| Ingediend | 1 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 5 juni 2026 (na 65 dagen) |
| Indiener | Christine Teunissen (PvdD) |
| Beantwoord door | Berendsen , van Essen , Stientje van Veldhoven (D66) |
| Onderwerpen | bodem natuur en milieu water |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z06772.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2156.html |
Het besluit van 19 maart 2026 van de Raad van de Internationale Zeebodemautoriteit (Autoriteit) biedt de Juridische en Technische Commissie van de Autoriteit (JTC) inderdaad grondslag om het onderzoek voort te zetten naar contractanten die mogelijk hun contractuele verplichtingen hebben geschonden of het risico lopen hun contractuele verplichtingen te schenden. Dat onderzoek richt zich onder andere op de vraag of deze contractanten handelen in overeenstemming met het multilaterale juridische raamwerk dat is opgetuigd door het VN-Zeerechtverdrag en de daarbij horende Overeenkomst betreffende de uitvoering van Deel XI van het VN-Zeerechtverdrag (1994 Overeenkomst). Nederland heeft dit jaar geen stem in de totstandkoming van Raadsbesluiten, omdat Nederland in 2026 geen Raadszetel heeft. Niettemin heeft Nederland als waarnemer bij de Raadsvergadering onder meer uitgesproken de JTC te steunen in het voortzetten van dit onderzoek. Ook heeft Nederland nogmaals herhaald dat alle activiteiten op de zeeën en de oceaan, met inbegrip van de zeebodem en de ondergrond daarvan, dienen plaats te vinden binnen het alomvattend juridisch kader van het VN-Zeerechtverdrag.
De JTC heeft voor het onderzoek, zoals benoemd in het antwoord op vraag 1, enkel vragen gesteld aan contractanten van de Autoriteit. De JTC heeft dan ook geen vragen gesteld aan Nederland. Contractanten zijn namelijk in eerste instantie ook zelf verantwoordelijk voor hun diepzeemijnbouwactiviteiten, en het naleven van alle contractuele verplichtingen. Zoals ook toegelicht in de beantwoording van Kamervragen van het lid Teunissen (PvdD)1, is in het VN-Zeerechtverdrag verder geregeld dat contractanten een Sponsoring State moeten hebben die garant staat voor naleving van de internationale regels voor diepzeemijnbouw onder het VN-Zeerechtverdrag door hun contractanten, en die de Autoriteit ondersteunen bij het toezicht op de activiteiten van en handhaving van de naleving door contractanten. Nederland is niet betrokken bij de activiteiten van bedrijven in het kader van de Autoriteit, niet als Sponsoring State en niet als vlaggenstaat. Het kabinet zal zich ervoor blijven inzetten dat diepzeemijnbouwactiviteiten op de internationale zeebodem plaatsvinden in overeenstemming met het VN-Zeerechtverdrag en onder auspiciën van de Autoriteit.
Ja.
Het tussentijdse rapport van de voorzitter van de JTC noemt geen namen van partijen waar de JTC (vervolg)onderzoek naar doet. Het is wel bekend dat de Autoriteit vragen heeft gesteld aan alle contractanten van de Autoriteit in hoeverre zij voldoen aan contractuele verplichtingen om zich aan het VN-Zeerechtverdrag en de 1994 Overeenkomst te houden. Ook is bekend dat alle contractanten van de Autoriteit hierop hebben gereageerd.
Het kabinet is ermee bekend dat Allseas een samenwerkingspartner is van The Metals Company (TMC). Het kabinet kan geen uitspraken doen over de bedrijfsvoering en samenwerkingsrelaties van individuele bedrijven.
Nederland is niet betrokken bij de activiteiten van bedrijven (of andere partijen) in het kader van de Autoriteit, niet als Sponsoring State en niet als vlaggenstaat. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2, regelt het VN-Zeerechtverdrag ten aanzien van diepzeemijnbouwactiviteiten op de internationale zeebodem dat elke contractant een zogenaamde «Sponsoring State» moet hebben, die garant staat voor naleving van de internationale regels voor diepzeemijnbouw onder het VN-Zeerechtverdrag door de contractant, en die de Autoriteit ondersteunt bij toezicht op en handhaving van naleving van de regels door de contractant. Als verdragspartij zal Nederland zich ervoor blijven inzetten dat alle activiteiten op de zeeën en de oceaan, met inbegrip van de zeebodem en de ondergrond daarvan, dienen plaats te vinden binnen het juridisch kader van het VN-Zeerechtverdrag. Nederland staat voor de integriteit van het VN-Zeerechtverdrag en de Autoriteit als de exclusief aangewezen instantie om diepzeemijnbouwactiviteiten op en in de internationale zeebodem te organiseren en daar toezicht op uit te oefenen.
Het kabinet kan geen verdere uitspraken doen over de inhoud van gesprekken met individuele bedrijven, omdat deze vertrouwelijk zijn.
Indien een dergelijk scenario zich voordoet, zal het kabinet deze op zijn merites beoordelen. Hierbij zal het kabinet de geldende juridische kaders in acht nemen. Het kabinet doet verder geen uitspraken over de bedrijfsvoering en samenwerkingsrelaties van individuele bedrijven.
De schriftelijke vragen van het lid Teunissen (PvdD) over diepzeemijnbouw (kenmerk 2026Z06772) kunnen met het oog op een zorgvuldige en volledige beantwoording niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. Het streven is de antwoorden zo spoedig mogelijk aan uw Kamer te sturen.