| Ingediend | 23 maart 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 28 mei 2026 (na 66 dagen) |
| Indieners | Sarah El Boujdaini (D66), Michelle Jagtenberg (D66) |
| Beantwoord door | David van Weel (VVD), Aerdts , Derk Boswijk (CDA) |
| Onderwerpen | economie markttoezicht ondernemen |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z05785.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2057.html |
Ja.
Het Kabinet zal zich immer inzetten voor de bescherming van mensenrechten en de democratische rechtstaat, ook bij de inzet van technologie zoals AI. Daarbij heeft het kabinet ook aandacht voor de mogelijk discriminerende aspecten van technologie, en het beschermen van de democratie. Het is niet aan het kabinet om opvattingen van het bestuur van een bedrijf van een oordeel te voorzien.
In antwoord op diverse Kamervragen van het lid Van Houwelingen (FvD),2 evenals van de leden Van Vroonhoven en Six Dijkstra (beiden NSC),3 is aangegeven dat op dit moment alleen de politie en Defensie gebruik maken van Palantir.
De politie gebruikt de software van Palantir enkel binnen de zogenaamde «Raffinaderij». «De Raffinaderij» is een analyseomgeving waar Palantir onderdeel van uitmaakt. Deze wordt alleen aangewend voor de bestrijding van zware en georganiseerde criminaliteit en het voorkomen van aanslagen.
Binnen de Nederlandse krijgsmacht wordt bij een aantal (operationele) defensieonderdelen gebruik gemaakt van de Palantir-software. Dit gebeurt onder strikte maatregelen en in volledige afgesloten omgevingen. Hierbij gaat het in alle gevallen om een «beproeving» van deze technologie, waardoor het slechts in beperkte mate ondersteunend is aan het militair optreden. Daarnaast wordt in het kader van interoperabiliteit tussen NAVO-partners onderzocht in hoeverre deze technologie hieraan kan bijdragen.
Het kabinet is van mening dat vrijheid van gedachten (cf. art. 7 Gw en art. 9 EVRM) een recht is wat mensen toekomt, en dat bedrijven niet als zodanig politieke visies kunnen hebben. Het is niet aan het kabinet om opvattingen van het bestuur van een bedrijf van een oordeel te voorzien.
De Rijksoverheid gebruikt bij aanbestedingen en inkoopopdrachten de Algemene Inkoopvoorwaarden (ARIV), de Algemene Rijksvoorwaarden voor het verstrekken van opdrachten tot het verrichten van Diensten (ARVODI) en de Algemene Rijksvoorwaarden bij IT-overeenkomsten (ARBIT).
Daarnaast nemen overheidsorganisaties verschillende maatregelen om de cyberveiligheid van de ICT-processen van de overheid, en de bescherming van persoonsgegevens van alle betrokkenen te waarborgen. De basis ligt hiervoor in wet- en regelgeving. Zo zijn overheidsorganisaties verplicht om conform de Baseline Informatiebeveiliging Overheid 2 (BIO 2) risicogebaseerd maatregelen te nemen voor hun informatiebeveiliging. Daarnaast volgt er uit de AVG een verplichting tot het uitvoeren van een risicoanalyse met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en het nemen van maatregelen om onderkende risico’s te mitigeren.
Voorafgaand aan een voorgenomen verwerking van persoonsgegevens, moet een data protection impact assessment (DPIA) uitgevoerd worden om de risico’s voor de rechten en vrijheden van betrokkenen in kaart te brengen. Beoordeeld wordt welke (aanvullende) operationele, technische, procedurele, informatiebeveiligings- of bestuurlijke maatregelen getroffen moeten worden om eventuele risico’s voor de bescherming van persoonsgegevens en de rechten en vrijheden van betrokkenen te mitigeren. In geval van doorgifte van persoonsgegevens aan landen buiten de EER wordt een data transfer impact assessment (DTIA) uitgevoerd om te beoordelen of het betreffende land of internationale organisatie een passend beschermingsniveau waarborgt. Volgens de AI-verordening wordt de Fundamental Rights Impact Assessment (FRIA) verplicht bij hoog-risico AI-systemen. Een mogelijke invulling van zo’n FRIA is het Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes (IAMA). Wat de verantwoorde en transparante inzet van algoritmen en AI binnen de overheid betreft, wordt daarnaast ook ingezet op instrumenten als het Algoritmeregister en het Algoritmekader. In de Kamerbrief van 20 april heb ik u tevens geïnformeerd over de wijze waarop het kabinet voornemens is het toezicht op de naleving van de Europese AI-verordening vorm te geven.4
Ik verwijs u graag naar de Kamerbrief uitvoering aangenomen ontraden moties over ICT-onderwerpen, ingediend tijdens het Notaoverleg over de Nederlandse Digitaliseringsstrategie d.d. 29 september 2025 en het Tweeminutendebat Telecomraad (informeel) dd. 9 december 2025, waar is ingegaan op de uitvoering van deze motie.6
Dit is niet mogelijk. Ik verwijs u graag naar de Kamerbrief uitvoering aangenomen ontraden moties over ICT-onderwerpen, ingediend tijdens het Notaoverleg over de Nederlandse Digitaliseringsstrategie d.d. 29 september 2025 en het Tweeminutendebat Telecomraad (informeel) dd. 9 december 2025, waar is ingegaan op de uitvoering van deze motie.7
Specifiek voor Defensie geldt dat er op dit moment een onderzoek naar mogelijke technologische alternatieven binnen Europa wordt uitgevoerd. Hieruit moet ook het beeld ontstaan welke specifieke kennis noodzakelijk is en welke positie JIVC hierin kan of moet vervullen.
De AI-verordening voorziet al in transparantie- en governance-eisen voor een breed scala aan hoog-risico AI. Deze zijn onderdeel van het Europese standaardisatieproces dat momenteel loopt in het kader van deze wet. Ik beoog daar zoveel mogelijk bij aan te sluiten. Daarnaast werk ik vanuit de Nederlandse Digitaliseringsstrategie aan een AI-inkoopaanpak. Hierin wordt ook aandacht besteed aan transparantie-eisen die bij het inkoopproces kunnen worden opgelegd aan technologiebedrijven die AI-systemen leveren aan overheden. Voorbeelden van deze eisen zijn dat zij documentatie kunnen voorleggen die toelicht hoe de AI-component van het systeem werkt. In het Commissiedebat Digitaliserende overheid van 29 januari 2026 heeft de toenmalige Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitalisering toegezegd dat deze AI-inkoopaanpak in 2026 met uw Kamer zal worden gedeeld. Dat wordt beoogd in uiterlijk Q4 2026.
Binnen Defensie wordt op dit moment een beleidskader ontwikkelt, dat voortborduurt op het eerder vastgestelde algoritmebeleid en waarin alle noodzakelijke maatregelen worden uitgewerkt. Deze zal van toepassing zijn op alle nog te verwerven en bestaande AI-systemen die ondersteunend zijn aan het militair optreden.
Ja.