Kamervraag 2021Z03918

Amateurvoetbalverenigingen die in financiële problemen komen vanwege een bureaucratische regel van de overheid

Ingediend 26 februari 2021
Beantwoord 19 april 2021 (na 52 dagen)
Indieners Hilde Palland (CDA), Maurits von Martels (CDA)
Beantwoord door Wouter Koolmees (minister sociale zaken en werkgelegenheid, viceminister-president ) (D66), Tamara van Ark (staatssecretaris sociale zaken en werkgelegenheid) (VVD)
Onderwerpen cultuur en recreatie sport
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2021Z03918.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20202021-2385.html
1. De Gelderlander, 16 februari 2021, «KNVB: «1 op de 5 amateurclubs dieper in financiële problemen omdat salarissen trainers niet worden vergoed».
  • Vraag 1
    Heeft u kennisgenomen van het bericht «KNVB: 1 op de 5 amateurclubs dieper in financiële problemen omdat salarissen trainers niet worden vergoed»?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Klopt het dat een deel van de amateurvoetbalverenigingen ten onrechte hun NOW 3.0 compensatie mislopen omdat als referentiemaand voor deze regeling juni is gekozen, een maand waarin veel amateurclubs vanwege de zomerstop geen trainers op de loonlijst hebben staan?

    Het is inderdaad mogelijk dat er amateurvoetbalverenigingen zijn die geen NOW 3 ontvangen door het hanteren van juni 2020 als referentiemaand. Hoewel het kabinet betreurt dat hierdoor werkgevers mogelijk NOW-subsidie mislopen, ziet het kabinet binnen de NOW-regelingen geen oplossing voor dit probleem zonder dat dit te grote risico’s betekent voor de huidige uitvoering van de regelingen. Wel kunnen de amateurclubs waarbij de NOW-regeling niet toepasbaar is, aanspraak maken op de Tegemoetkomingsregeling Amateursportorganisaties (TASO). Op deze manier kunnen zij een vergoeding krijgen voor personeelslasten die niet via andere regelingen zijn gecompenseerd. Daarmee kunnen ook de loonkosten van deze amateurclubs deels vergoed worden. Het kabinet hoopt hiermee de amateurclubs tegemoet te komen.
    De NOW is een generieke regeling, waarbij het vanaf de start belangrijk was dat werkgevers snel konden worden voorzien in steun om werkgelegenheid zoveel mogelijk te behouden. Om dit mogelijk te maken, worden voorschotten uitgekeerd op basis van het door de werkgever geschatte omzetverlies en de vastgestelde loonsom in een bepaalde referentiemaand. In het geval van de NOW 3 betreft deze referentiemaand de maand juni 2020. Deze maand is gebruikt als referentiemaand voor de NOW 3 die loopt van 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021. Op deze manier werd er voor een langere periode rust en zekerheid gecreëerd voor ondernemers. De referentiemaand moet bij de publicatie van de regeling in het verleden liggen, om misbruik en oneigenlijk gebruik zoveel mogelijk te voorkomen. Als de referentiemaand in de toekomst ligt, bestaat het risico dat werkgevers hun loonkosten verhogen door bijvoorbeeld fictieve dienstverbanden aan te gaan waardoor een hogere subsidie wordt uitgekeerd dan waar eigenlijk recht op bestaat. Vervolgens is hierbij het streven om de meest recente maand te kiezen, om een zo representatief mogelijk beeld te hebben van de loonsom. De NOW 3 regeling werd in augustus 2020 bekend gemaakt, waardoor juni de meest recente maand was waarvan de loongegevens beschikbaar waren in de polisadministratie.
    Er zijn werkgevers, en ook specifieke sectoren, die in juni 2020 een lagere, niet-representatieve loonsom hebben. Gevolg hiervan is dat zij hierdoor minder NOW-subsidie ontvangen dan bij de keuze voor een andere referentiemaand. Voor deze werkgevers is dit begrijpelijk een teleurstellende uitkomst, ook omdat de maand juni voor alle negen maanden van de NOW 3 de referentiemaand is.
    Afwijken van de referentiemaand juni is echter geen optie. Bij elke maand die gekozen wordt, zullen er bepaalde werkgevers zijn die juist gebaat zouden zijn bij een andere maand. De referentiemaand aanpassen tijdens de looptijd van de regeling is niet mogelijk, omdat een dergelijke wijziging andere werkgevers benadeelt. Het bieden van een keuze op basis van twee verschillende referentiemaanden is vervolgens in de uitvoering niet mogelijk gezien de risico’s op fouten en de vertragingen die dit met zich meebrengt. Dit geldt ook voor het uitwijken naar een andere referentiemaand in het geval van een nihilaangifte. Dit zou betekenen dat er een grote herstelactie plaats zou moeten vinden voor de derde en vierde tranche van de NOW. Concreet zou dit betekenen dat in ieder geval de uitbetaling van de voorschotten van de huidige vierde tranche van de NOW substantiële vertraging oploopt, evenals de opening van het loket voor de volgende tranche die gepland staat voor half mei 2021.

  • Vraag 3
    Klopt het dat hiermee amateurclubs gemiddeld 3.500 euro compensatie mislopen, met een totaalbedrag van 2 miljoen euro?

    De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de loonkosten en het omzetverlies. Dit is per werkgever, of in dit geval amateurclubs, verschillend. Hierdoor weet ik niet om welke bedragen het gaat. Zoals ook genoemd in het antwoord op vraag 2, kunnen amateursportverenigingen voor hun loonkosten ook aanspraak maken op steun uit de TASO-regeling. Via de TASO-regeling voor het vierde kwartaal van 2020 is er voor circa € 4 miljoen aan steun verleend voor de loonkosten van amateursportverenigingen, waaronder veel voetbalclubs.

  • Vraag 4
    Klopt het dat ook voor de komende kwartalen (NOW 4.0 en 5.0) als referentiemaand juni 2020 gebruikt wordt, waardoor deze amateurclubs ook dan geen compensatie zullen krijgen?

    Ook voor de vierde en vijfde aanvraagperiode zal juni 2020 de referentiemaand zijn. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 2.

  • Vraag 5
    Klopt het dat bij amateurclubs die in de maand juni juist helemaal geen aangifte hebben gedaan, automatisch gekeken wordt naar de loonsom van april 2020, waardoor die clubs wel NOW 3.0 compensatie krijgen?

    Ja, indien er geen loonaangifte gedaan is in de referentiemaand, in dit geval juni 2020, wordt gekeken naar de loonaangifte in de terugvalmaand. In de NOW 3 is dit de maand april.

  • Vraag 6
    Deelt u de mening dat het niet wenselijk is dat hierdoor de situatie ontstaat dat een deel van de amateurclubs wel (terecht) compensatie ontvangt omdat zij geen aangifte hebben gedaan, maar dat een ander deel van de amateurclubs (onterecht) geen compensatie ontvangt omdat zij een «nihil» aangifte hebben gedaan?

    Hoewel het mogelijk is dat er een verschil is tussen amateurclubs die geen aangifte hebben gedaan en amateurclubs die een nihilaangifte hebben gedaan, is er geen sprake van een onterechte afwijzing van de NOW-aanvragen. Werkgevers zijn wettelijk verplicht om binnen 4 weken hun aangifte loonheffingen te doen, ook in het geval er sprake is van geen loonkosten. Het is niet zo dat werkgevers die geen loonkosten hebben gemaakt de keuze hebben tussen een nihilaangifte of geen aangifte. Dat er een terugvalmaand in de regeling is opgenomen, komt omdat werkgevers, die niet een fiscaal dienstverlener of marktsoftware inzetten om aangifte te doen, vanaf begin 2020 een eHerkenningsmiddel nodig hebben om aangifte loonheffingen over 2020 via het portaal van de Belastingdienst te doen. Sommige werkgevers hebben om die reden meer tijd gekregen om een eHerkenningsmiddel te verkrijgen en aangifte loonheffingen te doen. Voor dergelijke gevallen was het bij het opstellen van de NOW 1 en NOW 2 nodig dat er een terugvalmaand in de regeling werd opgenomen. De terugvalmaand is bedoeld voor die situaties waarin de werkgever geen loonaangifte kón doen in 2020 vanwege het ontbreken van eHerkenning. In de NOW 1 en 2 is daarom gekozen voor een terugvalmaand in 2019 (november2). Zonder terugvalmaand in 2019 hadden werkgevers die nog geen aangifte hadden gedaan in 2020 geen steun kunnen ontvangen uit de NOW-regeling vanwege het ontbreken van loongegevens in 2020.
    Ook in de NOW 3 regeling, die opengegaan is in oktober 2020, is een terugvalmaand opgenomen (april 2020). Deze terugvalmaand zou voor het mogelijk nog ontbreken van toegang tot een eHerkenningsmiddel door een werkgever niet meer noodzakelijk zijn: in 2020 kan immers geen aangifte loonheffingen meer worden gedaan via het portaal van de Belastingdienst zonder gebruikmaking van een eHerkenningsmiddel. Als in de terugvalmaand april 2020 wél aangifte is gedaan, dan was het dus ook mogelijk om aangifte in juni 2020 te doen. Zou in beide maanden geen aangifte zijn gedaan als gevolg van het ontbreken van eHerkenning (en dus door de Belastingdienst uitstel van aangifte zijn verleend), dan zou een terugvalmaand in november 2019 meerwaarde hebben. In de derde en vierde NOW tranches zijn er vooralsnog overigens geen signalen ontvangen van werkgevers die als gevolg van het geen toegang hebben tot eHerkenning in 2020 nog geen loonaangifte hebben kunnen doen en daardoor geen aanspraak hebben kunnen maken op de NOW. Zoals gezegd, werkgevers zijn wettelijk verplicht om loonaangifte te doen, ook als dit slechts een laag bedrag of nihil is. Wel geldt dat de aangifte loonheffingen over juni 2020 al was vastgesteld voor bekendmaking van de NOW 3 regeling, waardoor er niet met voorbedachten rade geen aangifte loonheffingen gedaan kan zijn. In een klein aantal gevallen is er binnen de NOW 3 teruggevallen op de maand april zoals deze in de regeling is opgenomen, het is niet bekend of dit amateurclubs zijn.

  • Vraag 7
    Waarom is het niet mogelijk om voor amateurclubs die een «nihil» aangifte hebben gedaan, ook (automatisch) de loonsom van april 2020 te gebruiken?

    Zie het antwoord op vraag 2.

  • Vraag 8
    Heeft u contact gehad met de KNVB over dit probleem? Zo ja, wat is hieruit gekomen? Ziet u mogelijkheden om deze groep amateurclubs tegemoet te komen?

    Ja, het kabinet is continu in gesprek met NOC*NSF, de ondernemende sport en de sportbonden, waaronder de KNVB, over de gevolgen van de coronacrisis. Ook dit onderwerp staat daar op de agenda.
    In de gesprekken met de sport is ook gekeken naar het compenseren van loonkosten via de NOW-regeling. Zoals bij vraag 2 aangegeven, kunnen de amateurclubs waarbij de NOW-regeling niet toepasbaar is, aanspraak maken op de Tegemoetkomingsregeling Amateursportorganisaties (TASO). Op deze manier kunnen zij een vergoeding krijgen voor personeelslasten die niet via andere regelingen zijn gecompenseerd. Daarmee kunnen ook de loonkosten van deze amateurclubs deels vergoed worden. In veel gevallen lijkt die compensatieroute ook toereikend te zijn. Om ook de verenigingen te ondersteunen voor wie de TASO-compensatie mogelijk te laag uitpakt, wordt onderzocht of de TASO-regelingen voor het eerste en tweede kwartaal kunnen worden verruimd om een meer passende compensatie voor hun financiële schade te bieden. Het kabinet hoopt hiermee de amateurclubs tegemoet te komen.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2021Z03918
Volledige titel: Amateurvoetbalverenigingen die in financiële problemen komen vanwege een bureaucratische regel van de overheid
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20202021-2385
Volledige titel: Antwoord op vragen van de leden Palland en Von Martels over "amateurvoetbalverenigingen die in financiële problemen komen vanwege een bureaucratische regel van de overheid"