Kamervraag 2025Z22300

De financiële dekking van fossiele subsidies en mogelijke klimaatrechtszaken uit het Klimaatfonds

Ingediend 17 december 2025
Beantwoord 3 februari 2026 (na 48 dagen)
Indiener Sjoukje van Oosterhout (GroenLinks-PvdA)
Beantwoord door Sophie Hermans (minister klimaat en groene groei, minister infrastructuur en waterstaat) (VVD)
Onderwerpen natuur en milieu organisatie en beleid recht
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2025Z22300.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1021.html
  • Vraag 1
    Bent u bekend met het Argos-fragment van 6 december 2025 en het Argos-artikel van 24 oktober 2025 over het aanwenden van het Klimaatfonds voor fossiele subsidies en mogelijke dwangsommen uit klimaatzaken?1, 2

    Ja.

  • Vraag 2
    Hoe kijkt u naar de juridische afdwingbaarheid van het klimaatdoel in 2030? Voorziet u mogelijke rechtszaken?

    Het nationale 2030-doel van de Klimaatwet is niet rechtstreeks juridisch afdwingbaar. De Klimaatwet waarborgt politieke controle op de voortgang van het klimaatbeleid. Dit betekent dat het kabinet zich moet inspannen om de doelen uit de Klimaatwet te halen en het parlement het kabinet daarop kan aanspreken.
    Op grond van rechtsbronnen, zoals het Unierecht en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), gelden klimaatverplichtingen waarover een rechter uitspraken kan doen. Dit gebeurde onder meer in het Urgenda-arrest.

  • Vraag 3
    In hoeverre worden noodmaatregelen in kaart gebracht en overwogen, voor het geval dat de rechterlijke macht oordeelt dat het huidige maatregelenpakket niet voldoende is om de klimaatdoelen te bereiken? Als dit het geval is, kunt u deze analyses met de Kamer delen?

    In het recent verschenen rapport «Routes naar Realisatie – Keuzes voor het klimaat en de energietransitie» zijn opties in kaart gebracht die een bijdrage kunnen leveren aan de doelstelling in 2030, die variëren in mate van impact. Dit rapport is op 2 december 2025 met de Tweede Kamer gedeeld.3

  • Vraag 4
    In hoeverre is overwogen om middelen uit het Klimaatfonds aan te wenden voor het betalen van dwangsommen die volgen uit mogelijke klimaatzaken?

    Het kabinet heeft er niet voor gekozen om middelen uit het Klimaat- en energiefonds4 in te zetten voor het betalen van dwangsommen. De middelen uit het Klimaat- en energiefonds zijn op grond van de Tijdelijke wet Klimaat- en energiefonds bestemd voor maatregelen die bijdragen aan emissiereductie en aan de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening en samenleving. Het betalen van dwangsommen valt niet binnen dit doel. Bovendien zijn de middelen binnen het Klimaatfonds op dit moment vrijwel volledig bestemd voor klimaatmaatregelen via reserveringen en toekenningen onder voorwaarden, waardoor betaling van dwangsommen uit het Klimaatfonds ten koste zou gaan van emissiereductie die door deze maatregelen in 2030 zou worden gerealiseerd. Ten aanzien van toekomstige besteding uit het Klimaat- en energiefonds geldt in algemene zin dat deze aan een volgend kabinet is en dit kabinet geen toezegging kan doen over hoe zij deze middelen inzetten.

  • Vraag 5
    Kunt u toezeggen dat het Klimaatfonds nu en in de toekomst niet aangewend zal worden voor het betalen van de dwangsommen wegens onvoldoende klimaatbeleid?

    Zie antwoord vraag 4.

  • Vraag 6
    Kunt u toelichten welke maatregelen en bedragen er momenteel gereserveerd zijn in het Klimaatfonds voor fossiele subsidies?

    Conform de Tijdelijke wet Klimaat- en energiefonds dienen middelen uit het fonds uitgegeven te worden aan additionele maatregelen die bijdragen aan het behalen van de reductiedoelstellingen in de Klimaatwet, de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening, economie en samenleving en een rechtvaardige klimaattransitie. Dit is ook het uitgangspunt voor het huidige kabinet.
    De middelen uit het fonds zijn bedoeld voor maatregelen binnen het klimaat- en energiedomein, waarbij de scope breder is dan puur CO2-reductie. Dit betekent dat niet enkel middelen worden ingezet op emissiereductie, maar ook andere belangen meetellen die de transitie vooruit helpen. Het is belangrijk dat er draagvlak blijft voor klimaat- en energiebeleid en dat burgers en bedrijven niet worden geconfronteerd met (te) hoge energiekosten. Dit remt niet alleen de verduurzaming, bijvoorbeeld middels elektrificatie, maar draagt ook niet bij aan de ervaren rechtvaardigheid van de transitie. Om die reden heeft het kabinet in het voorjaar van 2025 ook middelen uit het Klimaat- en energiefonds beschikbaar gesteld die de energierekening voor huishoudens en bedrijven verlagen en tegelijkertijd een prikkel geven voor elektrificatie. Voor een exact verloop van de toevoegingen, onttrekkingen en uitgaven van het fonds verwijs ik u naar Hoofdstuk 2 van de Meerjarenprogramma’s Klimaatfonds van de afgelopen jaren.

  • Vraag 7
    Wat vindt u ervan dat er middelen uit het Klimaatfonds worden besteed aan activiteiten die de energietransitie en daarmee de maatregelen tegen klimaatverandering vertragen of zelfs tenietdoen?

    Zie antwoord vraag 6.

  • Vraag 8
    Deelt u de mening dat het ontoelaatbaar is om middelen uit het Klimaatfonds, die zijn bedoeld om broeikasgassen te reduceren en de klimaatdoelen te halen, in te zetten voor het tegenovergestelde (namelijk mogelijke dwangsommen voor het niet halen van de klimaatdoelen en het verstrekken van fossiele subsidies)?

    Zie ook de antwoorden op vragen 4 & 5 en 6 & 7.
    Het kabinet wil het Klimaat- en energiefonds, conform de Tijdelijke wet Klimaat- en energiefonds, inzetten ten behoeve van de klimaat- en energietransitie.
    Zoals ook in eerdere antwoorden aangegeven kijkt het kabinet bij de besteding van middelen uit het fonds niet enkel naar directe reductie van broeikasgasemissie, maar laat het ook andere belangen meetellen die de transitie vooruit helpen. In dit verband wordt ook ingezet op maatregelen die bijdragen aan draagvlak en rechtvaardigheid van het klimaat- en energiebeleid. Het gebruik van middelen uit het Klimaat- een energiefonds die hierop toezien acht het kabinet dan ook gerechtvaardigd. Het kabinet is niet voornemens deze maatregelen te herzien.

  • Vraag 9
    Bent u bereid dergelijke maatregelen uit het Klimaatfonds te herzien, met mogelijk als gevolg het schrappen hiervan, om ruimte te maken voor maatregelen ten behoeve van het doel van het Klimaatfonds?

    Zie antwoord vraag 8.

  • Vraag 10
    Kunt u toezeggen dat het Klimaatfonds nu en in de toekomst niet aangewend zal worden voor beleid dat geen CO2 reduceert maar fossiel gebruik juist stimuleert?

    Zie antwoord vraag 8.

  • Vraag 11
    Kunt u deze vragen beantwoorden voor de begrotingsbehandeling van de KGG-begroting begin februari 2026?

    Ja.

  • Mededeling - 7 januari 2026

    De vragen van het lid Van Oosterhout (GL-PvdA) over de financiële dekking van fossiele subsidies en mogelijke klimaatrechtszaken uit het Klimaatfonds (kenmerk: 2025Z22300; ingezonden: 17 december 2025) kunnen door de benodigde juridische afstemming niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. Het kabinet zal uw Kamer zo spoedig mogelijk de antwoorden op de vragen doen toekomen.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2025Z22300
Volledige titel: De financiële dekking van fossiele subsidies en mogelijke klimaatrechtszaken uit het Klimaatfonds
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-1021
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Van Oosterhout over de financiële dekking van fossiele subsidies en mogelijke klimaatrechtszaken uit het Klimaatfonds