Het Limburgse spoor |
|
Habtamu de Hoop (GroenLinks-PvdA) |
|
Bertram |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Eerste Limburgse spooroverleg is een succes: Infrabel wil kostenraming maken voor heropening spoorlijn 20»?1
Hier heb ik kennis van genomen.
Klopt het dat de spoorbrug, de Sint Servaasbrug en de Wilhelminabrug gezamenlijk bepalend zijn voor zowel de hydraulische doorstroming als bevaarbaarheid van de Maas? En wordt onderzocht welke aanpassingen aan deze drie bruggen noodzakelijk kunnen zijn om de doelstellingen op het gebied van hoogwaterveiligheid en scheepvaart te realiseren?
De Maas heeft de afgelopen decennia op veel plekken meer ruimte gekregen door een combinatie van delfstoffenwinning en hoogwaterbescherming. In Maastricht zelf zijn daarbij geen maatregelen genomen, waardoor de breedte van het rivierbed hier significant kleiner is dan boven- en benedenstroom van de stad. De Sint Servaasbrug, Wilhelminabrug en Spoorbrug Maastricht liggen op het smalste deel van de rivier, waarbij de pijlers van de bruggen voor extra opstuwing zorgen. De pijlers van de Spoorbrug Maastricht zorgen bijvoorbeeld al voor een opstuwend effect van vijf centimeter.
Doordat de Maas in Maastricht relatief smal is ten opzichte van de delen ten noorden en zuiden van de stad nemen bij hogere rivierafvoeren de stroomsnelheden snel toe. Deze hoge stroomsnelheden hebben onder andere een negatief effect op de bevaarbaarheid van dit traject. Schepen hebben dan meer ruimte nodig, waardoor het passeren van andere schepen lastiger wordt. Daarnaast wordt het passeren van de bruggen risicovoller door de beperkte breedte. Specifiek bij de Spoorbrug Maastricht speelt de afwijkende oriëntatie van de beweegbare opening aan de westoever, terwijl de doorgaande vaarroute tussen Julianakanaal en Sint Servaasbrug zich langs de oostoever bevindt. De sloop van de Spoorbrug Maastricht leidt tot een aanzienlijke verbetering van de nautische veiligheid.
In het project Zuidelijk Maasdal wordt onderzocht hoe de waterstanden in het centrum van Maastricht kunnen worden verlaagd met het oog op hoogwaterveiligheid. Daarnaast onderzoekt het project welke maatregelen nodig zijn om de bevaarbaarheid bij hogere afvoeren te verbeteren.
Wat is de reden dat de besluitvorming over de spoorbrug vooruitlopend op de uitkomsten van deze integrale studie afzonderlijk behandeld wordt?
Het proces voor onttrekking van de spoorlijn en sloop van de Spoorbrug Maastricht liep reeds voor de start van het project Zuidelijk Maasdal. Beide trajecten samenvoegen zou tot vertraging van het proces rondom de besluitvorming van de Spoorbrug Maastricht leiden. Dat is onwenselijk omdat de onderhoudskosten voor de Spoorbrug Maastricht dan langer door zouden lopen waardoor ook de verkenning in omvang zou toenemen. Daarnaast zou het nautisch en waterveiligheidsknelpunt blijven bestaan. Het voorkeursalternatief van de studie Toekomstbeeld Spoorbrug Maastricht betreft de sloop van de Spoorbrug Maastricht in combinatie met de realisatie en een langzaamverkeersverbinding. Dit is als uitgangspunt gehanteerd voor het project Zuidelijk Maasdal.
Welke alternatieven zijn onderzocht waarbij waterveiligheid, scheepvaart, de langzaamverkeersverbinding en een toekomstige spoorverbinding Maastricht-Hasselt in één integraal ontwerp worden meegenomen?
In het Toekomstbeeld Spoorbrug Maastricht zijn integrale alternatieven onderzocht voor waterveiligheid, scheepvaart, een langzaamverkeersverbinding en de monumentale waarde van de Spoorbrug Maastricht. Een integraal ontwerp met een toekomstige spoorverbinding Maastricht-Hasselt is niet onderzocht vanwege het ontbreken van concrete initiatieven of een realistisch perspectief.
Klopt het dat de huidige spoorbrug nautische beperkingen kent, onder meer vanwege de ligging van de oostelijke pijler, de positie van het hefdeel en de beperkte doorvaartbreedte?
Dat klopt. De oostelijke pijler van de Spoorbrug Maastricht staat schuin op de huidige stroomrichting in de rivier. Dit geeft een atypische stroming rondom de pijler en daarnaast is het daardoor lastiger de breedte van de doorvaartopening onder de brug in te schatten. Het hefdeel bevindt zich aan de westelijke oever, terwijl de doorvaartopening van de Wilhelminabrug en de invaart van het Julianakanaal zich aan de oostoever bevinden. Dit betekent dat schepen moeten slingeren over de Maas, hetgeen vooral bij hogere afvoeren tot risico’s leidt. Door de afnemende doorvaarthoogte moeten meer schepen dan door het hefdeel varen. Bovendien hebben schepen door de hoge stroomsnelheden meer moeite om de manoeuvre te maken. Ook kunnen er geen schepen tegemoetkomen terwijl andere schepen oversteken of onder het hefdeel varen.
Daarnaast vormt de Spoorbrug Maastricht een obstakel voor schepen die vanuit sluis Bosscherveld naar het Julianakanaal varen en vice versa. Om te voorkomen dat deze bij de splitsing op de landtong worden gedrukt door de stroming, moeten zij een stuk stroomopwaarts varen en dan draaien. Daarvoor is alleen tussen de Spoorbrug Maastricht en de Wilhelminabrug voldoende ruimte. Deze schepen moeten daarom twee keer de Spoorbrug Maastricht passeren.
Worden in de studie Zuidelijk Maasdal ook varianten onderzocht met behoud van de spoorbrug, met een verhoogde spoorbrug of met een nieuwe spoorbrug zonder pijlers in de hoofdvaarroute? Zo nee, waarom niet?
Het project Zuidelijk Maasdal hanteert het uitgangspunt dat de Spoorbrug Maastricht wordt gesloopt. Zowel in het bepalen van de nautische opgave als in de uitwerking van de oplossingen wordt daarom een situatie zonder Spoorbrug Maastricht beschouwd.
Voorafgaand aan het project Zuidelijk Maasdal is in 2017 door Rijkswaterstaat een onderzoek uitgevoerd naar de nautische veiligheid in Maastricht. Hierin zijn wel eventuele aanpassingen aan de Spoorbrug Maastricht bekeken, namelijk het verhogen van de brug door deze vast te verhogen of beweegbaar te maken. Het vast verhogen van de brug bleek toen niet haalbaar omdat de aansluitingen van het spoor dan ook verhoogd en verlengd moeten worden. Dit was niet in te passen met het stationsemplacement aan de oostzijde omdat de aansluitingen dan te steil zouden worden. Ook het beweegbaar maken van de brug is als technisch zeer ingewikkeld en kostbaar aangemerkt en daarom niet nader uitgezocht.
Klopt het dat de spoorverbinding Maastricht-Luik momenteel door Arriva wordt geëxploiteerd, terwijl de concessieverantwoordelijkheid nog onder het hoofdrailnet valt? Wat is de stand van zaken en planning van de voorgenomen decentralisatie en welke gevolgen heeft dit voor de geplande frequentieverhoging van de Drielandentrein? Is dit nog te realiseren in deze kabinetsperiode?
De Drielandentrein wordt in samenwerking tussen NS, Arriva en NMBS geëxploiteerd. Enkel het Nederlandse deel van de verbinding tussen Maastricht en Luik valt onder de Hoofdrailnetconcessie. In de Hoofdrailnetconcessie zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot de decentralisatie. Tijdens het BO MIRT van januari 2026 hebben IenW en de provincie Limburg afgesproken dat decentralisatie plaatsvindt vanaf 2028 of als dit redelijkerwijs niet mogelijk blijkt vanaf de volgende regionale concessieperiode (vanaf eind 2031). Hier zijn het ministerie en de provincie dus over in gesprek. De geambieerde frequentieverhoging vereist aan de Nederlandse zijde van de grens veiligheidsverbeteringen aan overwegen bij Eijsden.
Klopt het dat in de Bestuurlijke Overleggen Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) afspraken zijn gemaakt over de sanering van de spoorwegovergang tussen Maastricht en Eijsden, terwijl nog geen definitieve afspraken zijn gemaakt over de uitvoering van de frequentieverhoging Maastricht-Luik?
Dat klopt.
Op welke wijze hangen de voorgenomen frequentieverhoging Maastricht-Luik, de sloop van de spoorbrug en de aanleg van de langzaamverkeersbrug bestuurlijk, juridisch en financieel met elkaar samen? Klopt het dat er in de bestuurlijke afspraken geen koppeling is gelegd tussen de sloop van de spoorbrug en het realiseren van de frequentieverhoging van de Drielandentrein Maastricht – Luik en dat deze frequentieverhoging dus ook kan doorgaan als de brug niet wordt gesloopt?
Op het BO MIRT van eind 2025 en begin 2026 hebben IenW en provincie Limburg afgesproken om de AROV-middelen2 te herbestemmen aan een viertal projecten. Dit is een integrale aanpak, waarmee wij afspreken dat al deze projecten worden uitgevoerd. Hieronder vallen onder andere de sloop van de Spoorbrug Maastricht en het verbeteren van overwegen tussen Maastricht en Eijsden ten behoeve van een frequentieverhoging van de Drielandentrein tussen Maastricht en Luik.
Klopt het dat de rijksbijdrage voor de langzaamverkeersbrug afhankelijk is gemaakt van het tijdig verkrijgen van een vergunning voor de sloop van de spoorbrug? Zo ja, wat is de inhoudelijke onderbouwing van deze afhankelijkheid? Zijn tevens alternatieven onderzocht waarbij de aanleg van de langzaamverkeersbrug niet afhankelijk is van een besluit over de spoorbrug?
Rijkswaterstaat stelt vanuit scheepvaartveiligheid eisen aan de minimale afstand tussen bruggen over de vaarweg. Een nieuwe langzaamverkeersbrug en Spoorbrug Maastricht zouden te dicht op elkaar komen te liggen. De realisatie van een nieuwe langzaamverkeersbrug is daarom enkel mogelijk als de Spoorbrug Maastricht gesloopt is.
Welke financiële risico's dragen het Rijk, de provincie Limburg en de gemeente Maastricht ieder afzonderlijk indien de huidige planning rond de spoorbrug wordt gewijzigd en/of indien de kosten voor de sloop van de spoorbrug, de aanpassingen van de overwegveiligheid tussen Maastricht en Eijsden of de realisatie van de langzaamverkeersbrug hoger uitvallen dan de genoemde bedragen in de afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 6 en 7 november 2024?
IenW en de provincie Limburg leggen de financiële afspraken vast in een nader af te spreken bestuursovereenkomst.
Welke betekenis kent u toe aan de toezegging van Infrabel om een kostenraming te maken voor de heropening van spoorlijn 20? Bent u bereid dit onderzoek te ondersteunen met kennis van ProRail? Zo nee, waarom niet?
Het traject Maastricht – Lanaken is in 2009 door ProRail gereactiveerd voor goederenvervoer. Helaas heeft er sinds de reactivering slechts één trein gereden. Het traject heeft een lage maximale snelheid en is niet voorzien van bovenleiding. Exploitatie voor reizigersvervoer zal grote investeringen vragen van meerdere tientallen miljoenen. Deze investering weegt niet op tegen de baten. Mede op basis van de beoordeling van ProRail concludeer ik dat heropening van het traject Maastricht – Lanaken niet realistisch is.
Welke rol ziet het kabinet voor de spoorverbinding Maastricht-Hasselt binnen het grensoverschrijdende mobiliteitsbeleid en de bereikbaarheid van de Euregio Maas-Rijn nu een tramverbinding niet doorgaat en een busverbinding nooit een acceptabele reistijd kan behalen?
IenW ziet geen rol voor spoorvervoer in de grensoverschrijdende mobiliteit tussen de regio Maastricht en de regio Hasselt. Binnen de regio werken de Nederlandse en Belgische partners samen via de huidige OV-verbindingen om reizigers een alternatief te bieden voor spoorvervoer. Dit geschiedt per bus. De Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn rijdt in diverse lijnvoeringen vanuit Vlaanderen naar Maastricht.
Welke gesprekken voert het kabinet met de Belgische federale overheid, Infrabel en de betrokken Belgische regio’s over de toekomst van de spoorverbinding Maastricht-Hasselt? Bent u bereid gezamenlijk met de Federale en Vlaamse overheid te komen met een visie op het toekomstige openbaar vervoer systeem in de grensregio waarin de spoorlijn Hasselt-Maastricht een centrale rol speelt?
IenW en de Belgische federale overheid hebben middels de gezamenlijke verklaring spoordossiers februari jl. ambities uitgesproken omtrent verbindingen tussen Nederland en België. Hier blijven we over in gesprek. Het staat regionale overheden daarnaast vrij om gezamenlijk een visie op te stellen naar het toekomstig openbaar vervoerssysteem in de grensregio Hasselt-Maastricht.
Bent u bekend met de ambitie van vervoerder Arriva om het grensoverschrijdende spoorvervoer verder uit te breiden, waaronder een mogelijke spoorverbinding Maastricht-Hasselt? Heeft u hierover overleg gehad met Arriva en andere betrokken partijen en wat waren daarvan de conclusies?
Ja, ik ben bekend met de ambitie van vervoerder Arriva. Het ministerie heeft, naar aanleiding van de reactie van Arriva op de internetconsultatie die in oktober-november 2025 open stond, een gesprek gevoerd met Arriva. In een later gesprek in 2026 heeft Arriva hun toekomstvisie en een rapport van een ingenieursbureau toegelicht. In de rapportage zien adviseurs van een adviesbureau het exploiteren van een treinverbinding als «zeer ambitieus». Grote aanpassingen aan de infrastructuur zijn benodigd in zowel Nederland als België.
Heeft het kabinet onderzocht welke gevolgen het definitief verwijderen van de bestaande spoorbrug heeft voor de mogelijkheid om op termijn een rechtstreekse spoorverbinding Maastricht-Hasselt te realiseren? Zo ja, wat zijn deze conclusies? Zo nee, waarom niet?
Het traject Maastricht – Lanaken is in 2009 door ProRail gereactiveerd voor goederenvervoer. Helaas heeft er, zoals eerder toegelicht, sinds de reactivering slechts één trein gereden. In 2020 is het spoor aan Nederlandse zijde buiten gebruik gesteld. In 2020 is door de Belgische Minister middels een ministeriële toelating toestemming gegeven aan Infrabel om de spoorlijn aan Belgische zijde van de grens niet meer te onderhouden. De Spoorbrug Maastricht in huidige vorm en staat voldoet niet aan de vereisten voor een rechtstreekse spoorverbinding Maastricht-Hasselt. Zoals aangegeven in de beantwoording op vraag 6, heeft Rijkswaterstaat meerdere scenario’s onderzocht. Eventuele her-ingebruikname van de Spoorbrug Maastricht vraagt dat de constructie wordt verhoogd ten behoeve van de scheepvaart, wat feitelijk nieuwbouw betekent. Dit is zeer lastig in te passen in de omgeving en kostbaar. Zoals aangegeven in de beantwoording op vraag 14, hebben IenW en de Belgische federale overheid ambities uitgesproken omtrent verbindingen tussen Nederland en België. Hier blijven we over in gesprek. Het staat regionale overheden daarnaast vrij om gezamenlijk een visie op te stellen over het toekomstig openbaar vervoerssysteem in de grensregio Hasselt-Maastricht.
Bent u bekend met het belang dat Nederland, België en Duitsland hechten aan een goede grensoverschrijdende bereikbaarheid van de Euregio Maas-Rijn in het kader van de kandidatuur voor de Einstein Telescope? Op welke wijze worden de verbetering van de internationale spoorverbindingen, waaronder Maastricht-Luik, Maastricht-Aken en een mogelijke heropening van Maastricht-Hasselt, betrokken bij de verdere uitwerking van de Nederlandse bijdrage aan het bidboek?
De Euregio Maas-Rijn onderscheidt zich in Europees perspectief en van andere kandidaat-regio's voor de vestiging van de Einstein Telescope onder meer door het sterke internationale leef- en vestigingsklimaat. Dat maakt de Euregio aantrekkelijk voor onderzoekers en innovatieve bedrijven die willen samenwerken bij de technologieontwikkeling en de exploitatie van de Einstein Telescope. Goede grensoverschrijdende verbindingen en verdere verbeteringen van die verbindingen zijn dus van groot belang voor die grensoverschrijdende samenwerking en daarmee voor de kansen voor de Euregio als vestigingslocatie. Dit is dus een belangrijk onderdeel van de Nederlandse bijdrage aan het Bidbook van de Euregio Maas-Rijn voor de Einstein Telescope. IenW ziet geen rol voor spoorvervoer in de grensoverschrijdende mobiliteit tussen de regio Maastricht en de regio Hasselt.
Deelt u de opvatting dat onomkeerbare infrastructurele besluiten die de toekomstige internationale spoorbereikbaarheid van de Euregio Maas-Rijn kunnen beperken, zorgvuldig moeten worden afgewogen? Bent u daarom bereid de besluitvorming over de toekomstige spoorfunctie van de Maasovergang expliciet te betrekken bij de bredere visie op de internationale bereikbaarheid en de economische ontwikkeling van de Euregio Maas-Rijn, mede gelet op de recente bestuurlijke afspraken in België om de mogelijkheden voor heropening van spoorlijn 20 verder te onderzoeken?
Ik ben van mening dat onomkeerbare infrastructurele besluiten zorgvuldig moeten worden afgewogen. Om die reden hebben mijn voorganger en ik afgelopen periode een intensief traject doorlopen, waar mijn voorganger middels een internetconsultatie betrokkenen gevraagd heeft hun mening te delen. Vervolgens is mijn voorganger met een groot aantal partijen in gesprek gegaan om deze argumenten te kunnen betrekken in de afweging. Ook hebben mijn voorganger en ik het voorgenomen besluit meermaals besproken met Minister Crucke. Er volgt nog een allesomvattend gesprek tussen Minister Crucke en mij rond verschillende infrastructurele besluiten die genomen moeten worden. Op basis van de argumenten zie ik vooralsnog geen aanleiding om het voorgenomen besluit te heroverwegen en nader onderzoek te doen.
Deelt u de opvatting dat onomkeerbare besluiten over de bestaande spoorbrug bij voorkeur worden genomen nadat zowel de integrale studie Zuidelijk Maasdal als de aangekondigde Belgische kostenraming voor de heropening van spoorlijn 20 beschikbaar zijn, zodat besluiten over waterveiligheid, scheepvaart, de toekomstige internationale spoorverbinding Maastricht-Hasselt en ruimtelijke ontwikkeling in samenhang kunnen worden genomen? Bent u bereid voorafgaand aan een dergelijk besluit de maatschappelijke, economische en vervoerkundige gevolgen voor een mogelijke toekomstige spoorverbinding Maastricht-Hasselt expliciet in kaart te brengen?
Het project Zuidelijk Maasdal heeft als uitgangspunt dat de Spoorbrug Maastricht gesloopt wordt. Het uitstellen van het besluit over de Spoorbrug Maastricht leidt tot een wijziging van het uitgangspunt voor het project. Dit heeft direct gevolgen voor de planning en het budget van de verkenningsfase, waardoor ook de uitvoering van andere onderdelen van de integrale scope, zoals de verbetering van de waterveiligheid in het gebied, vertraging oplopen.
Hoe staat het met het oplossen van de problematiek met betrekking tot het nog steeds niet kunnen gebruiken van de ov-chipkaart en OV-pay op het deeltraject Maastricht-Luik van de drielandentrein? Waarom duren deze problemen inmiddels zo lang?
De vervoerders op de Drielandentrein slagen er op dit moment niet in het Nederlandse check-in-check-out-systeem met paaltjes uit te breiden naar de Belgische stations op de Drielandentrein. Daarom kunnen reizigers daar nu geen gebruik maken van zowel de OV-chipkaart en OVpay. Tijdens het implementatietraject is recent gebleken dat in tegenstelling tot eerdere verwachtingen een goede integratie van het Belgische tarievensysteem in het Nederlandse OV-chipkaart-systeem met correcte beprijzing niet mogelijk is. Daarom is door de vervoerders geadviseerd om van een implementatie van in- en uitchecken met de OV-chipkaart op het Belgische deel af te zien tot de volledige migratie naar OVpay in 2027. Dit is namelijk technisch wel compatibel met de integratie van het Belgisch systeem.
Herinnert u zich de antwoorden van uw ambtsvoorganger van 3 maart 2025 op eerdere schriftelijke vragen d.d. 5 februari 2025 over de problemen met de drielandentrein uit 2025?2 Kunt u aangeven of de destijds genoemde acties om de punctualiteit te verbeteren en de rituitval tegen te gaan duidelijk effect hebben gehad? Zo nee, welke extra acties zijn er noodzakelijk om de uitvoering van deze treindienst te verbeteren?
Ja, dat herinner ik mij. Zoals aangegeven in de beantwoording van de Kamervragen inzake de afspraken met België over spoordossiers4, rijdt de Drielandentrein momenteel in het algemeen zoals beoogd op het gehele traject Aachen-Heerlen-Maastricht-Liège Guillemins en vice versa. Door (geplande) werkzaamheden in Duitsland en door stakingen in België was het de afgelopen periode niet mogelijk zonder hinder te rijden. Behoudens deze (externe) oorzaken is de betrouwbaarheid van de verbinding sinds de start fors verbeterd. De prestaties op het traject van en naar Duitsland voldoen echter niet aan de (Nederlandse) normen, omdat er beperkte capaciteit op dit traject is, waarvoor overbelastverklaringen zijn opgesteld.
Het bericht dat Defensie scherfvesten wil afnemen van Chinees-Israëlische makelij |
|
Judith Buhler (CDA), Maes van Lanschot (CDA) |
|
Herbert , Derk Boswijk (CDA) |
|
|
|
|
Klopt het dat Defensie binnen een bestaande raamovereenkomst met een Israëlisch bedrijf beschermende scherfvesten wil afnemen waarin Chinese vezels zijn verwerkt?1
Hoe verhoudt deze keuze zich tot het voornemen uit de actieagenda «productie- en leveringszekerheid munitie en Defensiematerieel» van juni 2024, dat het mantra beste product, voor de beste prijs losgelaten wordt en dat de factor tijd en herkomst van het product – bij voorkeur Europees of Nederlands – zwaarder gaan meewegen?2
Hoe beoordeelt u de keuze voor Chinese sterke vezels in het licht van het rapport «Chemie en materialen voor Defensie», dat u onlangs met de Kamer heeft gedeeld?3
Wat is de totale looptijd van de genoemde raamovereenkomst met de Israëlische leverancier, op welke datum is deze ingegaan en wanneer loopt deze af? Welke verlengingsopties bevat de raamovereenkomst en onder welke voorwaarden kan Defensie daarvan gebruikmaken?
Welke juridische mogelijkheden heeft u om deze raamovereenkomst tussentijds te beëindigen, op te schorten of aan te passen wanneer sprake is van nieuwe strategische risico’s, zoals afhankelijkheid van Chinese materialen of onderdelen?
Bevat de raamovereenkomst bepalingen over de herkomst van kritieke materialen, ketentransparantie, leveringszekerheid en uitsluiting van leveranciers of grondstoffen uit risicolanden zoals China? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
Is het gebruik van Chinese vezels door de leverancier vooraf aan u gemeld en door u goedgekeurd? Op welk moment bent u hiervan op de hoogte gesteld?
Herkent u de uitspraak van de Stichting Nederlandse industrie voor defensie en veiligheid (NIDV) dat Nederland juist op dit soort materialen over topbedrijven beschikt?
Zijn de Nederlandse en Europese partijen die de vesten, platen en daarvoor benodigde sterke vezels kunnen leveren benaderd door Defensie om ook mee te dingen naar deze opdracht? Zo nee, waarom niet?
Als deze Nederlandse en Europese partijen niet benaderd zijn, hoe weet u dan dat zij voor de beste oplossing hebben gekozen?
Is het binnen dit project mogelijk om alsnog te kiezen voor vesten en platen van Nederlandse of Europese makelij, met sterke vezels uit Nederland? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid de afname van deze beschermende scherfvesten op te schorten totdat duidelijk is welke Nederlandse of Europese alternatieven beschikbaar zijn en welke risico’s kleven aan het gebruik van Chinese vezels?
Hoe voorkomt het kabinet in het algemeen dat Nederland voor essentiële defensiematerialen afhankelijk wordt van productielocaties buiten Europa?
Hoe wordt bij grote defensieorders geborgd dat Nederlandse bedrijven kunnen deelnemen aan de toeleveringsketen en dat kennis, innovatie en werkgelegenheid in Nederland behouden blijven?
Is het kabinet van mening dat de huidige aanbestedingsregels voldoende ruimte bieden om bij defensie-inkopen de strategische autonomie van Nederland en Europa mee te wegen?
Welke mogelijkheden benut u nu al om bij aanbestedingen leveringszekerheid, strategische autonomie en behoud van kritieke productiecapaciteit als gunningscriterium mee te wegen?
Is het kabinet bereid te onderzoeken hoe bij defensie-aanbestedingen meer gewicht kan worden toegekend aan productie, onderhoud en innovatie in Nederland of Europa, binnen de geldende Europese regelgeving?
Is het kabinet bereid zich in Europees verband in te zetten voor aanpassing van de aanbestedingsregels, zodat lidstaten bij defensie-inkopen meer ruimte krijgen om strategische economische belangen en leveringszekerheid mee te wegen?
In hoeverre biedt de Industrial Accelerator Act ruimte voor bescherming en versterking van de binnenlandse defensie-industrie?
Kunt u aangeven welke kansen u ziet om defensie-investeringen sterker te benutten voor de versterking van de Nederlandse maakindustrie en technologische kennisbasis?
Storingen op het spoor |
|
Habtamu de Hoop (GroenLinks-PvdA) |
|
Bertram |
|
|
|
|
Kunt u toelichten wat tot nu toe bekend is over de grote stroomstoring tussen Rotterdam en Zwijndrecht waardoor het treinverkeer op dit drukke traject ruim een week stilgelegen heeft?1
Op maandagochtend 29 juni ontstond er een storing in de stroomvoorziening ter hoogte van Rotterdam Stadion. Kort daarna bleek er een brand te zijn uitgebroken in een kabelgoot langs het spoor. In de kabelgoot liggen 299 kabels; hiervan bleek uiteindelijk circa tachtig procent door de brand beschadigd te zijn. Omdat deze kabels essentieel zijn voor de aansturing van seinen, wissels, telecom- en andere spoorgebonden systemen heeft ProRail direct het treinverkeer moeten staken. Als gevolg hiervan kon geen treinverkeer plaatsvinden tussen Rotterdam en de zuidzijde richting Barendrecht, Dordrecht, Kijfhoek en de HSL richting Breda.
Tijdens de herstelwerkzaamheden bleek de schade aanzienlijk groter en complexer dan aanvankelijk gedacht, waardoor de prognose een aantal keer moest worden bijgesteld. Door de brand waren kabellabels weggeschroeid, waardoor het een ingewikkelde klus was om de kabeleinden bij elkaar te zoeken. Ook de laswerkzaamheden waren zeer omvangrijk en complex. Pas toen alle systemen volledig hersteld en getest waren, kon het treinverkeer na ruim een week weer worden opgestart.
Kunt u toelichten wat tot nu toe bekend is over de (vermoedelijke) oorzaak van de brand?
Het onderzoek naar de oorzaak van de brand is nog niet afgerond. Daarom kan ProRail op dit moment geen definitieve oorzaak vaststellen. Op basis van de voorlopige onderzoeksresultaten lijkt de brand te zijn ontstaan door een defect aan een voedingskabel van de bovenleiding, waardoor kortsluiting is ontstaan. De kabelbreuk bevond zich onder een kabelgoot met 299 kabels, waarna de brand zich naar deze kabelgoot heeft uitgebreid en een groot aantal kabels is beschadigd.
Kunt u uitsluiten dat achterstallig onderhoud heeft bijgedragen aan het verergeren van de gevolgen van de brand? Zo nee, welk achterstallig onderhoud heeft hierbij een rol gespeeld?
Het onderzoek naar de oorzaak van de brand is nog niet afgerond. Zodra het onderzoek naar de oorzaak van de brand is afgerond, kan er een definitieve conclusie getrokken worden.
Wat is de reden dat, toen duidelijk was dat de storing langer zou gaan duren, geen pendeltreinen zijn ingezet tussen Rotterdam en Dordrecht over een van de sporen?
Tijdens het incident was geen sprake van een gedeeltelijke stremming, maar van een volledige uitval van de spoorinfrastructuur op het getroffen traject. Om de brand veilig te kunnen blussen, zijn de tractievoeding, het onderstation Rotterdam Zuid en de 23 kV-voedingskabels uitgeschakeld. Hierdoor vielen zowel de energievoorziening als de bediening van seinen en wissels uit en kon het spoor niet veilig worden bereden.
Vervolgens was het gehele gebied langdurig buitendienst gesteld ten behoeve van het veilig uit kunnen voeren van de herstelwerkzaamheden. Omdat er gedurende de herstelperiode geen veilig berijdbaar spoor beschikbaar was, was het niet mogelijk om op één van de sporen een pendeldienst tussen Rotterdam en Dordrecht te laten rijden. Gedurende de stremming zijn reizigers vervoerd met vervangende stop- en snelbussen.
Klopt het dat de Eurostar naar Londen, anders dan die naar Parijs, niet is omgeleid via Utrecht-Breda? Wat was hiervan de reden en welke afwegingen zijn hierbij gemaakt?
Eurostar geeft aan dat het in de eerste fase van de verstoring niet mogelijk was om de Londendiensten om te leiden via Utrecht en Breda. Voor de internationale Londendiensten zijn specifieke veiligheids- en exploitatiegoedkeuringen vereist. Deze waren aan het begin van de verstoring nog niet beschikbaar voor de beoogde omleidingsroute. Nadat de benodigde goedkeuringen door ProRail en de betrokken veiligheidsautoriteiten waren verleend, kon de alternatieve route later in de week alsnog worden ingezet.
Klopt het dat reizigers naar Londen niet actief gewezen zijn op de mogelijkheid van een vervangende trein op het traject Brussel-Londen, terwijl zij volgens de regels wel recht hadden om in Brussel in de trein naar Londen te stappen? Zo ja, waarom niet?
De rechten van treinreizigers bij verstoringen zijn vastgelegd in de Europese passagiersrechtenverordening (EU) 2021/782. Op grond van artikel 18 van deze verordening dient een vervoerder reizigers bij een gemiste aansluiting of annulering de keuze te bieden tussen terugbetaling van het ticket, voortzetting van de reis of vervoer via een alternatieve route naar de eindbestemming. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt toezicht op de naleving van deze verordening, en onderzoekt momenteel of reizigers door Eurostar voldoende zijn geïnformeerd over eventuele alternatieven en of in dit geval aan de verplichtingen uit de verordening is voldaan.
Eurostar geeft aan gedurende de verstoring verschillende mogelijkheden te hebben aangeboden aan de getroffen reizigers, waaronder het omboeken naar een latere reisdatum, restitutie van het ticket, en waar operationeel mogelijk, een alternatieve reisroute.
Bij het informeren van reizigers heeft Eurostar rekening gehouden met de beschikbare capaciteit op stations, in treinen en bij de grens- en veiligheidscontroles. Door de uitval van de verbindingen van en naar Amsterdam en Rotterdam moesten enkele duizenden reizigers worden omgeboekt. Het actief verwijzen van alle reizigers naar één specifieke route had volgens Eurostar kunnen leiden tot overbelasting van stations en vervoersdiensten en daarmee tot verdere verstoringen.
Klopt het dat reizigers niet geïnformeerd zijn, omdat de incheckbalie in Brussel niet toereikend was voor de extra passagiers die afkomstig waren uit Nederland? Zo ja, waarom is er dan niet voor gekozen om juist de Eurostar naar Londen wel te laten rijden via de omreisroute Utrecht-Breda?
Eurostar geeft aan dat ze in hun afwegingen in het informeren van reizigers rekening hebben gehouden met zowel de beschikbare capaciteit in treinen als met de capaciteit voor veiligheids-, grens-, en douanecontrole op de betrokken stations. Hoewel station Brussel-Zuid over aanzienlijke capaciteit beschikt om reizigers naar Londen te verwerken, is deze capaciteit niet onbeperkt. Tijdens de verstoring moest Eurostar rekening houden met grote aantallen extra reizigers die via alternatieve routes wilden reizen. Het geconcentreerd doorverwijzen van alle getroffen reizigers naar één station of één route zou het risico op congestie en verdere operationele knelpunten hebben vergroot.
Zoals bij vraag 5 omschreven, was het aan het begin van de week niet mogelijk om de Londendiensten om te leiden via Utrecht en Breda doordat de benodigde goedkeuringen nog niet waren gegeven. Nadat die goedkeuringen waren verleend, kon de alternatieve route alsnog worden ingezet.
Wat is de reden dat reizigers tussen Nederland en Londen met hun Eurostar-ticket geen gebruik konden maken van de Eurocity Direct tussen Nederland en Brussel (en vice versa)? Deelt u de mening dat dit wel logisch zou zijn nu reizigers zoveel hinder ondervonden van de storing? Zo nee, waarom niet?
De Eurocity Direct wordt geëxploiteerd door NS en NMBS. Binnen de spoorsector bestaan afspraken die bedoeld zijn om reizigers bij verstoringen zo goed mogelijk in staat te stellen hun reis voort te zetten (zoals de Agreement on Journey Continuation (AJC) en de Hop on the Next Available Train (HOTNAT) afspraak tussen hogesnelheidstrein-maatschappijen). Dit betekent echter niet dat reizigers automatisch met een Eurostarticket gebruik kunnen maken van treinen van een andere vervoerder. Eurostar heeft toegelicht dat het direct na het ontstaan van de verstoring niet mogelijk was Eurostarreizigers structureel toe te laten op de Eurocity Direct. Op dat moment bestond onvoldoende inzicht in de beschikbare capaciteit op de treinverbindingen tussen Nederland en België en in het aantal reizigers dat hiervan gebruik zou willen maken. Het zonder voorafgaande afspraken toelaten van grote aantallen reizigers had kunnen leiden tot overvolle treinen en verdere hinder voor zowel Eurostar- als reguliere reizigers.
Naarmate meer duidelijkheid ontstond over de beschikbare capaciteit, hebben de betrokken vervoerders afspraken gemaakt over de toelating van Eurostarreizigers op de Eurocity Direct. Via de stationsorganisaties zijn reizigers vervolgens gecontroleerd naar deze treinen begeleid, zodat zij hun reis alsnog konden voortzetten.
Ik deel de opvatting dat het voor reizigers logischer en eenvoudiger is wanneer zij bij verstoringen hun reis met zo min mogelijk belemmeringen kunnen voortzetten. De Europese Commissie heeft onlangs het zogenoemde Passenger Package gepubliceerd, met daarin onder meer voorstellen tot wijziging van de passagiersrechten voor treinreizigers. Deze voorstellen beogen de bescherming van reizigers gedurende de gehele reis te verbeteren. Het kabinet heeft zijn standpunt hierover onlangs met de Kamer gedeeld via een BNC-fiche2 en staat positief tegenover voorstellen die de positie van reizigers bij verstoringen versterken.
Bent u bereid om met de vervoerders, ProRail en de KMAR in gesprek te gaan over hoe in de toekomst bij een dergelijke verstoring de hinder voor reizigers naar Londen kan worden beperkt, juist omdat reizigers op deze route zo afhankelijk zijn van de grenscontroles en de incheckfaciliteit in Amsterdam nu een week ongebruikt is gebleven? Zo nee, waarom niet?
Er vinden al gesprekken plaats om te kijken hoe hinder bij een dergelijke verstoring kan worden beperkt. Daarbij blijft gelden dat bij de internationale verbinding naar Londen rekening gehouden moet worden met de beschikbare capaciteit op stations, in treinen en bij de grens- en veiligheidscontroles. Voor reizigers naar Londen geldt bovendien dat alleen gebruik kan worden gemaakt van stations met de vereiste veiligheids-, douane- en grenscontrolefaciliteiten. Eurostar heeft nu de benodigde goedkeuringen voor de route via Utrecht en Breda, die omleiding is dus juridisch mogelijk. ProRail en vervoerders zijn in gesprek om te kijken hoe een omleiding er praktisch gezien uit zou zien, aangezien dat ook gevolgen heeft voor de binnenlandse treindienst.
Wat zegt het feit dat door een brand langs het spoor een belangrijk traject zo lang buiten dienst gesteld moest worden over de weerbaarheid en robuustheid van het Nederlandse spoor?
Hoewel het Nederlandse spoor behoort tot de veiligste en meest betrouwbare spoorsystemen ter wereld, laat dit incident zien dat uitval van een relatief klein onderdeel van de spoorinfrastructuur op een strategische locatie grote maatschappelijke gevolgen kan hebben voor reizigers, goederenvervoerders en de bereikbaarheid van Nederland. Het versterken van de weerbaarheid en robuustheid van het spoorsysteem kan helpen om het spoor minder kwetsbaar te maken en de impact van verstoringen te verkleinen. Daarbij is het van belang te benadrukken dat investeringen in weerbaarheid niet betekenen dat technische incidenten, zoals kortsluiting, kunnen worden voorkomen. Wel kunnen dergelijke investeringen de kans op verstoringen verkleinen, de impact ervan beperken en bijdragen aan sneller herstel.
Deelt u de zorgen over de kwetsbaarheid van de spoorinfrastructuur? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is er volgens u extra nodig om de spoorinfrastructuur weerbaarder te maken tegen dit soort grote storingen?
Ja, het kabinet deelt de zorgen en wil het spoorsysteem minder kwetsbaar maken. Het versterken van de weerbaarheid van onze infrastructuur is in de beleidsbrief van IenW als één van de prioriteiten benoemd. Het belang van de spoorsector wordt onder meer onderstreept door haar aanwijzing onder de aanstaande Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten (Wwke). Deze wet is gericht op het verhogen van de weerbaarheid van entiteiten in essentiële sectoren, waaronder de spoorsector. Bij het invullen van deze verplichtingen neemt het Kabinet, in samenwerking met de spoorsector, ook de aanbevelingen uit het rapport van het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL)3 mee. Zo heeft ProRail de belangrijkste kwetsbaarheden geïnventariseerd en geprioriteerd en werkt samen met IenW, Defensie en veiligheidspartners aan een risicogestuurde aanpak.
Ook is het van belang te benadrukken dat investeringen in weerbaarheid niet betekenen dat technische incidenten, zoals kortsluiting, kunnen worden voorkomen. Wel kunnen dergelijke investeringen de kans op verstoringen verkleinen, de impact ervan beperken en bijdragen aan sneller herstel. Het OFL-rapport roept op om aan te slag te gaan met een startpakket van minimaal € 600 miljoen aan investeringen, waarvan € 250 miljoen is bedoeld voor maatregelen die gericht zijn op het verhogen van de weerbaarheid van het spoor. Het Kabinet betrekt deze financiële opgave in het lopende traject van prioritering binnen het Mobiliteitsfonds.
Kunt u schetsen welke concrete maatregelen er volgens u noodzakelijk zijn om te voorkomen dat als gevolg van bijvoorbeeld een bermbrand, kortsluiting of anderszins relatief kleine verstoring in de nabije toekomst opnieuw een belangrijk baanvak langdurig gestremd is?
Op dit moment kan nog geen conclusie getrokken worden over specifieke maatregelen. De technische oorzaak wordt nog verder onderzocht en ProRail zal een analyse doen om te kijken op welke andere plekken risico is op een grote verstoring door een relatief kleine oorzaak. Op basis van dit onderzoek kunnen we een conclusie trekken over eventuele passende maatregelen.
Deelt u de mening dat het van groot belang is voor de weerbaarheid van de Nederlandse spoorinfra dat de aanbevelingen uit het rapport van dhr. Van der Maat spoedig moeten worden opgevolgd? En welke concrete maatregelen worden nu al genomen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u een tijdpad geven voor de uitvoering van de aanbevelingen uit dit rapport?
Ja, het Kabinet onderschrijft een spoedige opvolging van het OFL-rapport. Waar mogelijk zijn de aanbevelingen van het rapport, in samenwerking met de spoorsector, al in gang gezet. Zo wordt er reeds gewerkt aan een weerbaarheidsstrategie met ProRail waarin het ambitieniveau wordt bepaald en de priortering wordt uitgewerkt.
Tegelijkertijd vraagt de volledige uitvoering van de aanbevelingen om een heroriëntatie op de inrichting van het Nederlandse spoor. Het spoorsysteem is nu ingericht op efficiëntie, betrouwbaarheid en kosteneffectief beheer. Daarmee beschikt Nederland over één van de best presterende spoorstelsels ter wereld, en kent het kwetsbaarheden in de redundantie. Echter, het structureel verhogen van de weerbaarheid vraagt om een andere manier van kijken naar deze inrichting. Dit kan niet van de ene op de andere dag worden gerealiseerd.
Kunt u schetsen wat de potentiële gevolgen en maatschappelijke kosten zijn, wanneer er onvoldoende wordt geïnvesteerd in de weerbaarheid en robuustheid van het Nederlandse spoor?
Het spoorsysteem vormt de ruggengraat van de dagelijkse mobiliteit van mensen en goederen. Dit belang wordt onder andere onderstreept door de aanwijzing van de spoorsector onder de aanstaande Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten (Wwke). Het huidige basiskwaliteitsniveau (BKN) spoor biedt continuïteit onder normale omstandigheden maar onvoldoende garantie voor robuustheid bij verhoogde dreigingsniveaus.
Onvoldoende investeringen in de weerbaarheid en robuustheid van het Nederlandse spoor vergroten het risico dat verstoringen een grotere maatschappelijke impact hebben en dat herstel van de dienstverlening meer tijd vergt. Dat betekent niet noodzakelijkerwijs dat storingen vaker optreden, maar wel dat de gevolgen van storingen op kritieke locaties groter kunnen zijn. Dergelijke verstoringen kunnen niet alleen de mobiliteit van mensen en goederen, maar ook de militaire mobiliteit en de Nederlandse economie schaden. Tegelijkertijd is het van belang te benadrukken dat investeringen in weerbaarheid en robuustheid niet betekenen dat technische incidenten, zoals kortsluiting, kunnen worden voorkomen.
Kunt u schetsen welke personele en materiële problemen er in de spoorsector zijn waardoor onderhoud en herstel langer duren dan wenselijk? Kunt u hierbij specifiek ingaan op het tegengaan van verdere personeelstekorten (bij aannemers) en op tekorten aan noodzakelijk materieel? Deelt u de mening dat het goed zou zijn als er meer cruciale onderdelen in voorraad worden gebracht, zodat bij een verstoring leveringsproblemen zoveel mogelijk worden beperkt? Zo nee, waarom niet?
De spoorsector heeft op dit moment beperkt last van personele en materiele problemen, maar voorziet wel dat het een groter probleem wordt in de komende jaren. Volgens ProRail krijgt de sector de komende jaren te maken met een aanzienlijke uitstroom van technisch personeel, waarbij er ook specialistische capaciteit verdwijnt. Voor ProRail is de beschikbaarheid van personeel daarom een belangrijk aandachtspunt. ProRail werkt samen met marktpartijen aan verschillende initiatieven om de spoorsector aantrekkelijk te houden en voldoende vakmensen beschikbaar te houden voor de groeiende vervangings- en vernieuwingsopgave. In het Masterplan 2028–2032 van ProRail valt meer te lezen over de aanpak.
Naast personeel vraagt ook de beschikbaarheid van kritieke onderdelen en materialen aandacht. Uit de eerste uitkomsten van de evaluatie van dit incident lijkt de beschikbaarheid van specifieke onderdelen een mogelijke invloed te hebben op de snelheid van herstel. Dit moet echter nader worden onderzocht, daarom betrekt ProRail dit punt in de verdere evaluatie en opvolging van de aanbevelingen.
Kunt u toezeggen dat de benodigde middelen om het Basis Kwaliteitsniveau Spoor goed uit te kunnen voeren beschikbaar zijn voor ProRail? Zo nee, waarom niet?
Met de vaststelling van het BKN spoor eind 2024 zijn de instandhoudingsbehoefte en de beschikbare middelen op het Mobiliteitsfonds in balans gebracht. De benodigde middelen om het BKN spoor meerjarig goed uit te voeren zijn daarmee beschikbaar voor ProRail en staan apart gereserveerd voor instandhouding van het spoor op artikelonderdeel 13.02 van het Mobiliteitsfonds. In de periode sinds de vaststelling van het BKN spoor hebben zich ontwikkelingen voorgedaan waar eind 2024 nog geen rekening mee kon worden gehouden. Onder vraag 17 ga ik hier nader op in.
Kunt u toezeggen dat de indexatie van de bedragen die ProRail ontvangt voldoende zijn om de stijgende kosten van het onderhoud te ondervangen? Zo nee, hoe garandeert u dan dat het noodzakelijke onderhoud kan worden uitgevoerd?
Voor het BKN van het spoor is het tekort € 3,1 mld. in de periode 2026–2040, waarvan € 2,1 mld. samenhangt met indexatiespanning. Het besluit om de prijscompensatie over 2026 slechts gedeeltelijk uit te keren vergroot deze spanning. Daarnaast wordt de indexatiespanning beïnvloed door de feitelijke prijsontwikkelingen in de spoormarkt. Voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing is afgesproken dat het indexatieverschil wordt betrokken bij de jaarlijkse voorjaarsbesluitvorming, zodat schommelingen in loon- en prijsontwikkelingen geleidelijk worden opvangen en niet in één keer voor de hele looptijd van het Mobiliteitsfonds. Bovendien wordt hiermee mogelijke over- en ondercompensatie zo veel mogelijk voorkomen omdat rekening gehouden kan worden met de jaarlijkse ontwikkeling van lonen en prijzen in de markt. Als bij de voorjaarsbesluitvorming middelen voor indexatie voor het komende jaar worden toegekend, kunnen de instandhoudingswerkzaamheden worden uitgevoerd. Als dit niet gebeurt dan kan dit leiden tot een oplopende druk op de instandhoudingsopgave. Het dekkingsvraagstuk van de instandhoudingsopgave dat exclusief indexatiespanning bestaat is onderdeel van de nu lopende herprioritering, waarin nog keuzes moeten worden gemaakt.
Deelt u de mening dat het nu uitstellen van noodzakelijk onderhoud en noodzakelijke investeringen op de langere termijn meer kosten met zich mee zal brengen? Zo nee, waarom niet en, zo ja, hoe borgt u dan de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van het spoor nu en in de toekomst?
Uitstel van onderhoud verhoogt de kosten op de langere termijn.
Het BKN spoor is in het leven geroepen om een stabiel, langjarig en robuust instandhoudingsniveau van de Nederlandse spoorinfrastructuur vanaf 2026 te bewerkstelligen. Het BKN Spoor is haalbaar en maakbaar is en zorgt dat een constructief veilig en betrouwbaar spoornetwerk onverminderd wordt geborgd.
Is de rijksbrede taakstelling ook van invloed op ProRail? Zo ja, wat zijn de precieze financiële gevolgen voor ProRail? En welke gevolgen heeft de taakstelling voor het noodzakelijke onderhoud en voor het Basis Kwaliteitsniveau Spoor?
De rijksbrede taakstelling uit het coalitieakkoord «Aan de Slag. Bouwen voor een beter Nederland» is, net als bij het kerndepartement IenW en RWS, van invloed op ProRail. Over de financiële gevolgen van de taakstelling voor ProRail wordt u in de Ontwerpbegroting 2027 geïnformeerd. Deze taakstelling staat niet op zichzelf maar valt samen met de opgave rondom prijsontwikkelingen, de vervangingsopgave en de inzet van ProRail om het BKN Spoor te realiseren. ProRail is door IenW gevraagd om voor het eind van 2026 een voorstel voor de inpassing van de taakstelling en mogelijke gevolgen gereed te hebben.
Kunt u uitsluiten dat een taakstelling gevolgen heeft voor de robuustheid en weerbaarheid van het spoor?
ProRail heeft aangegeven dat de taakstelling gevolgen heeft voor de organisatiekracht die nodig is om het spoor robuust en weerbaar te houden. ProRail is door IenW gevraagd om voor het eind van 2026 een voorstel voor de inpassing van de taakstelling en de mogelijke gevolgen daarvan gereed te hebben. Ik wacht dat voorstel af.
Kunt u voorgaande vragen één voor één beantwoorden?
Ja.
Het bericht ‘Defensie zet zinnen op scherfvesten van Chinees-Israëlische makelij, en dat schiet Nederlandse industrie in verkeerde keelgat’ |
|
Tamara ten Hove (PVV) |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Defensie zet zinnen op scherfvesten van Chinees-Israëlische makelij, en dat schiet Nederlandse industrie in verkeerde keelgat»?1
Kunt u aangeven welke Nederlandse leveranciers vergelijkbare vesten kunnen leveren en wat de eventuele verschillen daartussen zijn? Kunt u daarbij een vergelijking maken in levertijd, kosten, gewicht van de scherfvesten en de functionaliteit tussen de scherfvesten van Nederlandse makelaardij en die van de aangekochte Chinees-Israëlische materialen?
Kunt u aangeven welke verplichting de raamovereenkomst oplegt aan Defensie om nieuwe ballistische beschermingsmiddelen alleen bij deze leverancier af te nemen? Bevat de raamovereenkomst de harde verplichting dit te allen tijde bij deze leverancier te doen?
Bent u het ermee eens dat, gelet op de term «kan afnemen», uit de eigen verklaring van Defensie blijkt dat er geen verplichting bestaat om deze materialen bij deze leverancier aan te schaffen? Zo nee, waarom niet?
Kunt u aangeven op welke gebieden Defensie nog meer raamovereenkomsten heeft waaruit dergelijke besluiten voort kunnen vloeien, terwijl er Nederlandse alternatieven beschikbaar zijn? Zo nee, waarom niet?
Bent u het ermee eens dat bij enige juridische mogelijkheid deze opdracht alsnog aan een Nederlands bedrijf gegund moet worden en zo ja, hoe gaat u dit bewerkstelligen? Zo nee, waarom niet?
Welke gevolgen heeft deze deal met China voor de Nederlandse bedrijven die in het kader van het Verbeterd Operationeel Soldaten Systeem (VOSS) ballistische beschermingsmaterialen produceren? Welke gevolgen heeft dit op het VOSS-project zelf?
Hoe rijmt u de voor Nederlanders nieuwe belastingregels die per 1 juli 2026 van kracht zijn op Chinese aankopen, onder andere om de binnenlandse economie te ondersteunen, met het blijven aankopen van scherfwerende producten uit China, terwijl de Nederlandse industrie hier ook in kan voorzien?
Het artikel 'Russische atleten en ploegen weer welkom op Olympische Spelen na besluit IOC' |
|
Nicole Maes (VVD) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Russische atleten en ploegen weer welkom op Olympische Spelen na besluit IOC»?1
Hoe beoordeelt u het besluit van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) om de schorsing van het Russisch Olympisch Comité (ROC) voorlopig op te heffen, in het licht van de realiteit dat er door de Russische agressie inmiddels meer dan 600 Oekraïense atleten en coaches zijn vermoord, er nog zeker 19 in Russische gevangenschap verkeren en er 13 als vermist staan geregistreerd?
Hoe duidt u het feit dat het IOC deze schorsing opheft, terwijl de oorspronkelijke reden voor de schorsing (namelijk: het inlijven van regionale sportbonden uit geannexeerde Oekraïense gebieden door het ROC) door Rusland niet ongedaan is gemaakt of gecorrigeerd?
Hoe beoordeelt u de haalbaarheid van zogenaamd «neutrale» Russische deelnemers of ploegen, wetende dat topsport in Rusland veelal onlosmakelijk verbonden is met de staat en dat veel topsporters direct gelieerd zijn aan het Russische leger en de veiligheidsdiensten?
Deelt u de zorg dat het toelaten van Rusland tot het meest prestigieuze sportevenement ter wereld bijdraagt aan het witwassen van Russische oorlogsmisdaden in Oekraïne en kan bijdragen aan het legitimeren van de Russische staat op het wereldtoneel?
Deelt u de opvatting dat het IOC besluit het risico in zich draagt het signaal af te geven, namelijk dat oorlogsmisdaden zonder langdurige of fundamentele consequenties blijven, en daarmee straffeloosheid aanwakkert? Zo ja, wat gaat u hier dan aan doen? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de zorg dat dit besluit kan dienen als een onwenselijke opmaat naar de bredere politieke rehabilitatie van het regime van Poetin, en bent u het ermee eens dat hiervan geen sprake mag zijn zolang de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne voortduurt?
Hoe schat u de kans in dat er in de huidige Russische context werkelijk onafhankelijke dopingcontroles worden uitgevoerd?
Wat vindt u van de verklaringen van onder meer Estland en Litouwen, waarin dit besluit van het IOC stevig wordt veroordeeld en de oproep is gedaan om Europese financiering aan het IOC op te schorten, omdat sport geen achterdeur mag zijn voor het normaliseren van agressie?
Bent u bereid om zich aan te sluiten bij de inzet van Estland en Litouwen, en in Europees verband de mogelijkheid te verkennen om EU-subsidies en -financieringsprogramma's (zoals het Erasmus+-programma) aan het IOC op te schorten of te bevriezen totdat deze beslissing wordt teruggedraaid? Zo nee, waarom niet?
Ziet u mogelijkheden om, in overleg met de gastlanden van de komende Spelen (de Verenigde Staten voor de Zomerspelen van 2028 en Frankrijk voor de Winterspelen van 2030), te spreken over de inzet van gerichte visumrestricties om deelname van Russische sporters met aantoonbare staats- of legerbanden te voorkomen?
Bent u bereid om er op korte termijn voor te zorgen dat er een krachtig en eenduidig Nederlands geluid richting het IOC gaat, met als inzet dat de rehabilitatie van Rusland onbespreekbaar is zolang de oorlog in Oekraïne voortduurt?
De financiële onzekerheid van Iraanse studenten |
|
Don Ceder (CU) |
|
Bart van den Brink (CDA), Letschert |
|
|
|
|
Wat vindt u ervan dat het voor Iraanse studenten die afhankelijk zijn van sponsorgelden uit het land van herkomst op dit moment lastig is om aan het middelenvereiste te blijven voldoen, zoals blijkt uit signalen die bij de IND bekend zijn?1
Ik vind dat buitengewoon vervelend voor de desbetreffende Iraanse studenten.
Ik heb instellingen dan ook gevraagd om aandacht te hebben voor de persoonlijke omstandigheden van de student en waar mogelijk maatwerk te bieden.
Klopt het dat Iraanse studenten door sommige onderwijsinstellingen wordt aangeraden om asiel aan te vragen? Bent u het eens dat dat niet de juiste oplossing is als een financiële regeling het probleem ook zou oplossen?
Ik heb dit nagevraagd bij de koepels van de onderwijsinstellingen (de Vereniging Hogescholen (VH) en Universiteiten van Nederland (UNL)); bij hen zijn geen onderwijsinstellingen bekend die Iraanse studenten aanraden om asiel aan te vragen. Onderwijsinstellingen wijzen bijna-afgestudeerde studenten op de mogelijkheden van een zoekjaar (of verlenging van studie in geval van studievertraging). In een bijeenkomst van het Landelijk Overleg Afdelingshoofden Studentzaken van de onderwijsinstellingen is ondersteuning van Iraanse studenten besproken maar ook daar is zover mij bekend dit advies niet gegeven.
Ik deel de mening dat een asielaanvraag niet de juiste oplossing is voor een financieel probleem.
Vindt u het wenselijk als onderwijsinstellingen besluiten níet gebruik te maken van de ruimte die ze onder de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) hebben om maatwerk te verzorgen, als dat tot gevolg heeft dat Iraanse studenten worden gedwongen hun studie te stoppen? Zo ja, waarom? Zo nee, wat betekent dit voor uw inzet?
Hogescholen en universiteiten spannen zich waar mogelijk in om te voorkomen dat betalingsproblemen van Iraanse studenten leiden tot uitschrijving. Zij maken hierbij gebruik van de ruimte die de Wet Hoger Onderwijs en Wetenschap (WHW) biedt om voorzieningen te treffen voor de (financiële) ondersteuning van een individuele student. Zij gaan echter zelf over de invulling die zij hieraan geven om zo goed mogelijk aan te kunnen sluiten bij de specifieke situatie van een student. De omstandigheden waaronder Iraanse studenten in Nederland verblijven kunnen per student verschillen. Maatwerk betekent ook dat een instelling kan besluiten dat in individuele gevallen ondersteuning niet passend is.
Bent u bereid om de financiële regelingen die onderwijsinstellingen hanteren voor Iraanse studenten te inventariseren en de Kamer hierover in september te informeren? Zo nee, waarom niet?
Zoals aangegeven in antwoord 3 betrachten instellingen zorgvuldigheid en maatwerk in het bieden van ondersteuning aan studenten om zo goed mogelijk aan te sluiten bij hun specifieke situatie. Hierdoor lopen de financiële regelingen zodanig uiteen dat een centraal overzicht van welke onderwijsinstellingen financiële ondersteuning bieden en waaruit die getroffen regelingen precies bestaan, lastig in kaart te brengen is. De koepelorganisaties VH en UNL beschikken hier ook niet over. Maatwerk kan bovendien directe financiële ondersteuning betreffen, zoals een betalingsregeling of het openstellen van een noodfonds, maar ook non-financiële ondersteuning, bijvoorbeeld het tijdelijk opheffen van herinschrijfblokkades, (mentale) begeleiding via studentpsychologen, studentendecanen en social workers voor internationale studenten en het organiseren van steunbijeenkomsten voor studenten en medewerkers. Het is dan ook ondoenlijk om uw Kamer te informeren over de ondersteuningsvoorzieningen die specifiek geboden worden aan de betreffende studenten, inclusief de gehanteerde financiële regelingen.
Bent u bereid om bij Iraanse studenten de vinger aan de pols te houden of de regelingen van de onderwijsinstellingen toereikend zijn en de Kamer over de uitkomsten van deze gesprekken te informeren? Zo nee, waarom niet?
Ik heb momenteel geen apart overleg met Iraanse studenten. Wel spreek ik regelmatig met de formele studentvertegenwoordigende organisaties LSVb en ISO. Zij kunnen de situatie van Iraanse studenten agenderen voor overleg en doen dat ook. Iraanse studenten weten hen te vinden. Verder ben ik met onderwijsinstellingen in gesprek over de situatie van Iraanse studenten in Nederland en de problemen die een deel van de Iraanse studenten in Nederland ervaren gaan ons aan het hart. Ik vraag instellingen om aandacht te hebben voor de persoonlijke omstandigheden van de student en waar mogelijk maatwerk te bieden. Ik zie dat instellingen dit ook doen.
Welke wettelijke ruimte is er om af te wijken van de regel dat niet-EER-studenten met een studievisum maximaal 16 uur per week mogen werken als de situatie, zoals die van Iraanse studenten, zich daartoe noodzaakt?
Artikel 8.3.c.7 van de Regeling tot uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen biedt internationale studenten de mogelijkheid om 16 uur per week of in de maanden juni, juli en augustus voltijds te werken zonder dat de daarvoor benodigde tewerkstellingsvergunning wordt getoetst op prioriteitgenietend arbeidsaanbod. Er is geen wettelijke ruimte om van deze regel af te wijken.
Wilt u zich zodanig inzetten dat geen enkele Iraanse student gedwongen wordt zijn of haar studie in Nederland te stoppen en terug te keren naar Iran doordat de student in de praktijk geen toegang meer heeft tot eigen geld of geld van de familie? Zo ja, wat betekent dat voor uw inzet? Zo nee, waarom niet?
Zoals in antwoord 3 aangegeven bepalen instellingen zelf de invulling die zij geven aan de ruimte die de WHW biedt om voorzieningen te treffen voor de (financiële) ondersteuning van een individuele student. Daarnaast geldt dat als een internationale student niet meer voldoet aan de voorwaarden waaronder de verblijfsvergunning is afgegeven, dat in beginsel reden is om de verblijfsvergunning in te trekken. Wel dient Nederland in elk besluit tot intrekking of niet-verlenging van de verblijfsvergunning rekening te houden met de specifieke omstandigheden van het geval en wordt het evenredigheidsbeginsel geëerbiedigd (artikel 21, zevende lid). Voordat de verblijfsvergunning wordt ingetrokken of niet wordt verlengd, beoordeelt de IND per geval of er individuele redenen zijn om van intrekking c.q. niet-verlenging af te zien. Vanwege deze mogelijkheid tot maatwerk zie ik geen reden om het beleid te wijzigen.
Wanneer bent u wél bereid om aanvullende maatregelen te nemen om Iraanse studenten in Nederland financieel te ondersteunen, bijvoorbeeld door hen te laten studeren tegen het wettelijke collegegeld?
Ik overweeg op dit moment geen aanvullende algemene maatregelen voor studenten en onderwijsinstellingen. Zoals eerder gezegd, het verschilt per student waar behoefte aan is en er zijn op instellingen al mogelijkheden voor maatwerk en financiële voorzieningen. Instellingen kunnen het instellingscollegegeldtarief voor bepaalde groepen studenten verlagen tot minimaal het wettelijk collegegeldtarief. Het is aan de instelling zelf om te bepalen of zij van deze mogelijkheid gebruik maken en in te schatten wat per student nodig en mogelijk is.
Het nieuwsbericht “Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: ‘Elke dag wordt er gevochten’” |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het nieuwsbericht «Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: «Elke dag wordt er gevochten»»?1
Ja
Heeft u kennisgenomen van de eerdere schriftelijke vragen die ik over de situatie rond Ter Apel heb gesteld?
Ja
Waarom moet de Kamer via de media vernemen dat de situatie in Ter Apel zo ernstig is dat zelfs het Rode Kruis en VluchtelingenWerk zich hebben teruggetrokken? Waarom bent u hierover niet uit eigen beweging naar de Kamer gekomen?
Er is in Ter Apel al langere tijd sprake van een aanhoudende overlastproblematiek. Op meerdere momenten heb ik uw Kamer over deze situatie en de inzet van extra maatregelen geïnformeerd.2 In de afgelopen periode is de druk op de opvang verder toegenomen door een landelijk tekort aan opvangplekken. Om die reden heeft het COA op 20 mei jl. moeten besluiten over te gaan tot gecontroleerde toegang voor de opvanglocatie in Ter Apel. Door deze gecontroleerde toegang is de situatie ontstaan dat asielzoekers die niet in aanmerking komen voor opvang op grond van de kwetsbaarheidstoets tijdelijk op het voorterrein bij de opvanglocatie verblijven. Zij worden wel geregistreerd. Op het voorterrein hebben zich in de afgelopen periode verschillende incidenten voorgedaan, de maatregelen die werden genomen hebben niet gezorgd dat de situatie in Ter Apel structureel verbeterde. Om die reden heb ik aanvullende maatregelen genomen. Over deze maatregelen heb ik uw Kamer op maandag 13 juli jl. geïnformeerd.
Hoe lang bent u er al mee bekend dat er dit soort ernstige incidenten – geweld, steekpartijen, wapenbezit – spelen in en rond Ter Apel? Sinds welk moment precies?
Er is in Ter Apel al langere tijd sprake van een aanhoudende overlastproblematiek. Op meerdere momenten heb ik uw Kamer over deze situatie en de inzet van extra maatregelen geïnformeerd.3
Kunt u een volledig overzicht geven van alle geweld- en overlastincidenten in en rond het aanmeldcentrum Ter Apel in 2026, uitgesplitst naar aard van het incident (mishandeling, bedreiging, wapenbezit, steekincident, vernieling, et cetera)?
Jaarlijks publiceert het COA een overzicht van alle incidenten in de opvanglocaties, waaronder Ter Apel Voor een cijfermatig overzicht van het aantal verdachtenregistraties van COA-bewoners en de strafrechtelijke afdoeningen door het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak verwijs ik naar de zogeheten Incidentenmonitor van het WODC. Op 2 juli jl. is de rapportage over 2019–2025 door het WODC gepubliceerd en naar de Kamer gestuurd.4
Hoe is de situatie bij de overige asielzoekerscentra in Nederland? Kunt u per locatie een overzicht geven van het aantal geweld- en overlastincidenten in 2026?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bereid ervoor te zorgen dat voortaan bij álle strafbare feiten die door asielzoekers worden gepleegd aangifte wordt gedaan en vervolging plaatsvindt? Zo nee, waarom niet?
Indien sprake is van strafbare feiten of vermoedens daarvan, doet het COA melding en/of aangifte bij de politie, of adviseert bewoners zelf om melding en/of aangifte te doen. COA blijft het doen van aangifte stimuleren zodat daadwerkelijk strafrechtelijke opvolging kan plaatsvinden.
Hoe vaak worden op dit moment strafbare feiten door asielzoekers gepleegd zonder dat daarvan aangifte wordt gedaan? Kunt u dit in cijfers uitdrukken, en zo nee, waarom houdt u dit niet bij?
Voor een cijfermatig overzicht van het aantal verdachtenregistraties van COA-bewoners en de strafrechtelijke afdoeningen door het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak verwijs ik naar de zogeheten Incidentenmonitor van het WODC. Op 2 juli jl. is de rapportage over 2019–2025 door het WODC gepubliceerd.5
Bent u bereid de Kamer voortaan proactief en periodiek te informeren over strafbare feiten die door asielzoekers worden gepleegd? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 8.
De vechtpartijen op het voorterrein van Ter Apel na het vertrek van het Rode Kruis |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
Bart van den Brink (CDA), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichten over de vechtpartijen op voorterrein Ter Apel op de eerste avond zonder Rode Kruis?1 2 3
Ja.
Kunt u bevestigen dat er op de eerste avond nadat het Rode Kruis en VluchtelingenWerk hun hulpverlening op het voorterrein van Ter Apel hebben gestaakt, meerdere opstootjes en vechtpartijen hebben plaatsgevonden tussen een groep mannen en vluchtelingen uit het aanmeldcentrum?
De afgelopen weken, ook voordat het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk op vrijdagavond 10 juli hun hulpverlening op het voorterrein van Ter Apel tijdelijk hebben neergelegd, hebben zich helaas verschillende incidenten voorgedaan.
Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Veiligheid is de eerste voorwaarde om hulp te kunnen verlenen. Om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen om te komen tot een situatie waarin iedereen op een veilige manier zijn werk en taken kan uitvoeren, waar ik uw Kamer bij brief van 13 juli over heb geïnformeerd.4
Bent u het eens met de stelling dat het feit dat er, direct na het vertrek van hulporganisaties, al vechtpartijen uitbreken, precies bevestigt waarvoor al langer werd gewaarschuwd, namelijk dat de veiligheidssituatie in Ter Apel volstrekt onhoudbaar is geworden? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u bevestigen of beveiligers en agenten bij elke confrontatie hebben ingegrepen, en zo niet, waarom niet in alle gevallen is ingegrepen?
In de eerste twee weken van juli zijn elf aanhoudingen verricht. Een deel van de verdachten waren eerder bekend bij de politie.
Zijn er naar aanleiding van deze vechtpartijen arrestaties verricht? Zo nee, waarom niet, en bent u bereid dit alsnog te (laten) onderzoeken?
Zie antwoord vraag 4.
Bent u het eens met de stelling dat de beslissing van het Rode Kruis en VluchtelingenWerk om zich terug te trekken, na twee steekincidenten in twee dagen tijd, een ernstig signaal is dat het kabinet al veel eerder had moeten oppakken? Zo nee, waarom niet?
Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Om te komen tot structurele oplossingen zijn verschillende maatregelen essentieel. Naast de reeds ingezette maatregelen om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen, blijf ik me inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang. Het is hierbij cruciaal dat eenieder in veiligheid het werk uit kan voeren.
Kunt u aangeven welke concrete maatregelen er sinds het vertrek van deze hulporganisaties zijn genomen om de veiligheid van medewerkers, beveiligers en asielzoekers op het voorterrein te waarborgen?
Voor wat betreft de concrete maateregelen die ik heb genomen verwijs ik naar mijn brief5 aan uw Kamer van 13 juli jl. Om te komen tot een structurele oplossing zijn verschillende maatregelen essentieel. Naast de reeds ingezette maatregelen om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen, blijf ik me inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet.
Bent u het eens met de stelling dat het onacceptabel is dat een kleine groep mensen met weinig kans op asiel, zoals VluchtelingenWerk zelf aangeeft, verantwoordelijk is voor een dusdanig onveilige situatie dat hulporganisaties zich genoodzaakt zien te vertrekken? Zo nee, waarom niet?
Ja.
Bent u bereid deze groep overlastgevers met voorrang uit te zetten of in vreemdelingenbewaring te plaatsen, in plaats van het probleem te laten voortduren op kosten van de veiligheid van al het personeel op het voorterrein?
Uitgangspunt is dat bij strafbare feiten normerend wordt opgetreden. Dat vereist nauwe samenwerking tussen de strafrechtketen, vreemdelingenketen en lokale driehoek. Voor verdachten moet duidelijk zijn dat het plegen van een misdrijf direct gevolgen heeft in de vorm van lik-op-stuk. De inzet van de vreemdelingenketen is erop gericht om de asielprocedures van overlastgevers snel- en slagvaardig af te doen, waarbij de IND na een onherroepelijke veroordeling altijd beziet of intrekking of weigering van een asielvergunning mogelijk is, en de DTenV direct na afwijzing voortvarend inzet op terugkeer naar land van herkomst of overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat.
Erkent u nu eindelijk dat er sprake is van een asielcrisis, en bent u bereid de grenzen te sluiten? Zo nee, waarom niet?
De inzet van de aanpak van overlast is helder: negatief gedrag niet tolereren en normerend optreden. Dit kabinet kiest ervoor meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen. Daarbij ben ik bereid om alle juridische ruimte te gebruiken, maar zoals al vaker aangegeven bestaat er geen juridische ruimte om de grenzen te sluiten.
‘Private ordehandhaving en boetes op festivals’ |
|
Songül Mutluer (GroenLinks-PvdA) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de inzet van private bedrijven op festivals, waarbij bezoekers die drugs bij zich hebben een private boete of schadevergoeding moeten betalen?1
Ja.
Op welke wettelijke grondslag mogen private bedrijven boetes of schadevergoedingen opleggen wegens drugsbezit op festivals en acht u het wenselijk dat dergelijke sancties worden opgelegd door commerciële partijen in plaats van door politie of justitie? Zo ja, waarom?
Het staat private partijen, gelet op het beginsel van contractvrijheid, vrij om in een overeenkomst of in de algemene voorwaarden een boetebeding op te nemen. Daarbij benadruk ik dat het hier niet gaat om een strafrechtelijke boete, maar om een civielrechtelijk boetebeding. Artikel 6:91 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een boetebeding een beding is waarbij is bepaald dat de schuldenaar, indien hij in de nakoming van zijn verbintenis tekortschiet, gehouden is een geldsom of een andere prestatie te voldoen, ongeacht of zulks strekt tot vergoeding van schade of enkel tot aansporing om tot nakoming over te gaan. Het is uiteindelijk aan de civiele rechter om geschillen tussen private partijen te beslechten. Ik heb als Minister van Justitie en Veiligheid geen rol in hoe partijen hun onderlinge verhouding regelen.
Laat ik vooropstellen dat drugsbezit en drugsgebruik op festivals niet normaal zou moeten zijn. Zoals eerder aan uw Kamer gemeld over de inzet van politiecapaciteit bij evenementen, is de beschikbare capaciteit schaars en moet deze gericht worden ingezet op de meest veiligheidsrelevante taken. In het coalitieakkoord 2026–2030 is onder andere daarom vastgelegd dat grote festivals een drugspreventieplan opstellen2. Ter ondersteuning heb ik middelen verstrekt voor de pilot implementatie van de leidraad «Denormalisering drugs bij evenementen» in Oost-Brabant, waarbij het denormaliseren van drugsgebruik op evenementen centraal staat. De leidraad biedt handvatten voor gemeenten, vergunningverleners, organisatoren en veiligheidspartners om gezamenlijk te sturen op het denormaliseren van drugs bij evenementen. De pilot wordt uitgevoerd in een aantal gemeenten in Oost-Brabant. Gemeenten worden hierbij ondersteund in de praktijktoepassing en handhaving van de leidraad. Uit de pilot kunnen lessen worden gebundeld ten behoeve van landelijke kennisdeling. Deze pilot is gestart voordat het coalitieakkoord 2026–2030 tot stand kwam.
Festivals kiezen er veelal voor om in de algemene voorwaarden op te nemen dat drugs niet zijn toegestaan op het evenement. Sommige organisatoren kiezen ervoor om een private dienstverlener in te zetten die toeziet op de naleving van hun algemene voorwaarden, waaronder drugsbezit. Deze algemene voorwaarden zijn onderdeel van de preventieafspraken in de vergunningsvoorwaarden. Dit is aanvullend op, en niet ter vervanging van, de publieke taak tot opsporing van strafbare feiten. Uitsluitend de politie handhaaft op de Opiumwet en is verantwoordelijk voor opsporing. Het in het artikel benoemde bedrijf ThinkTwice richt zich op de naleving van de algemene voorwaarden. ThinkTwice neemt hiermee geen politietaken over. Dat festivalorganisaties zich actief bezighouden met het tegengaan van drugsgebruik, is in lijn met het streven van het kabinet om drugsgebruik terug te dringen.
Deelt u de opvatting van hoogleraar Joep Lindeman van de Universiteit Utrecht dat private ordehandhaving alleen aanvaardbaar kan zijn wanneer duidelijke wettelijke kaders en toezicht bestaan om willekeur te voorkomen? Zo ja, welke kaders en vormen van toezicht bestaan er momenteel voor dit soort bedrijven? Indien geen, bent u van mening om die met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op te stellen?
Zoals ook aangeven in het antwoord op vraag 2 staat het partijen in beginsel vrij om zelf hun rechtsverhouding en wederzijdse rechten en verplichtingen vorm te geven. Aangezien het om een civielrechtelijke overeenkomst gaat, is er geen sprake van toezicht op de hoogte van de bedragen. Als iemand het aangeboden bedrag te hoog vindt of meent slachtoffer te zijn van willekeur dan kan diegene medewerking weigeren. Daarnaast kan de boete worden aangevochten bij de civiele rechter. Het is aan de rechter voorbehouden of het boetebeding en de oplegging van de boete toelaatbaar zijn. De rechter kan de boete bovendien matigen indien hij deze disproportioneel acht (artikel 6:94 BW).
Dit laat onverlet dat gemeenten vanzelfsprekend in het kader van de vergunningverlening voorwaarden kunnen opleggen aan organisatoren van festivals.
Op dit moment bestaat ook de leidraad «Alcohol, drugs en roken op evenementen»3. Deze leidraad is gepubliceerd door het Trimbos en wordt in veel gevallen al gevolgd door gemeenten. De kaders vanuit het civielrecht voldoen naar mijn mening op dit moment en daarom zie ik voor nu geen reden om nieuwe of aanvullende regels op te stellen.
Wie controleert of de hoogte van de door dit soort bedrijven opgelegde bedragen proportioneel is, op welke wijze wordt vastgesteld wat een «eenheid» drugs is en welke mogelijkheden hebben bezoekers om bezwaar te maken tegen een opgelegde boete?
Zie antwoord vraag 3.
Hoe beoordeelt u signalen dat bezoekers onder druk kunnen worden gezet om een overeenkomst te tekenen doordat wordt gewezen op mogelijke overdracht aan de politie en een vermeend risico op een strafblad, terwijl bij kleine gebruikershoeveelheden doorgaans geen strafblad volgt?
Het signaal dat bezoekers onder druk worden gezet door te wijzen op overdracht aan de politie en «een strafblad zullen krijgen» neem ik serieus. Voor gebruikershoeveelheden (maximaal 0,5 gram, 1 pil of 5 ml GHB4) volgt doorgaans geen strafrechtelijke vervolging en dus geen aantekening in de justitiële documentatie5. Pas bij een strafrechtelijke vervolging, zoals een strafbeschikking die wordt aanvaard/betaald, wordt een aantekening gemaakt. Door te wijzen op een vermeend risico op een strafblad zou een onjuiste voorstelling van zaken kunnen ontstaan. Het is aan de gemeenten om hier als vergunningsverlener duidelijke afspraken over te maken en feitelijke communicatie te waarborgen. Er mag verder geen sprake zijn van druk om een civiele overeenkomst zoals de hier bedoelde aan te gaan.
Acht u het risico reëel dat festivalbezoekers minder snel naar een EHBO-post of medische hulpverlening gaan wanneer zij vrezen daar te worden geconfronteerd met handhaving of een private boete, en bent u bereid dit veiligheidsrisico te laten onderzoeken?
De veiligheid en toegankelijkheid van medische hulpverlening op evenementen staan voorop. Voor zover mij bekend zijn er geen signalen ontvangen dat EHBO-posten of andere medische hulpverleners bezoekers attenderen op of doorverwijzen naar private afdoeningstrajecten; evenmin dat medische hulp wordt vermeden uit vrees voor handhaving of een private boete. Op dit moment acht ik dit risico dus niet reëel. Zorgverleners werken onder het medisch beroepsgeheim en hulpverlening gaat altijd vóór handhaving.
Verder wordt er in de eerder genoemde leidraad «Alcohol, drugs en roken op evenementen», gepubliceerd door het Trimbos-instituut, benadrukt dat het wenselijk is om op locaties waar zorg wordt verleend, geen politie en beveiliging direct aanwezig te hebben, zodat bezoekers onder invloed van drugs niet terughoudend zijn in het zoeken van hulp. Zoals beschreven bij vraag 4 wordt deze leidraad in vele gevallen al gevolgd.
Deelt u de zorg dat gemeenten door via vergunningen een zerotolerance beleid voor te leggen feitelijk politietaken uitbesteden aan private partijen, waardoor festivals een «proeftuin voor private ordehandhaving» worden zonder dat dezelfde regels en waarborgen gelden als voor de politie? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen om de rechtsbescherming van bezoekers te waarborgen?
Private partijen hebben geen publiekrechtelijke bevoegdheden. Opsporing en strafrechtelijke vervolging blijven exclusief bij politie en OM. In dit geval gaat het om het handhaven van algemene voorwaarden bij een evenement, dit staat los van eventuele strafrechtelijke interventies. Bij de eerder benoemde pilot van de implementatie van de leidraad «Denormalisering drugs bij evenementen» in Oost-Brabant (vraag 2), pakken verschillende partijen hun rol; de gemeente via vergunningverlening, het evenement via het opstellen en naleven van de algemene voorwaarden en de naleving van de vergunningsvoorwaarden, en de politie door het handhaven van de openbare orde en opsporing van strafbare feiten.
Het bericht “Ondernemers investeren minder door stijgende kosten en onzekerheid” |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
Herbert |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Ondernemers investeren minder door stijgende kosten en onzekerheid»?1
Ja.
Bent u zich ervan bewust dat het midden- en kleinbedrijf (mkb) goed is voor ongeveer twee derde van de toegevoegde waarde en driekwart van de werkgelegenheid in Nederland2, en onderschrijft u dat een kabinet dat dit fundament laat verzwakken daarmee de kern van de Nederlandse economie op het spel zet?
Het kabinet erkent dat het midden- en kleinbedrijf (mkb), dat een cruciale bijdrage levert aan onze welvaart, momenteel kampt met hoge lasten, toenemende regeldruk en beleidsonzekerheid. Uit het in het artikel genoemde onderzoek, overige onderzoeken en signalen uit het veld blijkt dat deze factoren ertoe leiden dat ondernemers investeringen uitstellen.
Het is onze opgave om te zorgen voor een stabiel en stimulerend ondernemings- en investeringsklimaat. Het kabinet is daarom actief bezig met het aanpakken van deze knelpunten en het verbeteren van het ondernemingsklimaat.
Via onder andere de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) en Qredits verbeter ik de toegang tot financiering voor het mkb. Daarnaast houdt het kabinet belangrijke fiscale regelingen, zoals de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO), stabiel om innovatie te blijven stimuleren. Deze regeling wordt door veel mkb’ers gebruikt. Hiermee versterk ik het fundament van het mkb in Nederland. Ook heb ik oog voor de regeldruk voor mkb’ers.
Het kabinet richt zich ook op het verhogen van de arbeidsproductiviteit van het mkb. Hiervoor wordt bijvoorbeeld, in samenwerking met de provincies en de Europese Commissie, ruim 27 miljoen euro beschikbaar gesteld voor advies en ondersteuning via de European Digital Innovation Hubs (EDIH’s). Daarnaast wordt een Productiviteitsraad ingesteld om verdere stappen te zetten op dit vlak en heeft het kabinet net zijn tweede productiviteitsagenda naar u gestuurd.3 De Productiviteitsraad zal, conform het instellingsbesluit, specifiek aandacht besteden aan het mkb in zijn adviezen.
Het kabinet is zich ervan bewust dat het mkb, boven de bestaande uitdagingen, te maken kan krijgen met extra uitdagingen als gevolg van geopolitieke omstandigheden, zoals hoge brandstofprijzen. Om bedrijven hierbij te ondersteunen, heeft het kabinet tijdelijk de vrachtwagenheffing en de motorrijtuigenbelasting voor vracht- en bestelwagens verlaagd. Om gezonde bedrijven betere toegang tot financiering te bieden, verruimt het kabinet de BMKB, met o.a. een hoger garantiepercentage. Daarnaast introduceert het kabinet voordeligere financieringsmogelijkheden voor duurzame investeringen via Qredits.
Erkent u dat de combinatie van stapelende regels, milieueisen en een hoge belastingdruk ertoe leidt dat een groep die driekwart van de banen in dit land verzorgt, massaal investeringen uitstelt? Bent u bereid deze regel- en lastendruk substantieel te verlagen? Zo nee, waarom niet?
Ondernemers noemen regeldruk vaak als één van de grootste knelpunten in hun dagelijkse bedrijfsvoering. Hoewel de bedoelingen achter regels goed zijn, kunnen ze in de praktijk te veel worden, ingewikkeld zijn of niet goed op elkaar aansluiten. Dit kost ondernemers tijd en geld, leidt tot frustraties en vermindert het plezier in het ondernemen.
Het kabinet werkt daarom aan een structurele verlaging van de regeldruk. In dat kader heeft het kabinet zichzelf het ambitieuze doel gesteld om jaarlijks minimaal 500 regels voor bedrijven, professionals en burgers te schrappen of te vereenvoudigen. Met het oog op deze inzet heeft het kabinet de ministeriële Taskforce Slagvaardige Overheid ingericht die de noodzakelijke verandering aanjaagt en aanstuurt om met het gehele kabinet te werken aan het fundamenteel vereenvoudigen van beleid en regelgeving. De verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de vereenvoudigingsopgave en daarmee ook voor de coördinatie van deze jaarlijkse doelstelling ligt bij de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid. Als Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) blijf ik verantwoordelijk voor het verminderen van de regeldruk voor het bedrijfsleven. Daarom voer ik nieuwe MKB-indicatorbedrijvenonderzoeken uit om knelpunten beter in beeld te brengen en gerichter aan te pakken. Zo komen op korte termijn de uitkomsten beschikbaar van de onderzoeken naar de sectoren Groene en Circulaire bedrijvigheid, Maritiem en Schoonmaak. Hierover bent u recent geïnformeerd.4
Bij toekomstige fiscale wijzigingen blijft het kabinet oog houden voor de lastenontwikkeling van het mkb.
Bent u bereid te (laten) onderzoeken of ondernemen buiten Nederland – in andere EU-lidstaten én daarbuiten – qua belastingdruk, regeldruk en snelheid van vergunningverlening daadwerkelijk aantrekkelijker is geworden, mede gezien signalen van VNO-NCW en MKB-Nederland dat het Nederlandse vestigingsklimaat verslechtert en Nederland is gezakt op de ranglijst van aantrekkelijkste investeringslanden? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u bekend met de kritiek dat de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) de afgelopen jaren stapsgewijs is versoberd, waardoor bedrijfsoverdracht aan de volgende generatie fiscaal onaantrekkelijker is geworden, en bent u bereid dit te heroverwegen? Zo nee, waarom niet?
Ik houd al jaarlijks een vinger aan de pols met de Monitor Ondernemingsklimaat. Met deze monitor houd ik onder meer in de gaten hoe ondernemers denken over het ondernemingsklimaat en wat de grootste knelpunten voor ondernemers zijn, in hoeverre bedrijven overwegen om bedrijfsactiviteiten naar het buitenland te verplaatsen en hoe Nederland het doet op belangrijke ranglijsten. De meest recente monitor laat zien dat voor ondernemers de belangrijkste uitdagingen liggen op het gebied van voorspelbaarheid van beleid en politieke stabiliteit, het sentiment over het bedrijfsleven, verschillende vormen van schaarste – waarbij arbeid en energie momenteel het zwaarste wegen – en de ervaren regeldruk. Ik heb u afgelopen 9 december 2025 over de uitkomsten hiervan geïnformeerd.5
Nederland is in de laatste editie van de jaarlijkse World Competitiveness Ranking – een veelgebruikte ranglijst voor het concurrentievermogen van landen, opgesteld door het International Institute for Management Development (IMD) – gestegen van plek 10 naar plek 8. Dat is goed nieuws, maar maakt niet dat we nu minder hard gaan werken aan het verbeteren van randvoorwaarden die voor ondernemers belangrijk zijn.
Bent u bereid een fundamentele schoning van regels en fiscale lasten voor het mkb door te voeren, in plaats van ondernemers die twee derde van onze welvaart creëren verder te belasten en te reguleren, om te voorkomen dat Nederland hen definitief verliest aan het buitenland? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet heeft met verschillende wijzigingen in de BOR de doelmatigheid van de regeling verbeterd en onbedoeld gebruik verkleind, waarbij de regeling voor een belangrijk deel overeind is gebleven. De BOR voorziet nog steeds in een ruime vrijstelling van schenk- en erfbelasting bij de overnemer van een onderneming, zodat voorkomen wordt dat de continuïteit van de onderneming in gevaar komt door belastingheffing, waarvoor mogelijk liquide middelen aan de onderneming zouden worden onttrokken. In het coalitieakkoord is aangekondigd dat de BOR in zijn huidige vorm wordt voortgezet.
De aangekondigde sluiting van drie cellencomplexen in de politie-eenheid Rotterdam |
|
Marjolein Faber (PVV) |
|
van Bruggen , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de brief die door de burgemeester van Dordrecht aan de gemeenteraad is gezonden waarin staat dat drie cellencomplexen in de politie-eenheid Rotterdam worden gesloten?
Ik ben bekend met de brief van de burgemeester van Rotterdam van 10 juli 2026 waarin zij de raadscommissie Veiligheid, Bestuur en Financiën informeert over de sluiting van cellencomplexen in de politie-eenheid Rotterdam.
Hoeveel celcapaciteit verdwijnt door deze sluiting en wat betekent dit voor de totale capaciteit binnen de politie-eenheid Rotterdam?
In hoeverre leidt het sluiten van cellencomplexen ertoe dat de politie al op straat een strengere afweging maakt om iemand wel of niet mee te nemen naar het bureau?
Deelt u de mening dat het gezien de toenemende onveiligheid op straat en het opengrenzenbeleid dit een totaal onbegrijpelijke maatregel is? Zo nee, waarom niet?
Zijn er nog meer gemeenten die voornemens zijn cellencomplexen te sluiten?
De politie bouwt aan diverse nieuwe voorzieningen en dat kan gepaard gaan met vervanging van bestaande voorzieningen. Hierbij kijkt de politie naar een goede landelijke spreiding van complexen en de complexomvang. Een ander voorgenomen besluit tot afstoot betreft Assen. Dit jaar start het onderzoek naar de afwikkeling van arrestantenzaken voor de operatiën. Dit onderzoek is de basis voor een definitief besluit voor de toekomstige voorzieningen in de eenheid Noord-Nederland.
Hoe is het mogelijk dat met het huidige cellentekort, de politie-eenheid Rotterdam die beschikt over 228 cellen slechts een bezettingsgraad kent van slechts 44%?
Bent u het ermee eens dat de sluiting totaal onverenigbaar is met de maatregelen die nu al gelden om het capaciteitsvraagstuk in het gevangeniswezen te onderdrukken, zoals onder andere: het eerder heenzenden van gedetineerden en het niet oproepen van zelfmelders? De cellencomplexen binnen de politie-eenheid Rotterdam zouden de landelijke tekorten in het gevangeniswezen toch kunnen opvangen?
Hoe is het uitlegbaar aan de maatschappij dat aan de ene kant miljoenen worden geïnvesteerd om onder andere de Penitentiaire Inrichting Almere te heropenen en aan de andere kant cellencomplexen worden gesloten?
Heeft u kennisgenomen van de berichten «As reports of anti-Christian incidents in Israel increase, advocates press police to act»1 en «Jerusalem Patriarchate: Silwan Land Grab Violates Church Rights and Jerusalem’s Historic Christian Presence»?2
Ja.
Hoe luidt uw reactie op deze berichten?
Het kabinet vindt de signalen over toenemende druk op christenen in Oost-Jeruzalem en christelijke gemeenschappen in Israël zorgelijk.
Bent u het eens met het Orthodoxe Patriarchaat van Jeruzalem over de classificatie van het incident gericht op kerkelijk eigendom in Silwan op 15 juni jongstleden als «een onrechtmatige en illegitieme inbeslagname van gevestigd kerkelijk eigendom in het hart van Jeruzalem»?
Het Orthodoxe Patriarchaat van Jeruzalem heeft een rechtszaak aangespannen tegen de gemeente Jeruzalem om de werkzaamheden van de gemeente Jeruzalem te stoppen. In navolging daarop zijn het Patriarchaat en de gemeente in juni reeds tot een overeenkomst gekomen waarbij het land het kerkelijk eigendom blijft.
Herkent u de trend van een toename van antichristelijke intimidatie in Israël, zoals te zien is in de toename van het aantal gerapporteerde incidenten door het Religious Freedom Data Center? Welke oorzaken liggen hier volgens u aan ten grondslag?
De afgelopen jaren neemt de druk op christelijke gemeenschappen in Israël toe. Zo ondervinden religieuze minderheden, waaronder christenen, beperkingen bij het betreden van de Oude Stad van Jeruzalem, vooral tijdens religieuze feestdagen. In maart dit jaar werd het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem de toegang tot de Heilige Grafkerk ontzegd door de Israelische politie. Dit zijn zorgelijke ontwikkelingen, die in het licht kunnen worden gezien van verdere uitbreiding van Israëlische controle in Oost-Jeruzalem.
Herinnert u zich uw eerdere antwoorden op Kamervragen over de positie van (christelijke) minderheden in Jeruzalem, evenals de antwoorden van uw ambtsvoorganger?3 4 Welke extra stappen gaat u, eventueel in EU-verband, zetten gezien de trend en de toename van het aantal incidenten?
Nederland zet zich wereldwijd actief in voor de bescherming van de vrijheid van religie en levensovertuiging als een fundamenteel mensenrecht. Dit doet Nederland onder andere via het Mensenrechtenfonds, het werk van de Speciaal Gezant voor Religie en Levensovertuiging en de Mensenrechtenambassadeur, bilaterale diplomatie en in multilaterale gremia. Daarbij komt Nederland op voor de rechten van alle religieuze groepen, met speciale aandacht voor kleine en of kwetsbare geloofsgemeenschappen.
Nederland en de EU spreken Israël consequent aan op zijn verantwoordelijkheden onder internationaal recht en de mensenrechtenverdragen, waaronder op het gebied van godsdienstvrijheid. Tijdens het bezoek van de Mensenrechtenambassadeur aan Israël en de Palestijnse Gebieden in november 2025 is expliciet aandacht besteed aan de krimpende ruimte voor christenen, met name in de Oude Stad van Jeruzalem. In dat kader is onder meer gesproken met de Grieks-Orthodoxe Kerk. Ook staat de Nederlandse vertegenwoordiging in de Palestijnse Gebieden regulier in contact met de verschillende religieuze instellingen in Jeruzalem.
Bent u bereid om in gesprek te gaan met kerkelijke autoriteiten in Jeruzalem over de extra inzet die Nederland kan doen, eventueel in EU-verband, ter bescherming van de positie van religieuze minderheden en kerkelijk erfgoed in Jeruzalem? Zo ja, wanneer kunt u de Kamer hierover informeren? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 5.
Het feit dat de minister het bezoek aan aanmeldcentrum Ter Apel om veiligheidsredenen heeft afgeblazen |
|
Geert Wilders (PVV), Marina Vondeling (PVV) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Klopt het dat u uw bezoek aan het aanmeldcentrum in Ter Apel heeft afgezegd vanwege veiligheidsredenen?1
Nee. Vorige week woensdag en donderdag heb ik een bezoek gebracht aan Ter Apel. Ik heb onder andere meegelopen met de boa’s van de flexpool boa’s in het centrum van Ter Apel en op het voorterrein van het AZC. Ook ben ik in gesprek gegaan met de burgemeesters van Westerwolde en Emmen en heb ik gesprekken gevoerd net verschillende ondernemers in het centrum van Ter Apel en Nieuw – Weerdinge. Ook heb ik bewoners gesproken. Op woensdagavond toen ik meeliep met de BOA’s en we onderweg waren naar het voorterrein van het AZC om daar met medewerkers van het Rode Kruis te spreken was het onrustig op het voorterrein door een vechtpartij, waardoor we even hebben gewacht. De politie is ter plaatste geweest en heeft een arrestatie verricht. Daarna ben ik op het voorterrein van het AZC geweest en heb daar met verschillende medewerkers van het Rode Kruis gesproken. Ik merk hierbij op dat een bezoek aan het aanmeldcentrum geen onderdeel van het programma was.
Welke veiligheidsincidenten of dreigingsinformatie maakten dat uw eigen veiligheid tijdens het bezoek niet kon worden gegarandeerd?
Zie antwoord vraag 1.
Hoe beoordeelt u het feit dat de veiligheidssituatie bij het aanmeldcentrum in Ter Apel kennelijk zo ernstig is, dat zelfs een ministerieel werkbezoek niet verantwoord werd geacht?
Het werkbezoek heeft plaatsgevonden. Dat neemt niet weg dat in de afgelopen zeven weken verschillende incidenten hebben plaatsgevonden op het voorterrein in Ter Apel. Er was sprake van opstootjes, vechtpartijen, intimidatie en tweemaal een steekincident. De overlast werd veroorzaakt door een kleine groep mensen, vaak met een kansarme asielaanvraag, die op de locatie Ter Apel verbleef of mensen van elders zonder een asielaanvraag. Zoals ik op maandag 13 juli jl. met de Kamer heb gedeeld zijn en worden hier de nodige maatregelen op genomen en ingezet.
Hoeveel veiligheidsincidenten hebben zich in en rondom het aanmeldcentrum in Ter Apel voorgedaan in de afgelopen twaalf maanden? Kunt u daarbij een uitsplitsing geven naar geweldsincidenten, bedreigingen, vernielingen, diefstallen, steekincidenten en overige strafbare feiten?
In de afgelopen zeven weken hebben verschillende incidenten plaatsgevonden op het voorterrein in Ter Apel. Er was sprake van opstootjes, vechtpartijen, intimidatie en tweemaal een steekincident.
Jaarlijks publiceert het COA een overzicht van alle incidenten in de opvanglocaties, waaronder Ter Apel. 3 De cijfers over 2026 worden volgend jaar openbaar gemaakt. Voor een cijfermatig overzicht van het aantal verdachtenregistraties van COA-bewoners en de strafrechtelijke afdoeningen door het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak verwijs ik naar de zogeheten Incidentenmonitor van het WODC. Op 2 juli jl. is de rapportage over 2019–2025 door het WODC gepubliceerd en naar de Kamer gestuurd.
Hoe kunt u het tegenover omwonenden van asielzoekerscentra nog verantwoorden dat u vasthoudt aan de Spreidingswet en dat u blijft inzetten op het openen van nieuwe asielopvanglocaties, terwijl zelfs uw eigen veiligheid bij een bezoek aan Ter Apel niet kon worden gegarandeerd?
Het werkbezoek heeft plaatsgevonden. Daarnaast is een aantal aanvullende maatregelen genomen in Ter Apel. Om te komen tot een structurele oplossing zijn verschillende maatregelen essentieel. Naast de reeds ingezette maatregelen om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen, blijf ik me inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang. Het is hierbij cruciaal dat eenieder in veiligheid het werk uit kan voeren.
Deelt u de oproep dat gemeenten vanaf nu lak kunnen hebben aan de Spreidingswet en uw abjecte wanbeleid? Zo ja, en trouwens ook zo nee, waarom treedt u niet af?
Nee.
Het bericht Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: ‘Elke dag wordt er gevochten’” |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het nieuwsbericht «Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: «Elke dag wordt er gevochten»»?1
Ja.
Heeft u kennisgenomen van de eerdere schriftelijke vragen die ik over de situatie rond Ter Apel heb gesteld?
Ja.
Bent u bereid direct in te grijpen, alle misdragende asielzoekers onmiddellijk op te pakken, vast te zetten en uit te zetten, de orde te handhaven bij alle asielzoekerscentra en per direct een totale asielstop in te voeren? Zo nee, waarom niet?
Bij brief van 13 juli jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over de extra maatregelen naar aanleiding van de situatie in Ter Apel.2 Wanneer asielzoekers onherroepelijk veroordeeld zijn voor een misdrijf, beoordeelt de IND altijd of dit ook verblijfsrechtelijke gevolgen heeft. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de verblijfsduur van de vreemdeling en de duur van de opgelegde gevangenisstraf. Na een weigering of intrekking van de verblijfsvergunning door de IND start de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) het terugkeerproces. Zoals al vaker aangegeven bestaat er geen juridische ruimte voor een asielstop. Dit kabinet kiest ervoor meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen. Daarnaast blijf ik mij inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang.
Het nieuwsbericht “Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: ‘Elke dag wordt er gevochten’” |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Deelt u de opvatting dat asielzoekers in Nederland te gast zijn en dat van gasten mag worden verwacht dat zij zich gedragen, zich aan onze regels houden en de veiligheid van anderen niet in gevaar brengen? Zo nee, waarom niet?
Ja.
Deelt u de opvatting dat mensen die werkelijk op de vlucht zijn voor oorlog en geweld dankbaar behoren te zijn voor de bescherming en opvang die Nederland hun biedt en dat de dagelijkse vechtpartijen, intimidatie en wapengeweld rond Ter Apel daar volstrekt haaks op staan? Zo nee, waarom niet?
Mensen die in Nederland asiel aanvragen hebben recht op opvang. Daarnaast is het bieden van bescherming aan vreemdelingen op de vlucht voor oorlog en geweld een wettelijke en humanitaire verplichting. Dit mag niet ten koste gaan van de leefbaarheid en veiligheid. Overlast, in welke vorm dan ook, wordt niet getolereerd.
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: «Elke dag wordt er gevochten»»1, waarin een asielzoeker die zelf in de opvang verblijft verklaart dat er élke dag wordt gevochten? Erkent u dat dit geen incident is, maar de dagelijkse realiteit van de asielopvang is geworden? Zo nee, waarom niet?
Er is in Ter Apel al langere tijd sprake van een aanhoudende overlastproblematiek. Op meerdere momenten heb ik uw Kamer over deze situatie en de inzet van extra maatregelen geïnformeerd2. In de afgelopen periode is de druk op de opvang verder toegenomen door een landelijk tekort aan opvangplekken. Om die reden heeft het COA op 20 mei jl. moeten besluiten over te gaan tot gecontroleerde toegang voor de opvanglocatie in Ter Apel. Door deze gecontroleerde toegang is de situatie ontstaan dat asielzoekers die niet in aanmerking komen voor opvang op grond van de kwetsbaarheidstoets tijdelijk op het voorterrein bij de opvanglocatie verblijven. Zij worden wel geregistreerd. Op het voorterrein hebben zich in de afgelopen periode verschillende incidenten voorgedaan, de maatregelen die werden genomen hebben niet gezorgd dat de situatie in Ter Apel structureel verbeterde. Om die reden heb ik aanvullende maatregelen genomen. Over deze maatregelen heb ik uw Kamer op 13 juli per brief geïnformeerd.
Wat is uw reactie op het feit dat de politie de afgelopen week meerdere steekincidenten in Ter Apel meldde en dat er volgens het Rode Kruis ook buiten de hekken opstootjes zijn geweest?
Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Veiligheid is de eerste voorwaarde om hulp te kunnen verlenen. Om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen.
Beseft u dat het Rode Kruis – een organisatie die normaal juist actief is in ramp- en oorlogsgebieden – zich vanwege de onveiligheid heeft teruggetrokken van het voorterrein, en dat kort daarna ook VluchtelingenWerk vertrok? Wat zegt het volgens u over de staat van het Nederlandse asielsysteem dat zelfs een noodhulporganisatie de opvang hier te gevaarlijk vindt? Zo u dit niet veelzeggend acht, waarom niet?
Ik betreur het feit dat de situatie is ontstaan dat de hulpverleners van het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk Nederland zich niet langer veilig voelden en hun werk op het voorterrein tijdelijk moesten stopzetten. Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Veiligheid is de eerste voorwaarde om hulp te kunnen verlenen. Om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen om de veiligheid van hulpverleners, medewerkers en bewoners te borgen. Om te komen tot een structurele oplossing zijn verschillende maatregelen essentieel. Naast de reeds ingezette maatregelen om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen, blijf ik me inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang.
Kunt u aangeven of soortgelijke veiligheidsproblemen – dagelijks geweld, steekincidenten en het terugtrekken van hulporganisaties wegens onveiligheid – zich ook voordoen bij aanmeld- en opvangcentra in andere Europese landen, of is de situatie in Ter Apel uitzonderlijk? Kunt u dit onderbouwen met concrete voorbeelden en cijfers uit vergelijkbare landen?
Overlast en daarmee samenhangende veiligheidsproblemen zijn niet uniek voor Nederland.3 Exacte cijfers per land zijn niet te geven, onder meer vanwege de verschillende wijze van registreren en openbaar rapporteren.
Indien blijkt dat andere landen met een strenger toelatings-, screenings- en terugkeerbeleid minder van dit soort geweld en overlast kennen, welke conclusie verbindt u daaraan voor het Nederlandse beleid? Zo u daaraan geen conclusie verbindt, waarom niet?
Met de ingang van het Europees Asiel – en Migratiepact op 12 juni jl. zijn nieuwe regels in werking getreden. Het pact is opgesteld om op eenduidige wijze illegale immigratie tegen te gaan en bestaat uit verschillende verordeningen en een richtlijn die zorgen voor een strenger toelatings-, screenings- en terugkeerbeleid binnen de EU-lidstaten. Ik ben ervan overtuigd dat dit meehelpt om te komen tot meer grip op migratie door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen.
Deelt u de analyse dat het volledig ontsporen van de veiligheid het directe gevolg is van de massale, ongecontroleerde instroom en dat het aanmeldcentrum sinds half mei zó overvol is dat mensen buiten op het voorterrein moeten verblijven? Zo nee, waarom niet?
Nee, het COA heeft op 20 mei jl. het besluit moeten nemen om over te gaan tot gecontroleerde toegang voor de opvanglocatie in Ter Apel, vanwege de aanhoudende druk op deze locatie door het tekort aan opvangplekken. Hierdoor is het niet mogelijk om asielzoekers vanuit Ter Apel voldoende door te laten stromen naar locaties elders in Nederland. Tegelijkertijd blijf ik me inzetten om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen.
Klopt het dat een deel van de aanwezigen kampt met zware mentale problematiek, zoals in het artikel wordt beschreven, en dat deze personen tussen de overige bewoners worden geplaatst? Kunt u aangeven welke screening op psychische gesteldheid plaatsvindt vóórdat iemand tot de opvang en de asielprocedure wordt toegelaten en hoe vaak dergelijke personen betrokken zijn bij geweld?
Zoals ik heb aangegeven in mijn brief van maandag 13 juli jl. worden asielzoekers die net aankomen in Ter Apel overdag opgevangen in het (voormalig) DISA-pand van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) op het aanmeldterrein4 5. Hiermee wordt voorkomen dat zij in onveiligheid verkeren vanwege overlast door anderen. Deze dagopvang is daarmee bedoeld voor asielzoekers die als gevolg van de gecontroleerde toegang in Ter Apel nog geen opvangplek bij het COA krijgen. Dit heeft als resultaat dat asielzoekers die aankomen in Ter Apel niet op het voorterrein zullen verblijven, maar in- en bij het DISA-pand dat op een apart deel van het terrein gevestigd is.
Bij aankomst in Nederland vindt, voor de toelating tot de asielprocedure en opvang, geen uitgebreide screening op de algemene psychische gesteldheid plaats. Er wordt wel gescreend op openbare orde/veiligheid (door de IND) en op specifieke infectieziekten zoals tuberculose. Na toelating tot de opvang beoordeelt het COA of acute medische of psychische zorg noodzakelijk is. Er wordt niet bijgehouden hoeveel mensen met een psychische aandoening overlast veroorzaken.
Wat voor mensen laat Nederland op dit moment eigenlijk binnen? Is er, voordat iemand wordt opgevangen, deugdelijk zicht op identiteit, achtergrond, strafblad en psychische gesteldheid, of gebeurt toelating grotendeels op vertrouwen en op basis van niet-verifieerbare verklaringen? Zo er onvoldoende zicht is, acht u dat aanvaardbaar, en waarom?
De screening van asielzoekers bestaat uit vier hoofdonderdelen: een identiteitsvaststelling en registratie, een veiligheids- en antecedentenonderzoek, een gezondheidscheck en een beoordeling op kwetsbaarheid. De gezondheidscheck wordt uitgevoerd door de Geneeskundige Zorg Asielzoekers (GZA) om de volksgezondheid te beschermen, hierbij valt te denken aan een TBC-onderzoek. Bij de beoordeling op kwetsbaarheid wordt gekeken of de asielzoeker extra zorg of begeleiding nodig heeft tijdens de procedure en opvang. Dit kan gelden voor minderjarigen (alleenstaand of met familie), zwangere vrouwen, slachtoffers van mensenhandel of mensen met zware gezondheidsproblemen. Na toelating tot de opvang beoordeelt het COA of acute medische of psychische zorg noodzakelijk is.
Met invoering van het Migratiepact is de screening van vreemdelingen die in Ter Apel asiel aanvragen bij de IND ondergebracht. Tijdens de screening wordt ook informatie opgehaald ter voorbereiding van de behandeling van de asielaanvraag.
Wat is uw reactie op de verklaring van een voormalige beveiliger van Ter Apel, die vertelt dat hij aanvankelijk medelijden had, maar na enkele weken concludeerde «dit hoort hier niet thuis», en tijdens een nachtdienst alleen tegenover vijf agressieve bewoners stond? Deelt u de opvatting dat de overheid volstrekt tekortschiet in de bescherming van haar eigen personeel en hulpverleners? Zo nee, waarom niet?
Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Veiligheid is de eerste voorwaarde om hulp te kunnen verlenen. Juist om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen. Uw Kamer is hierover op maandag 13 juli jl. geïnformeerd.
Als asielzoekers zich nú al, in de allereerste fase van hun verblijf, structureel misdragen met geweld en wapens, wat is dan uw verwachting voor hun gedrag wanneer zij straks in gemeenten en wijken worden gehuisvest? Deelt u de vrees dat dit een voorbode is van problemen die zich via de Spreidingswet over heel Nederland zullen verspreiden? Zo nee, waarom niet?
De overlast op het voorterrein in Ter Apel werd veroorzaakt door een relatief kleine groep mensen, vaak met een kansarme asielaanvraag, die op de locatie Ter Apel verbleef of mensen van elders zonder een asielaanvraag. Het is niet de verwachting dat deze mensen in aanmerking komen voor een inwilliging van de asielaanvraag. Asielzoekers met een afwijzing van de asielaanvraag dienen terug te keren naar het land van herkomst en zullen niet gehuisvest worden in de gemeenten. Asielzoekers met een kansarme aanvraag worden met voorrang afgehandeld in de versnelde asielprocedure.
Deelt u de conclusie dat de politie er niet in is geslaagd de veiligheid rond Ter Apel te waarborgen? Zo nee, waarom niet? Bent u bereid onmiddellijk extra ME (Mobiele Eenheid), marechaussee en beveiliging permanent te stationeren? Zo nee, waarom niet?
In de afgelopen zeven weken hebben verschillende incidenten plaatsgevonden op het voorterrein in Ter Apel. De overlast werd veroorzaakt door een kleine groep mensen, vaak met een kansarme asielaanvraag, die op de locatie Ter Apel verbleef of mensen van elders zonder een asielaanvraag.
Er zijn verschillende maatregelen genomen om de veiligheid van de hulpverleners, medewerkers en asielzoekers te kunnen borgen.Dit heeft er helaas niet voor gezorgd dat de situatie in Ter Apel structureel verbeterd is. Om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen. Uw Kamer is hierover op maandag 13 juli jl. geïnformeerd. Vanzelfsprekend blijf ik hier strak op toezien en staat mijn departement in nauw contact met alle ketenpartners.
Bent u bereid onmiddellijk een asielstop in te voeren, te beginnen bij Ter Apel, totdat de veiligheid volledig is gegarandeerd en er deugdelijke screening plaatsvindt van wie hier wordt toegelaten? Zo nee, waarom niet?
Bij brief van 13 juli jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over de extra maatregelen naar aanleiding van de situatie in Ter Apel. Wanneer asielzoekers onherroepelijk veroordeeld zijn voor een misdrijf, beoordeelt de IND altijd of dit ook verblijfsrechtelijke gevolgen heeft. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de verblijfsduur van de vreemdeling en de duur van de opgelegde gevangenisstraf. Na een weigering of intrekking van de verblijfsvergunning door de IND start de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) het terugkeerproces. Zoals al vaker aangegeven bestaat er geen juridische ruimte voor een asielstop. Dit kabinet kiest ervoor meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen. Daarnaast blijf ik mij inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang.
Bent u bereid asielzoekers die betrokken zijn bij geweld, wapenbezit of vechtpartijen per direct in vreemdelingenbewaring te plaatsen, hun aanvraag af te wijzen op grond van openbare orde, en hen versneld uit te zetten? Zo nee, waarom niet?
Uitgangspunt is dat bij strafbare feiten normerend wordt opgetreden. Dat vereist nauwe samenwerking tussen de strafrechtketen, vreemdelingenketen en lokale driehoek. Voor verdachten moet duidelijk zijn dat het plegen van een misdrijf direct gevolgen heeft in de vorm van lik-op-stuk. De inzet van de vreemdelingenketen is erop gericht om de asielprocedures van overlastgevers snel- en slagvaardig af te doen, waarbij de IND na een onherroepelijke veroordeling altijd beziet of intrekking of weigering van een asielvergunning mogelijk is, en de DTenV direct na afwijzing voortvarend inzet op terugkeer naar land van herkomst of overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat.
Hoeveel van de betrokkenen bij deze incidenten verblijven illegaal in Nederland, hebben al een afwijzing gehad, of hadden allang uitgezet moeten zijn? Kunt u dit exact per categorie uitsplitsen?
Die gegevens worden niet als zodanig categorisch geregistreerd bij de aanhouding voor een strafbaar feit en zijn daarom niet systematisch te herleiden. De politie registreert bij een strafbaar feit in de regel identiteitsgegevens (zoals naam, geboortedatum, nationaliteit) en zaakgegevens. De politie registreert hierbij niet of de betreffende persoon een asielzoeker is. Verblijfsrechtelijke informatie wordt geraadpleegd en vastgelegd als dat noodzakelijk is voor het doel van het onderzoek of voor vreemdelingentoezicht. In zulke gevallen wordt de AVIM betrokken en kan afstemming met IND plaatsvinden.
Bent u bereid deze vragen, gezien de acute veiligheidsdreiging, binnen een week te beantwoorden en op zeer korte termijn een spoeddebat met de Kamer te voeren over de ineenstorting van de openbare orde rond Ter Apel? Zo nee, waarom niet?
De gestelde vragen in deze set zijn zo snel als mogelijk beantwoord.
Berichtgeving dat voormalig minister Brekelmans een operatie tegen Jos Leijdekkers heeft tegengehouden |
|
Maikel Boon (PVV) |
|
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Waarom geeft u wel een algemeen antwoord1 over het belang van de aanhouding van Jos Leijdekkers, maar weigert u in te gaan op de concrete beschuldigingen2 dat voormalig Minister Brekelmans vanwege zorgen over zijn eigen veiligheid een rol heeft gespeeld bij de besluitvorming over de voorgenomen operatie tegen Jos Leijdekkers?
Waarom beroept u zich op operationele vertrouwelijkheid om geen antwoord te geven op vragen over de politieke verantwoordelijkheid van voormalig Minister Brekelmans? Welk concreet operationeel of veiligheidsbelang wordt volgens u geschaad door te bevestigen of te ontkennen of voormalig Minister Brekelmans vanwege zorgen over zijn eigen veiligheid de voorgenomen operatie tegen Jos Leijdekkers heeft tegengehouden?
Deelt u de mening dat, indien voormalig Minister Brekelmans vanwege zorgen over zijn eigen veiligheid de voorgenomen operatie tegen Jos Leijdekkers heeft tegengehouden en daarmee zijn eigen belang boven het landsbelang heeft gesteld, de Kamer en de Nederlandse samenleving het recht hebben dit te weten? Zo nee, waarom niet?
Aangezien u deze vraag in de beantwoording van de eerdere Kamervragen onbeantwoord heeft gelaten, verzoek ik u nogmaals het volgende aan te geven: welke rol heeft voormalig Minister Brekelmans gespeeld bij de besluitvorming over de voorgenomen operatie tegen Jos Leijdekkers en heeft hij daarbij vanwege zorgen over zijn eigen veiligheid bezwaar gemaakt tegen de uitvoering van die voorgenomen operatie?
De dood van Karin in Nieuw-Vennep en de gevaren van open grenzen |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving over de gewelddadige dood van Karin (59), medewerkster van ABN AMRO, die op 30 maart jl. is omgekomen op een parkeerplaats bij het station in Nieuw-Vennep?1
Klopt het dat de verdachte, Adil Q. (36), de Italiaanse nationaliteit heeft, dat hij al eerder – rond 12 maart – is aangehouden voor winkeldiefstal, en dat hij ook betrokken was bij een mishandelingszaak in Amsterdam?
Deelt u de mening dat het volstrekt onbegrijpelijk is dat iemand die al meerdere keren met justitie in aanraking is gekomen en kampt met ernstige psychiatrische problematiek, gewoon vrij door Nederland kon blijven rondlopen totdat hij een vrouw het leven benam? Zo nee, waarom niet?
Was bij de Nederlandse autoriteiten bekend dat de verdachte in zijn land van herkomst behandeling voor zijn psychiatrische problematiek heeft geweigerd? Zo ja, waarom is hier destijds niets mee gedaan? Zo nee, hoe kan het dat zulke cruciale informatie niet beschikbaar was?
Is naar aanleiding van de aanhouding voor winkeldiefstal begin maart een risico-inschatting gemaakt over mogelijk gevaar voor de openbare orde en veiligheid? Zo ja, wat was de uitkomst en waarom is deze man dan niet direct aangepakt? Zo nee, deelt u de mening dat dit een ernstig gebrek aan alertheid van politie en justitie blootlegt?
Deelt u de conclusie dat dit drama een zoveelste voorbeeld is van hoe het vrije verkeer van personen binnen de EU – zonder verplichte, uniforme uitwisseling van strafrechtelijke en psychiatrische gegevens – de veiligheid van Nederlanders in gevaar brengt? Zo nee, hoe verklaart u dan dat deze man ondanks een strafblad gewoon in Nederland kon wonen en werken?
Bent u bereid zich in Brussel hard te maken voor een verplichte uitwisseling van strafrechtelijke gegevens tussen EU-lidstaten, zodat dit soort zaken niet buiten beeld blijven van de Nederlandse autoriteiten? Zo nee, hoe lang moeten Nederlandse vrouwen als Karin nog de prijs betalen voor dit gebrek aan grip op onze grenzen?
Deelt u de mening dat politie en Openbaar Ministerie in hun eigen berichtgeving open en duidelijk moeten zijn over relevante achtergrondkenmerken van verdachten, zoals nationaliteit en strafrechtelijk verleden, in plaats van dit te verhullen achter algemene termen als «arbeidsmigrant»? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om buitenlanders, inclusief EU-burgers, met criminele antecedenten direct na hun (laatste) veroordeling of aanhouding ons land uit te zetten? Zo nee, waarom niet?
Kunt u een overzicht geven van het aantal geweldsmisdrijven in de afgelopen vijf jaar waarbij EU-arbeidsmigranten met een strafblad en/of bekende psychiatrische problematiek betrokken waren? Zo nee, waarom niet, en bent u bereid dit alsnog in kaart te brengen?
Op welke termijn kunt u de Kamer nader informeren over deze zaak en over concrete maatregelen om herhaling te voorkomen?
Het bericht “Grote meerderheid Nederlanders vindt dat politie gezagsprobleem heeft” |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Grote meerderheid Nederlanders vindt dat politie gezagsprobleem heeft», waaruit blijkt dat 84% van de Nederlanders vindt dat de politie een gezagsprobleem heeft en 87% vindt dat harder moet worden opgetreden bij overtredingen en misdrijven?1
Hoe beoordeelt u deze cijfers, mede in het licht van de recente ongeregeldheden na voetbalwedstrijden van Marokko, waarbij de politie moest ingrijpen?
Deelt u de conclusie dat het overgrote deel van de bevolking het gezag van de politie in het geding ziet? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke concrete maatregelen gaat u nemen om dit gezag te herstellen?
Kunt u aangeven in hoeverre eerdere incidenten van openbare-ordeverstoringen na voetbalinterlands zijn geëvalueerd, en welke lessen daaruit zijn getrokken voor de aanpak van vergelijkbare ongeregeldheden in de toekomst?
Klopt het dat de politie in bepaalde wijken en steden terughoudend is met optreden of bepaalde gebieden mijdt? Zo ja, in welke steden en gebieden? Sinds wanneer is dit beleid of deze praktijk aan de orde, en op welke schaal komt dit in Nederland voor?
Bent u van mening dat het mijden van wijken door de politie bijdraagt aan het door de bevolking ervaren gezagsprobleem?
Welke stappen heeft u sinds uw aantreden ondernomen en welke stappen onderneemt u om te voorkomen dat er in de praktijk sprake is van gebieden waar de rechtsstaat minder hard geldt?
Bent u bereid te onderzoeken welke rol de handhavingscapaciteit, het sanctiebeleid en de strafmaat spelen in het gevoel van straffeloosheid dat aan dit gezagsprobleem lijkt bij te dragen?
Bent u bereid, gelet op de wens van 87% van de Nederlanders om harder op te treden tegen overtredingen en misdrijven, op korte termijn met concrete voorstellen te komen om de handhaving en het gezag van de politie te versterken? Zo ja, op welke termijn kan de Kamer deze voorstellen verwachten?
Bent u zich ervan bewust dat het nu primair aan u is om het gezag van de politie te herstellen?
Het nieuwsbericht “Onderwijsinspectie ziet wanbeheer op Cornelis Haga Lyceum in Amsterdam” |
|
Annette Raijer (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het vernietigende oordeel van de Inspectie van het Onderwijs die stelt dat op het Cornelius Haga Lyceum opnieuw sprake is van wanbeheer en dat het bestuur, ondanks jarenlange waarschuwingen, nauwelijks iets heeft gedaan om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren?1
Ja, ik heb kennisgenomen van het rapport van 18 juni 2026 van de Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) naar het bestuurlijk handelen van de Stichting Islamitisch Onderwijs.
Hoeveel waarschuwingen moet een school nog krijgen voordat de overheid eindelijk ingrijpt?
Ik begrijp de zorgen die in uw vraag doorklinken. De inspectie heeft de afgelopen jaren tekortkomingen geconstateerd, die vastgelegd in rapporten, op basis daarvan herstelopdrachten geformuleerd voor school en bestuur en toegezien op de uitvoering daarvan. In dat proces heeft de inspectie herhaaldelijk het instrumentarium ingezet dat haar ter beschikking staat om het beoogde herstel af te dwingen.
Vanwege de ernst van de bevindingen heeft de inspectie de regie over deze toezichtscasus overgedragen aan mijn ministerie. Wanneer een toezichtscasus onder regie van het ministerie wordt gebracht, kan het aanvullende instrumentarium van het ministerie ingezet worden. Het ministerie beschikt over interventiemogelijkheden die verder reiken dan het afdwingen van herstel van de onderwijskwaliteit.
Op basis van het meest recente inspectierapport bereid ik vervolgstappen voor. Mijn doel is dat de leerlingen van het Cornelius Haga Lyceum zo snel mogelijk weer kunnen rekenen op onderwijs van goede kwaliteit. De inspectie en het ministerie houden de ontwikkelingen op basis van genoemd inspectierapport en de opvolging van de eerder opgelegde herstelopdrachten nauwlettend in de gaten. Zodra ik een definitief besluit heb genomen over de vervolgstappen informeer ik uw Kamer.
Hoe is het mogelijk dat een schoolbestuur dat al sinds 2019 bekendstaat om wanbeheer en nu opnieuw door de Inspectie wordt neergesabeld, nog altijd volledig door de Nederlandse overheid wordt bekostigd met belastinggeld? Deelt u de mening dat dit pure beloning is voor falend islamitisch bestuur in plaats van keiharde afstraffing? Zo nee, waarom niet?
Scholen en besturen moeten de bekostiging aanwenden voor kwalitatief goed onderwijs. De inspectie constateert dat het bevoegd gezag van het Cornelius Haga Lyceum er herhaaldelijk niet in slaagt de onderwijskwaliteit te waarborgen. Dit is zorgelijk voor de leerlingen van de school. Het is van groot belang dat zij op korte termijn goed onderwijs krijgen. Vanuit dat belang bereid ik vervolgstappen voor.
Hoe beoordeelt u het feit dat het bestuur essentiële documenten niet kon overleggen, tegenstrijdige informatie verstrekte, geen deugdelijk kwaliteitszorgsysteem heeft ingericht, wettelijke verplichtingen aan zijn laars lapt én leerlingen opzadelt met dramatische onderwijsresultaten, waarbij op de mavo slechts 35 procent van de leerlingen slaagt tegenover ruim 91 procent landelijk? Vindt u dat deze leerlingen ernstig tekort zijn gedaan door deze islamitische school? Zo nee waarom niet?
De recente rapporten van de inspectie laten zien dat het bestuur langdurig en in ernstige mate heeft nagelaten om de noodzakelijke (herstel)maatregelen te treffen die nodig zijn voor de kwaliteit van het onderwijs. Dat is een ernstige zaak, want daardoor zijn de leerlingen tekortgedaan in hun onderwijsloopbaan. Het is mijn prioriteit dat de leerlingen van het Cornelius Haga Lyceum op korte termijn weer onderwijs van goede kwaliteit krijgen. Hiertoe bereid ik vervolgstappen voor.
Waarom zou de overheid nog langer belastinggeld blijven overmaken naar een school waarvan zelfs de toezichthouder zegt dat verbetering niet meer geloofwaardig is en de school in fase E plaatst? Welke boodschap geeft u daarmee af aan alle scholen die wel normaal functioneren en zich aan de regels houden?
Het voldoen aan wettelijke vereisten (zoals de deugdelijkheidseisen die zien op de onderwijskwaliteit) is een voorwaarde voor een schoolbestuur om bekostiging te ontvangen voor haar school of scholen. De inspectie ziet toe op de naleving van deze wettelijke vereisten. Wanneer een school of bestuur op dat vlak in gebreke blijft, kunnen vanuit de inspectie onderzoeken, herstelopdrachten en sancties volgen. De afgelopen jaren zijn deze instrumenten meermaals door de inspectie ingezet.
Welke harde maatregelen gaat u onmiddellijk nemen? Bent u bereid de bekostiging per direct stop te zetten, het bestuur uit zijn functie te ontheffen en alle beschikbare wettelijke instrumenten in te zetten om een definitief einde te maken aan dit jarenlange wanbeheer? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord op vraag 2. Ik bereid vervolgstappen voor op basis van het genoemde inspectierapport. Daarbij staat voorop dat de betreffende leerlingen op korte termijn weer goed onderwijs krijgen. Zodra ik een definitief besluit heb genomen, informeer ik uw Kamer.
Deelt u de mening dat het Cornelius Haga Lyceum na jaren van wanbeheer, complete chaos, dramatisch slechte onderwijsresultaten en een plaatsing door de Inspectie in fase E, waarbij de Inspectie concludeert dat het bestuur sinds 2022 structureel faalt en ieder vertrouwen in verbetering heeft verloren, voorgoed van het toneel moet verdwijnen? Zo nee waarom niet?
Op grond van artikel 2.95 WVO 2020 kan de Minister besluiten een schoolsoort of leerweg op te heffen (bij openbare scholen) of de bekostiging daarvan te beëindigen (bij bijzondere scholen). Dit is een uiterste maatregel, die enkel ingezet kan worden als aan strikte wettelijke voorwaarden wordt voldaan: de inspectie moet een herhaald eindoordeel Zeer zwak hebben vastgesteld, gebaseerd op onvoldoende leerresultaten; de inspectie moet geconstateerd hebben dat het bevoegd gezag niet bereid is afspraken te maken over verbeteringen dan wel onvoldoende verbeteringen heeft doorgevoerd; en het bevoegd gezag moet de mogelijkheid hebben gehad om hierop zijn zienswijze in te dienen. Aan deze wettelijke voorwaarden is in deze casus niet voldaan. Op dit moment zijn de in dit antwoord beschreven mogelijkheden wettelijk nog niet aan de orde. Ik bereid vervolgstappen voor op basis van het genoemde inspectierapport.
Bent u bereid deze islamitische school per direct te sluiten, alle bekostiging onmiddellijk stop te zetten en wettelijk onmogelijk te maken dat de Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO) en alle betrokken bestuurders die verantwoordelijk zijn voor deze puinhoop nooit meer, onder welke naam, vlag of constructie dan ook, een school mogen oprichten, besturen of ook maar één euro overheidsgeld mogen ontvangen? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 7.
Het besluit van DOVA om de landelijke ov-korting voor 65-plussers per 1 januari 2027 af te schaffen |
|
Corrie van Brenk (PvdA) |
|
Bertram |
|
|
|
|
Bent u bekend met het besluit van het samenwerkingsverband Decentrale OV-Autoriteiten (DOVA) om de landelijke ov-korting voor 65-plussers per 1 januari 2027 af te schaffen?
Ja, hiermee ben ik bekend.
Waarom is ervoor gekozen deze landelijke korting voor ouderen te beëindigen?
Het afschaffen van de korting voor 65-plussers in bus, tram en metro is een besluit van de decentrale overheden. Er worden keuzes gemaakt over de inzet van de middelen om het openbaar vervoer in de toekomst betaalbaar en beschikbaar te houden. De decentrale OV-autoriteiten hebben besloten om de aandacht te verschuiven van algemene kortingen naar een gerichte ondersteuning voor kinderen.
U noemde de nieuwe regeling voor kinderen «fantastisch», kunt u aangeven hoe deze reactie zich verhoudt tot het wegvallen van de landelijke ov-korting voor 65-plussers?
De reactie was gericht op het gratis reizen voor kinderen; dit scheelt veel gezinnen flink in de portemonnee.
Welke democratische controle bestaat er op een besluit van DOVA met zulke grote gevolgen voor ouderen?
Het regionaal openbaar vervoer is in Nederland gedecentraliseerd. Verantwoordelijk zijn de gedeputeerde staten in het geval van een provincie en het dagelijks bestuur (bestaande uit de wethouders met de portefeuille openbaar vervoer uit de betreffende regio) voor de vervoerregio’s; de democratische controle vindt ook daar plaats. Binnen Samenwerkingsverband DOVA werken deze decentrale OV-autoriteiten (provincies en vervoerregio’s) samen aan verschillende thema’s, de tariefbevoegdheid ligt bij de separate leden van DOVA. Deze wijziging van het Landelijk Tarievenkader (LTK) is goedgekeurd door alle aangesloten OV-autoriteiten. Daarmee hebben zij allen dezelfde afgestemde keuze gemaakt.
Acht u het wenselijk dat DOVA kan besluiten een landelijke regeling voor ouderen af te schaffen?
Zie het antwoord op vraag 4. Het LTK is niet geldig op het hoofdrailnet. De kortingsabonnementen voor 60- en 65-plussers op het hoofdrailnet blijven bestaan.
De betaalbaarheid van het ov in alle modaliteiten is een belangrijk onderdeel van gesprek in het NOVB. Een taskforce vanuit het NOVB kijkt naar verschillende kortingsproducten en neemt daarbij het recent opgeleverde rapport van de ABDTOPConsult over de betaalbaarheid van het ov-systeem mee. Zoals toegezegd in mijn brief van 19 juni ontvangt de Kamer na de zomer een kabinetsreactie op dit rapport.1
Hoeveel 65-plussers maken momenteel gebruik van de landelijke ov-korting?
Decentrale overheden hebben wel onderzoek gedaan naar het aantal reizen van deze doelgroep, maar niet naar de exacte grootte van de groep. Daarom is een exact cijfer over het aantal gebruikers niet beschikbaar.
Hoeveel gaan deze reizigers gemiddeld extra betalen?
De algemene leeftijdskorting van 34%, die nu nog in alle regionale concessies geldt, vervalt. De OV-autoriteiten kunnen (ook) zelf besluiten om een nieuw speciaal product voor 65-plussers aan te bieden. Daarnaast kan de doelgroep ook gebruikmaken van de bestaande kortingsproducten (ook vaak voor deze doelgroep) in hun regionale concessies. Hoeveel een reiziger gemiddeld meer kan betalen kan daarom niet worden aangegeven.
Heeft u in kaart gebracht welke gevolgen dit heeft voor de mobiliteit van ouderen?
Zie het antwoord op vraag 4. Het wel of niet in beeld brengen van deze gevolgen is aan de decentrale overheden.
Verwacht u dat ouderen hierdoor minder gebruik zullen maken van het openbaar vervoer?
Dit is niet te voorspellen. Prijs is niet de enige reden waarom mensen wel of niet reizen met het openbaar vervoer. Zie ook het antwoord op vraag 7.
Deelt u de zorg dat dit kan leiden tot meer eenzaamheid en minder participatie van ouderen?
Mobiliteit is voor iedereen van belang om goed mee te kunnen doen aan de maatschappij, ook voor ouderen. In het openbaar vervoer zijn daarvoor niet alleen de tarieven van belang, maar bijvoorbeeld ook de beschikbaarheid en de toegankelijkheid. De sector zet zich op al deze aspecten in.
Welke gevolgen verwacht u voor ouderen die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer voor zaken zoals mantelzorg, vrijwilligerswerk of ziekenhuisbezoek?
De impact van deze wijziging verschilt per persoon en reisgedrag.
Wat vindt u ervan dat DOVA verwijst naar gemeenten voor gerichte maatregelen, terwijl gemeenten nu al financiële tekorten hebben?
Het betreft een verantwoordelijkheid van de decentrale overheden. Inkomensafhankelijke gerichte ondersteuning voor mensen met een laag inkomen wordt in Nederland geboden door gemeenten. DOVA verwijst naar de gemeenten vanwege hun rol, waarbij separate gemeenten binnen hun beleid kunnen kiezen of zij een bijdrage willen leveren aan mobiliteit in de vorm van openbaar vervoer voor mensen met een krappe beurs. Dat kunnen dan ook ouderen zijn, die daaronder vallen.
Acht u het wenselijk dat de toegang tot een ov-tegemoetkoming straks afhankelijk wordt van de gemeente waarin iemand woont?
Zie het antwoord op vraag 12.
Deelt u de zorg dat dit kan leiden tot veel regionale ongelijkheden?
Zie het antwoord op vraag 12. Dit vraagstuk is breder dan alleen de ov-tegemoetkoming.
Heeft u voor uw enthousiaste reactie nog overleg gevoerd met de Minister van VWS en de Minister van BZK over de gevolgen van het afschaffen van de landelijke ov-korting voor ouderen op hun portefeuilles, zoals eenzaamheid, toegang tot zorg en financiële druk op gemeenten?
Nee, dat contact is er niet geweest. De keuze van de decentrale overheden voor een andere doelgroep valt namelijk niet onder de verantwoordelijkheid van het Rijk. Over de reactie verwijs ik naar het antwoord op vraag 3.
Heeft u zich georiënteerd op de kosten die terechtkomen bij gemeenten als zij deze korting zelf moeten regelen?
Het betreft een besluit van de decentrale overheden. Zie verder het antwoord op vraag 4.
Bent u zich ervan bewust dat een grote groep ouderen die niet door de herkeuring van hun rijbewijs komen volledig aangewezen is op openbaar vervoer?
Ja.
Deelt u de mening dat een generieke maatregel zowel voor jong als voor oud ook terechtkomt bij mensen die dit wel kunnen betalen?
Iedere generieke maatregel biedt ondersteuning aan mensen die het hard nodig hebben en aan mensen die mogelijk ook zonder kunnen. Voor gezinnen met meerdere kinderen kunnen de kosten snel oplopen en daarom wordt vaak voor vervoer per auto gekozen. Deze keuze voor een meer gerichte ondersteuning is op dit moment aan de decentrale overheden, maar het is ook onderwerp van gesprek in de taskforce betaalbaarheid van het NOVB.
Deelt u de mening dat een generieke maatregel eenvoudig en transparant is en dat een overgang naar 342 verschillende regelingen dat niet is?
Zie het antwoord op vraag 12. Dit vraagstuk is breder dan alleen de ov-tegemoetkoming.
Bent u bereid met DOVA in gesprek te gaan om de landelijke ov-korting voor 65-plussers alsnog te behouden?
Zie het antwoord op vraag 5. De betaalbaarheid van het ov voor alle doelgroepen is een belangrijk gespreksonderwerp in het NOVB.