Kamervraag 2017Z04278

De campagne in Nederland voor het referendum in Turkije

Ingediend 31 maart 2017
Beantwoord 8 mei 2017 (na 38 dagen)
Indiener Jasper van Dijk
Beantwoord door Lodewijk Asscher (viceminister-president , minister sociale zaken en werkgelegenheid) (PvdA), Bert Koenders (minister buitenlandse zaken) (PvdA)
Onderwerpen bestuur organisatie en beleid parlement
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2017Z04278.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20162017-1761.html
1. AD, 29 maart 2017 («Team Erdogan haalt ja-stemmers op met autobussen»)
2. Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 457
3. Telegraaf, 28 maart 2017
  • Vraag 1
    Wat is uw reactie op het bericht dat de Nederlandse tak van de AK-partij van de Turkse president Erdogan busvervoer regelt voor Ja-stemmers van het referendum in Turkije?1

    Het aanbieden van vervoer naar stemlokalen, door bijvoorbeeld politieke partijen of anderen, is in Nederland niet ongebruikelijk. Het is daarbij wel gebruikelijk dat het vervoer openstaat voor iedereen. Dat zowel het Ja-kamp als het Nee-kamp in het Algemeen Dagblad aangeven dat zij het vervoer speciaal voor hun eigen achterban hebben geregeld, is een bevestiging van de grote verdeeldheid in de Turks Nederlandse gemeenschap.

  • Vraag 2
    Wat is voorts uw reactie op het bericht dat het Nee-kamp busvervoer regelt, uitsluitend voor Nee-stemmers?

    Zie antwoord vraag 1.

  • Vraag 3
    Vindt u het aanvaardbaar dat opkomst bevorderende maatregelen (busvervoer) zich exclusief richten op Ja-stemmers dan wel Nee-stemmers? Kunt u uw antwoord toelichten?

    Zie antwoord vraag 1.

  • Vraag 4
    Hoe oordeelt u over het feit dat een campagnevoerder van het Nee-kamp tijdens het flyeren te horen kreeg dat hij moest vertrekken omdat hij anders in elkaar werd geslagen?

    Intimidatie en bedreiging zijn onaanvaardbaar. Als daar sprake van is, dan is het belangrijk dat mensen aangifte doen. Het aantal aangiftes in Nederland dat mogelijk in verband kan worden gebracht met interne Turkse aangelegenheden is, met uitzondering van de incidentele stijging rondom de couppoging vorig jaar zomer, redelijk stabiel. De politie handhaaft de openbare orde indien dit noodzakelijk is, zoals dat ook rond de stemlocaties voor het referendum is gebeurd.

  • Vraag 5
    Komen dergelijke intimidaties en bedreigingen vaker voor gedurende deze campagne? Zo ja, wat onderneemt u hiertegen?

    Zie antwoord vraag 4.

  • Vraag 6
    Herinnert u zich nog uw antwoord op eerdere vragen dat «het ontplooien van politieke activiteiten in Nederland is geoorloofd, ook door buitenlandse partijen, indien daarbij de wettelijke grenzen niet worden overschreden»?2

    Ja.

  • Vraag 7
    Deelt u de mening dat intimidatie onaanvaardbaar is, dus ook in het kader van deze campagne? Valt het uitsluitend busvervoer aanbieden aan Ja- dan wel Nee-stemmers binnen de wettelijke grenzen? Kunt u uw antwoord nader toelichten?

    Intimidatie is onaanvaardbaar. Mensen moeten in vrijheid hun democratische rechten kunnen uitoefenen. Het aanbieden van busvervoer aan kiesgerechtigden exclusief voor bepaalde groepen valt binnen de wettelijke grenzen.

  • Vraag 8
    Waar ligt voor u de grens voor wat acceptabel is qua beïnvloeding van Turkse Nederlanders? Is die grens inmiddels bereikt? Zo ja, wat onderneemt u hiertegen?

    Het kabinet vindt het ongewenst dat buitenlandse overheden keuzes van Nederlandse burgers openlijk dan wel heimelijk proberen te beïnvloeden. Het kabinet is hierover altijd helder geweest naar de Turkse autoriteiten en treedt stevig en consequent op wanneer dergelijke beïnvloeding plaatsvindt. Het optreden van het kabinet eind vorig jaar naar aanleiding van berichten over rapportages die de attaché Religieuze Zaken van de Turkse ambassade in Nederland aan Ankara stuurde (over vermeende banden van Nederlandse organisaties en burgers met de Gülen-beweging), is hier een concreet voorbeeld van.

  • Vraag 9
    Hoe oordeelt u over het bericht dat een Turks-Nederlandse journalist met de dood wordt bedreigd vanwege zijn interview met Mark Rutte?3

    Het kabinet acht persvrijheid een zeer groot goed. Het is onacceptabel dat journalisten bedreigd worden in de uitoefening van hun werk. Het kabinet roept mensen die bedreigd worden op hiervan aangifte te doen bij de politie.
    Het is van belang dat deze signalen serieus worden genomen en mensen die over de schreef gaan dit niet vrijblijvend kunnen doen.
    De betreffende journalist heeft meerdere malen aangifte gedaan. De recherche heeft de zaak in onderzoek. In het belang hiervan kunnen er op dit moment geen mededelingen worden gedaan. Ook over eventuele maatregelen ter bescherming van de aangever doet de politie zoals gebruikelijk geen uitspraken.

  • Vraag 10
    Is het waar dat deze journalist al zeven keer aangifte heeft gedaan? Wat onderneemt u om aan deze onaanvaardbare bedreigingen een eind te maken?

    Zie antwoord vraag 9.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2017Z04278
Volledige titel: De campagne in Nederland voor het referendum in Turkije
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20162017-1761
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Jasper van Dijk over de campagne in Nederland voor het referendum in Turkije