| Ingediend | 12 december 2025 |
|---|---|
| Beantwoord | 19 januari 2026 (na 38 dagen) |
| Indiener | Hidde Heutink (PVV) |
| Beantwoord door | Tieman |
| Onderwerpen | economie transport verkeer weg |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2025Z21914.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-893.html |
Ja.
Het Ministerie van VRO is geen partij in deze wijziging. De beleidskeuzes zijn aan DUWO.
Het is niet aan mij om uitspraken te doen over de wijze van verdelen van woningen met gedeelde voorzieningen. In het land worden daarvoor verschillende systemen gebruikt. Dit varieert van vormen waarbij de zittende huurders met verschillende maten van vrijheid zelf kunnen kiezen, tot vormen waarbij de kamerzoekende zelf kan kiezen wanneer die volgens objectieve criteria aan de beurt is.
DUWO heeft als sociale woningcorporatie de verantwoordelijkheid om voor studenten die op achterstand staan zorg te dragen voor gelijke kansen. Zij wijst daarbij onder andere op de student van ver die een kamer nodig heeft om te kúnnen studeren, de eerste-generatie student die de weg niet voldoende weet en nog geen groot netwerk heeft of een MBO-student. Dat sluit direct aan bij haar taakstelling die zij heeft als Toegelaten Instelling die in het belang van de volkshuisvesting werkt. DUWO is daarbij onderworpen aan de regels van de Woningwet, de overlegwet huurders-verhuurders en heeft ook te maken met de bepalingen van de Wet Goed Verhuurderschap.
Verhuurders kunnen zich hierbij niet ontdoen van de plicht om de woningtoewijzing (gedeeltelijk) elders onder te brengen. In het kader van de Wet goed verhuurderschap acht ik het voor sociale studentenhuisvesters noodzakelijk om een heldere en transparante manier van toewijzing te hanteren, waar objectieve selectiecriteria een rol spelen. Coöptatie met een vorm van voorselectie voldoet aan deze voorwaarden.
Het Ministerie van VRO is geen partij in deze wijzigingen.
De vraag of en in welke mate bestaande voorrangsregelingen bijdragen aan het bredere beleidsdoel zie ik als onderdeel van het goede gesprek tussen DUWO en haar stakeholders en is niet aan mij ter beoordeling.
Op 12 december jl. heeft het lid Heutink (PVV) schriftelijke vragen gesteld over het artikel dat stelt dat de tolheffing op de A24, bij de Blankenburgtunnel, een «boetemachine» wordt.2 Op 19 december jl. hebben de leden Kathmann en De Hoop (GroenLinks-PvdA) schriftelijke vragen gesteld over de vele boetes voor het niet op tijd betalen van de e-tol op de A24.3 Deze vragen kunnen niet binnen de termijn van drie weken worden beantwoord. De reden hiervoor is dat de beantwoording in samenhang wordt opgesteld met de uitvoering van de op 18 december jl. aangenomen motie Flach/Grinwis.4 Deze motie verzoekt de regering opties in kaart te brengen die de problemen met de tolheffing van de Blankenburgtunnel oplossen en die zorgen voor substantiële verlaging van de boeteopbrengsten, en de Kamer daar voor de behandeling van de begroting Infrastructuur en Waterstaat 2026 over te informeren. De antwoorden worden zo spoedig mogelijk aan de Kamer verzonden.