| Ingediend | 5 juni 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 9 juni 2026 (na 4 dagen) |
| Indieners | Laurens Dassen (Volt), Kati Piri (PvdA) |
| Beantwoord door | Derk Boswijk (CDA) |
| Onderwerpen | organisatie en beleid recht strafrecht |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z12163.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2203.html |
Voorzover bekend zijn de eigenaren van Aurexys B.V. niet onherroepelijk strafrechtelijk veroordeeld. Defensie houdt zich aan de Europese aanbestedingsregelgeving waarin is geregeld dat partijen behoren te worden uitgesloten van deelname aan Europese aanbestedingen, indien zij in een periode van vier jaar voorafgaande aan het indienen van een inschrijving, bij een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak zijn veroordeeld. Defensie verlangt bij de aanvang van een aanbesteding van de deelnemende partijen een verklaring dat zij niet onherroepelijk zijn veroordeeld voor bijvoorbeeld fraude of omkoping. Ook in dit geval is deze lijn gevolgd.
Defensie doet, in de gevallen waar u met uw vraag op doelt, zaken met een rechtspersoon en niet met een natuurlijk persoon. Aurexys B.V. is een andere rechtspersoon dan DTS Armory B.V. en kan daardoor zelfstandig overeenkomsten aangaan.
De overheveling van het contract van DTS Armory B.V. naar Aurexys B.V. is direct na kennisneming van het intrekken van de erkenning in het kader van de Wet Wapens en Munitie op 15 november 2025 in gang gezet en heeft geleid tot het ondertekenen van een overeenkomst op 3 december 2025. Er was op dat moment geen aanleiding om deze overheveling aan de Tweede Kamer te melden. De eerste publicatie van Follow the Money was op 13 maart 2026.
Het klopt dat wij geen zaken meer doen met het aan de heer W. gelieerde bedrijf DTS Armory B.V. vanwege het ontbreken van de juiste vergunningen, maar het klopt niet dat wij op dit moment geen zaken doen met andere aan hem gelieerde bedrijven. Ik maak daarom van deze gelegenheid gebruik om mijn uitspraak bij De Balie te verhelderen. Naar aanleiding van een opmerking van een andere gespreksdeelnemer inzake het intrekken van een vergunning op grond van de Wet Wapens en Munitie van een aan de heer W. gelieerd bedrijf, reageerde ik onder andere met: «daarna is ook meteen gehandeld vanuit Defensie dat we met deze persoon niet meer kunnen samenwerken». Daarmee bedoelde ik niet de heer W. persoonlijk, maar het betreffende aan dhr. W. gelieerde bedrijf DTS Armory B.V. De heer W. is niet onherroepelijk veroordeeld en daarom is er in dit geval ook geen grond tot het op voorhand uitsluiten van een aan hem gelieerde rechtspersoon.
Een van de onderwerpen waarover ik met uw Kamer heb gesproken tijdens het Commissiedebat Materieel van 3 juni 2026, is de levering van boten door een aan de heer W. gelieerd bedrijf. Daarna was er verschil van inzicht met uw Kamer over het al dan niet uitgegaan zijn van een persbericht over de levering van de boten. Ik merkte op dat Defensie daarover geen persbericht heeft uitgegeven en bedoelde daarmee een persbericht waarin specifieke aantallen of leverancier(s) vermeld zijn. Er is vanuit Defensie op 4 juni 2025 een persbericht uitgegaan over een maritiem steunpakket voor Oekraïne. Vorig jaar is in dat persbericht een indicatie gegeven van het aantal te leveren boten, maar is geen exact aantal genoemd noch welke partij(en) deze levert. In een Kamerbrief van 17 juni 2025 over het verslag van de NAVO bijeenkomst gehouden op 5 juni 2025 te Brussel en voorafgegaan door een bijeenkomst van de Ukraine Defence Contact Group (UDCG) op 4 juni 2025, zijn wel specifieke aantallen genoemd.2
Defensie maakt deze informatie niet openbaar. Ik bied uw Kamer aan om hier in een vertrouwelijke technische briefing nader op in te gaan.
Zie antwoord vraag 6.
Zie antwoord vraag 4.
Vanwege de samenloop in beantwoording zijn enkele vragen gecombineerd.