Kamervraag 2026Z16538

Het Instituut Mijnbouwschade Groningen

Ingediend 28 juli 2026
Beantwoord 26 augustus 2026 (na 29 dagen)
Indiener Sandra Beckerman (SP)
Beantwoord door Pieter Heerma (CDA)
Onderwerpen bodem economie natuur en milieu overige economische sectoren
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16538.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2766.html
  • Vraag 1
    Heeft u kennisgenomen van de artikelen in Dagblad van het Noorden van 25 juli 2026 over de interne kritiek op het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) en de ervaringen van gedupeerden met vastgelopen dossiers? Deelt u de conclusie dat de inrichting van het huidige stelsel inherent op gespannen voet staat met de opdracht om de schadeafhandeling milder, menselijker en makkelijker te maken?1

    Ik heb kennisgenomen van de publicaties in het Dagblad van het Noorden. Daarin spreekt onder meer een aantal (voormalig) medewerkers haar zorgen uit over de schadeafhandeling door het IMG. Sommige zorgen herken ik, bijvoorbeeld over het langzaam op gang komen van de nieuwe herstelregelingen. Hiervoor zijn ook de benodigde acties ondernomen. Inmiddels zien we dat de uitvoering steeds meer op gang komt.
    In het artikel wordt tevens opgemerkt dat de veelheid aan wijzigingen en nieuwe regelingen van de afgelopen jaren op zichzelf al tot vertraging en onduidelijkheid hebben geleid, zowel bij bewoners als bij medewerkers in de uitvoering. Dat is ook één van de redenen dat ik heb aangegeven nu bewust te kiezen voor stabiliteit in de uitvoering, zodat het IMG zich kan concentreren op het zo goed mogelijk helpen van gedupeerden.
    De conclusie dat de inrichting van het huidige stelsel inherent op gespannen voet zou staan met een mildere, menselijkere en makkelijkere schadeafhandeling deel ik niet, evenmin dat het IMG hier niet naar zou willen of kunnen handelen. Binnen de geldende kaders bestaat juist veel ruimte om schades ruimhartig af te handelen. Ik zie ook dat het IMG hier voortvarend invulling aan geeft. De organisatie heeft de afgelopen jaren ongeveer 700.000 schademeldingen afgehandeld en bijna 3,5 miljard euro uitgekeerd. Daarnaast zijn mede naar aanleiding van Nij Begun nieuwe regelingen ontwikkeld en geïmplementeerd, waarbij ook hard is gewerkt aan het verbeteren van de dienstverlening, met meer persoonlijk contact en een aanvragersgerichte aanpak. Rapporten, zoals de Staat van Groningen & Noord-Drenthe en de Bouwen aan Herstel-monitor, laten ook zien dat dit heeft geleid tot een toenemende tevredenheid over en vertrouwen in de schadeafhandeling.
    Dit laat onverlet dat het duidelijk is dat de opgave in Groningen groot en complex is en daarin soms dingen niet goed gaan. Wanneer dat gebeurt, is het belangrijk om dat te erkennen en het in de toekomst beter te doen. Het IMG blijft hier alert op en verbeteringen doorvoeren waar nodig.

  • Vraag 2
    Hoe rijmt u de beschrijving van een eigen medewerker dat het IMG «in de kern een keiharde, juridische organisatie» is, en het gevoel van bewoners dat het loket «oogkleppen op heeft en alleen naar een toetsenbord kijkt», met de opdracht om de schadeafhandeling milder, menselijker en makkelijker te maken?

    Zie antwoord vraag 1.

  • Vraag 3
    Deelt u de mening dat een verhouding waarbij bijna de helft van het geld niet bij gedupeerden terechtkomt, symptomatisch is voor een fundamenteel verkeerd ingericht stelsel van schadeafhandeling? Welk percentage uitvoeringskosten acht u wel acceptabel voor een publieke schadeorganisatie?

    Het klopt niet dat bijna de helft van de uitgaven in de schadeafhandeling opgaan aan uitvoeringskosten. In 2025 heeft het IMG ca. € 640 mln. aan schade-vergoedingen uitgekeerd en daarnaast ca. € 298 mln. aan uitvoeringskosten gemaakt.2 In totaal ging vorig jaar dus iets minder dan een derde van de totale uitgaven in de schadeafhandeling naar de uitvoering. Daarbij vind ik het belangrijk om te benadrukken dat uitvoeringskosten nooit ten koste gaan van de schadevergoeding die aan gedupeerden wordt uitgekeerd. Ook het beeld dat de uitvoeringskosten relatief hoog zouden zijn, verdient nuancering. Een externe evaluatie in 2022 concludeerde immers nog dat de uitvoeringskosten van het IMG niet bijzonder hoog zijn, gelet op de opgave die zij heeft te vervullen.3
    Ik wil daarbij benadrukken dat het terugdringen van uitvoeringskosten niet ten koste mag gaan van bewoners. Ik vind het namelijk belangrijk dat bewoners een goed geïnformeerde keuze kunnen maken tussen de verschillende schaderegelingen. Dit vraagt een persoonlijke benadering en begeleiding van bewoners en dat vergt extra tijd en daarmee geld. Daarbij weten we ook dat de uitvoeringskosten sterk samenhangen met de keuzes van bewoners. De vaste vergoedingen kennen aanzienlijk lagere uitvoeringskosten dan maatwerk en daadwerkelijk herstel.
    Dat hoge uitvoeringskosten zouden voortkomen uit een systeem dat gebaseerd is op wantrouwen herken ik dan ook niet. Dit laat onverlet dat het ministerie uiteraard doorlopend in gesprek is met het IMG om te kijken of en hoe uitvoeringskosten redelijkerwijs verder verlaagd kunnen worden, zonder in te leveren op kwaliteit en persoonlijk contact.

  • Vraag 4
    Erkent u dat de hoge uitvoeringskosten in belangrijke mate voortkomen uit een systeem dat is gebouwd op wantrouwen? Op welke wijze gaat u het stelsel zo herzien dat eenvoud en vertrouwen het uitgangspunt worden, waardoor de uitvoeringskosten structureel dalen?

    Zie antwoord vraag 3.

  • Vraag 5
    Klopt het dat circa 40 procent van de ongeveer duizend medewerkers van het IMG extern wordt ingehuurd, tegen tarieven van 115 tot bijna 200 euro per uur? Hoeveel is er sinds de oprichting van het IMG in totaal uitgegeven aan externe inhuur?

    Ja, dit percentage klopt. Dit betreft zowel uitzendkrachten als externe inhuur. Zowel deze ingehuurde als de ambtelijke medewerkers van het IMG worden via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) bekostigd op basis van gestandaardiseerde uurtarieven. Voor 2026 loopt de bandbreedte in uurtarieven van € 86,– tot € 191. Behalve loonkosten zijn alle andere kosten, zoals huisvesting en overhead, hierin ook verdisconteerd. RVO betaalt aan ingehuurde externen en uitzendkrachten de werkelijke kosten op basis van facturen. Deze kunnen dus afwijken van de gestandaardiseerde uurtarieven. Het IMG geeft aan dat er sinds de oprichting van het IMG op 1 juli 2020, ongeveer € 340 mln. is besteed aan inhuur van uitzendkrachten en externen.

  • Vraag 6
    Hoe verhoudt dit inhuurpercentage zich tot de Roemer-norm van maximaal tien procent? Bent u bereid de Roemer-norm bij het IMG alsnog af te dwingen?

    Het inhuurpercentage van IMG ligt boven de Roemernorm. Ik zal in mijn gesprekken met IMG de inzet van externe inhuur meenemen en in gezamenlijkheid bekijken of en waar eventueel vermindering mogelijk is. Tegelijkertijd merk ik op dat een aantal onderdelen van het IMG de afgelopen jaren al fors is verambtelijkt: het gehele managementteam en vrijwel alle medewerkers die in direct contact staan met schademelders zijn inmiddels in dienst. Waar dat qua marktaanbod (kwantitatief en kwalitatief) kan en waar niet expliciet sprake is van tijdelijkheid komen mensen in ambtelijke dienst.

  • Vraag 7
    Hoe beoordeelt u de beschrijving van medewerkers van een «draaicarrousel» van externen die elkaar binnenhalen, kort blijven, werk overdoen dat al eerder is geprobeerd en vertrekken zonder overdracht? Erkent u dat een dergelijk verdienmodel voor consultancybureaus haaks staat op het publieke belang van een snelle en zorgvuldige schadeafhandeling?

    Het IMG geeft aan zich niet in het geschetste beeld in het artikel te herkennen en neemt expliciet afstand van de suggestie dat de organisatie er belang bij zou hebben om problemen traag op te lossen. Ik sluit me daar volledig bij aan; ik zie in mijn contacten dat de medewerkers in de uitvoering zeer betrokken zijn bij het oplossen van de problemen van inwoners in Groningen en Noord-Drenthe. In het antwoord op vragen 1 en 2 gaf ik al aan dat er de afgelopen jaren hard is gewerkt aan de afhandeling van schademeldingen, het ontwikkelen en implementeren van nieuwe regelingen, en het continu verbeteren van de dienstverlening. Dit heeft veel gevraagd van het IMG en haar medewerkers. Het in twijfel trekken van hun intenties doet geen recht aan deze betrokkenheid en inspanningen.

  • Vraag 8
    Wat vindt u van de constatering van een manager binnen het IMG dat de organisatie er belang bij lijkt te hebben zichzelf langer in leven te houden dan nodig? Deelt u de analyse dat een organisatie die voor een groot deel draait op commerciële inhuur een ingebouwde prikkel heeft om problemen niet definitief op te lossen?

    Zie antwoord vraag 7.

  • Vraag 9
    Deelt u de mening dat de situatie bij het IMG geen incident is, maar past in een breder patroon waarbij de rijksoverheid en uitvoeringsorganisaties structureel leunen op dure externe inhuur?

    Het klopt dat de omgang met externe inhuur een rijksbreed vraagstuk is. Voor toelichting van de inzet van het kabinet hieromtrent verwijs ik kortheidshalve naar de brief die de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor de zomer naar uw Kamer heeft gestuurd.4

  • Vraag 10
    Erkent u dat decennia van inhuur, uitbesteding en het «tijdelijk» organiseren van publieke taken ertoe hebben geleid dat de overheid haar eigen uitvoeringscapaciteit heeft uitgehold, waardoor kennis wegvloeit naar de markt en vervolgens tegen commerciële tarieven moet worden teruggekocht? Wat gaat u doen om deze vicieuze cirkel te doorbreken?

    Zie antwoord vraag 9.

  • Vraag 11
    Deelt u de mening dat het argument dat het IMG een tijdelijke organisatie is en daarom extern inhuurt niet opgaat, aangezien de schadeafhandeling in Groningen al jaren duurt en nog jaren zal duren, en het Rijk permanent behoefte heeft aan uitvoeringskennis op het gebied van schadeafhandeling, herstel en compensatie (denk ook aan de toeslagenaffaire)?

    Het klopt dat de opgave van het IMG voor de voorzienbare toekomst blijft voortbestaan. Toch is een groot deel van de werkzaamheden die de organisatie op dit moment verricht, zoals bijvoorbeeld de (door)ontwikkeling van regelingen en de benodigde structuren daarvoor, wel degelijk tijdelijk en komen deze op termijn te vervallen. Daarbij is het ook de verwachting dat de hoeveelheid schade-meldingen op termijn zal afnemen, gelet op het dalend seismisch risico.
    Uw Kamer is eerder geïnformeerd over de wijze waarop het kabinet inzet op het verbinden en bestendigen van de aanwezige kennis over en capaciteit in (het uitvoeren van) de verschillende hersteloperaties.5

  • Vraag 12
    Bent u bereid deze kennis structureel in publieke dienst op te bouwen in plaats van steeds opnieuw in te kopen?

    Zie antwoord vraag 11.

  • Vraag 13
    Hoe beoordeelt u de signalen dat het IMG een toplaag kent van ketenmanagers, kwartiermakers, programmaleiders en domeinmanagers, terwijl de zaakbegeleiders die daadwerkelijk contact hebben met bewoners zich een «boksbal» voelen en niet worden gehoord? Herkent u dit als een breder probleem binnen de rijksoverheid zoals ook de Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties eerder concludeerde?2

    Het artikel baseert zich op een relatief kleine groep (voormalig) medewerkers. Ik wil er daarom voor waken om op basis hiervan algemene conclusies over het sentiment onder de medewerkers van het IMG te trekken, laat staan over de Rijksoverheid in het algemeen. Dat laat onverlet dat dergelijke signalen serieus (moeten) worden genomen. Ik begrijp van het IMG dat zij dat doet en daarom in gesprek gaat met haar medewerkers over de onderwerpen uit het artikel teneinde eventueel bij medewerkers levende zorgen goed te adresseren. Ik heb er vertrouwen in dat dit zorgvuldig gebeurt.

  • Vraag 14
    Op wat voor manier worden de conclusies en aanbevelingen van de Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties geïmplementeerd bij het IMG?

    Het IMG werkt op verschillende manieren in lijn met de aanbevelingen van de Tijdelijke Commissie Uitvoeringsorganisaties (hierna: TCU). Enkele voorbeelden staan hieronder genoemd:

  • Vraag 15
    Deelt u de mening dat uitvoerende medewerkers structureel betrokken moeten worden bij het ontwerp van nieuwe regelingen?

    Ja.

  • Vraag 16
    Hoe verklaart u dat het aantal woningen dat via Duurzaam Herstel geholpen zou worden, is bijgesteld van 5.000–15.000 naar 800–900? Wat gebeurt er met het niet-bestede deel van het budget van 1,35 miljard euro, en bent u bereid te garanderen dat dit geld voor de regio behouden blijft?

    Het budget voor Duurzaam herstel is bij Nij Begun aangevuld tot € 1,4 miljard. De inschatting was destijds namelijk dat maximaal 14.000 woningen in aanmerking zouden kunnen komen, met verwachte gemiddelde kosten van € 100.000 per woning. Daarbij was bekend dat er nog grote onzekerheden bestonden over de daadwerkelijke aard en omvang van de opgave. Er is daarom bewust gekozen om met een pilot te starten, zodat gaandeweg geleerd en bijgestuurd kon worden.
    Inmiddels weten we dat Duurzaam herstel minder vaak nodig is om mijnbouwschade te voorkomen dan vooraf werd verwacht, maar ook dat de kosten per adres regelmatig hoger zijn dan gedacht. Vorig jaar is daarom besloten om de maximumbedragen fors te verhogen en de regeling gericht in te zetten voor de gebieden die het zwaarst getroffen zijn door de gaswinning.9 Aan het eind van dit jaar evalueert het IMG deze nieuwe werkwijze. Ik heb het IMG daarbij ook gevraagd om een reële raming en planning van de uitvoeringsopgave in de komende jaren. Op basis daarvan zal meer duidelijk worden over hoe dit zich verhoudt tot het gereserveerde budget. Ik kan daar nu nog niet op vooruitlopen.

  • Vraag 17
    Wat vindt u ervan dat de wirwar aan regelingen ertoe leidt dat aan de randen van het gebied relatief eenvoudig forse bedragen te claimen zijn, terwijl bewoners in het kerngebied met de zwaarste schade vastlopen in complexe trajecten? Erkent u dat dit het gevolg is van beleid dat per regeling is dichtgetimmerd in plaats van vanuit één samenhangende, rechtvaardige aanpak?

    Het beeld dat het aan de randen van het effectgebied eenvoudiger zou zijn om een schadevergoeding te ontvangen dan in het kerngebied klopt niet. Binnen het effectgebied kunnen aanvragers met fysieke schade kiezen tussen maatwerk (met onderzoek naar de schadeoorzaak), daadwerkelijk herstel, en een forfaitaire vergoeding (beiden zonder onderzoek naar de schadeoorzaak). Alle inwoners van het effectgebied met fysieke schades hebben dus dezelfde opties voor de afhandeling van hun schade. Bij maatwerk zien we dat juist in het gebied waar nog steeds bevingen plaatsvinden relatief meer schades worden toegekend dan aan de randen, dat is ook logisch. Bij daadwerkelijk herstel en de vaste vergoedingen is ervoor gekozen om niet te differentiëren in de grensbedragen. Het is een bewuste keuze geweest om nieuwe grenzen en verschillen binnen het effectgebied te voorkomen. Zo geldt er overal een grensbedrag van € 60.000 bij daadwerkelijk herstel. Uit de praktijk weten we dat het zeer beperkt voorkomt dat schades als gevolg van de gaswinning dit grensbedrag overschrijden, ook in de kern van het bevingsgebied.
    Wel is het zo dat er in de gebieden met de meeste bevingen vaker sprake is van samenloop van schade met andere opgaves, zoals de versterking. Die samenloop vergroot de complexiteit en maakt dat hier aanvullende aandacht en inzet nodig is. Dit gebeurt ook op verschillende manieren, bijvoorbeeld door de inzet van gezamenlijke steunpunten door IMG en NCG, de initiatieven onder Agenda voor Herstel en via aanvullende regelingen als Duurzaam herstel en de vaste herhaalvergoeding. Ook de regeringscommissaris Hersteloperatie Groningen en Noord-Drenthe heeft het verbeteren van de situatie van de inwoners in het kerngebied als één van zijn speerpunten benoemd in zijn opdrachtformulering.10

  • Vraag 18
    Wat is uw reactie op de situatie van Willeke Lode uit Midwolde die al 4,5 jaar wacht op duidelijkheid over 97 scheuren in haar woonboerderij maar uit beeld raakte?

    Zoals bekend kan ik niet nader ingaan op individuele situaties.

  • Vraag 19
    Wat is uw reactie op de 329 vergelijkbare dossiers waarover de Nationale ombudsman aan de bel trok? Kunt u garanderen dat al deze 329 dossiers inmiddels weer actief in behandeling zijn en dat deze mensen persoonlijk zijn geïnformeerd?

    Ik betreur het feit dat ca. 329 dossiers tijdelijk uit beeld zijn geraakt bij de uitvoering, dit had niet mogen gebeuren. Dit hing samen met ICT-aanpassingen als gevolg van de implementatie van nieuwe schaderegelingen. Inmiddels heeft het IMG met de bewoners in kwestie contact opgenomen en is de behandeling van hun meldingen weer opgepakt en in een aantal gevallen ook al afgehandeld.11 Het IMG is structureel in gesprek met de ombudsman en daarbij ook ingegaan op het aanbod van de ombudsman om te bespreken hoe dit soort situaties in de toekomst voorkomen kunnen worden.

  • Vraag 20
    Wat vindt u ervan dat een bewoner pas via een Woo-verzoek inzicht kreeg in zijn eigen schadedossier, nadat stukken bleken te missen en hij maandenlang niets hoorde? Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat gedupeerden juridische middelen als Woo-verzoeken en rechtszaken moeten inzetten om überhaupt te weten waar ze aan toe zijn bij een organisatie die er voor hen is?

    Zoals bekend kan ik niet nader ingaan op individuele situaties. Ten algemene geldt dat aanvragers hun eigen dossier online kunnen inzien via de pagina Mijn Dossier. Mocht de aanvrager daarin correspondentie zoals brieven of mails missen, dan kan hij hierover contact opnemen met de zaakbegeleider of het Serviceloket. Voor inzage in eigen dossiers is vanzelfsprekend geen Woo-verzoek nodig.

  • Vraag 21
    Wat is uw reactie op de signalen dat bewoners bij vertraging maandenlang geen brief krijgen, dossiers acht à negen maanden op de plank blijven liggen zonder uitleg, brieven verouderde informatie bevatten en bewoners data kregen toegezegd waarvan intern al bekend was dat die niet gehaald zouden worden?

    Ik vind dat bewoners moeten weten waar ze aan toe zijn, ook als er nog geen oplossing is. Ook de Nationale ombudsman wees hier onlangs op. Het IMG neemt deze signalen serieus en blijft werken aan de verdere verbetering van haar dienstverlening richting aanvragers.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z16538
Volledige titel: Het Instituut Mijnbouwschade Groningen
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-2766
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Beckerman over het Instituut Mijnbouwschade Groningen