| Ingediend | 17 juni 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 18 augustus 2026 (na 62 dagen) |
| Indiener | Maarten Goudzwaard (JA21) |
| Beantwoord door | Vincent Karremans (VVD) |
| Onderwerpen | bestuur parlement ruimte en infrastructuur waterkeringen en waterbeheer |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z13376.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2705.html |
Ja.
Ja, de tekorten op de instandhoudingsopgave maken onderdeel uit van de grote financiële opgave op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds. Daarover is de Tweede Kamer op 16 maart jl. geïnformeerd. Voor exploitatie en onderhoud moet Rijkswaterstaat scherpe keuzes maken en werkzaamheden in tijd naar achteren schuiven om binnen de financiële kaders te blijven voor 2026–2030. Het voorlopig stopzetten van de aanbesteding van het groot onderhoud aan wegen in Groningen, Friesland en Drenthe in de jaren 2027–2028 is hier een concreet voorbeeld van.
Het gaat hierbij om niet-acuut noodzakelijk onderhoud waarbij de veiligheid en bereikbaarheid ook bij uitstel niet direct in het geding zijn. Het leidt daarbij ook niet tot snelheidsbeperkende maatregelen of afsluitingen. Waar nodig worden aanvullende maatregelen genomen om de verkeersveiligheid te blijven waarborgen.
Het verschuiven van werkzaamheden binnen de programmering is op zichzelf niet nieuw en maakt deel uit van de reguliere uitvoeringspraktijk van Rijkswaterstaat. Werkzaamheden kunnen bijvoorbeeld worden verschoven omdat zij gecombineerd kunnen worden met andere projecten, vanwege beperkingen in de beschikbare uitvoeringscapaciteit of vanwege de beschikbare financiële middelen.
In de brief van 16 maart jl. is tevens geconcludeerd dat de grote financiële opgaven op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds het noodzakelijk maakt om over de volle breedte van de opgaven, het MIRT en de fondsen te prioriteren (Kamerstuk 36 800 A, nr. 39). De uitgestelde werkzaamheden worden meegenomen in deze grote prioritering, waarvoor in de brief van 19 juni jl. het afweegkader is gedeeld. Aan de hand hiervan zal middels een transparant proces, in afstemming met de Kamer en de regio's worden geprioriteerd, waarmee de basis van onze infrastructuur de komende jaren weer op orde wordt gebracht.
Naast het uitstellen van onderhoudswerkzaamheden in Noord-Nederland zijn geen andere projecten in die regio om dezelfde reden uitgesteld. Wel is eerder dit jaar besloten het geplande groot onderhoud aan de A12 naar een later moment te verschuiven.
Om binnen de financiële kaders voor de periode 2026–2030 te blijven, moet Rijkswaterstaat scherpe keuzes maken in de programmering van werkzaamheden. Omdat dit geen lopend project is, er sprake is van niet-acuut noodzakelijk onderhoud en de veiligheid en bereikbaarheid niet in het geding zijn, is ervoor gekozen de aanbesteding van de preventieve onderhoudswerkzaamheden die voor 2027 en 2028 waren voorzien, niet voort te zetten.
Rijkswaterstaat moet prioriteiten stellen, om binnen de financiële kaders voor 2026–2030 te blijven. Daarom wordt kritisch gekeken naar al het werk wat nog niet verplicht is en wordt continu de vraag gesteld: moet dit werk echt nu of kan dit ook later? Deze vraag speelt ook in andere delen van het land. Op basis van het afweegkader zullen alle werkzaamheden worden getoetst aan de met de Tweede Kamer besproken criteria. Noodzakelijk acuut onderhoud wordt overigens overal in het land wel uitgevoerd, zodat de veiligheid en bereikbaarheid op het Hoofdwegennet (HWN) geborgd blijven. Tegelijkertijd wordt er ook in Noord-Nederland dit jaar, net als vorig jaar, veel groot onderhoud aan de wegen uitgevoerd.
Zie het antwoord op vraag 5.
Het voorlopig stopzetten van de aanbesteding van het groot onderhoud aan wegen in Groningen, Friesland en Drenthe in de jaren 2027–2028 heeft geen effect op de verkeersveiligheid en de beschikbaarheid van het netwerk voor economisch verkeer.
Rijkswaterstaat blijft vanzelfsprekend de noodzakelijke maatregelen treffen om de veiligheid en bereikbaarheid te garanderen. Voor de lange termijn zullen via toetsing aan het afweegkader nog prioriteiten moeten worden gesteld.
Zie het antwoord op vraag 7.
De belastingen gaan naar de Algemene middelen. De overheid zet deze middelen vervolgens in voor collectieve voorzieningen in Nederland, waaronder de infrastructuur. Met deze middelen wordt jaarlijks onder andere fors geïnvesteerd in de Nederlandse infrastructuur via het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds. Zo investeert het kabinet incidenteel € 7 miljard en structureel € 0,5 miljard extra in onder andere instandhouding. Mede daardoor beschikt Nederland over een sterk en goed functionerend netwerk van wegen, vaarwegen, bruggen, tunnels en waterwerken. Tegelijkertijd bereikt een groot deel van deze infrastructuur, die in de jaren zestig en zeventig is aangelegd, het einde van de technische levensduur. Om de infrastructuur ook in de toekomst veilig, betrouwbaar en beschikbaar te houden, zijn daarom extra investeringen in instandhouding nodig. Daarnaast is het nodig om te prioriteren.
Op basis van de aangekondigde brede prioritering wordt vastgesteld hoe de programmering voor de komende jaren eruit komt te zien. Met deze prioritering willen we de basis van onze infrastructuur weer op orde te brengen en beschikbare middelen zo doelmatig mogelijk inzetten.
De veiligheid is door het uitstellen van het onderhoud niet in het geding en er is daarom geen sprake van snelheidsverlagende maatregelen en afsluitingen. Daar waar de veiligheid wel in het geding is neemt Rijkswaterstaat altijd de noodzakelijke maatregelen. De werkzaamheden die in uitvoering zijn gaan gewoon door.
De onderhoudsopgave van provincies en gemeenten valt onder hun eigen verantwoordelijkheid. Ook zij staan voor aanzienlijke uitdagingen op het gebied van beheer en onderhoud en vernieuwing. Ik blijf daarom goed met provincies en gemeenten in gesprek, mede ook omdat de uitkomsten van de prioritering gevolgen zullen hebben voor hun netwerken. Deze gesprekken zal ik blijven voeren, onder meer bij bestuurlijke overleggen MIRT die in het najaar van 2026 plaatsvinden.
Daarnaast stemmen Rijkswaterstaat, provincies en gemeenten de planning en uitvoering van werkzaamheden op hoofd- en onderliggende netwerken zoveel mogelijk op elkaar af, zodat de bereikbaarheid gewaarborgd blijft en hinder voor gebruikers wordt beperkt.
Zie het antwoord op vraag 11.
Binnen de huidige financiële kaders is het noodzakelijk om onderhoudsmaatregelen zorgvuldig te prioriteren en waar nodig te faseren. Het geheel aan exploitatie en onderhoud inclusief uitgestelde werkzaamheden wordt meegenomen in deze prioritering op basis van het met de Tweede Kamer besproken afweegkader. In september zal ik de Kamer informeren over de uitwerking van het afweegkader. Deze uitwerking zal vervolgens met de Kamer en de regio’s worden besproken. De keuzes die hieruit voortvloeien worden in de Voorjaarsnota 2027 verwerkt.