Kamervraag 2026Z16154

‘Private ordehandhaving en boetes op festivals’

Ingediend 13 juli 2026
Beantwoord 9 september 2026 (na 58 dagen)
Indiener Songül Mutluer (GroenLinks-PvdA)
Beantwoord door David van Weel (VVD)
Onderwerpen openbare orde en veiligheid organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16154.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-3014.html
  • Vraag 1
    Bent u bekend met de inzet van private bedrijven op festivals, waarbij bezoekers die drugs bij zich hebben een private boete of schadevergoeding moeten betalen?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Op welke wettelijke grondslag mogen private bedrijven boetes of schadevergoedingen opleggen wegens drugsbezit op festivals en acht u het wenselijk dat dergelijke sancties worden opgelegd door commerciële partijen in plaats van door politie of justitie? Zo ja, waarom?

    Het staat private partijen, gelet op het beginsel van contractvrijheid, vrij om in een overeenkomst of in de algemene voorwaarden een boetebeding op te nemen. Daarbij benadruk ik dat het hier niet gaat om een strafrechtelijke boete, maar om een civielrechtelijk boetebeding. Artikel 6:91 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een boetebeding een beding is waarbij is bepaald dat de schuldenaar, indien hij in de nakoming van zijn verbintenis tekortschiet, gehouden is een geldsom of een andere prestatie te voldoen, ongeacht of zulks strekt tot vergoeding van schade of enkel tot aansporing om tot nakoming over te gaan. Het is uiteindelijk aan de civiele rechter om geschillen tussen private partijen te beslechten. Ik heb als Minister van Justitie en Veiligheid geen rol in hoe partijen hun onderlinge verhouding regelen.
    Laat ik vooropstellen dat drugsbezit en drugsgebruik op festivals niet normaal zou moeten zijn. Zoals eerder aan uw Kamer gemeld over de inzet van politiecapaciteit bij evenementen, is de beschikbare capaciteit schaars en moet deze gericht worden ingezet op de meest veiligheidsrelevante taken. In het coalitieakkoord 2026–2030 is onder andere daarom vastgelegd dat grote festivals een drugspreventieplan opstellen2. Ter ondersteuning heb ik middelen verstrekt voor de pilot implementatie van de leidraad «Denormalisering drugs bij evenementen» in Oost-Brabant, waarbij het denormaliseren van drugsgebruik op evenementen centraal staat. De leidraad biedt handvatten voor gemeenten, vergunningverleners, organisatoren en veiligheidspartners om gezamenlijk te sturen op het denormaliseren van drugs bij evenementen. De pilot wordt uitgevoerd in een aantal gemeenten in Oost-Brabant. Gemeenten worden hierbij ondersteund in de praktijktoepassing en handhaving van de leidraad. Uit de pilot kunnen lessen worden gebundeld ten behoeve van landelijke kennisdeling. Deze pilot is gestart voordat het coalitieakkoord 2026–2030 tot stand kwam.
    Festivals kiezen er veelal voor om in de algemene voorwaarden op te nemen dat drugs niet zijn toegestaan op het evenement. Sommige organisatoren kiezen ervoor om een private dienstverlener in te zetten die toeziet op de naleving van hun algemene voorwaarden, waaronder drugsbezit. Deze algemene voorwaarden zijn onderdeel van de preventieafspraken in de vergunningsvoorwaarden. Dit is aanvullend op, en niet ter vervanging van, de publieke taak tot opsporing van strafbare feiten. Uitsluitend de politie handhaaft op de Opiumwet en is verantwoordelijk voor opsporing. Het in het artikel benoemde bedrijf ThinkTwice richt zich op de naleving van de algemene voorwaarden. ThinkTwice neemt hiermee geen politietaken over. Dat festivalorganisaties zich actief bezighouden met het tegengaan van drugsgebruik, is in lijn met het streven van het kabinet om drugsgebruik terug te dringen.

  • Vraag 3
    Deelt u de opvatting van hoogleraar Joep Lindeman van de Universiteit Utrecht dat private ordehandhaving alleen aanvaardbaar kan zijn wanneer duidelijke wettelijke kaders en toezicht bestaan om willekeur te voorkomen? Zo ja, welke kaders en vormen van toezicht bestaan er momenteel voor dit soort bedrijven? Indien geen, bent u van mening om die met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op te stellen?

    Zoals ook aangeven in het antwoord op vraag 2 staat het partijen in beginsel vrij om zelf hun rechtsverhouding en wederzijdse rechten en verplichtingen vorm te geven. Aangezien het om een civielrechtelijke overeenkomst gaat, is er geen sprake van toezicht op de hoogte van de bedragen. Als iemand het aangeboden bedrag te hoog vindt of meent slachtoffer te zijn van willekeur dan kan diegene medewerking weigeren. Daarnaast kan de boete worden aangevochten bij de civiele rechter. Het is aan de rechter voorbehouden of het boetebeding en de oplegging van de boete toelaatbaar zijn. De rechter kan de boete bovendien matigen indien hij deze disproportioneel acht (artikel 6:94 BW).
    Dit laat onverlet dat gemeenten vanzelfsprekend in het kader van de vergunningverlening voorwaarden kunnen opleggen aan organisatoren van festivals.
    Op dit moment bestaat ook de leidraad «Alcohol, drugs en roken op evenementen»3. Deze leidraad is gepubliceerd door het Trimbos en wordt in veel gevallen al gevolgd door gemeenten. De kaders vanuit het civielrecht voldoen naar mijn mening op dit moment en daarom zie ik voor nu geen reden om nieuwe of aanvullende regels op te stellen.

  • Vraag 4
    Wie controleert of de hoogte van de door dit soort bedrijven opgelegde bedragen proportioneel is, op welke wijze wordt vastgesteld wat een «eenheid» drugs is en welke mogelijkheden hebben bezoekers om bezwaar te maken tegen een opgelegde boete?

    Zie antwoord vraag 3.

  • Vraag 5
    Hoe beoordeelt u signalen dat bezoekers onder druk kunnen worden gezet om een overeenkomst te tekenen doordat wordt gewezen op mogelijke overdracht aan de politie en een vermeend risico op een strafblad, terwijl bij kleine gebruikershoeveelheden doorgaans geen strafblad volgt?

    Het signaal dat bezoekers onder druk worden gezet door te wijzen op overdracht aan de politie en «een strafblad zullen krijgen» neem ik serieus. Voor gebruikershoeveelheden (maximaal 0,5 gram, 1 pil of 5 ml GHB4) volgt doorgaans geen strafrechtelijke vervolging en dus geen aantekening in de justitiële documentatie5. Pas bij een strafrechtelijke vervolging, zoals een strafbeschikking die wordt aanvaard/betaald, wordt een aantekening gemaakt. Door te wijzen op een vermeend risico op een strafblad zou een onjuiste voorstelling van zaken kunnen ontstaan. Het is aan de gemeenten om hier als vergunningsverlener duidelijke afspraken over te maken en feitelijke communicatie te waarborgen. Er mag verder geen sprake zijn van druk om een civiele overeenkomst zoals de hier bedoelde aan te gaan.

  • Vraag 6
    Acht u het risico reëel dat festivalbezoekers minder snel naar een EHBO-post of medische hulpverlening gaan wanneer zij vrezen daar te worden geconfronteerd met handhaving of een private boete, en bent u bereid dit veiligheidsrisico te laten onderzoeken?

    De veiligheid en toegankelijkheid van medische hulpverlening op evenementen staan voorop. Voor zover mij bekend zijn er geen signalen ontvangen dat EHBO-posten of andere medische hulpverleners bezoekers attenderen op of doorverwijzen naar private afdoeningstrajecten; evenmin dat medische hulp wordt vermeden uit vrees voor handhaving of een private boete. Op dit moment acht ik dit risico dus niet reëel. Zorgverleners werken onder het medisch beroepsgeheim en hulpverlening gaat altijd vóór handhaving.
    Verder wordt er in de eerder genoemde leidraad «Alcohol, drugs en roken op evenementen», gepubliceerd door het Trimbos-instituut, benadrukt dat het wenselijk is om op locaties waar zorg wordt verleend, geen politie en beveiliging direct aanwezig te hebben, zodat bezoekers onder invloed van drugs niet terughoudend zijn in het zoeken van hulp. Zoals beschreven bij vraag 4 wordt deze leidraad in vele gevallen al gevolgd.

  • Vraag 7
    Deelt u de zorg dat gemeenten door via vergunningen een zerotolerance beleid voor te leggen feitelijk politietaken uitbesteden aan private partijen, waardoor festivals een «proeftuin voor private ordehandhaving» worden zonder dat dezelfde regels en waarborgen gelden als voor de politie? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen om de rechtsbescherming van bezoekers te waarborgen?

    Private partijen hebben geen publiekrechtelijke bevoegdheden. Opsporing en strafrechtelijke vervolging blijven exclusief bij politie en OM. In dit geval gaat het om het handhaven van algemene voorwaarden bij een evenement, dit staat los van eventuele strafrechtelijke interventies. Bij de eerder benoemde pilot van de implementatie van de leidraad «Denormalisering drugs bij evenementen» in Oost-Brabant (vraag 2), pakken verschillende partijen hun rol; de gemeente via vergunningverlening, het evenement via het opstellen en naleven van de algemene voorwaarden en de naleving van de vergunningsvoorwaarden, en de politie door het handhaven van de openbare orde en opsporing van strafbare feiten.

  • Mededeling - 3 augustus 2026

    Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Mutluer (PRO), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over «Private ordehandhaving en boetes op festivals» (ingezonden 13 juli 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z16154
Volledige titel: ‘Private ordehandhaving en boetes op festivals’
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-3014
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Mutluer over ‘Private ordehandhaving en boetes op festivals’