Kamervraag 2026Z22884

Buitenlandplaatsingen in de jeugdhulp naar aanleiding van X-post van de minister

Ingediend 23 oktober 2026
Indiener Nicole Moinat (PVV)
Onderwerpen jongeren sociale zekerheid zorg en gezondheid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z22884.html
  • Vraag 1
    Deelt u de mening dat u als Minister stelselverantwoordelijk bent voor een goed functionerend jeugdstelsel en daarmee verantwoordelijkheid draagt voor de kwaliteit, veiligheid en rechtsbescherming van jeugdhulp aan Nederlandse jeugdigen, ook wanneer gemeenten deze hulp inkopen en jeugdigen in het buitenland worden geplaatst? Zo nee, kunt u nauwkeurig uiteenzetten waar uw verantwoordelijkheid eindigt en die van gemeenten begint?1
  • Vraag 2
    Deelt u de mening dat gemeenten die jeugdhulp in het buitenland inkopen verantwoordelijk zijn voor het vooraf controleren en gedurende de plaatsing bewaken van de kwaliteit, veiligheid en rechtsbescherming, waaronder de vergunningen, het gekwalificeerd personeel, het toezicht, de klachtenprocedures, de vrijheidsbeperkende maatregelen en de feitelijke veiligheid van de locatie? Zo nee, waarom niet?
  • Vraag 3
    Welke concrete controles moeten gemeenten uitvoeren voordat zij een jeugdige bij een buitenlandse jeugdhulpaanbieder plaatsen en gedurende de plaatsing blijven uitvoeren?
  • Vraag 4
    Hoe zijn volgens u in het gedwongen kader de verantwoordelijkheden voor de plaatsing, de kwaliteit, de veiligheid, de rechtsbescherming en het toezicht precies verdeeld tussen de gemeente, de gecertificeerde instelling (GI), de jeugdhulpaanbieder en een eventuele plaatsingscoördinator? Acht u deze verantwoordelijkheidsverdeling op dit moment voldoende duidelijk en is voor iedere plaatsing ondubbelzinnig vastgelegd wie waarvoor verantwoordelijk en aanspreekbaar is? Zo nee, welke maatregelen gaat u nemen om deze verantwoordelijkheden te verduidelijken?
  • Vraag 5
    Welke instantie controleert of gemeenten deze verantwoordelijkheid daadwerkelijk nakomen en welke instantie kan ingrijpen wanneer dit onvoldoende gebeurt? Welke verantwoordelijkheid heeft u als stelselverantwoordelijk Minister wanneer blijkt dat deze controle tekortschiet?
  • Vraag 6
    Acht u het aanvaardbaar dat Nederlandse jeugdigen in het buitenland worden geplaatst wanneer niet kan worden gegarandeerd dat daar voldoende toezicht bestaat op de kwaliteit van zorg, veiligheid en rechtsbescherming? Zo ja, waarom?
  • Vraag 7
    Kunt u garanderen dat voor iedere Nederlandse jeugdige die momenteel in het buitenland verblijft in het kader van jeugdhulp aantoonbaar is vastgesteld dat de betreffende instelling aan de geldende kwaliteits- en veiligheidseisen voldoet en dat duidelijk is welke instantie daadwerkelijk toezicht houdt? Zo nee, hoeveel jeugdigen verblijven momenteel op locaties waarvoor dit niet aantoonbaar kan worden gegarandeerd?
  • Vraag 8
    Hoe kan een gemeente naar uw oordeel verantwoord besluiten een jeugdige in het buitenland te plaatsen wanneer Nederlandse toezichthouders daar niet dezelfde toezichtsmogelijkheden hebben als bij jeugdhulp in Nederland? Deelt u de opvatting dat onvoldoende zicht op de kwaliteit, veiligheid en rechtsbescherming een onaanvaardbaar risico vormt? Zo nee, waarom niet?
  • Vraag 9
    Kunt u aangeven hoeveel Nederlandse jeugdigen momenteel voor jeugdhulp in het buitenland verblijven, uitgesplitst naar land, gemeente, jeugdhulpaanbieder en type jeugdhulp? Kunt u daarbij per plaatsing aangeven op welke wijze vooraf is gecontroleerd of de aanbieder over de vereiste vergunningen beschikt, aan de geldende kwaliteits- en veiligheidseisen voldoet en onder welk toezicht deze plaatsing valt?
  • Vraag 10
    Welke maatregelen neemt u ten aanzien van Nederlandse jeugdigen die momenteel in het buitenland verblijven wanneer niet aantoonbaar kan worden vastgesteld dat hun veiligheid, rechtsbescherming en de kwaliteit van de geboden jeugdhulp voldoende zijn geborgd?
  • Vraag 11
    Bent u bereid te stoppen met nieuwe plaatsingen van Nederlandse jeugdigen voor jeugdhulp in het buitenland en ervoor te zorgen dat passende jeugdhulp voor deze jeugdigen in Nederland beschikbaar is? Zo nee, waarom niet?
  • Vraag 12
    Welke concrete juridische belemmeringen bestaan er volgens u om nieuwe buitenlandplaatsingen volledig te beëindigen? Kunt u per belemmering aangeven uit welke nationale of internationale wettelijke of verdragsrechtelijke bepaling deze voortvloeit?
  • Vraag 13
    Welke bepalingen uit het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) zouden er volgens u aan in de weg kunnen staan dat Nederland als uitgangspunt hanteert dat Nederlandse jeugdigen jeugdhulp in Nederland ontvangen? Kunt u dit per bepaling juridisch onderbouwen?
  • Vraag 14
    Indien u van mening bent dat het IVRK of andere internationale verplichtingen vereisen dat in uitzonderlijke gevallen plaatsing in het buitenland mogelijk moet blijven, kunt u dan aangeven in welke concrete situaties daarvan sprake kan zijn en waarom de benodigde passende hulp in die situaties niet in Nederland georganiseerd kan worden?
  • Vraag 15
    Deelt u de mening dat het feit dat bepaalde specialistische jeugdhulp momenteel mogelijk onvoldoende beschikbaar is in Nederland geen reden mag zijn om Nederlandse jeugdigen naar het buitenland te plaatsen, maar aanleiding moet zijn om de noodzakelijke capaciteit in Nederland te organiseren? Zo nee, waarom niet?
  • Vraag 16
    Welke maatregelen gaat u nemen om te voorkomen dat opnieuw Nederlandse jeugdigen worden geplaatst bij buitenlandse instellingen waarvan vergunningen, toezicht, kwaliteit of veiligheid onvoldoende zijn geborgd?
  • Vraag 17
    Bent u bereid vanuit uw stelselverantwoordelijkheid de regie te nemen om te waarborgen dat Nederlandse jeugdigen de noodzakelijke jeugdhulp in Nederland kunnen ontvangen en dat gemeenten niet langer genoodzaakt zijn hiervoor uit te wijken naar buitenlandse aanbieders? Zo nee, waarom niet?

Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z22884
Volledige titel: Buitenlandplaatsingen in de jeugdhulp naar aanleiding van X-post van de minister