| Ingediend | 16 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 19 mei 2026 (na 33 dagen) |
| Indiener | Maes van Lanschot (CDA) |
| Beantwoord door | Derk Boswijk (CDA) |
| Onderwerpen | defensie internationaal |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z08056.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1941.html |
We herkennen het geschetste beeld in het artikel van Nieuwsuur niet. Er hebben geen gesprekken plaatsgevonden met de betreffende producent over mogelijke productie in Nederland. Na de publicatie van het betreffende artikel van Nieuwsuur heeft Defensie Fire Point uitgenodigd voor een gesprek. Hier is tot op heden geen gehoor aan gegeven.
Het kan per project verschillen of een vergunning nodig is voor militaire productie en zo ja, hoe lang een procedure duurt. Dit is onder andere afhankelijk van de locatie en de complexiteit van het project. Zeker als er gevaarlijke stoffen, milieubelastende behandelingen en/of de assemblage van munitie worden voorzien zijn de vergunningprocedures in Nederland complexer. Daarom staat Defensie in goed overleg met decentrale overheden om te onderzoeken hoe militaire productie zo snel mogelijk van start kan gaan, bijvoorbeeld via een eventuele gedoogconstructie. Uiteindelijk is het aan decentrale overheden als bevoegd gezag om hierover te besluiten.
Nee. We herkennen het geschetste beeld in het artikel van Nieuwsuur niet. Er hebben geen gesprekken plaatsgevonden met de betreffende producent over mogelijke vestiging in Nederland. Na de publicatie van het betreffende artikel van Nieuwsuur heeft Defensie Fire Point uitgenodigd voor een gesprek. Hier is tot op heden geen gehoor aan gegeven.
De oorlog in Oekraïne heeft geleid tot een ongekende stroomversnelling in militaire innovatie. Deze ervaringen zijn van onschatbare waarde om mee te nemen in de versterking van de Nederlandse krijgsmacht, waaronder op het gebied van innovatie. Defensie trekt hier dan ook belangrijke lessen uit. Tegelijkertijd is het van belang om te waken voor een te eenzijdige focus op Oekraïne, aangezien de specifieke kenmerken van deze oorlog niet zonder meer representatief zijn voor andere toekomstige militaire conflicten.
Het belang van innovatie voor de slagkracht van onze krijgsmacht is één van de kernideeën achter de D-SII, waarin meerdere maatregelen worden aangekondigd om het proces van innovatie voor Defensie te versnellen.2 Defensie zet daarbij in op nieuwe vormen van samenwerking met kennisinstellingen, zoals TNO, NLR en Marin, om de nieuwste kennis sneller naar een hoger Technology Readiness Level te brengen, onder meer via constructies zoals scientists on the job. Daarnaast worden nieuwe financieringsinstrumenten gerealiseerd, zoals het SecFund, en wordt private financiering gemobiliseerd om innovatieve bedrijven te stimuleren.
Ook maken we werk van een steeds meer innovatiegericht inkoopproces via het SDIR kader, waarbij ruimte is voor experimenten en het opschalen van bewezen innovaties.3 Verder wordt gewerkt aan een nauwere samenwerking met Oekraïne op het gebied van kennisopbouw en -uitwisseling. Tot slot zal de oprichting van een defensie innovatie autoriteit bijdragen aan het versneld opschalen en implementeren van succesvolle innovaties binnen de krijgsmacht.
Het verminderen van regeldruk en het verbeteren van het vestigingsklimaat in Nederland zijn belangrijk onderwerpen in het coalitieakkoord. Hierover is de Kamer op 5 september jl. separaat geïnformeerd.4 Over de aanpak wordt periodiek aan uw kamer gerapporteerd door het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het doel is om generiek tot verbeteringen te komen, er bestaan geen specifieke initiatieven voor de defensie-industrie.
De Nederlandse defensie-industrie is van strategisch belang voor onze nationale veiligheid en economische weerbaarheid. Het kabinet deelt de ambitie om innovatie en opschaling te versnellen. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaatzet hiervoor in op twee sporen: vermindering van regeldruk en verbetering van het vestigingsklimaat.
Het Deense voorbeeld van versnelde defensieprojecten neemt het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat mee in de afwegingen. Echter, Nederland heeft een eigen juridisch en bestuurlijk kader, waarin we moeten zoeken naar praktische oplossingen die passen bij onze context. In nauw overleg met collega’s van de betrokken ministeries worden knelpunten in kaart gebracht en waar mogelijk opgelost. De Kamer wordt tijdig geïnformeerd over de voortgang en eventuele beleidswijzigingen.
Op defensiebedrijven uit Oekraïne zijn dezelfde voorwaarden voor bankgaranties, contractaudits, e.d. van toepassing als op bedrijven uit elk ander land. Om vertraging in samenwerking met Oekraïense bedrijven te voorkomen, worden er ook bankgaranties van Oekraïense banken geaccepteerd. Indien de situatie daar om vraagt kan er gemotiveerd van de vraag om een bankgarantie worden afgeweken. Dit wordt door het Ministerie van Defensie per casus op basis van een risicoanalyse beoordeeld. De minimale eisen voor het aangaan van een verplichting en de verantwoording van publieke middelen blijven van toepassing. Deze regels worden gehandhaafd om de doel- en rechtmatige besteding van publieke middelen te waarborgen.
Sinds begin dit jaar heeft Defensie versoepelingen in het bevoorschottingsbeleid doorgevoerd. Waar bedrijven geen bankgarantie kunnen leveren bij een voorschot van Defensie, wordt een zorgvuldige afweging gemaakt tussen het belang van de opdracht enerzijds en het beheersen van financiële en contractuele risico’s anderzijds. Ook blijft Defensie kijken naar alternatieven voor de bankgarantie en andere manieren om de financiering van de defensie-industrie nader te faciliteren. Daarbij blijft Defensie benadrukken dat ook de commerciële financiële sector daarin een rol heeft.
Omdat er (nog) geen sprake is geweest van het verkennen van de mogelijkheid van het bouwen van een productiefaciliteit voor een Oekraïense producent, is er nog niet in kaart gebracht welke regelgeving hierbij beperkend zou zijn. De Nederlandse insteek van Build With Ukraine is de productie van Oekraïense systemen door Nederlandse bedrijven en in bestaande productiefaciliteiten, in plaats van de vestiging van Oekraïense bedrijven op Nederlands grondgebied, zoals bij Denemarken het geval is. Recent is het eerste coproductieproject gestart, zie antwoord op vraag 4.
Juridisch gezien maakt de Deense regering gebruik van een recent ingevoerde wet die de mogelijkheid biedt om nationale defensie- of crisisgerelateerde projecten versneld door te voeren. Voor het verbeteren van het vestigingsklimaat neemt het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat het Deense voorbeeld van versnelde defensieprojecten mee in de afwegingen. Echter, Nederland heeft een eigen juridisch en bestuurlijk kader, waarin we moeten zoeken naar praktische oplossingen die passen bij onze context. In nauw overleg met collega’s van de betrokken ministeries worden knelpunten in kaart gebracht en waar mogelijk opgelost. De Kamer wordt tijdig geïnformeerd over de voortgang en eventuele beleidswijzigingen.