Het bericht dat linkse activisten oproepen tot schijnhuwelijk. |
|
Marina Vondeling (PVV), Elmar Vlottes (PVV) |
|
Heijnen , Foort van Oosten (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van het schandalige Instagram-bericht van de pro-migratieorganisatie MiGreat, waarin zij personen met een Nederlands paspoort oproepen om schijnhuwelijken aan te gaan met illegale migranten die geen verblijfsvergunning hebben of geen visum kunnen krijgen?1
Erkent u dat MiGreat hiermee aanzet tot het plegen van een strafbaar feit? Zo ja, bent u bereid om het Openbaar Ministerie (OM) onmiddellijk op te dragen een strafrechtelijk onderzoek te starten tegen MiGreat? Zo nee, waarom niet?
Klopt het dat MiGreat al sinds 2022 de status van Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI-status) heeft? Zo ja, bent u bereid de ANBI-status per direct en met terugwerkende kracht in te trekken?
Kunt u onderbouwen, aan de hand van cumulatieve eisen voor het verkrijgen van een ANBI-status, hoe het mogelijk is dat MiGreat überhaupt een ANBI-status heeft verkregen?
Deelt u de mening dat organisaties als MiGreat deel uitmaken van een bredere asielindustrie die het terugkeerbeleid saboteren en onze grenzen nog verder open willen zetten en bent u bereid alle subsidies en fiscale voordelen voor dergelijke pro-migratiegroepen te schrappen?
Het bericht 'Vier Afghaanse vrouwen mogen nu in Nederland blijven. ‘Maar voor duizenden anderen verandert dit niets’' |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het nieuws dat duizenden Afghaanse vrouwen worden gedeporteerd terwijl het land onveilig is?1
De berichten over de deportatie uit Pakistan en Iran van duizenden Afghaanse vrouwen zijn zeer zorgwekkend. De situatie in Afghanistan is onverminderd ernstig, in het bijzonder voor vrouwen en meisjes, die te maken hebben met vergaande beperkingen van hun rechten en vrijheden.
Sinds 2022 zet Nederland zich in voor opvang van Afghaanse vluchtelingen in de regio Afghanistan, in Pakistan en Iran, overeenkomstig de motie-Piri en Van der Lee (Kamerstuk 27 925, nr. 906). Deze programmering richt zich onder andere op de bescherming van Afghaanse vluchtelingen.
Daarnaast bekleedt Nederland sinds 2024 het voorzitterschap van het internationale platform Solution Strategy for Afghan Refugees (SSAR). Dit platform fungeert als het voornaamste gremium om, samen met verschillende partijen en met UNHCR als secretariaat, duurzame oplossingen te bereiken voor de Afghaanse vluchtelingensituatie. Pakistan en Iran behoren tot de grootste opvanglanden ter wereld en krijgen binnen dit platform ook de gelegenheid om hun prioriteiten te formuleren. Ook deportaties vanuit Iran en Pakistan worden in dit verband regelmatig aan de orde gesteld.
Hoe is het mogelijk dat personen met dezelfde omstandigheden, andere visum-beoordelingen krijgen, zoals Lafita aangeeft?
In het artikel gaat het om de visumbeoordeling door de Duitse autoriteiten. Nederland heeft geen inzicht in de achterliggende redenen waarom een persoon wel of niet in aanmerking komt voor visumverlening in Duitsland. Voor Nederland geldt dat elke visumaanvraag op basis van de individuele omstandigheden wordt beoordeeld. Personen in exact dezelfde omstandigheden zouden dan in de regel ook dezelfde beoordeling moeten krijgen. Tegelijkertijd geldt dat de individuele omstandigheden wel degelijk kunnen verschillen hoewel de zaken oppervlakkig bezien hetzelfde lijken.
Kunt u inzage geven in het proces van het verlenen van de verblijfsvergunning van de betreffende vier vrouwen?2
Zoals uw Kamer bekend ga ik niet in op individuele zaken. Op 4 december 2025 is tevens gereageerd op de ingediende Kamervragen (kenmerken 2025Z192697 en 2025Z19541) over het asielbeleid ten aanzien van vrouwen uit Afghanistan.
Op welke oordelen baseert u de veiligheid van Afghanistan voor Afghaanse vrouwen, als blijkt dat er geen westerse soldaten, camera’s of opvang is, zoals Fawzia Koofi aangeeft?
Het landenbeleid Afghanistan gaat in op de positie van verschillende categorieën, waaronder Afghaanse vrouwen. Dit is gebaseerd op het algemeen ambtsbericht over Afghanistan. In het beleid is rekening gehouden met de slechte positie van vrouwen en meisjes in Afghanistan. Op 19 december 2025 is het nieuwe algemene ambtsbericht over Afghanistan gepubliceerd. Op basis van de informatie in het ambtsbericht wordt momenteel gekeken welke beleidsconsequenties dit met zich meebrengt. Uw Kamer zal hierover binnenkort worden geïnformeerd.
Bent u bereid Afghanistan als onveilig land te bestempelen, nu het Ministerie van Buitenlandse Zaken in het laatste ambtsbericht de positie van vrouwen onder de Taliban ziet verslechteren? Zo nee, waarom niet?
In de systematiek van het tot stand komen van landgebonden asielbeleid wordt er op basis van de informatie uit het door Buitenlandse Zaken gepubliceerde ambtsbericht gekeken welke (groepen) personen risico lopen op vervolging of ernstige schade. Afhankelijk van de mate van vervolging kan er worden geoordeeld dat er sprake is van groepsvervolging of kan een risicoprofiel worden aangewezen. Uiteindelijk gaat het om een individuele beoordeling waarbij geldt dat ook personen die niet onder groepsvervolging vallen of niet zijn aangemerkt als risicoprofiel nog steeds in aanmerking kunnen komen voor bescherming. In het landgebonden asielbeleid voor Afghanistan is rekening gehouden met de zeer kwetsbare positie van vrouwen en meisjes.
Als blijkt dat Afghanistan het Vrouwenverdrag blijft schenden en niet in onderhandeling gaat, ondanks het aansprakelijk stellen door Australië, Canada, Duitsland en Nederland, is dat dan reden om alle Afghaanse vrouwen standaard asiel te verlenen? Zo nee, waarom niet?
Op 25 september 2024 heeft Nederland – samen met Australië, Canada en Duitsland – Afghanistan aansprakelijk gesteld voor grove en systematische schendingen van het Vrouwenverdrag. Door Afghanistan aansprakelijk te stellen, zet Nederland zich samen met de bovengenoemde staten in om naleving van de internationale verplichtingen van Afghanistan onder het Vrouwenverdrag af te dwingen en toekomstige schendingen te voorkomen. Afghaanse vrouwen en meisjes moeten hun rechten op grond van het Vrouwenverdrag kunnen uitoefenen. In het bijzonder moet het recht op onderwijs en deelname aan het openbare leven voor Afghaanse vrouwen en meisjes worden gerespecteerd en gewaarborgd.
Op basis van het geldende beleid komen vrouwen uit Afghanistan in vrijwel alle gevallen in aanmerking voor bescherming en een verblijfsvergunning. Er is daarnaast altijd sprake van een individuele beslissing waarbij gekeken wordt naar de specifieke omstandigheden van het geval, met oog op de situatie in Afghanistan. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 4 wordt uw Kamer binnenkort geïnformeerd over de beleidsconsequenties van het op 19 december 2025 gepubliceerde algemene ambtsbericht over Afghanistan.
Als zowel de UNHCR, het Ministerie van Buitenlandse zaken als uzelf3 onderkent dat de positie van Afghaanse vrouwen en meisjes ernstig onder druk staat, is het dan niet gegrond om alle asielaanvragen van deze groep goed te keuren? Zo niet, hoe kunt u dit verantwoorden?
De situatie in Afghanistan is onverminderd ernstig, in het bijzonder voor vrouwen en meisjes, die te maken hebben met vergaande beperkingen van hun rechten en vrijheden. Het niet naleven van deze leefregels kan voor vrouwen en meisjes verstrekkende gevolgen hebben voor hun veiligheid, bewegingsvrijheid, toegang tot onderwijs, werk en maatschappelijke participatie. Tegelijkertijd geldt binnen het Nederlandse en Europese asielrecht dat iedere asielaanvraag individueel wordt beoordeeld aan de hand van de criteria uit het Vluchtelingenverdrag en de relevante EU-richtlijnen. In vrijwel alle gevallen zal dit voor Afghaanse vrouwen en meisjes leiden tot vergunningverlening, maar een individuele toets blijft juridisch noodzakelijk. Nederland blijft zich in EU- en VN-verband inzetten voor het beschermen van mensenrechten, en roept in deze gremia de Taliban op om mensenrechten te beschermen, in het bijzonder de rechten van vrouwen en meisjes, te respecteren in overeenstemming met internationale verdragsverplichtingen.
Op welke manier gaat u druk uitoefenen op de Europese ambassade in Afghanistan om de hulpvragen van vrouwen serieuzer te nemen en beter te behandelen, gezien de schendingen van het VN-Vrouwenverdrag door de Taliban?
Nederland zet zich actief in voor de bescherming van vrouwen en meisjes in Afghanistan. In contacten met de Delegatie van de Europese Unie in Kaboel worden consequent mogelijkheden onderzocht om de positie van vrouwen en meisjes in Afghanistan te verbeteren. De Europese Unie steunt meerdere organisaties die zich in Afghanistan inzetten voor vrouwen en meisjes.
De behandeling van hulp- en beschermingsverzoeken vindt plaats binnen de geldende Europese en internationale juridische kaders.
Erkent u het oordeel van de VN dat we aan de vooravond staan van een hongersnood in Afghanistan? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?
De humanitaire noden in Afghanistan blijven onverminderd hoog. Daarom maakt Nederland humanitaire hulpverlening in Afghanistan mogelijk door flexibele financiering via meerdere kanalen: VN-organisaties, de Rode Kruis en Rode Halve Maanbeweging, en de Dutch Relief Alliance. Deze vorm van financieren stelt organisaties in staat om hulp te leveren in geval van (verergering van) crises, zoals in Afghanistan. Daarnaast is Nederland een van de grootste donoren van het humanitaire landenfonds van de VN voor Afghanistan en het VN-noodhulpfonds CERF. Deze fondsen maken, mede dankzij onze financiering, regelmatig geld vrij voor hulpverlening in Afghanistan, waarmee o.a. voedselhulp aan hulpbehoevende Afghanen kan worden geleverd, of hulp na de aardbevingen.
Deelt u de mening dat Nederland, als de op één na grootste landbouwexporteur ter wereld, een bijzondere rol heeft in het ondersteunen van het Wereldvoedselprogramma? Zo ja, hoe gaat u bijdragen aan de tekorten? Zo nee, waarom niet?
De Nederlandse humanitaire inzet blijft, conform de Kamerbrief over de financiële invulling van humanitaire hulp in 2026 d.d. 12 januari 2026 (Kamerstuk 36 180, nr. 189), voornamelijk gestoeld op meerjarige, flexibele financiering. Nederland staat met deze vorm van financiële steun te boek als een betrouwbare donor die organisaties in staat stelt snel en efficiënt te reageren bij crises. Dat wil zeggen dat Nederland onder andere een aantal humanitaire VN-organisaties dat reeds betrokken is bij de hulpverlening in Afghanistan, waaronder WFP, UNICEF en UNHCR, ondersteunt via deze vorm van financiering. WFP is Nederland zeer erkentelijk voor de voorspelbaarheid en efficiëntie van deze manier van financieren.
Het bericht ‘Asielzoekers en Oekraïners uitgebuit bij Ibis Hotel, meer misstanden in de branche’. |
|
Mariëtte Patijn (GroenLinks-PvdA) |
|
Mariëlle Paul (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Asielzoekers en Oekraïners uitgebuit bij Ibis Hotel, meer misstanden in de branche»?1
Ja.
Kunt u zich vinden in de lezing van deskundigen dat hier sprake is van mensenhandel en uitbuiting?
Het onderzoek van de Arbeidsinspectie loopt nog. Over de inhoud en voortgang van lopende onderzoeken kan de Arbeidsinspectie geen uitspraken doen.
Vindt u het ook Nederland onwaardig dat asielzoekers en Oekraïners op deze manier worden uitgebuit zonder geldige werkpapieren en tegen zeer lage vergoedingen?
Misstanden en uitbuiting van asielzoekers en mensen die zijn gevlucht uit Oekraïne, zijn onacceptabel.
Iedereen die in Nederland werkt heeft recht op eerlijk, gezond en veilig werk. Zij moeten – conform wet- en regelgeving en cao’s – tegen goede arbeidsvoorwaarden en onder goede arbeidsomstandigheden kunnen werken.
Het is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van werkgevers om werknemers onder goede arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden te laten werken.
Heeft u zicht op hoe wijdverspreid de problemen met illegale tewerkstelling en onderbetaling zijn in de schoonmaaksector en of dit ook in andere sectoren is gesignaleerd? Zo niet, bent u bereid dit uit te zoeken?
In de technische verkenning naar een sectoraal in- en uitleenverbod en verplicht percentage indiensttreding is geconstateerd dat er in onderdelen van de schoonmaak-, transport-, en teeltsector verhoogde arbeidsrisico’s zijn. Ook is er op sommige plekken in deze sectoren een hoog percentage overtredingen geconstateerd. Op dit moment wordt nader onderzoek gedaan naar deze sectoren. Dit betreft de arbeidsrisico’s en de overtredingen en misstanden, en waar deze zich voordoen in de sector.
In de vleessector zijn de grootste risico’s geconstateerd. De analyse in de genoemde verkenning laat zien dat dit zich vertaalt in een relatief hoog aantal overtredingen van arbeidswetten in de gehele sector.
Hoe gaat u erop toezien dat deze schoonmakers alsnog de betaling krijgen waar zij recht op hebben?
De Arbeidsinspectie houdt toezicht op naleving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). Als er indicaties zijn dat werknemers niet het wettelijk minimumuurloon krijgen, dan wordt hierop gecontroleerd ongeacht de verblijfsstatus van de werknemers. Indien er onderbetaling wordt vastgesteld door de inspecteur, dan wordt er een nabetalingsbrief gestuurd aan de werkgever. De werkgever krijgt vier weken de tijd om een nabetaling te doen. Er kan een last onder dwangsom worden opgelegd als er niet is nabetaald. De werknemer ontvangt een brief, waarin wordt aangegeven dat onderbetaling is geconstateerd. Deze werknemersbrief is in verschillende talen beschikbaar. Omdat de Arbeidsinspectie alleen controleert op het bruto minimumuurloon, wordt in deze brief naar het Juridisch Loket verwezen voor het eventuele problemen met het ontvangen cao-loon.
De Arbeidsinspectie heeft geen bevoegdheid om loon te vorderen namens de werknemer, ongeacht of het een vreemdeling is die illegaal is tewerkgesteld. Op grond van artikel 23 van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) kan de illegaal tewerkgestelde vreemdeling door middel van een rechtsvermoeden zelf een loonvordering instellen tegen zijn werkgever. Dit betreft enkel een civielrechtelijke mogelijkheid. De Arbeidsinspectie informeert de werknemer over diens rechten en plichten door tijdens controles een visitekaartje uit te delen van de website workinnl.nl. Daarnaast worden de overtredingen van de Wav met bedrijfsnamen openbaar gemaakt via de website «inspectieresultaten» van de Arbeidsinspectie. Daarmee is ook voor een (voormalig) werknemer zichtbaar dat de werkgever is beboet en kan deze gedupeerde en/of diens gemachtigde een civielrechtelijke procedure starten.
Bent u het eens dat deze situatie kon ontstaan doordat constructies met schimmige tussenpersonen op onze arbeidsmarkt worden toegestaan? Zo niet, waarom niet?
Het staat partijen vrij om arbeidskrachten in te huren zolang de wet daarbij wordt nageleefd. Bij het ontstaan van lange doorleenketens wordt onduidelijk wie de werkgever is van de werknemer. Om naleving te bevorderen is er een fiscale ketenaansprakelijkheid en een civiele ketenaansprakelijkheid voor betaling van het juiste loon. Dit betekent dat naast de werkgever ook de directe opdrachtgever aangesproken kan worden op het voldoen van volgens de wet en cao verschuldigde loon. Dit is met de invoering van de Wet aanpak schijnconstructies per 1 juli 2015 geregeld. Als een werknemer de directe opdrachtgever niet kan aanspreken, dan kan de werknemer naar alle volgende schakels in de keten gaan. Dit is erop gericht om onderbetaling en (ander) misbruik van ketenconstructies tegen te gaan.
Daarnaast geldt de Wet terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta) ook bij doorleenketens. De Wtta zorgt ervoor dat uitleners alleen nog werknemers mogen uitlenen als ze worden toegelaten op de uitleenmarkt. Ook mogen ondernemingen die werknemers inlenen alleen nog samenwerken met uitleners die zijn toegelaten tot de uitleenmarkt. Hierdoor kunnen de verschillende schakels in de keten worden aangesproken op naleving van wet- en regelgeving.
Hoe weegt u het feit dat de inhurende hotelketen wijst naar het Duitse schoonmaakbedrijf, en ook zij weer wijzen naar een volgend ingehuurd bedrijf?
Het is onwenselijk als partijen naar elkaar wijzen en niemand verantwoordelijkheid neemt voor het juist naleven van wet- en regelgeving. Zoals beschreven in het antwoord op vraag 6 is er in verschillende wetten een ketenaansprakelijkheid opgenomen waardoor ook inhurende partijen aangesproken kunnen worden.
Bent u het eens dat zolang het bedrijf waar de werkzaamheden uiteindelijk plaatsvinden – en waar de werknemers mee te maken krijgen – niet hoofdverantwoordelijk wordt gehouden voor uitbuiting er steeds met vingers gewezen zal worden? Zo nee, waarom niet?
In de eerste plaats is de werkgever met wie de arbeidskracht het dienstverband is overeengekomen verantwoordelijk. Indien nodig biedt de wet, zie het antwoord bij vraag 6 en 7, de mogelijkheid om ook de hoofdopdrachtgever aan te spreken voor betaling van het juiste loon.
Het vereiste van het hebben van een tewerkstellingsvergunning ligt bij de werkgever op grond van de Wet arbeid vreemdelingen. Iedere werkgever in de keten is verantwoordelijk voor de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen. Onder het begrip «werkgever» in de zin van de Wet arbeid vreemdeling valt o.a. degene die in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf een ander arbeid laat verrichten. De inlener wordt dus ook als werkgever gezien.
Voor Oekraïense burgers die in Nederland onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vallen, geldt dat zij in Nederland arbeid in loondienst mogen verrichten zonder tewerkstellingsvergunning. De werkgever moet hen wel melden bij het UWV2. Voor mensen in de asielprocedure geldt dat zij mogen werken indien hun werkgever een tewerkstellingsvergunning heeft gekregen van het UWV3.
Daarnaast wordt er met het wetsvoorstel modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel4 de strafrechtelijke aansprakelijkheid van arbeidsuitbuiting verruimd. In de beoogde nieuwe wetgeving richt de strafbaarstelling zich ook tot inleenconstructies. Wanneer een persoon of bedrijf via een uitzendbureau arbeidsmigranten tewerkstelt en weet of hele duidelijke signalen krijgt dat de betreffende persoon door het uitzendbureau ernstig wordt benadeeld of wordt uitgebuit, dan kan de inlener strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld.
Hoe gaat u ervoor zorgen dat de verantwoordelijkheid voor correcte tewerkstelling en fatsoenlijke betaling meer bij de inhuren bedrijven komt te liggen?
Zie antwoord vraag 8.
Bent u het eens dat gezien deze uitbuiting waar uitzendbureaus een grote rol in speelden, en gezien de eerdere signalen vanuit de arbeidsinspectie over de schoonmaaksector2, het passend zou zijn om in deze sector een verbod op uitzendbureaus in te stellen? Of bent u op zijn minst bereid dit te onderzoeken? Zo nee, waarom niet?
Zoals beantwoord bij vraag 4 wordt op dit moment nader onderzoek gedaan naar de schoonmaaksector. Ook ben ik in gesprek met de sector over wat de partijen zelf kunnen doen. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek en de opbrengsten van deze gesprekken ga ik mij beraden op de verdere te nemen stappen.
In de vleessector zijn de grootste risico’s geconstateerd. Door het vorige kabinet is daarom besloten een in- en uitleenverbod voor te bereiden als stok achter de deur voor de vleessector. De standaarden om te bepalen of een in- en uitleenverbod nodig is, gelden voor alle sectoren. Op dit moment wordt de impact en effectiviteit van een verbod verder ondergezocht. Dit kabinet zal vervolgens besluiten of verdere stappen, bijvoorbeeld het daadwerkelijk invoeren van een verbod, gepast en evenredig is. Ook zullen we bezien of in alle sectoren met verhoogde arbeidsrisico’s voldoende voortgang is geboekt.
Hoe ziet u een verbod op onderaanneming in de schoonmaaksector? Wat zijn hier de mogelijkheden voor?
Zie antwoord vraag 10.
Mensonterend en vernederend optreden door beveiligingspersoneel in AZC Budel |
|
Ismail El Abassi (DENK), Stephan van Baarle (DENK) |
|
Mona Keijzer |
|
|
|
|
Bent u bekend met dit bericht en deelt u de opvatting dat dit gedrag vernederend, mensonterend en volstrekt onacceptabel is, ongeacht het moment waarop het heeft plaatsgevonden?1
Ik ben bekend met dit incident. Dit is onacceptabel en ik ben het eens met vragenstellers dat dit vernederend is.
Welke concrete sancties zijn destijds opgelegd aan de betrokken beveiligingsmedewerker naar aanleiding van dit incident, en kunt u bevestigen of sprake is geweest van ontslag, melding bij de werkgever, aangifte of andere disciplinaire maatregelen?
Na dit incident in 2023 zijn er direct gesprekken met de werkgever gevoerd en zijn de betrokken beveiligingsbeambten niet meer op COA-locaties ingezet. De werkgever heeft een intern onderzoek ingesteld en passende maatregelen genomen. Door het COA zijn in overeenstemming met het landelijke beveiligingsbedrijf de werkinstructies en protocollen die gelden voor de beveiligers van alle COA-locaties aangescherpt.
Deelt u de zorg dat het feit dat deze beelden pas jaren later publiek worden, erop wijst dat vluchtelingen zich mogelijk niet veilig voelen om misstanden te melden? Zo nee, waarom niet?
Ik heb op dit moment geen aanleiding om aan te nemen dat het wangedrag in deze video onderdeel is van een breder probleem. Vluchtelingen die te maken hebben met misstanden worden door het COA herhaaldelijk geattendeerd om hier altijd melding van te maken. Naar de ervaren veiligheid van COA-bewoners wordt expliciet gevraagd in de periodieke meting van het COA. Daarin wordt ook gevraagd bij wie bewoners zich melden als ze zich onprettig of onveilig voelen.
Welke verantwoordelijkheid draagt u voor het toezicht op beveiligingsbedrijven die werkzaam zijn in locaties van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en acht u dit toezicht momenteel voldoende om machtsmisbruik en intimidatie te voorkomen?
Een beveiligingsorganisatie heeft zich te houden aan de kaders van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus (Wpbr) en de daarbij behorende regeling en beleidsregels. Het is voor een beveiligingsorganisatie verboden te handelen in strijd met de belangen van de veiligheidszorg of de goede naam van de bedrijfstak. Ook het voorkomen van machtsmisbruik en intimidatie is hier onderdeel van. De korpschef van de politie is verantwoordelijk voor het toezicht op beveiligingsbedrijven. Beveiligingsorganisaties mogen enkel personen te werk stellen na dat voor hen toestemming is verkregen van de korpschef. Aan de afgifte van een toestemming gaat een screening vooraf. Op grond van artikel 7 lid 5 Wpbr kan een toestemming worden introkken indien zich feiten of omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan de toestemming zou zijn afgewezen. In het geval van een beveiliger worden ook opleidingseisen getoetst en volgt na aanvraag de afgifte van een legitimatiebewijs (grijze pas).
Hoeveel meldingen van grensoverschrijdend, vernederend of intimiderend gedrag door beveiligingspersoneel in asielzoekerscentra (azc’s) zijn in de afgelopen vijf jaar bekend bij het COA of bij u en welke structurele lessen zijn hieruit getrokken?
Vastgesteld grensoverschrijdend, vernederend of intimiderend gedrag van eigen personeel of dat van de gecontracteerde beveiligingspartner kan een grondslag bieden voor ontslag op staande voet van de betrokken medewerker. Indien de betreffende medewerker personeel van een inleenpartij betreft biedt het aanleiding om de samenwerking met deze medewerker te beëindigen. In de afgelopen vijf jaar is dit tweemaal voorgekomen. Uit de evaluatie van deze situaties zijn aanvullende maatregelen voortgekomen om medewerkers bewuster te maken van situaties en gedrag en is een meldpunt ingesteld om (anoniem) melding te maken van herkende situaties. De casus in kwestie was de aanleiding om het beveiligingsplan op de locatie Budel aan te verbeteren.
Welke maatregelen neemt u om te voorkomen dat vluchtelingen die bescherming zoeken in Nederland worden blootgesteld aan machtsmisbruik, vernedering of racistische bejegening door personeel dat juist hun veiligheid zou moeten waarborgen?
Het is van belang dat beveiligingspersoneel zich, net zoals COA-medewerkers bewust is van ongepast gedrag en zich naar elkaar uitspreken. Adequate voorlichting is daarvoor essentieel. Het COA geeft diverse verplichte trainingen voordat werkzaamheden op opvanglocaties mogen worden uitgevoerd. Al het ingezette personeel dient te handelen conform de COA-huisregels en gedragscode. Daarin wordt expliciet vermeld welke houding er wordt verwacht in relatie tot de bewoners. Alle ingezette beveiligers zijn gescreend en in bezit van een grijze pas.
Voorafgaand aan de afgifte van een grijze pas vindt een screening plaats door de korpschef. Pas na een succesvolle uitkomst hiervan mag een beveiliger door een beveiligingsorganisatie tewerkgesteld worden. De grijze pas kan ingetrokken worden als nieuwe feiten of omstandigheden zich voordoen waarmee de toestemming in eerste instantie zou zijn afgewezen. Daarom raad ik bij sprake van incidenten met een beveiliger altijd aan om een klacht in te dienen bij de beveiligingsorganisatie en melding of aangifte te doen bij de politie. Bij vermoedens van een misdrijf dient altijd aangifte gedaan te worden zodat strafrechtelijk onderzoek kan plaatsvinden. Ook voor een breder ingrijpen door de korpschef als toezichthouder is dit van belang om een duidelijk beeld te krijgen van een eventuele systematiek.
Bent u bereid om te onderzoeken of de opleiding, screening en begeleiding van beveiligingspersoneel in azc’s aangescherpt moet worden, en zo ja, op welke termijn kan de Kamer hierover worden geïnformeerd?
Zie antwoord vraag 6.
Het artikel 'Nederlandse IS-strijders dromen van uitbraak na gevechten tussen Koerden en Syrische regeringstroepen' |
|
Diederik Boomsma (CDA) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Nederlandse IS-strijders dromen van uitbraak na gevechten tussen Koerden en Syrische regeringstroepen»?1
Ja.
Kunt u het beschreven risico op massale ontsnappingen door oplopende gevechten bevestigen?
In januari hebben er gevechten plaatsgevonden in Noordoost-Syrië tussen het leger van de Syrische overgangsregering en de Syrian Democratic Forces (SDF). In deze regio bevinden zich ook de opvangkampen en detentiecentra waar aan ISIS-gelieerde personen zich bevinden. Het is inmiddels bekend dat aan ISIS-gelieerde personen zijn ontsnapt; een deel zou in de tussentijd ook weer zijn aangehouden door de veiligheidsdiensten van de Syrische overgangsregering, met ondersteuning vanuit de Verenigde Staten. Het is nog niet bevestigd of hier personen met een Nederlandse link onderdeel van uitmaken. Sinds 30 januari geldt een permanent staakt-het-vuren tussen de Syrische overgangsregering en de SDF. Op dit moment zijn er geen indicaties dat vrouwelijke uitreizigers met een Nederlandse link en hun kinderen, die in de kampen verbleven, zich op dit moment buiten de door de Syrische overgangsregering beveiligde kampen bevinden.
Heeft de Nederlandse overheid zicht op hoeveel Nederlandse jihadisten, veroordeelden en geradicaliseerde familieleden zich daar momenteel nog bevinden?
De situatie in Syrië is erg veranderlijk en de ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Dit maakt snelle informatievoorziening en een accuraat beeld van de ontwikkelingen in Syrië moeilijk. Desalniettemin staan de betrokken nationale en internationale partners goed met elkaar in contact en houden zij de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten om een zo compleet mogelijk beeld te vormen. Dit is de afgelopen tijd gebeurd. Zo is uw Kamer op 19 februari jl. geïnformeerd over de aanwezigheid van mannelijke uitreizigers met een Nederlandse link in Irak.2 Voor de meest recente en openbare aantallen uitreizigers, verwijs ik uw Kamer het recente Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland.3
Acht u het scenario reëel dat ontsnapte Nederlandse IS-strijders opnieuw proberen Europa of Nederland te bereiken, en welke concrete maatregelen zijn getroffen om dit te voorkomen?
Dat is inderdaad een scenario waarmee rekening wordt gehouden. Om onopgemerkte terugkeer te voorkomen zijn verschillende maatregelen getroffen. Het openbaar ministerie heeft waar opportuun tegen alle onderkende uitreizigers met een Nederlandse link een strafrechtelijk onderzoek lopen. Daarnaast is ten aanzien van alle onderkende uitreizigers op verschillende momenten bekeken of het Nederlanderschap kon worden ingetrokken op grond van artikel 14, lid 4 Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Daar waar mogelijk is het Nederlanderschap ingetrokken en zijn deze personen ongewenst verklaard. Ook zijn de reisdocumenten van uitreizigers waar mogelijk ongeldig verklaard en staan deze personen gesignaleerd. Alle betrokken veiligheidspartners zijn alert en wordt voortdurend onderzocht waar en op welke wijze eventuele aanvullende maatregelen getroffen kunnen worden.
Kunt u met klem verzekeren dat Nederland op geen enkele wijze actie onderneemt om mannelijke IS-terroristen naar Nederland te halen?
Het kabinet hanteert als uitgangspunt dat berechting van uitreizigers en de tenuitvoerlegging van gevangenisstraffen in de regio moet plaatsvinden. Conform dit standpunt is er intensief contact tussen onder andere het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Iraakse autoriteiten om hierover – binnen de (internationale) wettelijke vereisten – afspraken te maken. Er zijn op dit moment geen voornemens om uitreizigers met een Nederlandse link terug te halen. Indien sprake is van verzoeken tot repatriëring zal het kabinet in iedere casus alle omstandigheden en factoren wegen, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de nationale veiligheid. In algemene zin geldt dat mannelijke uitreizigers, ten opzichte van vrouwelijke uitreizigers, een grotere potentiële geweldsdreiging vormen vanwege hun veelal grotere rol in de strijd en gevechtstraining en -ervaring. Dit maakt vanzelfsprekend onderdeel uit van besluitvorming over repatriëring. Deze afwegingen hebben er tot op heden toe geleid dat, in het kader van strafzaken tegen vrouwelijke uitreizigers, alleen vrouwelijke uitreizigers en hun kinderen zijn gerepatrieerd.
In hoeverre wordt actief ingezet op het intrekken van het Nederlanderschap bij jihadisten met een dubbele nationaliteit, en waarom gebeurt dit niet structureel?
Ja, dit kabinet hanteert als uitgangspunt dat mensen die zich hebben aangesloten bij een terroristische organisatie hun recht op het Nederlanderschap hebben verspeeld. Om die reden is het Nederlanderschap, daar waar mogelijk, van hen afgenomen en zijn zij ongewenst verklaard. Het kabinet zet hier ook in de toekomst onverminderd op in.
Op grond van artikel 14, lid 4 RWN kan het Nederlanderschap worden ingetrokken bij personen die ouder zijn dan 18 jaar, die zich nog in het buitenland bevinden en als uit hun gedragingen is gebleken dat zij zich – na 11 maart 2017 – hebben aangesloten bij een terroristische organisatie die een dreiging vormt voor de nationale veiligheid. In deze gevallen wordt de betreffende persoon tevens ongewenst verklaard op grond van de Vreemdelingenwet en gesignaleerd in SIS III, waardoor legale terugkeer naar Nederland niet mogelijk is.4
Ten aanzien van het intrekken van de Nederlandse nationaliteit geldt dat op verschillende momenten alle dossiers van onderkende uitreizigers zijn doorlopen om te bezien of het Nederlanderschap ingetrokken kon worden op grond van artikel 14, lid 4 RWN. Bij de personen waar dit mogelijk is gebleken is het Nederlanderschap ingetrokken. Gevallen die eerder niet in aanmerking kwamen voor intrekking, kunnen in de toekomst mogelijk wel hiervoor in aanmerking komen als nieuwe informatie beschikbaar komt waarmee aan de juridische voorwaarden wordt voldaan. De betrokken organisaties blijven alert op eventuele nieuwe informatie waardoor intrekking alsnog tot de mogelijkheden kan behoren. Dit heeft in 2024 alsnog geleid tot een intrekking van het Nederlanderschap.5
Bent u bereid als uitgangspunt te hanteren dat personen die zich vrijwillig hebben aangesloten bij IS hun recht op terugkeer naar Nederland hebben verspeeld, en het beleid hier expliciet op aan te scherpen?
Zie antwoord vraag 6.
De misstanden en onveiligheid in het wooncomplex Stek Oost met statushouders |
|
Simon Ceulemans (JA21), Ranjith Clemminck (JA21) |
|
David van Weel (VVD), Mona Keijzer |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving over Stek Oost, waaronder de artikelen in het Parool en op AT5 waaruit blijkt dat woningcorporatie Stadgenoot al jaren wil stoppen met het gemengd wonen van statushouders en jongeren in Stek Oost vanwege ernstige onveiligheid, maar dat de gemeente Amsterdam dit heeft tegengehouden?1 2
Ja.
Kunt u een volledig feitenrelaas geven over de situatie in Stek Oost sinds de start in 2018, inclusief het aantal bewoners (onderscheid statushouders/jongeren) per jaar, de aard en ernst van de incidenten, het aantal meldingen bij politie, het aantal aangiften en het aantal huisuitzettingen?
Stek Oost is gestart in 2018 als tijdelijk woon- en gemeenschapshuisvestingproject, waar Amsterdamse jongeren en statushouders in hetzelfde complex wonen. In 250 zelfstandige studio’s werden deze doelgroepen aan elkaar gekoppeld, waar de jongeren zich inzetten om de statushouders te ondersteunen. Bij de start was er een verhouding van 50% statushouders en 50% Amsterdamse jongeren.
Op 20 januari 2026 heeft gemeenteraadslid Von Gerhardt (VVD) in Amsterdam schriftelijke vragen gesteld aan het college van burgemeester en wethouders.3 Bij de beantwoording van deze vragen op 2 februari 2026, is in een bijlage ook een tijdlijn aangeleverd van gebeurtenissen op Stek Oost tussen 2018 en 2025.4 Hierbij geeft het college aan dat incidenten in deze tijdlijn «zeer ernstige en acute incidenten met een directe, grote impact op de omgeving betreft» en dat «reguliere zorg- en overlastmeldingen daar niet onder vallen».
In deze tijdlijn staan tussen 2018 en 2025 meerdere ernstige incidenten beschreven, zoals: steekincidenten, meldingen en aangifte van zedendelicten en veroordeling van een toenmalig bewoner van Stek Oost voor een zedendelict. Verder staat in de tijdlijn onder meer beschreven:
Voor de volledige tijdlijn verwijs ik naar de beantwoording van de schriftelijke vragen aan het college van Amsterdam van 2 februari in het raadsinformatiesysteem van de gemeente Amsterdam.5
De berichtgeving en beschikbare stukken schetsten een beeld van meerdere heftige incidenten en ik leef mee met eenieder die slachtoffer is geworden van dergelijke incidenten. Je thuis moet een veilige plek zijn.
Klopt het dat er in een periode van circa anderhalf jaar minimaal twintig aangiften zijn gedaan door bewoners en oud-bewoners, onder meer wegens aanranding, geweld, steek- en vechtpartijen, stalking, diefstal, LHBTIQ+-gerelateerde intimidatie en andere vormen van grensoverschrijdend gedrag? Zo nee, wat zijn dan de exacte aantallen per delictcategorie sinds de start van het project?
Voor de volledige tijdlijn verwijs ik naar de beantwoording van de schriftelijke vragen aan het college van Amsterdam van 2 februari in het raadsinformatiesysteem van de gemeente Amsterdam.
Hoe beoordeelt u het oordeel van Stadgenoot dat de veiligheid in Stek Oost niet gegarandeerd kon worden en dat de corporatie daarom heeft willen stoppen met het gemengd wonen op deze locatie?
Dit gaat om gesprekken die hebben plaatsgevonden tussen de gemeente en de corporatie, het Ministerie van VRO heeft hier geen rol in gespeeld.
Deelt u de zorg dat de gemeente Amsterdam, door beëindiging van het gemengd wonen in Stek Oost tegen te houden, de veiligheid van (met name vrouwelijke en LHBTIQ+-) Nederlandse bewoners en andere omwonenden ondergeschikt heeft gemaakt aan haar eigen beleidsdoel om statushouders gemengd te huisvesten?
Ik beschik niet over voldoende informatie om hierover een inhoudelijk oordeel te geven. Het gemeentebestuur van Amsterdam geeft aan dat de wettelijke taakstelling om statushouders te huisvesten nooit doorslaggevend is geweest bij afwegingen die zijn gemaakt over Stek Oost. Bij incidenten is gehandeld zoals zij dat altijd en overal doen. Er is daarbij steeds gekeken naar wat nodig was en er zijn maatregelen genomen om de leefbaarheid en veiligheid voor de bewoners van Stek Oost te verbeteren.
Voor een nadere toelichting verwijs ik naar de raadsinformatiebrief van de Gemeente Amsterdam van 16 februari 20266.
Heeft u of uw voorgangers signalen ontvangen van Stadgenoot, bewoners, politie, de Arbeidsinspectie of andere instanties over structurele onveiligheid en overlast in Stek Oost en vergelijkbare projecten? Zo ja, om welke signalen ging het concreet, op welke data zijn deze signalen ontvangen en welke acties zijn daarop door het Rijk ondernomen?
Er zijn mij geen signalen bekend vanuit genoemde partijen richting mij of mijn voorgangers over de situatie op Stek Oost.
Kunt u een overzicht geven van alle gemengde wooncomplexen in Nederland waar statushouders samen met Nederlandse jongeren of andere doelgroepen wonen, uitgesplitst naar gemeente, omvang (aantal bewoners) en samenstelling (percentage statushouders)?
Nee, ik heb geen totaaloverzicht van gemengde wooncomplexen tot mijn beschikking. Er zijn allerlei manieren waarop gemengde wooncomplexen tot stand komen, dit is een lokale aangelegenheid. Wel geldt voor projecten die met de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen tot stand komen, een eis om 30% van de woningen in het project te reserveren voor statushouders of Oekraïense ontheemden. Gemeenten kunnen er echter ook voor kiezen om deze eis buiten het SFT project in te vullen door elders in de gemeente woningen voor deze groep beschikbaar te stellen.
In hoeveel van deze complexen zijn de afgelopen vijf jaar incidenten geregistreerd die betrekking hebben op geweld, zedendelicten, intimidatie/stalking, drugshandel, ernstige overlast en LHBTIQ+-gerelateerde discriminatie of geweld? Kunt u dit per complex en per delictcategorie specificeren, inclusief aantallen meldingen en, voor zover bekend, het aantal incidenten waarbij LHBTIQ+-bewoners betrokken waren als slachtoffer?
Hier heb ik geen informatie over.
Erkent u dat de combinatie van een grote schaal, een hoge concentratie statushouders (circa 50% of meer) en een relatief homogene groep statushouders (zelfde herkomstlanden, leeftijd, alleenstaande mannen) een belangrijke risicofactor is voor onveiligheid en mislukte integratie, zoals onder meer door Stadgenoot is geschetst? Zo nee, waarom niet?
Laat ik vooropstellen dat ik het voor de slachtoffers en overige bewoners van Stek Oost verschrikkelijk vind wat er gebeurd is. Ik wil echter geen algemene conclusies trekken over dat de genoemde factoren per definitie maken dat dit leidt tot onveiligheid en mislukte integratie, of dat statushouders per definitie voor overlast of onveiligheid zouden zorgen. Veel statushouders gedragen zich als een goede huurder en er zijn verschillende goede en geslaagde voorbeelden van soortgelijke woonprojecten. Het is hierbij belangrijk te kijken naar de randvoorwaarden die aanwezig zijn, zoals de opzet van het complex en aanwezigheid van sociaal beheer en ondersteuning.
Hoe waarborgt u dat Nederlandse jongeren, studenten en starters niet opnieuw in feitelijk onveilige pilotprojecten of experimenten terechtkomen, waarbij zij als het ware proefpersonen zijn voor integratiebeleid en de nadelige gevolgen van verkeerde beleidskeuzes dragen?
Gezien de ernst van de incidenten op Stek Oost, begrijp ik de ontstane onrust. Er zijn echter, ook binnen de gemeente Amsterdam, meerdere gemengd wonen projecten bekend die wel goed functioneren. Inmiddels zijn er lessen geleerd en procedures en werkwijzen bij gemeenten aangepast. Daarnaast zet ik in op meer sociaal beheer, onder andere door de aanpassing van de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT+), waarbij gemeenten nu ook een bijdrage van € 6.000 (bij zelfstandige woonruimte) of € 4.000 (bij onzelfstandige woonruimte) per woonruimte voor sociaal beheer ontvangen.
Bent u, gelet op de jarenlange signalen over ernstige onveiligheid in Stek Oost en andere gemengde wooncomplexen en de waarschuwingen van woningcorporaties, bereid bewoners, in het bijzonder vrouwelijke en LHBTIQ+-bewoners, die daar slachtoffer zijn geworden van zedenmisdrijven, geweld, stalking of andere ernstige feiten te compenseren en/of hen prioritaire toegang tot andere, wél veilige huisvesting te geven, bijvoorbeeld door hen een vorm van urgentie of voorrang bij herhuisvesting toe te kennen?
Hiertoe heb ik geen mogelijkheden. Het toekennen van urgentie of voorrang bij herhuisvesting is een keuze die de gemeente samen met de corporatie kan maken.
Hoe verhouden de ervaringen en incidenten bij gemengde complexen zoals Stek Oost zich tot het wetsvoorstel om de voorrang voor statushouders in de sociale huur te schrappen en gemeenten te stimuleren om «doorstroomlocaties' te openen waar ook andere woningzoekenden een plek kunnen krijgen? Acht u het, in het licht van de misstanden in Stek Oost en andere projecten, verantwoord om juist dit type gemengde, tijdelijke woonvormen als oplossing te presenteren en welke extra waarborgen voor veiligheid, in het bijzonder voor vrouwen en LHBTIQ+-bewoners, bent u voornemens hierin wettelijk vast te leggen?
Zie hiervoor het antwoord op vraag 10.
Bent u bereid een onafhankelijke, landelijke evaluatie te laten uitvoeren van alle gemengde woonprojecten met statushouders, inclusief de veiligheidssituatie en ervaringen van bewoners, op basis daarvan scenario’s uit te werken waarin met gemengde projecten wordt gestopt of deze drastisch worden beperkt tot kleinschalige, strikt gereguleerde initiatieven en de Kamer hierover uiterlijk vóór het zomerreces 2026 te informeren?
Nee, dit blijft een lokale afweging. Wel probeer ik op de hoogte te blijven van ontwikkelingen rondom gemengd wonen en kijk ik waar mogelijk aanvullend beleid voor nodig is.
Wilt u deze vragen uiterlijk maandag 2 februari 2026, één voor één beantwoorden?
In verband met de benodigde afstemming met partijen is dit niet gelukt.
Het bericht 'Minder asielaanvragen door IND ingewilligd, vooral door verbeterde situatie in Syrië' |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Minder asielaanvragen door IND ingewilligd, vooral door verbeterde situatie in Syrië»?1
Ja.
Zijn er los van de verbeterde situatie in Syrië meer redenen dat het inwilligingspercentage van eerste asielaanvragen gedaald is tot rond het Europese gemiddelde?
Het inwilligingspercentage laat zich niet makkelijk verklaren. De gemiddelde uitkomst van asielaanvragen wordt gevormd door een samenhang van allerlei relevante variabelen, zoals de samenstelling van de instroom en de actuele situatie in landen van herkomst. Ook beleidswijzigingen zijn van invloed.
In 2024 is een nieuw beoordelingskader geïntroduceerd. In dit beoordelingskader is de geloofwaardigheidsbeoordeling meer in lijn gebracht met de Europese richtlijn en is er voor de beoordeling van de vrees een meer individuele beoordeling geïntroduceerd.
Sinds juni 2025 wordt beleidsmatig voor Syrië niet langer in het algemeen uitgegaan van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer, zoals voorheen. Verder is het landenbeleid Jemen in 2024 wezenlijk veranderd. Eerder gold een generiek beschermingsbeleid voor personen uit Jemen, dat is inmiddels niet meer zo. Het betreft nu een meer individuele beoordeling. Dat het inwilligingspercentage daardoor is gezakt, is een gevolg van deze veranderde veiligheidssituatie in dat land. In 2023 en 2024 zijn nog een groot aantal Syrische en Jemenitische zaken afgedaan onder het oude beleid, in het project Bespoediging Afdoening Asiel (BAA). Dit project liep halverwege 2024 af. Vanwege het grote aantal en hoge inwilligingspercentage van deze zaken heeft dat invloed op de ontwikkelingen in de inwilligingscijfers.
Tot slot hebben er ook andere wijzigingen in het landenbeleid plaatsgevonden, bijvoorbeeld ten aanzien van Irak. Ook dit kan van invloed zijn op de inwilligingspercentages, omdat het relatief grote groepen betreft.
In hoeverre heeft de daling van het aantal ingewilligde asielaanvragen geleid tot kortere doorlooptijden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)?
Er is in het algemeen geen sprake van kortere doorlooptijden. De oplopende doorlooptijden worden veroorzaakt doordat er de afgelopen jaren meer asielaanvragen zijn binnengekomen dan waar de IND op is ingericht.
Het afwijzen van een aanvraag kost in beginsel ook meer tijd dan het inwilligen ervan. Dat komt doordat er op dit moment bij een afwijzing eerst een voornemen geschreven moet worden waarin kenbaar gemotiveerd moet worden waarom de IND voornemens is de aanvraag af te wijzen. De advocaat kan hier middels een zienswijze op reageren, waarna de IND een definitief besluit neemt waarbij de IND ook inhoudelijk in gaat op de zienswijze. In het geval van een inwilliging is een voornemen niet nodig en hoeft de beslissing in het besluit slechts kort gemotiveerd te worden. Daarom kost een afwijzing in de regel meer tijd dan een inwilliging.
Wat was in 2025 het inwilligingspercentage als Syrische asielzoekers niet worden meegerekend en hoe staat dit in verhouding tot het Europese gemiddelde?
Gemiddeld EU-27 landen
37%
37%
Nederland
48%
48%
Bron: Eurostat, geraadpleegd op 3-2-2026. De gegevens van kwartaal 4 2025 zijn nog niet volledig beschikbaar.
Gemiddeld EU-27 landen
51%
42%
Nederland
75%
55%
Bron: Eurostat, geraadpleegd op 3-2-2026.
Omdat een vergelijk wordt gevraagd naar het Europees gemiddelde is gebruik gemaakt van de gegevens in Eurostat over beslissingen in eerste aanleg, ook voor Nederland. De definities over beslissingen in eerste aanleg in Eurostat verschillen van de gebruikelijke nationale definities. De tabellen in Eurostat zien op het totaal aantal afdoeningen van eerste asielaanvragen, herhaalde asielaanvragen en herplaatsing (relocatie). Daarnaast zijn Dublinafdoeningen niet in de Eurostat-cijfers opgenomen.
Volgens de gebruikelijke Nederlandse definities wordt het inwilligingspercentage berekend als het aantal ingewilligde eerste asielaanvragen t.o.v. het totaal aantal beslissingen op eerste asielaanvragen.
De inwilligingspercentages, berekend op basis van Eurostat, vallen daardoor hoger uit dan wanneer wordt gekeken naar rapportages volgens de gebruikelijke Nederlandse definities.
Wat is het effect van de verbeterde situatie in Syrië op het aantal Syrische asielzoekers in de locaties van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)?
Het aantal Syrische asielzoekers dat verblijft in de opvanglocaties van het COA is de afgelopen jaren stabiel gebleven. Het aantal Syriërs in de opvang wordt niet alleen bepaald door de actuele situatie in het land van herkomst en het bijbehorende toelatingsbeleid, maar ook door factoren zoals eerdere instroom, de duur van asielprocedures, en de beperkte uitstroom naar huisvesting. Eventuele veranderingen in de veiligheidssituatie in Syrië vertalen zich daarom niet onmiddellijk in lagere aantallen asielzoekers in de opvang. Het kabinet blijft de ontwikkelingen in Syrië nauwlettend volgen en betrekt deze bij het landenbeleid.
Verwacht u dat een daling van het aantal ingewilligde asielaanvragen zal leiden tot verlichting van de druk op het COA?
Een daling van het aantal ingewilligde asielaanvragen kan, zeker gecombineerd met effectief terugkeerbeleid, verlichting bieden op de opvangdruk. Vanwege de vele factoren die invloed hebben is echter niet te zeggen dat of wanneer dit zich vertaalt naar een verminderde vraag voor opvangplekken. Het kabinet investeert op alle mogelijke manieren in een veilig, stabiel Syrië waar terugkeer van Syriërs mogelijk is inclusief beleid voor terugkeerondersteuning.
Kunt u een overzicht geven van de doorlooptijden bij de IND van de verschillende stromen zoals deze zich in de periode 2021–2025 hebben ontwikkeld?
De gemiddelde doorlooptijd van een eerste aanvraag in spoor 1 bedroeg in 2021 97 dagen, in 2022 182 dagen, in 2023 160 dagen, in 2024 126 dagen en in 2025 92 dagen.
De gemiddelde doorlooptijd van een eerste aanvraag in spoor 2 bedroeg in 2021 50 dagen, in 2022 70 dagen, in 2023 83 dagen, in 2024 95 dagen en in 2025 117 dagen.
De gemiddelde doorlooptijd van een eerste aanvraag in spoor 4bedroeg in 2021 335 dagen, in 2022 222 dagen, in 2023 349 dagen, in 2024 429 dagen en in 2025 582 dagen.
De gemiddelde doorlooptijd is niet hetzelfde als de tijd die daadwerkelijk nodig is om tot een beslissing te komen, omdat daaronder vooral de tijd wordt begrepen dat een aanvraag moet wachten op behandeling. De doorlooptijden zijn dan ook slechts in beperkte mate relevant voor beantwoording van de vraag naar de verhouding tussen behandelduur en uitkomst van de aanvraag.
Kunt u de meest recente cijfers geven over het jaar 2025 op het gebied van de instroom van asielzoekers in Nederland?
Eerste asielaanvragen per jaar
2015
43.090
2016
18.170
2017
14.720
2018
20.350
2019
22.530
2020
13.670
2021
24.690
2022
35.540
2023
38.380
2024
32.180
Kunt u de cijfers van 2025 afzetten tegen de cijfers van de instroom van asielzoekers van de afgelopen 10 jaren?
Zie antwoord vraag 8.
Heeft u een overzicht van dezelfde instroomcijfers van de landen om ons heen, zoals Frankrijk, België, Duitsland en Denemarken?
In de tabel staan de eerste asielaanvragen van België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk en Nederland.
2015
39.065
20.855
441.900
70.570
43.035
2016
14.290
6.070
722.365
76.790
19.285
2017
14.055
3.140
198.310
91.965
16.090
2018
18.160
3.495
161.930
126.580
20.465
2019
23.140
2.645
142.510
138.290
22.540
2020
12.930
1.435
102.580
81.735
13.720
2021
19.605
2.015
148.235
103.810
24.755
2022
32.140
4.505
217.775
137.605
35.530
2023
29.305
2.380
329.120
145.160
38.370
2024
32.710
2.210
229.750
129.910
32.000
Welke maatregelen zijn er genomen of gaat u nog nemen om de doorlooptijden bij de IND de komende tijd te verbeteren?
De nieuwe asielprocedure volgend uit het Asiel- en Migratiepact treedt op 12 juni 2026 in werking. Dit is gericht op een goede doorstroom van nieuwe aanvragen en biedt kansen voor een efficiëntere inrichting van de procedure. Dit kan de IND helpen om de doorlooptijden van nieuwe asielaanvragen te verbeteren. De procedure wordt vereenvoudigd en zorgt voor meer flexibiliteit in de procedure. Daardoor verwacht de IND op basis van de huidige inzichten de nieuwe termijnen te kunnen naleven en de instroom te kunnen bijhouden.
Kunt u aangeven hoeveel COA-locaties op dit moment volledig bezet zijn en hoeveel noodopvanglocaties nog in gebruik zijn, uitgesplitst naar reguliere opvang en crisisnoodopvang?
Op 1 januari 2026 waren 362 opvanglocaties operationeel. Uitgesplitst zijn dit 111 reguliere locaties, 215 noodopvanglocaties en 43 Tijdelijke Gemeentelijke Opvanglocaties (TGO’s). COA kampt al tijden met hoge druk op de asielopvang. De bezettingsgraad ligt rond de 101%. Dat betekent dat veel opvanglocaties (over)vol zitten en er beperkte bewegingsvrijheid is. Ook de doorstroom vanuit Ter Apel wordt hierdoor bemoeilijkt. Het COA en het kabinet zetten zich er dagelijks voor in om de bezettingsdruk te doen afnemen en de bestaande capaciteit maximaal uit te blijven nutten.
Is de bezetting van bewoners in COA-locaties in 2025 toegenomen? Hoeveel van deze bewoners zijn statushouders die wachten op een doorstroomwoning?
De bezetting is toegenomen. Op 1 januari 2025 was de bezetting ca 72.500 bewoners op COA-locaties en op 1 januari 2026 ca 79.830. Dit is een toename van ca 7.320 bewoners. Het aantal statushouders in de COA-opvang was op peildatum 1 januari 2026 ca 18.420 (waarvan ca 12.310 bewoners al langer dan 14 weken in de opvang zitten).
Wat is nu al het effect van de genomen maatregel om nareizigers niet langer in COA-locaties onder te brengen?
Het aantal nareizigers dat in de opvang verblijft blijft erg hoog. Op 23 september jl.2 is een tijdelijke actie aangekondigd om nareizigers van wie de referent reeds gehuisvest was direct bij de referent onder te brengen. In de praktijk was dit mogelijk bij kleinere gezinnen. Grote gezinnen konden alleen in overleg met betreffende gemeente worden uitgeplaatst. Door toepassing van deze maatregel zijn er circa 500 nareizigers versneld uitgestroomd. Het effect van deze maatregel is nog niet zichtbaar in de bezettingscijfers omdat er eerst enige aanlooptijd noodzakelijk is voordat nareizigers daadwerkelijk uitgeplaatst konden worden.
Daarnaast is de Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang 2026 (HAR+) op 27 januari jl. gepubliceerd.
Kunt u deze vragen beantwoorden voor de behandeling van de begroting van Asiel en Migratie?
Dit is helaas niet gelukt.
Het belasten arbeidsmigranten door gemeenten |
|
Luciënne Boelsma-Hoekstra (CDA), Tijs van den Brink (CDA) |
|
Mariëlle Paul (VVD), Rijkaart |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Belasting voor arbeidsmigranten: «Betalen niet mee aan schoonmaak en groen»», van Omroep Brabant, d.d. 08 januari 2026?1
Ja.
Deelt u de opvatting zoals die door de gemeente Helmond geschetst wordt dat arbeidsmigranten moeten bijdragen aan de openbare voorzieningen waar zij gebruik van maken, zoals openbaar groen en afvaldiensten, als ze tijdelijk woonachtig zijn in een gemeente?
Het kabinet deelt de opvatting dat arbeidsmigranten die langer dan vier maanden in Nederland verblijven, net als andere inwoners van Nederlandse gemeenten, verplicht zijn zich in te schrijven als ingezetene in de Basisregistratie Personen (BRP) en moeten meebetalen aan gemeentelijke voorzieningen via lokale belastingen.
Kunt u aangeven in hoeverre het niet-inschrijven van arbeidsmigranten bij gemeenten in beeld is als een probleem? En hoe plaatst u dit in een bredere context van gemeenten die geen zicht hebben op de aantallen arbeidsmigranten die zich binnen hun gemeentegrenzen begeven?
Het is zeker een bekend probleem. Het kabinet werkt aan maatregelen naar aanleiding van het advies van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten2. Een van de onderwerpen daarin is het verbeteren van de registratie van arbeidsmigranten om het zicht op hun verblijf in Nederland te vergroten. Op 9 september 2025 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in een Kamerbrief gerapporteerd over hoe de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) en SZW samen met gemeenten werken aan de maatregelen3.
Kunt u aangeven in hoeverre de aanwezigheid van arbeidsmigranten die geen lokale belasting betalen een financiële last is voor gemeenten die bovengemiddeld veel arbeidsmigranten hebben?
Het kabinet heeft hier geen goed zicht op. Zoals bij vraag 3 aangegeven is het kabinet bekend met het probleem van het niet-inschrijven van arbeidsmigranten. In dat kader wordt gewerkt aan het verbeteren van de registratie van arbeidsmigranten om het zicht op hun verblijf in Nederland te vergroten.
Welke maatregelen neemt u om het niet-inschrijven van arbeidsmigranten die langer dan vier maanden in Nederland verblijven tegen te gaan?
Al sinds het rapport van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten is er aandacht voor het beter zicht krijgen op arbeidsmigratie via betere registratie. De Tweede Kamer is in november geïnformeerd over de voortgang van alle maatregelen, waaronder de maatregelen op het verbeteren van de registratie4. Zoals bij vraag 3 aangegeven heeft de Minister van SZW op 9 september 2025 in een Kamerbrief gerapporteerd over hoe de ministeries van BZK en SZW momenteel samen met gemeenten werken aan deze en mogelijk aanvullende maatregelen.5
Welke mogelijkheden ziet u om, naast de bestaande initiatieven waarin ingezet wordt op de verantwoordelijkheid van werkgevers om zorg te dragen voor de huisvesting van hun werknemers, ook in te zetten op een verantwoordelijkheid van de werkgevers om erop toe te zien dat arbeidsmigranten die zijn naar Nederland halen ook ingeschreven worden?
In 2025 is de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) aangenomen door beide Kamers. In deze wet is een zorgplicht voor uitleners bij de registratie van arbeidskrachten opgenomen. Met deze zorgplicht worden uitleners verantwoordelijk om de registratie van arbeidskrachten te bevorderen en vervolgens te controleren of de persoon zich daadwerkelijk heeft laten inschrijven als ingezetene in de BRP. Ook komt er mogelijk een meldplicht. De zorgplicht wordt momenteel verder uitgewerkt in lagere regelgeving. Dit wordt samen met onder meer uitleners, vakbonden, gemeenten en uitvoeringsorganisaties gedaan. Het streven is de zorgplicht per 1 januari 2027 in werking te laten treden. Op termijn wordt toezicht en handhaving op de plicht georganiseerd via het normenkader van de Wtta.
Bent u van mening dat een dergelijke relatief hoge verblijfsbelasting een geschikte methode is om arbeidsmigranten te stimuleren om zich in te schrijven bij gemeenten?
Het is aan gemeenten om te bepalen welke methode voor hen het meest passend is. Zij zijn zowel verantwoordelijk voor de registratie in de BRP als voor het heffen van lokale belastingen.
Beschikt u over een overzicht van welke gemeenten in Nederland reeds een dergelijke verblijfsbelasting voor arbeidsmigranten ingevoerd hebben?
Nee, een dergelijk overzicht heb ik niet. Wel is er openbare informatie over toeristenbelasting beschikbaar in de Atlas lokale lasten 2025 van het COELO6. Daaruit blijkt dat 93% van de gemeenten in 2025 toeristenbelasting hief.
De overlast en criminaliteit door asielzoekers in het centrum van Emmen |
|
Simon Ceulemans (JA21) |
|
Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB) |
|
|
|
|
Bent u ervan op de hoogte dat ondernemers in het centrum van Emmen afgelopen jaar een forse toename van overlast en criminaliteit door asielzoekers, in de praktijk veiligelanders, uit Ter Apel ervaren?
Ja, dit is bekend. De gemeente Emmen, bewoners en ondernemers hebben signalen gedeeld van toegenomen overlast en criminaliteit waarbij asielzoekers, vaak met kansarme aanvragen, betrokken zijn.
Wat heeft u het afgelopen jaar gedaan om dit tegen te gaan, los van de maatregelen door de gemeente Emmen?
Het Ministerie van Asiel en Migratie heeft in 2025 vanuit de middelen voor de aanpak van overlast circa € 500.000 beschikbaar gesteld aan de gemeente Emmen via de decentralisatie-uitkering «aanpak overlast asielzoekers», waardoor extra handhavingscapaciteit kon worden ingezet. Dit ter preventie van overlast en criminaliteit in verband met de ligging van het azc Ter Apel nabij Nieuw-Weerdinge en de stationsomgeving in Emmen. Ook in 2026 ontvangt de gemeente Emmen een bijdrage.
Tijdens mijn werkbezoek van 15 december jl. is afgesproken te verkennen hoe de inzet van boa’s gericht kan worden versterkt in Nieuw-Weerdinge, het stationsgebied en het centrum van Emmen. In de gesprekken met de gemeente Emmen wordt ook de mogelijkheid verkend voor de inzet van straattoezichtteams die worden gefinancierd door het Ministerie van Asiel en Migratie.
Tot slot wordt met de gemeente gesproken over de wijze waarop ondernemers en bewoners tegemoet gekomen worden bij schade die samenhangt met incidenten veroorzaakt door bewoners van het aanmeldcentrum in Ter Apel. Deze inzet loopt parallel aan de gemeentelijke maatregelen.
Bent u ermee bekend dat ondernemers aangeven dat de overlast en diefstallen nog eens extra piekten gedurende de periode in december dat de pendelbus gratis was en de daders dus gratis werden afgeleverd voor hun criminele activiteiten in het centrum? Wat is uw reactie hierop?
Nee, deze signalen zijn niet bekend. Het is onwenselijk dat reizigers tijdelijk zonder kaartje hebben gereisd met de pendelbus. Dit is hersteld en sinds 30 december 2025 is het kopen van een kaartje weer verplicht.
Welke (politie)cijfers zijn er bekend over criminaliteit door asielzoekers in Emmen? Hoe verhouden de cijfers van afgelopen jaar zich tot die van voorgaande jaren?
De politie beschikt niet over criminaliteitscijfers uitgesplitst naar asielstatus op het niveau van de gemeente Emmen. Voor data over overlast en criminaliteit door asielzoekers verwijs ik u naar de WODC-rapportage1. Deze rapportage beschrijft trends op landelijk niveau en vergelijkt met voorgaande jaren. Hierin staat echter niet specifiek de situatie van Emmen opgenomen.
Wat bedraagt de geschatte jaarlijkse schadepost door criminaliteit door asielzoekers (waaronder maar niet beperkt tot diefstal, vernieling en inzet van beveiliging en veiligheidsmaatregelen) voor ondernemers in het centrum van Emmen? Is hierin ook een stijging waarneembaar ten opzichte van voorgaande jaren?
Voor het centrum van Emmen is op dit moment geen betrouwbare, cijfermatige inschatting beschikbaar van de jaarlijkse schade veroorzaakt door strafbare feiten waarbij asielzoekers betrokken zijn. Bovendien is het schadebeeld onvolledig omdat ondernemers aangeven dat de aangiftebereidheid is afgenomen, onder meer omdat aangifte tijdrovend is, soms (gedeeltelijke) winkelsluiting vergt en omdat ondernemers een beperkte justitiële opvolging ervaren. Een trend ten opzichte van voorgaande jaren is hierdoor niet eenduidig vast te stellen. Wel ontvangt de gemeente signalen vanuit ondernemers in het centrum van Emmen dat de eigen uitgaven aan beveiliging zijn gestegen met circa 60%, wat een substantiële kostenpost vormt.
Kunt u de zaken uit bovenstaande twee vragen tevens specificeren naar de periode waarin de pendelbus gratis reed?
De in de voorgaande vragen genoemde zaken zijn niet specifiek te koppelen aan de periode waarin de pendelbus tijdelijk gratis reed. Het betrof een korte periode waarin geen afzonderlijke, uniforme registratie is bijgehouden. Het overlastbeeld in Emmen hangt samen met verschillende factoren, zoals de instroom van asielzoekers, de functie van Emmen als doorreislocatie naar Ter Apel en de regelmatige reisbewegingen van asielzoekers tussen Ter Apel en Emmen. In samenspraak met de gemeente Emmen wordt dit blijvend gemonitord.
Herkent u de ervaringen van ondernemers dat asielzoekers bij controles door politie en handhaving artikelen terugkrijgen, soms koffers vol, wanneer niet direct onomstotelijk vaststaat dat deze gestolen zijn, terwijl er redelijkerwijs vanuit kan worden gegaan dat deze niet zijn afgerekend? Begrijpt u dat dit enorm frustrerend is?
Deze signalen zijn niet bekend. Mocht dit zich voordoen, dan is dat onwenselijk en is het begrijpelijk dat dit zeer frustrerend is voor ondernemers. Politie en handhaving moeten handelen binnen de geldende wettelijke kaders, waaronder het strafprocesrecht. Artikelen kunnen alleen worden ingenomen wanneer hier voldoende concrete aanwijzingen voor zijn. Bij het ontbreken van die aanwijzingen worden de artikelen teruggegeven. Wel wordt bezien welke mitigerende maatregelen en afspraken binnen de bestaande kaders passend zijn.
Kan bij deze groep niet veel sneller worden overgegaan tot inname van artikelen die onverklaarbaar in bezit zijn en/of waarvan niet kan worden aangetoond dat ze afgerekend zijn? Bent u bereid hiervoor uw steun uit te spreken?
Nee. Het in beslag nemen van artikelen is alleen mogelijk binnen de geldende wettelijke kaders, waaronder het strafprocesrecht, en enkel wanneer er voldoende aanwijzingen zijn die een redelijk vermoeden van schuld opleveren. Onverklaarbaar bezit op zichzelf is daarvoor onvoldoende. Dit geldt voor iedereen en kan niet voor een specifieke doelgroep worden aangepast.
Herkent u tevens het signaal van ondernemers dat gestolen goederen waarmee asielzoekers op het asielzoekerscentrum in Ter Apel aankomen (bijvoorbeeld kleding waar nog beveiligingsclips aan bevestigd zijn) na inname vaak niet worden teruggebracht naar de winkeliers? Zo ja, deelt u de mening dat dit onacceptabele inkomstenderving is?
Dit signaal is niet bekend. Bij evidente aanwijzingen dat goederen gestolen zijn, bijvoorbeeld wanneer een beveiligingsclip nog bevestigd is, dienen de goederen aan de ondernemer te worden teruggegeven. Ondernemers kunnen via de reguliere wijze aangifte doen van winkeldiefstal.
Wat is momenteel de stand van zaken rond de invoering van preventief fouilleren in de omgeving van station Emmen naar aanleiding van het aanwijzen van dit gebied tot veiligheidsrisicogebied? Kunnen dergelijke fouilleeracties zo gericht mogelijk worden ingezet tegen de bekende overlastgevende groepen veiligelanders? Zo nee, waarom niet?
Het stationsgebied in de gemeente Emmen is van 19 december 2025 tot en met 18 juni 2026 aangewezen als veiligheidsrisicogebied. De aanwijzing van dit gebied en de inzet van preventief fouilleren vinden plaats binnen de lokale driehoek. Het bevel tot preventief fouilleren wordt gegeven door de officier van justitie. Fouilleeracties specifiek gericht op veiligelanders zijn niet mogelijk. Selectie op nationaliteit, herkomst of asielstatus is in strijd met het discriminatieverbod.
Bent u ermee bekend dat ondernemers in het centrum van Emmen overwegen er de brui aan te geven of om minder dagen open te gaan, omdat het werkplezier compleet vergald wordt of omdat de kosten en de energie om winkeldiefstallen tegen te gaan simpelweg niet meer zijn op te brengen? Deelt u de mening dat dit onaanvaardbaar is?
De signalen van ondernemers in het centrum van Emmen zijn bekend. Het is zorgelijk dat ondernemers overwegen minder dagen open te gaan of helemaal te sluiten. Winkeldiefstal en de daarmee gepaarde overlast zijn onaanvaardbaar. Daarom wordt samen met de gemeente Emmen bezien welke mitigerende maatregelen en afspraken gemaakt kunnen worden om deze overlast te verminderen en ondernemers te ondersteunen.
Deelt u de mening dat dit, gelet op het verband met het asielzoekerscentrum en aanmeldcentrum in Ter Apel, zeker ook een landelijk probleem is dat om verantwoordelijkheid van het Rijk vraagt? Zo nee, waarom niet?
Ja. Op lokaal niveau worden maatregelen genomen en ook landelijk door het Ministerie van Asiel en Migratie. Zo wordt budget vrijgemaakt en wordt de mogelijkheid van het inzetten van boa’s of straattoezichtteams verkend, evenals de mogelijkheid om schade te verhalen voor ondernemers en bewoners. Daarnaast wordt landelijk ingezet op de nationale aanpak om overlastgevend en crimineel gedrag tegen te gaan, langs de pijlers: sneller beslissen in de asielprocedure, maatwerk in de opvang, lik-op-stuk in de openbare ruimte en inzetten op terugkeer. Zie hiervoor ook de brief2 met informatie over deze aanpak.
Wat gaat u doen om de overlast en criminaliteit door asielzoekers in het centrum van Emmen per direct aan te pakken en in te dammen?
Zie het antwoord vraag 2 en 12.
Bent u bereid om, indien gewenst door en in samenwerking met de gemeente Emmen, vanuit het Rijk te zorgen voor extra handhaving in dit gebied? Zo nee, waarom niet?
Ja, zie het antwoord op vraag 2 en 12.
De pendelbus en de aanhoudende onveiligheid op de reguliere buslijnen naar Ter Apel. |
|
Simon Ceulemans (JA21) |
|
Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB) |
|
|
|
|
Klopt het dat door een woordvoerder van u in aanvulling op uw brief van 19 december is aangegeven dat het «nog een paar dagen» kan duren voordat geregeld is dat er weer betaald moet worden voor de pendelbus?1 Vanaf wanneer gaat er weer betaald worden en waarom moet dit zo lang duren?
Op 19 december 2025 is de tijdelijke opschorting van de kaartverkoop opgeheven. De Kamer is daarover per brief geïnformeerd2. Op 22 december 2025 is door de gemeente gemeld dat de verkoop van buskaarten op 30 december 2025 zou worden hervat. In reactie op vragen van journalisten is diezelfde dag toegelicht dat de gemeente, mede vanwege de kerstperiode, extra tijd nodig had om de kaartverkoop organisatorisch en logistiek te herstarten. De hervatting vond op 30 december 2025 plaats.
Bent u ervan op de hoogte dat de onvrede en zorgen over de veiligheidssituatie onder chauffeurs op de reguliere buslijnen die Ter Apel aandoen (met name de lijnen 72, 73) inmiddels dermate zijn opgelopen dat zij voornemens zijn de halte(s) nabij het asielzoekerscentrum (azc) over te slaan indien de afspraken over het in 2022 afgesloten veiligheidsconvenant tussen het ministerie, Qbuzz, vakbond FNV en de provincies Drenthe en Groningen niet worden nageleefd? Wat is uw reactie hierop?
De onvrede en zorgen over de veiligheidssituatie onder chauffeurs op reguliere buslijnen die Ter Apel aandoen, zijn bekend. Om die reden is in 2019 gestart met de pendelbus, met als doel de overlast op de reguliere buslijnen tussen Emmen en Ter Apel te verminderen. Het is van belang dat de gemaakte afspraken uit het convenant worden nageleefd en buschauffeurs veilig hun werk kunnen doen.
Bent u ermee bekend dat de FNV vandaag opnieuw de noodklok luidt richting vervoerder Qbuzz en u over het niet nakomen van de afspraken in dit convenant, met name het gebrek aan toezichthouders op station Emmen en bij de haltes van de lijnen 72 en 73 en het gebrek aan directe communicatie tussen deze toezichthouders en de chauffeurs? Wat is uw reactie hierop?
Ja, de signalen vanuit de FNV en de zorgen van de chauffeurs zij bekend. Tijdens het werkbezoek aan het asielzoekerscentrum en het centrum van Ter Apel, op 15 december jl., en tijdens eerdere gesprekken, zijn verschillende afspraken gemaakt die betrekking hebben op de veiligheid. Zo is met de gemeente Emmen de afspraak gemaakt om te verkennen wat de mogelijkheden zijn voor de inzet van boa’s uit de flexpool boa in Nieuw-Weerdinge, het stationsgebied en in het centrum van Emmen. Zie hiervoor ook de brief3 waarin uw Kamer wordt geïnformeerd. In alle gesprekken staat de veiligheid van chauffeurs en de onderlinge communicatie centraal.
Bent u er tevens van op de hoogte dat de FNV aangeeft al maanden aandacht te vragen voor de toegenomen overlast en verslechterde veiligheidssituatie op deze lijnen maar dat dit tot op heden niet tot verbetering heeft geleid?
Ja. De herhaalde signalen van de FNV over toegenomen overlast en een verslechterde veiligheidssituatie zijn bekend. Naar aanleiding van de zorgen van buschauffeurs vinden gesprekken plaats tussen FNV en Qbuzz. Deze signalen worden ook meegenomen in het overleg met de betrokken overheden. In dit kader worden maatregelen getroffen en voorbereid om de veiligheid op de reguliere lijnen te verbeteren.
Wat heeft u dit jaar ondernomen om de veiligheidssituatie te verbeteren op de reguliere buslijnen in Ter Apel?
Om de overlast en veiligheidssituatie te verbeteren zijn verschillende afspraken gemaakt4 tijdens het werkbezoek 15 december jl. Zo worden asielzoekers met een kansarme aanvraag over meerdere locaties verdeeld en worden meer vreemdelingrechtelijke maatregelen mogelijk voor de groep die voor overlast zorgt. Daarnaast worden er gesprekken gevoerd over de inzet van AVIM in Ter Apel. Daarnaast wordt met de gemeente Emmen verkend wat de mogelijkheden zijn voor het inzetten van boa’s uit de flexpool boa. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 3.
Hoeveel incidenten hebben zich dit jaar voorgedaan op reguliere buslijnen die Ter Apel aandoen en hoe verhoudt dit aantal zich tot dat van voorgaande jaren waarin het convenant van kracht was?
Uit de registratie van Qbuzz volgt dat van 1 januari 2025 tot en met 12 oktober 2025 181 incidenten zijn geregistreerd op buslijn 73. Ten opzichte van 2024 is dit aantal hoger.
Deelt u de mening dat het in 2022 gesloten convenant momenteel onvoldoende wordt nageleefd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waar stokt het, wie is hiervoor verantwoordelijk en wat gaat u eraan doen om dit recht te zetten?
Het is betreurenswaardig dat het veiligheidsconvenant niet volledig de gewenste zekerheid biedt. Zoals benoemd in de beantwoording van vraag 3 en 4, worden mitigerende maatregelen genomen die zullen bijdragen aan de veiligheid van chauffeurs.
Welke partijen zijn verantwoordelijk voor het naleven van het convenant en wie kunnen hier door chauffeurs op worden aangesproken?
De betrokken verantwoordelijke partijen voor het naleven van het convenant zijn Qbuzz, vakbond FNV, de provincies Drenthe en Groningen en het Ministerie van Asiel en Migratie. Chauffeurs kunnen zich primair wenden tot hun werkgever en, indien van toepassing, hun vakbond. Signalen die zij aandragen worden meegenomen in overleggen met provincies, de gemeente Westerwolde en het Ministerie van Asiel en Migratie.
Deelt u de mening dat het totaal onaanvaardbaar is dat buschauffeurs en medereizigers op de buslijnen door Ter Apel na al die jaren nog steeds, en weer in toenemende mate, te maken hebben met overlast en agressie door een groep kansloze asielzoekers?
Het is onacceptabel dat buschauffeurs en reizigers te maken hebben met overlast op buslijnen richting Ter Apel. Alle betrokken partijen nemen deze signalen serieus en treffen mitigerende maatregelen om de veiligheid te verbeteren.
Welke maatregelen gaat u per direct treffen om deze wantoestanden keihard de kop in te drukken?
Zie antwoord vraag 4.
Bent u, naast zorgen voor voldoende toezichthouders op station Emmen en de haltes in Ter Apel, bereid om per direct (particuliere) beveiligers op zowel de pendelbus als de reguliere buslijnen te laten meereizen en hiervoor indien nodig als Minister de portemonnee te trekken? Zo nee, waarom niet?
Op dit moment lopen gesprekken met betrokken partijen over de aanpak van overlast. Hierbij wordt ook de mogelijkheid van de inzet van extra beveiligers als mogelijke maatregel betrokken.
De massale demonstratie tegen de plannen voor een AZC in Papendrecht. |
|
Marina Vondeling (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de massale demonstratie die op zaterdag 13 december plaatsvond in Papendrecht?1
Ik ben bekend met het bezoek van Dhr. Wilders aan de gemeente Papendrecht.
Heeft u enig idee hoeveel weerstand er vanuit de samenleving is tegen het onzalige plan om asielzoekers midden in een levendig winkelcentrum te plaatsen? Zo ja, bent u bereid om de overeenkomst tussen het COA en de gemeente te heroverwegen of te ontbinden? Zo nee, waarom niet?
Ik ben bekend met de vragen en zorgen in de gemeente Papendrecht. Daar het hier gaat om een overeenkomst tussen de gemeente Papendrecht en het COA, past het mij niet om mij hierin te mengen.
Wat vindt u ervan dat dit besluit zonder enig overleg met de bewoners en ondernemers is doorgedrukt door de gemeenteraad?
Het is voor mij van groot belang dat omwonenden en ondernemers in de omgeving goed worden betrokken voorafgaand aan de komst van een opvanglocatie. Het COA deelt dit belang en de organisatie van bewonersavonden is daarom standaardpraktijk. Ook na de komst van een opvanglocatie blijft het COA in gesprek met omwonenden via het omwonendenoverleg. De wijze waarop de gemeente Papendrecht handelt is aan de gemeente.
Navraag bij de gemeente Papendrecht leert dat de gemeente grondig vooronderzoek heeft verricht. Met het besluit is opvolging gegeven aan de langetermijnvisie huisvesting vluchtelingen. Deze is unaniem door de Papendrechtse raad vastgesteld. Na dit besluit hebben openbare bijeenkomsten voor inwoners en ondernemers plaatsgevonden. Sindsdien worden deze twee groepen belanghebbenden door middel van klankbordgroepen betrokken in de verdere aanloop naar de opening van de opvanglocatie.
Deelt u de mening dat het van de gekke is om 80 alleenstaande minderjarige asielzoekers midden in een winkelcentrum op te vangen? Zo nee, wat bezielt u?
Het vinden van locaties voor het realiseren van asielopvang is aan de gemeenten en het COA. Ik ga er van uit dat hierbij alle belangen worden afgewogen alvorens over te gaan tot een besluit tot het openen van een locatie.
Wat gaat u doen om te voorkomen dat het winkelcentrum verpaupert, dat oudere mensen hun boodschappen niet meer durven te doen en dat de ondernemers weggepest worden terwijl vrouwen niet meer alleen over straat durven?
Bij het opvangen van asielzoekers zorgt het COA ook voor adequate begeleiding van de doelgroepen die op de locatie verblijven. Het COA begeleidt alleenstaande minderjarigen intensief en werkt daarin samen met Nidos.
Overlast wordt door het COA direct aangepakt met passende maatregelen en doet dit waar nodig in samenwerking met politie en gemeente. Indien overlast zich voordoet in de openbare ruimte dan ligt de verantwoordelijkheid tot handhaven bij de lokale driehoek. Het Ministerie van AenM stelt jaarlijks middelen beschikbaar in de vorm van een decentrale uitkering voor maatregelen in de aanpak van overlast door asielzoekers.
De gratis pendelbus voor asielzoekers tussen Ter Apel en Emmen |
|
Simon Ceulemans (JA21) |
|
Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB) |
|
|
|
|
Hoe is de besluitvorming rond het niet meer hoeven kopen van een kaartje voor de pendelbus tussen het aanmeldcentrum in Ter Apel en Emmen exact verlopen? Welke partijen zijn hierbij betrokken en wie is eindverantwoordelijk voor het besluit?
Het besluit dat gebruikers geen kaartjes hoeven te kopen voor de pendelbus is lokaal genomen door vervoersorganisaties in samenspraak met de provincies en gemeenten in de regio. Het Ministerie van Asiel en Migratie was hier niet bij betrokken. De concessieverlener voor het regionale busvervoer was eindverantwoordelijk voor dit besluit.
Wanneer en via wie hoorde u voor het eerst van dit voornemen? Heeft u hier vervolgens op geacteerd? Zo ja, hoe?
Voorafgaand aan het werkbezoek aan Ter Apel op 15 december jl. ben ik in een gesprek met de burgemeester en de commissaris van de Koning geïnformeerd over dit voornemen. In die gesprekken is direct aangegeven dat dit voornemen niet acceptabel is. Overlast wordt niet beloond met gratis vervoer. Van het daadwerkelijke besluit om de kaartverkoop op te schorten heb ik vervolgens via berichtgeving in de media kennisgenomen.
Wanneer en door wie bent u op de hoogte gebracht van het besluit?
Zie antwoord vraag 2.
Klopt het dat u op maandag 15 december in Ter Apel over deze kwestie onder andere heeft gezegd dat «van een gratis pendelbus geen sprake [kan] zijn. In Nederland koop je een kaartje als je de bus instapt. Dat geldt voor iedereen, zeker ook voor mensen die hier te gast zijn.»1 en «Ik vind dat als mensen zich misdragen, je het niet gratis voor ze moet maken, maar moet zorgen dat het misdragen stopt. Dat is wat ik aan het doen ben.»?2
Dat klopt.
Deelt u de mening dat u hiermee nadrukkelijk de indruk heeft gewekt dat u het besluit terug zou draaien, zeker aangezien de pendelbus als initiatief vanuit het (toenmalige) Ministerie van Justitie en Veiligheid is gestart? Zo nee, waarom niet?
Nee. Die indruk wordt niet gedeeld. Op 19 december jl. is vanuit het Ministerie van Asiel en Migratie een brief verstuurd naar de gemeente Westerwolde met het nadrukkelijke verzoek om de kaartverkoop voor de pendelbus te hervatten. Op 30 december jl. is de kaartverkoop weer hervat.
Welke zeggenschap heeft u momenteel over deze pendelbus en de beleidskeuzes die hieromtrent gemaakt worden?
Het Ministerie van Asiel en Migratie financiert de pendelbus en kan daarmee randvoorwaarden stellen aan de pendelbus. Dat reizigers kaartjes moeten kopen voor de bus is een randvoorwaarde die al geldt sinds de start van de pendelbus in 2019.
Wat is uw reactie op het feit dat, ondanks uw woorden in Ter Apel, asielzoekers vanochtend al niet meer hoefden te betalen voor de bus?
Er is een korte periode sprake geweest van het feit dat gebruikers geen kaartje hoefden te kopen voor de pendelbus. Na het nadrukkelijke verzoek om de kaartverkoop te hervatten, werden per 30 december jl. weer kaartjes verplicht gesteld. De daadwerkelijke hervatting van de kaartverkoop vergde voor de gemeente enige tijd vanwege de organisatorische en logistieke voorbereiding, mede vanwege de kerstperiode.
Wie draait er op dit moment voor de kosten van het gratis reizen op?
De opbrengst van de kaartjes gaat naar het OV-bureau van Groningen en Drenthe. Zij hebben gedurende deze periode geen opbrengst ontvangen.
Welke organisaties en/of personen bedoelt u met «andere organisaties die het wél prima vinden om crimineel gedrag te belonen» en «iemand die blijkbaar een andere mening is toegedaan» waarnaar u als verantwoordelijken voor het besluit verwees in een interview met GeenStijl?3
De besluitvorming van het aanbieden van gratis vervoer met de pendelbus is lokaal genomen door vervoersorganisaties in samenspraak met de provincies en gemeenten in de regio. Het Ministerie van Asiel en Migratie is niet betrokken geweest bij deze besluitvorming en staat niet achter het destijds genomen besluit.
Wie of wat bedoelt u met «dan is de rekening voor die persoon zelf»?. Bij wie wilt u de rekening neerleggen?
Reizigers die gebruikmaken van de pendelbus dienen een kaartje te betalen voor hun reis.
Gaat u er alles aan doen om per direct een einde te maken aan het gratis reizen met deze pendelbus? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe?
Het Ministerie van Asiel en Migratie heeft op 19 december jl. een brief gestuurd naar de gemeente Westerwolde met het nadrukkelijk verzoek de kaartverkoop voor de pendelbus te hervatten. Inmiddels moet iedereen die reist met de pendelbus weer een kaartje aanschaffen.
Wilt u deze vragen nog deze week beantwoorden?
Het is niet gelukt de vragen voor het kerstreces te beantwoorden.
Het bericht dat de IND de komende jaren 70.000 naturalisaties per jaar verwacht |
|
Marina Vondeling (PVV) |
|
Arno Rutte (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verwacht dat er de komende jaren bijna 70.000 Nederlandse paspoorten worden weggeven aan vreemdelingen?1
Ja.
Bent u het eens met de stelling dat het massaal uitgeven van Nederlandse paspoorten aan vreemdelingen die vaak een cultuur aanhangen die haaks staat op de Nederlandse, leidt tot onomkeerbare demografische veranderingen en extra druk op onze samenleving?
Het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit is gebonden aan strikte voorwaarden en verankerd in wettelijke kaders zoals langdurig legaal verblijf, inburgering en kennis van de Nederlandse taal en samenleving. Naturalisatie heeft daarmee nauwelijks demografische impact, omdat zij geen nieuwe instroom creëert maar betrekking heeft op reeds langdurig in Nederland verblijvende personen. Het is dus geen massaal of vrijblijvend proces. Demografische veranderingen zijn een breed maatschappelijk proces dat door meerdere factoren wordt beïnvloed, zoals migratie, vergrijzing en economische ontwikkelingen. In hoeverre deze veranderingen leiden tot extra druk op de samenleving hangt sterk af van de mate van integratie en participatie, en de inrichting van publieke voorzieningen en beleidskeuzes.
Deelt u de mening dat Syrië veilig is en Syriërs terug naar huis moeten in plaats van dat zij een Nederlands paspoort krijgen? Zo ja, gaat u per direct alle tijdelijke statussen van Syriërs intrekken?
Hoewel de algemene situatie in Syrië is verbeterd ten opzichte van de periode onder het Assad-regime, kan niet gesteld worden dat Syrië zonder meer veilig is voor iedereen. Om op deze situatie te reflecteren zijn in het landenbeleid momenteel risicoprofielen aangemerkt en is er sprake van een zogeheten 15c-situatie in de laagste gradatie. Zoals het geval is voor alle asielzoekers worden ook Syrische aanvragen daarom individueel beoordeeld tegen de achtergrond van de meest actuele landeninformatie. Voor een volledige toelichting op het landenbeleid Syrië verwijs ik u gemakshalve naar mijn Kamerbrief d.d. 10 juni jl.2
In deze brief heb ik aangegeven dat nog niet kon worden geconcludeerd dat de positieve wijzigingen in Syrië reeds voldoende ingrijpend en van niet-voorbijgaande aard waren. De situatie was daarom nog niet voldoende bestendig om conform de voorwaarden van het Unierecht tot herbeoordelingen voor statushouders met een verblijfsvergunning over te gaan. Op 30 januari jl. is het nieuwe ambtsbericht Syrië verschenen. Aan de hand van dit ambtsbericht wordt opnieuw bezien of herbeoordelen kan plaatsvinden.
Hoeveel Syriërs zijn er sinds 2020 genaturaliseerd en hoeveel hebben hierbij geen paspoort of geboorteakte overlegd?
Volgens de gegevens van het CBS zijn in de periode 2020 t/m 2024 in totaal 77.200 personen met de Syrische nationaliteit genaturaliseerd tot Nederlander. De gegevens over 2025 zijn nog niet beschikbaar. De IND beschikt niet over gegevens hoeveel Syriërs geen paspoort of geboorteakte hebben overgelegd bij hun naturalisatieverzoek.
De hoofdregel is dat bij het indienen van een naturalisatieverzoek in beginsel een paspoort en geboorteakte moet worden overgelegd. Op deze hoofdregel bestaan enkele uitzonderingen. Toegelaten asielzoekers zijn in principe vrijgesteld van het overleggen van een paspoort en een geboorteakte. Daarnaast bestaat er een specifieke uitzondering voor vreemdelingen die de Syrische nationaliteit bezitten. Zij hoeven bij een naturalisatieverzoek geen Syrisch paspoort noch een uit Syrië afkomstige geboorteakte te overleggen. Zij zijn hiervan vrijgesteld vanwege de instabiele situatie in het land. Dit is vastgelegd in de Handleiding voor toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003. Naar aanleiding van het aankomende ambtsbericht van eind januari wordt geïnventariseerd of dit beleid moet worden herzien. Volledigheidshalve merk ik nog op dat van Syriërs die buiten Syrië zijn geboren in beginsel nog wel verlangd wordt dat zij een geboorteakte overleggen van het land waarin zij geboren zijn.
Bent u bereid om absolute prioriteit te geven aan het intrekken van verblijfsvergunningen van vreemdelingen uit landen waar de situatie is verbeterd, en aan het stimuleren van vertrek, in plaats van het massaal uitdelen van Nederlandse paspoorten?
Vooropgesteld dient de wijziging in een situatie in een land van herkomst dermate bestendigd te zijn dat er op basis van het Unierecht overgegaan kan worden tot herbeoordelen. Het intrekken van een vergunning waarmee asielrechtelijk bescherming is verleend is immers een besluit dat niet lichtvaardig genomen dient te worden en dat met rechtswaarborgen is omkleed. Het herbeoordelen en vervolgens intrekken van verleende vergunningen is verder een bewerkelijk proces waarbij de bewijslast bij de IND ligt. Daarbij geldt dat er reeds een grote voorraad aan zaken in eerste aanleg ligt waarvoor de IND aan de lat staat. Indien er zich situaties voordoen die zich lenen voor grootschalige herbeoordeling zal er daarom altijd gekeken moeten worden naar de balans die geslagen wordt tussen de inzet op eerste asielaanvragen enerzijds en de inzet op herbeoordelingen anderzijds. Daar kan ik nu niet op vooruitlopen.
Kunt u nog voor het einde van dit jaar een wetsvoorstel naar de Kamer sturen om de naturalisatietermijn te verhogen naar ten minste tien jaar? Bent u ook bereid om, totdat deze wet is aangenomen, een moratorium in te stellen op naturalisaties van asielstatushouders uit landen die als veilig worden beschouwd of waar de situatie aanzienlijk is verbeterd, zoals Syrië? Zo nee, waarom niet?
Het verhogen van de naturalisatietermijn naar ten minste tien jaar vereist een wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Een wetsvoorstel hiertoe is thans in voorbereiding. Een dergelijke wijziging vergt een zorgvuldige voorbereiding, waaronder juridische toetsing aan internationale en Europese verplichtingen, interdepartementale afstemming en een beoordeling van de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Het wetsvoorstel is tot 2 december 2025 in (internet)consultatie gegeven. De reacties daarop worden nu verwerkt. Voorts is de IND bezig met een uitvoeringstoets. Het rapport van deze toets zal naar verwachting eind februari 2026 gereed zijn. Daarna wordt het wetsvoorstel aangeboden voor advies aan de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk. Op dit moment wordt gestreefd naar indiening in de Tweede Kamer in het derde kwartaal van 2026.
Ik geen aanleiding om een moratorium in te stellen op naturalisaties van specifieke groepen asielstatushouders. Naturalisatie is een individuele rechtsgang met een individuele beoordeling die uitsluitend plaatsvindt nadat betrokkene duurzaam rechtmatig verblijf heeft gehad en aan alle wettelijke voorwaarden heeft voldaan. Het instellen van een generieke opschorting op basis van herkomstland acht ik onverenigbaar met het gelijkheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en geldende internationale verplichtingen.
Ik hecht eraan vast te houden aan een zorgvuldig en individueel beoordeeld naturalisatieproces en zie op dit moment geen aanleiding om hiervan af te wijken.
Verschillende berichten over de handhaving op misstanden rond arbeidsmigranten |
|
Stephan Neijenhuis (D66) |
|
Mariëlle Paul (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de artikelen in De Groene Amsterdammer van 24 november jl.1 en het Financieele Dagblad van 11 december jl.2 over de handhaving door de Arbeidsinspectie op misstanden rond arbeidsmigranten en kunt u daar in het algemeen een reactie op geven?
Ja. In de artikelen gaat het over de positie van illegaal in Nederland verblijvende werknemers, de inzet van de Arbeidsinspectie en samenwerking van de Arbeidsinspectie en de AVIM (afdeling vreemdelingenpolitie, identificatie en mensenhandel).
Illegaal verblijf en illegale tewerkstelling zijn twee afzonderlijke situaties. In de praktijk zijn beide situaties echter nauw met elkaar verweven. Een vorm van inkomen, bijvoorbeeld door arbeid, is vaak nodig om het illegaal verblijf in stand te houden of aanleiding om illegaal in Nederland te verblijven. Door de verwevenheid van de situaties is het voor de Arbeidsinspectie noodzakelijk om met de AVIM samen te werken vanuit de eigen wettelijke taak. Net zoals die organisaties ook samenwerken met gemeenten vanwege gemeentelijke taken voor (exploitatie) vergunningen en huisvestiging en met de IND en het UWV vanwege de verstrekking van vergunningen voor verblijf en tewerkstelling.
De Arbeidsinspectie is, op grond van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), verantwoordelijk voor de aanpak van illegale tewerkstelling door werkgevers. De AVIM houdt toezicht op de naleving van de Vreemdelingenwet, waaronder op de aanpak van illegaal verblijf. Voor effectief overheidsoptreden is voor de Arbeidsinspectie samenwerking een noodzakelijke voorwaarde.
Bij de aanpak van illegale tewerkstelling en illegaal verblijf is zichtbaar dat het algemeen belang dat wettelijke bepalingen worden nageleefd op gespannen voet kan staan met het individuele belang van werknemers.
Het is in het algemene belang dat illegale tewerkstelling en illegaal verblijf wordt voorkomen en beëindigd. Het betreft over het algemeen mensen van buiten de EU die qua redzaamheid (taal, integratie in de samenleving, sociaal netwerk) meestal kwetsbaar zijn. Illegale tewerkstelling brengt hen dan ook nog eens in een arbeidsrelatie die risicovol is omdat er sprake is van een zeer scheve machtsbalans met de werkgever.
Collectief hebben werknemers, burgers en bedrijven belang bij die wettelijke normen en de naleving ervan. Dat algemene belang kan echter op gespannen voet staan met het individuele belang van illegaal verblijvende werknemer. Namelijk het belang van individuele werknemers dat de illegale tewerkstelling onopgemerkt blijft en voortduurt, net als het illegaal verblijf. Een effectieve handhaving van de Wav, door samenwerking met AVIM, kan spanning opleveren met het doel om de werknemer te beschermen.
Dit zou gevolgen kunnen hebben voor de bereidheid van werknemers om meldingen van arbeidsmisstanden te doen bij de Arbeidsinspectie3.
In het algemeen zien we in situaties dat de terughoudendheid om met overheidsdiensten in contact te treden groter is dan wenselijk, bijvoorbeeld vanwege culturele verschillen of ervaringen in het herkomstland. Het kabinetsbeleid is erop gericht door voorlichting (workinnl.nl), en handhaving (Arbeidsinspectie en meerdere andere overheidsinstanties) die verschillen in behandeling weg te nemen of in ieder geval te verkleinen.
Klopt het dat ongedocumenteerden na een melding bij de Arbeidsinspectie in een uitzettingsprocedure belanden? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot het feit dat zij zich ook moeten kunnen melden bij diezelfde Arbeidsinspectie naar aanleiding van misstanden op het werk?
Nee, de Arbeidsinspectie houdt geen toezicht op het vreemdelingenrecht, dat is aan de AVIM. Een melding van de Arbeidsinspectie leidt daarom niet (direct) tot een uitzettingsprocedure.
Meldingen bij de Arbeidsinspectie kunnen worden gedaan door iedereen en vanuit meerdere perspectieven of belangen. Meldingen komen van werkenden, burgers, bedrijven, andere (overheids)organisaties etc. En dat kan hun eigen situatie of die van anderen betreffen. Er is een veelheid aan redenen waarom mensen arbeidsmisstanden wel of niet melden. Ook daarbij kunnen belangen met elkaar op gespannen voet staan waardoor het juist wel of niet tot melden komt.
Betrokkenheid van de politie of de AVIM betekent ook niet automatisch een uitzettingsprocedure. Het kan ook leiden tot een (hernieuwde) aanvraag voor verblijf c.q. asielprocedure. Ook kan er sprake zijn van verblijfsrecht in een andere EU-lidstaat waardoor terugkeer naar dat land aan de orde is.
De Arbeidsinspectie houdt toezicht op de naleving van de arbeidswetten door werkgevers en doet strafrechtelijke onderzoeken naar mensenhandel, georganiseerde fraude met uitkeringen en subsidies, en zorgfraude.
De Arbeidsinspectie voert haar taken uit binnen een spanningsveld tussen belangen van de individuele werknemer en het meer algemene belang, in dit geval om illegale tewerkstelling te bestrijden. Vaak lopen het individuele en algemene belang gelijk op. De Inspectie pakt overtreding van de bestuursrechtelijke arbeidswetten door werkgevers aan en beschermt daarmee werknemers, ongeacht hun verblijfsstatus. En als na contact tussen een illegaal verblijvende werknemer en de Opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie blijkt dat geen sprake is van (mogelijke) arbeidsuitbuiting, dan is deze vreemdeling vrij om zijn weg te vervolgen.
De Arbeidsinspectie vindt dat haar taakuitoefening met zich meebrengt dat zij als onderdeel van de overheid bijdraagt aan het structureel aanpakken van de praktijken van illegale tewerkstelling. Dit sluit ook aan bij de bredere behoefte in de samenleving en politiek aan overheidsorganisaties die samenwerken, bijvoorbeeld om ondermijning tegen te gaan. Binnen dit soort samenwerkingen, zoals ook met gemeenten en het UWV, gaat het om het gezamenlijk overheidsoptreden zoals het uitvoeren van inspecties en om het onderling delen van meldingen die relevant zijn voor de uitoefening van de taken door de verschillende organisaties. Deze organisaties bepalen vervolgens zelf, vanuit de eigen wettelijke taak, wat zij met de ontvangen meldingen doen.
Klopt het dat achterstallig loon of eventuele mishandeling geen onderdeel is van de werkplekcontrole? Zo ja, waarom niet?
Nee, dit klopt niet. Achterstallig loon, slapen op de werkplek of vormen van eventuele mishandeling zijn signalen van arbeidsuitbuiting. De Arbeidsinspectie neemt deze signalen mee bij een inspectie. Daarnaast kan de werknemer in geval van mishandeling zelf aangifte bij de politie doen. De Arbeidsinspectie kan daarbij adviseren en doorverwijzen. Dit doet zij ook in de praktijk.4
De Arbeidsinspectie houdt risicogericht toezicht op naleving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). Als er indicaties zijn dat werknemers niet het wettelijk minimumloon krijgen, dan wordt hierop gecontroleerd ongeacht de verblijfsstatus van de werknemers. Indien er onderbetaling wordt vastgesteld door de inspecteur, dan wordt er een nabetalingsbrief gestuurd aan de werkgever. De werkgever krijgt vier weken de tijd om een nabetaling te doen. Er kan een last onder dwangsom worden opgelegd als er niet is nabetaald. De werknemer ontvangt een brief, waarin wordt aangegeven dat onderbetaling is geconstateerd. Deze werknemersbrief is in verschillende talen beschikbaar. Omdat de Arbeidsinspectie alleen controleert op het bruto minimumuurloon, wordt in deze brief naar het Juridisch Loket verwezen voor het eventuele problemen met het ontvangen cao-loon.
De Arbeidsinspectie heeft geen bevoegdheid om loon terug te vorderen namens de werknemer, ongeacht of het een vreemdeling is die illegaal is tewerkgesteld. Op grond van artikel 23 van de Wet arbeid vreemdelingen kan de illegaal tewerkgestelde vreemdeling door middel van een rechtsvermoeden zelf een loonvordering instellen tegen zijn werkgever. Dit betreft enkel een civielrechtelijke mogelijkheid. De Arbeidsinspectie informeert de werknemer over diens rechten en plichten door tijdens controles een visitekaartje uit te delen van de website workinnl.nl. Daarnaast worden de overtredingen van de Wav mét bedrijfsnamen openbaar gemaakt via de website «inspectieresultaten» van de Arbeidsinspectie. Daarmee is ook voor een (voormalig) werknemer zichtbaar dat de werkgever is beboet en kan deze gedupeerde en/of diens gemachtigde een civielrechtelijke procedure starten.
Waarom houdt de Arbeidsinspectie geen cijfers bij van collegiale meldingen? Kunnen deze cijfers alsnog inzichtelijk gemaakt worden voor de Kamer?
De Arbeidsinspectie kan uit haar systemen informatie over gezamenlijke inspecties met andere organisaties opmaken. In 2024 hebben er 123 inspecties plaatsgevonden waaraan de Arbeidsinspectie en de AVIM deelnamen. Dat geeft een indicatie van het aantal keren dat er sprake was van (mogelijke) samenloop van illegale tewerkstelling en illegaal verblijf. Het is niet mogelijk specifiek cijfers over de collegiale meldingen te verstrekken. Dat komt door het volgende.
Het Meldingen Informatie Centrum (MIC) is het centraal loket van de Arbeidsinspectie voor alle meldingen en verzoeken over ongezond, onveilig en oneerlijk werk. Alle meldingen worden geregistreerd, beoordeeld en – indien ze in aanmerking komen voor opvolging – doorgeleid naar het team van inspecteurs in de desbetreffende regio of naar een actief programma. Ontvangen meldingen die buiten het werkterrein van de Arbeidsinspectie vallen, worden doorgestuurd naar relevante organisaties. Bij dit meldingenproces geldt de Nationale Politie als zendende of ontvangende partij; zij bepaalt vervolgens zelf of en naar wie binnen de politie (zoals de AVIM) een melding wordt doorgestuurd. De Arbeidsinspectie heeft zodoende geen gegevens over meldingen die specifiek naar de AVIM worden gestuurd. Naast dit centrale loket hebben inspecteurs veel contacten met gemeenten, de politie en de AVIM bij verzoeken voor gezamenlijke inspecties. Die verzoeken worden ook gedaan door lokale of regionale informatie- en expertisecentra (RIEC’s) met als doel om ondermijning tegen te gaan. Deze contacten worden niet altijd vastgelegd of niet op een manier die voor statistische doeleinden te ontsluiten is, omdat dat heel vaak niet nodig is voor de voorliggende zaak.
Erkent u dat de dubbele taak van de Arbeidsinspectie, beschermen van werknemers en het handhaven op verblijfsstatus, onwerkbaar is? Zo nee, waarom niet?
Zoals bij vraag 2 aangegeven, is de toezichtstaak op het vreemdelingenrecht bij de AVIM belegd, niet bij de Arbeidsinspectie. Er is zodoende geen sprake van een dubbele taak voor de Arbeidsinspectie. Dit laat onverlet dat de Arbeidsinspectie bij haar taakuitoefening in een spanningsveld van belangen werkt.
Hoe duidt u de samenwerking tussen de Arbeidsinspectie en de Vreemdelingenpolitie? Hoe verhoudt zich dit tot (inter)nationale verdragen en afspraken?
Samenwerking tussen de Arbeidsinspectie, de politie waaronder de AVIM vindt plaats zodat deze organisaties beter in staat zijn om hun wettelijke taak uit te voeren. Dit is in overeenstemming met de maatschappelijke en politieke wens dat overheidsorganisaties samenwerken.
De politie gaat geregeld met inspecties, ook van andere diensten, mee om de veiligheid van inspecteurs te waarborgen. Ook helpt de politie om voertuigen van de openbare weg te halen en naar locaties te begeleiden waar naleving van de arbeidswetten kan worden gecontroleerd, bijvoorbeeld voor chauffeurs van vrachtwagens en voor maaltijdbezorgers.
Inspecteurs van de Arbeidsinspectie worden opgeleid om mensen te kunnen identificeren en om documenten op echtheid te kunnen verifiëren. Als dit in de praktijk te complex blijkt, dan kunnen zij een beroep op specialistische expertise van de AVIM doen. Omdat de politie ook voor de Wav als toezichthouder is aangewezen, kan de Arbeidsinspectie via processen-verbaal van de politie acteren op hun bevindingen. Ook de Opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie heeft de AVIM nodig bij haar taken. De Opsporingsdienst doet onderzoek naar mensensmokkel als er een vermoeden is dat arbeidsmigranten gefaciliteerd worden bij illegale tewerkstelling. Dan moet de identiteit van een vreemdeling, waaronder diens verblijfsstatus, worden vastgesteld voor bewijsvoering. Dit doet de AVIM, omdat de Arbeidsinspectie geen toezicht op de Vreemdelingenwet houdt. In onderzoeken naar arbeidsuitbuiting kan conform de B8/3-regeling uit de Vreemdelingencirculaire een bedenktijd worden aangeboden aan een mogelijk slachtoffer, die geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. Tijdens de bedenktijd wordt de plicht tot vertrek uit Nederland opgeschort en kan het slachtoffer opvang en ondersteuning krijgen. Op voorspraak van de Arbeidsinspectie dient de AVIM middels het M55-formulier deze aanvraag in bij de IND en stelt daartoe de identiteit van de vreemdeling vast. Als het mogelijke slachtoffer na de bedenktijd besluit om aangifte van arbeidsuitbuiting bij de Arbeidsinspectie te doen, is er opnieuw contact met de AVIM om een tijdelijke verblijfsvergunning aan te vragen, welke verblijfsrecht geeft gedurende het strafrechtproces.
In ILO-verdrag 81 betreffende de Arbeidsinspectie in de industrie en de handel (hierna: ILO-verdrag) zijn taken van inspecties beschreven. Hier staat dat de taak van de Arbeidsinspectie is om te verzekeren dat de arbeidsvoorwaarden en bescherming van werknemers worden gewaarborgd. Daarbij is aangegeven dat aan de Arbeidsinspectie op nationaal niveau ook andere taken kunnen worden opgedragen, maar dat de andere functie niet mag hinderen in de uitoefening van de voornaamste functies en geen afbreuk mag doen aan het gezag of de onpartijdigheid van de inspecteurs. Daarnaast heeft het Verdragscomité bij het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR) in oktober 2025 aanbevelingen aan Nederland gedaan.
Op het terrein van Arbeidsinspectie heeft het comité aanbevolen om inspecties te verstevigen en deze te scheiden van migratie controle functies en effectieve monitoring en sancties te waarborgen tegen misstanden jegens arbeidsmigranten.5 Het Verdragscomité baseert deze aanbeveling op artikelen 2, 6 en 7 van IVESCR.
Artikel 6 en 7 zien respectievelijk op het «right to work» en «right to just and favourable conditions of work,» op basis van artikel 2 (2) non-discriminatie brengt het Verdragscomité dit in relatie tot arbeidsmigranten/vreemdelingen.
In lijn met de internationale verdragen en aanbevelingen zijn de taken met betrekking tot de arbeidswetten en het vreemdelingenrecht in Nederland bij twee separate organisaties belegd. Zoals eerder aangegeven kan bij de Wav het belang van individuele werknemers op gespannen voet staan met het algemeen belang en kan er spanning ontstaan met het doel de individuele werknemer te beschermen. In concrete situaties waar zich dat voordoet, wordt afhankelijk van de feiten en omstandigheden binnen de taken van de Arbeidsinspectie een afweging gemaakt tussen bescherming van individuele werknemers en het algemeen belang van het aanpakken van illegale tewerkstelling en daarmee verweven illegaal verblijf.
Volgens de ILO moet er een zogenaamde «firewall» zijn tussen handhaving van arbeidswetten en vreemdelingenrecht, waarom is dit in Nederland niet toegepast?
Het opzetten van «firewalls» tussen de arbeidsinspectie en de handhaving van vreemdelingenrecht wordt door de ILO genoemd als goede praktijk om de rechten van arbeidsmigranten in de praktijk te waarborgen.6 In Nederland vindt het toezicht op deze rechtsgebieden door verschillende organisaties plaats. Overigens betekent deze «firewall» niet dat er geen samenwerking tussen deze organisaties kan en mag zijn, mits deze de primaire taken van de Arbeidsinspectie namelijk het beschermen van werknemers, zoals gedefinieerd in het ILO-verdrag, niet in de weg staan. De ILO benoemt deze samenwerking ook. In de «Guidelines on general principles of labour inspection»7 wordt bijvoorbeeld aangegeven dat arbeidsinspecties samenwerkingsafspraken behoren te maken met organisaties met wie zij doelen en taken delen, waaronder de politie en immigratiediensten. In de Technical brief bij «Labour inspection and monitoring of recruitment of migrant workers»8 wordt benoemd dat dit soort samenwerkingen effect laten zien, o.a. in het Verenigd Koninkrijk, België en Nederland.
Hoe plaatst u de hoogte van de boetes van illegale tewerkstelling in relatie tot het financiële voordeel van werkgevers? Vindt u deze in verhouding?
Eerder heeft de Arbeidsinspectie een signaal over de snelle terugverdientijd van boetes opgesteld dat door de Minister van SZW aan de Tweede Kamer is gestuurd. Mede hierop is onderzoek door SEO verricht naar de effectiviteit van boeteverhogingen, voor alle eerlijk werk wetten. Uit dit onderzoek genaamd «Hard waar het moet, zacht waar het kan»9 volgt dat de afgelopen jaren, door het achterwege laten van indexering, de reële waarde van boetes door welvaartsstijging en inflatie is gedaald. Dit ondermijnt zowel de preventieve werking (het ontmoedigen van overtredingen) als de reactieve werking (het voorkomen van herhaling) van boetes. In juli 2025 heeft het kabinet daarom aangekondigd deze boetes eenmalig te verhogen door rekening te houden met een fictieve indexatie over de afgelopen jaren en hierna jaarlijks te gaan indexeren. Aan het einde van het eerste kwartaal 2026 wordt uw Kamer hierover nader geïnformeerd.
Onderschrijft u het beeld van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel dat de bescherming van ongedocumenteerden onder druk staat door de taak van de Arbeidsinspectie om illegale tewerkstelling te bestrijden?
De signalen van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel zijn belangrijk. In de opsporingspraktijk beoordelen gecertificeerde rechercheurs mensenhandel of sprake is van de geringste aanwijzing van arbeidsuitbuiting tijdens het intakeproces.10 Indien daarvan sprake is, wordt de bedenktijd aangeboden. Vervolgens komen op basis van de B8/3-regeling slachtoffers en getuigen van mensenhandel die aangifte doen of op een andere manier meewerken aan het strafproces in aanmerking voor een tijdelijke verblijfsvergunning en de daaraan verbonden voorzieningen zoals opvang en onderdak. Dit wordt beoordeeld tegen de achtergrond van het delict mensenhandel, omdat het in het verlengde van de taakopdracht van de Opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie ligt om dit strafbare feit te stoppen en de verdachte daarvan op te sporen. Het slachtoffer- en opsporingsperspectief botsen hier soms met elkaar. De Arbeidsinspectie heeft geen hulpverleningstaken en dat is ook logisch, het past ook niet bij toezicht en opsporing. Voor de Arbeidsinspectie staat het toezichts- en opsporingsbelang voorop. Indien het politiek wenselijk zou zijn dat het hulpverleningsperspectief primaat krijgt, dan zal dat logischerwijs niet bij de Arbeidsinspectie moeten liggen.
Hoe kan het dat de Arbeidsinspectie verwijst naar FairWork voor verantwoordelijkheden die bij het takenpakket van de Arbeidsinspectie zelf horen?
Het is goed dat de Inspectie verwijst naar NGO’s voor hulp en empowerment. Het is niet correct dat ze dit zou doen voor haar eigen taken. De ILO beveelt zo’n samenwerking juist aan.11 Concreet gaat het hier om loon dat de werkgever aan vreemdelingen moet betalen.
Deze verplichting is neergelegd in art. 23 van de Wav. Uit de wet volgt dat dit civielrechtelijk kan worden afgedwongen en NGO’s, zoals FairWork, kunnen cliënten daar eventueel bij bijstaan. Deze bepaling geeft dus geen mogelijkheden voor bestuursrechtelijke handhaving.
Bent u het eens dat het nutteloos is de loonadministratie alleen als basis te nemen voor een potentiële loonvordering bij de werkgever voor een ongedocumenteerde werknemer? Ziet u ook dat het de loonadministratie juist aan deze gegevens ontbreekt in deze context?
Zoals in antwoord 10 is aangegeven, gaat het hier om een rechtsvermoeden dat civielrechtelijk moet worden afgedwongen. Daarbij kan de werkende bij de rechter alle informatie aandragen die hij hiervoor relevant vindt, dus ook ontvangen bedragen, digitale kwitanties of facturen.
Hoe stuurt u op de prioritering van de taken bij de Arbeidsinspectie? Bent u het eens dat de veiligheid en bescherming van ongedocumenteerde mensen voorop staat en de controle op de vreemdelingenwet daarop volgt, en niet andersom?
De Arbeidsinspectie houdt geen toezicht op de naleving van het vreemdelingenrecht.
Prioritering van de Arbeidsinspectie vindt plaats in haar meerjarenprogramma en de jaarplannen. Deze plannen worden door de Minister van SZW aan de Kamer aangeboden. In verband met de noodzakelijke onafhankelijke taakuitvoering overeenkomstig de aanwijzingen van de Minister-President inzake Rijksinspecties12, vindt input en sturing transparant en openbaar plaats. Binnen de regelgevende kaders is de Arbeidsinspectie onafhankelijk bij de uitvoering van het toezicht, de selectie van zaken en prioritering.
Klopt het dat boetes voor illegale tewerkstelling vaak binnen een jaar kunnen worden terugverdiend? Zo ja, is dat al eerder gesignaleerd en welke actie wordt hierop ondernomen?
Dit blijkt inderdaad uit de onderzochte gevallen zoals opgenomen in het signaal van de Arbeidsinspectie (april 2024). Het boetebeleid van de Wet arbeid vreemdelingen 2022 (Wav) is per 1 februari 2025 aangepast. Hierdoor moet bij het bepalen van de hoogte van de boete voor overtredingen van de Wav rekening worden gehouden met de verschillende gradaties van verwijtbaarheid en de ernst van de overtreding. Zoals in het antwoord op vraag 8 is aangegeven, werkt het kabinet aan verhoging van de boetes van de arbeidswetten naar aanleiding van het SEO-onderzoek «Hard waar het moet, zacht waar het kan». U wordt daarover aan het einde van het eerste kwartaal 2026 nader geïnformeerd.
Welke oplossing wordt opgesteld voor uitzendbureaus die medewerkers op staande voet ontslaan waardoor zij geen aanspraak meer maken op achterstallig loon en vakantiegeld?
Zoals mijn voorganger eerder in reactie op Kamervragen heeft aangegeven, kunnen werknemers bij vermeend onterecht ontslag op staande voet dit zelf civielrechtelijk aanvechten. Het is begrijpelijk dat dit voor sommige mensen, zoals arbeidsmigranten, lastig te organiseren is. Met het project Work in NL wordt de toegang tot het recht vergemakkelijkt, onder andere door betere dienstverlening vanuit het Juridisch Loket.13 Het Juridisch Loket heeft een specifiek team ingericht waarin 35 native-speakerjuristen eerstelijns rechtshulp aan arbeidsmigranten bieden. Sinds de start in mei 2024 heeft dit team reeds aan ruim 1.500 mensen hulp geboden. Die hulp betrof voornamelijk advies en doorverwijzing in arbeidsrechtelijke kwesties zoals ontslag op staande voet en geen of nauwelijks uitbetaald loon. Recent oordeelde de civiele rechter dat een slachterij een aantal Hongaarse arbeidsmigranten alsnog moet nabetalen, waarbij de arbeidsmigranten ondersteund zijn door het Juridisch Loket.14 Zij zullen dit jaar verder groeien in capaciteit waardoor ook het aantal geholpen arbeidsmigranten zal toenemen. Daarnaast informeren vakbonden vanuit hun rol arbeidsmigranten en staan zij hen bij in hun eigen taal.
Verder gebruiken de Belastingdienst en Arbeidsinspectie informatie over grootschalig ontslag op staande voet bij werkgevers als risico-indicator voor het toezicht op hun taakgebieden. Recent heeft de Arbeidsinspectie een boete voor overtreding van de Wml opgelegd aan een uitzendbureau, voornamelijk vanwege ontslag op staande voet.
De toename van incidenten op de buslijnen van en naar Ter Apel en de beslissing om een gratis pendeldienst in te zetten tussen het azc in Ter Apel en station Emmen. |
|
Peter van Duijvenvoorde (FVD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD), Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Kunt u bevestigen dat er een pendelbus speciaal voor asielzoekers rijdt tussen het asielzoekerscentrum (azc) in Ter Apel en station Emmen, georganiseerd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de gemeenten Westerwolde en Emmen en gefinancierd door het Ministerie van Asiel en Migratie?
Er rijdt een pendelbus sinds 2019 rechtstreeks tussen het azc Ter Apel en station Emmen om overlast te voorkomen op de reguliere buslijnen. De pendelbus wordt niet enkel gebruikt door asielzoekers. In de bus moet betaald worden voor een rit. Het Ministerie van Asiel en Migratie is financier van de pendelbus. De gemeente Westerwolde voert de aanbesteding van de pendelbus uit voor de periode 2023–2026.
Bent u ervan op de hoogte dat er een stijging is te zien in zowel het aantal incidenten als de ernst ervan op buslijn 73 (Emmen–Ter Apel) en 74 (Emmen–Stadskanaal)?
Het is bekend dat het aantal incidenten op buslijnen 73 en 74 is gestegen. Voor de ernst van de incidenten kan op dit moment geen stijging worden bevestigd. Overlastgevend gedrag is hoe dan ook onacceptabel. Daarom worden verschillende maatregelen genomen en voorbereid om de veiligheid van buschauffeurs en reizigers op de reguliere buslijnen te waarborgen.
Kunt u bevestigen dat zowel buschauffeurs als reizigers zich onveilig voelen op genoemde trajecten, zoals eerder ook door FNV Streekvervoer in een brandbrief is gemeld?
De signalen van het gevoel van onveiligheid op de reguliere buslijnen tussen Emmen en Ter Apel onder buschauffeurs en reizigers zijn bekend. Deze signalen worden zeer serieus genomen.
Kunt u een overzicht geven van alle incidenten op deze buslijnen in de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst naar: aard van de incidenten, ernst van de incidenten, herkomst van de daders en de afhandeling – inclusief vervolging en opgelegde sancties?
Een volledig overzicht van alle incidenten op deze buslijn uitgesplitst naar aard en ernst van de incidenten, herkomst van daders en afhandeling, is niet beschikbaar. Wel volgt uit de incidentregistratie van Qbuzz dat in de periode van 1 januari 2025 tot en met 12 oktober 2025 181 incidenten hebben plaatsgevonden op lijnnummer 73 (Emmen–Ter Apel–Stadskanaal). De aard van deze incidenten is bekend bij de vervoerder Qbuzz en betreft onder meer optreden bij betalingsproblemen en verbale agressie.
Acht u het wenselijk dat de Rijksoverheid faciliteert dat asielzoekers – van wie een deel aantoonbaar voor ernstige veiligheidsproblemen zorgt – vrijelijk worden vervoerd van het azc in Ter Apel naar Emmen?
Nee, het is niet de bedoeling dat gratis vervoer beschikbaar wordt voor asielzoekers die overlast veroorzaken. Overlastgevend gedrag dient niet beloond te worden. Het is wenselijk dat het vervoer tussen het azc in Ter Apel en station Emmen ordelijk en veilig verloopt. Daarom is in 2019 de pendelbus gestart om te borgen dat er minder overlast is van asielzoekers op de reguliere buslijnen. In de pendelbus dient iedereen een kaartje te kopen net als in de reguliere buslijn.
Vindt u het niet een fundamenteel problematische ontwikkeling dat de overheid een aparte gratis buslijn opzet, omdat een deel van de asielzoekers zich niet aan basale betalings- en gedragsnormen houdt, waardoor feitelijk niet de overtreders zich aanpassen aan de norm maar de norm aan de overtreders?
Nee. Er is geen aparte gratis buslijn opgezet. Sinds de start van de financiering van de pendelbus vanuit het Ministerie van Asiel en Migratie geldt dat voor gebruik van de pendelbus wordt betaald en dat blijft zo. De norm is dus niet aangepast: reizigers zijn betalingsplichtig en moeten zich houden aan de algemeen geldende OV-regels.
Bent u het eens met de stelling dat het onwenselijk is dat asielzoekers die nog geen verblijfsvergunning hebben, zich nog in hun procedure bevinden en volgens vervoerders en vakbonden voor veiligheidsproblemen zorgen, door de overheid gefaciliteerd vrij kunnen reizen naar Emmen, waar dit tot veiligheidsrisico’s leidt?
Zie antwoord vraag 5.
Indien u dit wel wenselijk acht, kunt u uitvoerig toelichten waarom u het noodzakelijk vindt om dit vervoer te faciliteren, ondanks de veiligheidsproblemen die dit ten gevolge heeft voor Emmen?
Het is wenselijk om dit vervoer te faciliteren om de druk op de reguliere buslijnen te beperken en direct vervoer van station Emmen naar Ter Apel mogelijk te maken. Het faciliteren van de pendelbus maakt daarnaast gericht toezicht en handhaving mogelijk. Er zijn geen aanwijzingen dat de inzet van de pendelbus op zichzelf extra veiligheidsproblemen veroorzaakt.
Bent u ermee bekend dat – ondanks de inzet van de pendelbus – de incidenten op de reguliere buslijnen blijven toenemen en dat deze maatregel geen structurele verbetering oplevert voor de veiligheid?
De situatie op de reguliere buslijnen is bekend. Dit staat los van de inzet van de pendelbus.
Bent u voornemens om aanvullende maatregelen te nemen om de veiligheid van buschauffeurs en reizigers op de reguliere buslijnen te waarborgen?
Er worden verschillende maatregelen genomen en voorbereid om de veiligheid van buschauffeurs en reizigers op de reguliere buslijnen te waarborgen. Asielzoekers met een kansarme aanvraag worden over meerdere locaties verspreid. Voor de doelgroep die voor overlast zorgt worden meer vreemdelingrechtelijke maatregelen mogelijk. Hierover lopen gesprekken, onder andere over de inzet van AVIM. Met de gemeente Emmen wordt verkend hoe boa’s uit de flexpool boa kunnen worden ingezet.
Indien het antwoord op vraag 9 bevestigend luidt, welke maatregelen zult u dan nemen?
Zie antwoord vraag 10.
Indien het antwoord op vraag 9 ontkennend luidt, waarom kiest u ervoor om geen aanvullende maatregelen te nemen?
Zie antwoord vraag 10.
Bent u het eens met de stelling dat er een veiligheidsrisico ontstaat, omdat asielzoekers zonder verblijfsvergunning, die zich nog in hun procedure bevinden en van wie de overheid onvoldoende weet wie zij zijn, vrij in Nederland kunnen rondreizen, waardoor het ontbreken van betrouwbare identiteitskennis direct bijdraagt aan de veiligheidsrisico’s?
Nee. Het ontbreken van een verblijfsvergunning tijdens de asielprocedure betekent niet dat de overheid onvoldoende weet wie betrokkene is. Bij de aanmelding worden door de Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers (DISA) persoonsgegevens vastgelegd, vingerafdrukken afgenomen, documenten onderzocht en een foto gemaakt. Preventieve detentie van asielzoekers is juridisch en maatschappelijk onwenselijk en strijdig met mensenrechtenkaders. Asielzoekers kunnen daarom binnen Nederland vrije reisbewegingen maken. Dit is geen vrijbrief: waar sprake is van overlast of risico’s kunnen gerichte en proportionele maatregelen worden getroffen.
Het bericht 'Nederland koopt opvang migranten af voor 33 miljoen euro' |
|
Lidewij de Vos (FVD) |
|
Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat Nederland de opvang van 1.650 migranten afkoopt bij de EU voor een bedrag van 33 miljoen euro – oftewel 20.000 euro per migrant?1 Hoe beoordeelt u dit bericht?
Ja. De Raad heeft inmiddels een politiek akkoord bereikt over de vaststelling van de omvang van de solidariteitspool op 21.000 herplaatsingen of 420 miljoen euro. Het aandeel van Nederland is 5,2%, wat neerkomt op een financiële bijdrage van 21,9 miljoen. Nederland heeft steun verleend aan het voorstel en aangegeven financieel te zullen bijdragen.
Waarom zijn de betreffende cijfers uit de zogenoemde «Europese Spreidingswet» niet openbaar gemaakt en is zelfs de Tweede Kamer hierover slechts onder geheimhouding geïnformeerd? Hoe beoordeelt u deze werkwijze in het kader van transparantie en de noodzakelijke democratische controle? Kunt u uw antwoord toelichten?
In de Asiel- en migratiebeheerverordening is wettelijk vastgelegd dat het Commissievoorstel voor een Raadsbesluit over de vaststelling van de jaarlijkse solidariteitspool niet openbaar gemaakt worden tot de Raad overeenstemming heeft bereikt om het besluitvormingsproces te faciliteren.2 Het stuk is vertrouwelijk met uw Kamer gedeeld.
Kunt u garanderen dat asielzoekers die elders in de EU al asiel hebben aangevraagd, niet alsnog – na afkoop door Nederland – naar ons land reizen en hier opnieuw asiel aanvragen? Zo ja, hoe kunt u dit garanderen? Zo nee, wat is dan het nut van deze afkoopregeling en andere Europese afspraken op het gebied van migratie? Kunt u uw antwoord toelichten?
Er zijn onder het Migratiepact verschillende maatregelen genomen om doorreis van asielzoekers te voorkomen, waaronder maatregelen om het buitengrensbeheer te versterken, zoals betere registratie in Eurodac, verplichte uniforme screening en de asielgrensprocedure.
Daarnaast zijn de Dublinregels integraal onderdeel van het Migratiepact. De Commissie beoordeelt op 12 juli en 15 oktober of de lidstaten onder migratiedruk zich aan deze Dublinregels houden. Indien lidstaten zich niet houden aan de Dublinregels, zal Nederland geen solidariteit leveren.
Onder het Pact is een balans afgesproken tussen verantwoordelijkheid, o.a. door de versterking van de buitengrenzen en het tegengaan van secundaire migratie, van lidstaten aan de ene kant en solidariteit aan de lidstaten die onder migratiedruk staan aan de andere kant. De solidariteitsbijdrage is daarom essentieel onderdeel van het Pact.
Worden biometrische gegevens van asielzoekers centraal en effectief geregistreerd? Zo nee, erkent u dan dat de mogelijkheid bestaat dat asielzoekers hun paspoort weggooien, waardoor zij niet kunnen worden geïdentificeerd en hun reis- en asielgeschiedenis binnen de Europese Unie niet kan worden achterhaald, waarop zij in Nederland alsnog asiel kunnen aanvragen? Acht u dit wenselijk?
Onder de huidige Eurodac-verordening worden biometrische gegevens van asielzoekers worden geregistreerd en opgeslagen. Dit blijft zo onder de nieuwe Eurodac-verordening, maar het type data dat geregistreerd wordt, wordt verbreed, waardoor naast vingerafdrukken bijvoorbeeld ook gezichtsopnamen, identiteitsgegevens en kopieën van identiteits- en reisdocumenten worden opgeslagen. Ook wordt de bewaartermijn voor bepaalde soorten gegevens verlengd. Hierdoor wordt de mogelijkheid van identificatie van asielzoekers EU-breed verbeterd.
Wat is de status van de Dublinverordening, die bepaalt dat asielzoekers moeten worden teruggestuurd naar het EU-land van eerste aankomst? Waarom weigeren landen als Italië momenteel deze asielzoekers terug te nemen en waarom accepteert Nederland deze weigering? Kunt u uw antwoord toelichten?
Op dit moment geldt de Dublinverordening onverkort. Vanaf de inwerkingtreding van het Pact zal de Dublinverordening worden vervangen door de Asiel- en migratiebeheerverordening. Ook hier is, kort gezegd, dat bij het ontbreken van gezinsleden in de EU, lidstaten van eerste aankomst verantwoordelijkheid zijn voor de aanvraag en asielprocedure van de desbetreffende asielzoeker. De Commissie heeft in het Uitvoeringsbesluit ter bepaling van de lidstaten waar sprake is van migratiedruk, van een risico van migratiedruk of van een significante migratiesituatie opgenomen dat de Commissie op 12 juli en 15 oktober zal vaststellen of deze lidstaten het Dublinacquis weer uitvoeren. Indien dit niet het geval is zal Nederland niet verplicht zijn om solidariteit te leveren aan de desbetreffende lidstaten.
Worden migranten die worden opgevangen in landen als Italië of Griekenland ontmoedigd om zich alsnog vrij binnen de Schengenzone te verplaatsen – inclusief richting Nederland? Zo ja, hoe ziet deze ontmoediging eruit en hoe effectief is deze ontmoediging binnen de Europese praktijk van open binnengrenzen? Zo nee, wat is dan het nut van deze afkoopregeling en andere Europese afspraken op het gebied van migratie? Kunt u uw antwoord toelichten?
Onder de asielgrensprocedure zal een deel van de asielzoekers in detentie worden geplaatst en dus ook niet in de gelegenheid zijn om door te reizen naar Nederland. Naar de inzet van Nederland t.a.v. van de Dublinverordening verwijs ik u naar mijn antwoord op vraag 5.
Wordt het bedrag van circa 33 miljoen euro, dat nu dreigt te worden uitgegeven aan de afkoop van migrantenopvang, in mindering gebracht op de Nederlandse netto EU-bijdrage, gezien het feit dat Nederland al jaren een van de grootste nettobetalers aan de Europese Unie is? Zo nee, waarom niet en bent u bereid dit alsnog af te dwingen? Kunt u uw antwoord toelichten?
Hoe de bijdrage wordt vastgesteld en op welke wijze dit wordt overgemaakt is vastgelegd in de Asiel- en migratiebeheerverordening.
Hoe beoordeelt u het feit dat andere landen – zoals Polen, Estland en Oostenrijk – een korting of zelfs vrijstelling hebben kunnen bedingen op de afspraken? Hoe beoordeelt u het feit dat Hongarije weigert aan deze afspraken te voldoen? Kunt u uw antwoord toelichten?
De Commissie heeft Polen, Estland, Oostenrijk, Kroatië en Tsjechië aangemerkt als lidstaten met een significante migratiesituatie vanwege uiteenlopende redenen. Voor Polen en Estland geldt dat zij een hoog aantal Oekraïense ontheemden hebben opgevangen in vergelijking met andere lidstaten over de periode van de afgelopen vijf jaar. Voor Oostenrijk geldt dat er een zeer hoog aantal ontvankelijke asielaanvragen is geregistreerd in vergelijking met andere Europese lidstaten over de afgelopen vijf jaar.
Wat betreft Hongarije onderstreep ik graag het belang dat alle lidstaten zich aan het asielacquis houden, waaronder het Migratiepact.
Neemt u – zeker gezien de feiten zoals benoemd in vraag 7 – een voorbeeld aan de landen zoals genoemd in vraag 8? Bent u het eens met de stelling dat ook Nederland een vrijstelling of tenminste een korting zou moeten bedingen en, indien de Europese Unie deze weigert toe te zeggen, in navolging van Hongarije zou moeten weigeren aan de afspraken te voldoen? Bent u bereid om deze vrijstelling, korting of weigering alsnog af te dwingen – ook na bekendmaking van de verdeelsleutel op maandag aanstaande?
Met de inwerkingtreding van het Migratiepact worden belangrijke stappen gezet naar het versterken van de buitengrenzen en het tegengaan van irreguliere migratie. Het is daarom van belang dat alle lidstaten, ook Nederland, zich houden aan de wet- en regelgeving van het Migratiepact.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk doch uiterlijk vóór aanvang van het Kerstreces beantwoorden?
Ja.
Het sectoraal uitzendverbod en initiatieven van de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) om de omstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren |
|
Henk Vermeer (BBB) |
|
Mariëlle Paul (VVD) |
|
|
|
|
Bent u een voorstander van de toepassing van het sectorale uitzendverbod als beleidsinstrument? Waarom wel/niet?
Alle arbeidskrachten moeten goed behandeld worden. Er zijn verschillende instrumenten om hier toezicht op te houden en op te handhaven. Uit de verkenning naar een sectoraal in- en uitleenverbod komt naar voren dat in sectoren waar arbeidswetten wijdverspreid en stelselmatig worden overtreden, een aanvullende maatregel kan worden overwogen naast de Wtta. Ook is in de verkenning naar voren gekomen dat er in de vleessector wijdverspreide en stelselmatige overtredingen van arbeidswetten zijn. Het kabinet heeft daarom besloten om als stok achter de deur een in- en uitleenverbod voor te bereiden voor de vleessector.
Volgens de vleessector blijven de omstandigheden die faciliterend zijn aan misstanden ook bij een sectoraal uitzendverbod nog altijd bestaan, omdat uitzendkrachten enkel een andere contractvorm zouden krijgen, bent u het eens met deze stelling? Kunt u toelichten waarom wel/niet?
In grote gedeelten van de vleessector is sprake van hoge percentages flexwerk (rond de 70%) en met name uitzendkrachten. Indien een uitzendbureau betrokken is zijn er meer dan twee keer zo veel overtredingen van arbeidswetten. De aanwezigheid van een uitzendconstructie is zelfs de belangrijkste voorspeller voor deze vorm van overtredingen. Ook voor overtredingen van arbeidswetten die toezien op arbeidsomstandigheden is de aanwezigheid van een uitzendbureau een belangrijke voorspeller. Een sectoraal in- en uitleenverbod richt zich naast de uitlener ook specifiek op de inlener die oneigenlijk drukken van de prijs en daarmee de misstanden faciliteert. Bij de uitwerking van het in- en uitleenverbod voor de vleessector wordt er gekeken naar weglekrisico’s. Het gaat hier om de situatie dat arbeidskrachten via een andere flexibele arbeidsrelatie worden ingehuurd om het in- en uitleenverbod te omzeilen. Daarnaast dient deze maatregel te worden bezien als een mogelijke aanvulling op de bestaande mogelijkheden om te handhaven op overtredingen van arbeidswetten.
De Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) richt zich naar eigen zeggen op verbetermaatregelen voor de sector zoals het opzetten van onboardingprogramma’s om arbeidsmigranten wegwijs te maken in hun werkomgeving en rechten en het implementeren van preventieve maatregelen om bedrijfsongevallen te voorkomen, ziet u deze inzet ook?
Op (hoog)ambtelijk niveau worden er gesprekken gevoerd met VleesNL (de nieuwe naam van COV) over de stappen die zij kunnen zetten om echt impact te hebben. Ook in die gesprekken maken zij duidelijk dat ze hier als sector mee bezig zijn. Op basis van de voortgang van deze gesprekken zal de Kamer op de hoogte worden gebracht over de stand van zaken in de sector.
Klopt het dat de COV u actief een verzoek heeft gedaan voor een gesprek?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u bereid om in gesprek te treden met de COV over de gang van zaken rond eventuele verbeterprocessen?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u bereid om af te zien van de optie tot een sectoraal uitzendverbod en zich met sectorpartijen als de COV in te zetten voor het tegengaan van misstanden, gegeven de vermeende beperkingen van een sectoraal uitzendverbod?
Zie antwoord vraag 3.
Opvang op locaties op het water |
|
Lisa Westerveld (GL) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Opvang gaat te water, veiligheid blijft aan wal: een op de vijf asielschepen voldoet niet aan de eisen»?1
Ja.
Wat vindt u ervan de desbetreffende vastgoedondernemer in Terneuzen zich actief heeft gemengd met het verzet tegen het openen van een asielzoekerscentrum (azc), specifiek met winstbejag als doel, terwijl de gemeente al had gekozen voor een leegstaand bedrijfspand als opvanglocatie?
In algemene zin staat het iedere ondernemer vrij om locaties aan het COA of de gemeente aan te bieden. Tegelijkertijd zijn de signalen, zoals vermeld in de aangehaalde berichtgeving, zorgelijk en betreur ik deze ten zeerste.
Om ongewenste beïnvloeding te voorkomen, heeft het COA een aantal waarborgen ingebouwd om samen met een gemeente tot een locatiekeuze te komen. Het COA kijkt hierbij naar objectieve criteria, zoals de prijs van een eventuele ontwikkeling en de afstand tot voorzieningen zoals winkels en openbaar vervoer. Vaak vergelijkt het COA, samen met de gemeente, verschillende locaties om tot een optimale locatiekeuze te komen.
Deelt u de zorgen dat commerciële aanbieders door actieve beïnvloeding van bewoners en lokale politici besluiten over asielopvang kunnen sturen richting voor hen financieel aantrekkelijke, maar mogelijk minder veilige of realistische alternatieven? Acht u dit een risico voor de integriteit van het proces en voor de zorgvuldige democratische besluitvorming op lokaal niveau?
De signalen, zoals vermeld in het artikel, zijn zorgelijk. Voor zorgvuldige besluitvorming in de gemeente is het van essentieel belang dat lokale politici zonder last hun werk kunnen doen. Daarom is dit ook in de Grondwet en in de gemeentewet verankerd. Vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt daarnaast geïnvesteerd in de weerbaarheid en integriteit van het lokaal bestuur. Het Netwerk Weerbaar Bestuur ondersteunt politieke ambtsdragers wanneer zij te maken krijgen met oneigenlijke druk of beïnvloeding.
Verder is het in algemene zin noodzakelijk om minder afhankelijk te worden van commerciële aanbieders van noodopvang. In dit verband werkt het COA hard om de afhankelijkheid van noodopvang te verminderen. Door mijn ambtsvoorganger is toegezegd dat het COA de ruimte krijgt om toe te groeien naar 70.000 reguliere plekken, onder voorwaarde van overdraagbaarheid en opzegbaarheid. Daarnaast zijn in het coalitieakkoord meerjarig financiële middelen beschikbaar gesteld voor een stabiele financiering van het COA. De mogelijkheden voor langjarige planning door het COA worden hiermee vergroot. Hiertoe wordt voorlopig ook de spreidingswet in stand gehouden. Op 27-2 werd de capaciteitsraming 2026 vastgesteld en gepubliceerd2. Wanneer er voldoende vast en flexibele COA-opvangplekken zijn wordt de inzet van de spreidingswet overbodig.
Bent u bereid om met gemeenten het gesprek aan te gaan over het risico van campagnes door commerciële scheepsexploitanten of vastgoedeigenaren die reguliere azc-plannen frustreren om hun eigen diensten te promoten? Zo nee, waarom niet?
In algemene zin is de insteek van het COA om dure noodopvangvoorziening zo snel mogelijk af te bouwen en te vervangen door reguliere opvang. Dit is goed voor de bewoners, de omgeving en is veel goedkoper. In dit proces onderhoudt het COA nauwe contacten met de gemeente over de verschillende belangen die spelen rondom de realisatie. Ongewenste beïnvloeding en commerciële belangen worden hier, indien noodzakelijk, ook in mee genomen.
Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk is dat de concurrentiestrijd door de toenemende vraag naar asielboten ten koste gaat van de veiligheid op de opvanglocaties op water? Zo ja, welke concrete stappen neemt u hiervoor?
Nee. Als het COA een opvanglocatie in gebruik neemt, dan wordt deze altijd gekeurd en veilig bevonden. Aanvullend worden schepen die gebruikt worden voor de opvang van asielzoekers periodiek gekeurd na ingebruikname.
Tegelijkertijd blijft het voor de asielzoekers, statushouders en de medewerkers van het COA wenselijk om minder afhankelijk te zijn van noodopvangplekken op het water. Door de hoge bezetting op COA-locaties, onder andere veroorzaakt door lange asielprocedures en onvoldoende uitstroom naar gemeenten van statushouders, zit de opvang overvol.
Kunt u aangeven hoeveel asielzoekers en hoeveel statushouders op dit moment verblijven in een locatie op water?
Medio februari verbleven er ruim 6.200 asielzoekers en 2.700 statushouders in asielopvang op het water. Hiervan zijn 644 mensen jonger dan 18 jaar. Alle locaties voldoen aan de veiligheidseisen die gesteld zijn aan opvang op schepen. De schepen worden periodiek gekeurd. Een overzicht van de locaties is bijgevoegd aan dit schrijven. Alle schepen zijn gecertificeerd en voldoen aan alle geldende veiligheidseisen. De IL&T voert regelmatig inspecties uit. Eventuele aandachtspunten die tijdens deze controles worden geconstateerd, worden direct opgepakt en zo snel mogelijk verholpen.
Kunt u aangeven hoeveel kinderen op dit moment verblijven op opvanglocaties op water en kunt u daarbij aangeven welke locaties dit zijn en of deze allemaal voldoen aan de wettelijke veiligheids- en pedagogische eisen?
Zie antwoord vraag 6.
Klopt het dat volgens de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ongeveer een vijfde van de gecontroleerde asielboten niet voldoet aan de veiligheidsregels, en dat in de afgelopen drie jaar in totaal 664 gebreken zijn geconstateerd? Zo ja, kunt u toelichten om welke typen veiligheidsrisico’s het hierbij gaat?
De schepen die het COA, maar ook gemeenten, gebruiken voor de opvang van Oekraïense ontheemden worden periodiek gekeurd. In deze keuringen komen aandachtspunten naar voren die, afhankelijk van de ernst, opgelost moeten worden voordat de keuring met goed gevolg doorlopen is. Het betrof voornamelijk operationele veiligheidsrisico’s van gedragsmatige aard, zoals tijdelijke obstakels in vluchtroutes of struikelgevaar door los geplaatste objecten. Brandveiligheid of constructieve veiligheid was daarbij niet in het geding. Alle signalen uit de keuringen zijn door het COA opgevolgd.
Hoe is de deskundigheid van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) sinds 2022 versterkt als het gaat om de kwaliteit van de asielopvang op locaties op water? Is er hierbij specifiek aandacht voor de veiligheid van kinderen? Zo ja, op welke manier?
Sinds 2022 is de deskundigheid van het COA op het gebied van de opvang op waterlocaties continu versterkt, met een speciale focus op de veiligheid van kinderen. De positie en begeleiding van kinderen in noodopvang, en met name de kinderen op de schepen die gebruikt worden voor opvang, worden voortdurend gemonitord en verbeterd. Dit sluit aan bij de bredere verbeteringen die doorgevoerd worden voor kinderen in de noodopvang, zoals beschreven in de brieven van 19 september 2025 en 6 november 20253.
Binnen de beperkingen van de beschikbare middelen heeft het COA onder andere geïnvesteerd in contactpersonen voor kinderen, de aanleg van rust- en recreatieruimtes, en de toeleiding naar onderwijs voor kinderen. Daarnaast is er specifieke aandacht voor zwemveiligheid, waarbij bewoners worden geïnformeerd over de gevaren van water en verdrinking, en zwemlessen worden georganiseerd voor kinderen vanaf 5 jaar. Deze initiatieven dragen bij aan de algehele verbetering van de opvangkwaliteit voor kinderen, met specifieke aandacht voor hun veiligheid in een omgeving die mogelijk extra risico’s met zich meebrengt, zoals water en schepen.
Klopt het dat exploitanten van cruiseboten jaarlijks gemiddeld 63.000 euro per opgevangen asielzoeker ontvangen en dit vele malen duurder is dan opvang in een azc? Zo ja, wat vindt u van de situatie waarbij het COA vanwege hun wettelijke taak noodgedwongen is om bij commerciële scheepsexpoitanten plekken af te nemen en de gestegen kosten voor rekening van de samenleving komen. Bent u het met ons eens dat dit ook afbreuk doet aan het draagvlak voor opvang?
Helaas is het COA nog steeds afhankelijk van dure noodopvang op schepen. Op veel plekken zien we dat er concrete ontwikkelingen lopen om deze noodopvang te vervangen door reguliere asielopvang danwel alternatieve noodopvang op land. Dit kost echter tijd omdat de reguliere of noodopvanglocatie vaak gebouwd of verbouwd moet worden. Het vervangen van noodopvang door reguliere opvang heeft de absolute prioriteit. Zoals toegezegd aan de kamer zal ik u hier periodiek over informeren.
Het COA werkt er hard aan om (kortdurende) noodopvang te vervangen door langjarige reguliere opvang en dat is inderdaad noodzakelijk voor het behoud en het creëren van draagvlak.
Wat is uw appreciatie van het feit dat doordat boten niet openbaar worden aanbesteed, onderhandelaars hogere prijzen kunnen vragen en bent u hierover in gesprek met het COA?
Het COA heeft de afgelopen jaren het proces rondom het contracteren van schepen aangepast. In 2022 werden de schepen inderdaad na een korte marktanalyse direct gecontracteerd. Dit was toen noodzakelijk door het grote tekort aan opvangplekken. Momenteel worden alle nieuw te contracteren schepen aanbesteed.
Deelt u de mening dat het voor zowel de veiligheid van asielzoekers, maar ook vanwege kostenaspect en draagvlak, zeer wenselijk is om asielopvang op het water af te schalen? Zo ja, welke concrete stappen onderneemt u daartoe en wanneer? Zo nee, waarom niet?
Ja. In de brief van 25 november jl.4 is nader toelichting gegeven op de wijze waarop de moties van de heer van Dijk en Van Nispen over het stoppen van commerciële noodopvang worden uitgevoerd en welke knelpunten hierbij worden ervaren. Zoals hierboven aangegeven kost het realiseren van reguliere opvangplekken tijd, waardoor het aantal noodopvangplekken nog niet direct kan worden afgebouwd. Tegelijkertijd stijgt het aantal reguliere opvangplekken gestaag, van circa 41.000 op 1 januari 2026 naar circa 51.000 plekken op 1 januari 2027. Zoals hierboven vermeld zal dit nog niet voldoende zijn. Het COA heeft ruimte om toe te groeien naar 70.000 reguliere plekken, onder voorwaarde van overdraagbaarheid en opzegbaarheid. In het coalitieakkoord zijn meerjarig financiële middelen beschikbaar gesteld voor een stabiele financiering van het COA. Hiermee worden de mogelijkheden voor langjarige planning door het COA vergroot. Daarnaast wordt tevens de spreidingswet voorlopig in standgehouden. Op 27-2 werd de capaciteitsraming 2026 vastgesteld en gepubliceerd5. Wanneer er voldoende vaste en flexibele COA-opvangplekken zijn wordt inzet van de spreidingswet overbodig.
De uitspraak van Diederik Gommers dat agressie in de zorg vaker voorkomt bij immigrantenfamilies |
|
Maikel Boon (PVV), René Claassen (PVV) |
|
Bruijn , Mariëlle Paul (VVD) |
|
|
|
|
Herkent u zich in de uitspraak van Diederik Gommers dat agressie in de zorg vaker voorkomt bij immigrantenfamilies1?
Ik heb geen gegevens tot mijn beschikking met betrekking tot de prevalentie van agressie onder specifieke bevolkingsgroepen en kan de uitspraak van de heer Gommers daarom niet staven.
Welke gegevens worden op dit moment geregistreerd over agressie-incidenten in de zorg, specifiek met betrekking tot de migratieachtergrond van de betrokken daders?
Het specifiek registreren van een eventuele migratieachtergrond (middels registratie van geboorteland, nationaliteit of etniciteit) van de dader van een agressie-incident in de zorg, is op basis van zowel de Grondwet als de AVG, niet toegestaan.
In artikel 1 van de Grondwet staat opgenomen dat allen die zich in Nederland bevinden, in gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Discriminatie op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
Op basis van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft eenieder recht op bescherming van zijn of haar persoonsgegevens. Om hier uitvoering aan te geven is in 2016 de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) in het leven geroepen. De AVG stelt dat verwerking van persoonsgegevens alleen rechtmatig is indien aan een aantal voorwaarden is voldaan.
Het verwerken van bijzondere persoonsgegevens is in beginsel verboden. Er is een aantal uitzonderingsgronden op basis waarvan verwerking bij uitzondering wel wordt toegestaan, maar deze gronden zien voornamelijk op de noodzakelijkheid ter bescherming van vitale belangen of andere redenen van zwaarwegend belang. Het registreren van een migratieachtergrond in het kader van agressie in de zorg, is een vorm van onderscheid op basis van iemands achtergrond en geldt daarom niet als een dergelijk zwaarwegend belang.
Hoewel het registreren van geboorteland of nationaliteit (gewone persoonsgegevens) in beginsel niet verboden is, kan dit wel een indicatie geven voor de etniciteit van een persoon. Wanneer de verwerking van de nationaliteit tot doel heeft om onderscheid te maken naar etnische afkomst (een bijzonder persoonsgegeven) wordt ook nationaliteit aangemerkt als een bijzonder persoonsgegeven. Dit geldt ook als het voor de verwerkingsverantwoordelijke redelijkerwijs voorzienbaar is dat de verwerking zal leiden tot het maken van onderscheid naar etnische achtergrond. Hiermee wordt voorkomen dat het verbod op verwerking van bijzondere persoonsgegevens wordt vermeden door slechts over nationaliteit te spreken, terwijl hiermee wel degelijk onderscheid zal worden gemaakt tussen personen op basis van hun afkomst.
Bent u bereid om in zorginstellingen structureel te laten registreren of bij agressie-incidenten sprake is van betrokkenheid van personen met een migratieachtergrond, zodat een volledig en objectief beeld ontstaat?
Zie ook mijn antwoord op vraag 2. Artikel 1 van de Grondwet en artikelen 5 tot en met 9 van de AVG sluiten voor zorginstellingen de mogelijkheid uit om te registreren of er bij agressie-incidenten sprake is van betrokkenheid van personen met een migratieachtergrond.
Bent u bereid in gesprek te gaan met ziekenhuizen en zorginstellingen om terughoudendheid bij het doen van aangifte van agressie en geweld tegen te gaan, zodat deze incidenten niet langer buiten beeld blijven en daders consequent kunnen worden aangepakt?
De verantwoordelijkheid voor een gezonde en veilige werkomgeving ligt bij werkgevers, hieronder valt ook adequaat beleid tegen agressie. Om werkgevers hierbij te ondersteunen zijn er vanuit het Ministerie van VWS in 2024 en 2025 bijeenkomsten georganiseerd over het doen van aangifte in de tien politieregio’s. Tijdens de bijeenkomsten gaven politie en OM uitleg over de Eenduidige Landelijke Afspraken, over de mogelijkheden voor werkgevers om aangifte te doen en over het aangifteproces. Ook sprak er in elke regio een best practice organisatie op het gebied van aangifte doen bij agressie.
Daarnaast heeft de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) subsidie gekregen om samen met andere beroepsverenigingen een handelingskader te ontwikkelen. Dat handelingskader geeft zorgverleners handvatten voor het omgaan met agressie, inclusief de verschillende mogelijkheden om te reageren naar de dader. Verder komt er een website waarop allerlei relevante informatie over agressie wordt gebundeld. Het handelingskader en de website zullen in Q2 van 2026 beschikbaar zijn voor de hele sector.
Tot slot ben ik voornemens om de aanpak van agressie, inclusief het doen van aangifte, onder de aandacht te blijven brengen van ziekenhuizen en andere zorginstellingen.
Deelt u de opvatting dat het veelvuldig voorkomen van agressie in de zorg door personen met een migratieachtergrond wijst op fundamentele integratieproblemen binnen bepaalde migrantengroepen, welke maatregelen bent u bereid te nemen om dit probleem bij de kern aan te pakken?
Zie antwoord op vraag 1.
Mogelijke misstanden binnen het Nederlandse uitzetbeleid voor vreemdelingen |
|
Lidewij de Vos (FVD) |
|
Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de uitzending van Ongehoord Nederland van 13 november jl.1 over het Nederlandse uitzetbeleid met betrekking tot vreemdelingen? Hoe beoordeelt u deze uitzending?1
Ja. Voor een oordeel verwijs ik u naar onderstaande beantwoording.
Hoeveel uitzettingsvluchten, zowel vrijwillig als gedwongen, zijn in 2023, 2024 en (tot nu toe in) 2025 geannuleerd? Kunt u een volledige uitsplitsing geven per maand, per categorie (vrijwillig of gedwongen) en per reden van annulering?
DTenV registreert niet of een geboekte vlucht ten behoeve van zelfstandig of gedwongen vertrek is aangevraagd.
In 2023 heeft de DTenV in totaal 5.920 vluchten geboekt. Hiervan zijn er 2.710 geannuleerd. De meest voorkomende redenen voor annulering in 2023 waren: onttrekken aan overheidstoezicht (920), het indienen van nieuwe procedures (560) of een omboeking naar een andere vlucht (350), (fysiek) verzet kort voorafgaand aan de vlucht (160).
In 2024 heeft de DTenV in totaal 6.400 vluchten geboekt. Hiervan zijn er 3.240 geannuleerd. De meest voorkomende redenen voor annulering in 2024 waren: onttrekken aan overheidstoezicht (1.520), het indienen van nieuwe procedures (610), een omboeking naar een andere vlucht (360) en (fysiek) verzet kort voorafgaand aan de vlucht (160).
In 2025 zijn tot en met november in totaal 5.590 vluchten geboekt door de DTenV. Hiervan zijn er 2.090 geannuleerd. De meest voorkomende redenen voor annulering waren: onttrekken aan overheidstoezicht (840), het indienen van nieuwe procedures (340), een omboeking naar een andere vlucht (400) en (fysiek) verzet kort voorafgaand aan de vlucht (60).
Klopt het dat in 2024 ongeveer de helft van alle geplande inbewaringstellingen geen doorgang vond, waarvan in 63 procent van de gevallen omdat de vreemdeling niet werd aangetroffen in het asielzoekerscentrum (azc)? Zo ja, hoe verklaart u dat deze vreemdelingen structureel afwezig waren op het geplande moment van uitzetten? Zo nee, welk percentage van de geplande inbewaringstellingen heeft geen doorgang gevonden en hoe verklaart en beoordeelt u dit?
De regievoerders van DTenV gaan na afwijzing van een asielaanvraag in gesprek met een vreemdeling. Indien de vertrektermijn (doorgaans is deze 28 dagen) is verstreken, en de vreemdeling niet meewerkt aan vertrek, kan bewaring aan de orde zijn. Dublinclaimanten krijgen geen vertrektermijn, maar hebben wel een verplichting om mee te werken aan overdracht. Indien in het dossier aanknopingspunten zijn dat de vreemdeling niet zal meewerken aan overdracht, wordt door de regievoerder een voorstel tot inbewaringstelling ingediend bij de ambtenaar van de DTenV die de inbewaringstelling uitvoert, de uitvoerend ambtenaar (UA). De inbewaringstelling van vreemdelingen die op een COA-locatie verblijven worden door de DTenV uitgevoerd. DV&O verricht de staandehouding op de COA-locatie en regelt de overbrenging naar een locatie voor gehoor. Daar wordt de vreemdeling door de UA van de DTenV in bewaring gesteld. De tenuitvoerlegging van bewaring vindt plaats in een detentiecentrum.
In 2024 zijn er 1.670 inbewaringstellingen gepland door de DTenV. Bij het grootste deel van deze inbewaringstellingen gaat het om Dublinclaimanten die in het kader van hun gedwongen overdracht in bewaring worden gesteld. 50% van deze geplande inbewaringstellingen heeft geen doorgang gevonden. De voornaamste reden voor het niet doorgaan van inbewaringstellingen is dat de vreemdeling niet is aangetroffen bij de staandehouding/met onbekende bestemming is vertrokken. Dit was aan de orde in 63% van het totaal aantal geannuleerde inbewaringstellingen in 2024.
Over de reden dat deze vreemdelingen niet werden aangetroffen op het geplande moment van staandehouding kan in zijn algemeenheid het volgende worden gezegd. Uit de Europese wetgeving en de daaruit voortvloeiende jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie volgen juridische vereisten voor inbewaringstelling. Bewaring is een laatste redmiddel (ultimum remedium) waarvoor strenge (motiverings)eisen gelden. Om vreemdelingen in bewaring te stellen moet er juridisch gezien altijd een (significant) risico op onderduiken aanwezig zijn. De doelgroep die dus voor inbewaringstelling in aanmerking komt heeft naar zijn aard dus altijd al een hoog risico om zich te onttrekken aan het toezicht. Om de kans op een succesvolle inbewaringstelling te vergroten wordt onder andere het tijdstip van een staandehouding nooit van te voren aangezegd en wordt getracht om de staandehouding vroeg op de dag in te plannen. Desondanks komt het helaas regelmatig voor dat vreemdelingen zich onttrekken aan het toezicht.
Kunt u uitsluiten dat medewerkers van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) vreemdelingen vooraf informeren over geplande uitzettingen door de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM), de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) of de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V)? Zo ja, hoe controleert u dat dit niet gebeurt? Zo nee, hoe beoordeelt u deze gang van zaken en hoe gaat u deze in de toekomst voorkomen?
Ik deel de zorg over het grote aantal geannuleerde inbewaringstellingen door toedoen van de vreemdeling. Echter, de suggestie dat COA medewerkers vreemdelingen in azc’s vooraf informeren wanneer ze worden opgehaald in het kader van hun gedwongen vertrekprocedure zodat deze vreemdelingen zich aan bewaring te kunnen onttrekken, is niet onderbouwd en herken ik niet.
Er wordt binnen de migratieketen voortdurend getracht om te voorkomen dat inbewaringstellingen moeten worden geannuleerd. Zoals in het antwoord op vraag 3 reeds is aangekaart, wordt het tijdstip van een staandehouding nooit van te voren gecommuniceerd met de vreemdeling en wordt getracht om de staandehouding vroeg op de dag in te plannen om de kans op een succesvolle inbewaringstelling te vergroten. Tevens worden ambtelijk aanvullende maatregelen verkend om inbewaringstelling breder toe te passen op specifieke doelgroepen – bijvoorbeeld op Dublinclaimanten die eerder in het kader van Dublin zijn overgedragen aan een EU-lidstaat, en opnieuw Nederland inreizen. Ook is in 2025 de capaciteit voor vreemdelingenbewaring uitgebreid – zodat meer vertrekplichtige vreemdelingen in vreemdelingenbewaring kunnen worden gesteld.
Hoeveel gevallen zijn bekend van vreemdelingen die niet in het azc werden aangetroffen op het geplande moment van uitzetten, maar later weer opdoken op dezelfde locatie of zich elders opnieuw meldden voor opvang?
Hier zijn geen cijfers over beschikbaar. Dit wordt niet geregistreerd.
Vertrekplichtige vreemdelingen die een azc verlaten voor het moment dat zij gedwongen zouden worden uitgezet, kunnen zich in de regel niet zomaar weer melden voor opvang op een azc. In de regel hebben vertrekplichtige vreemdelingen immers geen wettelijk recht meer op opvang. Wanneer een vreemdeling zich in een dergelijke situatie weer meldt bij het COA heeft het COA dan ook geen wettelijke verplichting meer op opvang te bieden. Van belang hieraan toe te voegen is dat de vreemdeling zich niet (weer) kan melden bij ieder willekeurig azc (of bij zijn of haar «laatste» azc). De vreemdeling moet zich melden in Ter Apel. Daar wordt bekeken of er een nieuw recht op opvang is ontstaan.
Nieuw recht op opvang kan bijvoorbeeld ontstaan bij een herhaalde asielaanvraag. Een vreemdeling heeft het recht een nieuwe asielaanvraag in te dienen. Er zijn afspraken en procedureregels die ervoor moeten zorgen dat de behandeling van herhaalde asielaanvragen snel plaatsvindt. Voorts meld ik wellicht ten overvloede dat met de asielnoodmaatregelenwet, die thans voorligt bij de Eerste Kamer, drie extra maatregelen worden ingevoerd die een efficiëntere behandeling van herhaalde aanvragen mogelijk maken.
Hoeveel vreemdelingen zijn in 2023, 2024 en (tot nu toe in) 2025 uit het zicht van de overheid verdwenen? Kunt u deze gegevens uitsplitsen naar nationaliteit en inreisroute?
In 2023 vertrokken ketenbreed 9.190 vreemdelingen zelfstandig zonder toezicht, in 2024 9.870 vreemdelingen en in 2025 tot en met november 6.990. De nationaliteiten van de vreemdelingen die zelfstandig zonder toezicht zijn vertrokken zijn als volgt.
1
Algerijnse
1.810
2
Marokkaanse
1.300
3
Syrische
540
4
Nigeriaanse
490
5
Moldavische
450
6
Tunesische
430
7
Somalische
280
8
Turkse
220
9
Iraakse
220
10
Eritrese
170
Overige nationaliteiten
3.270
1
Algerijnse
1.390
2
Syrische
920
3
Marokkaanse
910
4
Moldavische
590
5
Nigeriaanse
480
6
Oekraïense
450
7
Tunesische
440
8
Somalische
350
9
Turkse
330
10
Jemenitische
270
Overige nationaliteiten
3.720
1
Algerijnse
830
2
Syrische
740
3
Marokkaanse
580
4
Nigeriaanse
550
5
Turkse
400
6
Somalische
280
7
Moldavische
220
8
Iraakse
170
9
Tunesische
170
10
Eritrese
160
Overige nationaliteiten
2.900
Er vindt geen gestructureerde registratie plaats op basis waarvan gegevens kunnen worden gegeneerd over de inreisroute van vreemdelingen die zelfstandig zonder toezicht vertrekken
Hoe vaak komt het voor dat uit Nederland uitgezette vreemdelingen binnen enkele dagen of weken opnieuw in Nederland of bij Ter Apel verschijnen, al dan niet onder een nieuwe identiteit of met nieuwe reden voor een asielaanvraag?
Deze gegevens zijn niet beschikbaar. Uit de ervaringspraktijk van de migratieketen blijken geen signalen dat dit zich vaak voordoet bij vreemdelingen die zijn uitgezet naar hun land van herkomst, zijnde een derde land. Het kan echter niet worden uitgesloten dat dit op incidentele basis gebeurt.
Daarbij geldt dat het voor vreemdelingen doorgaans erg moeilijk is om opnieuw Nederland in te reizen nadat ze gedwongen zijn uitgezet naar hun land van herkomst. Deze vreemdelingen krijgen een inreisverbod opgelegd, waardoor zij voor de duur van het inreisverbod de Europese Unie niet meer legaal kunnen inreizen. Bovendien is inreis niet mogelijk als er niet voldaan wordt aan de overige toegangsvoorwaarden, zoals een visum.
Daarnaast is het zo dat ook na een initiële terugkeer naar een land van herkomst nieuwe feiten en omstandigheden zich kunnen voordoen waardoor iemand opnieuw bescherming nodig heeft. Het recht om asiel aan te vragen vervalt dan ook niet na uitzetting. Dat volgt ook zo uit internationale wet- en regelgeving. Echter, dit zal zich niet snel kunnen voordoen in het (theoretische) geval de vreemdeling zich binnen enkele dagen of weken ná terugkeer opnieuw in Nederland meldt.
Herhaalde uitzetting na een Dublinoverdracht binnen het Schengengebied en uitzetting van EU-onderdanen komt wel voor. Hiertoe wordt verwezen naar het antwoord op vraag 9.
Over de mogelijkheid om met een nieuwe identiteit weer in Nederland te verschijnen kan ik in zijn algemeenheid het volgende zeggen. Om te voorkomen dat vreemdelingen na een uitzetting opnieuw Nederland in kunnen reizen en een nieuwe asielaanvraag kunnen doen, gebruikmakend van een nieuwe identiteit, wordt onder andere Eurodac geraadpleegd bij registratie van vreemdelingen door de autoriteiten. In Eurodac worden vingerafdrukken en het geslacht van vreemdelingen die een asielaanvraag doen opgeslagen. Op basis van Eurodac kan dus worden vastgesteld of een vreemdeling al eerder in Nederland of een andere EU-lidstaat of Schengenland asiel heeft aangevraagd. Onder de nieuwe Eurodac-verordening, die per 12 juni 2029 van toepassing zal zijn, zullen nieuwe categorieën van persoonsgegevens in Eurodac worden opgeslagen, zoals naam, geboorteplaats en -datum, nationaliteit, nummers of kopieën van identiteitsbewijzen en reisdocumenten en ook gezichtsopnames.
Op welke gegevens baseert u uw antwoord op vraag 7?
Zie antwoord vraag 7.
Kunt u aangeven hoeveel vreemdelingen in de afgelopen vijf jaar meermaals zijn uitgezet? Bij hoeveel personen was dit meer dan twee keer? Wat zijn de vijf meest voorkomende nationaliteiten in deze situatie?
In de periode 2021 tot en met november 2025 hebben 11.110 gedwongen vertrekken plaatsgevonden vanuit de caseload van de DTenV. Dit betrof 9.660 unieke personen.
530 personen zijn twee maal in de betreffende periode gedwongen vertrokken. 280 personen zijn drie keer of meer gedwongen vertrokken.
Top 5 nationaliteiten drie keer of meer gedwongen vertrek in de betreffende periode:
Deze aantallen zijn inclusief de gedwongen overdrachten van Dublinclaimanten naar andere lidstaten en gedwongen terugkeer naar EU-landen of Schengenlanden. Voor deze categorieen vreemdelingen geldt dat vanwege het vrij verkeer van personen binnen Schengen niet uitgesloten kan worden dat zij terugkeren naar Nederland.
Kijkend naar uitzettingen exclusief de gedwongen overdrachten van Dublinclaimanten, en gedwongen terugkeer naar EU-landen en Schengenlanden ontstaat er een ander beeld.
In de periode 2021 tot en met november 2025 hebben 2.570 gedwongen vertrekken plaatsgevonden vanuit de caseload van de DTenV naar derde landen. Er vonden dus in deze periode 2.570 gedwongen vertrekken plaats, niet zijnde overdrachten van Dublinclaimanten, gedwongen vertrekken naar EU-landen of gedwongen vertrekken naar Schengenlanden. Dit betrof 2.550 unieke personen.
20 personen zijn twee maal in de betreffende periode gedwongen vertrokken. <5 personen zijn drie keer of meer gedwongen vertrokken.
Top 3 nationaliteiten twee keer of meer gedwongen vertrek in de betreffende periode:
Welke maatregelen neemt u om misbruik van de Dublinverordening te voorkomen, gelet op signalen dat vreemdelingen die naar bijvoorbeeld Kroatië, Bulgarije of Italië worden teruggestuurd, vrijwel direct weer naar Nederland terugkeren? Kunt u bevestigen dan wel ontkennen dat deze signalen kloppen?
We herkennen deze signalen en delen de zorgen die hierover bestaan. Als blijkt dat vreemdelingen eerder in het kader van Dublin zijn overgedragen aan een EU-lidstaat, en opnieuw Nederland inreizen, kan opnieuw worden gewerkt aan hun overdracht naar de EU-lidstaat. De IND moet dan een nieuw claimverzoek naar de betreffende EU-lidstaat sturen. Bij akkoord van de EU-lidstaat kan de vreemdeling opnieuw worden overgedragen. Tot die tijd heeft de vreemdeling recht op opvang. Dit recht vloeit voort uit de opvangrichtlijn. Tevens wordt op dit moment ingezet op de mogelijkheid om Dublinclaimanten, die al eerder gedwongen zijn overgedragen aan een andere lidstaat en opnieuw Nederland inreizen, eerder in bewaring te stellen.
Klopt het bericht dat Duitsland de afgelopen drie maanden meer dan 150 personen bij de Nederlandse grens heeft gezet zonder formele overdracht aan de Koninklijke Marechaussee?2 Zo ja, wat doet Nederland met deze personen? Hoeveel van deze personen verblijven op dit moment in Nederland?
Alle overdrachten van vreemdelingen door Duitsland aan Nederland vinden plaats middels formele overdracht. Een formele overdracht kan plaatsvinden middels een overdracht waarbij een persoon fysiek wordt overgedragen door de Duitse autoriteiten aan de Nederlandse autoriteiten, of een overdracht waarbij deze fysieke overdracht niet plaatsvindt. De Koninklijke Marechaussee (KMar) registreert enkel of er een overdracht plaatsvindt, en niet of de door Duitsland geweigerde personen met of zonder fysieke overdracht worden overgedragen. In de periode van 9 december 2024 tot en met 8 september 2025 zijn in totaal 690 vreemdelingen door Duitsland aan Nederland overgedragen.
Personen die worden overgedragen door Duitsland aan Nederland – ook de personen die niet fysiek worden overgedragen – kunnen zich na overdracht veelal vrij in Nederland bewegen. Er wordt niet bijhouden hoeveel personen, die niet fysiek zijn overgedragen aan Nederland, op dit moment nog in Nederland verblijven.
Kunt u een overzicht verstrekken van de totale kosten voor mislukte uitzettingen in de jaren 2023, 2024 en (tot nu toe in) 2025? Kunt u hierbij alle kosten meenemen, waaronder de inzet van AVIM, DV&O, DT&V, tolken en medische begeleiding, maar ook geboekte vluchten, hotelovernachtingen, retourtickets van begeleiders en juridische kosten? Kunt u deze kosten volledig uitsplitsen?
De kosten van annuleringen hangen nauw samen met individuele eigenschappen van een zaak en raken diverse uitvoeringsorganisaties zoals DTenV, KMar en de Dienst Vervoer en Ondersteuning. Er is daarom geen overkoepelend beeld van deze kosten en uitsplitsing is niet mogelijk.
Gezien de weerbarstigheid van terugkeerprocedures werkt DTenV in de regel met tickets die gewijzigd of geannuleerd kunnen worden, zodat kosten bespaard worden in het geval een uitzetting niet doorgaat. De keuze voor het soort ticket wordt door experts in de uitvoering gemaakt op basis van de individuele omstandigheden van de zaak.
Hoeveel vreemdelingen hebben zich in 2023, 2024 en (tot nu toe in) 2025 daadwerkelijk gemeld op het moment dat zij een vrijwillige terugkeer hadden afgesproken? Hoeveel vreemdelingen kwamen niet opdagen?
DTenV registreert niet of een geboekte vlucht ten behoeve van zelfstandig of gedwongen vertrek is aangevraagd.
In 2023 is 54% van de geboekte vluchten voor zowel zelfstandig als gedwongen terugkeer doorgegaan en 16% van alle geboekte vluchten is geannuleerd vanwege onttrekken aan overheidstoezicht.
In 2024 is 49% van de geboekte vluchten doorgegaan en 24% van alle geboekte vluchten is geannuleerd vanwege onttrekken aan overheidstoezicht.
In 2025 t/m november is 63% van de geboekte vluchten doorgegaan en 15% van alle geboekte vluchten is geannuleerd vanwege onttrekken aan overheidstoezicht.
Hoe vaak zijn uitzettingen in 2023, 2024 en (tot nu toe in) 2025 afgebroken vanwege een vermeende medische noodsituatie, een lastminute-interventie van een advocaat, weigering van de gezagvoerder om te vliegen of verstoringen door medepassagiers of activisten? Kunt u deze cijfers volledig uitsplitsen?
De reden van annulering van een vlucht wordt niet zodanig specifiek geregistreerd. In bredere zin kan het volgende aangegeven worden omtrent de reden van annulering:
Kunt u aangeven waarom Rotterdam The Hague Airport, dat naast het uitzetcentrum in Rotterdam ligt, niet wordt gebruikt voor uitzetvluchten? Welke logistieke en financiële voordelen zou het gebruik hiervan opleveren?
Vanuit de Luchthaven Schiphol wordt er frequent op meerdere bestemmingen gevlogen in landen waarnaar wordt uitgezet of overgedragen. Momenteel zijn er daarom geen financiële of logistieke voordelen om deze vluchten vanuit Rotterdam The Hague Airport te faciliteren. Om die reden is Rotterdam The Hague airport, in tegenstelling tot Schiphol, qua faciliteiten niet ingericht om uitzetvluchten te faciliteren. In incidentele gevallen, kan een uitzetting of overdracht mogelijk ook plaatsvinden op een ander in Nederland gelegen luchthaven.
Deelt u de mening dat Nederland fungeert als magneet voor asielzoekers als uitzettingen in de praktijk nauwelijks worden uitgevoerd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u concreet doen om het uitzetbeleid te verbeteren?
Ik deel de mening dat succesvol (vrijwillig dan wel gedwongen) vertrek van uitgeprocedeerde vreemdelingen een groot belang heeft. In Nederland maar ook in de rest van de EU zijn de aantallen van gerealiseerd vertrek lager dan gewenst. Ik zie dat er in de uitvoeringspraktijk hard wordt gewerkt om meer gerealiseerd vertrek te realiseren en dat de keten hier ook succes op boekt.
In de voorgaande jaren is ketenbreed ook een stijging te zien in het aantal vreemdelingen dat gedwongen is uitgezet. In 2023 werden 5.130 vreemdelingen gedwongen uitgezet. In 2024 waren dit er 5.870. In 2025 tot en met november waren dit er 5.210.
Zoals bij uw Kamer bekend, zet dit kabinet in op het beperken van migratie naar Nederland. De buitengrensprocedures uit het Asiel- en Migratiepact bieden hiertoe handvatten en het versterken van de Europese buitengrenzen is voor Nederland een belangrijke prioriteit. Tevens vormt de nieuwe terugkeerverordening – die zich op dit moment in de onderhandelingsfase in de EU bevindt – het sluitstuk van het Europese migratiebeleid. In de nieuwe terugkeerverordening krijgen lidstaten meer mogelijkheden om terugkeer van vertrekplichtige vreemdelingen te realiseren.
Dit kabinet zet zich sterk in voor het intensiveren van terugkeer van vreemdelingen zonder verblijfsrecht. Dit doet het kabinet langs verschillende sporen. Zo wordt ingezet op het verbeteren van de terugkeersamenwerking met belangrijke landen van herkomst. Ook wordt gewerkt aan het strafbaar maken van niet meewerken aan vertrek. Daarnaast is in 2025 de capaciteit voor vreemdelingenbewaring uitgebreid – zodat meer vertrekplichtige vreemdelingen in vreemdelingenbewaring kunnen worden gesteld.
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk, zo volledig mogelijk en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Ja. Enkel waar dat dienstig was voor de beantwoording zijn vragen samengevoegd.