Kamervraag 2016Z03030

Bedreigingen van raadsleden

Ingediend 11 februari 2016
Beantwoord 21 maart 2016 (na 39 dagen)
Indiener Manon Fokke (PvdA)
Beantwoord door Ronald Plasterk (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (PvdA)
Onderwerpen bestuur gemeenten openbare orde en veiligheid organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2016Z03030.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20152016-1944.html
  • Vraag 1
    Kent u het bericht «Zeven procent van raadsleden dreigt te stoppen als gevolg van agressie»?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Deelt u de mening dat het zorgwekkend is dat vanwege bedreigingen zeven procent van de raadsleden overweegt te stoppen als raadslid en 12 procent van de raadsleden twijfelt of zij beschikbaar zijn voor een nieuwe raadsperiode? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

    De impact van een agressie-incident kan groot zijn. Meer in het algemeen acht ik het onacceptabel als personen worden gehinderd in de uitoefening van hun functie door agressie en geweld.
    Voor politieke ambtsdragers – waaronder democratisch gekozen volksvertegenwoordigers – geldt dat nog eens in het bijzonder vanwege de belangrijke rol die zij vervullen in onze democratische rechtsstaat. Vanuit die rol moeten zij gemakkelijk door burgers benaderbaar zijn, open in de samenleving kunnen staan, het politieke debat vrij kunnen voeren, publieke taken vrij van dwang en drang kunnen uitoefenen en besluiten zonder druk kunnen nemen. Indien zij hierin belemmerd worden, zich bij beslissingen laten beïnvloeden door agressie en geweld of overwegen om te stoppen is dat een belangrijk risico voor de integriteit, kwaliteit en continuïteit van het openbaar bestuur.
    Vanuit de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Veiligheid en Justitie zijn de afgelopen jaren veel maatregelen in gang gezet voor een integrale aanpak van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak en politieke ambtsdragers. Veel van deze maatregelen ten behoeve van politieke ambtsdragers zijn tot stand gekomen in samenwerking met de verschillende beroepsverenigingen (Nederlands Genootschap van Burgemeesters, Wethoudersvereniging, Raadslid.Nu). Onlangs zijn aan dit pakket van maatregelen (de instrumentenkoffer Veilig bestuur) enkele instrumenten toegevoegd: een aanvullende financiële voorziening voor de beveiliging van politieke ambtsdragers en een 24-uursvoorziening voor acute gespecialiseerde psychosociale ondersteuning van politieke ambtsdragers die te maken hebben gehad met agressie en geweld. Over deze twee voorzieningen wordt de Tweede Kamer binnen drie weken nader geïnformeerd.
    Op dit moment wordt vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties samen met genoemde beroepsverenigingen bezien of met deze twee aanvullende voorzieningen een sluitende aanpak is gerealiseerd of dat er nog extra maatregelen nodig zijn. Daarbij wordt ook gekeken naar mogelijkheden om deze maatregelen en voorzieningen meer bekendheid te geven bij politieke ambtsdragers.

  • Vraag 3
    Wat wordt er gedaan om bedreigde raadsleden te beschermen?

    Het stelsel Bewaken en Beveiligen regelt op welke manier er beveiligd wordt als er sprake is van dreiging. Uitgangspunt van het stelsel is dat personen zelf verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Ze mogen daarbij rekenen op de organisaties waar ze deel van uitmaken of werkzaam voor zijn (werkgeversverantwoordelijkheid). Bedrijven en instellingen dienen maatregelen te treffen om te voorkomen dat de veiligheid van medewerkers in gevaar komt als gevolg van hun werkzaamheden. De overheid kan aanvullende beveiligingsmaatregelen nemen als een persoon of de organisatie waar zij deel van uitmaken of waarvoor zij werken op eigen kracht geen weerstand kan bieden tegen de dreiging en het risico.
    Voor het vaststellen van het dreigingsniveau wordt een inschatting gemaakt van de mate van «ernst» en «waarschijnlijkheid» (effect en voorstelbaarheid) van de dreiging. Op basis van deze informatie bepaalt de overheid of ze iets moet ondernemen tegen een dreiging. Het is aan de uitvoeringsorganisatie (Politie of KMar) om een integraal inzetconcept (maatregelenpakket) uit te voeren dat weerstand biedt tegen het vastgestelde dreigingsniveau.

  • Vraag 4
    Wat gaat u doen om er voor te zorgen dat de voorzieningen waar raadsleden een beroep op kunnen doen in het geval van bedreiging meer bekendheid krijgen?

    Zie antwoord vraag 2.

  • Vraag 5
    Deelt u de mening dat bedreigde raadsleden gestimuleerd moeten worden om de bedreiging te melden of daarvan aangifte te doen? Zo ja, hoe gaat u dat doen? Zo nee, waarom niet?

    Ik deel de mening dat bedreigde raadsleden gestimuleerd moeten worden om de bedreiging te melden of hier aangifte van te doen. Behalve dat het een krachtig signaal naar de dader en samenleving is, maakt de aangifte het voor politie en openbaar ministerie mogelijk de situatie te beoordelen en eventueel opsporingsmiddelen in te zetten. Op basis daarvan kunnen zij politieke ambtsdragers en gemeenten adviseren over aanvullende beveiligingsmaatregelen.
    Na een melding of aangifte kan een (strafrechtelijke) reactie naar de dader volgen, zoals een gesprek met de dader, een locatieverbod, opschorting van dienstverlening, (vrijheids)straf. Een dergelijke reactie is essentieel omdat normen pas gaan leven wanneer ze gevoeld worden door degenen die de norm overschrijdt. Bovendien kan het bijdragen aan de verwerking van het incident door het slachtoffer.

  • Vraag 6
    Hoe vaak melden raadsleden die bedreigd worden dat bij de politie, en hoe vaak doen zij aangifte? In hoeveel gevallen leidt dat tot vervolging van een verdachte?

    Aantallen van meldingen en aangiften door raadsleden zijn bij de politie niet bekend; er wordt via de zogenaamde VPT-code geregistreerd op werknemers die een taak in het publieke domein vervullen in het algemeen. Doelgroepen daarbinnen worden niet afzonderlijk geregistreerd.
    Ook het aantal gevallen waarin dat leidt tot vervolging van een verdachte is niet bekend, omdat het openbaar ministerie hierover geen aparte registratie voert.

  • Vraag 7
    Deelt u de mening dat met het bedreigen van raadsleden ook het functioneren van de lokale democratie wordt bedreigd? Zo ja, waarom en wat kunt u daar aan doen? Zo nee, waarom niet?

    Zie antwoord vraag 2.

  • Mededeling - 3 maart 2016

    Op 11 februari 2016 heeft het lid Fokke (PvdA) aan de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Veiligheid en Justitie vragen gesteld over bedreigingen van raadsleden. Vanwege de benodigde interdepartementale afstemming is het helaas niet mogelijk om binnen de gestelde termijn van drie weken de vragen te beantwoorden. De beantwoording stuur ik u uiterlijk 24 maart a.s. toe.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2016Z03030
Volledige titel: Vragen van het lid Fokke (PvdA) aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Veiligheid en Justitie over bedreigingen van raadsleden (ingezonden 11 februari 2016).
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20152016-1944
Volledige titel: Vragen van het lid Fokke (PvdA) aan de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Veiligheid en Justitie over bedreigingen van raadsleden (ingezonden 11 februari 2016).