| Ingediend | 17 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 8 juni 2026 (na 52 dagen) |
| Indieners | Joost Sneller (D66), Marijke Synhaeve (D66) |
| Beantwoord door | Enneüs Heerma (CDA), Mirjam Sterk (CDA) |
| Onderwerpen | bestuur organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z08239.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2166.html |
Ja.
Binnen elke politieke besluitvorming is er sprake van een belangenafweging, ook de belangen van toekomstige generaties worden hierin meegenomen.
De afgelopen periode is er een aantal verschillende acties ondernomen om ervoor te zorgen dat het belang van toekomstige generaties in de totstandkoming van beleid nog beter wordt meegenomen. Ik licht die acties hieronder toe.
Binnen de rijksdienst is er aandacht voor het belang van een stevige lange termijn oriëntatie in beleid en besluitvorming. De maatschappelijke opgaven waar Nederland voor staat, vragen om beleid dat niet alleen inspeelt op actuele vraagstukken, maar ook rekening houdt met ontwikkelingen die zich over langere tijd voltrekken en met de gevolgen van keuzes voor toekomstige generaties. De afgelopen jaren is deze ambitie verder geconcretiseerd in verschillende instrumenten, trajecten en werkwijzen.
Een belangrijke basis daarvoor is het Beleidskompas, de verplichte werkwijze voor beleidsontwikkeling binnen de Rijksoverheid. Het Beleidskompas ondersteunt beleidsmakers bij het zorgvuldig doorlopen van de stappen van beleidsvorming, waaronder het in beeld brengen van gevolgen, alternatieven en betrokken belangen. Eind 2025 is het Beleidskompas uitgebreid met een verwijzing naar de nieuw ontwikkelde «Leidraad Toekomstgericht Beleid: Een praktische gids voor de Rijksoverheid». Deze leidraad helpt beleidsmakers om langetermijneffecten en intergenerationele impact explicieter mee te wegen in de ontwikkeling van beleid. Ter ondersteuning daarvan biedt de Toolbox Toekomstgericht Beleid2 een praktische verzameling methoden, trainingen en voorbeelden. Ik licht dit nader toe bij het antwoord op vraag 5.
Daarnaast faciliteert de WRR via het project De toekomst in beleid dat beleidsmakers meer grip kunnen krijgen op de keuzes van nu door zekerheden voor 2050 te onderzoeken. Het gaat dan over gegevenheden of ontwikkelingen waarmee ons land onherroepelijk wordt geconfronteerd. Het meest bekende voorbeeld hiervan is vergrijzing. Voor tal van beleidsterreinen heeft dit gevolgen.
Ook het SGO (Overleg van Secretarissen-Generaal) heeft deze ambitie nadrukkelijk opgepakt. In zijn laatste brief3 aan de informateur stelt het SGO dat het de komende jaren actief wil investeren in tijd en ruimte om lange termijn ontwikkelingen structureel te agenderen en te betrekken bij beleidsvorming. Het doel is dat lange termijn perspectieven niet incidenteel, maar vanzelfsprekend onderdeel zijn van beleidsontwikkeling, prioritering en besluitvorming. Mede om die reden is ABDTOPConsult gevraagd om een advies dat, in samenhang met het WRR-project, op een praktische en uitvoerbare manier helpt om deze beweging te versnellen en duurzaam te verankeren.
Daarnaast dragen Interdepartementale beleidsonderzoeken (IBO) bij aan het langetermijndenken binnen de rijksdienst. IBO’s ontwikkelen beleidsopties voor belangrijke beleidsterreinen en bieden onafhankelijke ambtelijke analyses van complexe maatschappelijke vraagstukken die vaak meerdere kabinetsperiodes overstijgen. Zo onderzoeken het IBO Vereenvoudiging sociale zekerheid en het IBO Bekostiging Elektriciteitsinfrastructuur hoe beleid toekomstbestendig kan worden ingericht. Een ander voorbeeld is het IBO Ouderenzorg «niets doen is geen optie». Hierin is beschreven dat het huidige beleid leidt tot onhoudbare situaties in de toekomst. Naast het signaleren van het probleem worden ook beleidsopties beschreven om de ouderenzorg op lange termijn houdbaar te houden.
Met deze instrumenten, analyses en opdrachten wordt beoogd het lange termijn denken steviger en structureler te verankeren in de strategische beleidsontwikkeling. Daarmee wordt ook beter geborgd dat de belangen van toekomstige generaties zichtbaar worden meegewogen bij de totstandkoming van beleid.
Nederland beschikt over onafhankelijke adviesraden die bij wet zijn ingesteld om regering en parlement gevraagd en ongevraagd te adviseren. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) heeft de wettelijke taak om de onafhankelijk, op wetenschap gebaseerd advies te geven over ontwikkelingen die de samenleving op de lange termijn kunnen beïnvloeden. Onder de Kaderwet adviescolleges vallen daarnaast diverse strategische adviesraden die onafhankelijk maar betrokken adviseren op de hoofdlijnen van beleid in het domein dat zij bestrijken, met een oriëntatie op de (middel)lange termijn.4 Dit biedt ruimte om, ongevraagd of op verzoek van regering of parlement, aandacht te besteden aan de lange termijn en de gevolgen van beleid voor toekomstige generaties. Van deze mogelijkheid wordt ook gebruik gemaakt.5
Net als de Raad van State vind ik daarnaast dat ook kennisinstellingen, de planbureaus en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) belangrijk zijn voor het ontwikkelen van toekomstgericht beleid, omdat zij (onder meer) onderzoek doen naar langetermijnopgaven Ook benoemt de Raad van State dat de diverse Hoge Colleges van Staat, waaronder de Raad zelf, de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman met rapportages en bevindingen een bijdrage leveren aan het langetermijndenken.
Sinds eind 2025 verwijst het Beleidskompas, zijnde de verplichte werkwijze voor beleidsontwikkeling binnen de Rijksoverheid, naar de «Leidraad Toekomstgericht Beleid: Een praktische gids voor de Rijksoverheid». De leidraad bevat drie methoden om langetermijneffecten en intergenerationele impact mee te wegen bij beleidsontwikkeling: de Generatiescan, de «Toekomst aan Tafel» en de Generatietoets. De Generatiescan is een snelle check op mogelijke effecten voor toekomstige generaties. «De Toekomst aan Tafel» is een participatieve methodiek om de stem van toekomstige generatief actief te betrekken. De Generatietoets is een verdiepende analyse voor beleidsvoorstellen waarbij significante intergenerationele effecten te verwachten zijn, zoals grote infrastructuurprojecten, hervormingen van het pensioenstelsel of beleid met substantiële gevolgen voor de staatsschuld.
Het uitgangspunt dat er oog moet zijn voor de lange termijn en belangen van toekomstige generaties onderschrijf ik. In juli 2025 hebben de leden Sneller (D66) en Chakor (GL-PVDA) een motie ingediend die eveneens zag op het verkennen van de mogelijkheden voor het aanstellen van een Nationale ombudsman voor toekomstige generaties. In reactie op die motie heeft het kabinet toen onder meer aangegeven dat gewerkt wordt aan een instrumentarium dat ook het belang van toekomstige generaties zou moeten borgen. Inmiddels is de «Leidraad Toekomstgericht beleid» onderdeel van het Beleidskompas geworden en daarmee in werking getreden. Ook wijs ik op de overige activiteiten die in het antwoord op vraag 3 zijn beschreven.
Het kabinet verwelkomt de Europese inzet op intergenerationele rechtvaardigheid. De strategie is in maart 2026 officieel gepresenteerd door de Europese Commissie en heeft als doel om langetermijn denken te incorporeren in het maken van beleid in de gehele Europese Unie. De strategie is niet-bindend en legt daarmee geen wettelijke verplichting op aan de EU-lidstaten. De strategie is voorgelegd in de Raad Buitenlandse Zaken, waarin Onze Minister van Buitenlandse Zaken bijeenkomt met alle Ministers van Buitenlandse Zaken van alle EU-lidstaten.
Intergenerationele afwegingen maken al onderdeel uit van bestaande beleids- en besluitvormingsprocessen. Daarbij wordt ook gekeken naar de samenhang met lopende trajecten op het gebied van demografie, overheidsfinanciën, brede welvaart en lange termijn beleid.
Het kabinet verwelkomt de Europese strategie en ziet deze als bevestiging van de ingeslagen weg. De kern van een intergenerationele rechtvaardigheidsstrategie is voor Nederland al geborgd via de «Leidraad Toekomstgericht Beleid», verankerd in het Beleidskompas. Daarnaast wijs ik op de overige activiteiten die in het antwoord op vraag 3 zijn beschreven. Voorts zijn langjarige beleidsprogramma’s ook voorbeelden van nationale activiteiten die het belang van toekomstige generaties meewegen. Het Nationaal Deltaprogramma bijvoorbeeld legt vast hoe de overheid Nederland nu en in de toekomst beschermt tegen overstromingen, zorgt voor voldoende zoet water en werkt aan een klimaatbestendige inrichting van het land. Het Programma Energiehoofdstructuur brengt in kaart welke nationale energie-infrastructuur richting 2050 nodig is en waar die kan worden gerealiseerd.
Op het gebied van langdurige zorg komt het toekomstgerichte perspectief ook terug. Eerder is met veel partijen binnen het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) gewerkt aan de langjarige houdbaarheid en kwaliteit van wonen, ondersteuning en zorg die aansluit bij de voorkeuren van ouderen zelf. Dit programma is opgevolgd door het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO). Het Beleidskompas was de centrale werkwijze van dit akkoord waardoor ook ouderen en hun netwerk zijn betrokken. Hieruit zijn voor de lange termijn rode draden geformuleerd die leidend zijn voor de toekomst van de ouderenzorg. Daarnaast laat het kabinet het RIVM onderzoek doen naar de lange termijn vraagontwikkeling in de ouderenzorg.7
De voorstellen van de Commissie kunnen bijdragen aan verdere reflectie op de wijze waarop toekomstige generaties structureel worden meegenomen in beleid. Het kabinet zal bezien welke lessen en aanknopingspunten uit het Europese traject relevant zijn voor de Nederlandse context en hoe deze kunnen aansluiten bij bestaande nationale instrumenten en beleidsprocessen.
Ja.
Hierbij deel ik u mee dat de aan mij en de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport gestelde vragen van de leden Sneller en Synhaeve (D66) over het bericht van de Raad van State dat de noodzaak van langetermijnbeleid benadrukt, met kenmerk 2026Z08239, niet binnen de termijn van drie weken kunnen worden beantwoord. Voor de beantwoording van de vragen is meer tijd nodig. De reden hiervoor is de benodigde afstemming tussen betrokkenen. Uw Kamer ontvangt de antwoorden zo spoedig mogelijk.