Kamervraag 2022Z22197

Het bericht 'Hoe jouw pakketje leidt tot onrust in het Brabantse dorpje Riel'

Ingediend 16 november 2022
Beantwoord 23 december 2022 (na 37 dagen)
Indiener Bart van Kent (SP)
Beantwoord door Karien van Gennip (minister sociale zaken en werkgelegenheid) (CDA)
Onderwerpen migratie en integratie organisatie en beleid werk
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2022Z22197.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20222023-1173.html
  • Vraag 1
    Wat is uw reactie op het bericht «Hoe jouw pakketje leidt tot onrust in het Brabantse dorpje Riel»?1

    De uitzending van EenVandaag laat wat mij betreft heel goed zien dat we als samenleving worstelen met het vinden van een goede balans. Enerzijds het goed regelen van huisvesting voor de arbeidsmigranten die ervoor zorgen dat de pakketjes in de drukke decembermaand op tijd zijn en de supermarkten zijn gevuld. Anderzijds de druk die dit legt op onze samenleving en bijvoorbeeld op kleinere dorpen als Riel. Ik begrijp dus de zorgen die buurtbewoners hebben en ik snap ook dat de gemeente Tilburg zoekt naar een goede locatie voor de huisvesting.
    Het is nuttig en noodzakelijk dat buurtbewoners en lokale overheden in een vroeg stadium met elkaar het gesprek aan gaan. Op die manier komt duidelijk in beeld waar mogelijkheden liggen, of waar juist tegen begrenzing wordt opgelopen. Wanneer aangrenzende gemeenten met elkaar afspraken maken over situaties zoals geschetst door EenVandaag, kan worden voorkomen dat bouwvoornemens in de ene gemeente voor onrust of overlast in de andere zorgen.
    Uit het bericht maak ik verder op dat al een aantal arbeidsmigranten in het dorp Riel wonen en dat de onrust vooral gelegen is in de beoogde omvang van de geplande nieuwe huisvesting in verhouding tot het inwonersaantal. De huisvestingsopgave is evenwel geen eenvoudige opgave en belangen kunnen soms botsen. Het is dan ook aan de gemeente om hier, liefst in samenspraak met buurgemeenten, een knoop over door te hakken.
    Ik deel de zorgen met betrekking tot de druk op de samenleving die arbeidsmigratie kan leggen. Daarom is het van belang dat bij het bieden van goede huisvesting óók wordt nagedacht over de noodzakelijke voorzieningen voor de bewoners. De druk die op een lokale gemeenschap kan ontstaan, kan door het bieden van voldoende en kwalitatieve voorzieningen worden verdeeld of verlicht.
    Eén van de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (Commissie Roemer) om misstanden bij EU-arbeidsmigranten tegen te gaan betreft een effectrapportage. Bij besluitvorming over nieuwe bedrijvigheid zouden gemeenten en provincies de huisvestingsopgave als gevolg van de inzet van arbeidsmigranten onderdeel moeten maken bij het vestigingsbeleid. Aan de uitwerking van deze aanbeveling werk ik op dit moment samen met BZK en VNG. Over de stand van zaken rondom de aanbevelingen ontvangt u begin volgend jaar de jaarrapportage arbeidsmigranten.

  • Vraag 2
    Deelt u de zorgen die de inwoners van Riel hebben over de komst van honderden arbeidsmigranten naar hun dorp?

    Zie antwoord vraag 1.

  • Vraag 3
    Heeft u het tijdens gesprekken die u voert met uitzendbureaus of bonden voor uitzendbureaus over de ontwrichtende werking die de komst van honderden arbeidsmigranten voor een regio kan hebben? Zo ja, wat is daar dan de reactie op? Welke afspraken maakt u daarover? Zo nee, waarom is dat voor u geen prioriteit?

    Bij de gesprekken die gevoerd worden met de uitzendbureaus en betrokken partijen, staat de uitvoering van de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten centraal. Er wordt daarin onder andere besproken hoe de uitvoering van de aanbevelingen verloopt en welke aandachtspunten daarbij bestaan. Het draagvlak in een regio voor huisvesting voor arbeidsmigranten is ook één van de onderwerpen die op de agenda staat, juist ook vanuit de uitzendbranche zelf. Zij lopen aan tegen gemeenten die geen vergunningen verstrekken, of waar nog onvoldoende aandacht bestaat voor het draagvlak voor nieuwe huisvestingslocaties. Om gemeenten daarbij te ondersteunen hebben de Ministeries van BZK en SZW een ondersteuningsteam ingericht bij de VNG. Dat team helpt gemeenten met dergelijke vraagstukken.

  • Vraag 4
    Is uitzendbureau Carrière of een brancheorganisatie waar dit uitzendbureau bij is aangesloten het afgelopen jaar uw gesprekspartner geweest? Zo ja, heeft u het toen gehad over de sociale onrust die de komst van honderden arbeidsmigranten kan veroorzaken?

    Bij de uitwerking van de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten voert mijn ministerie gesprekken met diverse betrokken partijen, waaronder met de uitzendkoepels NBBU en ABU.2 Onderwerp van gesprek met de uitzendbranche is de uitwerking en opvolging van de diverse aanbevelingen. Een van die aanbevelingen betreft de uitwerking van een «effectrapportage bij nieuwe bedrijvigheid». Hiermee zouden potentiële knelpunten rondom huisvesting van arbeidsmigranten eerder kunnen worden onderkend. Aan deze aanbeveling geef ik opvolging in samenwerking met de VNG en BZK. Naar verwachting kan over de ontwikkeling van de effectrapportage in het tweede kwartaal van 2023 meer worden gemeld. Over de aard en omvang van beoogde huisvesting bepalen gemeenten zelf waarvoor (bouw)vergunningen worden afgegeven. Dat neemt niet weg dat draagvlak in veel gevallen een voorwaarde kan zijn om bouwactiviteiten snel(ler) te doen realiseren. Bouwactiviteiten nastreven zonder draagvlak kan dan ook een contraproductief effect hebben.

  • Vraag 5
    Wat doet u eraan om ervoor te zorgen dat er geen arbeidsmigrantenhuisvesting plaatsvindt zonder draagvlak van de buurt?

    Zie antwoord vraag 4.

  • Vraag 6
    Wat doet u eraan om ervoor te zorgen dat dit soort grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten niet meer kan plaatsvinden?

    Zie antwoord vraag 4.

  • Vraag 7
    Hoeveel huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten zijn er het afgelopen jaar bijgebouwd? Hoeveel zijn er dat de afgelopen vijf jaar? Hoe groot waren deze huisvestingslocaties? Kunt u dit per gemeente uitsplitsen?

    Op dit moment is de vraag over huisvestingslocaties nog niet te beantwoorden. Dit geldt ook voor een naar gemeenten uitgesplitste rapportage over locaties en over verblijfsduur. Bovendien worden in de BRP alleen ingezetenen en niet-ingezetenen geregistreerd (en dus geen speciale categorie arbeidsmigranten). Voor wat betreft huisvesting komt wel verandering in het verlengde van het programma «Een (t)huis voor iedereen», dat onderdeel is van de Nationale Woon- en Bouwagenda. Doelstelling van dit programma is te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen, waaronder arbeidsmigranten, met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. Om dit te bereiken worden onder meer afspraken gemaakt met betrokken partijen over de te bereiken doelstelling en ook de monitoring ervan. Het opzetten van de monitor voor de huisvestingsbehoeften van aandachtsgroepen, waaronder arbeidsmigranten, is een complex traject. Het streven is om het monitoringssysteem in het vierde kwartaal van 2023 operationeel te hebben.

  • Vraag 8
    Hoeveel arbeidsmigranten zijn er de afgelopen tien jaar naar Nederland gekomen? Kunt u dit per jaar, per nationaliteit weergeven? Kunt u dit per gemeente uitsplitsen?

    Voor EU-arbeidsmigranten bestaat geen toelatingsbeleid. Burgers van de EU/EER-landen en Zwitserland hebben op grond van het vrij verkeer van personen en diensten het recht om vrij in Nederland te verblijven, te werken en diensten te verrichten. Het CBS houdt in de migrantenmonitor3 bij hoeveel EU-burgers naar Nederland afreizen en zich inschrijven in de GBA (per 2014 BRP), al dan niet voor arbeid.
    Vanwege de complexiteit en gedetailleerdheid van de gevraagde gegevens verwijs ik voor inzicht in instroom per nationaliteit, inschrijving in en uitsplitsing naar gemeenten, naar de Migrantenmonitor4, waarin de beschikbare gegevens voor het betreffende jaar overzichtelijk door het CBS worden weergegeven.
    In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van het aantal personen opgenomen met een baan uit de EU-lidstaten (op 31 december van ieder jaar) uitgesplitst naar Midden- en Oost-Europa (EU-11) en de Europese Unie (EU-27). De gegevens zijn beschikbaar tot eind 2020 (CBS). Vanaf 2022 worden cijfers van de migrantenmonitor jaarlijks gepubliceerd in de Staat van Migratie, die ieder jaar in mei verschijnt.
    2011
    176.860
    368.150
    2012
    186.820
    373.840
    2013
    196.770
    382.090
    2014
    207.530
    398.250
    2015
    221.990
    409.560
    2016
    258.720
    454.880
    2017
    299.900
    508.600
    2018
    349.000
    573.600
    2019
    375.400
    611.800
    2020
    348.400
    (3,8% van de werkende beroepsbevolking)
    554.500
    (6,1% van de werkende beroepsbevolking)
    Onderstaande tabel5 geeft voor de groep «Kennis en Talent» het aantal ingewilligde aanvragen weer op grond van de nationale kennismigrantenregeling, de Europese Blauwe kaart6 en voor «overplaatsing binnen een onderneming» (ICT),7 inclusief de ingewilligde aanvragen «wijziging beperking»8 naar deze verblijfsdoelen.
    2012
    7.500
    <10

    7.500
    2013
    8.360
    <10

    8.370
    2014
    8.480
    20

    8.500
    2015
    9.600
    40

    9.640
    2016
    11.060
    70
    80
    11.220
    2017
    9.410
    90
    4.510
    14.010
    2018
    11.980
    120
    4.820
    16.920
    2019
    13.730
    190
    4.700
    18.620
    2020
    6.380
    150
    2.150
    8.680
    2021
    12.440
    150
    2.570
    15.160
    Cijfers over de periode van vóór 2013 kunnen verschillen door definitie. Wijzigingen in wet- en regelgeving kunnen leiden tot aanpassing van definities en rapportageverplichtingen. Dit betekent dat cijfers uit de periode van vóór 2013 kunnen afwijken en/of een ander beeld geven dan cijfers vanaf 2013.
    Van 2013 tot en met 2018 bestond de top drie van nationaliteiten uit de groep «kennis en talent» veelal uit India, VS en China.10 Met de Staat van Migratie wordt vanaf 2019 een top vijf aan nationaliteiten in beeld gebracht. Deze liet een graduele verandering zien binnen de top vijf van nationaliteiten voor de herkomst van groep «Kennis en Talent».11, 12
    1
    India
    India
    India
    2
    VS
    China
    China
    3
    China
    VS
    Turkije
    4
    Turkije
    Turkije
    VS
    5
    Brazilië
    Zuid-Afrika
    VK

  • Vraag 9
    Hoeveel van deze arbeidsmigranten zijn er langer dan een jaar in Nederland gebleven? Hoeveel twee jaar? Hoeveel langer? Kunt u dit per jaar, per nationaliteit weergeven? Kunt u dit per gemeente uitsplitsen?

    Zie antwoord vraag 8.

  • Vraag 10
    Hoeveel expats zijn er de afgelopen tien jaar naar Nederland gekomen? Kunt u dit per jaar, per nationaliteit weergeven? Kunt u dit per gemeente uitsplitsen?

    Zie antwoord vraag 8.

  • Vraag 11
    Hoeveel van deze expats zijn er langer dan een jaar in Nederland gebleven? Hoeveel twee jaar? Hoeveel langer? Kunt u dit per jaar, per nationaliteit weergeven? Kunt u dit per gemeente uitsplitsen?

    Zie antwoord vraag 8.

  • Vraag 12
    Hoeveel arbeidsmigranten leven er op dit moment dakloos in Nederland? Hoeveel waren er dat de afgelopen tien jaar? Kunt u dit per jaar, per nationaliteit weergeven? Kunt u dit per gemeente uitsplitsen?

    Naar schatting waren afgelopen jaar 2.500 tot 3.000 EU-migranten dakloos.13 Het precieze aantal dakloze EU-migranten in Nederland is helaas niet exact bekend. Wel zijn er signalen dat deze groep in omvang toeneemt: steeds meer Midden- en Oost-Europese werknemers kloppen aan bij de nachtopvang. Dit is zorgelijk.
    Vanuit het Rijk en gemeenten worden een aantal organisaties ondersteund die zich inzetten om dakloze EU-burgers terug te laten keren naar het land van herkomst of terug te geleiden naar werk in Nederland. Deze hulpaanpak staat nader beschreven in het Plan van Aanpak kwetsbare dakloze EU-burgers.14 Uit de jaarcijfers van deze organisaties volgt dat er in 2020 door inzet van deze organisaties ongeveer 1.150 dakloze EU-burgers vrijwillig zijn gerepatrieerd.
    Het werkelijke aantal kan hoger liggen. Uit terugkeercijfers valt helaas niet af te leiden of een (arbeids)migrant dakloos was voorafgaand aan de terugkeer naar diens thuisland. Ook cijfers over begeleiding naar huisvesting en naar werk heb ik niet kunnen achterhalen.

  • Vraag 13
    Hoeveel dakloze arbeidsmigranten zijn er het afgelopen jaar met hulp van de overheid begeleid naar het land van herkomst? Hoeveel zijn er begeleid naar nieuwe huisvesting en werk?

    Zie antwoord vraag 12.

  • Vraag 14
    Heeft u sinds uw aantreden gesprekken gehad met uw Europese collega’s over het op Europees niveau inperken van het vrije verkeer van arbeid? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat was hierop de reactie?

    Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer vorig jaar geïnformeerd over de (on)mogelijkheden van regulering van arbeidsmigratie intra-EU.15 In deze brief is toegelicht dat burgers uit de EU/EER-landen en Zwitserland het recht hebben om zich vrij op het grondgebied van de lidstaten te verplaatsen en daar vrij te verblijven, te werken, zich te vestigen en om diensten te verrichten. Hiervan profiteren burgers en bedrijven van alle lidstaten. Ook Nederlandse bedrijven en burgers profiteren van de mogelijkheden om zich in andere EU/EER-landen en Zwitserland te vestigen, te werken, te wonen of te studeren. Het vrij verkeer van werknemers en diensten binnen Europa is een belangrijke pijler. Ik heb dan ook geen gesprekken over inperking van dit vrije verkeer gevoerd met mijn Europese collega’s. Wel ben ik onder andere met mijn Roemeense, Duitse, Belgische en Spaanse collega’s in gesprek gegaan over de verbetering van de positie van arbeidsmigranten in zowel Nederland als binnen de EU. Ik blijf mij ervoor inzetten dat ook door Europese samenwerking, zoals bijvoorbeeld via de Europese Arbeidsautoriteit (ELA), misstanden worden voorkomen en tegengegaan en de positie van arbeidsmigranten wordt verbeterd. In mijn brief van 24 november aan uw Kamer zet ik een aantal initiatieven uiteen die worden ontplooid om de positie van arbeidsmigranten te versterken.16
    Zo gaat SZW in Europees verband het gesprek aan om informatievoorziening in landen van origine verder te versterken. Dit najaar wordt in het verband van de Europese Arbeidsautoriteit (ELA) een start gemaakt met een netwerk van experts rondom informatievoorziening. Hierdoor wordt de informatievoorziening voor arbeidsmigranten, en daarmee hun positie, verbeterd.

  • Vraag 15
    Kunt u deze vragen beantwoorden voor de begrotingsbehandeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid?

    De beantwoording voor de begrotingsbehandeling op 29 november is vanwege de benodigde afstemming helaas niet gelukt.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2022Z22197
Volledige titel: Het bericht 'Hoe jouw pakketje leidt tot onrust in het Brabantse dorpje Riel'
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20222023-1173
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Van Kent over het bericht 'Hoe jouw pakketje leidt tot onrust in het Brabantse dorpje Riel'