Kamervraag 2023Z12558

Mogelijke sabotage van onderzoek naar nazi-uitingen in de krijgsmacht

Ingediend 3 juli 2023
Beantwoord 13 juli 2023 (na 10 dagen)
Indiener Frank Futselaar
Beantwoord door Kajsa Ollongren (minister defensie) (D66)
Onderwerpen defensie internationaal
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2023Z12558.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20222023-3205.html
  • Vraag 1
    Wat is uw oordeel over de conclusies van een journalistiek onderzoek dat onderzoeken naar nazi-uitingen in de krijgsmacht zijn stukgelopen door interne tegenwerking? Deelt u deze conclusies? Zo nee, waarom niet?1

    Interne tegenwerking van een onderzoek is onaanvaardbaar. Het beleid voor interne onderzoeken schrijft voor dat medewerkers van Defensie verplicht zijn daaraan mee te werken. Het weigeren van medewerking kan reden zijn voor het treffen van (rechtspositionele) maatregelen.
    Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 16 van de vandaag aan u aangeboden antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Piri (PvdA), zie ik op dit moment geen reden om aan de onderzoeken – en de daaraan verbonden conclusies – te twijfelen.

  • Vraag 2
    Ziet u aanleiding nader onderzoek te doen naar de totstandkoming van de onderzoeken waarvan het resultaat als bijlage bij een brief d.d. 20 juni 2019 van Staatssecretaris van Defensie? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?2

    Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 16 van de vandaag aan u aangeboden antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Piri (PvdA), zie ik op dit moment geen reden om aan de onderzoeken – en de daaraan verbonden conclusies – te twijfelen. Alle onderzoeksgegevens zijn door de commissie uitvoerig en zorgvuldig bekeken en beoordeeld. Daarnaast is ook van belang dat Defensie niet over informatie beschikt die aanleiding geeft tot een nieuw onderzoek.

  • Vraag 3
    Heeft u de op 20 juni 2019 aangekondigde SG-aanwijzing ingevoerd? Zo ja, wat zijn de gevolgen ervan? Kunt u stellen dat deze aanwijzing een positief effect heeft gehad? Kunt u uw antwoord toelichten?3

    Ja, de aangekondigde SG-Aanwijzing (SG-984 «Integriteit bij Defensie») is in juli 2022 door de secretaris-generaal vastgesteld. Uw Kamer is hierover geïnformeerd op 7 oktober 2022 (Kamerstuk 36 124 nr. 8). Het integriteitsbeleid is de afgelopen jaren tot stand gekomen in nauwe samenwerking met experts en medewerkers van alle defensieonderdelen. Dit beleid is erop gericht gewenst gedrag te bevorderen, de integriteit in de organisatie te bewaken door ongewenst gedrag (waaronder rechts-extremisme) te signaleren, te melden en ertegen op te treden en door te leren van incidenten, meldingen en onderzoeken.
    Sociale veiligheid en integriteit worden niet vergroot door de invoering van een aanwijzing, maar door de uitvoering daarvan. Daarom investeren we sinds 2019 via verschillende sporen, zoals cultuurverandering, verbetering van het meldproces en -systeem het versterken van het leiderschap van onze leidinggevenden. Voorbeelden hiervan zijn een herziene Gedragscode Defensie en gedragsregels. Tevens is sociale veiligheid een vast onderdeel van initiële en loopbaanopleidingen (zoals de Middelbare Defensie Vorming) geworden, er is een extern bemenst Meldpunt Integriteit Defensie ingericht, het meldproces voor integriteitsschendingen en misstanden is vereenvoudigd en het stelsel van vertrouwenspersonen is geprofessionaliseerd. Verder worden leidinggevenden getraind op het gebied van sociaal leiderschap. Specifiek voor de NLDA zijn alle bestaande onderzoeken en rapporten van de afgelopen tien jaar door de in 2019 ingestelde Taskforce NLDA vertaald naar een toetssteen (Kamerstuk 35 000 X, nr. 144).
    We zien dat de verschillende initiatieven al een aantal positieve effecten hebben. Zo wordt het gesprek over sociale veiligheid gevoerd op diverse niveaus in de organisaties, bijvoorbeeld tijdens themadagen. Daarnaast is er meer vraag naar trainingen over sociale veiligheid en diversiteit en inclusiviteit. De stijging van het aantal meldingen in de afgelopen jaren wijst mogelijk op een toename in de meldingsbereidheid van medewerkers. Vertrouwenspersonen worden bij ervaren problemen vaker en sneller gevonden; dat zorgt in veel situaties voor de-escalatie. Tegelijkertijd onderken ik dat sommige verbetermaatregelen nog niet (volledig) het gewenste effect hebben bereikt, zoals ook benoemd in mijn antwoord op vraag 5 van uw schriftelijke vragen over een hardnekkige misstandencultuur bij Defensie (Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2022–2023, nr. 2644). Dit geldt voornamelijk voor de ingezette cultuurverandering en voor de rol en het voorbeeldgedrag van leidinggevenden. Deze processen kosten tijd en daarom blijven we hierin investeren.

  • Vraag 4
    Hebben de resultaten van de SG-aanwijzing een positief resultaat gehad en hoe is het resultaat te rijmen met de bevindingen in het Jaarverslag over 2022 van de MIVD dat «een nieuwe generatie rechts-extremisten van vooral jongens en jong mannen die streven naar een «blanke etnostaat»»? Kunt u uw antwoord toelichten?4

    De MIVD stelt in het Jaarverslag 2022 (Kamerstuk 29 924, nr. 222) dat zij sinds 2020 een toegenomen interesse ziet bij rechts-extremisten om voor de krijgsmacht te werken. In het jaarverslag stelt de MIVD dat in 2022 het aantal personen uit deze kringen dat interesse toonde voor Defensie ongeveer gelijk was aan het jaar daarvoor. De MIVD stelt in het jaarverslag dat bij geen van deze personen indicaties zijn gevonden voor terroristische intenties.
    Om te voorkomen dat deze personen bij de krijgsmacht in dienst komen of hun dienst voortzetten, heeft Defensie zowel het aannamebeleid als het integriteitsbeleid ingericht op het tegengaan van alle vormen van ongewenst gedrag. Ik verwijs u hiervoor graag naar mijn antwoord op vraag 4 van de vandaag aan u aangeboden antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Piri (PvdA).
    Ik heb u in het antwoord op uw vorige vraag een aantal positieve effecten geschetst van het vorig jaar vastgestelde integriteitsbeleid (de SG-984 «Integriteit bij Defensie»).

  • Vraag 5
    Deelt u de opvatting van de woordvoerder van de Vakbond voor Burger en Militair Defensiepersoneel (VBMD) dat de marechaussee een onderzoek had moeten doen? Zo ja, bent u bereid dat alsnog te laten doen? Zo nee, waarom niet?5

    In 2019 heeft mijn ambtsvoorganger aangegeven op basis van welke meldingen de onderzoeken zijn uitgevoerd (Kamerstuk 35 000 X, nr. 144). Deze onderzoeken zijn uitgevoerd conform het geldende beleid van Defensie voor dit type meldingen. Er is destijds bezien of er aanleiding bestond tot het doen van aangifte op basis van de beschikbare informatie. Dit was niet het geval. Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 16 van de vandaag aan u aangeboden antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Piri (PvdA), zie ik op dit moment geen reden om aan de onderzoeken – en de daaraan verbonden conclusies – te twijfelen. Ook zie ik op dit moment geen aanleiding om alsnog aangifte te doen.

  • Vraag 6
    Bent u bereid contact op te nemen met diegenen die de klachten over de nazi-uitingen hebben opgebracht? Zo nee, waarom niet?

    Ik ben blij dat de melders destijds een melding hebben gedaan, zodat de kwesties onderzocht konden worden en er (verbeter)maatregelen zijn genomen. Als de melders behoefte hebben aan contact, kunnen zij dit kenbaar maken bij hun leidinggevende of het Meldpunt Integriteit Defensie.

  • Vraag 7
    Heeft u nog vertrouwen in het functioneren van de Centrale Organisatie Integriteit Defensie? Kunt u uw antwoord toelichten?

    Recent bent u geïnformeerd over het rapport van de Commissie van Onderzoek en Advies naar meldingen van vermoeden van misstanden bij de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID) (Kamerstuk 2023Z12948). De Commissie constateerde dat er voor de COID stappen te zetten zijn in de professionalisering van de organisatie. Met het opvolgen van de aanbevelingen van de Commissie heb ik er vertrouwen in dat de COID die verdere professionalisering kan maken.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2023Z12558
Volledige titel: Mogelijke sabotage van onderzoek naar nazi-uitingen in de krijgsmacht
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20222023-3205
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Futselaar over mogelijke sabotage van onderzoek naar nazi-uitingen in de krijgsmacht