Erkent het kabinet dat er sprake is van een groei van extreemrechts, waarvoor de veiligheidsdiensten al langer waarschuwen?
Vraag 2
Erkent u dat het kabinet een grote verantwoordelijkheid heeft om de groei van extreemrechts effectief tegen te gaan en het in elk geval niet verder te laten doorwoekeren?
Vraag 3
Waarom heeft u het geweld en de brandstichting bij een noodopvanglocatie voor vluchtelingen niet veroordeeld als extreemrechts geweld, maar koos u ervoor om de daders slechts te bestempelen als «een groep relschoppers» die «zorgen» zouden hebben die je «altijd» mag «uitspeken» en heeft u alleen in algemene termen gezegd dat geweld nooit mag?
Vraag 4
Bent u alsnog bereid om uit te spreken dat het hier ging om extreemrechts geweld? Zo nee, waarom niet?
Vraag 5
Waarom hebben zowel u als mevrouw Yeşilgöz in haar rol als eerste vicepremier (en uw vervanger bij de persconferentie na de ministerraad van 13 mei) niet expliciet specifiek medeleven betuigd met de vluchtelingen en medewerkers in het pand die slachtoffer zijn geworden van dit intimiderende geweld en de brandstichting bij hun onderkomen?
Vraag 6
Bent u bereid om op zeer korte termijn een bezoek te brengen aan de bewoners en de medewerkers van de noodopvanglocatie in Loosdrecht om hen alsnog een hart onder de riem te steken en persoonlijk uw medeleven over te brengen, namens het hele kabinet?
Vraag 7
Kunt u deze vragen één voor één en binnen een week beantwoorden?
Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z09953
Volledige titel: Het zich niet uitspreken tegen extreemrechts geweld en het ontbreken van steun van het kabinet voor de getroffen vluchtelingen