Kamervraag 2018Z14960

Een mogelijk incorrect politie voorschrift en de schijnbare willekeur bij het handhaven van een omgangsregeling

Ingediend 29 augustus 2018
Beantwoord 22 oktober 2018 (na 54 dagen)
Indieners Vera Bergkamp (D66), Monica den Boer (D66)
Beantwoord door Sander Dekker (minister zonder portefeuille justitie en veiligheid) (VVD), Ferdinand Grapperhaus (minister justitie en veiligheid) (CDA)
Onderwerpen openbare orde en veiligheid politie, brandweer en hulpdiensten
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2018Z14960.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20182019-377.html
  • Vraag 1
    Bent u bekend met het bericht «Het is vrijwel altijd de vader die het onderspit delft»?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Deelt u de mening dat het niet nakomen van een omgangsregeling door een ouder traumatische gevolgen kan hebben voor de andere ouder en vooral ook voor het kind c.q. de kinderen?

    Ja. Als ouders een zorg- of omgangsregeling hebben opgesteld of als de rechter een regeling heeft vastgesteld, dienen de ouders zich hieraan te houden, primair omwille van het kind. Als dit niet gebeurt, kan dit traumatische gevolgen hebben voor het kind en de andere ouder.

  • Vraag 3
    Klopt het dat, in het geval dat beide ouders gezamenlijk gezag hebben het zo is, dat de ene ouder ten opzichte van de andere ouder het misdrijf «onttrekking ouderlijk gezag» kan plegen op grond van artikel 279 van het wetboek van strafrecht, indien de omgangsregeling niet wordt nagekomen en dat een beroep op de politie kan worden gedaan?

    Het niet nakomen van een zorg- of omgangsregeling kan het strafbare feit onttrekking aan wettig gezag opleveren,2 waarvan aangifte kan worden gedaan bij de politie. Een beroep op het strafrecht geldt in dit soort situaties als een ultimum remedium.
    Het bewust niet nakomen van een door een rechter vastgestelde zorg- of omgangsregeling en het daarmee incidenteel of langdurig onttrekken aan het wettig gezag of uitgeoefende toezicht, is nadrukkelijk opgenomen in de nieuwe richtlijn van het OM voor strafvordering onttrekking minderjarige aan wettig gezag.3

  • Vraag 4
    Klopt het dat bij handhaving door de politie, op grond van artikel 279 van het wetboek van strafrecht, voor het niet nakomen van een omgangsregeling er geen onderscheid gemaakt mag worden tussen de verzorgende en de niet-verzorgende ouder, zoals ook de Hoge Raad in een eerdere uitspraak stelt?2

    Ja, dat klopt. In lijn met de aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad geldt dat daar waar een zorg- of omgangsregeling is neergelegd in een rechterlijke uitspraak,5 de verzorgende ouder – evenals de niet-verzorgende ouder – kan worden verweten de regeling niet na te komen en daarmee artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing kan zijn.

  • Vraag 5
    Kunt u bevestigen dat in een intern politievoorschrift over bemiddeling bij omgangsrecht, dat op 5 oktober 2015 in ieder geval nog van kracht was, staat dat wanneer een verzorgende ouder het kind niet meegeeft en dus de omgangsregeling niet nakomt, niet het strafbare feit op grond van artikel 279 van het wetboek van strafrecht pleegt?

    Binnen de politie bestaan meerdere richtlijnen die gaan over hoe met (het niet nakomen van) zorg- en omgangsregelingen moet worden omgegaan.
    Bij één van deze voorschriften6 heb ik moeten constateren dat een zinsnede was opgenomen, die luidde dat het niet meegeven door de verzorgende ouder niet het strafbare feit oplevert. Dit is onjuist en niet in lijn met artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht. Ik betreur dit zeer. Dit voorschrift was op 29 augustus 2018 van kracht.
    De genoemde werkinstructie is inmiddels aangepast en intern gecommuniceerd. De gewraakte zinsnede is verwijderd. Ook biedt de instructie nu meer specifieke handvatten voor agenten om te kunnen handelen in situaties waarbij bemiddeling bij een zorg- of omgangsregeling nodig is.

  • Vraag 6
    Kunt u voorts bevestigen dat dit interne politievoorschrift op het moment van indiening van deze schriftelijke vragen, 29 augustus 2018, nog steeds van kracht is? Zo nee, tot wanneer was dit interne voorschrift van kracht?

    Zie antwoord vraag 5.

  • Vraag 7
    Deelt u de mening dat dit interne voorschrift geen correcte uitleg is van het strafbare feit op grond van artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht?

    Zie antwoord vraag 5.

  • Vraag 8
    Wat zijn de consequenties geweest van deze incorrecte interpretatie van de handhavingsmogelijkheden van de politie omtrent het niet nakomen van omgangsregelingen?

    Zie antwoord vraag 5.

  • Vraag 9
    Bent u van mening dat er sprake is van willekeur in de handhaving van omgangsregeling? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?

    Ik herken mij niet in het beeld dat sprake zou zijn van willekeur in de handhaving op de zorg- of omgangsregeling door de politie. Uiteraard is het voor strafrechtelijke handhaving noodzakelijk dat politie een strafbaar feit kan vaststellen. In situaties waar gescheiden ouders een andere uitleg hebben van afspraken en de (niet) nakoming daarvan, is zorgvuldig onderzoek vereist. Hierbij kunnen bijvoorbeeld de rechterlijke uitspraken worden opgevraagd om vast te stellen of de verzorgende ouder voldoende medewerking verleent aan de door de rechter in dat specifieke geval opgelegde omgangsregeling.
    Als de politie op basis van feitenonderzoek feiten en omstandigheden vindt die een verdenking onderbouwen, wordt overleg gevoerd met het OM. De officier van justitie is immers verantwoordelijk voor de aansturing van de strafrechtelijke handhaving.7

  • Vraag 10
    Bent u bereid dit interne politievoorschrift te wijzigingen zodat de politie haar handhavende rol in het nakomen van omgangsregelingen op een correcte wijze invult? Zo ja, wanneer is deze wijziging gereed? Zo nee, waarom niet?

    Zie antwoord vraag 5.

  • Mededeling - 26 september 2018

    Hierbij bericht ik u, mede namens Minister voor Rechtsbescherming dat de schriftelijke vragen van de leden Bergkamp en Den Boer (beiden D66) over een mogelijk incorrect politie voorschrift en de schijnbare willekeur bij het handhaven van een omgangsregeling (ingezonden 29 augustus 2018) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie ontvangen is. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2018Z14960
Volledige titel: Een mogelijk incorrect politie voorschrift en de schijnbare willekeur bij het handhaven van een omgangsregeling
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20182019-377
Volledige titel: Antwoord op vragen van de leden Bergkamp en Den Boer over een mogelijk incorrect politie voorschrift en de schijnbare willekeur bij het handhaven van een omgangsregeling