| Ingediend | 17 augustus 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 18 september 2026 (na 32 dagen) |
| Indiener | Jan Arie Koorevaar (CDA) |
| Beantwoord door | van Essen |
| Onderwerpen | landbouw natuur en milieu organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16941.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20262027-37.html |
Ik ben bekend met het Nieuwsbericht van Omroep Zeeland. De verdiepingsbijlage bij de Kamerbrief «Weer ruimte voor boer, natuur en stikstof» bevat een voorlopige lijst van 121 Natura 2000-gebieden waarvoor wordt onderzocht of een zone daar van toegevoegde waarde is. Zoals in de brief benoemd is een zone niet voor al deze gebieden nuttig en/of nodig. De gebiedskennis van provincies is nodig om daar conclusies over te trekken. Zonering kan bijvoorbeeld niet relevant zijn voor een gebied omdat verslechtering kan worden uitgesloten of omdat dit niet samenhangt met agrarische activiteiten en grondgebruik in de zone. Dat gaat niet alleen over stikstofoverbelasting, maar bijvoorbeeld ook over problemen rond waterkwaliteit of verdroging. Het doel is om enkel tot zonering over te gaan voor gebieden waar dit ook aantoonbaar nodig is. Op dit moment doorlopen we, gezamenlijk met provincies, een zorgvuldig proces om tot een aangepaste lijst gebieden te komen. Voor een deel van de gebieden die op de groslijst staan zullen we met de provincies kunnen concluderen dat een zoneringsaanpak vanuit het Rijk daar niet passend is. Ik stel uw Kamer daar eind oktober per brief van op de hoogte.
Zie antwoord vraag 1.
Zie antwoord vraag 1.
Het kabinet heeft een maatregelenpakket gepresenteerd, waar zonering een onderdeel van is, om Nederland weer in beweging te krijgen. Het doel van dit pakket is om boeren duidelijkheid te geven en de natuur te herstellen zodat vergunningen weer verleend kunnen worden. Enkel het voorkomen van stikstofgevoelige natuur is onvoldoende reden om tot zonering over te gaan. Zonering is een passende maatregel wanneer een Natura 2000-gebied habitats kent die druk ervaren van landbouwgerelateerde activiteiten. Dat wil zeggen dat er aantoonbaar sprake moet zijn van (dreigende) verslechtering en landbouwactiviteiten in de zone daar een rol in spelen. Dat gaat niet alleen over stikstof, maar kan bijvoorbeeld ook gaan over onvoldoende waterkwaliteit door het afspoelen van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen, of over verdroging als gevolg van landbouwkundig gebruik.
Dit klopt, de verdiepingsbijlage bij hoofdlijn 3 van de Kamerbrief «weer ruimte voor boer, natuur en bouw» spreekt van een voorlopige lijst met stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, inclusief een verwachting dat daar nog gebieden vanaf vallen. De lijst in deze bijlage is dus geen lijst van overbelaste gebieden waar een zone omheen komt maar een indicatieve lijst van Natura 2000-gebieden waar mogelijk een zone omheen komt.
Deze gebieden zijn nog niet aangewezen, maar maken onderdeel uit van een lijst gebieden waarvoor wordt onderzocht of een zone rondom het gebied een passende maatregel is voor het oplossen van de knelpunten en drukfactoren zoals geconcludeerd in de natuurdoelanalyses. Dat kan ook betrekking hebben op drukfactoren anders dan overbelasting met stikstofdepositie. Een gebied kan bijvoorbeeld ook druk ervaren als gevolg van onvoldoende waterkwaliteit of verdroging.
Zoals in de brief benoemd is een zone niet voor al deze gebieden nuttig en/of nodig. De gebiedskennis van provincies is nodig om daar conclusies over te trekken. Daarvoor moet een zorgvuldig proces worden doorlopen, waarbij op basis van feitelijke informatie conclusies moeten worden getrokken. Ik stel uw Kamer daar eind oktober per brief van op de hoogte.
Het kabinet heeft ervoor gekozen om in principe rondom gehele Natura 2000-gebieden te zoneren, waarbij wordt gestuurd op een andere vorm van landbouw die past bij het Natura 2000-gebied in plaats van een meer technische vorm van sturing op het exact voldoen van de ecologische opgave per gebied. Op deze manier wordt integraal ingezet op alle relevante drukfactoren. Enkel zo kan vanuit de landbouw worden gedaan wat nodig is om de natuur te herstellen en de vergunningverlening los te trekken. Dat gaat niet altijd over het verminderen van stikstofemissies. Ook mestgebruik kan problemen veroorzaken voor lokale bodem- en waterkwaliteit, gewasbeschermingsmiddelen kunnen druk uitoefenen op de instandhouding van soorten en habitats en wateronttrekking kan een gebied doen verdrogen. Met regels in de zone sturen we op een vorm van landbouw die deze druk niet veroorzaakt. Dit garandeert een robuuste zone die voldoende doet voor het Natura 2000-gebied. Een ruime zone rondom het hele gebied vergroot, gelet op de aaneenschakeling van percelen, ook de mogelijkheden voor een extensief landbouwperspectief en voorkomt dat de grenzen van de zone blijven wijzigen bij wijzigingen in de habitatkartering of herijking van de staat van de natuur. Provincies kunnen mogelijk in het kader van een omwisselbesluit ruimte vinden om met een gerichtere zonering hetzelfde effect op het gebied te bewerkstelligen.
Ik ben in gesprek met agrarische partijen, natuurbeheerders medeoverheden en andere betrokkenen over de concretisering van de beleidsvoornemens voor de zoneringsaanpak. We doorlopen gebiedscasussen met medeoverheden en boeren om te toetsen wat dit beleidsvoornemen in de praktijk doet, er lopen reguliere gesprekken met maatschappelijke partijen, en er zijn regiosessies gehouden door het hele land om provincies, waterschappen en gemeenten goed te informeren over de inhoud van de zoneringsaanpak, waardoor zij deze boodschap naar de lokale boeren waar ze veel mee in gesprek zijn kunnen uitdragen. Ik ga daarnaast op korte termijn met de medeoverheden in gesprek over de definitieve selectie van Natura 2000-gebieden, de concretisering van de rijksinstructieregels en de uitgangspunten voor het proces en de kaders van de omwisselbeslissing. Ik stel uw Kamer daar eind oktober per brief van op de hoogte. Het kabinet heeft sinds de presentatie van het maatregelpakket daarnaast een brede communicatiestrategie ingezet om boeren, medeoverheden, adviseurs en andere betrokkenen te informeren en vragen te beantwoorden. Deze inzet omvat interviews, werkbezoeken en webinars voor medeoverheden, alsmede ondersteuning via het informatiepunt stikstof en Natura2000 van BIJ12 en het klantcontactcentrum van RVO. Daarnaast vindt er regelmatig ambtelijk overleg plaats met diverse stakeholders. Naast informatie op Rijksoverheid.nl is informatie geplaatst op de website Groeiennaarmorgen.nl van LVVN, die speciaal gericht is op agrarische ondernemers. Melkveehouders kunnen hier bijvoorbeeld via de kringloopwijzer een eerste inzicht krijgen in hun emissies op bedrijfsniveau. De komende weken wordt de communicatie verder uitgebreid. Voorzien is onder meer een internetconsultatie over het wetsvoorstel KDW uit de wet en de zienswijzeprocedure rondom het onderliggende programma van maatregelen. Ook worden op onslevendlandschap.nl en groeiennaarmorgen.nl vragen beantwoord die leven rondom het pakket maatregelen beantwoord. Deze vragen en antwoorden worden de komende periode telkens uitgebreid.
De schriftelijke vragen van het lid Koorevaar (CDA) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (2026Z16941, ingezonden 17 augustus 2026) over zonering rondom Natura 2000-gebieden kunnen vanwege de benodigde afstemming niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. Uw Kamer ontvangt de antwoorden zo spoedig mogelijk.