| Ingediend | 18 november 2025 |
|---|---|
| Beantwoord | 5 januari 2026 (na 48 dagen) |
| Indieners | Annelotte Lammers (PVV), Marjolein Faber (PVV) |
| Beantwoord door | Rijkaart , Foort van Oosten (VVD) |
| Onderwerpen | bestuur gemeenten openbare orde en veiligheid politie, brandweer en hulpdiensten |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2025Z19981.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-789.html |
Ik ben bekend met de uitzending van «Bureau Utrecht». Laat ik voorop stellen dat agressie en geweld tegen politiemedewerkers onacceptabel is. Zij zetten zich dagelijks in voor onze veiligheid. Dit kan alleen als zij veilig hun werk kunnen uitvoeren.
Zowel de werkgever als de politiemedewerkers zelf nemen maatregelen om het risico op agressie en geweld te verkleinen. Politiemedewerkers worden getraind om in situaties een afweging te maken wanneer en hoe zij handelen. Hieronder valt het (tijdelijk) tactisch terugtrekken als hun veiligheid niet gewaarborgd kan worden. Ook heeft de politie als werkgever een «Integrale Aanpak Geweld Tegen Politieambtenaren» vastgesteld waarin eenduidige registratie, kennisontwikkeling, opleiding van politiemedewerkers en vroegsignalering van incidenten centraal staat. Daarnaast biedt de werkgever een politiemedewerker waar nodig zorg, aandacht en ondersteuning.
Als Minister van Justitie en Veiligheid treed ik niet in individuele afwegingen die politiemedewerkers maken tijdens het uitvoeren van hun werk. Ik ondersteun iedere beslissing om veilig en gezond te kunnen werken en zie dit niet als verlies van aanzien van de politieorganisatie. Daarbij merk ik op dat er verschillende manieren zijn om op te treden. De politie heeft een lange adem en een groot arsenaal van interventiemogelijkheden. Afhankelijk van wat de situatie vraagt, betekent dit de ene keer dat meteen stevig wordt opgetreden, een andere keer dat dat op een later moment gebeurt.
De politie beschikt over voldoende bevoegdheden en middelen om haar taken te kunnen uitvoeren. Indien de gevaarzetting groter of massaler wordt, kan de politie opschalen naar geweldspecialisten, zoals de Mobiele Eenheid en de hondengeleiders. Deze geweldspecialisten beschikken over aanvullende middelen en werken veelal in groepsverband.
Beslissingen over de politie-inzet in het kader van de openbare orde zijn aan de burgemeester die belast is met de handhaving van de openbare orde in diens gemeente. De burgemeester heeft daarbij het gezag over de politie. Hierover legt de burgemeester desgevraagd verantwoording af aan de gemeenteraad. De politie van Utrecht treedt onder gezag van de burgemeester wel degelijk in deze situaties handhavend op.
Het is vanzelfsprekend onwenselijk als er gebieden zijn waar mensen onveilig zijn of zich onveilig voelen. Van een «no go» zone is in deze situatie geen sprake. Het is verder zoals bij de beantwoording van vraag 3 aangegeven aan de burgemeester om de openbare orde in diens gemeente te handhaven. De burgemeester beschikt daarbij over verschillende wettelijke bevoegdheden. Het is aan de burgemeester om deze -gelet op de situatie die zich in de gemeente voordoet- toe te passen.
Zie antwoord vraag 4.
Ik sta voor onze politiemedewerkers die elke dag hun belangrijke werk in de wijken doen. Zij moeten hiervoor voldoende zijn toegerust en dat is het geval, zoals ik boven reeds heb aangegeven.
Ik zie geen aanleiding om de korpschef ter verantwoording te roepen. Het is namelijk belangrijk dat de politie en de burgemeester, die het gezag heeft over dit optreden, voldoende steun krijgen en ruimte houden om wettelijke bevoegdheden toe te passen om ordeverstoringen te bestrijden.
Hierbij deel ik u, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede dat de schriftelijke vragen van de leden Faber en Lammers (beiden PVV), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de uitzending van «Bureau Utrecht» d.d. 4 november 2025 waarin te zien is dat de politie na een aanhouding moet vluchten uit een Utrechtse wijk voor geweld van buurtbewoners (ingezonden 18 november 2025) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.