| Ingediend | 20 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 9 juni 2026 (na 20 dagen) |
| Indieners | Julian Bushoff (PvdA), Lisa Westerveld (GL), Lisa Vliegenthart (GroenLinks-PvdA) |
| Beantwoord door | Mirjam Sterk (CDA), Sophie Hermans (VVD) |
| Onderwerpen | organisatie en beleid zorg en gezondheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z10351.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2204.html |
Ja.
In Nederland zijn beroepsgroepen verantwoordelijk voor de inhoud van de zorg. Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) ontwikkelt voor huisartsen de professionele standaarden en richtlijnen. Huisartsen gebruiken deze standaarden en richtlijnen ter ondersteuning van het medisch beleid in de huisartsenpraktijk. Het kabinet velt geen oordeel over deze inhoud.
Het NHG geeft aan dat huisartsen zich voor de zorg voor patiënten met een hersenschudding baseren op de NHG-Standaard Hoofdtrauma. Deze standaard beschrijft dat het merendeel van deze patiënten binnen enkele weken herstelt en dat afwachtend beleid met goede voorlichting en adviezen doorgaans passend is. Tegelijkertijd wordt erkend dat een deel van de patiënten langer aanhoudende klachten kan ontwikkelen. Dit kan gaan om lichamelijke, psychische (zoals angst- en stemmingsklachten) en/of cognitieve klachten (zoals overprikkelingsverschijnselen en concentratiestoornissen), vaak een combinatie. De standaard besteedt hier expliciet aandacht aan. De behandeling bestaat uit gerichte voorlichting en advies en op indicatie wordt de patiënt doorverwezen. Het NHG geeft aan dat onderzoek naar specifieke interventies onvoldoende duidelijkheid geeft over het effect op herstel. De standaard biedt ruimte om de zorg op te schalen wanneer het herstel niet volgens verwachting verloopt.
Het Ministerie van VWS beschikt niet over deze gegevens. PCS wordt niet als afzonderlijke diagnose geregistreerd in bestaande registraties, waardoor de omvang van deze patiëntengroep niet precies kan worden vastgesteld. In een prospectief cohortonderzoek2 verricht op Nederlandse SEH’s bleek dat 28% van de niet-opgenomen patiënten met een hoofdtrauma binnen drie maanden de huisarts bezocht vanwege klachten gerelateerd aan het doorgemaakte hoofdtrauma (onder andere vermoeidheid, duizeligheid, hoofdpijn, concentratieproblemen, prikkelbaarheid). Aangezien de incidentie van hoofdtrauma in de eerste lijn veel hoger en de ernst vaak milder is, is de verwachting volgens de onderzoekers dat de incidentie van aanhoudende posttraumatische klachten bij patiënten in de eerste lijn (veel) lager ligt. Bijna alle patiënten zullen, zonder restverschijnselen, genezen. Een klein deel houdt langdurig klachten. Er is op dit moment geen aanleiding om dit nader te onderzoeken.
Specifiek onderzoek naar sekseverschillen in de effectiviteit van behandelmethoden bij PCS ontbreekt vooralsnog. In het Kennisprogramma Gender en Gezondheid3 is eerder onderzoek gedaan naar man-vrouwverschillen bij traumatisch hersenletsel in bredere zin. Hieruit bleek dat vrouwen over het algemeen slechtere uitkomsten rapporteerden zes maanden na het letsel, met name ernstiger symptomen na een hersenschudding en op het gebied van mentale gezondheid. In de behandelmethoden zelf werden geen sekseverschillen gevonden, maar wel in het zorgtraject.
In de NHG-Standaard Hoofdtrauma is geen onderscheid gemaakt in effectiviteit van behandelingen naar geslacht, omdat de wetenschappelijke onderbouwing hiervoor ontbreekt. Het is aan de beroepsgroepen om hier meer onderzoek naar te doen.
Het UWV geeft aan dat er circa 1600 WIA-uitkeringen geregistreerd zijn met als hoofddiagnose aandoeningen die gerelateerd zijn aan een hersenschudding. Niet bekend is welk deel daarvan PCS betreft omdat dit niet wordt geregistreerd. Het kabinet ziet geen aanleiding voor aanvullend onderzoek.
Het kabinet heeft geen overzicht van hoeveel zorgaanbieders specifieke expertise hebben op het gebied van aanhoudende klachten na een hoofdtrauma.
Eventuele afwijzingen voor een intake worden niet geregistreerd. Daarmee is het onbekend of patiënten met een hersenschudding vaak geen intake krijgen bij een revalidatiecentrum omdat hun klachten als «te licht» worden beschouwd. Het kabinet vertrouwt op de deskundigheid van zorgprofessionals om te bepalen wat passende zorg is, in overeenstemming met geldende medische richtlijnen.
Het kabinet herkent het beeld niet. De NHG-standaard besteedt hier aandacht aan. De NHG-Standaard Hoofdtrauma beschrijft dat in de acute fase het accent ligt op voorlichting, uitleg van het te verwachten beloop en het alert blijven op complicaties. Bij aanhoudende klachten adviseert de standaard een meer integrale, klachtgerichte aanpak, waarbij wordt gekeken welke klachten (lichamelijk, cognitief of psychisch) op de voorgrond staan.
De NHG-Standaard Hoofdtrauma ondersteunt huisartsen bij de herkenning en begeleiding van patiënten met (aanhoudende) klachten na hoofdtrauma. De implementatie wordt versterkt door scholings- en ondersteuningsmaterialen, zoals de e-learning Hoofdtrauma.