Bent u bekend met het artikel «Druk op politie, OM en rechters leidt tot lagere straffen»?1 Wat is uw reactie op de geschetste problematiek en herkent u het beeld dat de toenemende druk op de strafrechtketen ertoe leidt dat veroordeelden strafvermindering krijgen vanwege overschrijding van de redelijke termijn?
Vraag 2
In hoeveel procent van de strafzaken wordt strafvermindering toegepast vanwege overschrijding van de redelijke termijn? Kunt u hiervan cijfers over de afgelopen vijf jaar verstrekken? Als exacte cijfers ontbreken, kunt u dan een onderbouwde indicatie geven?
Vraag 3
Wat is de gemiddelde strafvermindering die wordt toegepast vanwege overschrijding van de redelijke termijn, zowel in absolute zin als procentueel ten opzichte van de straf die zonder termijnoverschrijding zou zijn opgelegd? Kunt u hierbij onderscheid maken tussen verschillende soorten straffen?
Vraag 4
Welk percentage van de strafzaken waarin strafvermindering wordt toegepast vanwege termijnoverschrijding betreft ernstige delicten, waaronder geweldsdelicten, zedendelicten, drugscriminaliteit en high impact crimes? Kunt u dit uitsplitsen naar delictcategorie?
Vraag 5
Hoe beoordeelt u de stelling in het artikel dat de strafvermindering vanwege termijnoverschrijding in de regel beperkt is, gelet op de genoemde voorbeelden waarin aanzienlijke strafvermindering is toegepast, waaronder de zaak van een drugsdealer uit Helmond? Deelt u de opvatting dat dergelijke strafverminderingen moeilijk als beperkt kunnen worden aangemerkt?
Vraag 6
In het artikel wordt gewezen op de toenemende complexiteit van strafzaken als verklaring voor de langere doorlooptijden; waaruit bestaat deze toegenomen complexiteit precies? Welke factoren spelen hierin de grootste rol en in hoeverre dragen deze aantoonbaar bij aan de langere doorlooptijden?
Vraag 7
Ziet u mogelijkheden om door een gerichtere inzet van enkelvoudige strafkamers, in plaats van meervoudige strafkamers, de beschikbare zittingscapaciteit efficiënter te benutten en daarmee de doorlooptijden te verkorten? Zo ja, welke concrete maatregelen bent u bereid te treffen en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
Ziet u mogelijkheden om digitale of online strafzittingen vaker in te zetten om de beschikbare zittingscapaciteit efficiënter te benutten en de doorlooptijden te verkorten, met behoud van de rechten van verdachten en slachtoffers? Zo ja, welke concrete maatregelen bent u bereid te treffen en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Welke andere concrete efficiencymaatregelen ziet u om de doorlooptijden binnen de strafrechtketen terug te dringen? Welke maatregelen worden momenteel al uitgevoerd, welke aanvullende maatregelen acht u noodzakelijk en welk tijdpad hanteert u daarbij?
Vraag 10
Deelt u de opvatting dat het bijzonder onwenselijk is wanneer daders van ernstige criminaliteit, waaronder geweldsdelicten, zedendelicten, drugscriminaliteit en high impact crimes, strafvermindering krijgen doordat de strafrechtketen onvoldoende in staat is hun zaken tijdig af te handelen? Bent u bereid met de betrokken ketenpartners concrete afspraken te maken om termijnoverschrijdingen in deze zaken met voorrang te voorkomen, zodat strafvermindering vanwege lange doorlooptijden zo veel mogelijk wordt tegengegaan? Zo ja, welke afspraken en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z22754
Volledige titel: Strafvermindering als gevolg van lange doorlooptijden in de strafrechtketen