| Ingediend | 24 februari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 19 maart 2026 (na 23 dagen) |
| Indieners | Esmah Lahlah (GroenLinks-PvdA), Suzanne Kröger (GL) |
| Beantwoord door | Hans Vijlbrief (D66) |
| Onderwerpen | financiën organisatie en beleid sociale zekerheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z03648.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1374.html |
Ja, hier ben ik mee bekend.
Het Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE) ondersteunde huishoudens met een laag tot midden inkomen en een hoge energierekening bij het betalen van hun energierekening. Het betrof een publiek-private samenwerking. De stichting TNE werd deels gefinancierd door een subsidie van het Rijk en deels door energieleveranciers en netbeheerders. Om de subsidie binnen de bestaande juridische kaders te verstrekken, was een private bijdrage van meer dan één derde van de totale som vereist.
Het TNE heeft in 2023, 2024 en 2025 uitgekeerd. Het had een jaarlijks vaststaand budget. Mensen kregen op volgorde van aanmelding een uitkering, totdat het budget was uitgeput. Aangezien het budget niet toereikend was voor het aantal huishoudens binnen de doelgroep, kon helaas niet iedereen geholpen worden. Omdat het een private stichting betreft, stond voor mensen geen bezwaar en beroep open.
Kenmerken van een publiek energiefonds zijn onder andere:
Binnen de randvoorwaarden gesteld door het SKF krijgen huishoudens met een gasaansluiting, een relatief hoog energieverbruik en een beperkt inkomen jaarlijks € 200 voor de verwachte stijging van hun energierekening als gevolg van de invoering van ETS-2. De looptijd van het fonds is minimaal 2 jaar, mogelijk langer afhankelijk van niet-gebruik. Het is de bedoeling dat tegelijkertijd wordt gewerkt aan het verduurzamen van woningen. Ook kunnen huishoudens die daar geen bezwaar tegen hebben ondersteuning krijgen van hun gemeenten bij de verlaging van hun energierekening, bijvoorbeeld energiecoaches, energiebesparende maatregelen en hulp bij het aanvragen van regelingen.
Het klopt dat de Europese middelen uit het Social Climate Fund en de vereiste nationale cofinanciering alleen aangewend kunnen worden voor het beschermen tegen toekomstige prijsstijgingen als gevolg van de invoering van het nieuwe Europese emissiehandelssysteem ETS-2. De middelen zijn echter ook bedoeld voor compensatie van hoge energiekosten en komen in belangrijke mate terecht bij de doelgroep van het Tijdelijk Noodfonds Energie.
Het kabinet bekijkt de mogelijkheden van een meerjarig publiek Energiefonds. Dat gaat helaas niet makkelijk. Met name de uitvoerbaarheid blijft een uitdaging.
Tegelijkertijd begrijpt het kabinet dat huishoudens zich zorgen maken over hoe het conflict hen zal raken en het kabinet neemt die zorgen serieus. Voor komende winter wil het kabinet onder andere kijken of het noodfonds energie weer op poten gezet kan worden, zodat mensen die daar echt behoefte aan hebben daar gebruik van kunnen maken. Ook brengt het kabinet zoals toegezegd door de Staatssecretaris van Financiën, alternatieve opties in kaart voor gerichte ondersteuning, zodat deze wanneer nodig bij de augustusbesluitvorming benut kunnen worden.
Zie het antwoord op vraag 4.
Zie het antwoord op vraag 4.
Er zijn meer dan 151.000 huishoudens die zich bij het TNE hebben gemeld en toestemming hebben gegeven om hun gegevens met de eigen gemeente te delen. Aan gemeenten is € 10 miljoen beschikbaar gesteld om met deze huishoudens contact op te nemen over ondersteuning bij verlaging van de energierekening.
De overige € 20 miljoen dient als impuls voor de bestaande lokale dienstverlening in de aanpak van energiearmoede. Gemeenten kunnen deze middelen bijvoorbeeld inzetten voor energiecoaches, energiebesparende maatregelen en hulp bij het aanvragen van regelingen. Deze middelen kunnen gebruikt worden voor ondersteuning aan huishoudens die zich bij het TNE hebben gemeld, maar ook voor andere huishoudens in energiearmoede.
Gemeenten hebben beleidsvrijheid in de uitvoering van hun energiearmoede aanpak, waardoor de effecten per gemeente en per huishouden kunnen verschillen.
Uit het TNO-rapport «Kwantitatieve en kwalitatieve analyse van de effecten van energiehulp op huishoudens»2 blijkt dat vergelijkbare energiehulp een meetbaar effect heeft op het gas- en elektriciteitsverbruik van huishoudens, met name voor mensen in energiearmoede. Gemiddeld leidt dit tot een besparing van € 215 per jaar op de energierekening. Daarnaast heeft energiehulp een breder effect, het vermindert zorgkosten en draagt bij aan een betere leefsituatie voor de huishoudens.
Het kabinet wil ervoor zorgen dat er komende winter hulp is voor mensen die dat nodig hebben. Er liggen verschillende opties op tafel om mensen te helpen. Het Noodfonds Energie is daar één van. Die worden richting augustusbesluitvorming uitgewerkt.
Het Tijdelijk Noodfonds Energie bakende haar potentiële doelgroep af op basis van inkomens en energiequote. Op basis van de door het Tijdelijk Noodfonds Energie gestelde voorwaarden bedroeg in 2023 de doelgroep naar (grove) schatting ca. 1,8 mln. huishoudens. 2023 was wel een jaar met zeer hoge energieprijzen en daarmee een potentieel grote doelgroep van huishoudens met een hoge energiequote. Het jaar 2024 was qua energieprijzen een meer «gemiddeld» jaar. Op basis van de gestelde voorwaarden bedroeg de doelgroep toen naar schatting 685.000 huishoudens. Over 2026 heeft het kabinet geen inschatting van de potentiële doelgroep, ook omdat de prijzen nog niet vaststaan. Het ligt gezien de huidige prijzen voor de hand dat deze tussen die van 2023 en 2024 ligt.
We kijken momenteel nog naar de vormgeving van een publiek energiefonds. De voorwaarden daarvoor staan dus nog niet vast. Om die reden kan de gevraagde inschatting nog niet worden gegeven.
Een vernauwing van de omvang van de doelgroep sluit aan bij de bevindingen vanuit het onderzoeksprogramma energiearmoede van TNO3, met als doel om de beschikbare steun te richten op de doelgroep die dit het hardste nodig heeft.
Zoals op vraag 3 geantwoord, mogen de Europese middelen uit het Social Climate Fund alleen gebruikt worden om de verwachte prijsstijgingen door de invoering van ETS-2 te compenseren. Onderzoek van CE-Delft laat zien dat de deze prijsstijging verder oploopt naarmate de jaren verstrijken. Het bedrag van € 200 per jaar sluit aan bij de verwachte gemiddelde prijsstijging waar huishoudens mee te maken krijgen door de meerprijs van ETS-2.
Daarnaast is de inzet van het kabinet om deze kloof te overbruggen ook breder dan alleen inkomensondersteuning; zo wordt er binnen het Ministerie van VRO nadrukkelijk ingezet op de verbetering van de energetische kwaliteit van woningen, en werkt het Ministerie van KGG als systeemverantwoordelijke aan een rechtvaardig energiesysteem.
Mensen met zorgen over de energierekening kunnen een betalingsregeling met de energieleverancier treffen of aankloppen bij de gemeente of bij Geldfit.
Het uitstel van ETS-2 zal geen gevolgen hebben voor het totale bedrag waar lidstaten aanspraak op kunnen maken. Wel is het mogelijk dat door het uitstel van ETS-2 de middelen pas later beschikbaar komen, aangezien het Social Climate Fund gevuld wordt uit de opbrengsten van ETS-2.
Uitstel van ETS-2 naar 2028 kan er niet toe leiden dat huishoudens geen of minder steun krijgen uit het publiek Energiefonds in 2027. Zie verder het antwoord op vraag 4.
Zie het antwoord op vraag 4.
Helaas lukt het niet de Kamervragen van de leden Kröger en Lahlah (beiden GroenLinks-PVDA) over het bericht «Publiek Energiefonds is geen vervanger van het noodfonds» binnen de gestelde termijn van drie weken te beantwoorden. Dit heeft te maken met de tijd die nodig is voor een zorgvuldige beantwoording. De antwoorden op de vragen zal ik zo spoedig mogelijk aan uw Kamer sturen.