
Jasper van Dijk (SP) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het feit dat wederom asielzoekers op het terrein voor Ter Apel hebben geslapen?1
Het klopt dat er in de nacht van dinsdag 27 op woensdag 28 september circa 30 mensen buiten hebben geslapen. Omstreeks 00.45 uur ’s nachts was aan iedereen op het voorterrein van Ter Apel onderdak geboden. De groep die deze nacht buiten heeft doorgebracht is op een later moment in Ter Apel aangekomen en kon daarom niet meer naar een opvanglocatie worden gebracht. Ook was er op dat moment geen mogelijkheid meer, ondanks de inspanningen van alle samenwerkingspartners op en rond de locatie, om anderszins in onderdak te voorzien, zoals in de sporthal en wachtruimen van de IND op Ter Apel. Alle inspanningen zijn erop gericht om dit in de toekomst te voorkomen.
Hoe is dit mogelijk, aangezien de regering beweerde dat dit voorbij zou zijn?
Zie antwoord vraag 1.
Waren er vervangende plekken voor de (nood)opvanglocaties die volgens het nieuwsbericht op 27 september jl. zijn gesloten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom zijn de asielzoekers daar niet naartoe gebracht?
Zie antwoord vraag 1.
Hoe kan het dat bij het sluiten van (nood)opvanglocaties asielzoekers weer naar Ter Apel worden gebracht? Was dat conform afspraak of is er een gebrek aan coördinatie?
Alle inzet is erop gericht om Ter Apel te ontlasten. Het sluiten van (crisis nood)opvanglocaties wordt niet opgevangen door de mensen vanuit deze locaties onder te brengen in Ter Apel.
Op dit moment reizen incidenteel mensen die verblijven op (crisis)noodopvanglocaties, en zijn aangekomen voor de inzet van het ticketingsysteem, zelfstandig naar Ter Apel omdat zij de indruk hebben op die manier eerder aan de beurt te zijn in het I&R-proces. Deze groep wordt voorlichting gegeven om te laten zien dat het zelfstandig afreizen er niet toe leidt dat de asielaanvraag sneller in behandeling wordt genomen. Ook is het incidenteel voorgekomen dat mensen naar Ter Apel werden gebracht als er een crisisnoodopvanglocatie sloot. Dit is uitdrukkelijk niet de bedoeling. In reactie daarop is met de betrokken veiligheidsregio’s afgesproken dat dit in het vervolg daarom niet meer zo zou gebeuren.
Welk deel van de capaciteit van de locatie Zoutkamp werd op 27 september jl. benut?
In de ochtend van 27 september verbleven circa 540 personen in Zoutkamp. Op deze locatie kunnen maximaal 600 mensen verblijven.
Begrijpt u dat de gemeenteraad Westerwolde inmiddels aanstuurt op een nieuw contract met het COA nu de regering zijn beloften niet nakomt?2
Ik begrijp dat de huidige situatie in de gemeente Westerwolde onwenselijk is voor alle partijen. De druk op de asielketen is nog steeds onverminderd hoog. Hoewel de situatie in de gemeente Westerwolde is verbeterd en er geen mensen meer buiten voor de poort overnachten, blijft de druk om iedereen onderdak te bieden ongekend hoog. Uw Kamer is op 14 oktober jl. per brief geïnformeerd over het actueel beeld in Ter Apel. Zoals vermeld in de brief, verblijven op dit moment nog altijd meer dan 2.000 personen in Ter Apel. Dat is nog steeds meer dan afspraken met de gemeente Westerwolde toestaan.
Op 26 augustus jl. is uw Kamer geïnformeerd over de bestuurlijke en politieke afspraken die het kabinet samen met partners in de migratieketen en medeoverheden heeft gemaakt over de aanpak van de opvangcrisis. Hoewel het COA, de gemeenten en de rest van de migratieketen heel hard werken om meer opvangplekken te realiseren, moet ik helaas constateren dat nog steeds sprake is van een landelijk tekort aan plekken. Zoals vermeld in de Kamerbrief van 14 oktober jl. zijn er minder crisisnoodopvangplekken gerealiseerd door gemeenten en veiligheidsregio´s. Hoewel gemeenten wel op schema liggen ten aanzien van de taakstelling huisvesting vergunninghouders en het inlopen van de achterstand, blijft de versnelde huisvesting van 20.000 vergunninghouders door gemeenten momenteel achter op schema liggen. Voorts is de totale instroom op dit moment aanzienlijk hoger dan aan het begin van dit jaar was voorzien. Alle omstandigheden tezamen maakt dat het tot op heden niet is gelukt om de afspraken met Westerwolde na te komen. Dit betreur ik ten zeerste.
Ik onderschrijf de noodzaak om in gezamenlijkheid al het nodige te doen om de afspraken met de gemeente Westerwolde na te komen. Op verschillende lagen binnen de betrokken organisaties wordt met man en macht gewerkt om te komen tot een structurele oplossing voor de algehele opvangproblematiek.
Ik ben de gemeente Westerwolde zeer erkentelijk voor al hetgeen zij doet in de huidige situatie. Wij zijn voortdurend in gesprek met de gemeente Westerwolde over de problematiek die zij aldaar ervaren. Ik ben bereid om met de gemeente Westerwolde te spreken over de toekomst van de asielopvang. Dit gesprek zal zo spoedig mogelijk worden georganiseerd.
Waarom lukt het niet om uw afspraken met de gemeente Westerwolde na te komen?
Zie antwoord vraag 6.
Bent u bereid om in gesprek te treden met de gemeente Westerwolde over de toekomst van asielopvang in die gemeente? Kunt u uw antwoord toelichten?
Zie antwoord vraag 6.
Wat is uw reactie op het bericht dat de medische en psychische hulp aan asielzoekers in noodopvanglocaties tekort schiet?3
De uitdagingen die het vinden van voldoende opvangplekken met zich meebrengen, zorgen ook voor uitdagingen voor de medische zorg aan asielzoekers. Desalniettemin lukt het in samenwerking met diverse zorgpartijen om in (vrijwel) alle opvanglocaties, met inbegrip van de (crisis)noodopvanglocaties, de toegang tot de huisarts te realiseren. Er wordt daarnaast gebruik gemaakt van een praktijklijn die is ingezet vanuit GZA, een 24/7 bereikbare telefoondienst inclusief tolkvoorziening die triage kan verrichten en waar nodig (bijvoorbeeld bij spoedgevallen) doorverwijzen naar een (spoed)huisarts. Zo nodig verwijst deze (spoed)huisarts weer door naar 2de lijnszorg. Voor de continuïteit van de zorg wordt gebruik gemaakt van een centraal beheerd medisch dossier dat beschikbaar is voor de huisartsen op de locaties. Dus ook in geval van verhuizingen is het medisch dossier beschikbaar voor de nieuwe huisarts. Net als dat voor andere inwoners van Nederland geldt, kan via de huisarts vervolgzorg worden ingeschakeld en indien nodig ook psychische hulp. Samen met verschillende zorgpartijen vindt verder overleg plaats om te kijken hoe we – gegeven de huidige opvangsituatie – de zorg nog verder kunnen verbeteren.
In Ter Apel zijn per 1 november de dagelijkse openingstijden van het GZA tot 22 uur verruimd. Hierdoor is het ook in de avonden mogelijk om ter plaatse triage te doen en medische zorg te bieden waar nodig. Ook is er hierdoor meer aanwezigheid op het voorterrein en in de wachtkamers om tijdig zaken te kunnen signaleren.
Wat gaat u doen om «de ernstige schadelijke effecten op het psychisch en lichamelijk welzijn» te beperken en te voorkomen?
Zie antwoord vraag 9.
Wanneer verwacht u eindelijk te kunnen stoppen met noodopvanglocaties en te zorgen voor adequate opvang?
In de nabije toekomst zie ik geen mogelijkheden om te kunnen stoppen met de noodopvanglocaties, ondanks dat alle inspanningen hier wel op gericht zijn. In de brief die op 14 oktober jl. naar uw Kamer is verstuurd, wordt uitgebreid ingegaan op de voortgang van diverse sporen.4
Op 8 november jl. heb ik uw Kamer kunnen mededelen dat het wetsvoorstel gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen in consultatie is gebracht. Onderdeel van de afspraken op 26 augustus was de toezegging om een wettelijke taak voor gemeenten om asielopvangvoorzieningen mogelijk te maken. Daarmee wordt invulling gegeven aan de wens vanuit het Veiligheidsberaad en de commissarissen van de Koning in hun rol als rijksorgaan om juridisch instrumentarium te ontwikkelen en (verder) invulling te geven aan de inhoudelijke plannen rondom asielopvang.
Het reisadvies voor Rusland |
|
Ruben Brekelmans (VVD) |
|
Wopke Hoekstra (viceminister-president , minister buitenlandse zaken) (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Bulgaria, Poland, and Estonia advise their citizens to get out of Russia as soon as possible»1, en het vernieuwde reisadvies van de Verenigde Staten (VS) en Verenigd Koninkrijk (VK) voor Rusland?2
Ja.
Bent u bereid om in navolging van bovengenoemde landen Nederlanders op te roepen om Rusland zo snel mogelijk te verlaten? Zo nee, waarom niet?
Nederland roept sinds eind februari Nederlanders in Rusland op om het land te verlaten.
Het reisadvies voor Rusland is sinds het begin van de Russische oorlog in Oekraïne rood en oranje. Voor rode gebieden geldt dat reizen naar deze gebieden ten zeerste wordt afgeraden. Dit is bijvoorbeeld van toepassing voor de provincies die grenzen aan Oekraïne (en enkele andere gebieden in de Kaukasus). Voor de rest van Rusland geldt een oranje reisadvies. Dat betekent dat niet-essentiële reizen worden ontraden. In de tekst staat een dringende oproep aan Nederlanders om te overwegen of verblijf echt noodzakelijk is, waarbij specifiek benadrukt wordt dat dit zeker geldt voor mensen die tijdelijk in Rusland zijn, zoals studenten of zakenreizigers. Voor Nederlanders die permanent gehuisvest zijn in Rusland luidt het advies om na te denken over tijdig vertrek en op welke manier zij in dat geval het land kunnen verlaten.
Uiteraard blijft het kabinet de situatie nauwgezet volgen en zal het reisadvies aangepast worden indien nodig.
Waarom heeft Nederland (in tegenstelling tot de VS en het VK) het reisadvies voor Rusland nog grotendeels op oranje staan in plaats van rood?
Voor het Nederlandse reisadvies geldt dat de tekst van het advies leidend is: daarin staat per reisadvies precies uitgelegd wat de aanleiding is voor de kleurcode(s): welke risico’s er spelen en op welke manier reizigers met deze risico’s om kunnen gaan. Voor het Nederlandse reisadvies geldt dat de oranje kleurcode op dit moment het meest passend is. De veiligheidsrisico’s zijn immers verbonden aan specifieke personen en situaties, en gelden niet voor geheel Rusland.
Nederland stemt af met EU-partners. Het Nederlandse reisadvies voor Rusland is in lijn met dat van andere EU-partners (bijv. Frankrijk, België, Duitsland).
Heeft u contact gehad met de VS en het VK over welke risicoanalyse hieraan ten grondslag ligt (bijvoorbeeld het risico dat Rusland alle grenzen sluit en de chaos die daarop volgt)? Zo ja, hoe beoordeelt u die analyse? Zo nee, bent u bereid alsnog navraag te doen?
Er is meerdere keren contact geweest met de VS en het VK over hun reisadvies en veiligheidsvraagstukken. De reisadviezen van VS en VK benoemen grofweg dezelfde veiligheidsrisico’s als Nederland en ook in dezelfde bewoordingen. Het enige verschil is dat deze landen hier een rode kleurcode aan verbinden.
Bent u bereid om Nederlanders in Rusland actiever te benaderen om hen te adviseren het land zo snel mogelijk te verlaten, zowel persoonlijk als via publieke communicatie? Wat gaat u hier concreet aan doen?
Sinds eind februari worden Nederlanders geadviseerd Rusland te verlaten: via het reisadvies (en updates daarvan) en via verschillende communicatiekanalen van de ambassade in Moskou (via de BZ Informatieservice, via sociale media).
Het bericht ‘Excuses voor misstanden bij NPO-klokkenluider’ |
|
Lucille Werner (CDA) |
|
Gunay Uslu (staatssecretaris onderwijs, cultuur en wetenschap) (D66) |
|
|
|
|
Deelt u de mening dat presentatoren die via productiemaatschappijen de vastgestelde salarisnormen omzeilen duidelijk een grens over gaan en er voor dit soort praktijken geen plek zou moeten zijn in het omroepbestel?1
Dit kabinet, net als de vorige kabinetten, zet zich sterk in om de salarissen van topfunctionarissen en presentatoren bij de publieke omroep binnen maatschappelijk verantwoorde grenzen te brengen. Vastgestelde normen zoals de Wet normering topinkomens (hierna: WNT) en de daarvan afgeleide regeling normering topinkomens voor topfunctionarissen van publieke media-instellingen, en het Beloningskader Presentatoren in de Publieke Omroep (hierna: BPPO) voor presentatoren bij een publieke omroep helpen daarbij en worden ook gehandhaafd. Constructies waarin moedwillig geprobeerd wordt om genoemde normen te omzeilen zijn onwenselijk. En hoewel dit BPPO niet van toepassing is op overeenkomsten tussen omroepen en externe producenten, dient een publieke omroep zich tot het uiterste in te spannen en naar de bedoeling van het BPPO te contracteren.
Deelt u de mening dat de inhoudelijke signalen van de klokkenluider serieus moeten worden genomen en er nu bestuurlijke moed nodig is om een gedegen onderzoek naar de inhoud te doen en indien er sprake is van ongewenste constructies maatregelen te nemen?
Inhoudelijke signalen moeten altijd serieus worden genomen. Recent heeft de Minister van OCW uw Kamer over deze casus het rapport van de Audit Dienst Rijk gestuurd met zijn reactie daarbij.2 Het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) heeft aangekondigd onderzoek te zullen doen bij de NPO en landelijke publieke omroepen naar financiële (omzeilings-)constructies in het kader van de WNT en het BPPO.3 Het Commissariaat heeft mij laten weten dat het KPMG heeft ingeschakeld bij dit onderzoek. De afronding van dit onderzoek staat gepland voor het eerste kwartaal van 2023. Naar aanleiding van de rapportage zal het Commissariaat als onafhankelijk toezichthouder de vervolgstappen bepalen. Ik zal uw Kamer hierover informeren.
Zijn er bij u signalen bekend over salarisconstructies bij de Nederlandse Publieke Omroep (NPO)? Zo ja, welke signalen en wat valt hierin op?
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u aangeven wat de stand van zaken is met betrekking tot het onderzoek van het Commissariaat voor de Media naar financiële constructies op het Media Park?
Zie antwoord vraag 2.
Hoeveel tijd is er nog nodig voor dit onderzoek? Komt dit onderzoek na afronding meteen naar de Kamer?
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u aangeven wat de exacte probleemstelling en deelvragen zijn en wie er allemaal onderdeel zijn van het onderzoek?
Volgens opgave van het Commissariaat strekt het onderzoek zich in eerste aanleg uit over de periode 2019 tot en met heden. Het doel van het onderzoek is het verschaffen van inzicht in:
Welke mogelijkheden heeft het Commissariaat voor de Media om ervoor te zorgen dat iedereen meewerkt aan dit onderzoek en alle relevante informatie boven tafel komt?
Vanuit de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor en betrokkenheid bij een sterke en betrouwbare landelijke publieke omroep, wordt bij de NPO en de omroepen een beroep gedaan op actieve medewerking bij het onderzoek van het Commissariaat. Het Commissariaat geeft aan de optie open te houden om formele bevoegdheden in te zetten als de gewenste medewerking niet voldoende tot uiting komt. In de artikelen 5:16 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat het Commissariaat als toezichthouder inlichtingen mag vorderen. Iedereen is verplicht daaraan mee te werken. Dat betekent dat het Commissariaat niet alleen onder toezicht gestelde partijen kan aanspreken maar ook bijvoorbeeld natuurlijke personen, commerciële bedrijven en andere bestuursorganen zoals gemeenten of provincies.
Wie kan er maatregelen nemen indien er sprake zou zijn van ongewenste constructies? Wat zouden deze maatregelen kunnen inhouden?
Het Commissariaat is belast met de bestuursrechtelijke handhaving van de Mediawet. Bij overtreding van de Mediawet kan het Commissariaat aan de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 225.000,- per overtreding.4 Ook is het Commissariaat namens de Minister belast met de bestuursrechtelijke handhaving van de WNT en kan het namens de Minister ter handhaving van deze wet partijen een last onder dwangsom opleggen.
Het bericht 'Energiebedrijven wijken niet: laat aangekondigde prijsverhogingen gaan door' |
|
Alexander Kops (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
Rob Jetten (minister zonder portefeuille economische zaken en klimaat) (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Energiebedrijven wijken niet: laat aangekondigde prijsverhogingen gaan door»?1
Ja.
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat energiebedrijven tóch per 1 oktober hun prijzen gaan verhogen, terwijl dit, zoals u zelf ook erkent, níét is toegestaan? Waarom laat u dit gebeuren?
Zoals ik uw Kamer reeds gemeld heb in het Vragenuur van 27 september jl., vind ik het zeer onwenselijk dat energieleveranciers hun prijsverhoging voor 1 oktober toch wilden doorzetten. Ik heb ook aangegeven dat het aan de onafhankelijk toezichthouder Autoriteit Consument en Markt (ACM) is om een eventueel onderzoek te starten naar mogelijke wettelijke overtredingen. De ACM heeft energieleveranciers op 27 september per brief opgeroepen zich aan de wettelijke regels te houden. Tegen energieleveranciers die dat niet doen, kan de ACM handhavend optreden, hetzij door het opleggen van boetes, lasten onder dwangsom of bindende aanwijzingen.2
Na de aankondiging door de ACM, hebben de vijf grootste energieleveranciers in Nederland gehoor gegeven aan de oproep van de ACM om hun besluit terug te draaien. Inmiddels hebben ook andere, kleinere leveranciers bij de ACM aangegeven in geval van tariefwijzigingen de termijn van 30 dagen te zullen respecteren.
Staat u nog steeds achter uw eigen woorden dat energiebedrijven zich per direct aan de regels moeten houden? Zo ja, waarom grijpt u niet meteen in?
Zie antwoord vraag 2.
Gaat u er onmiddellijk voor zorgen dat de aangekondigde prijsverhogingen níét doorgaan?
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u deze vragen vóór 1 oktober beantwoorden?
Beantwoording voor 1 oktober is helaas niet mogelijk gebleken; wel zo snel mogelijk daarna.
Het bericht de Europese Unie voornemend is een waterstofbank in het leven te roepen |
|
Jan Klink (VVD), Silvio Erkens (VVD) |
|
Rob Jetten (minister zonder portefeuille economische zaken en klimaat) (D66), Liesje Schreinemacher (minister zonder portefeuille buitenlandse zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u ervan op de hoogte dat de Europese Commissie voornemens is om een waterstofbank op te richten met drie miljard euro in kas? Wat is daarop de reactie van de Minister?1
Ik ben op de hoogte van het voornemen, zoals verwoord door de voorzitter van de Europese Commissie, tijdens haar Staat van de Unie-toespraak. Inhoudelijk is hierover nog weinig bekend anders dan dat de Europese Commissie heeft aangegeven dat het beschikbare instrumentarium een bedrag van 3 miljard euro omvat. De Commissie is op dit moment bezig met de verdere uitwerking van het concept. Het kabinet volgt dit nauwgezet. De waterstofbank lijkt een instrument te worden dat als doel heeft de Europese en mondiale markt voor (hernieuwbare) waterstof op gang te brengen. Het Duitse initiatief H2Global heeft een vergelijkbaar doel en richt zich specifiek op het opbouwen van importstromen van hernieuwbare waterstof. Gezien het belang van waterstofimport voor onze klimaatambities (Kamerstuk 32 813, nr. 1060) heb ik op 4 oktober jl. bij mijn Duitse collega de intentie geuit om aan te sluiten bij H2Global en onderzoek ik hiertoe de voorwaarden en financiële consequenties. Hierover heb ik uw Kamer geïnformeerd tijdens het Commissiedebat Energieraad van 18 oktober jl. De ontwikkeling van een Europees initiatief kan een extra impuls geven aan de ontwikkeling van de Europese en mondiale waterstofmarkt en in potentie een goede aanvulling bieden.
Wat is er al bekend over deze waterstofbank? Hoe zal de waterstofbank gaan functioneren en hoeveel werkgelegenheid kom hierbij kijken?
Zie het antwoord op de vragen 1 en 3.
Is er al meer bekend over de locatie van de waterstofbank? Welke mogelijkheden ziet de Minister om de waterstofbank in Nederland te vestigen?
Er is nog weinig bekend over de voorgenomen waterstofbank. Vooralsnog lijkt het erop dat dit meer gezien moet worden als financieel instrument dan als fysieke bank in één van de EU-lidstaten.
Deelt u de mening dat het vestigen van de waterstofbank in Nederland een positieve ontwikkeling zou zijn? Bent u bereid om zich hiervoor in te spannen? Welke concrete stappen kunt u ondernemen om dit te realiseren?
Zie ook het antwoord op vraag 3. Ik ondersteun de noodzaak van Europese stimulering van de markt voor hernieuwbare waterstof, waar dat een toevoeging kan zijn op het nationale beleid gericht op productie, import, infrastructuur, opslag en marktordening (Kamerstuk 32 813, nr. 1060 en nr. 1061). Zodra meer bekend is over het concrete voornemen in relatie tot een EU waterstofbank, zal ik hier zorgvuldig en met een constructieve blik naar kijken.
Welke mogelijkheden ziet u omtrent de waterstofbank met betrekking tot het realiseren van de ambities uit het coalitieakkoord en het VVD-D66-plan waterstof?
Zie ook de antwoorden op de vragen 1 en 4. Door gezamenlijk, in EU-verband, te investeren in de opschaling van productie binnen Europa en import van hernieuwbare waterstof kan mogelijk meer schaal en snelheid worden gegenereerd. Een daadwerkelijke beoordeling van de voorgenomen waterstofbank is echter pas mogelijk zodra hierover meer concrete informatie beschikbaar komt van de Europese Commissie en ik zal de Kamer dan ook op de hoogte stellen van de kabinetspositie.
De mogelijk tweede open communicatielijn van Ridouan Taghi |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
Franc Weerwind (minister zonder portefeuille justitie en veiligheid) (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving «Weski smokkelde berichten uit EBI onder druk van Ridouan Taghi» en «Was Inez Weski ook doorgeefluik voor Ridouan Taghi»?1, 2
Ja.
Kunt u garanderen dat Ridouan Taghi op dit moment geen tweede open communicatielijn heeft, waarvan misbruik kan worden gemaakt voor criminele doeleinden? Zo ja of nee, waarom?
Bovenstaande berichtgeving betreft communicatie via zogenaamde geprivilegieerde contacten.3 Ik kan niet garanderen dat gedetineerden geen misbruik maken van deze geprivilegieerde contacten. Communicatie tussen gedetineerden en geprivilegieerde personen zijn uitgesloten van de toezichtsmaatregelen die op basis van de Penitentiaire beginselenwet opgelegd kunnen worden. Als er concrete aanwijzingen zijn dat dergelijke contacten worden misbruikt voor strafbaar handelen, dan hebben politie en justitie vergaande bevoegdheden om op dit contact inbreuk te maken, zoals het tappen van gesprekken. Daarbij geldt dat inbreuk op het grondbeginsel van vertrouwelijke communicatie tussen advocaat en cliënt terecht zwaarwegende waarborgen kent.
Voor een beperkte groep gedetineerden ga ik, binnen de waarborgen die hiervoor gelden, de mogelijkheid om visueel toezicht te houden op deze gesprekken meenemen in de wijziging van de Penitentiaire beginselenwet, zoals ik die heb aangekondigd in mijn brief van 26 september jl.
Kunt u garanderen dat bij twijfel toegang tot de Extra Beveiligde Inrichting ontzegd wordt? Zo ja of nee, waarom?
De Raad voor de straftoepassing en jeugdbescherming (RSJ) heeft uitgemaakt dat in de Penitentiaire beginselenwet niet expliciet de mogelijkheid tot het weigeren van een advocaat tot de inrichting is geregeld. Daartegenover geldt als algemeen beginsel dat binnen een penitentiaire inrichting de orde en de veiligheid dienen te worden gehandhaafd. Ook de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming dient ongestoord plaats te vinden. In zeer uitzonderlijke situaties kan het voorkomen dat de toegang van een advocaat in strijd komt met deze algemene beginselen. In die gevallen kan de advocaat gerechtvaardigd niet worden toegelaten. Een andere grond tot weigering kan zich voordoen indien de veiligheid van eenieder in de inrichting aanwezig niet verzekerd is als de advocaat wordt toegelaten.4
Een besluit om een advocaat de toegang tot de inrichting te weigeren vereist dan ook een draagkrachtige motivering, gebaseerd op concrete feiten en omstandigheden. Dergelijke informatie wordt gedeeld via het zogeheten Gedetineerden Recherche Informatiepunt (GRIP). Het GRIP fungeert als centraal informatieknooppunt tussen het OM, de politie en de DJI en brengt advies uit in een zogeheten GRIP-rapport. Op basis van een GRIP-rapport kan dan alsnog een besluit worden genomen om een advocaat uit te sluiten van de toegang. Daarbij geldt dat alleen twijfel onvoldoende grondslag biedt om hiertoe over te gaan.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden, uiterlijk voor het aanstaande commissiedebat gevangeniswezen en tbs?
Ja.
Stijgende energieprijzen zorginstellingen |
|
Raoul Boucke (D66), Wieke Paulusma (D66) |
|
Kuipers , Rob Jetten (minister zonder portefeuille economische zaken en klimaat) (D66) |
|
|
|
|
Wat is uw beeld van de effecten van de stijgende energiekosten voor ziekenhuizen en andere intramurale zorgaanbieders zoals verpleeghuizen?
Vanuit de verschillende domeinen (Wlz, Zvw, Wmo en Jeugd) heeft het Ministerie van VWS signalen ontvangen over en van zorgaanbieders die dit jaar worden geconfronteerd met aanzienlijke financiële tegenvallers als gevolg van hoger dan geraamde (energie)prijzen en/of voor volgend jaar minder gunstige scenario’s prognosticeren mede door de gestegen (energie)prijzen 2022. Kortheidshalve verwijs ik naar de brieven hierover van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport, de Staatssecretaris van VWS en mijzelf van 17 oktober1 en 22 november2 jongstleden.
Bent u bekend met signalen dat sommige ziekenhuizen overwegen de op diesel gedreven noodgeneratoren aan te zetten omdat dit goedkoper wordt in vergelijking tot gas? Krijgt u soortgelijke geluiden en welke zijn deze?
Mij zijn die signalen niet bekend. Ik kan mij wel voorstellen dat zorgorganisaties zich genoodzaakt zien dergelijke keuzes te overwegen om op korte termijn kosten te besparen. Veel ziekenhuizen beschikken over noodaggregaten of -generatoren in verband met leveringszekerheid in geval van een stroomstoring of andere calamiteit.
Deelt u de meining dat dit onwenselijk is?
Vanwege de impact van fossiele brandstoffen op het klimaat en onze leefomgeving is een overstap op hernieuwbare energie te verkiezen. Dat geldt voor heel Nederland, dus ook voor de zorgsector. Over het verkleinen van zijn klimaat- en milieu-impact heeft de zorgsector recent opnieuw afspraken gemaakt in de Green Deal Samen werken aan duurzame zorg. Een van de doelstellingen daarvan is om de uitstoot van CO2 in 2030 met 55% te hebben gereduceerd. In dat kader ga ik er van uit dat een overstap op diesel-gestookte energie, indien daar sprake van is, een tijdelijke uit nood geboren aangelegenheid is en eerder uitzondering dan regel. De hogere energieprijzen maken een overstap naar hernieuwbare energie of het besparen van energie immers financieel aantrekkelijk. Het kabinet houdt aandacht voor prikkels om energieverbruik te verminderen en duurzaamheid te bevorderen.
Welke maatregelen treft de regering om de energiekosten bij ziekenhuizen en andere intramurale zorgaanbieders te mitigeren?
Hiervoor verwijs ik naar eerder genoemde brief van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport, de Staatssecretaris van VWS en mijzelf van 22 november3.
Neemt u ziekenhuizen en andere intramurale zorgaanbieders mee in de uitwerking van het energieplafond of andere compenserende maatregelen? Zo nee, waarom niet?
Indien zorginstellingen voldoen aan de voorwaarden van het energieplafond, waarbij sprake moet zijn van een kleinverbruikersaansluiting, is het energieplafond ook voor hen van toepassing.
Indien zorginstellingen aan de voorwaarden van de Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief mkb (TEK) voldoen, kunnen zij in aanmerking komen voor de TEK. De voorwaarden daarvoor zijn als volgt:
Heeft u een overzicht van de ziekenhuizen en andere intramurale zorgaanbieders die mogelijk in financiële nood komen vanwege de gestegen energieprijzen?
Ik beschik niet over een dergelijk overzicht. Of en in welke mate ziekenhuizen en andere zorgaanbieders hier mee te maken krijgen is afhankelijk van de individuele situatie, waarbij veel elementen een rol spelen (algehele inflatie, wel of niet aflopen energiecontract, mogelijkheden om energiebesparende maatregelen door te voeren, risicobuffers om financiële tegenvallers op te vangen, afspraken met zorgverzekeraars over compensatie etc.).
Deelt u de opvatting dat de herstructureringswet Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) kan worden ingezet om noodlijdende ziekenhuizen en andere intramurale zorgaanbieders op korte termijn te ondersteunen?
De wet maakt het voor bedrijven mogelijk schulden te herstructureren door middel van een akkoord, dat bindend is voor alle schuldeisers en aandeelhouders. In algemeenheid kunnen zorginstellingen, net als andere bedrijven gebruik maken van de WHOA. Belangrijke voorwaarde voor toepassing van de WHOA is dat er sprake is van een dreigend faillissement. Het moet redelijkerwijs aannemelijk zijn dat de onderneming insolvent zal raken wanneer geen maatregelen worden getroffen.
Welke andere maatregelen worden getroffen om ziekenhuizen en andere intramurale zorgaanbieders te ondersteunen en daarmee de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg te garanderen?
De maatregelen die het kabinet neemt zijn benoemd in de eerder genoemde brieven. Op het gebied van verduurzaming ondersteunt het kabinet de zorgsector met kennis via het Expertisecentrum Verduurzaming Zorg4, met advies en begeleiding via het ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed van de RVO5 en met financiële ondersteuning via de subsidieregeling Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA)6, de SDE++ en de ISDE.
Het verhogen van de tarieven door energiemaatschappijen |
|
Pieter Omtzigt |
|
Rob Jetten (minister zonder portefeuille economische zaken en klimaat) (D66), Sigrid Kaag (viceminister-president , minister financiën) (D66) |
|
Heeft u kennis genomen van de vele energiemaatschappijen, zoals Eneco en Greenchoice die per 1 oktober a.s. de tarieven voor elektriciteit en gas fors verhogen en dat pas tien dagen of enkele dagen voor ingang meedelen aan de klanten?1
Ja.
Herinnert u zich dat u in de Kamer op dinsdag tijdens het Vragenuur heeft gezegd dat de energiemaatschappijen daarmee de wet overtreden, toen u zei: «Energiebedrijven verwijzen naar de afspraken die zij als sector hebben gemaakt en die ook in hun eigen algemene voorwaarden zijn verwerkt; de heer Erkens verwees daar ook naar. Daarin staat tien dagen, maar dat is irrelevant, want de wet is helder. De wet zegt: 30 dagen»?
Zoals ik uw Kamer reeds gemeld heb in het Vragenuur van 27 september 2022 vind ik het zeer onwenselijk dat energieleveranciers hun prijsverhoging voor 1 oktober toch wilden doorzetten. Ik heb ook aangegeven dat het aan de onafhankelijk toezichthouder Autoriteit Consument en Markt (ACM) is om een eventueel onderzoek te starten naar mogelijke wettelijke overtredingen. De ACM heeft energieleveranciers op 27 september per brief opgeroepen zich aan de wettelijke regels te houden. Tegen energieleveranciers die dat niet doen, kan de ACM handhavend optreden, hetzij door het opleggen van boetes, lasten onder dwangsom of bindende aanwijzingen.
Hierna hebben de vijf grootste energieleveranciers in Nederland gehoor gegeven aan de oproep van de ACM om hun besluit terug te draaien. Inmiddels hebben ook andere, kleinere leveranciers bij de ACM aangegeven in geval van tariefwijzigingen de termijn van 30 dagen te zullen respecteren.
Moeten klanten individueel bezwaar maken of zorgt het kabinet, via bijvoorbeeld een maximumprijs op grond van artikel 44 van de Gaswet, of de Autoriteit Consument en Markt (ACM) ervoor dat er wordt ingegrepen?
Klanten kunnen op individuele basis een klacht indienen bij hun leverancier of naar de Geschillencommissie of de rechter stappen. Ze kunnen ook bij de ACM melding maken dat de leverancier zich niet aan de regels houdt. De toezichthouder kan eventueel handhavend optreden bij overtredingen van de wetgeving. De leverancier kan dan bijvoorbeeld een boete krijgen. Een verplichting om de afnemers terug te betalen kan en mag de ACM niet opleggen, daarvoor moeten afnemers naar de Geschillencommissie of de rechter.
Op welke wijze kan een consument effectief zijn recht halen?
Zie antwoord vraag 3.
Zijn de voor velen onbetaalbaar hoge incasso’s met de hogere energieprijzen over de maand oktober rechtsgeldig of niet?
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 3 heeft een flink aantal leveranciers inmiddels gehoor gegeven aan de oproep van de ACM.
Moet een consument de hogere incassokosten betalen, terwijl hij weet dat de energiemaatschappij zich niet aan de wet houdt? Ofwel, moet de consument zich aan de wet houden, wanneer de energiemaatschappij dat niet doet?
Zie antwoord vraag 5.
Kunt u deze vragen een voor een en voor 1 oktober a.s. beantwoorden, omdat de prijsverhogingen dan al ingaan en omdat een bedrijf als Essent dit op 27 en 28 september 2022 pas communiceert over prijsverhogingen en met de snelheid van het licht de politiek en toezichthouder probeert te passeren?
Ik heb ernaar gestreefd de vragen zo snel mogelijk te beantwoorden.