Kamervraag 2017Z00164

Het bericht dat drugs met medeweten van de politie Nederland in is gesmokkeld

Ingediend 10 januari 2017
Beantwoord 20 februari 2017 (na 41 dagen)
Indieners Michiel van Nispen , Kees Verhoeven (D66), Gert-Jan Segers (CU)
Beantwoord door Ard van der Steur (VVD)
Onderwerpen criminaliteit openbare orde en veiligheid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2017Z00164.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20162017-1238.html
  • Vraag 1
    Wat is uw reactie op het bericht dat grote partijen cocaïne met medeweten van politieagenten van het Team Criminele Inlichtingen (TCI) Nederland in zouden zijn gevoerd?1

    Gelet op het feit dat de strafzaak momenteel onder de rechter is, past het mij niet om inhoudelijk in te gaan op deze vragen.

  • Vraag 2
    Kan bevestigd worden dat de tipgever die in de uitzending aan het woord komt informatie aan de politie heeft gegeven over containers met cocaïne die naar Nederland worden gesmokkeld? Is het waar dat in ruil voor deze informatie tipgeld is toegezegd? Zo ja, hoeveel? Hoeveel tipgeld is uiteindelijk uitgekeerd?

    Zie antwoord vraag 1.

  • Vraag 3
    Kan eveneens bevestigd worden dat met de door deze tipgever verstrekte informatie handelend is opgetreden door politie en justitie? Zo ja, op welke wijze en in hoeveel gevallen? Zo niet, waarom niet, en in hoeveel gevallen was dat niet het geval?

    Zie antwoord vraag 1.

  • Vraag 4
    Deelt u de mening dat het doorlaten van drugs terecht verboden is en dat dit verboden moet blijven, gelet op de ervaringen uit het verleden waarbij partijen drugs niet gevolgd werden maar kwijt raakten, criminelen er alsnog veel geld aan verdienden en de integriteit van de opsporing op het spel stond?

    Het zogenoemde doorlaatverbod van artikel 126ff Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is van groot belang voor de integriteit van de opsporing. Dit artikel schrijft voor dat de opsporingsambtenaar die handelt in het kader van de bijzondere opsporingsbevoegdheden verplicht is gebruik te maken van zijn inbeslagnemingsbevoegdheden, indien hij weet heeft van de vindplaats van verboden of gevaarlijke voorwerpen.
    Uit de Aanwijzing opsporingsbevoegdheden van het Openbaar Ministerie volgt verder dat, hoewel «in artikel 126ff lid 1 en 4 Sv de verplichting tot inbeslagneming is beperkt tot die situaties waarin sprake is van toepassing van de bijzondere opsporingsbevoegdheden genoemd in de titels IVa tot en met Va van het Wetboek van Strafvordering, de verplichting tot onmiddellijke inbeslagneming (gelet op het stelsel van het Wetboek van Strafvordering), voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is, ook voor alle andere situaties geldt waarin opsporingsambtenaren de vindplaats weten van verboden schadelijke of gevaarlijke voorwerpen».
    Volgens de Aanwijzing is er sprake van «weten» in de zin van artikel 126ff Sv op het moment dat bij opsporingsambtenaren een voldoende mate van zekerheid bestaat over het verboden karakter van de voorwerpen en de vindplaats hiervan. Het zal in dit geval moeten gaan om aanwijzingen die redelijkerwijs geen ruimte voor twijfel laten dat de in artikel 126ff Sv aangeduide voorwerpen op de betreffende plaats aanwezig zijn. Indien er slechts een redelijk vermoeden bestaat omtrent de aard en/of de vindplaats van de voorwerpen dan geldt er dus geen verplichting tot inbeslagneming.»

  • Vraag 5
    Was u op de hoogte van deze praktijk? Zo ja, hoe verhoudt die wetenschap zich met het wettelijk verbod op het doorlaten van drugs? Zo nee, hoe is het mogelijk dat Justitie langs of over de randen van de wet opereert, zonder dat u daarvan op de hoogte bent?

    Zie antwoord vraag 1.

  • Vraag 6
    Is er de afgelopen jaren, sinds de Interregionaal Recherche Team-affaire (IRT-affaire), op enigerlei wijze sprake geweest van schending van het wettelijk verbod op het doorlaten van drugs? Zo ja, wanneer en hoe vaak?

    Zoals gezegd is de opsporingsambtenaar, indien er een voldoende mate van zekerheid bestaat over het verboden karakter van schadelijke of gevaarlijke voorwerpen zoals genoemd in artikel 126ff Sv en de vindplaats hiervan, verplicht tot inbeslagname daarvan. Artikel 126ff van het Wetboek van Strafvordering biedt twee mogelijkheden om (tijdelijk) van onmiddellijke inbeslagname af te zien. In belang van het onderzoek kan de inbeslagneming tijdelijk worden uitgesteld (gecontroleerde aflevering). Bij een zwaarwegend opsporingsbelang kan, na voorafgaande schriftelijke toestemming van het College van procureurs-generaal na overleg met de Minister van Veiligheid en Justitie, van inbeslagneming worden afgezien (doorlaten). In de Aanwijzing Opsporingsbevoegdheden van het Openbaar Ministerie is dit nader uitgewerkt. Het Openbaar Ministerie handelt binnen deze kaders.

  • Vraag 7
    Bent u bereid dit zo nodig grondig te laten onderzoeken zodat uitgesloten kan worden dat politie en justitie zich op enig moment niet aan de regels hebben gehouden?

    Ik zie op dit moment geen aanleiding voor een dergelijk onderzoek.

  • Mededeling - 3 februari 2017

    Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het leden Van Nispen (SP) van uw Kamer aan de Minister van Veiligheid en Justitie over het bericht dat drugs met medeweten van de politie Nederland in zijn gesmokkeld (ingezonden 10 januari 2017) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2017Z00164
Volledige titel: Het bericht dat drugs met medeweten van de politie Nederland in is gesmokkeld
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20162017-1238
Volledige titel: Antwoord op vragen van de leden Van Nispen, Segers en Verhoeven over het bericht dat drugs met medeweten van de politie Nederland in is gesmokkeld