1.
Tijdschrift voor Insolventierecht, 2025/15, «Schuldenvrij zonder aflossen. Het nulaanbod
bij minnelijke schuldregelingen als nieuw fenomeen: wenselijk en wettelijk toegestaan?»,
Schuldenvrij_zonder_aflossen_Het_nulaanbod_bij_minnelijke_schuldregelingen_als_nieuw_fenomeen.pdf
1.
Tijdschrift voor Insolventierecht, 2025/15, «Schuldenvrij zonder aflossen. Het nulaanbod
bij minnelijke schuldregelingen als nieuw fenomeen: wenselijk en wettelijk toegestaan?»,
Schuldenvrij_zonder_aflossen_Het_nulaanbod_bij_minnelijke_schuldregelingen_als_nieuw_fenomeen.pdf
2.
Tijdschrift voor schuldsanering, december 2025, «Het nulaanbod: kan g…
2.
Tijdschrift voor schuldsanering, december 2025, «Het nulaanbod: kan g…
3.
NVVK, 1 oktober 2025, «Schuivende panelen in de schuldhulp: van aflos…
3.
NVVK, 1 oktober 2025, «Schuivende panelen in de schuldhulp: van aflos…
4.
Rechtbank Midden-Nederland, 1 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4776
4.
Rechtbank Midden-Nederland, 1 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4776
5.
Rechtbank Midden-Nederland, 10 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:6464
5.
Rechtbank Midden-Nederland, 10 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:6464
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de verschenen artikelen1 2 3 over de ontwikkelingen in de schuldhulpverlening waar het «nulaanbod» toeneemt?
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de verschillende standpunten over de rechtmatigheid van het gebruik van het «nulaanbod»?
Vraag 3
Onderschrijft u het besluit van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) om per 1 juli 2024 het zogenoemde «nulaanbod» voor hun leden toe te staan voor mensen die conform de methode van het vrij te laten bedrag geen afloscapaciteit hebben? Ziet u dit als een goede stap vooruit in het kader van de bestaanszekerheid van deze groep schuldenaren (die voor de schuldregeling vaak jaren te maken hebben gehad met beslagleggingen en dergelijke)?
Vraag 4
Deelt u tegelijkertijd de zorg dat het structureel toepassen van een nulaanbod bij een steeds groter wordende groep mensen mogelijk kan leiden tot een disbalans tussen schuldenaren en schuldeisers en mogelijk afbreuk doet aan het uitgangspunt van wederkerigheid en draagkracht? Kunt u uw zienswijze delen?
Vraag 5
Kunt u toelichten hoe dit nulaanbod zich verhoudt tot de wettelijke 5%-regeling die geldt voor de beslagvrije voet en die volgens de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en de wetsgeschiedenis ook voor de schuldhulpverlening geldt? Wat is volgens u de verhouding tussen artikel 285 lid 1 onder f FW en de 5%-regeling? Is het nulaanbod gelet op de memorie van toelichting van de Wgs (Kamerstukken II 2019/20, 35 316, nr. 3, p. 17.) strijdig met de bedoeling van de wet of is het kabinet van mening dat het nulaanbod wel degelijk verenigbaar is? In hoeverre is het feit dat een minnelijke schuldregeling een afspraak is tussen partijen waar de Wgs formeel los van staat hierbij relevant?
Vraag 6
Klopt het dat het nulaanbod inmiddels voor ongeveer een derde van de nieuwe schuldregelingen geldt? Hoe beoordeelt het kabinet dit? Bent u bereid dit cijfer nader te onderzoeken en daarbij ook de onderliggende draagkracht van deze groep te analyseren?
Vraag 7
Wat is uw visie op aflossen, zij het zeer beperkt, in relatie tot duurzame gedragsverandering? Bent u bereid te onderzoeken hoe duurzame gedragsverandering inclusief financiële bewustwording en het voorkomen van terugval het beste gerealiseerd kan worden? In hoeverre is het hierbij relevant dat verschillende schuldeisers liever een schuld afboeken in plaats van een klein deel van de schuld te ontvangen (inclusief bijbehorende administratieve handelingen)?
Vraag 8
Bent u bereid om met de relevante partners uit het veld het gesprek te voeren over het nulaanbod en te onderzoeken wat de ervaringen in de praktijk zijn (zowel van schuldeisers, schuldenaren als schuldhulpverleners) en of het nulaanbod invloed heeft op de algemene bereidheid van schuldeisers om mee te werken aan een schuldregeling? Ziet het kabinet een rol voor zichzelf in het herijken van het beleid rond aflossingsverplichtingen binnen minnelijke schuldregelingen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Wat is uw standpunt aangaande het moment van finale kwijting bij een nulaanbod? In hoeverre zou een spaarprognose-aanbieding een alternatief zijn (in plaats van een saneringskrediet i.c.m. een nulaanbod) om schuldenaren 18 maanden te kunnen begeleiden om duurzame gedragsverandering mogelijk te maken?
Vraag 10
Hoe kijkt u aan tegen een uitspraak4 van de rechtbank Midden-Nederland waarbij een dwangakkoord met een nulaanbod wordt afgewezen omdat volgens de ene afdeling van de gemeente er wel afloscapaciteit is en er 5% ingehouden wordt op de uitkering, terwijl de schuldhulpverlener, in opdracht van diezelfde gemeente aangeeft dat er geen afloscapaciteit is en van schuldeisers verlangd wordt in te stemmen met een nulaanbod?
Vraag 11
Wat is uw reflectie op de uitspraak5 van de rechtbank Midden-Nederland waarbij een dwangakkoord met een nulaanbod wordt afgewezen omdat een traject in de wettelijke schuldsanering vergelijkbaar zou zijn en daar betere waarborgen zijn voor een hogere afdracht aan de schuldeisers dan het nulaanbod in het minnelijk traject?
Vraag 12
Klopt het dat rechters in Wsnp-zaken het vrij te laten bedrag berekenen volgens een methode die is ontwikkeld door Recofa, waarbij de wettelijke 5%-norm niet wordt meegenomen? Hoe beoordeelt u dit juridisch en beleidsmatig?
Vraag 13
Bent u het eens dat het wenselijk zou zijn dat schuldenaren een minimale aflossing moeten kunnen doen met inachtneming van het vtlb, wat noodzakelijkerwijs vraagt het sociaal minimum te verhogen? Bent u bereid om, mede naar aanleiding van het rapport van de Commissie sociaal minimum, te onderzoeken hoe het sociaal minimum zodanig kan worden versterkt dat mensen ook met een laag inkomen toch een bijdrage naar draagkracht kunnen leveren in schuldregelingen? Wat zouden de financiële consequenties hiervan zijn?
Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z00898
Volledige titel: Het toenemend aantal schuldregelingen met een ‘nulaanbod’