Kamervraag 2019Z05085

Het bericht ‘De Autoriteit Consument en Markt heeft geen gelijk, wettelijke bescherming geldt voor meer zzp’ers’

Ingediend 14 maart 2019
Indieners Simon Geleijnse (50PLUS), Corrie van Brenk (PvdA)
Onderwerpen arbeidsomstandigheden werk
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2019Z05085.html
1. Financieele Dagblad, 20 februari 2019: «De ACM heeft geen gelijk, wettelijke bescherming geldt voor méér zzp’ers».
2. Financieele Dagblad, 15 februari 2019: «Toezichthouder ACM zoekt uitweg om «Sociale dumping» zzp’er tegen te gaan».
3. Wiarda Beckmanstichting: «stop de concurrentie op de arbeidsmarkt»,...
4. Markt en mededinging, aflevering 5 2018, «De mededingingswet en de ...
5. Wiarda Beckmanstichting: «stop de concurrentie op de arbeidsmarkt»,...
6. Trouw, 26 februari 2019: «Waarom geen zzp-collectief».
7. Financieele Dagblad, 18 februari 2019: «Samenwerking in Coöperatie kan zzp’ers hoger tarief opleveren».
  • Vraag 1
    Heeft u kennisgenomen van het opinieartikel van VU-hoogleraar internationaal Arbeidsrecht Klara Boonstra in het Financiële Dagblad, waarin beweerd wordt dat het positief klinkt dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) de positie van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) wil versterken, maar dat de ACM feitelijk al jaren afdwingt dat zelfstandigen met elkaar moeten concurreren op prijs?1
  • Vraag 2
    Deelt u de mening van mevrouw Boonstra dat de ACM Europese regelgeving over mededinging ten aanzien van zzp’ers willens en wetens veel strakker vertaalt dan nodig is, en ook veel strenger dan elders in Europa gebeurt? Is het waar dat de ACM feitelijk al sinds 2007 stelt dat zzp’ers zonder uitzondering onder het mededingingsrecht vallen, en dat zij dus geen collectieve afspraken mogen maken over tarieven? Is het waar dat deze benadering mede desastreuze sporen nalaat op onze arbeidsmarkt en juist de deur openzet voor de «sociale dumping», die de ACM zegt te willen bestrijden, en dat hierdoor veel werk dat voorheen in loondienst werd gedaan omdat dat goedkoper is, «omgekat» wordt tot «dienstverlening» door zzp’ers?2
  • Vraag 3
    Is het waar dat de bereidheid van de ACM dit strakke mededingingsbeleid ten aanzien van zzp’ers deels te wijzigen ruimhartig klinkt, maar feitelijk volgt uit een arrest van het Europese Hof van Justitie van vier jaar geleden? Kunt u uw antwoord motiveren?
  • Vraag 4
    Is het waar dat de ACM nu alleen de gedwongen concurrentie tussen zogenaamde «schijnzelfstandigen» – die eigenlijk werknemers zijn – wil afschaffen? Is het waar dat volgens het Hof van Justitie het toestaan van prijsafspraken echter ook toegestaan zou moeten worden in die situaties, waarin werknemers en opdrachtnemers (zzp’ers) «zij aan zij» dezelfde werkzaamheden verrichten in de onderneming van de werkgever/opdrachtgever en daar min of meer in opgaan? Bent u bereid dit te bevorderen?
  • Vraag 5
    Deelt u de mening van prof. Boonstra, dat de ACM tot op de dag van vandaag onvoldoende opvolging geeft aan de bedoelde uitspraak van het Europese Hof van Justitie? Bent u bereid de ACM hierop aan te spreken? Zo nee, waarom niet?
  • Vraag 6
    Kunt u reflecteren op het gehanteerde uitgangspunt van de ACM dat de markt waarop zelfstandigen actief zijn, vereenzelvigd wordt met de consumentenmarkt?3 Is het juist te veronderstellen, zoals ACM lijkt te doen, dat (arbeidsprijs)concurrentie per definitie consumenten en dus burgers ten goede komt? Vindt u het te billijken dat in deze visie kennelijk weinig of geen plaats is voor de opvatting, dat mensen niet alleen consument zijn, maar ook burgers die bereid zijn om een prijs voor een dienst te betalen die de werkende ook in staat stelt de risico’s te ondervangen die horen bij werken, zoals werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid? Ligt het uitgangspunt van de ACM voor wat betreft de arbeidsmarkt niet te eenzijdig op de «vermarkting van arbeid» waardoor de «prijs van arbeid» te veel onder druk kan komen te staan?
  • Vraag 7
    Deelt u de visie dat de onderkant van de arbeidsmarkt in toenemende mate gekenmerkt wordt door de macht van ondernemers via zelfstandigen, en dat deze en andere ontwikkelingen maken dat de onderliggende veronderstelling (dat de arbeidsmarkt een «goed functionerende markt» is) aan herziening, of op zijn minst kwalificatie onderhevig is?4 Kunt u uw antwoord motiveren?
  • Vraag 8
    Deelt u de mening dat zelfstandigen zonder personeel, waarvoor geldt dat de dienst die zij verrichten vrijwel geheel uit hun arbeid bestaat, categoraal buiten het mededingingsrecht zouden moeten worden gehouden? Zo nee, waarom niet? Kunt u uw antwoord motiveren?
  • Vraag 9
    Deelt u de mening van prof. Boonstra dat de ACM voor zelfstandigen die «zij aan zij werken met werknemers» een nieuw visiedocument zou kunnen concipiëren5, waarin zij toestaat dat betreffende zelfstandigen collectief mogen onderhandelen over prijzen, en dat hiervoor, gezien de uitspraak van het Europese hof van Justitie geen wetswijziging nodig is? Bent u bereid dit te bevorderen? Zo nee, waarom niet?
  • Vraag 10
    Deelt u de mening dat, waar het bijvoorbeeld de persbureau’s ANP en Hollands Hoogte is toegestaan te fuseren, het logisch en billijk zou zijn ook fotojournalisten en andere direct betrokken zzp’ers toe te staan collectief met hun opdrachtgevers te onderhandelen, om zo het marktevenwicht daadwerkelijk te handhaven?6 Zo nee, waarom niet.
  • Vraag 11
    Wat is uw oordeel over de mogelijkheid en juridische haalbaarheid «werkerscoöperaties» op te laten richten teneinde zelfstandigen in staat te stellen gezamenlijk te onderhandelen over hun arbeidsvoorwaarden?7 Zou de coöperatievorm passend kunnen zijn gegeven (Europese) mededingingsregels? Bent u bereid dit te onderzoeken?
  • Vraag 12
    Deelt u de mening dat, uit oogpunt van sociale rechtvaardigheid, het ook voor zelfstandigen die niet zij aan zij werken met werknemers, toegestaan zou moeten worden dat zij collectief kunnen onderhandelen over hun arbeidsvoorwaarden? Bent u bereid dit te bevorderen? Zo nee, waarom niet?
  • Mededeling - 8 april 2019

    Hierbij deel ik u mede dat de beantwoording van de Kamervragen van de leden Van Brenk en Geleijnse (beiden 50PLUS) over het bericht «De Autoriteit Consument en Markt heeft geen gelijk, wettelijke bescherming geldt voor meer zzp’ers» (ingezonden 14 maart 2019) niet binnen de gestelde termijn van drie weken mogelijk is, omdat de beantwoording van de vragen meer tijd vergt.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2019Z05085
Volledige titel: Het bericht ‘De Autoriteit Consument en Markt heeft geen gelijk, wettelijke bescherming geldt voor meer zzp’ers’