Kamervraag 2026Z09939

Misstanden bij gezinshuizen.

Ingediend 15 mei 2026
Beantwoord 2 juli 2026 (na 48 dagen)
Indiener Marijke Synhaeve (D66)
Beantwoord door Mirjam Sterk (CDA)
Onderwerpen jongeren zorg en gezondheid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z09939.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2455.html
1. Omroep Gelderland, 12 februari 2026, «Nieuwe onrust rond jeugddorp De Glind na drie jaar onderzoek» (Nieuwe onrust rond jeugddorp De Glind na drie jaar onderzoek – Omroep Gelderland)
2. Omroep Gelderland, 3 april 2026, «Misbruik en geweld in gezinshuizen: «Stop met zeggen dat het incidenten zijn»» (Misbruik en geweld in gezinshuizen: «Stop met zeggen dat het incidenten zijn» – Omroep Gelderland)
3. EenVandaag, 1 april 2026, «Slechte screening en nauwelijks toezicht: hoe gezinshuizen onveilig kunnen zijn voor uithuisgeplaatste kinderen» (Slechte screening en nauwelijks toezicht: hoe gezinshuizen onveilig kunnen zijn voor uithuisgeplaatste kinderen | EenVandaag)
  • Vraag 1
    Bent u bekend met de misstanden in De Glind en in andere gezinshuizen, zoals gerapporteerd door Omroep Gelderland en EenVandaag?1, 2, 3

    Ja.

  • Vraag 2
    Deelt u het beeld dat, ondanks dat gezinshuizen een hele mooie constructie zijn en in veel gevallen goed werken en erg waardevol zijn, er ook misstanden plaatsvinden in een aantal van deze gezinshuizen?

    Gezinshuizen bieden de mogelijkheid om jeugdigen in een kleinschalige huiselijke setting hulp te bieden. Wanneer een jeugdige uit huis is geplaatst, brengt dit voor de jeugdige al een grote verandering met zich mee. Een gezinsgerichte plaatsing kan helpen om deze verandering minder groot te maken. Het feit dat bovendien gezinshuizen bestaan die zich specialiseren in een bepaalde problematiek, zoals bijvoorbeeld een lichte verstandelijke beperking, is van meerwaarde. Tegelijkertijd erken ik dat ook binnen gezinshuizen misstanden kunnen plaatsvinden. Daarom werk ik met de gezinshuissector en gemeenten aan een kwaliteitsverbetering van de gezinshuiszorg.

  • Vraag 3
    Klopt het dat de huidige kwaliteitscriteria gezinshuiszorg in feite richtlijnen zijn, volgens het principe «pas toe of leg uit», en geen bindende of afdwingbare eisen?

    In de Jeugdwet worden kwaliteitseisen gesteld aan aanbieders van jeugdhulp. Elke jeugdhulpaanbieder moet hieraan voldoen, dus ook gezinshuizen. Ook is in de wet aangegeven dat gewerkt moet worden vanuit professionele standaarden. Richtlijnen vanuit het veld zijn hier onderdeel van, en daarmee een verdere invulling van de kwaliteitswaarborgen voor jeugdhulp. Wanneer er richtlijnen zijn voor bepaalde onderdelen van de jeugdhulp, worden deze meegenomen in het toetsingskader van de IGJ. Bijvoorbeeld, in het rapport van de IGJ in het kader van thematisch toezicht «Pleegkinderen uit beeld», is expliciet getoetst op de richtlijnen4. Tevens zijn de professionele standaarden (beroepscodes) de basis voor het professioneel toezicht dat is ingericht voor professionals met een SKJ registratie (tuchtrecht). Er zijn dus meerdere manieren waarop het gebruik van de professionele richtlijnen geborgd zijn in het jeugdstelsel. De huidige kwaliteitscriteria zijn daarmee indirect geborgd maar zijn niet direct afdwingbaar.

  • Vraag 4
    Acht u dit voldoende om de veiligheid van kinderen te waarborgen?

    De waarborgen voor kwaliteit zoals bij vraag 3 beschreven, kwaliteitseisen in de Jeugdwet en professioneel toezicht gebaseerd op beroepscodes, dragen bij aan veilige en kwalitatief goede gezinshuiszorg. Ik ben daarnaast met de sector in gesprek over de wijze waarop we de veiligheid van gezinshuizen verder kunnen verbeteren. De sector is aan de slag met het aanscherpen van de screening van gezinshuisouders en het steviger verankeren van de kwaliteitscriteria bij de gezinshuizen. Deze laatste worden op dit moment herzien.

  • Vraag 5
    Bent u bereid om de kwaliteitscriteria gezinshuiszorg daadwerkelijke kwaliteitseisen te maken in plaats van richtlijnen, en dit ook te verankeren in de wet?

    Zoals ik bij vraag 3 beschreef, zijn er reeds diverse manieren waarop professionele standaarden worden geborgd. Ik heb geen voornemen om daarnaast specifiek deze kwaliteitscriteria voor gezinshuizen wettelijk te verankeren. Momenteel worden de kwaliteitscriteria voor gezinshuizen herzien vanuit het netwerk Kwaliteit en Blijvend Leren (KBL). Met de gezinshuissector onderzoek ik hoe de implementatie ervan kan worden versterkt.

  • Vraag 6
    Deelt u de zorgen dat financiële prikkels ertoe kunnen leiden dat gezinsouders meer kinderen bij hen laten wonen dan verantwoord is, waardoor de kwaliteit van zorg onder druk komt te staan?

    Gezinshuisouders gaan niet zelf over of een kind bij hen geplaatst wordt, daarover beslist een gecertificeerde instelling of een andere verwijzer zoals de gemeente/lokale team. De verwijzer dient te zorgen voor een verantwoorde plaatsing en kan daarbij alert zijn op eventuele financiële motieven van gezinshuisouders. Daarnaast moeten de gezinshuizen zich houden aan de norm verantwoorde werktoedeling zoals uitgewerkt in het Kwaliteitskader Jeugd en de waarborgen voor kwaliteit zoals beschreven bij vraag 3. Tevens kan de gemeente aanvullende kwaliteitseisen stellen bij de contractering van deze zorg.

  • Vraag 7
    In hoeverre is het begrip gezinshuis juridisch verankerd in de Jeugdwet?

    Het begrip gezinshuis is niet verankerd in de Jeugdwet.

  • Vraag 8
    Bent u bereid dit expliciet in de wet op te nemen om duidelijkheid en uniformiteit te creëren?

    In de Hervormingsagenda Jeugd is afgesproken dat er landelijke standaarden komen voor de (hoog) specialistische jeugdzorg. In dat kader wordt gewerkt aan een gelimiteerde set van productomschrijvingen die momenteel worden uitgewerkt voor de gezinshuiszorg. Op dit moment is nog niet bekend of en hoe deze landelijk geldende productomschrijvingen worden verwerkt in wet- en regelgeving.

  • Vraag 9
    Bent u bekend met signalen van de Inspectie dat zij informatie over niet-functionerende gezinshuisouders niet mogen delen vanwege het ontbreken van een vergewisplicht?

    Daar ben ik mee bekend.
    Op korte termijn gaat een wetsvoorstel over de meld- en vergewisplicht in internetconsultatie. Hiermee worden onder andere jeugdhulpaanbieders verplicht het arbeidsverleden van nieuw aan te nemen jeugdhulpverleners – waaronder gezinshuisouders – na te gaan. En ontslag vanwege ernstig disfunctioneren te melden.
    Verder werk ik aan de invoering van een vergunningplicht voor jeugdhulpaanbieders. Deze moet ook gaan gelden voor gezinshuisouders die werken als zelfstandig ondernemer.

  • Vraag 10
    Deelt u de opvatting dat dit een direct risico vormt voor de veiligheid van de betrokken kinderen?

    De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: IGJ) gebruikt signalen om een inschatting te maken van de mogelijke risico’s binnen de hulp. Op basis van signalen maakt de IGJ een inschatting of een onderzoek moet starten en vervolgens of maatregelen moeten worden genomen. Het doen van meldingen of het doorgeven van signalen aan de IGJ zijn dan ook belangrijk voor de mogelijkheden die de IGJ heeft om maatregelen te treffen in verband met de veiligheid van kinderen. Het wetsvoorstel over een meld- en vergewisplicht, dat ik binnenkort in consultatie breng, moet hieraan bijdragen.

  • Vraag 11
    Bent u bereid een wettelijke vergewisplicht voor gezinshuizen in te voeren, zodat relevante informatie over de (on)geschiktheid van zorgverleners gedeeld en geborgd kan worden?

    Ja. Op korte termijn gaat het wetsvoorstel over de meld- en vergewisplicht in internetconsultatie. Door deze in te voeren voor de Jeugdwet zullen alle jeugdhulpaanbieders verplicht zijn het arbeidsverleden van nieuw aan te nemen jeugdhulpverleners – waaronder gezinshuisouders – na te gaan en melding te doen wanneer sprake is van ernstig disfunctioneren.

  • Vraag 12
    Bent u het met de indiener eens dat we op voorhand zouden moeten checken of een gezinshuisouder geschikt is, en niet pas wanneer er signalen zijn van misstanden?

    Het achteraf toetsen van gezinshuisouders op geschiktheid is niet gewenst. Ik werk daarom aan een meld- en vergewisplicht.
    Gezinshuisouders worden nu meestal vooraf gescreend door de aanbieders van gezinshuiszorg waarmee een contract wordt gesloten. Dit kan een zorgaanbieder zijn, maar kan ook een franchiseorganisatie of een hoofdaannemer. Jeugdhulpaanbieders zijn verplicht een verklaring omtrent gedrag op te vragen van personen die beroepsmatig of (niet incidenteel) als vrijwilliger in contact kunnen komen met jeugdigen of ouders. Indien een gezinshuis een zogeheten vrijgevestigd gezinshuis is en rechtstreeks door gemeenten of regio’s wordt ingekocht, dan is de gemeente of regio verantwoordelijk om de gezinshuisouder te toetsen op geschiktheid als gezinshuisouder. Ook deze vrijgevestigde gezinshuizen dienen te beschikken over een verklaring omtrent gedrag van de gezinshuisouder zelf. De wijze van toetsen door de gemeente of regio is vormvrij en kan bijvoorbeeld ook op basis van steekproeven.

  • Vraag 13
    Klopt het dat zelfstandige gezinshuizen zichzelf moeten melden bij de Inspectie en dat er geen volledig landelijk overzicht bestaat van het aantal gezinshuizen, en hoe beoordeelt u deze situatie?

    Ja, het klopt dat sinds de invoering van de Wtza (Wet toetreding zorgaanbieders) alle nieuwe zorg- en jeugdhulpaanbieders, dus ook zelfstandige gezinshuizen, zich moeten melden bij de IGJ.
    Er bestaat geen landelijke registratie van het aantal gezinshuizen in Nederland. Wel heeft onderzoeksbureau Significant in 2025, in opdracht van VWS, onderzoek gedaan naar het aantal gezinshuizen in Nederland. Hierdoor kan voor 2025 een indicatie worden gegeven van het aantal gezinshuizen, uitgesplitst naar een aantal kenmerken van de gezinshuizen.
    Zoals ook benoemd onder vraag 9 werk ik hiernaast aan een vergunningplicht voor jeugdhulporganisaties. Deze gaat ook gelden voor gezinshuizen.

  • Vraag 14
    Deelt u de opvatting dat verplichte registratie van gezinshuisouders, bijvoorbeeld via de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ), noodzakelijk is om toezicht en uitsluiting bij misstanden mogelijk te maken?

    Jeugdhulpaanbieders moeten verantwoorde hulp verlenen. Dat houdt in dat de hulp van goed niveau en veilig is, en is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige. In het Kwaliteitskader Jeugd is door het veld vastgesteld wanneer een SKJ-registratie vereist is. Dit is afhankelijk van cliënt- en professional-gerelateerde indicatoren. Jeugdigen die in gezinshuizen worden geplaatst hebben veelal complexe problematiek. Voor tenminste één van de betrokken professionals is een SKJ-registratie daarom verplicht. Dat kan de gezinshuisouder zelf zijn of een andere betrokken professional. Gezinshuisouders moeten in ieder geval over pedagogische competenties en vaardigheden beschikken. In de praktijk is er vaak een SKJ-geregistreerde gedragswetenschapper betrokken bij een gezinshuis.
    Om te voorkomen dat professionals die niet functioneren hun werkzaamheden elders in de jeugdhulp kunnen voortzetten ben ik voornemens om een meld- en vergewisplicht in te voeren (zie ook mijn antwoord op vraag5. Daarnaast wordt er een wetsvoorstel voorbereid om een vergunningplicht voor jeugdhulpinstellingen in te voeren.

  • Vraag 15
    Bent u het met de indiener eens dat het onwenselijk is dat wanneer momenteel een gezinshuis na misstanden moet sluiten, zij een paar kilometer verderop weer een nieuw gezinshuis kunnen starten?

    Ja. Met de invoering van een vergunningplicht in combinatie met de aanvullende weigering- en intrekkingsgronden vanuit het wetsvoorstel Integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz), kan deze situatie worden voorkomen.
    Hiernaast kunnen gemeenten nu ook veel doen door bij hun inkooptrajecten gebruik te maken van de wet Bibob.

  • Vraag 16
    Bent u bereid om te onderzoeken of landelijke eisen voor gezinshuiszorg mogelijk zijn, zodat niet alleen het toezicht en de veiligheid verbeterd kunnen worden, maar er ook minder verschillen tussen gemeenten zullen ontstaan?

    Momenteel ben ik in gesprek met de gemeenten, VNG en de aanbieders van gezinshuiszorg over de (kwaliteits-)eisen die gesteld worden aan gezinshuiszorg. Doel van deze gesprekken is om te bepalen welke eisen landelijk kunnen worden vastgelegd.

  • Vraag 17
    Welke stappen gaat u concreet zetten om richtlijnen om te zetten in bindende kwaliteitseisen, registratie van gezinshuizen en gezinshuisouders verplicht te maken, en een vergewisplicht in te voeren?

    Zie mijn toelichting hierop in reactie op de vragen 5, 8, 11 en 14.

  • Vraag 18
    Bent u het met de indiener eens dat het van groot belang is om meer grip te krijgen op gezinshuizen, zowel in het belang van deze kinderen als in het belang van het voortbestaan van deze waardevolle manier van jeugdzorg?

    Ja, het is in het belang van alle betrokkenen in de gezinshuiszorg, en in het bijzonder voor die van de kinderen die hier verblijven, om kwalitatief goede gezinshuiszorg te leveren. Ik werk dan ook samen met de sector aan een kwaliteitsverbetering van de gezinshuiszorg. Zo wordt er onder meer gewerkt aan de herziening van de kwaliteitscriteria en de standaardisatie van de producten en tarieven voor de gezinshuiszorg. Ook wordt een meld- en vergewisplicht en een vergunningplicht voor jeugdhulpaanbieders voorbereid.

  • Mededeling - 4 juni 2026

    De vragen van het lid Synhaeve (D66) over misstanden bij gezinshuizen (2026Z09939) kunnen tot mijn spijt niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. De reden van het uitstel is dat er voor de afstemming met de betrokken partijen meer tijd nodig is. Ik zal u zo spoedig mogelijk de antwoorden op de Kamervragen doen toekomen.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z09939
Volledige titel: Misstanden bij gezinshuizen.
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-2455
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Synhaeve over misstanden bij gezinshuizen