Kamervraag 2014Z12762

Experimenten waarbij Facebookgebruikers betrokken zijn en de privacy van social mediagebruikers

Ingediend 3 juli 2014
Beantwoord 3 september 2014 (na 62 dagen)
Indiener Marianne Thieme (PvdD)
Beantwoord door Ronald Plasterk (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (PvdA)
Onderwerpen economie ict recht staatsrecht
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2014Z12762.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20132014-2912.html
  • Vraag 1
    Heeft u kennisgenomen van het experiment dat social mediadienst Facebook in 2012 uitvoerde op 689.000 gebruikers?

    Ik heb kennisgenomen van berichten in de pers dat een dergelijk experiment heeft plaatsgevonden.

  • Vraag 2
    Hoe beoordeelt u het genoemde experiment, waarin Facebook testte of het de emotie van gebruikers kan sturen door een selectie te maken in de berichten die vrienden van gebruikers posten? Hoe beoordeelt u het feit dat gebruikers hierdoor slechts berichten te zien kregen die Facebook selecteerde?

    Het ligt niet op mijn weg om een algemeen oordeel te geven over de wijze waarop Facebook diensten aanbiedt en persoonsgegevens gebruikt.

  • Vraag 3
    Bent u van mening dat social mediadiensten expliciet toestemming moeten vragen aan gebruikers voordat ze een dergelijk experiment uitvoeren? Zo nee, waarom niet?

    Dit hangt ervan af of er een overeenkomst is tussen de aanbieder en de gebruiker van de sociale mediadienst. Doorgaans vindt verwerking van persoonsgegevens plaats krachtens een overeenkomst tussen de aanbieder en de gebruiker. De grondslag voor de gegevensverwerking is dan gelegen in artikel 8, onder b, van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Het is afhankelijk van de overeenkomst of de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van experimenten mogelijk is gemaakt. Voor zover de overeenkomst tekortschiet, moet er zijn voldaan aan een van de andere rechtvaardigingsgronden uit artikel 8 Wbp. Toestemming van de betrokkene kan dan een rechtvaardigingsgrond zijn (artikel 8, onder a).

  • Vraag 4
    Deelt u de mening dat de selectiecriteria die social mediadiensten en zoekmachines gebruiken bij het selecteren van berichten die gebruikers te zien krijgen, openbaar moeten zijn? Zo ja, wat doet u om deze openbaarheid te bevorderen? Zo nee, waarom niet?

    Uit de artikelen 33 en 34 van de Wbp volgt dat de aanbieders van sociale mediadiensten en zoekmachines verplicht zijn om de betrokkene te informeren over de doeleinden van de verwerking van persoonsgegevens, tenzij de betrokkene daarvan reeds op de hoogte is. Zij dienen bovendien nadere informatie te verstrekken voor zover dat nodig is om een behoorlijke en zorgvuldige verwerking te waarborgen jegens de betrokkene, gelet op de aard van de gegevens, de omstandigheden waaronder de gegevens worden verkregen of het gebruik dat ervan wordt gemaakt, (artikel 33, derde lid, en 34, derde lid). De verantwoordelijken dienen dus royaal aan hun informatieverplichtingen invulling te geven. Onder omstandigheden kan dus ook het informeren over de selectiecriteria onder de informatieverplichtingen vallen.

  • Vraag 5
    Acht u experimenten zoals beschreven, ethisch verantwoord als er minderjarigen bij betrokken worden? Zo niet, wat gaat u doen om minderjarigen te beschermen tegen dit soort experimenten van social media?

    Het is niet mijn rol om hier een ethisch oordeel over te geven, omdat een dergelijke beoordeling en de vraag of hieraan consequenties moeten worden verbonden, bij de ouders dient te liggen. Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Wbp is de toestemming van ouders vereist indien minderjarigen jonger zijn dan 16 jaar. Verantwoordelijken voor de verwerking van persoonsgegevens, zoals sociale media-aanbieders, moeten dus de toestemming van de ouders hebben. Hiermee is voorzien in een rol voor de ouders.

  • Vraag 6
    Is de wijze waarop Facebook telefoonnummers, adresgegevens, e-mailadressen en andere persoonsgegevens van gebruikers doorgeeft aan deurwaarders, toezichthouders, banken, online dienstverleners, advocaten, gerechtelijke instanties en marketingpartijen mogelijk in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens? Zo nee, waarom niet?

    Om hierover een oordeel te kunnen vellen, is onderzoek nodig naar de wijze waarop Facebook persoonsgegevens van betrokkenen verwerkt. Dit staat niet aan mij ter beoordeling.

  • Vraag 7
    Bent u van mening dat Facebook-gebruikers ondubbelzinnig toestemming geven voor dergelijke doorgifte van gegevens door de voorwaarden te accepteren? Zo ja, hoe blijkt dit uit de gebruikersvoorwaarden? Zo nee, wat gaat u hieraan doen?

    Indien de gebruiksvoorwaarden voldoende duidelijk omschrijven dat dergelijke gegevens kunnen worden doorgegeven, dan is toestemming niet nodig. Of de gebruiksvoorwaarden hieraan voldoen en op welke manier Facebook hiermee omgaat, is aan het College bescherming persoonsgegevens (CBP). De wetgever heeft het onafhankelijke CBP belast met het toezicht op de naleving en de handhaving van de Wbp.

  • Vraag 8
    Kunt u garanderen dat Facebook geen persoonsgegevens van minderjarige gebruikers verwerkt, zonder dat hier toestemming van de ouders voor is verkregen? Zo nee, wat gaat u hieraan doen?

    Ingevolge artikel 5, eerste lid, Wbp dienen sociale media-aanbieders de toestemming van de ouders te hebben voordat minderjarigen die jonger zijn dan 16 jaar, deelnemen aan sociale media. Of in het concrete geval sprake is van verwerking van persoonsgegevens, en of in dat geval voldaan is aan de Wbp, is aan het CBP om te beoordelen. Het is vervolgens aan het CBP om te beoordelen of in specifieke gevallen in strijd met de Wbp wordt gehandeld.

  • Vraag 9
    Wat is uw visie over de gedragssturende rol die aanbieders van social media en zoekmachines steeds meer innemen? Hoe ziet u de rol van de overheid hierin?

    Het ligt niet op mijn weg om een oordeel te geven over de manier waarop aanbieders van sociale media en zoekmachines hun klanten tegemoet treden. Zolang zij zich aan de wet houden, is er geen reden daartegen op te treden.

  • Mededeling - 29 juli 2014

    Hierbij bericht ik u, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, dat de schriftelijke vragen van het lid Thieme (PvdD) over experimenten waarbij Facebookgebruikers betrokken zijn en de privacy van sociaal mediagebruikers (ingezonden 3 juli 2014) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie ontvangen is. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2014Z12762
Volledige titel: Experimenten waarbij Facebookgebruikers betrokken zijn en de privacy van social mediagebruikers
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20132014-2912
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Thieme over experimenten waarbij Facebookgebruikers betrokken zijn en de privacy van social mediagebruikers