| Ingediend | 21 juli 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 1 september 2026 (na 42 dagen) |
| Indiener | Ingrid Coenradie (PVV) |
| Beantwoord door | David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid politie, brandweer en hulpdiensten recht strafrecht |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16405.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2891.html |
Nee, deze signalen ken ik in zijn algemeenheid niet. Het Openbaar Ministerie (OM) neemt deze zaken juist zeer ernstig op. Deze worden met prioriteit behandeld en het sepotpercentage is in deze zaken lager dan gemiddeld. In 2025 werd volgens het jaarbericht van het OM 31 procent van de totale uitstroom onvoorwaardelijk geseponeerd1, terwijl in Veilig Publieke Taak-zaken in 2025 slechts 14 procent onvoorwaardelijk werd geseponeerd2 en in Geweld Tegen Politieambtenaren (GTPA)-zaken slechts 17,8 procent. Laatstgenoemde percentage blijkt uit de tabel in het antwoord op vraag 2. Een onvoorwaardelijke sepot betekent dat het OM onvoorwaardelijk afziet van vervolging. Bij een voorwaardelijk sepot zijn er voorwaarden verbonden aan het sepot, bijvoorbeeld verplichte begeleiding door Reclassering Nederland. Dit betekent niet dat er geen sepots voorkomen, bijvoorbeeld als het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt of als een andere afdoening prevaleert om een duurzame afdoening te verkrijgen.
Het OM spant zich samen met de politie in voor mensen met een veilige publieke taak (VPT). In verband hiermee worden ook de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) bij agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak geactualiseerd. Dit zijn opsporings- en vervolgingsafspraken van de politie en het OM. Deze afspraken zien op de strafrechtelijke aanpak van agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak. De huidige versie van de ELA geldt sinds 2010. In 2025 heb ik toegezegd de ELA te zullen herzien en om daarbij de bevindingen uit de praktijk en de verschillende evaluaties te betrekken3. Naar verwachting ontvangt uw Kamer in het derde kwartaal van 2026 de herziene versie van de ELA.
Om de vervolging van VPT-zaken voor de samenleving inzichtelijk te maken publiceert het OM ieder jaar in april een memo overzicht en duiding VPT. In onderstaande tabel staat het totaal aantal ter vervolging ingestroomde VPT-zaken over de jaren 2021 t/m 2025. Onder het totaal aantal ingestroomde VPT-zaken staan de aantallen die onder de door het OM met de maatschappelijke kwalificatie Geweld Tegen Politieambtenaren (GTPA) ter vervolging zijn ingestroomd en daaronder zijn de aantallen voorwaardelijke – en onvoorwaardelijk sepots opgenomen.
9.823
9.911
9.113
9.110
9.811
– Vw sepot
322
407
366
358
383
– Ov sepot
793
902
842
767
810
% GTPA geseponeerd
17,1%
18,9%
19,8%
18,5%
17,8%
De meest voorkomende sepotgrond bij een onvoorwaardelijke sepot is «onvoldoende bewijs». Bij een voorwaardelijke sepot is dat «ander dan strafrechtelijk ingrijpen prevaleert». In dat geval prevaleert bijvoorbeeld bestuursrechtelijk of tuchtrechtelijk ingrijpen.
De cijfers die ik van het OM heb ontvangen, zijn niet uitgesplitst naar geweld en/of belediging. Over de afdoening van GTPA-zaken kan ik de onderstaande cijfers verstrekken. Hierin staat weergeven hoeveel zaken zijn afgedaan met een transactie/ OM-strafbeschikking en hoeveel zaken aan de rechter zijn voorgelegd. Het totaal aantal zaken dat is geseponeerd treft u in de tabel bij het antwoord op vraag 2.
1.143
1.403
1.273
1.304
1.669
4.132
4.045
3.897
3.922
3.650
Deze signalen herken ik in zijn algemeenheid niet. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 2. Daarbij hecht ik eraan het volgende op te merken. Intimiderende en bedreigende uitlatingen kunnen een grote impact hebben op agenten en zijn moreel verwerpelijk. Vanuit strafrechtelijk perspectief geldt echter dat intimiderende en bedreigende uitlatingen niet altijd een strafbaar feit opleveren. Waar het wel een (mogelijk) strafbaar feit oplevert, pakt het OM deze zaken met prioriteit op.
Van het OM heb ik, zoals hiervoor weergegeven, jaarcijfers ontvangen van het totaal aantal GTPA-zaken die ter vervolging zijn ingestroomd. Daarbij is tevens het aantal voorwaardelijke en onvoorwaardelijke sepots gegeven. Zie hiervoor ook de antwoorden op vraag 1, 3 en 4.
Geweld en agressie tegen mensen met een publieke taak is onacceptabel en dit geldt zeer zeker ook voor politiemedewerkers. Een krachtige strafrechtelijke aanpak van geweld en agressie tegen alle functionarissen met een publieke taak is essentieel.
De politie heeft als werkgever een belangrijke rol in de ondersteuning van politiemedewerkers die tijdens het uitvoeren van hun werk te maken krijgen met geweld en agressie. Zo is er binnen de politie een Integrale Aanpak Geweld Tegen Politieambtenaren. Deze aanpak is gericht op de bescherming van politiemedewerkers door opleiding, registratie en vroegsignalering. De leidinggevenden vervullen een ondersteunende rol in de zorg en aandacht voor de mentale weerbaarheid van hun medewerkers. Ook wordt er in debriefings aandacht besteed aan het delen van nare ervaringen tijdens de dienst. Indien dit het geval is worden de betreffende politiemedewerkers 3 á 4 weken later uitgenodigd voor een groepsgesprek samen met een psycholoog. Ook is het Team Collegiale Ondersteuning ingericht voor ondersteuning voor en door collega’s na ingrijpende en schokkende gebeurtenissen in het werk.
Verder benoemt het OM in het requisitoir de bijzondere positie van het slachtoffer en motiveert de strafeis met inachtneming van de toepasselijke aanwijzingen van het College, als ook een afwijking daarvan. In beginsel wordt door het OM in VPT-zaken een aanmerkelijk hogere sanctie opgelegd of straf geëist. Voor mij is op basis van de geleverde informatie niet aannemelijk dat geweld en agressie van politiemedewerkers niet consequent wordt vervolgd en bestraft.
Ik informeer u op korte termijn over de herziening van de ELA bij agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak tussen de politie en het OM. Met deze herziening wordt beoogd om de politie en het OM nog beter in staat te stellen om VPT-delicten met meer prioriteit en kwaliteit af te handelen.
Zie antwoord vraag 6.
Zie antwoord vraag 6.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Coenradie (JA21), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de afhandeling van geweld en belediging van politieagenten. (ingezonden 21 juli 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.