| Ingediend | 28 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 23 juni 2026 (na 26 dagen) |
| Indiener | Ouafa Oualhadj (D66) |
| Beantwoord door | Herbert |
| Onderwerpen | economie handel organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z11208.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2340.html |
Ja, ik onderschrijf de conclusie dat de Europese vraag naar halfgeleiders richting 2040 grofweg verdubbelt, en binnen de Europese industrie zelfs groeit naar circa 2,4 keer het huidige niveau. Deze sterke groei in sectoren als industriële automatisering, MedTech en mobiliteit biedt grote kansen voor de Nederlandse en Europese halfgeleiderketen (inclusief chipmachinebouw, fotonica en quantum).
De belangrijkste conclusie die ik uit de studie trek, is dat de marktvraag er is, maar dat investeringen in Europa niet vanzelfsprekend zijn. Om de Europese positie in zowel volwassen technologieën (zoals sensoren en microcontrollers) als in geavanceerde segmenten (zoals chipontwerp en AI) te behouden en uit te breiden, zijn gerichte politieke keuzes, langdurig publiek en privaat commitment én gezamenlijke actie van de industrie en eindmarkten noodzakelijk.
De bestaande Chips Act heeft tot significante extra investeringen in de Europese halfgeleiderindustrie geleid, namelijk meer dan € 52 miljard2. Ook zijn er serieuze stappen op gebied van onderzoek en ontwikkeling gezet. Tegelijkertijd zien we dat er in andere delen van de wereld ook fors in de sector is geïnvesteerd, waardoor het relatieve aandeel van Europa vrij constant is gebleven.
In de communicatie rondom de eerste Chips Act is veel nadruk komen te liggen op een streefpercentage van 20% voor de productie van chips in Europa. Maar een dergelijk streefpercentage is geen doel op zich. Het gaat uiteindelijk om het versterken van de halfgeleiderindustrie in Europa. Nederland heeft daarom als aanjager van de Semicon Coalition de Commissie aangespoord in te zetten op 3 hoofddoelen voor een nieuwe Chips Act: onmisbaarheid nastreven in de mondiale waardenketen, weerbaarheid van de eigen positie versterken, en inzetten op welvaart voor Europa.
De Semicon Visie 2035 die ik recent naar uw Kamer stuurde3 vormt de basis voor een gericht uitvoeringsprogramma voor de halfgeleiderindustrie, zoals bedoeld in het Industriebeleid met focus4. De agenda hiertoe werk ik momenteel in afstemming met het veld uit. Het krijgt vorm langs de 6 actielijnen uit de visie, en zal afhankelijk van het vraagstuk om verschillende soorten acties vragen: zo zal er naar verwachting onder andere sprake zijn van gebiedsgerichte opgaven, innovatie- en opschalingsvraagstukken en algemene beleidsinitiatieven. Daarbij is het goed om in ogenschouw te houden dat al veel werk in uitvoering is, zoals het versterkingsplan van microchiptalent, de IPCEI AST en de groeifondsprogramma’s voor fotonica en quantum.
De realisatie van deze opgaven is complex en moet in zorgvuldigheid worden uitgelopen, met private partijen, regionale partners en andere stakeholders. Ik wil voorkomen dat voortijdig verwachtingen worden gewekt over opgaven waarvoor nog geen commitment bestaat. Dit kan er namelijk voor zorgen dat deze initiatieven niet van de grond komen. In het najaar zal ik uw Kamer daarom via een brief informeren over de voortgang van het Nederlandse halfgeleiderbeleid. Hierin zal uitgebreider worden ingegaan op het gerichte uitvoeringsprogramma, inclusief lopende projecten.
Het uitgangspunt van het kabinet is om integraal knelpunten aan te pakken om verdere groei van de halfgeleiderindustrie mogelijk te maken. In de Semicon Visie 2035 is een analyse gemaakt van de totale investeringen die het komende decennium nodig zullen zijn om als Nederland een toonaangevende speler te blijven in de mondiale halfgeleiderindustrie. Samen met het veld worden de ambities uit de visie nader uitgewerkt in projecten en programma’s. Tevens werkt het kabinet aan nieuwe instrumenten die hierin een belangrijke rol kunnen hebben, zoals de Nationale Investeringsinstelling of het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie. Het is op dit moment nog niet mogelijk om een eenduidig antwoord te geven over de financiële vraag op projectniveau. In het najaar zal er een voortgangsbrief volgen die nader ingaat op de wijze waarop verschillende projecten zullen worden opgepakt.
Als Rijksoverheid proberen we investeringen in de Nederlandse halfgeleiderindustrie te stimuleren en spannen we ons maximaal in om knelpunten voor verdere groei weg te nemen. Hierbij is privaat commitment inderdaad essentieel, niet alleen in woord maar ook in daad. Ik ben principieel geen voorstander van op voorhand publiek financieel commitment afgeven voor projectplannen voordat deze in voldoende mate zijn uitgewerkt, inclusief zicht op privaat financieel commitment. Uit de Nationale Technologiestrategie (NTS) volgen de strategische technologische roadmaps voor Nederland, die erg belangrijk zijn om de inhoudelijke koers voor de komende jaren uit te zetten. Deze zullen echter moeten worden omgezet in concrete programma- en projectvoorstellen. Overigens zijn er wel degelijk verschillende instrumenten met financiering beschikbaar om innovatieprojecten voor de halfgeleiderindustrie te verwezenlijken, zoals de IPCEI-AST (die zich nadrukkelijk richt op de focusgebieden van ChipNL), de Chips Joint Undertaking-calls en de PPS-i middelen. Hier kunnen uitgewerkte projectvoorstellen op worden ingediend, in competitie met andere voorstellen. Deze instrumenten sluiten goed aan op de prioriteiten uit de NTS.
Private investeringen in sleuteltechnologieën (zoals semicon, quantum, fotonica, AI en biotechnologie) staan onder druk door een combinatie van macro-economische tegenwind, randvoorwaarden die onvoldoende voorhanden zijn en geopolitieke onzekerheid. Omdat deze «deeptech»-sectoren een lange ontwikkeltijd en een hoog risicoprofiel hebben, trekken private investeerders zich bij onzekerheden sneller terug. Zoiets is niet makkelijk in een scenario-analyse door te rekenen. Om te voorkomen dat een tijdelijke crisis leidt tot structurele schade aan het toekomstige verdienvermogen, kan de overheid een actieve, risicodragende en faciliterende rol aannemen. Dat beogen we onder meer te doen met de oprichting van de Nationale Investeringsinstelling en via generieke oplossingen voor vraagstukken als netcongestie, talent en de stikstofproblematiek.
Dat klopt. Dit is conform de in oktober jl. verzonden brief5 waarin het industriebeleid met focus uiteen wordt gezet. De Taskforce zal op korte termijn een voortgangsbrief verzenden aan de Kamer.
De Semicon Visie 2035 vormt de basis voor het Nederlandse beleid voor de halfgeleiderindustrie. Deze Visie beschrijft de overkoepelende ambities voor de komende jaren en geeft een integraal beeld van de uitdagingen en bijbehorende oplossingsrichtingen voor de verdere groei van deze cruciale industrie. In het gericht programma semicon, zoals bedoeld in de Industriebrief met focus6, komen deze verschillende opgaven samen onder één paraplu. Het stimuleren van innovatie is één van deze opgaven. Hiervoor worden instrumenten, zoals de IPCEI-AST, gebruikt om de technologie-roadmaps van de Nationale Technologiestrategie te verwezenlijken. Strategie en instrumenten sluiten dus goed op elkaar aan.
De Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat is opgericht om doorbraken te realiseren voor ons vestigingsklimaat en verdienvermogen. Ik ben daarom ook van plan om wanneer interventies uit de gerichte programma’s aanlopen tegen knelpunten, deze in te brengen in de Taskforce.
Nederland vervult binnen de EU, maar ook daarbuiten, een vooraanstaande rol als het gaat om de waardeketen voor halfgeleiders. Dit is niet alleen te danken aan grote spelers als ASML, NXP, ASM en BESI, maar ook het ecosysteem van middelgrote ondernemingen, snelgroeiende bedrijven en gespecialiseerde kennisinstellingen.
Nederland is initiatiefnemer geweest voor de oprichting van de Semicon Coalition, waarvan de verklaring de Commissie heeft opgeroepen tot herziening van de eerste Chipverordening (Chips Act) op specifieke onderdelen. Deze verklaring werd door alle 27 Europese lidstaten ondersteund.7 Ook heeft NL in samenwerking met Duitsland de verdere uitwerking van de Semicon Businesscase, waar u naar refereert, ondersteund. Nederland opereert daarmee voortdurend in de Europese voorhoede om deze nieuwe Chips Act vorm te geven, en zal dit ook blijven doen.
Ik begrijp de wens van het lid Oualhadj om het BNC-fiche spoedig te ontvangen en ook het grote belang van een tijdige behandeling van het voorstel voor de Chips Act 2.0 via debat met de Kamer. Voor een gedegen en gedragen eerste kabinetsappreciatie van Commissievoorstellen, zoals het voorstel voor de Chips Act 2.0, is het wenselijk om de reguliere termijnen voor BNC-fiches aan te houden. Deze afspraken borgen de kwaliteit, zorgvuldigheid en afstemming van de Nederlandse positiebepaling. Dit draagt ook bij aan een kwalitatief goed debat. Bovendien zijn deze termijnen onderdeel van de EU-informatieafspraken die de Kamer in overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken (MBZ) hebben vastgesteld. Het is daarom niet zonder meer wenselijk om van deze standaardtermijn van zes weken af te wijken.
De vragen van het lid Oualhadj (D66) over het vooroplopen van Nederland in de halfgeleiderindustrie (2026D25706) kunnen niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. Voor een zorgvuldige reactie waarin ook de meest actuele ontwikkelingen zijn meegenomen is nog nadere afstemming nodig, waardoor de beantwoording nog niet gereed is. Ik verwacht de antwoorden nog voor het commissiedebat Innovatie aan uw Kamer te kunnen sturen.