| Ingediend | 22 januari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 12 februari 2026 (na 21 dagen) |
| Indiener | Sarah Dobbe |
| Beantwoord door | David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
| Onderwerpen | internationaal organisatie en beleid recht staatsrecht |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z01134.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1091.html |
Berichten over geweld en mensenrechtenschendingen in Syrië zijn zeer ernstig. Het kabinet volgt de ontwikkelingen in Syrië nauwgezet. Geweld tegen burgers wordt daarbij door het kabinet altijd ondubbelzinnig veroordeeld.
Dergelijke berichten over ontvoeringen van Alawitische vrouwen en meisjes zijn bij het kabinet bekend en zijn zeer verontrustend. In alle contacten, zowel bilateraal als in EU-verband, onderstreept het kabinet het belang van het borgen van de rechten en veiligheid van álle Syrische gemeenschappen. Ook zet het kabinet zich, eveneens in EU-verband, in voor het bevorderen van de mensenrechten en het tegengaan van straffeloosheid in Syrië. Hiertoe dragen wij bij aan het monitoren, documenteren en onderzoeken van mogelijke mensenrechtenschendingen, onder meer via het OHCHR-veldkantoor in Damascus, de VN Commission of Inquiry (CoI) en het International Impartial and Independent Mechanism. Duidelijkheid ten aanzien van deze berichten over ontvoeringen kan op verschillende manieren worden bereikt, waaronder via deze bestaande mechanismen.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken staat doorlopend in contact met alle Syrische gemeenschappen en diaspora, waaronder de Druzische. In recente contacten, waaronder op 5 februari met de Minister-President, hebben diverse vertegenwoordigers van deze gemeenschappen hun zorgen geuit en vragen gesteld over het beleid van het kabinet. In deze gesprekken werden deze zorgen erkend en is dezerzijds het kabinetsbeleid gedeeld ten aanzien van de bescherming van (religieuze) gemeenschappen in Syrië, zoals ook uiteengezet in de Kamerbrief van d.d. 19 september jl.
Het kabinet is bekend met dergelijke berichtgeving, maar heeft op dit moment geen indicaties dat sprake is van doelgerichte vrijlatingen van IS-gevangenen door het Syrische leger.
Ten aanzien van de veiligheid geldt dat het kabinet, met alle betrokken nationale- en internationale partners, de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten houdt, specifiek ten aanzien van de IS-gevangenen.
Het kabinet draagt op verschillende manieren bij aan de bescherming van de diverse gemeenschappen in Syrië, waaronder via bilaterale en multilaterale contacten, door onze bijdragen aan stabilisatie, door het ondersteunen van mechanismen die mensenrechtenschendingen monitoren en onderzoeken, en door gerichte inzet van sancties middels de EU.
Binnen het nieuwe FOCUS-instrument «Beschermen en Promoten van Mensenrechten en Fundamentele Vrijheden» is voor de periode 2026–2.031 EUR 35 miljoen gereserveerd voor vrijheid van religie en levensovertuiging wereldwijd. Dit instrument richt zich onder meer op Syrië en heeft als doel religieuze minderheden te beschermen en lokale maatschappelijke organisaties te ondersteunen.
Voor meer over het kabinetsbeleid ten aanzien van de bescherming van Syrische minderheden verwijs ik u graag door naar de eerder genoemde Kamerbrief van 19 september jl.
Op Nederlands initiatief zijn sancties ingesteld tegen groepen en individuen die zich schuldig hebben gemaakt aan sektarisch geweld. Mocht geverifieerde berichtgeving of onderzoek hiertoe aanleiding geven, dan kan het kabinet zich, via de EU, opnieuw hard maken voor het instellen van aanvullende gerichte sancties.
De recente gebeurtenissen in noordoost-Syrië zijn met grote zorg door het kabinet gevolgd. Berichten over geweld en mensenrechtenschendingen zijn zeer ernstig.
Ten aanzien van het grootschalige geweld in Latakia van maart 2025 en in Sweida van juli 2025 acht het kabinet van groot belang dat de verantwoordelijken voor sektarisch geweld en mensenrechtenschendingen ter verantwoording worden geroepen. Het kabinet verwelkomt in dit kader de publicatie van het rapport van de VN Commission of Inquiry van 14 augustus 2025 en acht het van belang dat de aanbevelingen worden opgevolgd en de daders gestraft. Het kabinet blijft dit proces nauwlettend volgen en wacht in dit kader het rapport van de VN Commission of Inquiry ten aanzien van de gewelddadigheden in Sweida af.
Eerder heeft Nederland, via de EU, bewust ingezet op sanctieverlichting voor Syrië, juist omdat economisch herstel en wederopbouw essentieel zijn voor de stabiliteit en veiligheid, iets waar álle Syrische gemeenschappen bij gebaat zijn. Tegelijkertijd heeft het kabinet zich binnen de EU hard gemaakt voor het instellen van gerichte sancties tegen personen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen en sektarisch geweld. Deze maatregelen zijn erop gericht de verantwoordelijken te treffen en de bredere Syrische bevolking of economie zodoende te ontzien. Het kabinet en de EU blijven de situatie in Syrië nauwlettend volgen en zal – waar nodig – passende en proportionele maatregelen nemen.
Op 30 januari jl. zijn de Syrische overgangsregering en de Syrian Democratic Forces (SDF) tot een overeenkomst gekomen, onderdeel hiervan is een permanent staakt-het-vuren en integratie van de SDF en SDF-gebieden in de Syrische staat. De betrokken partijen zijn sindsdien begonnen met de praktische implementatie van deze overeenkomst, waarbij sprake lijkt van een relatief rustige en gestabiliseerde situatie in het noordoosten. Het kabinet verwelkomt de overeenkomst van 30 januari en heeft, samen met landen als de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk consequent opgeroepen tot een duurzame oplossing en het belang van dialoog om die te bereiken.