| Ingediend | 13 juli 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 27 augustus 2026 (na 45 dagen) |
| Indiener | Don Ceder (CU) |
| Beantwoord door | Bart van den Brink (CDA), Letschert |
| Onderwerpen | onderwijs en wetenschap organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16148.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2778.html |
Ik vind dat buitengewoon vervelend voor de desbetreffende Iraanse studenten.
Ik heb instellingen dan ook gevraagd om aandacht te hebben voor de persoonlijke omstandigheden van de student en waar mogelijk maatwerk te bieden.
Ik heb dit nagevraagd bij de koepels van de onderwijsinstellingen (de Vereniging Hogescholen (VH) en Universiteiten van Nederland (UNL)); bij hen zijn geen onderwijsinstellingen bekend die Iraanse studenten aanraden om asiel aan te vragen. Onderwijsinstellingen wijzen bijna-afgestudeerde studenten op de mogelijkheden van een zoekjaar (of verlenging van studie in geval van studievertraging). In een bijeenkomst van het Landelijk Overleg Afdelingshoofden Studentzaken van de onderwijsinstellingen is ondersteuning van Iraanse studenten besproken maar ook daar is zover mij bekend dit advies niet gegeven.
Ik deel de mening dat een asielaanvraag niet de juiste oplossing is voor een financieel probleem.
Hogescholen en universiteiten spannen zich waar mogelijk in om te voorkomen dat betalingsproblemen van Iraanse studenten leiden tot uitschrijving. Zij maken hierbij gebruik van de ruimte die de Wet Hoger Onderwijs en Wetenschap (WHW) biedt om voorzieningen te treffen voor de (financiële) ondersteuning van een individuele student. Zij gaan echter zelf over de invulling die zij hieraan geven om zo goed mogelijk aan te kunnen sluiten bij de specifieke situatie van een student. De omstandigheden waaronder Iraanse studenten in Nederland verblijven kunnen per student verschillen. Maatwerk betekent ook dat een instelling kan besluiten dat in individuele gevallen ondersteuning niet passend is.
Zoals aangegeven in antwoord 3 betrachten instellingen zorgvuldigheid en maatwerk in het bieden van ondersteuning aan studenten om zo goed mogelijk aan te sluiten bij hun specifieke situatie. Hierdoor lopen de financiële regelingen zodanig uiteen dat een centraal overzicht van welke onderwijsinstellingen financiële ondersteuning bieden en waaruit die getroffen regelingen precies bestaan, lastig in kaart te brengen is. De koepelorganisaties VH en UNL beschikken hier ook niet over. Maatwerk kan bovendien directe financiële ondersteuning betreffen, zoals een betalingsregeling of het openstellen van een noodfonds, maar ook non-financiële ondersteuning, bijvoorbeeld het tijdelijk opheffen van herinschrijfblokkades, (mentale) begeleiding via studentpsychologen, studentendecanen en social workers voor internationale studenten en het organiseren van steunbijeenkomsten voor studenten en medewerkers. Het is dan ook ondoenlijk om uw Kamer te informeren over de ondersteuningsvoorzieningen die specifiek geboden worden aan de betreffende studenten, inclusief de gehanteerde financiële regelingen.
Ik heb momenteel geen apart overleg met Iraanse studenten. Wel spreek ik regelmatig met de formele studentvertegenwoordigende organisaties LSVb en ISO. Zij kunnen de situatie van Iraanse studenten agenderen voor overleg en doen dat ook. Iraanse studenten weten hen te vinden. Verder ben ik met onderwijsinstellingen in gesprek over de situatie van Iraanse studenten in Nederland en de problemen die een deel van de Iraanse studenten in Nederland ervaren gaan ons aan het hart. Ik vraag instellingen om aandacht te hebben voor de persoonlijke omstandigheden van de student en waar mogelijk maatwerk te bieden. Ik zie dat instellingen dit ook doen.
Artikel 8.3.c.7 van de Regeling tot uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen biedt internationale studenten de mogelijkheid om 16 uur per week of in de maanden juni, juli en augustus voltijds te werken zonder dat de daarvoor benodigde tewerkstellingsvergunning wordt getoetst op prioriteitgenietend arbeidsaanbod. Er is geen wettelijke ruimte om van deze regel af te wijken.
Zoals in antwoord 3 aangegeven bepalen instellingen zelf de invulling die zij geven aan de ruimte die de WHW biedt om voorzieningen te treffen voor de (financiële) ondersteuning van een individuele student. Daarnaast geldt dat als een internationale student niet meer voldoet aan de voorwaarden waaronder de verblijfsvergunning is afgegeven, dat in beginsel reden is om de verblijfsvergunning in te trekken. Wel dient Nederland in elk besluit tot intrekking of niet-verlenging van de verblijfsvergunning rekening te houden met de specifieke omstandigheden van het geval en wordt het evenredigheidsbeginsel geëerbiedigd (artikel 21, zevende lid). Voordat de verblijfsvergunning wordt ingetrokken of niet wordt verlengd, beoordeelt de IND per geval of er individuele redenen zijn om van intrekking c.q. niet-verlenging af te zien. Vanwege deze mogelijkheid tot maatwerk zie ik geen reden om het beleid te wijzigen.
Ik overweeg op dit moment geen aanvullende algemene maatregelen voor studenten en onderwijsinstellingen. Zoals eerder gezegd, het verschilt per student waar behoefte aan is en er zijn op instellingen al mogelijkheden voor maatwerk en financiële voorzieningen. Instellingen kunnen het instellingscollegegeldtarief voor bepaalde groepen studenten verlagen tot minimaal het wettelijk collegegeldtarief. Het is aan de instelling zelf om te bepalen of zij van deze mogelijkheid gebruik maken en in te schatten wat per student nodig en mogelijk is.