Kamervraag 2017Z10347

Het bericht dat seksuele voorlichting op scholen niet voldoet

Ingediend 13 juli 2017
Beantwoord 12 september 2017 (na 61 dagen)
Indieners Jasper van Dijk , Peter Kwint (SP)
Beantwoord door Jet Bussemaker (minister onderwijs, cultuur en wetenschap) (PvdA)
Onderwerpen basisonderwijs onderwijs en wetenschap voortgezet onderwijs
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2017Z10347.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20162017-2688.html
  • Vraag 1
    Wat is uw reactie op het bericht dat seksuele voorlichting op scholen niet voldoet, omdat er niet of nauwelijks goede lesmethodes zijn aldus de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Geweld tegen Kinderen?1

    De Nationaal Rapporteur Mensenhandel constateert dat bestaande lesmethoden niet bewezen effectief zijn en beveelt OCW aan er zorg voor te dragen dat voor elk onderwijsniveau bewezen effectieve interventies beschikbaar zijn om zowel slachtoffer- als daderschap van seksueel geweld tegen kinderen te voorkomen. De Nationaal Rapporteur onderkent daarbij dat scholen de vrijheid hebben om zelf te bepalen op welke wijze zij invulling geven aan de wettelijke verplichting aandacht te besteden aan seksualiteit en seksuele diversiteit. Scholen zijn zelf het beste in staat om uit het beschikbare aanbod een keuze te maken, die past bij de school.
    OCW zorgt ervoor dat scholen meer inzicht krijgen in de beschikbare methodes via interventieoverzichten van de Stichting School en Veiligheid (hierna SSV) en de ontwikkeling van het Leerplanvoorstel met voorbeeldlesmaterialen voor seksualiteit en seksuele diversiteit door SLO. Verder ondersteunen wij scholen en leraren door onder andere het financieren van SSV voor praktische ondersteuning en training, de tweejaarlijkse monitoring van sociale veiligheid in po/vo en mbo, (waarin seksueel grensoverschrijdend gedrag uitvoerig aan de orde komt), en het project Toegerust op Sociale Veiligheid van SSV, LOBO en ADEF voor aankomende leraren (seksualiteit is hierin een onderdeel).

  • Vraag 2
    Gaat u onderzoek doen naar de effectiviteit van lespakketten voor seksuele voorlichting? Zo ja, wanneer kunt u de Kamer inzage geven in de resultaten? Zo nee, waarom niet?

    Wij zijn niet voornemens dit te doen. Wel zullen wij met SSV bespreken hoe we in de interventieoverzichten voor po, vo en mbo in de toekomst informatie kunnen opnemen over de effectiviteit van de interventies. Deze informatie is al beschikbaar op de sites van het Nederlands Jeugdinstituut, Centrum Gezond Leven van het RIVM en Movisie. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel heeft niet onderzocht in hoeverre scholen gebruikmaken van deze websites. Door het opnemen van informatie over de effectiviteit van interventies op de website van SSV kunnen we stimuleren dat bewezen effectiviteit een overweging wordt voor scholen bij hun keuze voor een interventie.

  • Vraag 3
    Wat is uw reactie op de resultaten van de steekproef door de Onderwijsinspectie dat 23 procent van de basisscholen, 9 procent van het speciaal onderwijs en 21 procent van de middelbare scholen in de onderbouw niets doen aan voorlichting over seksueel grensoverschrijdend gedrag?

    De Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) heeft geconstateerd dat scholen voldoen aan de kerndoelen. Daarbij hebben scholen de ruimte om zelf invulling te geven aan hun wettelijke opdracht om in het onderwijs aandacht te besteden aan seksualiteit en seksuele diversiteit en kunnen scholen daarbinnen hun eigen accenten zetten.

  • Vraag 4
    Bent u bereid conform de motie Jasper van Dijk2 maatregelen te nemen als scholen niet voldoen aan de kerndoelen rond seksuele voorlichting?

    Het toezicht van de inspectie is risicogericht. Dit betekent onder meer dat wanneer er risico’s zijn of signalen dat sprake is van tekortschietende kwaliteit, de inspectie een school daar op aanspreekt. Als een school geen invulling geeft aan wettelijke eisen, zal de inspectie de school opdracht geven het onderwijs daar alsnog mee in overeenstemming te brengen. Indien een school, ondanks opdrachten tot herstel, nalaat daaraan invulling te geven, zal de inspectie overgaan tot het treffen van bestuurlijke of financiële sancties. Dit geldt ook voor de naleving van wet- en regelgeving omtrent de inhoud van het onderwijs, zoals het kerndoel rond seksualiteit en seksuele diversiteit.
    Vanuit het bredere thema sociale veiligheid ziet de inspectie bovendien toe op de zorgplicht van scholen voor de sociale veiligheid van leerlingen, waarvan de jaarlijkse monitoring van de veiligheidsbeleving van leerlingen onderdeel is. Wanneer de monitoring aanwijzingen geeft dat er problemen zijn rond de veiligheidsbeleving, wordt van de school gevraagd het veiligheidsbeleid aan te passen. Ook via deze lijn leiden tekorten in naleving tot optreden van de inspectie, en zo nodig tot sanctionering.

  • Vraag 5
    Welke acties gaat u ondernemen om ervoor te zorgen dat basisscholen, scholen voor speciaal onderwijs en middelbare scholen hun wettelijke verplichting nakomen om in hun onderwijsprogramma aandacht te besteden aan seksualiteit en seksuele diversiteit?

    Wij verwijzen u graag naar onze beleidsreactie op de themarapportage van de inspectie van 2016 «Omgaan met seksualiteit en seksuele diversiteit door scholen» (Kamerstuk 27 017, nr. 102). Hierin is uitgebreid ingegaan op de diverse acties die ondernomen worden.

  • Vraag 6
    Acht u het wenselijk dat de plicht voor scholen om aandacht te besteden aan seksualiteit om seksuele weerbaarheid van leerlingen te versterken alleen geldt voor leerlingen tot veertien á vijftien jaar? Kunt u uw antwoord toelichten? Bent u bereid maatregelen te treffen om ook leerlingen in de bovenbouw van de middelbare school en studenten op het middelbaar beroepsonderwijs te voorzien van effectieve voorlichting over (het voorkomen van) seksueel geweld, zoals ook de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen aanbeveelt?3

    De kerndoelen gelden voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Scholen bouwen voort op de basis die de kerndoelen leggen om hun leerlingen voor te bereiden op hun verdere onderwijsloopbaan en maatschappelijk functioneren. In de bovenbouw van het voortgezet onderwijs wordt in verschillende vakken vanuit verschillende invalshoeken verdere aandacht besteed aan de vorming van leerlingen. De vraag naar de wenselijkheid van een doorlopende leerlijn zullen we onder de aandacht brengen van de ontwikkelteams van de curriculumherziening. In lijn met de motie Becker c.s. (Kamerstuk 31 293, nr. 371), worden de bouwstenen voor de curriculumherziening zo geformuleerd dat ze bijdragen aan duidelijke kerndoelen en eindtermen.
    In het kader van de algehele veiligheid binnen de school, moeten scholen toezien op een veilig schoolklimaat. Het voorkomen van (seksueel) geweld hoort daarbij en beperkt zich niet tot de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Met behulp van voorlichting kan bijgedragen worden aan het tegengaan van en omgaan met ongewenst gedrag. Ook in het mbo worden studenten door (toezicht op de) naleving van de kwalificatie-eisen daarop voorbereid (zie verder ook het antwoord op vraag4.
    Ten aanzien van de effectiviteit van voorlichting verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 2.

  • Vraag 7
    Bent u van plan om de kerndoelen seksualiteit en seksuele diversiteit en de kwalificatie-eisen loopbaan en burgerschap met betrekking tot seksualiteit en seksuele weerbaarheid in het middelbaar beroepsonderwijs te concretiseren, aangezien uit het bevolkingsonderzoek «Seks onder je 25e» blijkt dat jongeren de informatie over liefde en seks op school gemiddeld een 5,8 geven en onder andere slechts 30 procent van de jongeren vindt dat ze voldoende informatie hebben gekregen over seks tegen je wil en het versturen van naaktfoto’s en seksfilmpjes? Kunt u uw antwoord toelichten?4

    Nee, dat zijn we niet van plan. Uit het inspectierapport van 2016 «Omgaan met seksualiteit en seksuele diversiteit door scholen» blijkt dat scholen aandacht besteden aan de kerndoelen seksualiteit, waar sexting onderdeel van uitmaakt, en seksuele diversiteit. Voor het mbo is zeer recent – in augustus 2016 – het thema kritisch denken toegevoegd aan de eisen voor loopbaan en burgerschapsonderwijs om onder andere de sociale weerbaarheid van studenten te kunnen vergroten.

  • Vraag 8
    Hoe staat het met de uitvoering van de motie Jasper van Dijk5 waarin de regering werd verzocht om een voorstel te doen om verplichte lessen over lhbti-acceptatie6 op het mbo in te voeren? Wanneer kan de Kamer dit voorstel tegemoetzien?

    Seksuele diversiteit is opgenomen in het kwalificatiedossier loopbaan en burgerschap en is daarmee al onderdeel van het curriculum.8 Het invoeren van verplichte lessen over lhbt-acceptatie is daarom niet nodig. In het mbo krijgt dit thema aandacht binnen de context van burgerschapsonderwijs. Voor studenten is het hierbij van belang om op een zorgvuldige wijze een dialoog te kunnen voeren en een evenwichtig oordeel te kunnen vormen over dit soort complexe en gevoelige onderwerpen. Hierbij is kennis (bijvoorbeeld over grondrechten) en inzicht in eigen normen en waarden en die van een ander onmisbaar. Daarom is in augustus 2016 het thema kritische denkvaardigheden toegevoegd aan het kwalificatiedossier loopbaan en burgerschap, zodat hier structurele aandacht voor komt op scholen.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2017Z10347
Volledige titel: Het bericht dat seksuele voorlichting op scholen niet voldoet
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20162017-2688
Volledige titel: Antwoord op vragen van de leden Jasper van Dijk en Kwint over ‘dat seksuele voorlichting op scholen niet voldoet’