| Ingediend | 20 juli 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 17 augustus 2026 (na 28 dagen) |
| Indieners | Alexander Kops (PVV), Maikel Boon (PVV) |
| Beantwoord door | Derk Boswijk (CDA) |
| Onderwerpen | defensie internationaal luchtvaart verkeer |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16370.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2688.html |
Ja, Defensie is bekend met de berichtgeving. De veronderstelling dat Defensie heeft ingestemd met een uitgewerkt windparkproject is niet terecht.
Defensie is, daarbij ondersteund door het Rijksvastgoedbedrijf, de afgelopen jaren als belanghebbende uitgebreid betrokken geweest bij de studies voor het vaststellen van het zoekgebied voor het plaatsen van windmolens in de gemeente Waalwijk. Defensie heeft in dit gebied haar relevante belangen nadrukkelijk ingebracht. De gemeente heeft de belangen van Defensie betrokken in de besluitvorming.
Defensie blijft ook in de volgende fasen van de ruimtelijke procedure als belanghebbende betrokken om te beoordelen of het defensiebelang niet wordt geschaad. Deze beoordeling is mogelijk zodra vanuit de gemeente en/ of de zonneparkbeheerder met Defensie wordt gedeeld waar welke turbines worden gepland.
Defensie beoordeelt ruimtelijke projecten, zoals een windpark, zowel op veiligheidsaspecten, als op de mate waarin operationele- en oefenmogelijkheden daardoor worden beïnvloed.
In relatie tot deze ontwikkeling is voor Defensie vooral de vliegroute van en naar het helikopter laagvlieggebied «Maas/Waal» voor de helikopters van Gilze-Rijen van belang. In dit gebied heeft de gemeente Waalwijk geen windturbines gepland.
De aanwezigheid van het genoemde 15 km beperkingengebied (de zgn. «Outer Horizontal Surface») betekent niet op voorhand dat er geen windprojecten mogelijk zijn. Nadere beoordeling van het definitieve plan zal dit moeten uitwijzen. Tevens moet standaard elk windproject worden beoordeeld op de mate waarin radarbeelden worden verstoord.
Zie het antwoord op vraag 1 en 2. Door medeoverheden of andere partijen is geen invloed uitgeoefend op de totstandkoming van dit oordeel.
Voor Defensie hebben operationele inzetbaarheid en veiligheid van personeel, zowel militair als burger, prioriteit. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt daarom beoordeeld of deze de operationele gereedstelling raken van de krijgsmacht of een risico vormen voor de veiligheid van het defensiepersoneel. Waar mogelijk werkt Defensie zoveel mogelijk mee aan het vinden van duurzame oplossingen.