| Ingediend | 3 maart 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 16 april 2026 (na 44 dagen) |
| Indiener | Ismail El Abassi (DENK) |
| Beantwoord door | David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid organisatie en beleid recht strafrecht |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z04111.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1643.html |
Ja.
Ik ken de berichtgeving en de problematiek. Het in de mediaberichtgeving genoemde aantal van circa 50.000 onjuiste naamkoppelingen kan ik op basis van de nu beschikbare analyses niet bevestigen.; verschillende grootheden (identiteitsvaststelling in het strafvorderlijke proces versus onjuiste tenaamstelling in een onherroepelijk vonnis) lopen in de berichtgeving door elkaar.
In eerdere brieven aan uw Kamer is toegelicht dat de problematiek waar de grootste risico’s voor burgers en voor de uitvoering van straffen zitten, betreft de gevallen waarin na het onherroepelijk worden van een strafvonnis, blijkt dat er signalen zijn dat er een probleem is met de vastgestelde identiteit en daardoor een mogelijk onjuiste tenaamstelling. Daarover is aan uw Kamer gemeld dat het sinds 2014 tot medio mei 2025 867 zaken betrof en dit zich gemiddeld zo’n 50 keer per jaar voordoet.2
Het gaat om situaties waarbij de Matching Autoriteit constateert dat de identiteit die zij op dat moment als leidend heeft bepaald, afwijkt van de tenaamstelling van het vonnis. Deze afwijkingen kunnen voortkomen uit schrijffouten, naamswijzigingen, betere identiteitsgegevens die pas later in het strafproces beschikbaar komen, identiteitsfraude of langdurige onzekerheid over de identiteit.
Hieronder is per gevalstype het percentage waarin afwijkingen voorkomen in de 867 geconstateerde zaken indicatief aangegeven:
Deze percentages kunnen wijzigen. Op grond van nadere toetsing kan blijken, dat een zaak tot een ander gevalstype behoort. Deze percentages geven daarmee een voorlopig beeld van de thans beoordeelde zaken.
De problematiek kent verschillende oorzaken. Om te beginnen aan de voorkant van de keten. Daar kunnen verdachten onjuiste of onvolledige gegevens verstrekken die op dat moment niet kunnen worden geverifieerd. Ook kunnen fouten in de registraties ontstaan vanwege verschrijvingen of administratieve vergissingen. Later in het proces, zo leert de praktijk, komen er pas voor het eerst kwalitatief betere identiteitsgegevens beschikbaar (zoals vingerafdrukken). De registraties worden dan indien nodig geactualiseerd. Dat vergt nader ID-onderzoek. Een dergelijk onderzoek neemt veel tijd in beslag en duurt soms langer dan de periode van vervolging/berechting. Hierdoor kunnen fouten lange tijd in de registraties blijven staan en komt pas na het vonnis informatie beschikbaar op basis waarvan wordt geconstateerd dat de tenaamstelling onjuist is. In andere gevallen wordt bij de vervolging (uitbrengen dagvaarding) en berechting (vonnis) niet altijd gewerkt met de meest actuele tenaamstelling, en wordt de identiteit van de verdachte op die momenten niet daadwerkelijk geverifieerd. Bovendien kent de strafrechtketen op dit moment geen structureel herstelproces om deze fouten proactief te herstellen.
Het voorkomen van nieuwe fouten is één van de vier pijlers van de aanpak. Dat laat onverlet dat hier sprake is van een ketenbreed vraagstuk: de oorsprong ligt vaak vroeg in het proces, maar ook in latere fasen moeten signalen tijdig worden onderkend, geverifieerd en verwerkt. Daarom wordt samen met ketenpartners in kaart gebracht waar processen rond identiteitsvaststelling kunnen worden versterkt, zodat nieuwe gevallen worden voorkomen. Tegelijkertijd is het belangrijk om in te zien dat onzekerheid rondom de identiteit van een verdachte inherent is aan het strafproces. Dat houdt verband met het kernbeginsel dat de verdachte niet verplicht is mee te werken aan de eigen veroordeling, maar ook aan de wisselende betrouwbaarheid van de op dat moment beschikbare identiteitsgegevens. Een volledig foutloze keten is niet realistisch; er zal sprake blijven van menselijke invoerfouten en situaties waarin, bijvoorbeeld vanwege het ontbreken van gegevens, identiteiten in de praktijk niet zijn vast te stellen.
Het belang van de strafrechtspleging vergt dat er wordt gewerkt met de beste op dat moment beschikbare gegevens. Daarom wordt ingezet op zo snel mogelijke signalering en correctie binnen de wettelijke kaders. Dit is nadrukkelijk een ketenopgave. Daarom gebeurt dit in samenwerking met onder meer het OM, de Rechtspraak, de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad, DJI, CJIB, Politie en KMAR. Ook de migratieketen en de burgerketen zijn betrokken.
De Strafrechtketendatabank (SKDB) verwerkt identiteitsgegevens mede op basis van authentieke of gezaghebbende bronregistraties, waaronder in elk geval de Basisregistratie Personen en, voor zover relevant, de Basisvoorziening Vreemdelingen. Wijzigingen in dergelijke bronregisters kunnen doorwerken in de SKDB om identiteitsgegevens te actualiseren en ketenprocessen te ondersteunen. Of en hoe die doorwerking vervolgens effect heeft in andere ketenprocessen of registraties, hangt af van de aard van de wijziging, de betrokken systemen en de noodzakelijke beoordeling van de gevolgen daarvan.
Een beperkt aantal van de aan de SKDB gekoppelde organisaties valt onder de werking van de AVG. Voor andere organisaties geldt dat de Wet Politiegegevens (Wpg) of de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) van toepassing zijn, die overigens vergelijkbare bepalingen kennen ten aanzien van de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de te verwerken persoonsgegevens. Die stelsels kennen ieder eigen regels over de juistheid, zorgvuldigheid en – waar nodig – correctie van persoonsgegevens. De geautomatiseerde doorwerking van brongegevens ontslaat betrokken organisaties dus niet van hun verantwoordelijkheid om, binnen het voor hen geldende wettelijke kader, onjuistheden te corrigeren wanneer die blijken.
Ik ben van mening dat systeemtechnische beperkingen nooit zouden mogen leiden tot het in stand houden van onjuiste strafrechtelijke registraties. Juist om die reden heeft de Matching Autoriteit de wettelijke taak (Wivvg) de leidende administratieve identiteit van verdachten en veroordeelden te bepalen. Deze identiteit wordt binnen de strafrechtketen gedeeld en vervolgens in alle fasen van het strafproces gebruikt. Door het centraal beheer en onderhoud van identiteitsgegevens in de strafrechtketen en het eenduidig gebruik hiervan in de keten(-systemen), kunnen de uniformiteit van gegevens, dataconsistentie en de mogelijkheid tot integraal herstel (na constatering onjuiste tenaamstelling) worden geborgd. Dat neemt niet weg dat herstel in de praktijk per systeem en per rechtsgevolg verschillende handelingen kan vergen. Juist daarom is van belang dat onjuiste registraties niet alleen technisch, maar ook juridisch en procesmatig zorgvuldig kunnen worden hersteld. Om die reden is begin dit jaar een wijziging in de systemen gerealiseerd waardoor het mogelijk is geworden om geautomatiseerd doorgevoerde wijzigingen weer terug te draaien.
Er bestond inderdaad onzekerheid omtrent de herstelbevoegdheden. Deze onzekerheid is inmiddels in belangrijke mate verduidelijkt door het ontwikkelde Toetsings- en handelingskader dat de rechtstatelijke bevoegdheidsgrenzen expliciet maakt. Dat kader is conform toezegging in Q1 definitief vastgesteld en wordt in de komende tijd verder geoperationaliseerd in de uitvoeringspraktijk. Met dit kader wordt de werkwijze rond de registratie van onherroepelijke vonnissen in geval van twijfel over de tenaamstelling, heringericht. Dit kader is gebaseerd op een door deskundigen in- en extern gevalideerde juridische grondslag. Daarbij geldt als uitgangspunt dat correctie van registraties onder omstandigheden mogelijk is, maar dat wijziging van een onherroepelijk rechterlijk oordeel uitsluitend door de rechter zelf kan worden gedaan.
In de Kamerbrief van 10 november 20253 is melding gemaakt van vier gevallen waarin foutieve tenaamstelling aan de orde was. In twee van die gevallen zijn personen bij identiteitscontrole gedetineerd geweest; nadat bleek dat zij niet de dader waren, zijn zij in vrijheid gesteld. Of er in meer zaken sprake is geweest van benadeling van burgers zal moeten blijken uit de lopende analyse van de overige zaken waarin er aanwijzingen zijn dat er sprake was van een foutieve tenaamstelling in een vonnis.
Ook is aangegeven dat in 8 gevallen waarin binnen de onderzochte groep een VOG-aanvraag aan de orde was, de nieuwe informatie niet tot een ander oordeel zou hebben geleid.
Zoals ik u in de Kamerbrief van 10 november 2025 heb laten weten bleek uit de op dit moment nog lopende toetsing en afhandeling van de geregistreerde zaken op basis van het toetsings- en handelingskader, dat er sprake is van in elk geval één situatie waarin een straf niet ten uitvoer is gelegd als gevolg van een foutief te naam gesteld vonnis.4 In deze zaak kon het vonnis niet worden betekend als gevolg van onvindbaarheid en staat de veroordeelde om die reden gesignaleerd.
In z’n algemeenheid geldt dat zodra er concrete aanwijzingen zijn dat een foutieve tenaamstelling leidt tot het risico dat een straf niet ten uitvoer is gelegd, dat signaal met ketenpartners – zoals het openbaar ministerie – wordt opgepakt. Mocht blijken van niet ten uitvoer gebrachte straffen, dan bezien de betrokken organisaties of alsnog tot tenuitvoerlegging kan worden overgegaan.
Op de door u gestelde vraag kan geen antwoord worden gegeven, omdat cijfermateriaal vanaf 2010 niet beschikbaar is. Het gevraagde, namelijk onjuist verwerkte persoonsgegevens, is daarbij een ander begrip en veel breder dan een «onjuiste tenaamstelling». Daarnaast kan een verzoek tot correctie betrekking hebben op verschillende onderdelen van de registratie van (persoons-)gegevens in de SKDB en niet uitsluitend op de correctie van de personalia van een betrokkene. Dat neemt niet weg dat ik zal bezien hoe de registratie van dergelijke signalen, verzoeken en afdoeningen vanaf nu eenduidiger kan plaatsvinden, zodat hierover in de toekomst beter kan worden gerapporteerd.
Het is van groot maatschappelijk belang dat de identiteit van verdachten in het strafproces juist wordt vastgesteld, om te voorkomen dat onschuldigen nadeel ondervinden of dat daders hun straf ontlopen. Uit de rapportage van de Algemene Rekenkamer (ARK) in mei 2025 en de daarop volgende brieven aan uw Kamer5 blijkt dat het in het verleden niet altijd goed is gegaan
Om deze problematiek structureel en rechtstatelijk op te lossen, wordt momenteel een plan van aanpak uitgevoerd waarvan de hoofdlijnen eerder met uw Kamer zijn gedeeld. Kort samengevat bestaat dat uit:
Daarbij wordt niet alleen ingezet op het voorkomen van nieuwe gevallen en het beoordelen van bekende zaken, maar ook op het zo veel mogelijk in beeld brengen van gevallen waarin burgers concreet nadeel hebben ondervonden. Waar daar aanleiding toe bestaat, wordt bezien of en hoe betrokkenen actief kunnen worden benaderd en welke passende herstel- of schadetrajecten openstaan. Daarnaast kunnen burgers die menen nadeel te ondervinden van een onjuiste overheidsregistratie zich melden via onder andere het Meldpunt Fouten in Overheidsregistraties; bezien wordt hoe deze route in dit dossier zo toegankelijk mogelijk kan worden gemaakt.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid El Abassi (DENK), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over grootschalige naamfouten in strafrechtelijke vonnissen (ingezonden 3 maart 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.