| Ingediend | 16 februari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 3 maart 2026 (na 15 dagen) |
| Indiener | Henk Vermeer (BBB) |
| Beantwoord door | Eelco Heinen (minister financiën, minister economische zaken en klimaat) (VVD) |
| Onderwerpen | criminaliteit financieel toezicht financiën openbare orde en veiligheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z03324.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1213.html |
Nee, er zijn geen generieke uitzonderingen voor specifieke sectoren op het verbod om contante betalingen voor transacties voor de aan- of verkoop van goederen boven de 3.000 euro (hierna: het verbod). In overleg met de toezichthouder Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI) is wel afgesproken om voor aankopen van goederen buiten de Europese Unie een uitzondering te maken bij de handhaving. Deze uitzondering is gemaakt naar aanleiding van zorgen uit de sector, waarna ik de Eerste Kamer bij de wetsbehandeling heb toegezegd om samen met de toezichthouder te bezien of er in het toezicht mogelijk disproportionele gevolgen weggenomen kunnen worden. De uitzondering komt hieraan deels tegemoet. Hierbij stuur ik u een afschrift van mijn brief aan de Eerste Kamer.
Na afloop van het debat in de Eerste Kamer over het verbod heb ik de sectoren die hun knelpunten bij de leden van de Eerste Kamer hadden aangekaart, opgeroepen om zich te melden. Met vertegenwoordigers uit deze sectoren is vervolgens gesproken. De sectoren die knelpunten zeggen te ondervinden zijn de voertuigen-, onderdelen- en metaalsector waar partijen uit Afrika, Zuid-Amerika en Oost-Europa vaak contant betalen. Zij schetsten dat zij in Nederland transacties verrichten voor de verkoop van hun waren, in hoge sommen contant geld met partijen binnen en buiten de EU. Zij wezen op het risico dat deze buitenlandse partijen na invoering van het verbod zouden uitwijken naar andere landen, zoals Duitsland, waar nu geen verbod geldt. Daarnaast stelden partijen uit de scheepvaart dat zij soms genoodzaakt zijn om in het buitenland ter plekke aankopen contant te doen.
Aan de hand van het afwegingskader zoals geschetst in de brief aan de Eerste Kamer zouden uitzonderingen voor deze sectoren zorgen voor ondermijning van de wet en voor slechte handhaafbaarheid. Ten eerste zou een uitzondering juist de sectoren met hoog witwasrisico betreffen, terwijl de wet juist beoogt om witwassen aan te pakken. Ten tweede is een bredere uitzondering niet handhaafbaar, omdat de toezichthouder moeilijk kan verifiëren of een transactie daadwerkelijk met een buitenlandse partij plaats heeft gevonden. Hierdoor zouden constructies kunnen worden opgetuigd om het verbod te omzeilen en zou het risico op misbruik fors toenemen. Ten derde sluit een uitzondering niet aan op de Europese antiwitwasverordening, die vanaf juli 2027 een algemene limiet instelt. Deze Europese limiet biedt geen ruimte voor sectorale uitzonderingen binnen de EU. Daarom wordt alleen een uitzondering gemaakt voor aankopen buiten de EU, waarbij het witwasrisico lager is, de toezichthouder de handhaafbaarheid kan waarborgen en waar vanaf juli 2027 geen Europese regelgeving voor geldt.
Er zijn gesprekken gevoerd met de sectoren en toezichthouder DFEI om mogelijke uitzonderingen te verkennen. Hierbij is de sectoren gevraagd om voorbeelden aan te dragen van situaties waarin zij knelpunten ervaren. De voorbeelden bedroegen veelal transacties die een hoog risico op witwassen vormen, terwijl de wet juist witwassen moet aanpakken. De werkbare en uitlegbare uitzondering die is gevonden betreft aankopen buiten de EU. Voor verkooptransacties is geen uitzondering mogelijk gebleken op basis van de bij het antwoord op vraag 3 geschetste overwegingen.
Het is mij bekend dat partijen die handeldrijven met partijen uit het buitenland en daarbij gebruik maken van hoge sommen contant geld geraakt worden door deze wet. Voor deze sectoren is dat vervelend. Deze consequenties zijn tijdens de Kamerbehandelingen van het verbod besproken. Met name tijdens het debat met de Eerste Kamer is hier uitvoerig bij stil gestaan. Tegelijkertijd kwam in het debat ook aan de orde dat juist deze sectoren uit onderzoek naar voren komen als sectoren waarin sprake is van een hoog risico op witwassen. Het zou de effectiviteit van de wet onderuit halen om hiervoor uitzonderingen te maken.
De strekking van het verbod laat geen ruimte voor uitzonderingen bij exportverkopen vanwege het hoge witwasrisico en onvoldoende mogelijkheid tot handhaafbaarheid. Een uitzondering zou een flinke maas in de wet veroorzaken en misbruik in de hand werken.
Ja, de uitzondering die in het toezicht wordt gemaakt betreft aankopen buiten de EU. Zie de antwoorden hierboven en het afschrift van mijn brief aan de Eerste Kamer.
Ja, dat is bekend. Er is door enkele sectoren gewezen op transacties met partijen uit landen zonder goed werkend digitaal betaalsysteem. Tegelijkertijd is het vanwege de reeds genoemde overwegingen onwenselijk om generieke uitzonderingen te maken.
Er hebben reeds gesprekken met de sectoren plaatsgevonden. Binnen het huidige wettelijk kader is geen bredere uitzondering mogelijk is. De wet regelt dat binnen drie jaar na inwerkingtreding van de wet een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de wet in de praktijk aan de Staten-Generaal wordt gestuurd. Hierin zal ook worden stilgestaan bij eventuele nadelige effecten. Daarover kan dan het debat plaatsvinden.
Ja.