| Ingediend | 4 september 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 11 september 2026 (na 7 dagen) |
| Indieners | Chris Jansen (PVV), Caroline van der Plas (BBB) |
| Beantwoord door | van Essen |
| Onderwerpen | natuur en milieu organisatie en beleid ruimte en infrastructuur ruimtelijke ordening |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z17994.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-3036.html |
Het PBL heeft in de periode dat het werkte aan de reflectie geen conceptteksten met mij of mijn ministerie gedeeld. Dit past bij de onafhankelijke rol en positie van het PBL. Daarbij hoort ook dat het PBL zelf bepaalt op welke manier en op welke wijze het PBL zijn rapporten naar buiten brengt. Dit gebeurt conform de Aanwijzingen voor de Planbureaus (Staatscourant 21-02-2012, 3200). Tijdens het constituerend beraad van het kabinet is besloten dat het PBL een officiële adviesrol heeft voor de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof.
Het rapport is op 2 september, de avond voor publicatie, ambtelijk met LVVN gedeeld. Er heeft op dat moment geen inhoudelijk contact met het PBL plaatsgevonden.
Ik neem aan dat u doelt op de vraag over mijn contacten met het PBL van het lid Kostić (PvdD), gesteld tijdens een ordedebat aan het begin van het commissiedebat. De heer Jansen heeft zich bij die vraag van het lid Kostić aangesloten. Ik heb tijdens het debat geantwoord dat het PBL een onafhankelijk instituut is en dat het PBL het ministerie heeft geïnformeerd dat dit hun werkwijze is. Daarnaast heb ik aangegeven dat het ongenoegen van Kamerleden over de werkwijze van het PBL zou worden overgebracht. Dit is inmiddels gebeurd.
Zie antwoord vraag 2.
Zie antwoord vraag 2.
Ja, zie hierboven.
Tot mijn spijt is dit niet gelukt.